EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 10.12.2025
COM(2025) 982 final
2025/0395(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot opschorting van de toepassing van de regels inzake de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor batterijen en afgedankte batterijen en verpakkingen en verpakkingsafval
(Voor de EER relevante tekst)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De wetgeving van de Unie moet haar beleidsdoelstellingen op efficiënte, doeltreffende en transparante wijze verwezenlijken. Deze reeds lang bestaande beginselen zijn terug te voeren op het witboek over governance van 2001(), dat betere regelgeving en betrokkenheid van belanghebbenden centraal plaatste in de Europese beleidsvorming. Het kompas voor concurrentievermogen() zet eveneens in op verantwoord wetgeven. Het kondigt ongekende inspanningen aan om de wetgeving te vereenvoudigen en zo het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven nieuw leven in te blazen. Bovendien heeft de Commissie sindsdien de doelstellingen verscherpt om de administratieve kosten voor bedrijven (samen met overheidsinstanties) en kleine en middelgrote ondernemingen met respectievelijk 25 % en 35 % te verminderen().
Er bestaat nu een volwaardig corpus van Uniewetgeving inzake milieu. De Commissie neemt haar plicht om die wetgeving doeltreffend te beheren serieus en zet fors in op de evaluatie() van de toepassing ervan om te waarborgen dat zij de beoogde resultaten oplevert en dat knelpunten in een vroeg stadium worden aangepakt. Bovendien heeft de Commissie zich ertoe verbonden om tijdens haar huidige ambtstermijn alle EU-wetgeving aan een stresstest te onderwerpen. De inhoud van dit voorstel (en van andere omnibusvoorstellen) vormt het eerste resultaat van de lopende stresstests op milieugebied() die de Commissie uitvoert op basis van uitvoerig overleg met en input van het maatschappelijk middenveld. Het omnibuspakket heeft betrekking op wetgeving in verband met de circulaire economie, de exploitatie van industriële installaties, het beheer van geospatiale gegevens en milieuvergunningen.
Bovengenoemde wetgeving is van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de verbintenis van de Unie tot een eerlijke groene en digitale transitie, en met name de overgang naar een circulaire economie. Het is belangrijk dat die wetgeving goed functioneert, de troeven van de Unie, zoals de eengemaakte markt, aanboort en onnodige kosten voor bedrijven, overheidsinstanties en burgers voorkomt.
Dit specifieke voorstel voor een richtlijn heeft tot doel de administratieve lasten te verminderen voor producenten die in een lidstaat van de Unie zijn gevestigd en hun producten in andere lidstaten verkopen, met betrekking tot de deelname van die producenten aan de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in die andere lidstaten, die zijn opgezet in het kader van Verordening (EU) 2023/1542 inzake batterijen en afgedankte batterijen (de batterijenverordening)() en Verordening (EU) 2025/40 betreffende verpakking en verpakkingsafval (de verpakkingsverordening)().
De producent van een product dat in een lidstaat in de handel wordt gebracht, is verantwoordelijk voor de kosten van het beheer van het product aan het einde van de levensduur (de zogenaamde “uitgebreide producentenverantwoordelijkheid” of EPR). De kaderrichtlijn afvalstoffen bevat de minimale algemene voorschriften voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, terwijl er specifieke regels voor verschillende productgroepen bestaan in andere wetgeving, zoals de verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, de verordening inzake batterijen en afgedankte batterijen, de richtlijn betreffende elektronisch en elektrisch afval en de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik, alsook de richtlijn betreffende autowrakken (die momenteel wordt herzien in het kader van een lopende gewone wetgevingsprocedure)(). De lidstaten kunnen ook nationale regels inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor andere producten vaststellen, mits die regels voldoen aan de minimale voorschriften van artikel 8 en 8 bis van de kaderrichtlijn afvalstoffen.
Een gemachtigde voor EPR treedt op namens een exploitant (producent) die producten verkoopt in een lidstaat waar de producent niet is gevestigd of indien de producent in een derde land is gevestigd. Het doel is ervoor te zorgen dat producenten die producten op het grondgebied van een lidstaat aanbieden, voldoen aan de regels inzake EPR, zodat de kosten van het beheer van in die lidstaat geproduceerd afval worden gedekt.
In de mededeling van mei 2025 over een strategie voor de eengemaakte markt() heeft de Commissie gewezen op de complexiteit van de EPR-regels als een belangrijke belemmering op de eengemaakte markt, met name de mogelijkheid of verplichting voor een producent om over een gemachtigde voor EPR te beschikken in elke lidstaat waar de producent zijn of haar producten aanbiedt.
Dit voorstel zou extra flexibiliteit bieden door in de Unie gevestigde producenten die producten in een andere lidstaat verkopen, de keuze te laten of zij een gemachtigde voor EPR aanstellen. De bepalingen betreffende de aanstelling van gemachtigden voor EPR voor producenten die in derde landen zijn gevestigd, moeten blijven gelden, aangezien zij momenteel in sectorale wetgeving zijn opgenomen.
Dit voorstel voorziet in de opschorting van een aantal bepalingen van twee verordeningen op het gebied van milieu en afvalbeheer. Verdere mogelijke wijzigingen van die verordeningen of verdere opschortingen van de bepalingen ervan vallen volledig buiten het toepassingsgebied en de doelstellingen van dit voorstel. De noodzaak van dergelijke wijzigingen kan zo nodig worden beoordeeld in het kader van verdere stresstests van de EU-milieuwetgeving die in de [overkoepelende mededeling] en in het werkprogramma van de Commissie voor 2026 zijn aangekondigd. De Commissie zal constructief met de medewetgevers samenwerken om ervoor te zorgen dat het wezenlijke voorwerp van het onderhavige voorstel tijdens het wetgevingsproces volledig behouden blijft en niet vervormd wordt.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het huidige voorstel bevordert een soortgelijke benadering van de wetgeving op het gebied van circulaire economie/afvalstoffen wat betreft de werking van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dat zal zorgen voor een vlotte werking van de eengemaakte markt en tegelijkertijd de bedrijfsactiviteiten ondersteunen.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Dit voorstel maakt deel uit van een pakket maatregelen dat er in de eerste plaats op gericht is de administratieve rompslomp voor exploitanten te verminderen. Het sluit naadloos aan op het beleid van de Commissie inzake betere regelgeving en op de doelstellingen van het kompas voor concurrentievermogen om het concurrentievermogen en de economische veerkracht in de Unie te stimuleren. De met deze maatregelen ingevoerde rationalisering zal geen invloed hebben op de verwezenlijking van de doelstellingen op het betrokken beleidsterrein, noch op de grondgedachte van de wetgevingshandelingen.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 192, lid 1, VWEU met betrekking tot batterijen en artikel 114 VWEU met betrekking tot verpakkingen. Dit weerspiegelt de onderliggende rechtsgrondslag van de verordeningen die bepalingen over gemachtigden voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bevatten die het voorstel opschort.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Bij de vaststelling van de batterijenverordening werd rekening gehouden met de verwachte vraag naar batterijen in de komende jaren, de strategische rol van batterijen in de wereldwijde transitie naar koolstofvrije economieën en de noodzaak om een functionerende interne markt tot stand te brengen en marktverstoringen te voorkomen. Als zodanig bevat de batterijenverordening gemeenschappelijke regels voor de duurzaamheid, de prestaties, de veiligheid, de inzameling, de recycling en het tweede leven van batterijen, alsook voor informatie over batterijen voor eindgebruikers en exploitanten. Om deze redenen is de opschorting van bepalingen van de verordening eveneens gerechtvaardigd op grond van het subsidiariteitsbeginsel.
Producten moeten op de juiste manier worden verpakt zodat zij beschermd zijn en gemakkelijk kunnen worden vervoerd van de plaats waar zij worden gemaakt naar de plaats waar zij worden gebruikt of geconsumeerd. Om een efficiënte werking van de interne markt voor producten te bevorderen, is het essentieel belemmeringen op de interne markt voor verpakkingen te voorkomen. Versnipperde regelgeving en onduidelijke eisen leiden tot onzekerheid en extra kosten voor marktdeelnemers. Om deze redenen is de opschorting van bepalingen van de verordening eveneens gerechtvaardigd op grond van het subsidiariteitsbeginsel.
•Evenredigheid
In het geval van de wetgeving op het gebied van circulaire economie zou het voorstel voorzien in alternatieve middelen voor de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen die gericht zijn op een passend beheer van afvalproducten, batterijen of verpakkingen aan het einde van hun nuttige levensduur. Die komen tegemoet aan de bezorgdheid van producenten die in verschillende lidstaten actief zijn.
•Keuze van het instrument
Een voorstel voor een verordening is het geschikte instrument aangezien de door het voorstel opgeschorte onderliggende wetgeving verordeningen zijn.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie en geschiktheidscontrole van bestaande wetgeving
Onlangs heeft de wetgever herzieningen van de batterijenverordening en de verpakkingsverordening goedgekeurd op basis van voorstellen van de Commissie die werden ondersteund door effectbeoordelingen. In dit stadium kan er geen evaluatie worden uitgevoerd omdat er te weinig tijd is verstreken en er te weinig praktische ervaring is opgedaan om op dit moment een zinvolle standaardevaluatie te kunnen uitvoeren.
•Raadpleging van belanghebbenden
Het werkdocument van de diensten van de Commissie bij dit voorstel bevat meer informatie over de verschillende raadplegingsactiviteiten die aan de voorbereiding van dit voorstel voorafgingen. De belangrijkste raadplegingsactiviteiten worden hieronder samengevat.
Ter voorbereiding van dit omnibusvoorstel zijn de volgende raadplegingsactiviteiten uitgevoerd:
–een verzoek om input() voor de milieuomnibus, waarop van 22 juli 2025 tot en met 10 september 2025 feedback kon worden geleverd;
–een rondetafelconferentie op hoog niveau over de vereenvoudiging van de milieuwetgeving op 2 oktober 2025.
Het verzoek om input over de vereenvoudiging op het gebied van milieu heeft veel aandacht getrokken. De Commissie heeft een verzoek om input over het milieugerelateerde vereenvoudigingspakket gepubliceerd op de website “Geef uw mening”:
Administratieve vereenvoudiging op het vlak van milieuwetgeving
. De feedbackperiode liep van 22 juli 2025 tot en met 10 september 2025. Alle feedback staat gepubliceerd op de website “Geef uw mening”.
Er waren 190 998 reacties op het verzoek om input, waarvan er 189 751 (99,3 %) afkomstig waren van burgers. 1 247 (0,7 %) reacties waren afkomstig van organisaties, waaronder bedrijven en bedrijfsverenigingen, (milieugerelateerde en andere) niet-gouvernementele organisaties, overheidsinstanties en academici. Bij die bijdragen waren 622 bijlagen, voornamelijk standpuntnota’s, gevoegd, vaak met specifieke suggesties.
Vanuit de bedrijfswereld is er steun voor minder omslachtige regelgeving die bedrijven flexibiliteit biedt om zowel groei als duurzame productie te realiseren. Er heerst een perceptie dat de administratieve verplichtingen te prescriptief zijn en geen toegevoegde waarde bieden.
Vanuit het maatschappelijk middenveld is er steun voor een vereenvoudiging die de bescherming van het milieu en de sociale normen vergemakkelijkt en deregulering voorkomt, bijvoorbeeld door overbodigheden te schrappen en al te gedetailleerde regelgeving te vermijden. De bezorgdheid bestaat evenwel dat inspanningen om de regelgeving te vereenvoudigen de milieubescherming zouden kunnen ondermijnen. De burgers drongen er bij de EU op aan te focussen op de handhaving van bestaande wetgeving in plaats van nieuwe vereenvoudigingen door te voeren.
De Commissie werkt momenteel aan een effectbeoordeling met het oog op de voorbereiding van de wetgeving op het gebied van circulaire economie in 2026. Die beoordeling zal berusten op lopende raadplegingsactiviteiten die ook gericht zijn op de vereenvoudiging van bestaande wetgeving (met betrekking tot afval en circulaire economie), en met name EPR-gerelateerde wetgeving.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
De Commissie heeft een externe dienstverlener aangesteld om expertise aan te dragen in verband met dit voorstel. De contractant heeft met name het bekende milieuwetgevingscorpus doorgelicht om de rapportage- en andere administratieve verplichtingen en het potentieel om die verplichtingen te vereenvoudigen in kaart te brengen. Daarnaast heeft de contractant hulp geboden bij het kwantificeren van de kostenbesparingen als gevolg van mogelijke maatregelen om de in het omnibuspakket opgenomen bepalingen te vereenvoudigen. Alle door de contractant verstrekte informatie wordt gepubliceerd.
•Effectbeoordeling
Er is geen effectbeoordeling opgesteld, voornamelijk omdat het voorstel erg specifiek is en er weinig keuzemogelijkheden zijn om de onderliggende problemen op te lossen. Dit voorstel gaat wel vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie. Dat werkdocument rechtvaardigt de inhoud van het voorstel en bevat kwantitatieve informatie over de verwachte effecten. Het omvat ook de door de Commissie ontvangen standpunten en input van belanghebbenden.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
In het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit) zorgt de Commissie ervoor dat haar wetgeving geschikt is voor het beoogde doel, op de behoeften van belanghebbenden is toegesneden en de doelstellingen ervan worden bereikt met zo beperkt mogelijke lasten. Dit voorstel maakt derhalve deel uit van en strookt volledig met het Refit-programma voor zover het beoogt de administratieve procedures in verband met de aanstelling van gemachtigden voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te vereenvoudigen en onnodige kosten voor producenten te verminderen.
•Grondrechten
Het voorstel heeft geen negatieve gevolgen voor de grondrechten die zijn verankerd in het EU-Handvest van de grondrechten, aangezien het alleen gevolgen heeft voor de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplannen en regelingen betreffende monitoring, evaluatie en rapportage
Gezien de zeer specifieke aard van het voorstel zijn er geen uitvoeringsplannen nodig als leidraad voor de toepassing van de nieuwe bepalingen. De bestaande bepalingen inzake monitoring en rapportage in de betrokken verordening zullen van toepassing blijven.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
•Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 schort de toepassing van artikel 56, lid 3, van Verordening (EU) 2023/1542 op tot januari 2035.
Artikel 2 schort de toepassing van artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) 2025/40 op tot januari 2035.
2025/0395 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot opschorting van de toepassing van de regels inzake de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor batterijen en afgedankte batterijen en verpakkingen en verpakkingsafval
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, en artikel 114,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)In de politieke beleidslijnen voor de mandaatsperiode 2024-2029 van de Commissie wordt gewezen op de doelstelling om de wetgeving te vereenvoudigen, te consolideren en te codificeren om overlappingen en tegenstrijdigheden weg te nemen en tegelijkertijd hoge normen te handhaven en op koers te blijven om de in de Europese Green Deal vastgestelde doelstellingen te bereiken.
(2)In haar mededeling met de titel “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” schetste de Europese Commissie een visie voor een uitvoerings- en vereenvoudigingsagenda die in de praktijk snelle en tastbare verbeteringen oplevert voor mensen en bedrijven. Dat vereist meer dan een incrementele benadering en de Unie moet voortvarend handelen om die doelstelling te behalen. Het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de autoriteiten van de lidstaten op alle niveaus en de belanghebbenden moeten samenwerken om de regelgeving van de Unie, van de lidstaten en van de regio’s te stroomlijnen en te vereenvoudigen en het beleid doeltreffender uit te voeren.
(3)In haar mededeling over een strategie voor de eengemaakte markt heeft de Commissie gewezen op inconsistente nationale regelgeving als belemmering voor de eengemaakte markt die bedrijven ondervinden en die de verkoop, opschaling of verplaatsing van goederen en diensten over de grenzen heen bemoeilijkt. De Commissie heeft zich ertoe verbonden prioriteit te geven aan de tien schadelijkste belemmeringen. De Commissie heeft bepaalde kenmerken van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aangekaart als een van de belemmeringen die het vaakst worden gemeld door ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn in de EU. Hoewel regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voortvloeien uit Uniewetgeving, heeft een gebrek aan uniformiteit van beginselen en vereisten geleid tot een grote verscheidenheid aan regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in de lidstaten, complexe regelgeving en hoge administratieve lasten voor bedrijven. Deze verordening is een eerste opstap naar een verdergaande vereenvoudiging van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op het gebied van afvalstoffen, terwijl de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie verdere vereenvoudiging moet brengen.
(4)Door dat gebrek aan harmonisatie, met name met betrekking tot de huidige bepalingen in de sectorale wetgeving voor de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, kan de naleving van de verplichtingen in verband met de aanwijzing onnodige administratieve lasten met zich meebrengen voor producenten die actief zijn in meerdere lidstaten waar zij niet zijn gevestigd. Met name voor kleine en middelgrote ondernemingen vormt de verplichting om voor elke lidstaat waarin de producent producten in de handel brengt afzonderlijk gemachtigden aan te stellen, een aanzienlijke uitdaging op het gebied van kosten. Om gelijke voorwaarden voor in de Unie gevestigde producenten te waarborgen, is het belangrijk dat voor producenten in alle lidstaten dezelfde regels gelden als het gaat om de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het momenteel versnipperde rechtskader voor verschillende producten en de administratieve lasten die samengaan met de naleving van de vereiste om in tot mogelijk 26 lidstaten een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan te stellen, belemmeren het concurrentievermogen van in de Unie gevestigde producenten. Het is dan ook van cruciaal belang de bestaande regels doeltreffend en snel te harmoniseren en de ermee samenhangende lasten voor dergelijke producenten te verminderen. Daartoe evalueert de Commissie momenteel de doeltreffendheid van, evenals de administratieve lasten en de onbedoelde belemmeringen voor de eengemaakte markt die voortvloeien uit de verplichting om gemachtigde vertegenwoordigers aan te stellen als waarborg voor de naleving door producenten van het beginsel dat de vervuiler betaalt. Uit die evaluatie zullen wellicht alternatieve oplossingen voortkomen die doeltreffender en minder omslachtig zijn.
(5)Om de vereisten voor producenten te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verminderen, moeten batterijproducenten en producenten van verpakkingen of verpakte producten (“verpakkingsproducenten”) kunnen kiezen of zij een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aanstellen wanneer zij producten op de markt aanbieden in een andere lidstaat waar zij niet zijn gevestigd, maar mag de aanstelling niet verplicht zijn. Dit stelt producenten die reeds een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid hebben aangesteld, in staat hun bestaande regelingen aan te houden en verlicht bovendien onmiddellijk de kosten en administratieve lasten voor producenten die geen gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid willen aanstellen.
(6)Het waarborgen van de traceerbaarheid en handhaving met betrekking tot in derde landen gevestigde batterijproducenten en verpakkingsproducenten is moeilijker dan voor producenten die binnen de Unie actief zijn, aangezien dergelijke producenten buiten het territoriale toepassingsgebied van de handhavingsbevoegdheden van de lidstaten vallen en niet onder de administratieve en justitiële samenwerkingsmechanismen van de Unie vallen die de handhaving van verplichtingen en rechterlijke uitspraken binnen de interne markt mogelijk maken. De bestaande bepalingen inzake de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor in derde landen gevestigde producenten moeten daarom in hun huidige vorm worden gehandhaafd. De bepaling in Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad op grond waarvan de lidstaten in derde landen gevestigde producenten kunnen verplichten een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan te stellen wanneer zij verpakkingen of verpakte producten voor het eerst op hun grondgebied aanbieden, moet derhalve van toepassing blijven. Het moet de lidstaten echter worden toegestaan de traceerbaarheid en handhaving ten aanzien van in derde landen gevestigde verpakkingsproducenten met alternatieve middelen te waarborgen. Evenzo moet de bepaling in Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad die in de Unie of in derde landen gevestigde batterijproducenten die via overeenkomsten op afstand batterijen op het grondgebied van een lidstaat aanbieden, verplicht een gemachtigde aan te stellen, van toepassing blijven voor zover zij betrekking heeft op in derde landen gevestigde producenten. De lidstaten moeten echter worden verplicht de traceerbaarheid en handhaving met betrekking tot in derde landen gevestigde batterijproducenten met alternatieve middelen te waarborgen.
(7)De bepaling in Verordening (EU) 2023/1542 die de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid verplicht stelt voor in de Unie gevestigde producenten die via overeenkomsten op afstand batterijen rechtstreeks aan eindgebruikers in een andere lidstaat verkopen, moet worden opgeschort tot 1 januari 2035.
(8)De bepaling in Verordening (EU) 2025/40 die de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid verplicht stelt voor in de Unie gevestigde producenten die verpakkingen of verpakte producten voor het eerst rechtstreeks aan eindgebruikers op het grondgebied van een andere lidstaat aanbieden, moet worden opgeschort tot 1 januari 2035.
(9)De Commissie werkt aan een wetgevingsvoorstel voor een brede hervorming van het systeem van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Volgens haar werkprogramma zal de Commissie het voorstel naar verwachting in 2026 indienen. Het wetgevingsvoorstel zal worden onderworpen aan de gewone wetgevingsprocedure en indien het door het Europees Parlement en de Raad wordt vastgesteld, zullen de lidstaten en de producenten de nodige maatregelen moeten nemen om hun regelgevende en organisatorische maatregelen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid alsmede hun handelen af te stemmen op de nieuwe regels.
(10)De opschorting van de toepassing van de verplichting voor in een van de lidstaten gevestigde batterijproducenten en verpakkingsproducenten om gemachtigden voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan te stellen wanneer zij batterijen, verpakkingen of verpakte producten in een andere lidstaat aanbieden, dient als voorlopige maatregel om de lasten voor producenten onmiddellijk te verlichten en maakt de weg vrij voor de uitvoering van een alomvattende hervorming van het systeem van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid,
(11)Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk flexibiliteit bieden aan in de Unie gevestigde producenten met betrekking tot de keuze om een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan te stellen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Opschorting van artikel 56, lid 3, van Verordening (EU) 2023/1542
De toepassing van artikel 56, lid 3, van Verordening (EU) 2023/1542 wordt opgeschort tot 1 januari 2035.
Wat in derde landen gevestigde batterijproducenten betreft, zorgen de lidstaten, wanneer zij geen gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vereisen, met alternatieve middelen voor de traceerbaarheid en handhaving ten aanzien van in derde landen gevestigde batterijproducenten.
Artikel 2
Opschorting van artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) 2025/40
De toepassing van artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) 2025/40 wordt opgeschort tot 1 januari 2035.
De lidstaten kunnen hetzij bepalen dat in derde landen gevestigde producenten, door middel van een schriftelijk mandaat, een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aanstellen wanneer zij verpakkingen of verpakte producten voor het eerst op hun grondgebied aanbieden, hetzij met alternatieve middelen de traceerbaarheid en handhaving ten aanzien van in derde landen gevestigde verpakkingsproducenten waarborgen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels voor monitoring en rapportage8
2.2.Beheers- en controlesystemen8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24
3.2.3.3.Totaal kredieten24
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28
3.2.7.Bijdragen van derden28
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29
4.Digitale dimensies29
4.1.Voorschriften met digitale relevantie30
4.2.Gegevens30
4.3.Digitale oplossingen31
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot opschorting van de toepassing van de regels inzake de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor batterijen en afgedankte batterijen en verpakkingen en verpakkingsafval
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Milieu
Europese Green Deal
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
De algemene doelstelling van dit wetgevingsvoorstel is elementen van de Verordeningen (EU) 2023/1542 en (EU) 2025/40 met betrekking tot de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te vereenvoudigen.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Door opschorting van de toepassing van de bepalingen van de Verordeningen (EU) 2023/1542 en (EU) 2025/40 die de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor in de Unie gevestigde producenten verplicht stellen, zullen producenten van verpakkingen en batterijen kunnen kiezen of zij een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aanstellen wanneer zij producten op de markt aanbieden in een andere lidstaat waar zij niet gevestigd zijn, maar zal de aanstelling niet verplicht zijn. Dit stelt producenten die reeds een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid hebben aangesteld, in staat hun bestaande regelingen aan te houden en verlicht bovendien onmiddellijk de kosten en administratieve lasten voor producenten die geen gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid willen aanstellen. 1.3.3.
Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen. De voorgestelde opschorting van de toepassing van de verplichte aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor in de Unie gevestigde producenten zal de administratieve lasten en kosten voor de producenten van verpakkingen en batterijen verlichten. Met name kmo’s zullen er baat bij hebben geen gemachtigde te hoeven aanstellen.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.
Om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het voorstel te monitoren, zal de Commissie de mogelijkheid onderzoeken om uitwisselingen met de lidstaten in verschillende vormen te organiseren, onder meer door gebruik te maken van de bestaande fora.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
De opschorting moet van toepassing zijn tot en met 1 januari 2035.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Het voorstel zal leiden tot een geharmoniseerde benadering in de sectorale wetgeving. Om uniforme voorwaarden voor producenten binnen de Unie te waarborgen, is het essentieel dat in alle lidstaten dezelfde bepalingen voor de aanstelling van een gemachtigde voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden toegepast. Het bestaande versnipperde rechtskader voor verschillende producten en de administratieve uitdagingen in verband met de aanstelling van een gemachtigde in mogelijk tot 26 lidstaten belemmeren het concurrentievermogen van in de Unie gevestigde producenten. De huidige regels moeten efficiënt en snel worden geharmoniseerd om de lasten voor die producenten te verlichten.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf de datum van toepassing tot en met 1 januari 2035
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
– door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels voor monitoring en rapportage
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
n.v.t.
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
n.v.t.
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel
kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.3.Totaal kredieten
|
TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- hoofdkantoor
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- hoofdkantoor
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften
|
TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- hoofdkantoor
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s): n.v.t.
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de taken uit te voeren door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
[Voorschrift 1 (V1): …]
[Voorschrift 2 (V2): …]
Please insert as many requirement lines as needed and identify each requirement distinctly (like R1, R2, etc.) to ease cross-referencing in the following sections.
|
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering