Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025DC0980

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Vereenvoudiging voor duurzaam concurrentievermogen

COM/2025/980 final

Brussel, 10.12.2025

COM(2025) 980 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Vereenvoudiging voor duurzaam concurrentievermogen

{SWD(2025) 990 final}


1.Inleiding

De bescherming van het milieu in Europa is onontbeerlijk voor onze veerkracht, onze welvaart en ons concurrentievermogen. De gezondheid en het welzijn van de Europeanen en de veerkracht van onze economie en strategische autonomie zijn afhankelijk van ons milieu en van de beschikbaarheid van voldoende en schone natuurlijke hulpbronnen. Europese bedrijven zijn afhankelijk van het milieu: 19 van de 23 economische sectoren in de EU zijn sterk afhankelijk van de natuur ( 1 ).

Om haar milieudoelstellingen te verwezenlijken, heeft de EU de afgelopen decennia een robuust wetgevingskader opgezet dat cruciale doelstellingen omvat, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de lucht, de waterbodem en de biodiversiteit in de EU, het terugdringen van verontreiniging en herstellen van natuurlijke habitats, het beheren van afval en het bevorderen van een duurzamere circulaire economie. De schone transitie van de Unie is een belangrijke motor voor de langetermijnwelvaart en het duurzame concurrentievermogen van Europa.

De bescherming van het milieu moet samengaan met de mogelijkheid om doeltreffend te reageren op de ongekende geo-economische, geopolitieke en veiligheidsuitdagingen die zich in Europa stellen. Die uitdagingen hebben een ontwrichtend effect op de sociale en economische realiteit en kunnen ook indirect een groot risico vormen voor het milieu.

Aantasting van het milieu en uitputting van hulpbronnen zijn schadelijk voor de economie, infrastructuur en financiële stabiliteit, terwijl een natuurpositieve, circulaire economie groei en banen kan creëren. Een gezonde planeet en een veerkrachtige economie gaan hand in hand. Concurrentievermogen en duurzaamheid zijn twee zijden van dezelfde medaille.

Met het kompas voor concurrentievermogen ( 2 ) als bepalende strategie wil de Commissie dringend werk maken van meer innovatie, decarbonisatie en concurrentievermogen, minder afhankelijkheden en een sterkere strategische autonomie. Het kompas roept met name op tot ongekende inspanningen tot vereenvoudiging van de EU-wetgeving om zakendoen te vergemakkelijken en te versnellen zonder de beleidsdoelen te ondermijnen.

De Commissie heeft in dat verband het doel vooropgesteld om de administratieve lasten te verminderen met ten minste 25 % voor alle bedrijven, en met ten minste 35 % voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), en tegelijkertijd de koers naar haar doelstellingen aan te houden. De Europese Raad heeft in zijn conclusies ook opgeroepen tot vereenvoudiging ( 3 ), onder meer op het gebied van vergunningverlening en milieu.

Dit vereenvoudigingspakket (de achtste omnibus) is erop gericht de milieudoelstellingen van de Europese Unie efficiënter, goedkoper en slimmer te verwezenlijken. De in dit pakket voorgestelde maatregelen zijn bedoeld om de uitvoering van de bestaande wetgeving en de verwezenlijking van de milieudoelstellingen te vergemakkelijken en tegelijkertijd onnodige bureaucratie voor bedrijven, met inbegrip van landbouwers en kmo’s, te verminderen en de eengemaakte markt te stimuleren.

Het toepassingsgebied van dit uitgebreide pakket omvat industriële emissies, circulariteit en milieubeoordelingen. De voorgestelde maatregelen zullen ook bijdragen tot de doelstellingen van het RESourceEU-actieplan om Europa minder afhankelijk te maken van kritieke grondstoffen. Het wetgevingsvoorstel om milieubeoordelingen te versnellen, dat deel uitmaakt van het omnibuspakket, zorgt voor vereenvoudiging, samenhang en rechtszekerheid met het oog op snellere en betere milieubeoordelingen, waarbij wordt voorzien in een rechtskader voor alle sectoren, en het is aldus complementair aan en coherent met het pakket Europese netten, de komende wetgeving voor een industrieaccelerator en de wetgeving inzake cloud- en AI-ontwikkeling.

In de visie voor landbouw en voedsel (15) beloofde de Commissie een betekenisvolle vereenvoudiging door te voeren in beleidsterreinen die een impact hebben op landbouwers, levensmiddelen- en diervoederbedrijven en de aanverwante overheidsdiensten. De in deze mededeling belichte initiatieven kunnen bijdragen tot dat doel en jongeren beter op weg helpen en warm maken voor het vak, wat generatievernieuwing in de landbouw stimuleert.

2.De reikwijdte van de milieu-omnibus

De Commissie heeft uitvoerig overleg gepleegd met belanghebbenden, het maatschappelijk middenveld, overheidsinstanties en bedrijven, de lidstaten en leden van het Europees Parlement, onder meer via haar uitvoeringsdialogen, rondetafelgesprekken met belanghebbenden en talrijke vergaderingen ( 4 ). Voortbouwend daarop stond tussen 22 juli en 10 september 2025 een gericht verzoek om input open met de focus op het potentieel om de milieuregels te vereenvoudigen, met name voor de circulaire economie, industriële emissies, milieueffectbeoordelingen en vergunningverlening. Het verzoek om input leverde een indrukwekkende feedback op van haast 200 000 reacties van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en denktanks. De meeste daarvan kwamen van burgers die zich uitspraken tegen deregulering en afzwakking van milieunormen. Ruim 1 200 reacties waren afkomstig van bedrijfsverenigingen, maatschappelijke organisaties, overheidsinstanties en academici, en omvatten circa 620 standpuntnota’s. De reacties bestreken nagenoeg het volledige milieuwetgevingscorpus en tonen aan hoe belangrijk het is de vereenvoudiging op de juiste manier tot stand te brengen.

De Commissie heeft alle ontvangen input zorgvuldig en systematisch geëvalueerd. Vanuit die analyse werd inhoudelijk vormgegeven aan het omnibuspakket. Verschillende suggesties zullen ook nuttig zijn bij de voorbereiding van andere nieuwe initiatieven (bijvoorbeeld de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie). Andere zullen verder worden beoordeeld in het kader van de geplande evaluaties van de EU-wetgeving. Tot slot kan op een deel van de ontvangen feedback worden ingespeeld zonder herziening van de wetgeving, maar via richtsnoeren of uitvoeringsmaatregelen, die in sommige gevallen meer doeltreffende en pasklare oplossingen, juridische duidelijkheid en voorspelbaarheid kunnen bieden.

Na een grondige analyse zijn de volgende kernelementen in het omnibuspakket opgenomen:

Industriële installaties en de circulaire economie

Vermindering van de administratieve lasten in verband met industriële emissies: de Commissie stelt een grondige vereenvoudiging voor met betrekking tot milieubeheersystemen (MBS) en transformatieplannen in het kader van de richtlijn inzake industriële emissies en emissies uit de veehouderij. Momenteel schrijft die richtlijn een MBS voor elke installatie voor, terwijl het voorstel van de Commissie toelaat om binnen eenzelfde lidstaat een MBS op bedrijfsniveau op te zetten. Er komt een extra termijn van drie jaar voor het opzetten van een MBS, de inhoud ervan wordt vereenvoudigd (geen verplichte inventarisatie van chemische stoffen en risicobeoordeling) en de verplichting van onafhankelijke audits wordt ingetrokken, omdat systemen als EMAS en ISO 14001 doorgaans al audits omvatten. De verplichting om indicatieve transformatieplannen op te stellen, zou worden ingetrokken. Bovendien wordt voorgesteld om biologische pluimveebedrijven uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn industriële emissies (IED). Verder zal de berekening van de capaciteit van landbouwbedrijven worden vereenvoudigd door niet-gespeende biggen uit te sluiten.

Gerichte wijzigingen van de richtlijn inzake industriële emissies en emissies uit de veehouderij ( 5 ) en de richtlijn inzake middelgrote stookinstallaties ( 6 ) moeten leiden tot een vlottere vergunningverlening voor decarbonisatieprojecten waarbij wordt gebruikgemaakt van oxyfuelverbranding of verbranding op basis van waterstof. Enkele wijzigingen van de overgangsbepalingen van de herziene IED bieden de lidstaten, bevoegde autoriteiten en exploitanten meer tijd om aan sommige van de nieuwe of herziene bepalingen te voldoen en verschaffen tegelijkertijd duidelijkheid over wanneer die bepalingen van toepassing zijn.

Vereenvoudiging van de rapportage over industriële emissies: exploitanten in de veehouderij en aquacultuur zullen worden vrijgesteld van rapportage over het gebruik van water, energie en materialen in het kader van de wetgeving inzake rapportage over industriële emissies ( 7 ). De lidstaten zullen meer informatie kunnen rapporteren namens individuele landbouwers en exploitanten in de aquacultuur, waardoor de rapportagelast voor die sectoren verder zal afnemen.

Vermindering van de administratieve lasten in het kader van de afvalwetgeving: de SCIP-databank ( 8 ) is niet doeltreffend gebleken als informatiebron voor recyclers over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in producten en heeft aanzienlijke administratieve kosten met zich meegebracht. Daarom wordt voorgesteld de verplichting om SCIP-gerelateerde gegevens te rapporteren, in te trekken. De EU-wetgeving inzake chemische stoffen, met name het pakket “één stof, één beoordeling” en het digitale productpaspoort, zal geleidelijk de beoogde rol van de databank vervullen. Bij het ontwerpen van het digitale productpaspoort zal de Commissie in het toepassingsgebied ervan gegevens over zeer zorgwekkende stoffen opnemen.

Vermindering van de administratieve lasten met betrekking tot regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR): producenten die producten verkopen in andere lidstaten dan die waar zij gevestigd zijn, zullen kunnen beslissen of zij in die lidstaten een gemachtigde vertegenwoordiger aanwijzen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afvalbeheervereisten ( 9 ). Bedrijven die reeds dergelijke vertegenwoordigers hebben aangewezen, kunnen hun huidige opzet behouden. Deze veranderingen vormen een opstap naar een verdergaande vereenvoudiging. In de wetgeving op het gebied van circulaire economie zal verder worden voorgesteld de reikwijdte van de rapportage door producenten over de beschikbaar gestelde producten en gegevens over de inzameling en verwerking van afval in verband met die producten te beperken, en de rapportagefrequentie te beperken tot maximaal één keer per jaar. Harmonisatie van de eengemaakte markt en digitalisering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is gepland in het kader van de wetgeving op het gebied van circulaire economie in 2026. Een verdere vereenvoudiging in de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie zal ook een vereenvoudiging met betrekking tot producenten uit derde landen omvatten.

Gerichte wijzigingen met het oog op vereenvoudiging: er wordt een reeks gerichte wijzigingen voorgesteld voor diverse instrumenten, waaronder: de richtlijn inzake middelgrote stookinstallaties ( 10 ) om de vereisten voor noodaggregaten ter ondersteuning van grote datacentra te versoepelen; de batterijenverordening ( 11 ) met betrekking tot de wettelijke definitie van “producent” om alle verkooptechnieken voor verkopers op afstand te bestrijken, het juiste evenwicht tussen veiligheid en repareerbaarheid voor batterijen voor lichte vervoermiddelen te waarborgen en de etikettering van zorgwekkende stoffen te vereenvoudigen.

De Inspire-richtlijn

Vereenvoudiging van de rapportage over ruimtelijke gegevens: de vereisten betreffende de technische gegevens van de Inspire-richtlijn ( 12 ) zullen worden afgestemd op de richtlijn open data ( 13 ). Het voorstel is volledig in synergie met het digitale-omnibusvoorstel (10), dat voorziet in de oprichting van één geconsolideerd instrument voor de Europese data-economie, maar niet in inhoudelijke wijzigingen van de thans geldende bepalingen in het kader van de richtlijn open data. Dit voorstel leunt aan bij de doelstellingen van de strategie voor de data-unie, aangezien het tot doel heeft de kosten terug te dringen en de complexiteit te verminderen, zodat de lidstaten hoogwaardige gegevens veel gemakkelijker openbaar beschikbaar kunnen stellen. Een betere uitvoering zal bijdragen tot een grotere beschikbaarheid van hoogwaardige geospatiale milieugegevens voor hergebruik door de publieke en particuliere sector. Dergelijke gegevens kunnen nuttig zijn voor een brede waaier aan downstreamdiensten — van realtime milieumonitoring en klimaatrisicobeoordelingen tot slimmere stadsplanning, duurzame mobiliteitsoplossingen en een betere noodrespons. Door in een breder gebruik en hergebruik van die gegevens te voorzien, ondersteunt het voorstel volledig de doelstelling van de digitale omnibus om de EU-wetgeving inzake gegevens soepeler, vlotter uitvoerbaar en bevorderlijker voor een innovatieve en concurrerende data-economie te maken.

Milieubeoordelingen en vergunningen

Versnelling van milieubeoordelingen: in het rapport-Draghi worden langdurige en onzekere vergunningsprocedures — met name een gebrek aan administratieve capaciteit en digitalisering — aangehaald als belangrijke belemmeringen voor de uitrol van nieuwe elektriciteitsvoorziening en -netten, voor de toegang tot kritieke grondstoffen en meer in het algemeen voor projecten voor een schone en digitale transitie. Op 23 oktober 2025 hebben de EU-leiders de Commissie opgeroepen haar inspanningen op te voeren om het EU-acquis aan stresstests te onderwerpen en daarbij onder meer voorstellen te onderzoeken om de plannings- en vergunningsprocedures in de lidstaten te stroomlijnen en te versnellen. Heel wat belanghebbenden hebben in het verzoek om input gewezen op vertragingen in de nationale vergunningsprocedures.

Als reactie daarop, en zoals aangekondigd in het actieplan voor de chemische industrie van 8 juli, wordt als onderdeel van het omnibuspakket een voorstel ingediend om de milieubeoordelingen, die de kern van het vergunningverleningsproces vormen, te versnellen. Het voorstel voorziet in een vereenvoudigd en coherent kader voor snellere en kwaliteitsvollere milieubeoordelingen. Het zal ervoor zorgen dat projectontwikkelaars profijt kunnen trekken van eenvoudigere en versnelde procedures met centrale contactpunten die complexe procedures coördineren, samenwerking tussen autoriteiten voor milieubeoordelingen met grensoverschrijdende effecten, digitalisering, voldoende personeel en capaciteit van vergunningverlenende autoriteiten, en beperkte financiële steun om de administratieve kosten te dekken. Er worden ook verdere maatregelen voorgesteld om vaart te brengen in belangrijke projecten rond energie, digitalisering en industriële decarbonisatie — met inbegrip van relevante projecten rond circulaire economie — waaronder maatregelen zoals stilzwijgende goedkeuring en procedurele en gerechtelijke prioritering door de lidstaten.

Het netto-effect van het omnibuspakket zal de administratieve lasten met circa 1 miljard EUR per jaar doen dalen. Kmo’s zullen als eerste de voordelen ondervinden, met name als er overeenstemming wordt bereikt over de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot gemachtigde vertegenwoordigers en de SCIP-databank. Naast de directe besparingen zullen er bijkomende voordelen zijn, zoals een versnelling en vereenvoudiging van de milieubeoordeling, die met name ten goede zullen komen aan projecten met een investeringswaarde van ten minste 30 miljard EUR per jaar.

De initiële geraamde kostenbesparingen zijn voor de belangrijkste maatregelen berekend aan de hand van de standaardmethode voor kostenramingen, zoals uiteengezet in de toolbox voor betere regelgeving. In totaal zullen deze maatregelen de administratieve lasten met circa 1 miljard EUR per jaar doen dalen, wat voornamelijk bedrijven en overheidsinstanties zal helpen en efficiëntieverbeteringen zal bevorderen.

Het omnibusvoorstel omvat een beperkt aantal gerichte wijzigingen van de respectieve richtlijnen en verordeningen op milieugebied, en de opschorting van een aantal specifieke bepalingen inzake regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afval, die strikt noodzakelijk zijn om de doelstellingen van het voorstel te verwezenlijken. Verdere mogelijke wijzigingen van die richtlijnen of verordeningen vallen volledig buiten het toepassingsgebied en de doelstellingen van dit omnibusvoorstel. De noodzaak van eventuele verdere wijzigingen kan zo nodig worden onderzocht in het kader van verdere stresstests van de EU-milieuwetgeving en de voorstellen die zijn aangekondigd in het werkprogramma van de Commissie voor 2026, met name de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie (zie punt 3). De Commissie zal constructief samenwerken met de medewetgevers om een akkoord mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat de belangrijkste doelstellingen en beginselen van het voorstel van de Commissie worden gehandhaafd.

3.Toekomstige vereenvoudiging

Vereenvoudiging begint noch eindigt met de achtste omnibus ( 14 ). De Commissie zet resoluut haar inspanningen verder om het volledige potentieel van vereenvoudiging aan te boren, de EU-wetgeving aan stresstests te onderwerpen en werk te maken van doeltreffende uitvoering. Uitvoering moet werkbaar en eenvoudig zijn. Rekening houdend met alle terreinen van de EU-wetgeving moet er aandacht zijn voor de totale gecombineerde administratieve lasten, waarbij wordt beoogd de beleidsdoelstellingen op een kosteneffectieve manier te verwezenlijken. De inspanningen op het gebied van stresstests zullen betrekking hebben op het volledige milieuacquis tijdens de mandaatperiode 2024-2029 van de Commissie.

Op 4 december 2025 hebben de medewetgevers een voorlopig akkoord bereikt over het op 21 oktober 2025 door de Commissie ingediende voorstel om de EU-ontbossingsverordening te vereenvoudigen en een vlotte uitvoering ervan te waarborgen.

Daarnaast zal de Commissie de mogelijkheden voor vereenvoudiging onderzoeken bij de voorbereiding van de volgende nieuwe initiatieven:

Een gerichte herziening van de Reach-wetgeving inzake chemische stoffen ( 15 ).

De wetgeving op het gebied van circulaire economie in het derde kwartaal van 2026 zal leiden tot eenvoudigere, geharmoniseerde regels en lagere kosten voor grensoverschrijdende circulaire activiteiten en zal een eengemaakte markt voor afval en gerecyclede materialen tot stand brengen. Voortbouwend op de gerichte vereenvoudiging van de regeling voor gemachtigde vertegenwoordigers, met inbegrip van de opschorting van de bepaling om in het kader van het omnibuspakket te voorzien in één vertegenwoordiger per lidstaat, beoordeelt de Commissie momenteel het potentieel voor een grootschaligere hervorming van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, ook voor producenten uit derde landen, waarvoor veel belanghebbenden in hun reacties op het verzoek om input hebben gepleit. Dit omvat de verdere harmonisatie van de EU-wetgeving, vereenvoudiging en digitalisering van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid via een digitaal éénloketsysteem voor informatie, registratie en rapportage.

Om het ondernemingsklimaat en de werking van de eengemaakte markt voor afval en secundaire materialen te vereenvoudigen, onderzoekt de Commissie momenteel het potentieel van een groene lijst van bepaalde soorten niet-gevaarlijk afval door in het kader van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen gedelegeerde handelingen vast te stellen voor overbrengingen tussen lidstaten. De Commissie is zich ook bewust van de specifieke bezorgdheid die is geuit over bepalingen in de verordening die de uitvoer van gemengd stedelijk afval voor nuttige toepassing uit de EU beperken, met name met betrekking tot gevallen waarbij de geografische situatie in bepaalde regio’s de uitvoer van dergelijk afval via duurzamere vervoermiddelen naar nabijgelegen afvalbeheerinstallaties in naburige EVA-landen rechtvaardigt. De Commissie zal samen met de medewetgevers nagaan hoe die kwestie tijdig kan worden behandeld in de wetgeving op het gebied van circulaire economie of via andere wetgevingsinstrumenten, in overeenstemming met de doelstellingen van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen en van de decarbonisatieagenda van de EU.

De kaderrichtlijn water is eenvoudiger gemaakt als onderdeel van het politieke akkoord over oppervlaktewaterverontreinigende stoffen dat de medewetgevers in september 2025 hebben bereikt. Dit omvat vormen van flexibiliteit die tegemoetkomen aan een aantal door belanghebbenden aan de orde gestelde kwesties, waaronder gestroomlijnde en verminderde rapportageverplichtingen en de invoering van nieuwe vrijstellingen (voor tijdelijke achteruitgang en verplaatsing van verontreinigende stoffen). De doeltreffende uitvoering van de relevante bepalingen van de kaderrichtlijn water zal in 2026 aan een stresstest worden onderworpen, met inbegrip van de onlangs overeengekomen vrijstellingen van het beginsel van niet-achteruitgang om na te gaan of zij tot tastbare verbeteringen hebben geleid. De Commissie zal in het eerste kwartaal van 2026 richtsnoeren opstellen om diverse door belanghebbenden aangekaarte kwesties te verduidelijken, met name met betrekking tot vergunningverlening. De Commissie zal ook de dialoog opvoeren met belanghebbenden en lidstaten die bij de uitvoering van de kaderrichtlijn water met specifieke uitdagingen kampen, rekening houdend met de doelstellingen van het RESourceEU-actieplan ( 16 ) om de strategische autonomie van Europa te vergroten en de afhankelijkheden van de invoer van kritieke materialen te verminderen. Verder zal de Commissie tegen het tweede kwartaal van 2026 de kaderrichtlijn water evalueren en herzien op basis van de input en ervaringen van belanghebbenden in de lidstaten, met bijzondere aandacht voor vereenvoudiging en de noodzaak om potentiële knelpunten aan te pakken, teneinde circulariteit en toegang tot kritieke grondstoffen in de EU te bevorderen en tegelijkertijd het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen ( 17 ).

-De komende herziening van de kaderrichtlijn mariene strategie zal ook een aanzienlijke vereenvoudiging tot stand brengen. De Commissie zal ernaar streven de samenhang met het zoetwateracquis van de EU te verbeteren en resultaten te boeken door de rapportagevereisten te verminderen, en het gegevensbeheer en de governance in de regionale zeeverdragen ( 18 ) te verbeteren.

Daarnaast zal bijzondere aandacht worden besteed aan terreinen die heel wat belanghebbenden aan de orde hebben gesteld en waarvoor een grondigere beoordeling en afweging van beleidskeuzes nodig is, voornamelijk middels secundaire wetgeving en richtsnoeren. Bijvoorbeeld:

Als onderdeel van de strategie voor waterweerbaarheid ( 19 ) staat in 2026 een reeks gestructureerde waterdialogen gepland die bijkomende kwesties kunnen blootleggen en tot verdere verbeteringen kunnen leiden, onder meer met betrekking tot de rapportagelast en de afstemming van monitoring- en rapportagecycli voor het wateracquis.

De Commissie zal een geharmoniseerd formaat vaststellen voor de registratie in het producentenregister voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uit hoofde van de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen.

Wat de verordening natuurherstel betreft, zal de Commissie haar steun aan de lidstaten en regionale autoriteiten bij het opstellen van hun ontwerpen van nationale herstelplannen opvoeren via een samenwerkingsproces, waarbij nationale en regionale uitdagingen worden aangepakt. De Commissie zal samen met de lidstaten en belanghebbenden de in het verzoek om input aan de orde gestelde kwesties beoordelen, aanvullende maatregelen in secundaire wetgeving overwegen en steun verlenen aan belanghebbenden die mogelijk impact ondervinden van de herstelmaatregelen, publieke en particuliere investeringen aanboren en de rapportagelast tot een minimum beperken.

De Commissie zal in 2026 de vogel- en de habitatrichtlijn aan een stresstest onderwerpen, rekening houdend met klimaatverandering, voedselzekerheid, concurrentievermogen, veerkracht, de evoluerende rechtspraak, de behoefte aan rechtszekerheid en andere ontwikkelingen, en richtsnoeren aanreiken om de uitvoering te vergemakkelijken, ook met betrekking tot agressieve soorten.

De Commissie zal de lopende evaluaties van de nitratenrichtlijn ( 20 ) afronden en follow-upmaatregelen treffen om na te gaan hoe de doelstellingen van die richtlijn zo doeltreffend en evenredig mogelijk kunnen worden bereikt. De Commissie zal ook nagaan hoe zij innovatieve en alternatieve vormen van mestgebruik zou kunnen aanboren om nieuwe zakelijke en duurzame investeringsopportuniteiten te stimuleren en bij te dragen tot de milieu- en klimaatdoelstellingen (biogas/biomethaan, renure, digestaten en de verschillende toepassingen ervan).

Om de uitvoering van de verordening verpakkingen en verpakkingsafval te ondersteunen, zal de Commissie prioritair een mededeling en veelgestelde vragen publiceren met richtsnoeren over de vaakst aangehaalde punten in het verzoek om input en in bilaterale uitwisselingen, waaronder PFAS-tests, toepassingsdata, etiketteringsvereisten en de doelstellingen voor hergebruik. De reacties op het verzoek om input zullen ook worden benut in het kader van de in 2026 en 2027 geplande vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen. Bij de ontwikkeling van geharmoniseerde etiketteringsspecificaties zal terdege rekening worden gehouden met bestaande systemen en specifieke kenmerken van bepaalde producten en de regulering ervan (bv. geneesmiddelen) om de patiëntveiligheid en de menselijke gezondheid te beschermen. Met het oog op feedback van belanghebbenden zal een ontwerp van gedelegeerde handeling worden gepubliceerd dat voorziet in een vrijstelling van de doelstellingen inzake 100 % hergebruik voor pallethoezen en riemen. De Commissie zal in haar uitvoeringsmaatregelen bijkomende flexibiliteit voor andere verpakkingsformaten overwegen, met name in de gevallen waar kwesties rond hygiëne en voedselveiligheid de verwezenlijking van die doelstellingen in de weg staan. De Commissie zal de rapportage zoveel mogelijk vereenvoudigen via uitvoeringsmaatregelen om de administratieve lasten te verminderen, in nauwe samenwerking met de belanghebbenden en de lidstaten in de recent opgerichte deskundigengroep voor verpakkingen.

Wat de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik betreft, zal de Commissie in 2027 een evaluatie afronden om na te gaan of de doelstellingen om de (mariene) verontreiniging door kunststoffen terug te dringen en de circulariteit te verbeteren, zijn bereikt. Bij de evaluatie zal de mogelijkheid om de administratieve lasten te verminderen zorgvuldig worden onderzocht. Een specifiek verzoek om input en een openbare raadpleging worden in de komende weken gelanceerd.

Er worden uitvoeringsverslagen opgesteld om te beoordelen of de wetgeving goed functioneert en om mogelijke problemen in kaart te brengen, zoals de komende verslagen over de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, de EMAS-verordening en de richtlijn omgevingslawaai.

De Commissie zal ook algemener bekijken hoe het bestaan van kmo’s verder kan worden vergemakkelijkt, met name door het potentieel van digitalisering en het gebruik van artificiële intelligentie ten volle aan te boren. Zo zal het digitale systeem voor de overbrenging van afvalstoffen (DIWASS) de overbrenging van afvalstoffen tussen de lidstaten vereenvoudigen en ervoor zorgen dat afval in de EU efficiënt wordt gerecycled.

4.Conclusie

Dit evenwichtige pakket draagt verder bij tot de doelstelling van de Commissie om de bureaucratie te doorbreken en te snoeien in de complexiteit van de EU-wetgeving om Europese bedrijven te ondersteunen in een almaar complexere geopolitieke context. Het doel ervan is een schone transitie naar een duurzame en veerkrachtige economie te bewerkstelligen, de meest innovatieve en concurrerende bedrijven die omschakelen naar duurzame bedrijfsmodellen te belonen en de overige bedrijven te helpen hun achterstand in te halen met betrekking tot de verwachte normen.

De Commissie stelt alles in het werk om de onderhandelingen tussen de medewetgevers in goede banen te leiden met het oog op een spoedig akkoord binnen het toepassingsgebied en de doelstellingen van het omnibusvoorstel, teneinde overheidsinstanties en bedrijven, met inbegrip van kmo’s en landbouwers, tastbare en praktische voordelen te bieden.

(1) ()     Publicatieregister van het JRC — The EU economy’s dependency on nature .
(2) ()    “Het EU-kompas voor concurrentievermogen”, COM(2025) 30 final van 29 januari 2025.
(3) ()     Conclusies van de Europese Raad van 23 oktober 2025 over concurrentievermogen en de dubbele transitie.
(4) () Uitvoeringsdialoog over milieubeoordelingen en vergunningverlening — milieu ; uitvoeringsdialoog over het pakket voor de chemische industrie met commissaris Jessika Roswall — milieu ; rondetafelgesprek met belanghebbenden over de milieu-omnibus — milieu .
(5) ()    Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies en emissies uit de veehouderij.
(6) ()    Richtlijn (EU) 2015/2193 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties (PB L 313 van 28.11.2015, blz. 1).
(7) ()    Verordening (EU) 2024/1244 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de rapportage van milieugegevens van industriële installaties, tot oprichting van een portaal voor industriële emissies en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 166/2006 (PB L, 2024/1244, 2.5.2024, blz. 1).
(8) ()    Voorwerpen die zeer zorgwekkende stoffen (SVHC’s) bevatten die in de lijst van stoffen die in aanmerking komen zijn opgenomen in een concentratie van meer dan 0,1 % gewichtsprocent (g/g), die in de EU in de handel worden gebracht en waarvan overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt i), van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG) kennis wordt gegeven. De databank bevat momenteel ruim 16 miljoen vermeldingen voor dergelijke producten.
(9) ()    Die horizontale bepalingen zouden leiden tot de opschorting van de toepassing van de desbetreffende bepalingen in de kaderrichtlijn afvalstoffen, de batterijenverordening, de richtlijn afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de verordening betreffende verpakkingen en verpakkingsafval.
(10) ()    Richtlijn (EU) 2015/2193 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties (PB L 313 van 28.11.2015, blz. 1).
(11) ()    Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG (PB L 191 van 28.7.2023, blz. 1).
(12) ()    Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).
(13) ()    Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (herschikking) (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).
(14) ()     Overzichtsverslag voor 2025 over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving — Europese Commissie .
(15) ()    Zie “Een actieplan voor de Europese chemische industrie”, COM(2025) 530 final.
(16) ()    “RESourceEU action plan — Accelerating our critical raw materials strategy to adapt to a new reality”, COM(2025) 945 final van 3 december 2025.
(17) ()    “Europese strategie voor waterweerbaarheid”, COM(2025) 280 final van 4 juni 2025.
(18) ()    Andere komende evaluaties betreffen de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik, de richtlijn winningsafval, de verordening hergebruik van water, de kaderrichtlijn afvalstoffen en de richtlijn storten van afvalstoffen.
Top