Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0984

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake het versnellen van milieubeoordelingen

COM/2025/984 final

Brussel, 10.12.2025

COM(2025) 984 final

2025/0391(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake het versnellen van milieubeoordelingen


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Gezien de dringende uitdagingen op het gebied van geopolitiek en concurrentievermogen, gekoppeld aan een acute drievoudige planetaire crisis, is actie van de EU hard nodig om de procedures voor planning en vergunningverlening te versnellen en tegelijkertijd een hoge milieustandaard te waarborgen. Op 23 oktober 2025 heeft de Europese Raad de Commissie opgeroepen haar inspanningen om het EU-acquis aan een stresstest te onderwerpen te intensiveren 1 . In het kader van de lopende stresstest brengt de Commissie dit voorstel met concrete maatregelen naar voren om de milieubeoordelingen in de Europese Unie te versnellen, aangezien ze cruciaal zijn voor het plannings- en vergunningsproces. 

Het voorstel voor een verordening inzake het versnellen van milieubeoordelingen (“het voorstel”) waarborgt de bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid als doelen die in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn erkend. Het bouwt voort op het bestaande milieuacquis en voorziet in een procedureel kader voor milieubeoordelingen in alle economische sectoren. Om te zorgen voor gestroomlijnde en doeltreffende milieubeoordelingen moet namelijk ook voorzien worden in een uniform en samenhangend kader voor milieuvergunningen, omdat verschillen anders kunnen leiden tot afnemende efficiëntie en minder rechtszekerheid voor projectontwikkelaars.

Het voorstel voorziet in vereenvoudiging, samenhang en rechtszekerheid voor snellere en betere milieubeoordelingen en biedt een rechtskader voor alle sectoren. Dit is in het belang van marktdeelnemers, overheidsinstanties en het publiek in het algemeen. Het voorstel behelst een vereenvoudiging van milieubeoordelingen en zorgt voor een hoge mate van samenhang tussen die beoordelingen in de EU, met erkenning van het feit dat de behoeften van sommige sectoren voorrang moeten krijgen. 

Bij strategische sectoren voor de Europese Unie en op wereldschaal valt in de huidige context te denken aan hernieuwbare energie, elektriciteitsnetten, opslagprojecten en oplaadstations, datacentra en AI-fabrieken of gigafabrieken, projecten op het gebied van circulaire economie, decarbonisatie van energie-intensieve industrie of haveninfrastructuur. Deze lijst is niet volledig; er kunnen nog andere strategische en kernsectoren worden aangewezen om de EU minder afhankelijk te maken, de leveringszekerheid en de algehele veerkracht te waarborgen en tegelijkertijd klimaatverandering te bestrijden. Verder is de beschikbaarheid van betaalbare huisvesting van strategisch belang voor het concurrentievermogen en de arbeidsmobiliteit van de Europese Unie.

Voor strategische sectoren voorziet dit voorstel in een verbeterde, versnelde en gestroomlijnde regeling voor milieubeoordelingen. Milieubeoordelingen zijn een integrerend onderdeel van de vergunnings- en/of planningsprocedures en vormen een essentiële waarborg dat belangrijke milieueffecten worden voorkomen of tot een minimum worden beperkt, terwijl ze tevens zorgen voor transparantie en effectieve inspraak van het publiek bij besluitvormingsprocessen in verband met plannen, programma’s en projecten. Overeenkomstig het voorzorgsbeginsel dat in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is vastgelegd, bieden milieubeoordelingen een consequent hoog niveau van milieubescherming en dragen ze ertoe bij dat milieuoverwegingen in de voorbereiding van plannen, programma’s en projecten worden meegenomen om het milieueffect ervan te beperken en ze duurzamer te maken en op die manier bij te dragen aan duurzame ontwikkelingsdoelen.

Het voorstel draagt bij aan de uitvoering van de mededeling inzake “een eenvoudiger en sneller Europa”. Om de rapportagelast te verlichten en de nalevingskosten te drukken, heeft de Commissie voorts, naast het “eenmaligheidsbeginsel”, het beginsel “standaard digitaal” in het voorstel opgenomen door in te zetten op het gebruik van en de interoperabiliteit tussen systemen met Europese portemonnees voor digitale identiteit en Europese portemonnees voor ondernemingen, beginselen die in samenwerking met nationale, regionale en lokale overheidsinstanties en de relevante EU-agentschappen uitgevoerd moeten worden.

Dit voorstel bevat gerichte bepalingen met betrekking tot de toepassing van milieurichtlijnen op milieubeoordelingen in de vergunningsprocedures, die strikt noodzakelijk zijn om de doelen van het voorstel te verwezenlijken. Mogelijke wijzigingen of afwijkingen van die richtlijnen 2 liggen geheel buiten het toepassingsgebied en de doelen van het onderhavige voorstel. De Commissie zal constructief met de medewetgevers samenwerken om ervoor te zorgen dat het wezenlijke voorwerp van het onderhavige voorstel tijdens het wetgevingsproces volledig behouden blijft en niet vervormd wordt.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorstel stemt overeen met het bestaande milieuwetgevingskader, dat van toepassing is op milieubeoordelingen op grond van de richtlijn strategische milieubeoordeling 3 en de milieueffectbeoordelingsrichtlijn 4 , de habitatrichtlijn 5 en vogelrichtlijn 6 en de kaderrichtlijn water 7 . Het voorstel vult deze richtlijnen aan en voorziet in een samenhangend en alomvattend juridisch kader voor milieubeoordelingen.

Het voorstel stemt ook overeen met wetgevingshandelingen die de laatste jaren zijn vastgesteld om de vergunningsprocedure in bepaalde economische sectoren te versnellen. Die wetgeving bevat bepalingen om milieubeoordelingen in een aantal strategische sectoren, namelijk de richtlijn hernieuwbare energie 8 , de verordening voor een nettonulindustrie (RED III) 9 en de verordening kritieke grondstoffen 10 , te stroomlijnen en te versnellen. Momenteel onderhandelen de medewetgevers over aanvullende wetgeving op dit gebied, namelijk de verordening kritieke geneesmiddelen 11 en de verordening betreffende versnelde vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten 12 . Bovendien strookt het voorstel met op handen zijnde voorstellen van de Commissie voor sectorwetgeving die in voorbereiding zijn, namelijk de wetgeving voor een industrieaccelerator 13 , de wetgeving inzake circulaire economie 14 , het pakket Europese netwerken 15 en de EU-wetgevingshandeling inzake cloud- en AI-ontwikkeling 16 .

Voorts is het voorstel in overeenstemming met de politieke prioriteit van een meer circulaire en veerkrachtigere economie zoals aangekondigd in de politieke beleidslijnen voor de Commissie 2024-2029. In het kader van het werkprogramma van de Commissie voor 2026 17 , is de Commissie voornemens een voorstel voor wetgeving inzake circulaire economie in te dienen om een eengemaakte markt voor secundaire grondstoffen in te stellen, het aanbod van hoogwaardige gerecyclede materialen te vergroten en de vraag naar deze materialen in de EU aan te jagen. Met dit voorstel beoogt de Commissie een bijdrage te leveren aan het in het kompas voor concurrentievermogen geuite streven om de EU tegen 2030 wereldleider te maken op het gebied van de circulaire economie.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Dit voorstel stemt overeen met het kompas voor concurrentievermogen van de Commissie 18 , een nieuwe routekaart om de dynamiek van Europa te herstellen en onze economische groei te stimuleren. Het voorstel beoogt met name de regelgeving te vereenvoudigen, de last te verlichten en snelheid en flexibiliteit te bevorderen. 

Het verslag-Draghi 19 bevat ook belangrijke opmerkingen over nationale vergunningsprocedures en de doelmatigheid daarvan. Weliswaar heeft de EU initiatieven ontplooid om de duur van vergunningsprocedures te verkorten, maar er zijn nog steeds aanzienlijke belemmeringen bij de uitvoering, vooral een gebrek aan administratieve capaciteit en digitalisering. 

Bovendien is het van cruciaal belang dat de ambitieuze groene doelstellingen van de Europese Unie worden verwezenlijkt, omdat de toekomst van de EU van deze belofte afhankelijk is 20 . Niet-handelen kan velerlei gevolgen hebben op economisch, geopolitiek en milieugebied. Een betere werking van milieubeoordelingen als onderdeel van het vergunningsproces, waarbij lering getrokken wordt uit de ervaringen met de verordening voor een nettonulindustrie, de verordening kritieke grondstoffen en de herziene richtlijn hernieuwbare energie, vergemakkelijkt de ontwikkeling van EU-projecten in het kader van industriebeleid, vooral die welke bijdragen aan het koolstofvrij maken van de economie. Met dit voorstel worden verschillen in technische en administratieve capaciteiten tussen lidstaten en hun ondernemingen aangepakt, wat cruciaal is om te zorgen voor een gelijk speelveld in de eengemaakte markt. Hiervoor moet geïnvesteerd worden in scholing en de instelling van fora voor het delen van beste praktijken en het aanwijzen van veelbelovende projecten in de Unie. 

Dit voorstel sluit ook aan bij het industrieel plan voor de Green Deal 21 , dat een alomvattende benadering voor het opschalen van technologie voor schone energie behelst. Dit plan berust op vier pijlers. De eerste pijler heeft als doel om een regelgevingsklimaat te scheppen waarin de vergunningsprocedures voor productielocaties van nieuwe nettonultechnologie vereenvoudigd en gestroomlijnd worden en om het opschalen van de nettonulindustrie van de Unie te faciliteren. 

Het voorstel sluit aan bij de belofte van de EU om haar economie koolstofvrij te maken, onder meer door de ambitieuze inzet van hernieuwbare energiebronnen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Die doelstelling vormt de kern van de Europese Green Deal 22 en de industriestrategie 23 en strookt met de verbintenis tot mondiale klimaatactie die de EU in het kader van de Overeenkomst van Parijs 24 is aangegaan. Opdat het klimaatneutraliteitsdoel van de Unie wordt verwezenlijkt, bevat de Europese klimaatwet 25 een bindende klimaatdoelstelling voor de Unie om de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55 % te verminderen ten opzichte van 1990.

Bovendien stemt dit voorstel overeen met de doelen van het Actieplan voor het AI-continent 26 . De Europese Unie is vastbesloten om een wereldleider te worden op het gebied van artificiële intelligentie (AI). De gemiddelde tijd voor het verkrijgen van een vergunning en de bijbehorende milieuvergunningen voor de bouw van een datacentrum in Europa is echter nog te lang. Daarom is het passend om de bouw van datacentra als strategische sector op te nemen uit hoofde van dit voorstel. 

Dit voorstel sluit ook aan bij de EU-strategie voor woningbouw en het Europees plan voor betaalbare huisvesting die de Commissie wil vaststellen. Deze initiatieven dienen in de eerste plaats om de vergunningverlening en administratieve procedures voor woningbouw, niet alleen met betrekking tot milieuaspecten, te vereenvoudigen en digitaliseren door de redundantie, onzekerheid en nalevingskosten te verminderen en daartoe procedures, waaronder die voor het verlenen van vergunningen, te digitaliseren. In dit verband is het passend om de bouw van nieuwe woongebouwen en de renovatie van bestaande woongebouwen met het oog op het buitengewone woningtekort als strategische sector op te nemen uit hoofde van deze richtlijn. 

Verder sluit dit voorstel aan bij de EU-havenstrategie. Deze strategie heeft betrekking op zaken als digitalisering, automatisering, onderzoek en innovatie, milieu, vaardigheden, veiligheid, investeringsbehoeften en financiële steun voor de ontwikkeling van havens. In die zin is het passend om de decarbonisatie van havens als strategische sector op te nemen uit hoofde van dit voorstel. Doordat aan de decarbonisatie van havens als strategische sector prioriteit wordt gegeven, sluit dit voorstel aan bij de politieke beleidslijnen voor het bevorderen van milieuduurzaamheid en de Europese Green Deal. Met deze aanpak worden de technologische vooruitgang en innovatie in de havensector gebruikt om de uitstoot terug te dringen en praktijken op het gebied van schone energie te stimuleren, terwijl de bredere functies van havengebieden die verband houden met circulariteit en aanpassing aan klimaatverandering worden versterkt.

Digitalisering heeft veel potentieel om de efficiëntie, transparantie en effectiviteit van milieueffectbeoordelingen en vergunningsprocessen te verbeteren. Het is van cruciaal belang om gegevens, milieuverslagen en informatie over milieubeoordelingsprocedures toegankelijk te maken. Dat vergemakkelijkt het werk van marktdeelnemers en overheidsinstellingen, vergroot de betrokkenheid van belanghebbenden en zorgt ervoor dat besluitvormers tijdig kunnen beschikken over duidelijke informatie.

Dit voorstel sluit dan ook aan bij het bredere digitaliseringsbeleid. In het voorstel zijn de doelen opgenomen van de verordening Interoperabel Europa 27 , die de trans-Europese digitale overheidsdiensten reguleert om de grensoverschrijdende interoperabiliteit te verbeteren, gemeenschappelijke normen en bestuur te bevorderen, het delen van ervaringen en oplossingen uit te bouwen en goede praktijken uit te wisselen en te stimuleren. Het voorstel maakt het gebruik van de Europese portemonnee voor digitale identiteit en de Europese digitale portemonnee voor ondernemingen mogelijk om een samenhangende en horizontale toepassing van de wetgeving van de Unie te waarborgen, de administratiekosten te verminderen en de begrotingsefficiëntie te verbeteren. Het voorstel strookt met de verordening inzake één digitale toegangspoort 28 , die de toegang tot informatie online, administratieve procedures en hulpdiensten aan burgers en bedrijven in de EU vergemakkelijkt; en met de richtlijn open data 29 , die tot doel heeft om het hergebruik van openbare gegevens te vergemakkelijken door geharmoniseerde regels voor gegevensuitwisseling in te stellen opdat datasets worden verstrekt in een open, gestructureerd, machineleesbaar formaat dat interoperabiliteit, hergebruik en toegankelijkheid waarborgt.

Dit voorstel ondersteunt, en doet geen afbreuk aan, het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende versnelde vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten 30 , dat deel uitmaakt van de omnibus voor defensiegereedheid. Defensiegereedheidsprojecten zijn bedoeld om tegemoet te komen aan de dringende behoeften van lidstaten ten overstaan van opkomende bedreigingen van de veiligheid. De verordening inzake versnelde vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten wordt beschouwd als lex specialis en voorziet in specifieke regels voor defensiegereedheidsprojecten. Verbeteringen die uit het onderhavige voorstel voortvloeien, moeten echter ook ten goede komen aan defensiegereedheidsprojecten, in die zin dat de gunstigste verordening op defensiegereedheidsprojecten van toepassing is. 

Tot slot is van belang dat het voorstel aansluit bij de internationale verplichtingen van de EU en de lidstaten. Naleving van het Verdrag van Aarhus 31 , en bijgevolg de toegang tot milieu-informatie, effectieve inspraak van het publiek en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, is gewaarborgd. Effectieve betrokkenheid van het publiek en toegang tot bestuurlijke of rechterlijke toetsing sluiten ook aan bij het Handvest van de grondrechten, met name bij artikel 41 inzake het recht op behoorlijk bestuur, en artikel 47 inzake het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht. 

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin wordt bepaald hoe artikel 191 van het Verdrag moet worden uitgevoerd. Artikel 191 van het Verdrag bevat de doelstellingen van het milieubeleid van de EU:

behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu;

bescherming van de gezondheid van de mens;

behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen;

bevordering van maatregelen op internationaal niveau om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, met name ter bestrijding van de klimaatverandering.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel gebieden bestrijkt die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie vallen.

De doelstellingen van het voorstel kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. De bestaande wetgeving bevat minimumeisen voor de milieubeoordeling van plannen en projecten in de EU en beoogt naleving van internationale verdragen (zoals Espoo 32 , Aarhus 33 en het Verdrag inzake biodiversiteit). Dit principe blijft behouden in het voorstel, dat een verdere harmonisering van de beginselen van milieubeoordeling behelst en verder als doel heeft om de procedures te stroomlijnen. Alle lidstaten moeten maatregelen treffen om aan de minimumeisen te voldoen; onverenigbare nationale maatregelen kunnen de werking van de interne markt schaden omdat uiteenlopende nationale regelgeving de grensoverschrijdende economische activiteiten kan hinderen.

Met maatregelen van de EU kunnen de doelstellingen van het voorstel die voor de EU als geheel belangrijk zijn en een grensoverschrijdende aard hebben, beter worden verwezenlijkt. De energie- en klimaatcrisis, in combinatie met de gespannen geopolitieke situatie als gevolg van de oorlog tegen Oekraïne, noopt tot maatregelen ter vergroting van het concurrentievermogen, de autonomie en de veiligheid en maakt actie op EU-niveau inzake milieubeoordelingsprocedures noodzakelijk in het belang van de effectiviteit en efficiëntie. Zowel de omvang en ernst van de aan te pakken klimaat- en milieukwesties als het aantal grote infrastructuurprojecten op EU-schaal zijn toegenomen (bv. grensoverschrijdende projecten op het gebied van energie of vervoer). Actie op EU-niveau is noodzakelijk vanwege de grensoverschrijdende aard van milieukwesties (zoals klimaatverandering en rampenrisico’s) en van de gerelateerde problemen, en heeft toegevoegde waarde in vergelijking met afzonderlijke nationale maatregelen.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

Evenredigheid

De voorgestelde maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om gestroomlijndere en snellere procedures voor milieubeoordelingen als onderdeel van vergunningsprocedures te waarborgen. Een optreden op het niveau van de Unie heeft aantoonbare toegevoegde waarde door de omvang, de urgentie en de reikwijdte van de vereiste inspanningen. Op basis van recent bewijsmateriaal dat via de verschillende vergaderingen met en raadplegingen 34 van de belanghebbenden is verzameld, zijn de belangrijkste punten vastgesteld waarvoor gerichte actie op EU-niveau zou helpen om het algemene doel, namelijk het stroomlijnen van milieueffectbeoordelingsprocedures, te bereiken. Met gerichte maatregelen kunnen effectbeoordelingsprocedures worden verkort en beter worden gecoördineerd door ze verder te stroomlijnen zodat het risico op dubbele inspanningen afneemt en procedures eenvoudiger worden doordat er minder bureaucratische formaliteiten zijn.

Gezien de grensoverschrijdende aard van milieubeoordelingen in de meeste strategische sectoren zijn de voorgestelde maatregelen evenredig met de doelstellingen. Ontwikkelaars krijgen de beschikking over een voorspelbare en rechtszekere, geharmoniseerde regelgeving die ook geldt voor de effectbeoordeling van plannen, programma’s en projecten die betrekking hebben op meerdere lidstaten of zelfs de hele EU.

Keuze van het instrument

Het voorstel heeft de vorm van een verordening van het Europees Parlement en de Raad.

Dit is het meest geschikte rechtsinstrument gezien de noodzaak van een uniforme toepassing van de nieuwe regels. Er moet op worden toegezien dat in alle 27 lidstaten uniforme, gecoördineerde en/of gezamenlijke procedures worden opgezet, mede door de grensoverschrijdende aard van die procedures, en dat de minimumtermijnen voor de verschillende fasen van de beoordelingsprocedures in de hele EU worden toegepast. Het faciliterend kader, zoals de bepalingen inzake vaardigheden, scholing en digitalisering, is cruciaal om de uitvoering te laten slagen. De bepalingen inzake de procedures die door de verordening worden gereguleerd, hoeven niet in nationale maatregelen te worden omgezet en zijn rechtstreeks toepasselijk.

Een verordening wordt daarom het meest geschikte instrument geacht. In een verordening kunnen voorschriften worden vastgesteld die rechtstreeks op nationale autoriteiten en betrokken belanghebbenden van toepassing zijn. Zo kan ervoor worden gezorgd dat de voorschriften tijdig en op geharmoniseerde wijze worden uitgevoerd, hetgeen tot grotere rechtszekerheid leidt.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie en geschiktheidscontrole van bestaande wetgeving

Van milieubeoordelingen uit hoofde van de MEB-richtlijn 35 en de SMB-richtlijn 36 zijn in 2025 uitvoeringsverslagen gemaakt.

Voor de habitatrichtlijn en de vogelrichtlijn 37 is een geschiktheidscontrole uitgevoerd met als resultaat dat er behoefte is aan een geïntegreerde aanpak om de beoordelingsprocedures te stroomlijnen. Bovendien heeft de geschiktheidscontrole 38 van de kaderrichtlijn water geleid tot de aanbeveling om de milieubeoordelingsprocedures van die richtlijn te stroomlijnen teneinde de efficiëntie te verbeteren, de consistentie te waarborgen en de kosten te verlagen.

Raadpleging van belanghebbenden

In 2025 zijn uitvoeringsdialogen gehouden over milieubeoordelingen 39 en vergunningverlening en over vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de daarmee verband houdende infrastructuur 40 . Daar namen verscheidene belanghebbenden aan deel, waaronder het bedrijfsleven en de industrie, overheidsinstanties en rechters. Tot de belangrijkste resultaten van deze dialogen behoort de vaststelling dat het nodig is de verschillende belangen, zoals de noodzaak om vooruitgang te boeken bij het behalen van decarbonisatiedoelstellingen, met elkaar in evenwicht te brengen, de energiezekerheid te waarborgen en een hoog beschermingsniveau voor het milieu en de volksgezondheid te bieden. Met name benadrukken de deelnemers de noodzaak om milieubeoordelingen en vergunningsprocedures te digitaliseren, om ze verder te vereenvoudigen door de regeldruk te verminderen en de gegevenskwaliteit en gegevensuitwisseling in het kader van milieubeoordelingen te verbeteren teneinde de procedures te versnellen en kosten te besparen. In het algemeen luidt de aansporing om bepaalde aspecten van milieubeoordelingsprocedures, toestemmingen en vergunningen te verduidelijken met behulp van richtsnoeren, om de capaciteitsopbouw van de lidstaten verder te ondersteunen, zo mogelijk ook met financiering, en om de verspreiding van beste praktijken onder de autoriteiten van de lidstaten en belanghebbenden te vergemakkelijken. 

Onlangs heeft de Commissie een verzoek om input over het maatregelenpakket voor vereenvoudiging van milieuprocedures gepubliceerd op de website “Uw mening telt!”: Vereenvoudiging van de administratieve last op het gebied van milieuwetgeving 41 , met een feedbackperiode tot 10 september 2025. Op het verzoek zijn zesenvijftig bijdragen met belangrijke input over vergunningsprocedures ingestuurd, waarbij de nadruk ligt op milieubeoordelingen uit hoofde van de SMB-richtlijn, de MEB-richtlijn, de habitatrichtlijn 42 , de vogelrichtlijn 43 en de kaderrichtlijn water 44 . Zes bijdragen zijn afkomstig van milieuorganisaties of niet-gouvernementele organisaties 45 , dertig van brancheorganisaties 46 , dertien van ondernemingen 47 , drie van overheidsinstanties 48 en twee van andere entiteiten 49 .

Een meerderheid van deze belanghebbenden noemt uitdagingen op het gebied van efficiëntie, duur en digitalisering van milieubeoordelingen. Volgens hen is er behoefte aan een centraal contactpunt voor vergunningsprocedures waar slechts één vergunningsaanvraag hoeft te worden ingediend en moeten vergunningsdocumenten gezamenlijk worden verwerkt en gedigitaliseerd via elektronische vergunningverleningssystemen. Veel belanghebbenden geven aan dat de duur van de vergunningsprocedure en de daaropvolgende juridische stappen moet worden beperkt (maximaal 2 tot 3 jaar in totaal), dat er duidelijkere termijnen gesteld moeten worden voor de antwoorden van overheidsinstanties, bijvoorbeeld voor het vooronderzoek, en dat er in vroege planningsfasen en bij milieubeoordelingen voldoende tijd en kwaliteit ingebouwd moeten kunnen worden.

Veel van deze belanghebbenden uiten zorgen met betrekking tot inspraak van het publiek, geschillenbeslechting, rechtszekerheid, onvoldoende coördinatie tussen autoriteiten en een gebrek aan kennis en hulpbronnen bij die autoriteiten. Ze wijzen erop dat het belangrijk is om lichtzinnige procesvoering en onnodige vertragingen te vermijden. In verschillende bijdragen wordt ertoe opgeroepen het tekort aan hulpbronnen en het gebrek aan kennis over complexe beoordelingen met betrekking tot milieuwetgeving van bevoegde autoriteiten, alsook de slechte coördinatie tussen autoriteiten en onvoldoende financiële middelen aan te pakken. Als punt van zorg wordt de toegang tot de rechter genoemd en er zijn voorstellen om de uitdagingen te beperken tot één aanvangsfase van besluitvorming, bij voorkeur tijdens het maken van bestemmingsplannen, en om van de eerste stap van de beoordeling een met redenen omkleed verzoek (geen beroep) aan de bevoegde administratieve autoriteit te maken. Er zijn duidelijkere richtsnoeren nodig met betrekking tot het toepassingsgebied en het vereiste detailniveau van biodiversiteitseffectbeoordelingen, ook om overlapping van strategische milieubeoordelingen, milieueffectbeoordelingen en andere beoordelingen te vermijden. 

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing. 

Effectbeoordeling

Zoals uiteengezet in deze toelichting, gaat dit voorstel vanwege de dringende noodzaak om op te treden niet vergezeld van een formele effectbeoordeling. De analyse en het ondersteunend bewijs zijn echter vermeld in het werkdocument van de diensten van de Commissie [Ref. pending], dat ook de “klimaatneutraliteitscontrole” bevat.

Het voorstel is gebaseerd op het in opdracht van de Europese Commissie uitgevoerde en in februari 2025 gepubliceerde onderzoek over de uitvoering van de richtlijn strategische milieubeoordeling 50 . Zoals hierboven is uitgelegd, bouwt het voorstel ook voort op de in 2025 gevoerde uitvoeringsdialogen over milieubeoordelingen en vergunningverlening en over vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de daarmee verband houdende infrastructuur, onder leiding van respectievelijk commissaris Jessika Roswall en commissaris Dan Jørgensen; en op het verzoek om input over het maatregelenpakket voor vereenvoudiging van milieuprocedures: Administratieve vereenvoudiging op het vlak van milieuwetgeving 51 .

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Het voorstel eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de EU. In het voorstel zijn maatregelen vastgesteld om gestroomlijndere milieubeoordelingen te bewerkstelligen. Daarmee wordt voorzien in een hoger niveau van milieubescherming. Met het voorstel wordt beoogd een hoog niveau van milieubescherming te integreren in het beleid van de EU en de kwaliteit van het milieu te verbeteren, overeenkomstig het in artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de EU neergelegde beginsel van duurzame ontwikkeling. Ook wordt de verplichting tot bescherming van het recht op leven, zoals neergelegd in artikel 2 van het Handvest, geconcretiseerd.

Het voorstel draagt bij tot het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, zoals vastgelegd in artikel 47 van het Handvest, met gedetailleerde bepalingen inzake toegang tot de rechter.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

In het bij dit voorstel gevoegde financieel memorandum worden de gevolgen voor de begroting en de benodigde personele en administratieve middelen uiteengezet. Op basis van een eerste beoordeling worden de gevolgen voor de begroting van de Europese Unie ontleend aan het huidige artikel 7, lid 1, van het ontwerpvoorstel van de Commissie. Overeenkomstig dat artikel, en op verzoek van de betrokken lidstaten, vervult de Commissie de rol van facilitator om de samenwerking tussen de betrokken nationale bevoegde autoriteiten te ondersteunen en overeenstemming over gezamenlijke procedures te faciliteren in geval van milieubeoordelingen met grensoverschrijdende effecten.

Met een aantal projecten, met name in de energie- en transportsector, zoals de Nabucco-gaspijpleiding, de vaste Fehmarnbelt-verbinding en de South Stream-gaspijpleiding van de Brenner-basistunnel is praktijkervaring opgedaan met het toepassen van de milieueffectbeoordelingsprocedure op grootschalige grensoverschrijdende projecten. Wat betreft de SMB worden volgens een voorzichtige schatting jaarlijks circa 54 plannen of programma’s met grensoverschrijdende effecten uitgevoerd 52 .

In de EU neemt de Europese Commissie geen deel aan milieueffectbeoordelingsprocedures en vergunningsprocedures; deze verantwoordelijkheden berusten uitsluitend bij de autoriteiten van lidstaten. De tekst van artikel 7, lid 1, van het ontwerpvoorstel van de Commissie biedt ruimte om de Europese Commissie bij zeer complexe en veel middelen vergende projecten als facilitator te laten fungeren in administratieve procedures tussen lidstaten.

Aangezien artikel 7, lid 1, alleen in werking treedt als dit faciliteringsmechanisme door de lidstaten wordt ingeroepen, zijn begrotingsmiddelen, personeel en administratieve middelen moeilijk in te schatten. Een voorzichtige aanname in de eerste fase komt neer op twee voltijdse ambtenaren, omdat de Commissie diepgaande technische, economische en/of juridische knowhow moet inzetten en te werk moet gaan in de context van nationale administratieve en vergunningsprocedures, binnen het regelgevingskader van de sector in kwestie, zelfs als het proces maar voor één project tegelijk in gang wordt gezet. Deze nieuwe rol van de Europese Commissie zou zich ook kunnen uitstrekken tot het organiseren van vergaderingen.

De administratieve gevolgen en kosten voor de lidstaten zijn naar schatting gemiddeld en tijdelijk. Op de korte termijn krijgen de lidstaten te maken met kosten om uitvoering te geven aan de centrale contactpunten en om te voldoen aan de eis om een centraal milieuportaal op te richten teneinde de toegang tot milieubeoordelingen en bijbehorende informatie te vergemakkelijken, ook met betrekking tot de procedurele fase van projecten, ook al hebben sommige lidstaten al dergelijke portalen. In ieder geval leiden deze investeringen op den duur tot lagere administratiekosten en een lagere werklast. Bovendien is de verwachting dat de algehele stroomlijning van procedures aanzienlijke kostenbesparingen voor de lidstaten met zich meebrengt. Aanloopkosten en tijdelijke kosten worden ook gecompenseerd door de kostenvermindering voor projectontwikkelaars en de algehele economie, en door andere economische, milieu- en sociale voordelen en een grotere veerkracht tegenover externe factoren.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplannen en regelingen betreffende monitoring, evaluatie en rapportage

De Commissie monitort de uitvoering van de voorgestelde verordening actief en ziet erop toe dat de doelen van de voorgestelde verordening worden verwezenlijkt. Monitoring is met name bedoeld om te waarborgen dat de in deze verordening voorgestelde maatregelen hun doel bereiken, namelijk dat de nationale effectbeoordelingsprocedures worden versneld door gebruik te maken van digitalisering, termijnen na te komen, de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten effectiever te maken en tevens de nationale behoeften aan opleiding en middelen te monitoren. Ook wordt rekening gehouden met de gevolgen voor ondernemingen, in het bijzonder kmo’s. 

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1: Toepassingsgebied

In deze bepaling worden de milieueffectbeoordelingen en het vooronderzoek van plannen, programma’s en projecten die binnen het toepassingsgebied van het voorstel vallen, uiteengezet.

Artikel 2: Definities

Deze bepaling bevat de definities van de termen die in het voorstel worden gebruikt, zoals reikwijdtebepaling of vooronderzoek, voor zover deze nog niet in de milieueffectbeoordelingsrichtlijn en de richtlijn strategische milieubeoordeling zijn gedefinieerd, om de rechtszekerheid en voorspelbaarheid van processen te waarborgen.

Afdeling 1: Gemeenschappelijke bepalingen inzake het stroomlijnen van milieubeoordelingen 

Artikel 3: Centraal milieucontactpunt 

Deze bepaling regelt de oprichting van centrale milieucontactpunten.

Bij voorgaande en lopende initiatieven is geprobeerd de lidstaten te verplichten een “centraal contactpunt” op te richten en sommige lidstaten hebben dit contactpunt mogelijk al op eigen initiatief opgericht om projectontwikkelaars in de gelegenheid te stellen het vergunningsproces in zijn geheel te faciliteren en coördineren. Voor zover die initiatieven nog niet tot een dergelijk centraal contactpunt voor het algehele vergunningsproces hebben geleid, wordt met dit voorstel een centraal milieucontactpunt ingesteld voor alle milieubeoordelingen met betrekking tot een project.

Artikel 4: Stroomlijnen van milieubeoordelingsprocedures 

Deze bepaling heeft als doel om de verschillende milieubeoordelingsprocedures te stroomlijnen die op grond van de EU-wetgeving voor eenzelfde plan, programma of project vereist kunnen zijn.

Deze bepaling zorgt ervoor dat lidstaten in geval van plannen, programma’s of projecten waarvoor op grond van zowel Richtlijn 2001/42/EG als Richtlijn 2011/92/EU, Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 2000/60/EG een verplichting geldt om een milieueffectbeoordeling of vooronderzoek uit te voeren, gecoördineerde of gezamenlijke procedures toepassen waarbij aan alle eisen die in die wetgevingshandelingen van de Unie zijn gesteld, wordt voldaan.

Dit komt tegemoet aan de zorgen van belanghebbenden dat de vergunningsprocedures van de lidstaten een zeer verschillende duur hebben doordat sommige lidstaten milieubeoordelingsprocedures zo veel mogelijk combineren terwijl in andere lidstaten pas aan de volgende beoordelingsprocedure mag worden begonnen als de vorige is afgerond.

Artikel 5: Wijzigingen in projecten 

Deze bepaling verduidelijkt wanneer voor wijzigingen in projecten een milieueffectbeoordeling nodig is.

Artikel 6: Substantiële uitsluiting

Deze bepaling biedt lidstaten de mogelijkheid om gebruik te maken van substantiële uitsluiting in gerechtelijke procedures. Argumenten die in de administratieve fase niet zijn aangevoerd, kunnen in een gerechtelijke procedure worden uitgesloten, onverminderd het recht op toegang tot de rechter.

Artikel 7: Duur van het vooronderzoek en de milieubeoordelingen 

Deze bepaling beoogt de maximumtermijn voor effectbeoordelingen uit hoofde van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn en de richtlijn strategische milieueffectbeoordeling vast te stellen, om te beantwoorden aan het algemene verzoek om de milieubeoordelingen te versnellen.

Artikel 8: Beschermde soorten

Deze bepaling behelst dat incidentele schade die beschermde vogelsoorten en andere soorten lijden tijdens projectactiviteiten, niet geacht wordt opzettelijk te zijn toegebracht in de zin van Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG als er passende en evenredige verzachtende maatregelen zijn toegepast en de beste technologie in aanmerking is genomen, en houdt voor lidstaten de verplichting in om de effectiviteit te monitoren en maatregelen aan te passen om aanmerkelijke effecten op soortenpopulaties te voorkomen.

Artikel 9: Milieubeoordeling van grensoverschrijdende effecten

Deze bepaling stelt effectieve samenwerking tussen nationale autoriteiten bij het beoordelen van grensoverschrijdende milieueffecten verplicht voor plannen die besluiten van meerdere staten vergen, waarbij de Commissie als facilitator beschikbaar is voor gezamenlijke procedures.

Artikel 10: Online-toegankelijkheid van informatie en digitalisering van de milieubeoordelingen 

Deze bepaling heeft tot doel de effectbeoordelingsprocedures en het daarmee verband houdende gegevensbeheer volledig te digitaliseren. In de tussentijd moeten projectontwikkelaars hun aanvragen digitaal kunnen indienen.

Artikel 11: Administratiekosten van milieubeoordelingen 

Deze bepaling spoort lidstaten aan om de administratiekosten (heffingen) in verband met de milieubeoordelingen voor een bepaald project voor hun rekening te nemen teneinde de totale kosten voor projectontwikkelaars van de onder deze verordening vallende prioritaire projecten te drukken.

Artikel 12: Middelen en opleiding

Op grond van deze bepaling moeten lidstaten ervoor zorgen dat het centraal milieucontactpunt en de autoriteiten die betrokken zijn bij vooronderzoeken en milieubeoordelingen over voldoende personeel en middelen beschikken, met inbegrip van mogelijkheden voor bijscholing en omscholing, zodat ze de plichten die uit deze verordening en de gerelateerde richtlijnen voortvloeien doeltreffend kunnen vervullen. Deze bepaling is erop gericht de administratieve en technische capaciteit van de lidstaten te versterken om snelle en kwalitatief hoogwaardige milieubeoordelingen mogelijk te maken.

Artikel 13: Toepasselijkheid van het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties 

Deze bepaling is bedoeld om eraan te herinneren dat het publiek recht heeft op toegang tot milieu-informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter, in overeenstemming met het Verdrag van Aarhus 53 en het Verdrag van Espoo 54 .

Artikel 14: Instrumentarium voor strategische sectoren of categorieën

Deze bepaling heeft betrekking op een instrumentarium dat gebruikt kan worden voor strategische sectoren of categorieën, zoals uiteengezet in de bijlage.

Artikel 15: Kennisgeving van nationale uitvoeringsregels en -maatregelen 

Artikel 16: Inwerkingtreding en toepassing 

2025/0391 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake het versnellen van milieubeoordelingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 55 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 56 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De politieke beleidslijnen voor de ambtsperiode 2024-2029 van de Europese Commissie 57 bevatten een plan voor duurzame welvaart en concurrentievermogen van de Unie. Belangrijke prioriteiten daarin zijn ondernemen gemakkelijker maken en de eengemaakte markt verdiepen.

(2)De Unie heeft zich ertoe verbonden haar economie versneld te decarboniseren om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, dat wil zeggen een nettonuluitstoot of nettonuluitstoot na aftrek van de verwijderingen. Die doelstelling vormt de kern van de Europese Green Deal en strookt met de verbintenis van de Unie tot mondiale klimaatactie die de EU in het kader van de Overeenkomst van Parijs is aangegaan. 

(3)Tegelijkertijd luiden de bevindingen in het verslag-Draghi 58 uit 2024 dat langdurige en onzekere vergunningsprocedures een belemmering vormen bij de uitrol van kritieke projecten zoals nieuwe energievoorzieningen en elektriciteitsnetten. In de mededeling over de Clean Industrial Deal 59 wordt aangegeven dat deze de vergunningsprocedures moet versnellen, vooral voor de uitrol van elektriciteitsnetten, energieopslag en projecten op het gebied van hernieuwbare energie, projecten voor toegang tot energie voor de industrie en decarbonisatie van de industrie alsook productie van schone technologieën. Snellere vergunningsprocedures zijn onder meer noodzakelijk voor datacentrumprojecten, EuroHPC-supercomputerfaciliteiten, AI-fabrieken, AI-gigafabrieken en halfgeleiderprojecten. Daarnaast zijn ze nodig voor projecten in het kader van de digitale transitie, projecten in verband met de decarbonisatie van zee- en binnenhavens, luchthavens en spoorlijnen van het trans-Europese vervoersnetwerk. Een snellere vergunningverlening is ook nodig voor projecten die van kritiek belang zijn voor de voedselveiligheid in de Unie.

(4)Voor huishoudens die door marktresultaten en in het bijzonder marktfalen geen toegang tot betaalbare huisvesting hebben, moet betaalbare huisvesting beschikbaar zijn. Daartoe moet de betaalbaarheid van de huisvesting worden gemeten op basis van betrouwbare indicatoren zoals het percentage bovenmatige uitgaven voor huisvesting, de verhouding tussen huurlasten en inkomen, de verhouding tussen hypotheekaflossingen en inkomen, de verhouding tussen prijs en inkomen of hoeveel jaar inkomen nodig is om een huis te kopen. Energiekosten moeten worden beschouwd als deel van de totale huisvestingskosten, ten minste voor gebouwen met een lage energieprestatie.

(5)Om de milieubeoordelingsprocedures voor plannen, programma’s en projecten in alle sectoren van de economie te versnellen en te stroomlijnen, moet een gemeenschappelijk versnellingskader voor milieubeoordelingen worden ingesteld teneinde de uitrol van belangrijke technologieën te bevorderen, de afhankelijkheid te verminderen en het concurrentievermogen te versterken. Deze verordening voorziet in dat kader en bewaart tevens hetzelfde beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid en het milieu.

(6)Voor sommige sectoren zijn echter mogelijk nog snellere milieubeoordelingen nodig. Om de samenhang van het rechtskader voor milieubeoordelingen te waarborgen en toch rekening te houden met de behoefte aan aanvullende versnelling in bepaalde strategische sectoren, moet daarom worden voorzien in een speciaal instrumentarium dat in voorkomend geval van toepassing is en speciaal gericht is op decarbonisatie, efficiënt gebruik van hulpbronnen en veerkracht. Dit moet worden toegepast wanneer in bestaande sectorale wetgeving van de Unie, zoals die welke betrekking heeft op kritieke grondstoffen 60 , de nettonulindustrie 61 , halfgeleiders 62 en zee- en binnenhavens, luchthavens en spoorlijnen die deel uitmaken van het trans-Europese vervoersnetwerk 63 , of in toekomstige sectorale wetgeving van de Unie, strategische sectoren of projectcategorieën zijn gedefinieerd met het oog op een snellere vergunningverlening.

(7)Krachtens het Unierecht verplichte milieubeoordelingen zijn een integrerend onderdeel van de vergunnings- en planningsprocedures voor projecten en vormen een essentiële waarborg dat aanzienlijke milieueffecten worden voorkomen of tot een minimum worden beperkt, terwijl ze tevens zorgen voor transparantie en effectieve inspraak van het publiek bij besluitvormingsprocessen in verband met plannen, programma’s en projecten die waarschijnlijk een aanzienlijk effect op het milieu hebben.

(8)Overeenkomstig het voorzorgsbeginsel dat in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is vastgelegd, bieden milieubeoordelingen een consequent hoog niveau van milieubescherming en dragen ze ertoe bij dat milieuoverwegingen in de voorbereiding van plannen, programma’s en projecten worden meegenomen om het milieueffect ervan te beperken en ze duurzamer te maken en op die manier bij te dragen aan duurzame ontwikkeling.

(9)De vergunningsprocedure omvat alle relevante toestemmingen en vergunningen om een project te bouwen, uit te breiden, om te bouwen of uit te voeren, met inbegrip van de desbetreffende milieubeoordelingen, voor zover van toepassing voor elk specifiek project, en in het bijzonder wat betreft water, bodem, lucht, ecosystemen, habitats en biodiversiteit. Milieubeoordelingen omvatten alle relevante beoordelingsprocedures die volgens het milieurecht van de Unie zijn vereist en verschaffen besluitvormers en het publiek de benodigde informatie over de milieueffecten van een plan, programma of project dat is uitgebracht of door de bevoegde autoriteit moet worden goedgekeurd.

(10)Om ervoor te zorgen dat milieubeoordelingen, als onderdeel van de algehele vergunningsprocedure, sneller, effectiever en kostenefficiënter worden, moeten maatregelen worden genomen die deze beoordelingen kunnen versnellen en stroomlijnen, terwijl tevens een hoog niveau van milieubescherming in stand wordt gehouden, zoals bepaald in artikel 192, lid 1, van het Verdrag. 

(11)Wanneer zowel op grond van deze verordening als op grond van de Richtlijnen 2000/60/EG 64 , 2001/42/EG 65 , 2009/147/EG 66 en 2011/92/EU 67 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad 68 een verplichting geldt om een milieubeoordeling uit te voeren, moeten de lidstaten zorgen voor gecoördineerde en/of gezamenlijke procedures die aan de eisen van die richtlijnen voldoen om de effectiviteit van de beoordelingen te verbeteren, de administratieve complexiteit te verminderen en de economische efficiëntie te vergroten. Wanneer gecoördineerde of gezamenlijke procedures worden ingesteld, moeten de lidstaten een instantie aanwijzen die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de bijbehorende taken. Rekening houdend met de institutionele structuren en de specifieke organisatiekenmerken daarvan, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om meer dan één instantie aan te wijzen als ze dat nodig achten. 

(12)Overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad 69 moet in geval van een nieuwe installatie of een aanzienlijke wijziging waarop artikel 4 van Richtlijn 2011/92/EU van toepassing is, relevante informatie die is verkregen of conclusies die zijn genomen uit hoofde van Richtlijn 2011/92/EG onderzocht en gebruikt worden om een vergunning te verlenen op grond van Richtlijn 2010/75/EU.

(13)Deze verordening mag niet leiden tot wijziging van de criteria of voorwaarden waaronder een vooronderzoek of milieubeoordeling vereist is op grond van andere milieuwetgeving van de Unie, zoals de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/42/EG, 2009/147/EG en 2011/92/EU, en Richtlijn 92/43/EEG. Veeleer moet deze verordening voorzien in het benodigde rechtskader om de in die richtlijnen bepaalde procedures te combineren en versnellen. 

(14)Datacentrumprojecten, de bouw van supercomputerfaciliteiten in het kader van EuroHPC, AI-fabrieken en -gigafabrieken overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1732 70 en Verordening (EU) 2025/xxxx tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1173 inzake oprichting van EuroHPC, halfgeleiderprojecten, projecten op het gebied van betaalbare huisvesting en projecten in het kader van oplaadpunten voor elektrische voertuigen, vallen onder bijlage II bij Richtlijn 2011/92/EU. Voor projecten die onder die bijlage vallen, geldt geen verplichting tot het uitvoeren van een milieueffectbeoordeling. In plaats daarvan bepalen de lidstaten zelf, per individueel geval of door instelling van drempels of andere criteria, of voor die projecten een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd als het waarschijnlijk is dat ze een aanzienlijk effect op het milieu hebben.

(15)De lidstaten moeten een centraal milieucontactpunt voor milieubeoordelingen oprichten. In het licht van hun interne organisatie moeten de lidstaten kunnen kiezen of zij hun contactpunten op lokaal, regionaal of nationaal niveau of op enig ander relevant administratief niveau oprichten of aanwijzen. Bovendien moeten de betrokken bevoegde autoriteiten de vereisten en de omvang van de bij de ontwikkelaar op te vragen informatie aangeven en aan het centraal milieucontactpunt beschikbaar stellen. Het centraal milieucontactpunt heeft een coördinerende rol en moet als zodanig de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten faciliteren. 

(16)Om ondernemingen en ontwikkelaars in staat te stellen rechtstreeks te profiteren van de voordelen van de interne markt, ook voor grensoverschrijdende projecten, zonder hen onnodig extra administratief te belasten, voorziet Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad 71 , waarbij één digitale toegangspoort is opgericht, in algemene regels voor het online verstrekken van informatie, procedures en ondersteunende diensten die relevant zijn voor de werking van de interne markt. Centrale contactpunten die overeenkomstig die verordening zijn opgericht of aangewezen, staan op de lijst met diensten voor ondersteuning en probleemoplossing in bijlage III bij die verordening. Voor de toepassing van deze verordening moeten de lidstaten centrale contactpunten kunnen aanwijzen die samenvallen met het centrale contactpunt dat overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1724 is aangewezen. 

(17)Om de snelheid, effectiviteit en kostenefficiëntie van de krachtens het Unierecht vereiste milieubeoordelingsprocedures te vergroten en de administratieve lasten te verlagen, moeten milieubeoordelingen zo veel mogelijk worden gecombineerd, rekening houdend met de specifieke organisatorische kenmerken van de lidstaten. Het feit dat beoordelingen worden gecombineerd, mag geen invloed hebben op de inhoud of kwaliteit ervan. Gecombineerde beoordelingen worden uitgevoerd op een manier die geen verlenging van de in deze verordening bedoelde termijnen tot gevolg heeft.

(18)Het coördineren of samenvoegen van de milieubeoordelingsprocedures voor een plan, programma of project is bedoeld om overlappingen en redundantie te voorkomen, maar ook om synergieën ten volle te benutten en de tijd die nodig is voor goedkeuring te beperken. Wanneer zulke gecoördineerde of samengevoegde procedures worden uitgevoerd, met name wanneer dat gebeurt overeenkomstig de Richtlijnen 2001/42/EG en 2011/92/EU, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de procedurele stappen van de milieubeoordelingen, waaronder de reikwijdtebepaling, het opstellen van een milieueffectbeoordelingsverslag, het houden van raadplegingen en de uitgifte van een gemotiveerde conclusie over de milieueffecten, worden gecombineerd.

(19)In voorkomend geval moeten de bevoegde autoriteiten en het centraal milieucontactpunt samenwerken en hun inspanningen met betrekking tot de vooronderzoeks- en milieubeoordelingsprocedures op nationaal en Unieniveau coördineren. Die samenwerking en coördinatie moeten gericht zijn op het waarborgen van gemeenschappelijke prioriteiten en het begrijpen van het verband tussen plannen, programma’s en projecten en de gevolgen die deze hebben voor het milieu; het uitwisselen van informatie voor strategische en operationele doeleinden, binnen de grenzen van het toepasselijk Unierecht en het nationaal recht; het verbeteren van het overleg tussen de betrokken autoriteiten; het uitwisselen van beste praktijken; en het doorontwikkelen van digitale instrumenten om milieubeoordelingen doeltreffender te maken, ook in een grensoverschrijdende context. De mechanismen voor samenwerking en coördinatie kunnen verwezenlijkt worden in de vorm van gespecialiseerde coördinerende instanties, memoranda van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten, gezamenlijke scholingsactiviteiten of een andere geschikte vorm van samenwerking en coördinatie die door de lidstaten wordt vastgesteld.

(20)Om het besluitvormingsproces te stroomlijnen en zowel het betrokken publiek als de instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied of lokale en regionale bevoegdheden met het plan, programma of project te maken kunnen krijgen doeltreffend en tijdig te raadplegen, moeten deze raadplegingen gelijktijdig worden gehouden. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat deze raadplegingen zo doeltreffend mogelijk worden gehouden. De lidstaten mogen niet uitdrukkelijk en in het algemeen verlangen dat de instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied of lokale en regionale bevoegdheden met het project te maken kunnen krijgen eerder worden geraadpleegd dan het betrokken publiek. Tevens moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het betrokken publiek wordt geraadpleegd over alle essentiële elementen van een plan, programma of project dat een aanzienlijk effect op het milieu of de menselijke gezondheid kan hebben. 

(21)Om overlappingen en redundantie te voorkomen en tevens synergieën ten volle te benutten, de tijd die nodig is voor goedkeuring te beperken en de efficiëntie van gegevensvergaring te maximaliseren, is het passend dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de resultaten van andere relevante milieubeoordelingen die op grond van nationale of Uniewetgeving ter voorbereiding van het milieuverslag voor een bepaald project zijn uitgevoerd, binnen een redelijke termijn en voldoende vroeg in het proces aan de ontwikkelaar beschikbaar stellen, vooral met het oog op een beoordeling van redelijke alternatieven, als die beschikbaar zijn. 

(22)Hoewel het Hof van Justitie van de Europese Unie steeds gesteld heeft dat uit de tekst van Richtlijn 2011/92/EU kan worden afgeleid dat deze richtlijn een ruime werkingssfeer en een breed doel heeft 72 , is het Hof tevens van oordeel dat die richtlijn zo moet worden uitgelegd dat niet elk project dat een aanzienlijk milieueffect kan hebben aan de beoordelingsprocedure waarin deze richtlijn voorziet wordt onderworpen, maar alleen de projecten die in de bijlagen I en II bij deze richtlijn 73 worden genoemd. Met name stelt het Hof dat bepaalde uitbreidingen van projecten die onder de bijlagen I en II bij die richtlijn vallen, als zodanig niet onder de in die bepalingen 74 genoemde projectcategorieën vallen.

(23)Het is belangrijk dat juridische vraagstukken onverwijld worden opgelost terwijl de toegang tot de rechter in milieukwesties in stand blijft. Lange procedures leiden tot hogere proceskosten, waardoor de financiële last voor de partijen bij een proces toeneemt. Ook kunnen projecten en andere economische activiteiten die uiteindelijk rechtmatig bevonden worden, erdoor vertraagd worden. Een snelle doorlooptijd van procedures is daarom in het belang van alle maatschappelijke actoren, waaronder zowel marktdeelnemers als aanvragers die het milieubelang in administratieve en gerechtelijke procedures vertegenwoordigen.

(24)Om een hoog niveau van milieubescherming, rechtszekerheid en administratieve efficiëntie te waarborgen, moeten de lidstaten in hun nationale systeem kunnen eisen dat alle relevant argumenten worden aangevoerd in de administratieve fase van de procedure die tot de goedkeuring van een project leidt, voorafgaand aan een mogelijke rechterlijke toetsing, zodat de bevoegde autoriteiten ze tijdens de besluitvorming kunnen behandelen teneinde buitensporige vertraging van het vergunningsproces te voorkomen, onverminderd het recht op toegang tot de rechter.

(25)Naar aanleiding van de ministeriële verklaring inzake e-overheid van 2017 (de verklaring van Tallinn) en de verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium van 2023, en overeenkomstig de mededeling van de Commissie over uitvoering en vereenvoudiging “Een eenvoudiger en sneller Europa” 75 van 2025, zorgt de Commissie in samenwerking met nationale, regionale en lokale autoriteiten en de betrokken agentschappen van de Unie voor een verdere integratie van het eenmaligheidsbeginsel en van het beginsel “standaard digitaal”, door middel van de Europese portemonnee voor digitale identiteit en de Europese digitale portemonnee voor ondernemingen, om de rapportagelast en de nalevingskosten te verlichten. Digitale overheidsdiensten met grensoverschrijdende gegevensuitwisseling vallen onder Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad 76 , terwijl het Europese interoperabiliteitskader de grensoverschrijdende uitwisseling van gegevens vergemakkelijkt. Autoriteiten die onder het toepassingsgebied van die verordening vallen, moeten voor milieubeoordelingen geleidelijk een volledig gedigitaliseerde procedure opzetten die zich ook uitstrekt tot het indienen van aanvragen en de online-toegankelijkheid van informatie.

(26)Om de nalevingskosten van milieuverplichtingen voor projectontwikkelaars te drukken, moeten lidstaten worden aangespoord om de administratiekosten (heffingen) in verband met de milieubeoordelingen van een bepaald project te dragen, vooral als het kleine ontwikkelaars betreft. De voorbereidingskosten van milieubeoordelingsverslagen moeten wel nog door de projectonwikkelaar worden gedragen. Deze aan de lidstaten geboden mogelijkheid moet de praktische toepassing van de Uniewetgeving door kleine ontwikkelaars vergemakkelijken en het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de economie van de Unie versterken.

(27)Die kleine ontwikkelaars kunnen in verschillende categorieën vallen, zoals kleine midcapondernemingen als gedefinieerd in Aanbeveling (EU) 2025/1099 van de Commissie 77 of kleine en middelgrote ondernemingen als gedefinieerd in Aanbeveling 361/2003/EG van de Commissie 78 .

(28)Om te waarborgen dat de taken die op grond van deze verordening aan de autoriteiten worden toegewezen met voldoende hoge kwaliteit worden uitgevoerd, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het centraal milieucontactpunt en alle bevoegde autoriteiten die voor de stappen van de vooronderzoeks- en milieubeoordelingsprocedure, inclusief alle procedurele stappen, verantwoordelijk zijn, over voldoende bevoegd personeel en voldoende financiële, technische en technologische middelen beschikken. 

(29)Weliswaar is het cruciaal dat procedures gestroomlijnd en vereenvoudigd worden, maar het is net zo belangrijk dat de milieunormen worden nageleefd, met inbegrip van die welke uit het internationaal recht voortvloeien, zoals de verplichtingen krachtens het Verdrag van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN/ECE) betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998, en krachtens het VN/ECE-Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend te Espoo op 25 februari 1991, en het daaraan gehechte Protocol inzake strategische milieubeoordeling, ondertekend te Kyiv op 21 mei 2003

(30)Om ontwikkelaars en investeerders de zekerheid en duidelijkheid te bieden die nodig zijn om meer projecten te ontwikkelen, moeten de lidstaten waarborgen dat de milieubeoordelingsprocedure voor dergelijke projecten niet langer duurt dan de vastgestelde termijnen. Om de ontwikkeling van projecten sneller te laten verlopen, moeten duidelijke termijnen worden gesteld aan de besluiten die de bevoegde autoriteiten in de loop van de milieubeoordelingsprocedure moeten nemen in geval van een volledige toepassing. De tijd die aan de bouwfase van het project wordt besteed, mag niet in die termijnen worden meegeteld, behalve wanneer deze samenvalt met andere administratieve stappen van de milieubeoordelingsprocedure. In uitzonderlijke gevallen die verband houden met de aard, complexiteit, locatie of omvang van het voorgestelde project, moeten de lidstaten de termijnen kunnen verlengen. Dergelijke uitzonderlijke gevallen kunnen onvoorziene omstandigheden omvatten die het nodig maken de milieubeoordelingen voor het project uit te breiden of aan te vullen. 

(31)De eerste stap van de milieuefectbeoordeling overeenkomstig Richtlijn 2011/92/EU bestaat uit het opstellen van een milieueffectbeoordelingsverslag en wordt vaak overwegend door de projectontwikkelaar uitgevoerd. Die stap mag daarom niet in de in deze verordening gedefinieerde termijnen worden meegenomen.

(32)Nadat het betrokken publiek, de lokale, regionale en andere instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied betrokken kunnen raken en, in voorkomend geval, andere lidstaten zijn geraadpleegd, moeten de bevoegde autoriteiten bevestigen dat de door de projectontwikkelaar verstrekte informatie volledig is.   Voordat deze bevestiging wordt gegeven, moeten de bevoegde autoriteiten aanvullende informatie kunnen opvragen om een gefundeerd besluit over de milieueffecten van het project te kunnen nemen. Na de bevestiging wordt de ontwikkelaar niet meer gevraagd nieuwe informatie in te dienen, tenzij zich specifieke omstandigheden voordoen. 

(33)Om de uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten en ontwikkelaars te vereenvoudigen en te harmoniseren, moet ervoor worden gezorgd dat die uitwisseling kan plaatsvinden door middel van de bij [OP please add - Proposal for a Regulation on the establishment of European Business Wallets] ingestelde Europese digitale portemonnee voor ondernemingen, omdat die voorziet in een veilig, gestandaardiseerd en interoperabel platform waarop ontwikkelaars met bevoegde autoriteiten kunnen interageren om de benodigde informatie efficiënter en effectiever in te dienen met een hoog niveau van gegevensbescherming, cyberveiligheid en informatie-integriteit.

(34)De bouw, exploitatie en buitengebruikstelling van projecten kan leiden tot het incidenteel doden of verstoren van vogelsoorten die beschermd zijn krachtens Richtlijn 2009/147/EG en andere soorten die beschermd zijn krachtens Richtlijn 92/43/EEG. De mate van de doding of verstoring kan verschillen afhankelijk van het type en de opzet van het project, het ecologisch belang van het gebied voor de soort en de aanwezigheid van de soort in het betrokken gebied. In dergelijke projecten moeten echter passende verzachtende maatregelen en het gebruik van de beste beschikbare technologieën worden opgenomen om die nadelige effecten tot een onbeduidend niveau te verminderen.

(35)Verzachtende maatregelen moeten passend en evenredig zijn en op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens waarborgen dat de eventuele resteffecten geen nadelige invloed op de betrokken soort hebben. De mate van verzachting moet dan ook overeenkomen met de risicograad en de kwetsbaarheid van de soort, maar niet verder gaan dan wat nodig is om die doelstelling te bereiken. Weliswaar moeten ook de kosten van de verzachtende maatregelen als onderdeel van de evenredigheidsbeoordeling in aanmerking worden genomen, maar economische factoren alleen mogen geen reden zijn om de noodzakelijke maatregelen achterwege te laten, noch mogen ze dienen als grond om doeltreffende verzachting af te wijzen.

(36)Wanneer moet worden vastgesteld of projecten onder de bepaling inzake het beoordelen van hoger openbaar belang ingevolge deze verordening vallen, moet de aandacht in het bijzonder uitgaan naar de strategische aard van die projecten, of ze bijdragen tot het behalen van de decarbonisatiedoelstellingen, een efficiënt gebruik van hulpbronnen en het vergroten van de veerkracht en in hoeverre ze al dan niet een aanzienlijk effect op het milieu hebben. In de aankomende verordening inzake circulaire economie moeten projecten die betrekking hebben op preventie, gescheiden inzameling, hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling van afval ook als strategisch worden gedefinieerd, aangezien ze een belangrijke bijdrage aan de circulaire economie leveren. Daarnaast moeten projecten die betrekking hebben op de decarbonisatie van energie-intensieve industrieën en projecten die in industriële acceleratiegebieden plaatsvinden in de aankomende wetgeving voor een industrieaccelerator eveneens als strategisch worden aangemerkt, gezien het belang van die projecten voor de veerkracht en decarbonisatie.

(37)Er zijn voorspelbare, eenvoudigere en snellere milieubeoordelingsprocedures als onderdeel van de algehele nationale vergunningsprocedures nodig om de investeringszekerheid te kunnen bieden die nodig is voor een doeltreffende projectontwikkeling, iets wat in de huidige omstandigheden vooral belangrijk is in bepaalde sectoren van de economie. Als onderdeel van het instrumentarium en overeenkomstig deze verordening kan sectorale wetgeving van de Unie daarom ook bepalen dat plannen, programma’s en projecten in bepaalde sectoren of categorieën als urgent op nationaal niveau beschouwd moeten worden en om die reden prioriteit moeten krijgen voor zover het nationale recht in dergelijke spoedprocedures voorziet, in alle gerechtelijke en geschillenbeslechtingsprocedures die erop betrekking hebben, waarbij de toegang tot de rechter en het recht op verweer gewaarborgd zijn.

(38)Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend zodat ze kan vaststellen welke projecten van strategisch belang zijn voor de bouw en renovatie van betaalbare woongebouwen of sociale huisvesting en de voor die gebouwen benodigde infrastructuur.

(39)Sommige bepalingen van deze verordening lenen zich niet voor onmiddellijke toepassing nadat ze in werking is getreden. Dit geldt voor verordeningen die de lidstaten ertoe verplichten nieuwe procedures in te stellen, zoals het aanwijzen van centrale milieucontactpunten of het opzetten van centrale portalen voor milieuverslagen en gegevens die voortkomen uit milieubeoordelingen en vooronderzoeksprocedures. Daarom moet de toepassing van die bepalingen tot een later moment dan de inwerkingtreding van deze verordening worden uitgesteld.

(40)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van de maatregelen die erin bepaald zijn beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op milieubeoordelingen en vooronderzoeken van plannen, programma’s en projecten die binnen het toepassingsgebied van de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/42/EG, 2009/147/EG 2011/92/EU en 92/43/EEG vallen. 

Artikel 2

Definities

1.Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities van de Richtlijnen 2001/42/EG en 2011/92/EU van toepassing, behalve wanneer een term in die richtlijnen anders is gedefinieerd dan in deze verordening.

2.Daarnaast zijn de volgende definities van toepassing: 

a)Een “gemotiveerde conclusie” is de conclusie of het besluit waarmee de bevoegde autoriteit haar onderzoek naar de milieueffecten van een project afsluit. 

b)Met “reikwijdtebepaling” wordt de procedure bedoeld die de bevoegde autoriteit moet uitvoeren om de reikwijdte en het detailniveau te bepalen van de milieu-informatie die in de vorm van een milieubeoordelingsverslag voor het plan, programma of project moet worden verstrekt.

c)Een “vooronderzoek” is de procedure die de bevoegde autoriteit moet uitvoeren om te bepalen of plannen, programma’s of projecten aan een milieubeoordeling onderworpen moeten worden omdat ze waarschijnlijk aanzienlijke effecten op het milieu hebben. 

HOOFDSTUK II

Gemeenschappelijke bepalingen inzake het stroomlijnen van milieubeoordelingen

Artikel 3

Centraal milieucontactpunt

1.Uiterlijk op [OP please insert – 6 months after the entry into force of this Regulation] moeten de lidstaten centrale milieucontactpunten oprichten of aanwijzen op het desbetreffende niveau voor milieubeoordelingen. Elk centraal contactpunt is verantwoordelijk voor het faciliteren en coördineren van alle aspecten van de milieubeoordelingen overeenkomstig deze verordening, inclusief het verstrekken van informatie over wanneer een aanvraag wordt geacht te zijn afgerond overeenkomstig artikel 7 van deze verordening. 

2.Wanneer krachtens andere nationale of Uniewetgeving een centraal contactpunt vereist is voor een algehele vergunningsprocedure, is het in lid 1 genoemde contactpunt hetzelfde als het contactpunt dat voor die algehele vergunningsprocedure wordt opgericht. 

3.De lidstaten zorgen voor instrumenten om ontwikkelaars te helpen het juiste opgerichte of aangewezen contactpunt te bepalen op het onlineportaal dat overeenkomstig artikel 10 is opgezet. 

4.Het centraal milieucontactpunt dat overeenkomstig lid 1 is opgericht of aangewezen, is het enige contactpunt voor de ontwikkelaar met betrekking tot de milieubeoordeling op grond van deze verordening. Het coördineert en faciliteert de indiening van alle relevante documenten en informatie en stelt de projectpromotor in kennis van het resultaat van het raambesluit. 

Artikel 4

Stroomlijnen van milieubeoordelingsprocedures

1.In het geval van plannen, programma’s of projecten waarvoor de verplichting om een milieueffectbeoordeling of een vooronderzoek uit te voeren tegelijkertijd uit twee of meer van de in artikel 1, lid 1, genoemde richtlijnen voortvloeit, stellen de lidstaten een gecoördineerde of gezamenlijke procedure op die aan alle eisen van die richtlijnen voldoet.

In het kader van de in de eerste alinea bedoelde gecoördineerde procedure coördineert een bevoegde autoriteit de verschillende door de relevante richtlijnen vereiste afzonderlijke beoordelingen van de milieueffecten van een bepaald plan, programma of project.

In het kader van de in de eerste alinea bedoelde gezamenlijke procedure voorziet een bevoegde autoriteit in één enkele beoordeling van de milieueffecten van een bepaald plan, programma of project, zoals vereist door de relevante richtlijnen.

2.De lidstaten stellen voor alle bevoegde autoriteiten die bij milieubeoordelingen of vooronderzoeken van plannen, programma’s of projecten zijn betrokken passende coördinatie- en samenwerkingsmechanismen op strategisch en projectniveau in. Wanneer voor een plan, programma of project een gecoördineerde beoordelingsprocedure moet worden uitgevoerd op grond van zowel Richtlijn 2001/42/EG als Richtlijn 2011/92/EU, worden de procedurele stappen van die beide richtlijnen gecombineerd.

3.In het geval van plannen, programma’s of projecten waarvoor de verplichting om een milieueffectbeoordeling uit te voeren tegelijkertijd uit twee of meer van de in artikel 1, lid 1, genoemde richtlijnen voortvloeit, brengen de lidstaten één enkel advies uit met betrekking tot de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die in het milieubeoordelingsverslag moet worden opgenomen. 

4.Tijdens de milieubesluitvormingsprocedure met betrekking tot een plan, programma of project dat overeenkomstig lid 1 aan een beoordeling moet worden onderworpen, raadplegen de bevoegde autoriteiten het betrokken publiek tegelijkertijd met de in artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2001/42/EG en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2011/92/EU bedoelde instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied of lokale en regionale bevoegdheden met het project te maken kunnen krijgen. 

5.De lidstaten zorgen ervoor dat de resultaten van andere relevante milieubeoordelingen ingevolge nationale of Uniewetgeving binnen een redelijke termijn en met inachtneming van de beperkingen met betrekking tot de commerciële en industriële vertrouwelijkheid, met inbegrip van intellectuele eigendom, gegevensbescherming en bescherming van het publiek belang, aan ontwikkelaars beschikbaar worden gesteld om de milieuverslagen als bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2011/92/EU op te stellen. Bij het opstellen van een milieubeoordelingsverslag moet de ontwikkelaar van een project gebruik kunnen maken van gegevens of informatie van maximaal vijf jaar oud, mits de gegevens die in het verslag worden verwerkt, in voorkomend geval, betrekking hebben op de gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden, er geen recentere gegevens beschikbaar zijn en de milieuomstandigheden waarin de gegevens zijn verzameld niet wezenlijk zijn veranderd op een manier die de milieueffectbeoordeling kan beïnvloeden.

Artikel 5

Wijzigingen in projecten

1.Bij wijzigingen of uitbreidingen van projecten, zoals herbestemming van pijpleidingen of industrieterreinen, en uitbreiding van de exploitatieperiode ervan en wijzigingen om decarbonisatie te waarborgen, hoeft door de bevoegde autoriteiten alleen een vooronderzoek te worden uitgevoerd om vast te stellen of ze aanzienlijk effect op het milieu hebben. Voor die veranderingen of uitbreidingen hoeft alleen een milieubeoordeling te worden uitgevoerd wanneer ze omvangrijke werkzaamheden met zich meebrengen waarvan de milieueffecten gelijk aan of groter dan die van het oorspronkelijke project zijn.

2.Bij wijzigingen of uitbreidingen van projecten die een aanzienlijk milieueffect in een andere lidstaat kunnen hebben, of wanneer een lidstaat die waarschijnlijk aanzienlijke gevolgen zal ondervinden hierom verzoekt, zorgt de lidstaat op het grondgebied waarvan men het project wil uitvoeren ervoor dat artikel 7 van Richtlijn 2011/92/EU wordt toegepast.

Artikel 6

Substantiële uitsluiting

In het kader van gerechtelijke procedures met betrekking tot milieubeoordelingen in de zin van deze verordening kunnen de lidstaten argumenten die in de administratieve fase niet zijn aangevoerd, uitsluiten van een gerechtelijke procedure, mits de bevoegde autoriteit de benodigde informatie tijdig ter beschikking heeft gesteld en die argumenten in de administratieve fase voorafgaand aan de vergunningverlening voor het project dus bekend waren of hadden kunnen zijn en in de administratieve fase hadden kunnen worden meegenomen, onverminderd het recht op toegang tot de rechter. 

Artikel 7

Duur van het vooronderzoek en de milieubeoordelingen

1.Wanneer een project binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/92/EU valt, waarborgen de lidstaten dat:

a)de bevoegde autoriteiten het vooronderzoek van projecten waarvoor een vooronderzoek verplicht is, uitvoeren binnen een periode van maximaal 60 dagen vanaf de datum waarop de ontwikkelaar alle vereiste informatie heeft ingediend; de termijn voor wijzigingen of uitbreidingen van projecten zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening maximaal 45 dagen bedraagt;

b)de bevoegde autoriteit bij projecten waarvoor een milieubeoordeling moet worden uitgevoerd binnen een periode van maximaal 30 dagen vanaf de datum waarop de ontwikkelaar zijn verzoek om een advies heeft ingediend een advies uitbrengt met betrekking tot de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die in het milieubeoordelingsverslag moet worden opgenomen;

c)de termijn voor raadpleging van het betrokken publiek over het in punt b) bedoelde milieuverslag tussen 30 en 90 dagen bedraagt; 

d)de bevoegde autoriteit binnen 30 dagen na afloop van de respectieve raadplegingen uit hoofde van de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2011/92/EU bevestigt dat de door de ontwikkelaar aangeleverde informatie die nodig is om een gefundeerd besluit over de milieueffecten van het project te nemen volledig is.  Deze informatie omvat de benodigde informatie die uit hoofde van de artikelen 5, 6 en 7 van Richtlijn 2011/92/EU is verzameld, met inbegrip van, in voorkomend geval, specifieke beoordelingen die krachtens andere Uniewetgeving moeten worden uitgevoerd.

Als de bevoegde autoriteit voordat de termijn van 30 dagen is afgelopen van mening is dat ze niet over alle informatie beschikt die nodig is om het gefundeerde besluit te nemen, moet de ontwikkelaar die informatie binnen een redelijke termijn indienen. Na de in dit punt genoemde bevestiging van volledigheid wordt de ontwikkelaar niet meer gevraagd nieuwe informatie te verstrekken, tenzij dit naar behoren gerechtvaardigd is.

e)de bevoegde autoriteit uiterlijk 90 dagen na de in punt d) genoemde bevestiging van volledigheid een gemotiveerde conclusie uitbrengt met betrekking tot de milieubeoordeling van het project.

De in dit lid genoemde termijnen zijn ook van toepassing in geval van gezamenlijke of gecoördineerde procedures waarbij de milieueffectbeoordeling van een project op grond van Richtlijn 2011/92/EU wordt gecombineerd met beoordelingen op grond van Richtlijn 92/43/EEG, 2000/60/EG of 2009/147/EG.

In uitzonderlijke gevallen waarin de aard, complexiteit, locatie of omvang van het voorgestelde project dit verlangt, kan de bevoegde autoriteit de in dit lid genoemde termijnen met maximaal 30 dagen verlengen. In dat geval stelt de bevoegde autoriteit de ontwikkelaar onverwijld schriftelijk in kennis van de redenen van het uitstel en van de datum waarop de respectieve administratieve handeling wordt verwacht.

2.Wanneer een plan of programma binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2001/42/EG valt, waarborgen de lidstaten dat: 

a)de bevoegde autoriteiten het vooronderzoek uit hoofde van artikel 3, lid 5, van die richtlijn uitvoeren en de resultaten ervan binnen 90 dagen publiceren;

b)de bevoegde autoriteiten de reikwijdtebepaling overeenkomstig artikel 5, lid 3, van die richtlijn uitvoeren en de resultaten ervan binnen 40 dagen publiceren;

c)de termijn voor raadpleging van het betrokken publiek over het in artikel 5 van die richtlijn bedoelde milieuverslag tussen 30 en 60 dagen bedraagt;

d)de bevoegde autoriteiten het milieuverslag uit hoofde van artikel 5, lid 1, van die richtlijn binnen 7 maanden vanaf de dag waarop de op grond van die richtlijn vereiste informatie aan hen is verstrekt en de uit hoofde van die richtlijn vereiste raadplegingen zijn afgerond, beëindigen en publiceren.

De in dit lid genoemde termijnen zijn ook van toepassing in geval van gezamenlijke of gecoördineerde procedures waarbij de milieueffectbeoordeling van een plan of programma op grond van Richtlijn 2001/42/EG wordt gecombineerd met beoordelingen op grond van Richtlijn 92/43/EEG, 2000/60/EG of 2009/147/EG.

In uitzonderlijke gevallen waarin de aard, complexiteit, locatie of omvang van het voorgestelde plan of programma dit verlangen, kan de bevoegde autoriteit de in de eerste alinea genoemde termijnen met maximaal 30 dagen verlengen. In dat geval stelt de bevoegde autoriteit de instantie die het plan of programma ontwikkelt onverwijld schriftelijk in kennis van de redenen van het uitstel en van de datum waarop de respectieve administratieve handeling wordt verwacht. 

3.Wanneer voor een plan, programma of project een gezamenlijke of gecoördineerde beoordelingsprocedure moet worden uitgevoerd op grond van zowel Richtlijn 2001/42/EG als Richtlijn 2011/92/EU, gelden de in lid 1 bedoelde termijnen. 

4.Wanneer in andere wetgeving van de Unie kortere termijnen zijn bepaald dan die welke genoemd zijn in de leden 1 en 2 van dit artikel, zijn die kortere termijnen van toepassing.

Wanneer in andere wetgeving van de EU termijnen voor de algehele vergunningsprocedure zijn bepaald die korter zijn dan de gecombineerde termijnen van de verschillende stappen van de milieubeoordelingsprocedure volgens lid 1 of 2 van dit artikel, is de kortste termijn voor de algehele vergunningsprocedure van toepassing.

5.De in dit artikel genoemde termijnen, met uitzondering van die welke genoemd zijn in lid 1, punt c), en lid 2, punt c), doen geen afbreuk aan kortere termijnen die door de lidstaten zijn ingesteld, aan verplichtingen die voortvloeien uit internationaal en Unierecht, en aan de rechten van natuurlijke en rechtspersonen op toegang tot administratieve of gerechtelijke procedures ter toetsing van de besluiten, het handelen of het verzuim van de bevoegde autoriteiten. 

Artikel 8

Beschermde soorten

Wanneer de uitvoering van plannen of de bouw, exploitatie of buitengebruikstelling van projecten leidt tot het incidenteel doden of verstoren van vogels die beschermd zijn krachtens Richtlijn 2009/147/EG of andere soorten die beschermd zijn krachtens Richtlijn 92/43/EEG, wordt die doding of verstoring niet als opzettelijk beschouwd in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2009/147/EG en artikel 12, lid 1, van Richtlijn 92/43/EEG, mits in het plan of project passende en evenredige verzachtende maatregelen zijn opgenomen en rekening is gehouden met de beste beschikbare technologieën om doding en verstoring te voorkomen.

Om vast te stellen of die verzachtende maatregelen passend en evenredig zijn om te voldoen aan artikel 5 van de vogelrichtlijn en artikel 12, lid 1, van de habitatrichtlijn, neemt de bevoegde autoriteit in aanmerking of ze waarborgen dat aanzienlijke nadelige effecten op de populatie van de betrokken soort worden vermeden, ondanks het feit dat individuele exemplaren van die soort wel negatieve effecten kunnen ondervinden. De lidstaten zorgen ervoor dat die maatregelen worden toegepast, dat de effectiviteit ervan wordt gemonitord en dat, in het licht van de verzamelde informatie, zo nodig verdere maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de populatie van de betrokken soort geen nadelige gevolgen ondervindt.

Artikel 9

Milieubeoordeling van grensoverschrijdende effecten

1.Als voor een plan, programma of plan dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt besluiten in twee of meer lidstaten moeten worden genomen, ondernemen de bevoegde nationale autoriteiten zelf alle stappen die nodig zijn om onderling efficiënt en effectief samen te werken en te communiceren. De lidstaten spannen zich in om met betrekking tot de milieubeoordeling van het plan, programma of project te voorzien in een gezamenlijke procedure en een centraal contactpunt. Op verzoek van de bij een plan, programma of project betrokken lidstaten treedt de Commissie op als facilitator om de samenwerking tussen de betrokken nationale bevoegde autoriteiten te ondersteunen en overeenstemming over de gezamenlijke procedure te vergemakkelijken.

2.Lid 1 doet geen afbreuk aan gedetailleerdere procedures, met inbegrip van grensoverschrijdende gezamenlijke procedures, uit andere wetgeving van de Unie die betrekking heeft op de samenwerking tussen autoriteiten inzake de milieubeoordeling van grensoverschrijdende effecten.

Artikel 10

Online-toegankelijkheid van informatie en digitalisering van de milieubeoordelingen

1.Vanaf [OP: please insert the date = six months after the date of entry into force of this Regulation] moeten ontwikkelaars alle informatie met betrekking tot milieubeoordelingen en vooronderzoeksprocedures elektronisch kunnen indienen. 

2.Vanaf [OP: please insert the date = six months after the date of entry into force of this Regulation] bieden de lidstaten ontwikkelaars en het publiek toegang tot de volgende informatie met betrekking tot plannen, programma’s of projecten, online en op gecentraliseerde en eenvoudig toegankelijke wijze:

a)de centrale milieucontactpunten als bedoeld in artikel 3;

b)de voortgang van de milieubeoordelingen en de vooronderzoeksprocedures, met inbegrip van de aanstaande stappen van de procedure en de termijnen van die stappen, alsook informatie over geschillenbeslechting;

3.De lidstaten zorgen ervoor dat verslagen en gegevens die voortkomen uit milieubeoordelingen en vooronderzoeksprocedures, gerelateerde besluiten en monitoring van milieueffecten en -procedures vanaf [OP: please insert the date = twelve months after the date of entry into force of this Regulation] via een centraal onlineportaal in digitale vorm voor het publiek beschikbaar komen en blijven, op een manier die verenigbaar is met de bewaring van bedrijfsgeheimen en de nationale of Unievoorschriften op het gebied van gegevensbescherming. Dat portaal zal gebaseerd zijn op een digitaal geografisch informatiesysteem en alle beschikbare gegevens over waarnemingen van soorten en andere geologische en milieugegevens bevatten. 

4.De lidstaten zorgen ervoor dat milieubeoordelings- en vooronderzoeksprocedures vanaf [OP: please insert the date = twenty-four months after the date of entry into force of this Regulation] volledig gedigitaliseerd zijn en dat gegevens en documenten die bij nationale overheidsinstanties berusten hergebruikt kunnen worden en door de lidstaten, ontwikkelaars en het publiek naadloos kunnen worden gedeeld. In voorkomend geval zijn die procedures interoperabel met de Europese portemonnee voor digitale identiteit en de Europese digitale portemonnee voor ondernemingen. Met ingang van die datum nemen de lidstaten ook de nodige maatregelen om de efficiëntie en effectiviteit van hun milieubeoordelings- en vooronderzoeksprocedures te verbeteren, onder meer door gebruik te maken van geautomatiseerde systemen. Deze geautomatiseerde systemen moeten aansluiten bij het relevante beleid van de Unie, voldoen aan de wetgeving inzake gegevensbescherming en privacy en beantwoorden aan de beginselen van transparantie en verantwoording, met inbegrip van menselijke besluitvorming.

Artikel 11

Administratiekosten van milieubeoordelingen

De lidstaten spannen zich in om ontwikkelaars die onder de definitie van kleine midcapondernemingen overeenkomstig Aanbeveling (EU) 2025/1099 of onder de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen overeenkomstig Aanbeveling 361/2003/EG vallen, geen kosten en vergoedingen in verband met milieubeoordelingen in rekening te brengen.

Artikel 12

Middelen en opleiding

De lidstaten zorgen ervoor dat het centraal milieucontactpunt en alle bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de verschillende stappen van de vooronderzoeks- en milieubeoordelingsprocedure, met inbegrip van alle procedurele stappen, beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel en voldoende financiële, technische en technologische middelen, waaronder, in voorkomend geval, middelen voor bij- en omscholing van personeel, om hun taken uit hoofde van deze verordening en de in artikel 1 genoemde richtlijnen doeltreffend te kunnen uitvoeren.

Artikel 13

Toepasselijkheid van het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties

Het publiek krijgt het recht op toegang tot milieu-informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter met betrekking tot de in artikel 1, lid 1, bedoelde plannen, programma’s of projecten overeenkomstig het Verdrag van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN/ECE) betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998, en krachtens het VN/ECE-Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend te Espoo op 25 februari 1991, en het daaraan gehechte Protocol inzake strategische milieubeoordeling, ondertekend te Kyiv op 21 mei 2003.

Artikel 14

Instrumentarium voor strategische sectoren of categorieën

De bepalingen in de bijlage zijn van toepassing wanneer in bestaande sectorale wetgeving van de Unie strategische sectoren of categorieën van strategische projecten zijn gedefinieerd en die wetgeving erop gericht is de vergunningsprocedure te versnellen, op voorwaarde dat die projecten een bijdrage leveren aan de veerkracht en decarbonisatie of een efficiënt gebruik van hulpbronnen.

De Commissie is bevoegd een uitvoeringshandeling vast te stellen om strategische projecten voor de bouw en renovatie van betaalbare woongebouwen of sociale huisvesting en de benodigde infrastructuur voor die gebouwen aan te wijzen. De bepalingen in de bijlage zijn op die projecten van toepassing.

2.De bepalingen in de bijlage zijn ook van toepassing op strategische sectoren of projectcategorieën die in naar deze verordening verwijzende toekomstige wetgeving van de Unie zijn gedefinieerd, mits die projecten een bijdrage leveren aan de veerkracht en decarbonisatie of een efficiënt gebruik van hulpbronnen.

Artikel 15

Kennisgeving van nationale uitvoeringsregels en -maatregelen 

Als de lidstaten regels en maatregelen voor de praktische uitvoering van deze verordening vaststellen, moeten ze de Commissie in kennis stellen van die regels en maatregelen en, onverwijld, van daaropvolgende wijzigingen die erop van invloed zijn. 

Artikel 16

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3, lid 1, en artikel 10 treden in werking op de datum die in die bepalingen is genoemd.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan5

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking6

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief7

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting7

2.BEHEERSMAATREGELEN8

2.1.Regels voor monitoring en rapportage8

2.2.Beheers- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden8

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF9

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven9

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten11

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten11

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting11

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten16

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten20

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten22

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting22

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten22

3.2.3.3.Totaal kredieten22

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften23

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting23

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten23

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften24

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen25

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader25

3.2.7.Bijdragen van derden26

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten26

4.Digitale dimensies27

4.1.Voorschriften met digitale relevantie27

4.2.Gegevens29

4.3.Digitale oplossingen31

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling33

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering34

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake het versnellen en stroomlijnen van milieubeoordelingen

1.2.Betrokken beleidsterreinen 

“Een Europese Green Deal”

“Een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk”

“Een sterker Europa in de wereld”

“Een industrieel plan voor de Green Deal”

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

Het algemene doel van deze verordening is het versnellen en stroomlijnen van milieubeoordelingen en het waarborgen van een hoge mate van samenhang tussen verschillende wetgevingshandelingen. Deze verordening is bedoeld om te voorzien in een gemeenschappelijk procedureel kader voor milieubeoordelingen door ervoor te zorgen dat alle milieubeoordelingen, als onderdeel van de algehele vergunningsprocedure, sneller, effectiever en kostenefficiënter worden.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

Specifieke doelstelling nr.

Deze verordening bevat maatregelen om te voldoen aan de specifieke doelstellingen voor het digitaliseren van milieubeoordelingen, het stellen van specifieke termijnen aan belangrijke stappen van procedures en het toekennen van prioriteit aan bepaalde strategische sectoren.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen.

Alle belanghebbenden, met inbegrip van investeerders en ontwikkelaars, hebben profijt van de kortere termijn van effectbeoordelingsprocedures als gevolg van de kortere, gezamenlijke of gecoördineerde beoordelingen die volledig digitaal plaatsvinden.

Overheidsinstellingen kunnen zich verlaten op digitalere en eenvoudigere procedures, ook in grensoverschrijdend verband.

Ook het publiek profiteert van eenvoudigere en digitalere procedures, met een minimumtermijn voor raadpleging van het publiek in het kader van planning.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

De duur van effectbeoordelingen zal naar verwachting afnemen op het niveau van de lidstaten, wat een verdere versnelling van de vergunningsprocedure met zich meebrengt.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 79  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Deze verordening moet volledig van toepassing zijn op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Wat bepaalde elementen van de verordening betreft, krijgen de lidstaten een zekere periode om de toepassing van de bepalingen betreffende het centraal milieucontactpunt en de digitalisering in gang te zetten.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)

Geen enkele lidstaat alleen is in staat om effectbeoordelingen doeltreffend te behandelen, vooral in grensoverschrijdend verband. De maatregelen van dit initiatief zouden niet zo doeltreffend zijn als ze door de lidstaten afzonderlijk werden geïmplementeerd, omdat de problemen waar ze op gericht zijn verband houden met de groene transitie, die gevolgen heeft voor de hele eengemaakte markt. Ze zijn niet beperkt tot afzonderlijke lidstaten of een groep van lidstaten, maar hebben betrekking op de hele EU. Bovendien zou een aanpak op het niveau van de lidstaten de interne markt verstoren en leiden tot een ongelijk speelveld met uiteenlopende regelgeving en bijgevolg nog meer administratieve rompslomp voor ontwikkelaars en investeerders. 

Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post)

Optreden van de EU is nodig om schaalvoordelen en toepassingsvoordelen te creëren en de fragmentatie van inspanningen en de daarmee gepaard gaande ondoelmatigheden te beperken of te voorkomen. Overeenkomstig deze redenering zijn de voorgestelde acties gericht op gebieden waar optreden op Unieniveau aantoonbare toegevoegde waarde biedt door de schaal, de snelheid en het toepassingsgebied van de vereiste inspanningen. Bijvoorbeeld:

- acties om voor alle lidstaten gecoördineerde of gezamenlijke procedures met uniforme, doelmatige termijnen in te stellen, ook om dubbele inspanningen te voorkomen;

- acties zoals digitalisering, opleiding en capaciteitsopbouw, zodat de lidstaten toegerust zijn en op koers liggen met betrekking tot de instrumenten en hulpmiddelen die nodig zijn om de ambitieuze doelstellingen voor het stroomlijnen van de effectbeoordelingsprocedures te verwezenlijken.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

In recent vastgestelde/voorgestelde sectorale wetgeving zijn maximumtermijnen voor de totale vergunningsprocedure vastgesteld. Verordening (EU) 2024/1252 voorziet in een gedifferentieerde termijn van 12 tot 27 maanden voor kritieke grondstoffen. Verordening (EU) 2024/1735 voorziet in een gedifferentieerde (verlengbare) termijn van 12 of 18 maanden. In Richtlijn (EU) 2023/2413 (stand van omzetting hier ) wordt onderscheid gemaakt tussen hernieuwbare-energieprojecten binnen of buiten “gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie”: binnen die gebieden twaalf maanden, daarbuiten twee jaar. Voor zover van toepassing omvatten deze termijnen normaliter milieubeoordelingen, waaronder die welke vereist zijn krachtens Richtlijn 2001/42/EG, Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, Richtlijn 2000/60/EG en Richtlijn 2010/75/EU. In de voorgestelde verordening zijn maximumtermijnen ingesteld voor de stappen van de milieubeoordelingen uit hoofde van Richtlijn 2001/42/EG, Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, Richtlijn 2000/60/EG en Richtlijn 2009/147/EG, volgens de logica en de oplossingen die aan de voormelde initiatieven ten grondslag liggen. 

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Er wordt vanuit gegaan dat er voor de begroting van de EU, en bijgevolg voor het meerjarig financieel kader (MFK), geen gevolgen zijn.

Bestaande financiële instrumenten kunnen echter van pas komen om de capaciteit te verbeteren en ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende middelen ter beschikking hebben om de vereiste doelstellingen van het voorstel te verwezenlijken. Ter illustratie volgen hier enkele voorbeelden van bronnen die ter ondersteuning op Europees en lidstaatniveau kunnen worden gebruikt:

— het aanwenden van de herstel- en veerkrachtfaciliteit door de lidstaten om bij te dragen aan de noodzakelijke investeringen;

— Horizon Europa;

— het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, en het Fonds voor een rechtvaardige transitie;

— de EFDO+-garantiefaciliteit;

— het NDICI (en met name de garantiefaciliteit en blendingfaciliteit van EFDO+) en het IPA (instrument voor pretoetredingssteun).

Het voorgestelde initiatief past in de context van een aantal Europese beleidslijnen en prioriteiten die recentelijk zijn aangekondigd:

— de industriële strategie;

— het herstelplan voor Europa;

— REPowerEU;

— de Green Deal;

Met onderzoek en innovatie in het kader van het voorgestelde Horizon Europa-programma, pijler II, cluster 4 (Digitaal, industrie en ruimtevaart) wordt getracht concreet bij te dragen tot drie overkoepelende beleidslijnen van de EU:

— Een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk;

— Een economie die werkt voor de mensen;

— een Europese Green Deal.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Niet van toepassing.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

publiekrechtelijke organen

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

Niet van toepassing.

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels voor monitoring en rapportage 

Niet van toepassing.

2.2.Beheers- en controlesystemen 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Niet van toepassing.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Niet van toepassing.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

Niet van toepassing.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Niet van toepassing.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

NIET VAN TOEPASSING — Er wordt aangenomen dat de bestaande beschikbare middelen van de Commissie toereikend zijn om de uitvoering van dit voorstel te monitoren.

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 80

van EVA-landen 81

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 82

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek van het meerjarig financieel
kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

 

 

 

 

 

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

voor DG <…….>

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

 

 

 

 

 

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

voor DG <…….>

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 

DG: ENV

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,188

0,188

0,376

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,008

0,008

0,016

TOTAAL DG ENV

Kredieten

0,000

0,000

0,196

0,196

0,392

DG: ENER

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,188

0,188

0,376

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,008

0,008

0,016

TOTAAL DG ENER

Kredieten

0,000

0,000

0,196

0,196

0,392

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: GROW

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,188

0,188

0,376

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,008

0,008

0,016

TOTAAL DG GROW

Kredieten

0,000

0,000

0,196

0,196

0,392

DG: CENCT

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,188

0,188

0,376

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,008

0,008

0,016

TOTAAL DG CNECT

Kredieten

0,000

0,000

0,196

0,196

0,392

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,784

0,784

1,568

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 83

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 84

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,752

0,752

1,504

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,032

0,032

0,064

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,784

0,784

1,568

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,716

0,716

1,432

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.3.3.Totaal kredieten

TOTAAL 
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,752

0,752

1,504

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,032

0,032

0,064

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,784

0,784

1,568

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,784

0,784

1,568

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het uitvoerende DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

4

4

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning 
[XX.01.YY.YY]

- hoofdkantoor

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

4

4

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- hoofdkantoor

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

4

4

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- hoofdkantoor

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

4

4

Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 7, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het uitvoerende DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere DG’s van de Commissie is herverdeeld. 

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten

4

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

*

Beschrijving van de taken uit te voeren door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Eén ambtenaar voor DG ENV, DG ENER, DG GROW en DG CNECT om de rol van facilitator te vervullen overeenkomstig artikel 7, lid 1.

Extern personeel

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.

De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.

De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 85

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

4.Digitale dimensies

In dit digitaal memorandum worden de voorschriften met digitale relevantie van het voorstel aangeduid en geanalyseerd. Overwegingen en bijlagen zijn uitgesloten. Alle verwijzingen hieronder verwijzen alleen naar de van kracht zijnde artikelen en alinea’s van het voorstel.

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Verwijzing naar voorschrift 

Beschrijving van voorschrift 

Betrokken actor(en) 

Processen op hoog niveau 

Categorieën 

Artikel 3, lid 3

 

 De lidstaten zorgen voor instrumenten om ontwikkelaars te helpen het juiste opgerichte of aangewezen contactpunt te bepalen op het onlineportaal dat overeenkomstig artikel 10 is opgezet.

 

 Lidstaten; Ontwikkelaars

 

 Informatieverstrekking

 

Digitale overheidsdienst; Digitale oplossing

 

Artikel 10, lid 1

 

 Ontwikkelaars moeten alle informatie met betrekking tot milieubeoordelingen en vooronderzoeksprocedures elektronisch kunnen indienen (zes maanden na inwerkingtreding).

 

 Ontwikkelaars; Bevoegde autoriteiten

 

 Elektronische indiening; Opname

 

 Digitale oplossing; Digitale overheidsdienst

 

Artikel 10, lid 2, punt a) en b)

 

De lidstaten bieden ontwikkelaars en het publiek toegang tot de volgende informatie met betrekking tot plannen, programma’s of projecten, online en op gecentraliseerde en eenvoudig toegankelijke wijze: a) de centrale milieucontactpunten als bedoeld in artikel 3; b) de voortgang van de milieubeoordelingen en de vooronderzoeksprocedure, met inbegrip van de volgende stappen van de procedure en de termijnen van die stappen, alsook informatie over geschillenbeslechting (zes maanden na inwerkingtreding).

 

 Lidstaten; Publiek; Ontwikkelaars

 

Online-informatieverstrekking; Transparantie

 

 Gegevens; Digitale oplossing; Digitale overheidsdienst

 

:

Artikel 10, lid 3

 

De lidstaten zorgen ervoor dat verslagen en gegevens die voortkomen uit milieubeoordelingen en vooronderzoeksprocedures, gerelateerde besluiten en monitoring van milieueffecten en -procedures via een centraal onlineportaal in digitale vorm publiekelijk beschikbaar komen en blijven, op een manier die verenigbaar is met de bewaring van bedrijfsgeheimen en de nationale of Unievoorschriften op het gebied van gegevensbescherming. Dat portaal zal gebaseerd zijn op een digitaal geografisch informatiesysteem en alle beschikbare gegevens over waarnemingen van soorten en andere geologische en milieugegevens bevatten (twaalf maanden na inwerkingtreding).

 

 Lidstaten; Publiek; Ontwikkelaars

 

 Publicatie; Naleving van gegevensbeschermingsvoorschriften

 

 Gegevens; Digitale oplossing

 

Artikel 10, lid 4

 

De lidstaten zorgen ervoor dat milieubeoordelings- en vooronderzoeksprocedures volledig gedigitaliseerd worden en dat gegevens en documenten die bij nationale overheidsinstanties berusten hergebruikt kunnen worden en door de lidstaten, ontwikkelaars en het publiek naadloos kunnen worden gedeeld. In voorkomend geval zijn die procedures interoperabel met de Europese portemonnee voor digitale identiteit en de Europese digitale portemonnee voor ondernemingen (vierentwintig maanden na inwerkingtreding).

 

 Lidstaten; Bevoegde autoriteiten

 

 Procesdigitalisering; Grensoverschrijdende uitwisseling; Beheer van automatisering

 

 Gegevens; Digitale oplossing; Digitale overheidsdienst

 

Artikel 12

 

De lidstaten zorgen ervoor dat het centraal contactpunt en alle bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de verschillende stappen van de vooronderzoeks- en milieubeoordelingsprocedure, met inbegrip van alle procedurele stappen, de beschikking hebben over voldoende gekwalificeerd personeel en voldoende financiële, technische en technologische middelen, waaronder, in voorkomend geval, middelen voor bij- en omscholing van personeel, om hun taken uit hoofde van deze verordening en de in artikel 1 genoemde richtlijnen doeltreffend te kunnen uitvoeren. 

Lidstaten; Bevoegde autoriteiten

 

 Capaciteitsopbouw; Technologische paraatheid

 

 Digitaal bestuur

 

Artikel 10, lid 2, punt b)

 

De lidstaten bieden ontwikkelaars en het publiek toegang tot informatie over geschillenbeslechting met betrekking tot plannen, programma’s of projecten, online en op gecentraliseerde en eenvoudig toegankelijke wijze.

 

 

Lidstaten; Ontwikkelaars

 

Toegang tot informatie; Beroepsmiddelen

 

Digitale overheidsdienst

 

4.2.Gegevens

Algemene beschrijving van de gegevens in het toepassingsgebied en eventuele daarmee verband houdende normen/specificaties 

Soort gegevens

Verwijzing naar de voorschrift(en) 

Norm en/of specificatie (indien van toepassing) 

 Indieningen van de ontwikkelaar (elektronische documenten/informatie voor milieubeoordelingen)

 

 Artikel 10, lid 1

 

 Niet gespecificeerd in het voorstel

 

 Informatie over centrale contactpunten en over de milieubeoordelingsprocedures (inclusief geschillenbeslechtingsprocedures)

 

artikel 10, lid 2, punt a) en b);

 

 Niet gespecificeerd in het voorstel

 

Via een onlineportaal aan het publiek ter beschikking gestelde relevante informatie met betrekking tot milieubeoordelings- en vooronderzoeksprocedures

 

Artikel 10, lid 3

 

Bescherming van bedrijfsgeheimen en naleving van de nationale en EU-voorschriften voor gegevensbescherming zijn vereist; geen specifieke technische normen benoemd

 

Gegevens die grensoverschrijdende uitwisseling en volledig gedigitaliseerde procedures mogelijk maken; door geautomatiseerde systemen gebruikte gegevens indien van toepassing

 

Artikel 10, lid 4

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

Afstemming op de Europese datastrategie 

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen van het voorstel.

Afstemming op het eenmaligheidsbeginsel 

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen van het voorstel.

 Voorschriften met betrekking tot de vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid (FAIR-beginsel): Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen van het voorstel.

Gegevensstromen 

Vul voor elke gegevensstroom de onderstaande tabel in: 

Soort gegevens 

Verwijzing(en) naar voorschrift(en) 

Actor die de gegevens verstrekt 

Actor die de gegevens ontvangt 

Aanleiding voor uitwisseling van data 

Frequentie (indien van toepassing) 

Indieningen van de ontwikkelaar (elektronisch)

 

Artikel 10, lid 1

 

 Ontwikkelaars

 

 Bevoegde autoriteiten/centraal contactpunt

 

 Indienen van informatie voor een beoordeling

 

 Per geval

 

 Online-informatie over centrale contactpunten en milieubeoordelingsprocedures (incl. informatie over geschillenbeslechting)

 

 artikel 10, lid 2, punt a) en b);

 

 Lidstaten

 

 Het publiek/de ontwikkelaars

 

 Aanvankelijke instelling; latere actualiseringen

 

 Doorlopend

 

Openbaar toegankelijke informatie over milieubeoordelings- en vooronderzoeksprocedures

 

Artikel 10, lid 3

 

Lidstaten

 

Het publiek/de belanghebbenden

 

Publicatie/actualisering op het portaal

 

Doorlopend

 

 Grensoverschrijdende uitwisseling van beoordelingsgegevens; gebruik in gedigitaliseerde/geautomatiseerde procedures

 

 Artikel 10, lid 4

 

 Lidstaten

 

 Autoriteiten van andere lidstaten

 

 In voorkomend geval voor procedures met grensoverschrijdende relevantie

 

 Naar behoefte

 

4.3.Digitale oplossingen

Digitale oplossing 

Verwijzing(en) naar voorschrift(en) 

Belangrijkste vereiste functies 

Bevoegde instantie 

Hoe wordt gezorgd voor toegankelijkheid? 

Hoe wordt herbruikbaarheid in aanmerking genomen? 

Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing) 

Onlineportaal voor milieubeoordelingen

 

Artikel 10, leden 2 en 3; Artikel 3, lid 3 (instrument voor het bepalen van centrale contactpunten)

 

 Online gecentraliseerde en gemakkelijk toegankelijke informatie verstrekken; relevante digitale informatie publiceren; instrumenten aanbieden om te helpen bij het bepalen

Lidstaten; Bevoegde autoriteiten

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

In artikel 10, lid 4, wordt melding gemaakt van geautomatiseerde systemen (er worden geen specifieke AI-verplichtingen genoemd)

 

 Kanaal voor elektronische indiening door ontwikkelaars

 

Artikel 10, lid 1

 

Elektronische indiening van alle informatie met betrekking tot milieubeoordelingen aanvaarden.

 

De lidstaten/de bevoegde autoriteiten

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

Niet nader gespecificeerd dan in artikel 10, lid 4

 

Systemen die volledige digitalisering en grensoverschrijdende gegevensuitwisseling mogelijk maken

 

Artikel 10, lid 4

 

Volledig digitale procedures; naadloze grensoverschrijdende gegevensuitwisseling; indien gebruikt, moeten geautomatiseerde systemen stroken met EU-beleid, mensen zeggenschap over de besluitvorming geven en de voorschriften voor bescherming van gegevens en de persoonlijke levenssfeer eerbiedigen.

 

De lidstaten/de bevoegde autoriteiten

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

Niet gespecificeerd in het voorstel

 

In artikel 10, lid 4, wordt melding gemaakt van “geautomatiseerde systemen”; er wordt geen aanvullende informatie gegeven

 

Naleving van de EU-strategie inzake cyberbeveiliging/de eIDAS-verordening/duurzameontwikkelingsdoelen/andere kaderbesluiten: Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

Beschrijf de digitale openbare dienst(en) waarop de voorschriften betrekking hebben 

Digitale overheidsdienst of categorie digitale overheidsdiensten 

Beschrijving 

Verwijzing(en) naar voorschrift(en) 

Interoperabel Europa-oplossing(en) (NIET VAN TOEPASSING) 

Andere interoperabiliteitsoplossing(en) 

 Onlineportaal voor milieubeoordelingen

 

Centrale onlinetoegang tot informatie over centrale contactpunten en milieubeoordelingsprocedures; publicatie van relevante digitale informatie.

 

Artikel 10, leden 2 en 3; Artikel 3, lid 3

 

Niet gespecificeerd

 

Niet gespecificeerd

 

 Mogelijkheid tot grensoverschrijdende gegevensuitwisseling

 

Bepaling inzake het naadloos delen van gerelateerde gegevens tussen lidstaten (waar de tekst in de ontwerpversie tussen haakjes staat).

 

Artikel 10, lid 4

 

Niet gespecificeerd

 

Niet gespecificeerd

 

Beoordeel het effect van het voorschrift of de voorschriften op de grensoverschrijdende interoperabiliteit 

 Grensoverschrijdende gegevensuitwisseling voor gedigitaliseerde procedures

Beoordeling 

Maatregel(en) 

Mogelijke resterende belemmeringen (indien van toepassing) 

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid. Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten. Vermeld de geplande governancemaatregelen

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de data. Geef een lijst met dergelijke maatregelen.

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen. Geef een lijst met dergelijke maatregelen.

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

 Niet gespecificeerd in de van kracht zijnde bepalingen.

 

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

Beschrijving van de maatregel 

Verwijzing(en) naar voorschrift(en) 

Rol van de Commissie (indien van toepassing)

Actoren die erbij zullen worden betrokken (indien van toepassing)

Verwacht tijdschema (indien van toepassing)

 Voorzien in een onlineportaal en instrumenten (incl. instrument voor het bepalen van een centraal contactpunt), gecentraliseerde informatie en digitale toegang tot relevante informatie voor het publiek.

 

Artikel 10, leden 2 en 3; Artikel 3, lid 3

 

Niet gespecificeerd

 

Lidstaten; Bevoegde autoriteiten

 

Zes tot twaalf maanden na inwerkingtreding

 

Elektronische indiening mogelijk maken voor de ontwikkelaars.

 

Artikel 10, lid 1

 

Niet gespecificeerd

 

Lidstaten; Bevoegde autoriteiten; Ontwikkelaars

 

Zes maanden na inwerkingtreding

Procedures volledig digitaliseren; naadloze grensoverschrijdende gegevensuitwisseling mogelijk maken; geautomatiseerde systemen met waarborgen in overweging nemen.

 

Artikel 10, lid 4

 

Niet gespecificeerd

 

Lidstaten; Bevoegde autoriteiten

 

Vierentwintig maanden na inwerkingtreding

 

Maatregelen op het gebied van middelen en vaardigheden (financieel, technisch, technologisch; bij-/omscholing) voor autoriteiten die met gedigitaliseerde procedures werken.

 

Artikel 12

 

Niet gespecificeerd

 

Lidstaten; Bevoegde autoriteiten

 

 Niet gespecificeerd

 

Ontwikkelaars toegang geven tot informatie over geschillenbeslechtingsprocedures

 

Artikel 10, lid 2

 

Niet gespecificeerd

 

Lidstaten; Ontwikkelaars

 

Niet gespecificeerd

 

(1)    Conclusies van de Europese Raad, EUCO 18/25, 23 oktober 2025.
(2)    Zie onderstaande verwijzingen voor de milieubeoordelingsrichtlijn, de richtlijn strategische milieubeoordeling, de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn en de kaderrichtlijn water.
(3)    Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s ( PB L 197, 21.7.2001 ).
(4)    Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten ( PB L 26, 28.1.2012 ).
(5)    Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna ( PB L 206, 22.7.1992 ).
(6)    Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand ( PB L 20, 26.1.2010 ).
(7)    Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid ( PB L 327, 22.12.2000 ).
(8)    Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad ( PB L 31.10.2023, blz. 77 ).
(9)    Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724.
(10)    Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 ( PB L 1252, 3.5.2024 ).
(11)

   Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de vergroting van de beschikbaarheid en voorzieningszekerheid van kritieke geneesmiddelen, en van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen van gemeenschappelijk belang, en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/795, COM/2025/102 final.

(12)    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende versnelde vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten, COM/2025/821 final/2.
(13)    Zie het verzoek om input voor wetgeving inzake een versnelling van industriële decarbonisatie — de decarbonisatie versnellen, Ares(2025)3570423.
(14)    Zie het verzoek om input voor wetgeving inzake circulaire economie, Ares(2025)6250342.
(15)    Zie het verzoek om input voor een pakket Europese netwerken, Ares(2025)3806419.
(16)    Zie het verzoek om input voor wetgeving inzake cloud- en AI-ontwikkeling, Ares(2025)2878100. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Werkprogramma van de Commissie voor 2026 Het onafhankelijkheidsmoment van Europa, COM/2025/870 final.
(17)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Werkprogramma van de Commissie voor 2026 Het onafhankelijkheidsmoment van Europa, COM/2025/870 final.
(18)

   Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Het EU-kompas voor concurrentievermogen, COM(2025) 30 final.

(19)

   Het verslag van Mario Draghi, The Future of European Competitiveness - deel A, hoofdstuk 3, blz. 45.

(20)

   Het verslag van Enrico Letta: Speed, Security, Solidarity, Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens, april 2024.

(21)

   Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk, COM(2023) 62 final.

(22)

   Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, De Europese Green Deal, COM(2019) 640.

(23)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020: een sterkere eengemaakte markt tot stand brengen voor het herstel van Europa, COM(2021350 final.
(24)

   Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad van 5 oktober 2016 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering ( PB L 282 van 19.10.2016, blz. 1 ).

(25)

   Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) ( PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1 ).

(26)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Actieplan voor het AI-continent, COM(2019640.
(27)    Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit in de Unie ( PB L, 2024/903, 22.3.2024 ).
(28)    Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 ( PB L 295, 21.11.2018 ).
(29)    Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie ( PB L 172, 26.6.2019, blz. 56 ).
(30)    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende versnelde vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten, COM(2025) 821 final.
(31)    Het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998.
(32)    VN/ECE-Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, op 25 februari 1991 ondertekend in Espoo, en het bijbehorende protocol inzake strategische milieubeoordeling, op 21 mei 2003 ondertekend in Kyiv.
(33)    Het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998.
(34)

   Zie de uitvoeringsdialoog inzake milieubeoordelingen en -vergunningverlening met commissaris Jessika Roswall van 10 April 2025, https://environment.ec.europa.eu/events/implementation-dialogue-environmental-assessments-and-permitting-2025-04-10_en en de uitvoeringsdialoog inzake vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en bijbehorende infrastructuur met commissaris Jørgensen van 11 juni 2025,  https://energy.ec.europa.eu/events/implementation-dialogue-permitting-renewable-energy-projects-and-related-infrastructure-commissioner-2025-06-11_en . Zie ook het verzoek om input inzake administratieve vereenvoudiging op het vlak van milieuwetgeving https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/14794-Simplification-of-administrative-burdens-in-environmental-legislation-_nl .

(35)

   Europese Commissie: directoraat-generaal Milieu, COWI, Eunomia en Milieu, Collection of information and data on the implementation of the revised Environmental Impact Assessment (EIA) Directive (2011/92/EU) amended by 2014/52/EU – Eindverslag, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2025.

(36)

   Zie Europese Commissie: directoraat-generaal Milieu, Study supporting the preparation of the report on the application and effectiveness of the SEA Directive (Directive 2001/42/EC) – Eindverslag, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2025. Het verslag van de Commissie wordt ten tijde van dit voorstel gepubliceerd.

(37)    Europese Commissie (2016). Werkdocument van de diensten van de Commissie: Geschiktheidscontrole van de natuurwetgeving van de EU (vogelrichtlijn en habitatrichtlijn) (SWD(2016) 472 final, blz. 68).
(38)    Europese Commissie (2019). Werkdocument van de diensten van de Commissie: Geschiktheidscontrole van de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen en de overstromingsrichtlijn (SWD(2019) 439 final, blz. 91)
(39)    Uitvoeringsdialoog over milieubeoordelingen en vergunningverlening met commissaris Jessika Roswall van 10 april 2025, https://environment.ec.europa.eu/events/implementation-dialogue-environmental-assessments-and-permitting-2025-04-10_en.
(40)

   Uitvoeringsdialoog over vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de daarmee verband houdende infrastructuur met commissaris Jørgensen van 11 juni 2025, https://energy.ec.europa.eu/events/implementation-dialogue-permitting-renewable-energy-projects-and-related-infrastructure-commissioner-2025-06-11_en.

(41)     https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/14794-Simplification-of-administrative-burdens-in-environmental-legislation-_nl .
(42)    Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna ( PB L 206, 22.7.1992 ).
(43)    Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand ( PB L 20, 26.1.2010 ).
(44)    Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid ( PB L 327, 22.12.2000 ).
(45)    Mensch vor Verkehr e.V., Pools groen netwerk, Suomen luonnonsuojeluliitto, centrum voor internationaal milieurecht, Kroatische kamer van landbouw/Hrvatska poljoprivredna komora, Finse vereniging voor gerecyclede materialen - Suomen Uusioraaka-aineliitto ry, ClientEarth en Circular Valley Foundation.
(46)    Confederación Española de la Pequeña y Mediana Empresa (CEPYME), Finnish Biocycle and Biogas Association / Suomen Biokierto ja Biokaasu ry, Aggregates Europe, The Swedish Construction Federation, Eurometaux, Dairy Industry Ireland, Ibec, Finnish Forest Industries Federation, BDEW - Bundesverband der Energie- und Wasserwirtschaft, Finnish Energy, Deutscher Bauernverband, Verband der Chemischen Industrie e.V., Jernkontoret - the Swedish steel industry, CEWEP (Confederation of European Waste-to-Energy Plants), FuelsEurope, Danish Industry (DI), Verein Deutscher Zementwerke e.V. (VDZ), Czech Chemical Industry Association, Swedish Recycling Industries Association (SRI), essenscia, Verband Schmierstoff-Industrie e.V., Österreichs E-Wirtschaft, Hydrogen Europe, European Chemical Industry Council - Cefic aisbl, Federchimica, EuRIC - European Recycling Industries’ Confederation, EFPIA, WindEurope, AnimalhealthEurope, Voka, Federation of Norwegian Industries (Norsk Industri).
(47)    N.V. Nederlandse Gasunie, Microsoft, EDP, Amprion GmbH, TenneT, LG Energy Solution Wrocław, ORLEN Unipetrol, MSD, Energinet, N Nachhaltigkeitsberatung Dr Friege Partner, TransnetBW, Yara Belgium S.A/N.V., Neova Oy.
(48)    Noors milieuagentschap, Provincie Zuid-Holland en Ministerie van Regionale Ontwikkeling en Huisvesting Baden-Württemberg.
(49)    EU DSO en DIHK — Duitse kamer van koophandel en industrie.
(50)     https://op.europa.eu/publication-detail/-/publication/e2a45bc9-fd5e-11ef-b7db-01aa75ed71a1 .
(51)     https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/14794-Simplification-of-administrative-burdens-in-environmental-legislation-_nl .
(52)

   Zie het voormelde onderzoek van februari 2025 over de uitvoering van de richtlijn strategische milieubeoordeling.

(53)    Het Verdrag van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998.
(54)    VN/ECE-Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, op 25 februari 1991 ondertekend in Espoo, en het bijbehorende protocol inzake strategische milieubeoordeling, op 21 mei 2003 ondertekend in Kyiv.
(55)    PB C, [...], blz. [...]. .
(56)    PB C, [...], blz. [...]. .
(57)    De keuze van Europa — Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029, Ursula von der Leyen.
(58)    Draghi, M. (2024), The future of European competitiveness (De toekomst van het Europese concurrentievermogen). Beschikbaar op: Verslag-Draghi over het Europese concurrentievermogen.
(59)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 26 februari 2025, De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie (COM(2025) 85 final).
(60)    Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 ( PB L 1252 van 3.5.2024 , blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj ).
(61)    Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1735, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1735/oj).
(62)    Verordening (EU) 2023/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese halfgeleiderecosysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (chipsverordening) (PB L 229, 18.9.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1781/oj ).
(63)    Verordening (EU) 2024/1679 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk, tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1153 en Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1315/2013 (PB L, 2024/1679, 28.6.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1679/oj ).
(64)    Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/60/oj ).
(65)    Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/42/oj ).
(66)    Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/147/oj ).
(67)    Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten ( PB L 26 van 28.1.2012 , blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/92/oj ).
(68)    Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/43/oj ).
(69)    Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies en emissies uit de veehouderij (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (herschikking).
(70)    Verordening (EU) 2024/1732 van de Raad van 17 juni 2024 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1173 wat betreft een EuroHPC-initiatief voor start-ups om Europees leiderschap op het gebied van betrouwbare artificiële intelligentie te stimuleren (PB L, 2024/1732, 19.6.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1732/oj ).
(71)    Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1724/oj ).
(72)    C-72/95, C-435/97, C-227/01, C-486/04, C-2/07, C-142/07, C-205/08, C-275/09, C-404/09, C-560/08, C-300/13, C-156/07, C-329/17.
(73)    C-156/07, C-275/09.
(74)    C-300/13.
(75)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 11 februari 2025, “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” (COM/2025/47 final).
(76)    Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (verordening Interoperabel Europa) (PB L, 2024/903, 22.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/903/oj).
(77)    Aanbeveling (EU) 2025/1099 van de Commissie van 21 mei 2025 betreffende de definitie van kleine midcapondernemingen ( PB L, 2025/1099 ).
(78)    Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen ( PB L 124 van 20.5.2003 ).
(79)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(80)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(81)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(82)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(83)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(84)    Zoals beschreven in punt 1.3.2 “Specifieke doelstellingen”
(85)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
Top

Brussel, 10.12.2025

COM(2025) 984 final

BIJLAGE

Voorstel voor een

Verordenig van het Europees Parlement en de Raad

inzake het versnellen van milieubeoordelingen


BIJLAGE

Instrumentarium voor strategische sectoren of categorieën

I.Hoger openbaar belang

Voor projecten als bedoeld in artikel 14, lid 1, van deze verordening en in gevallen waarbij in wetgeving van de Unie naar deze bepaling wordt verwezen overeenkomstig artikel 14, lid 2, van deze verordening, geldt dat met betrekking tot de milieubeoordelingen en de verplichtingen als bedoeld in artikel 4, lid 7, van Richtlijn 2000/60/EG, artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/147/EG, artikel 6, lid 4, en artikel 16, lid 1, van Richtlijn 92/43/EEG, bepaalde projecten voor strategische sectoren of categorieën worden beschouwd als projecten van algemeen belang en kunnen worden beschouwd als zijnde van hoger openbaar belang en in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, mits aan alle voorwaarden van die richtlijnen is voldaan.

Wanneer moet worden vastgesteld of de in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, wordt specifiek rekening gehouden met de strategische aard van het project. In dat geval kunnen de lidstaten de toepassing van dit lid in naar behoren gerechtvaardigde en specifieke omstandigheden beperken tot bepaalde delen van hun grondgebied, tot bepaalde soorten technologie of tot projecten met bepaalde technische kenmerken.

II.Stilzwijgende goedkeuring

Voor projecten als bedoeld in artikel 14, lid 1, van deze verordening en in gevallen waarbij in wetgeving van de Unie naar deze bepaling wordt verwezen overeenkomstig artikel 14, lid 2, van deze verordening, waarborgen de lidstaten bij vergunningsprocedures voor projecten die zijn ontwikkeld voor strategische sectoren of categorieën dat de specifieke administratieve tussenstappen als goedgekeurd worden beschouwd als de desbetreffende bevoegde autoriteiten niet binnen de vastgestelde termijn antwoorden, behalve wanneer voor het specifieke project een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd overeenkomstig de Richtlijnen 2000/60/EG, 2009/147/EG, 2011/92/EU of 92/43/EEG, of wanneer het nationale rechtsstelsel van de betrokken lidstaat het beginsel van stilzwijgende administratieve goedkeuring niet kent.

Het vorige lid is niet van toepassing op definitieve besluiten over de uitkomst van de vergunningsprocedure, die expliciet moeten zijn. Alle besluiten worden openbaar gemaakt.

III.Geschillenbeslechting

Voor projecten als bedoeld in artikel 14, lid 1, van deze verordening en in gevallen waarbij in wetgeving van de Unie naar deze bepaling wordt verwezen overeenkomstig artikel 14, lid 2, van deze verordening, worden alle procedures voor geschillenbeslechting, beroepsprocedures, bezwaarschriften en rechtsmiddelen in verband met projecten in strategische sectoren of categorieën voor een nationale rechterlijke instantie, gerecht of kamer, ook wat bemiddeling of arbitrage betreft, indien het nationale recht daarin voorziet, met de grootste spoed behandeld, indien en voor zover het nationale recht in dergelijke spoedprocedures voorziet en de gewoonlijk toepasselijke rechten van de verdediging voor individuen of lokale gemeenschappen worden geëerbiedigd.

Top