EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023PC0698

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot uitbreiding van Richtlijn [XXXX] tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

COM/2023/698 final

Brussel, 31.10.2023

COM(2023) 698 final

2023/0393(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot uitbreiding van Richtlijn [XXXX] tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Commissie heeft op 6 september 2023 een voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap aangenomen 1 .

In dat voorstel worden het kader, de regels en de gemeenschappelijke voorwaarden voor die kaarten vastgesteld wanneer personen met een handicap voor een korte periode op reis of bezoek gaan naar een andere lidstaat. Het voorstel omvat onder meer een gemeenschappelijk gestandaardiseerd model voor een Europese gehandicaptenkaart – als bewijs van een erkende gehandicaptenstatus – en voor een Europese parkeerkaart voor personen met een handicap – als bewijs van hun erkende recht op voor personen met een handicap gereserveerde parkeervoorwaarden en -faciliteiten.

De wederzijdse erkenning van beide kaarten in alle lidstaten moet het voor personen met een handicap (of voor personen die hen begeleiden of bijstaan) bij een reis naar of een bezoek aan een andere lidstaat gemakkelijker maken om te profiteren van de bijzondere voorwaarden en/of voorkeursbehandelingen die door particulieren of overheidsinstanties worden verleend bij de toegang tot diensten, activiteiten en faciliteiten – ook wanneer ze niet tegen een vergoeding worden aangeboden – op verschillende beleidsterreinen (bijvoorbeeld cultuur, vrijetijdsbesteding, toerisme, sport, onderwijs en openbaar en particulier vervoer). Ze moeten ook gemakkelijker toegang krijgen tot voor personen met een handicap gereserveerde parkeervoorwaarden en -faciliteiten onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor inwoners van die lidstaat met een erkende handicap. Personen met een handicap kunnen zo hun recht op vrij verkeer in de hele EU volledig en doeltreffend uitoefenen.

Vanwege de vele onderling verbonden doelstellingen van dit initiatief werd het gebruik van verschillende rechtsgrondslagen, namelijk artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 91 en artikel 21, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), het meest geschikt en passend geacht voor het bovengenoemde voorstel.

Een dergelijke rechtsgrondslag bestrijkt een zo breed mogelijke verscheidenheid van diensten, activiteiten en faciliteiten – ook wanneer ze niet tegen een vergoeding worden aangeboden – op tal van beleidsgebieden, maar heeft alleen betrekking op burgers van de Unie en hun familieleden (ongeacht hun nationaliteit) bij de uitoefening van hun recht op vrij verkeer overeenkomstig de regels van de Unie.

Daarom heeft de Commissie bij de goedkeuring van het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap haar voornemen kenbaar gemaakt om onderdanen van derde landen en EU-burgers gelijk te behandelen en daartoe een afzonderlijke rechtshandeling voor te stellen waarbij het toepassingsgebied van dat voorstel wordt uitgebreid tot onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, niet onder het toepassingsgebied van die richtlijn vallen, een door die lidstaat erkende gehandicaptenstatus hebben en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie 2 .

Met dit nieuwe voorstel wordt gevolg gegeven aan dat voornemen. Doel is ervoor te zorgen dat – bij een verplaatsing of een reis naar een andere lidstaat voor een korte periode – het kader van het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap ook geldt voor onderdanen van derde landen met een handicap die niet onder die richtlijn vallen. Het voorstel zal er dus voor zorgen dat het kader van toepassing is op die onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, een door die lidstaat erkende gehandicaptenstatus hebben en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Door het toepassingsgebied van het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap uit te breiden tot onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie en een handicap hebben, of tot personen die hen begeleiden of bijstaan, wordt ervoor gezorgd dat zij op dezelfde wijze worden behandeld als EU-burgers (en hun familieleden). De lasten voor de lidstaten worden zo verlicht zonder dat hun nationale verplichtingen op het gebied van gelijke behandeling en non-discriminatie ten aanzien van onderdanen van derde landen met een handicap die legaal op hun grondgebied verblijven, worden geschonden. Dankzij de wederzijdse erkenning van hun gehandicaptenstatus in alle lidstaten kunnen personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, hun recht om zich binnen de EU te verplaatsen of te reizen overeenkomstig het recht van de Unie gemakkelijker uitoefenen en wordt hun deelname aan en inclusie in de samenleving op gelijke voet met anderen doeltreffender gewaarborgd.

Bij een verplaatsing of een reis naar een andere lidstaat voor een korte periode zullen ze bijgevolg 1) in de lidstaat waar ze legaal verblijven dezelfde rechten hebben die door het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap worden gewaarborgd met betrekking tot eligibiliteit en de afgifte van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap. Ze krijgen bovendien 2) gelijke toegang onder gelijke voorwaarden tot parkeervoorwaarden en -faciliteiten en genieten 3) bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen die door particulieren of overheidsinstanties bij diensten, activiteiten en faciliteiten worden verleend, ook wanneer ze niet tegen een vergoeding worden aangeboden.

Overeenkomstig artikel 21, lid 1, van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord mogen onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, zich verplaatsen op het grondgebied van andere lidstaten onder de in die overeenkomst vastgestelde voorwaarden.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Dit initiatief heeft tot doel het voor personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, een door die lidstaat erkende gehandicaptenstatus hebben en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie, en/of voor personen die hen begeleiden of bijstaan, gemakkelijker te maken om bij een verplaatsing of een reis naar een andere lidstaat voor een korte periode toegang te krijgen tot parkeervoorwaarden en -faciliteiten voor personen met een handicap en bijzondere voorwaarden en/of voorkeursbehandelingen bij diensten, activiteiten en faciliteiten – ook wanneer ze niet tegen een vergoeding worden aangeboden – onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor inwoners van die lidstaat met een handicap. Personen met een handicap kunnen zo hun recht om zich binnen de EU te verplaatsen of te reizen overeenkomstig het recht van de Unie gemakkelijker uitoefenen.

Aangezien het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap vanwege beperkingen bij de rechtsgrondslag niet van toepassing is op de genoemde onderdanen van derde landen, zal het huidige initiatief ervoor zorgen dat dezelfde rechten en voordelen die EU-burgers en hun familieleden (ongeacht hun nationaliteit) uit hoofde van dat voorstel genieten, onder dezelfde voorwaarden aan onderdanen van derde landen die zich naar een andere lidstaat mogen verplaatsen of reizen overeenkomstig het het recht van de Unie, kunnen worden verleend bij een verplaatsing of een reis naar een andere lidstaat voor een korte periode.

Het voorstel zal ook het “Action plan on Integration and Inclusion 2021-2027 3 ondersteunen, waarin wordt erkend dat migranten met een handicap met tal van vormen van discriminatie te maken kunnen krijgen op school, in hun woonbuurt en op het werk, en waarin wordt benadrukt dat met hun specifieke behoeften rekening moet worden gehouden.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 79, lid 2, punt b), VWEU voorziet in de noodzakelijke rechtsgrondslag voor de afgifte van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap aan onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, een door die lidstaat erkende gehandicaptenstatus hebben en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie.

Overeenkomstig het aan de Verdragen gehechte Protocol nr. 21 kan Ierland – binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een voorstel of een initiatief of te allen tijde na de aanneming ervan – de Raad ervan in kennis stellen dat het wenst deel te nemen aan de aanneming en toepassing van de voorgestelde maatregel. Overeenkomstig het aan de Verdragen gehechte Protocol nr. 22 neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van op dit artikel gebaseerde maatregelen.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel is volledig in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Het voorstel breidt het toepassingsgebied van het reeds aangenomen voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap uit tot onderdanen van derde landen die niet onder dat voorstel voor een richtlijn vallen, maar legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie. Net als bij het genoemde voorstel, dat door dit initiatief wordt aangevuld, zijn de problemen van grensoverschrijdende aard en kunnen ze niet door de lidstaten alleen worden opgelost, maar – vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden – beter op EU-niveau worden aangepakt. Er moeten daarom maatregelen op EU-niveau worden genomen.

Evenredigheid

Wat het evenredigheidsbeginsel betreft, gaan de vorm en de inhoud van het voorstel niet verder dan wat noodzakelijk en evenredig is om de verschillende, onderling verbonden doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

In overeenstemming met de rechtsgrondslag – namelijk artikel 79, lid 2, punt b), VWEU – en het feit dat het toepassingsgebied van het reeds aangenomen voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap wordt uitgebreid, wordt een richtlijn beschouwd als het geschikte, evenredige en doeltreffende instrument om de doelstelling(en) van het huidige initiatief te verwezenlijken.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadpleging van belanghebbenden

Bij de voorbereiding van het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap is – overeenkomstig de richtsnoeren voor betere regelgeving – een groot aantal internationale, EU- en nationale belanghebbenden geraadpleegd, namelijk i) degenen die belang hebben bij de kwestie (bv. nationale overheidsinstanties, dienstverleners en ngo’s); ii) potentiële begunstigden van de Europese gehandicaptenkaart of de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap (bv. personen met een handicap en persoonlijke assistenten); en iii) deskundigen (bv. onderzoekers, consultants, adviseurs en internationale organisaties).

De raadpleging van belanghebbenden omvatte: a) een openbare raadpleging, b) strategische en c) gerichte interviews, d) gerichte online-enquêtes, e) drie onlineworkshops, f) zes focusgroepen met dienstverleners uit geselecteerde lidstaten en g) zes casestudy’s. De belanghebbenden konden ook opmerkingen indienen over h) het verzoek om input van de Commissie.

Voor zover mogelijk wordt in het huidige voorstel rekening gehouden met de verzamelde informatie en gegevens 4 .

Effectbeoordeling

De Commissie heeft geen extra effectbeoordeling voor dit voorstel uitgevoerd, omdat de situatie van alle personen met een handicap in de EU – met inbegrip van onderdanen van derde landen –die voor een korte periode naar een andere lidstaat reizen, in de effectbeoordeling bij het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap al is beoordeeld. Daarom zijn de analyse en de resultaten van de effectbeoordeling bij dat voorstel ook relevant voor het onderhavige voorstel.

Het milieueffect van de gecombineerde beleidsopties die ten grondslag liggen aan het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, werd als onbeduidend beschouwd. Het voorstel zou wel enige positieve digitale effecten hebben. Verwacht werd dat de voorkeursbeleidsopties ook geen significante gevolgen voor het concurrentievermogen en het mkb zouden hebben. De verwachte administratieve kosten voor bedrijven zouden marginaal zijn. Deze beoordelingen gelden ook voor het huidige initiatief.

Grondrechten

Het voorstel zal naar verwachting positieve sociale effecten en uitermate positieve effecten voor het waarborgen van de grondrechten in de EU hebben (met name de integratie van personen met een handicap en het vergemakkelijken van de mogelijkheden voor onderdanen van derde landen met een handicap om zich naar andere lidstaten te verplaatsen of te reizen overeenkomstig het recht van de Unie).

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen extra gevolgen voor de EU-begroting. Zoals vermeld in het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap hebben de enige operationele kosten betrekking op de organisatie van vergaderingen van comités en deskundigengroepen, en op steun voor de controles van nationale omzettingsmaatregelen, d.w.z. 0,62 miljoen EUR aan operationele kredieten in het kader van de bestaande begrotingslijn, en administratieve uitgaven van ongeveer 0,342 miljoen EUR per jaar. Deze uitgaven zullen leiden tot een interne herschikking van middelen zonder verhoging van het bedrag. De genoemde bedragen zullen niet stijgen als gevolg van het huidige voorstel.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Dit voorstel bevat geen bepalingen met betrekking tot uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage.

Als/wanneer dit voorstel en het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap worden goedgekeurd, moeten de lidstaten de Commissie echter [binnen zes maanden na de inwerkingtreding ervan] in kennis stellen van de instantie(s) die is/zijn aangewezen om de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap af te geven, te verlengen en in te trekken, alsmede van de voorwaarden voor de afgifte van dergelijke kaarten of het ongeldig verklaren van de kaarten.

De lidstaten moeten de Commissie ook alle informatie verstrekken die zij nodig heeft om regelmatig verslag over de toepassing van de richtlijn uit te brengen aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s. Na de goedkeuring van dit voorstel moet deze informatie ook betrekking hebben op personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Het voorstel vereist geen toelichtende stukken voor de omzetting ervan in nationaal recht.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 licht de doelstelling van het voorstel toe.

Artikel 2 bepaalt dat het voorstel de rechten van onderdanen van derde landen op het gebied van mobiliteit niet wijzigt en evenmin nieuwe rechten verleent.

Artikel 3 bevat de definitie van “onderdaan van een derde land” voor de toepassing van dit voorstel.

De artikelen 4 en 5 gaan over de omzetting en de inwerkingtreding en artikel 6 heeft betrekking op de adressaten.

2023/0393 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot uitbreiding van Richtlijn [XXXX] tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 2, punt b,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 5 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 6 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Om ervoor te zorgen dat personen met een handicap hun rechten gemakkelijker kunnen uitoefenen tijdens een reis naar of een kort bezoek aan een andere lidstaat, heeft Richtlijn ..../... [voorstel voor een richtlijn] 7 het kader, de regels en de gemeenschappelijke voorwaarden, inclusief een gemeenschappelijk gestandaardiseerd model, vastgesteld voor een Europese gehandicaptenkaart die als bewijs van een erkende gehandicaptenstatus fungeert en toegang verleent tot door particulieren of overheidsinstanties verleende bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen in het kader van een grote verscheidenheid van diensten, activiteiten en faciliteiten – ook wanneer ze niet tegen een vergoeding worden aangeboden – en voor een Europese parkeerkaart voor personen met een handicap als bewijs van hun erkende recht op voor personen met een handicap gereserveerde parkeervoorwaarden en -faciliteiten 8 .

(2) Om de lidstaten te helpen hun nationale verplichtingen inzake gelijke behandeling en non-discriminatie ten aanzien van personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, legaal op hun grondgebied verblijven en niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn [XXXX] vallen, na te komen en de erkenning van hun gehandicaptenstatus in alle lidstaten te waarborgen – zodat ze hun recht om zich te verplaatsen of te reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie gemakkelijker kunnen uitoefenen en hun deelname aan en inclusie in de samenleving op gelijke voet met burgers van de Unie doeltreffender kunnen worden gewaarborgd –, is het noodzakelijk de in Richtlijn../.... vastgestelde regels, rechten en verplichtingen uit te breiden tot personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, een door die lidstaat erkende gehandicaptenstatus hebben en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie.

(3)Daarom moeten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de in Richtlijn ../.... vastgestelde regels inzake de eligibiliteit, de afgifte, de verlenging of intrekking, de wederzijdse erkenning en de gegevensbescherming van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap als bewijs van respectievelijk een gehandicaptenstatus of een recht op voor personen met een handicap gereserveerde parkeervoorwaarden en -faciliteiten , alsook de rechten van begunstigden, met inbegrip van de toegang onder gelijke voorwaarden tot bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen bij diensten, activiteiten of faciliteiten – ook wanneer ze niet tegen een vergoeding worden aangeboden – of parkeervoorwaarden en -faciliteiten die worden aangeboden aan of gereserveerd zijn voor personen met een handicap of personen die hen begeleiden of bijstaan – met inbegrip van hun persoonlijke assistent(en) –, ook gelden voor onderdanen van derde landen die legaal in de Unie verblijven en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie.

(4)Overeenkomstig hoofdstuk 4 van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord 9 mogen onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, zich vrij verplaatsen of reizen op het grondgebied van andere lidstaten onder de in die overeenkomst vastgestelde voorwaarden. Op grond van het Schengenacquis mogen onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, zich gedurende 90 dagen binnen een periode van 180 dagen vrij verplaatsen of reizen op het grondgebied van alle andere lidstaten overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 van die overeenkomst.

(5)Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de toepasselijke regels van de Unie inzake de mobiliteit binnen de Unie van onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie; ze moet daarentegen de uitoefening van hun recht om zich te verplaatsen of te reizen vergemakkelijken, wanneer ze reeds een dergelijk recht op mobiliteit hebben.

(6)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en artikel 4 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

[of]

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en artikel 4 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en onverminderd artikel 4 van dat protocol, heeft Ierland [bij brief van ...] de wens te kennen gegeven om aan de vaststelling en de toepassing van deze richtlijn deel te nemen.

(7)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat.

(8)Aangezien de doelstelling van deze richtlijn – namelijk het voor personen met een handicap (of voor personen die hen begeleiden of bijstaan) die onderdanen van derde landen zijn, legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie, gemakkelijker te maken om zich naar een andere lidstaat te verplaatsen of te reizen – niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar – vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregelen tot vaststelling van een kader met regels en gemeenschappelijke voorwaarden – beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De lidstaten zorgen ervoor dat de in [Richtlijn (EU) XXXXX] vastgestelde regels van toepassing zijn op onderdanen van derde landen die niet onder het toepassingsgebied van die richtlijn vallen en van wie de gehandicaptenstatus en/of het recht op voor personen met een handicap gereserveerde parkeervoorwaarden en -faciliteiten door de lidstaat van hun verblijf zijn erkend, alsook op personen die hen begeleiden of bijstaan, met inbegrip van persoonlijke assistenten in de zin van artikel 3, punt d), van die richtlijn.

Artikel 2

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepasselijke regels van de Unie inzake de mobiliteit binnen de Unie van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven.

Artikel 3

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder “onderdaan van een derde land” een persoon verstaan die noch een burger van de Unie is in de zin van artikel 20, lid 1, VWEU, noch een familielid van een burger van de Unie die zijn of haar recht van vrij verkeer uitoefent in de zin van artikel 2, lid 2, en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2004/38/EG, en die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft en zich naar andere lidstaten mag verplaatsen of reizen overeenkomstig het recht van de Unie.

Artikel 4

1.De lidstaten zorgen ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk dd/mm/jj [[Publicatiebureau, gelieve de datum van omzetting van de in procedure 2023/0311 (COD) vastgestelde richtlijn in te voegen]] worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe vanaf dd/mm/jj [Publicatiebureau, gelieve de datum van toepassing van de in procedure 2023/0311 (COD) vastgestelde richtlijn in te voegen].

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 5

Deze richtlijn treedt in werking op de [twintigste] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

Inhoud

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Het voorstel/initiatief betreft:

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

1.4.4.Prestatie-indicatoren

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot uitbreiding van Richtlijn [XXXX] tot onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Rechten van personen met een handicap

Toegang tot diensten, personenvervoer, activiteiten en voorzieningen voor personen met een handicap

Vrij verkeer van personen met een handicap

1.3.Het voorstel/initiatief betreft:

 een nieuwe actie

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 10

 de verlenging van een bestaande actie

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

Doel van dit voorstel is ervoor te zorgen dat – bij een reis naar of een bezoek aan een andere lidstaat voor een korte periode – het kader van het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap ook geldt voor onderdanen van derde landen met een handicap die niet onder die richtlijn vallen. Het voorstel is van toepassing op die onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, een door die lidstaat erkende gehandicaptenstatus hebben en zich mogen verplaatsen of reizen naar andere lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie.

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr. 1: Het voorstel heeft tot doel houders van de Europese gehandicaptenkaart die onderdanen van derde landen zijn, in de bezochte lidstaat onder gelijke voorwaarden toegang te bieden tot bijzondere preferentiële voorwaarden of voorkeursbehandelingen bij diensten, activiteiten en faciliteiten die aan personen met een handicap worden aangeboden.

Specifieke doelstelling nr. 2: Het voorstel heeft tot doel houders van de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, in de bezochte lidstaat onder gelijke voorwaarden toegang te bieden tot alle parkeervoorwaarden en -faciliteiten die worden aangeboden aan of gereserveerd zijn voor personen met een handicap.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Een groter aantal personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn en legaal in een lidstaat verblijven, komt in aanmerking voor bijzondere voorwaarden en/of een voorkeursbehandeling voor personen met een handicap bij diensten, activiteiten en faciliteiten wanneer zij andere lidstaten bezoeken of naar andere lidstaten reizen;

Een groter aantal personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn en legaal in een lidstaat verblijven, profiteert van parkeervoorwaarden en -faciliteiten die worden aangeboden aan of gereserveerd zijn voor personen met een handicap wanneer zij andere lidstaten bezoeken of naar andere lidstaten reizen;

Het aantal personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, legaal in een lidstaat verblijven, en andere lidstaten bezoeken of naar andere lidstaten reizen, neemt toe.

1.4.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

Aantal lidstaten dat de richtlijn tot dusverre heeft omgezet

Aantal Europese gehandicaptenkaarten dat door de lidstaten is afgegeven aan onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

Aantal Europese parkeerkaarten voor personen met een handicap dat door de lidstaten is afgegeven aan onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De belangrijkste vereiste op korte termijn is dat de medewetgevers in de loop van 2024 overeenstemming over het wetgevingsvoorstel tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap bereiken en dat daarna overeenstemming over dit voorstel wordt bereikt.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

EU-optreden is nodig en gerechtvaardigd om het voor onderdanen van derde landen met een handicap gemakkelijker te maken om zich naar andere lidstaten te verplaatsen of te reizen om toegang te krijgen tot bijzondere voorwaarden en/of een voorkeursbehandeling bij diensten, activiteiten en faciliteiten, alsook tot parkeervoorwaarden en -faciliteiten in alle lidstaten op voet van gelijkheid met de inwoners van het land dat zij bezoeken. Op die manier wordt het functioneren van de eengemaakte markt voor diensten, activiteiten en faciliteiten op EU-niveau verbeterd.

Het geconstateerde probleem heeft een grensoverschrijdende dimensie die niet door de lidstaten alleen kan worden opgelost. Sinds de invoering van de EU-parkeerkaart in 1998 hebben de lidstaten specifieke nationale aanvullingen of afwijkingen van de EU-parkeerkaart opgenomen, wat heeft geleid tot een verscheidenheid aan kaarten in de lidstaten. Daarnaast hebben de lidstaten problemen ondervonden met fraude en vervalsing van de kaarten. Bovendien is de aanbeveling van de Raad niet geüpdatet om rekening te houden met de ontwikkelingen op het gebied van technologie en digitalisering.

Hoewel het proefproject voor de EU-gehandicaptenkaart in samenwerking met de 8 deelnemende lidstaten werkte, ontbrak het een bredere EU-brede dimensie, wat leidde tot aanzienlijke onzekerheid en ongelijke behandeling van personen met een handicap die verschillende lidstaten reizen en bezoeken. Aangezien de proefprojectkaart en het model ervan facultatief zijn, zullen zich in de loop der tijd waarschijnlijk dezelfde problemen van divergentie voordoen als bij de parkeerkaart.

De noodzaak van EU-maatregelen houdt rechtstreeks verband met het grensoverschrijdende karakter van reizen en de daarmee samenhangende uitdagingen waarmee personen met een handicap die in de EU reizen, worden geconfronteerd. Daarom moet worden gezorgd voor een adequate gecoördineerde aanpak tussen de lidstaten om de toegang tot preferentiële voorwaarden die door diensten op voet van gelijkheid aan ingezetenen van hun land worden aangeboden, te vergemakkelijken. Als de EU niet tussenbeide komt, zouden de huidige verschillen in nationale gehandicaptenkaarten toenemen, waardoor de verschillende behandeling van personen met een handicap in de lidstaten en de inherente onzekerheid (met inbegrip van rechtsonzekerheid) zou blijven bestaan.

Het optreden van de EU biedt toegevoegde waarde door de invoering van een wederzijds erkend instrument (de Europese gehandicaptenkaart) dat het voor personen met een handicap die onderdanen van derde landen zijn, gemakkelijker maakt om zich naar andere lidstaten te verplaatsen of te reizen en hun gelijke behandeling bij de toegang tot diensten, activiteiten en faciliteiten ten opzichte van andere personen met een handicap in de lidstaten waarborgt. Uit de evaluatiestudie naar de proefkaart voor personen met een handicap is gebleken dat de EU-actie in de acht lidstaten die aan het project deelnemen, de wederzijdse erkenning van de gehandicaptenstatus mogelijk heeft gemaakt, hetgeen de lidstaten alleen niet zouden hebben bereikt. In dit licht heeft het optreden van de Europese Commissie bijgedragen tot de uitvoering van de Europese strategie inzake handicaps 2010-2020.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De Europese gehandicaptenkaart bouwt voort op twee reeds bestaande instrumenten: de EU-parkeerkaart en het proefproject voor de EU-gehandicaptenkaart. De EU-parkeerkaart voor personen met een handicap is ingevoerd bij Aanbeveling 98/376/EG van de Raad en gewijzigd in 2008. De aanbeveling voorziet in een gestandaardiseerd model voor een EU-parkeerkaart om de wederzijdse erkenning ervan in de lidstaten te waarborgen en zo het vrije verkeer van personen met een handicap per auto te vergemakkelijken. Ondanks de positieve effecten ondervinden gebruikers problemen bij het gebruik van de EU-parkeerkaart. Van 2018 tot 2022 werden ongeveer 260 klachten over de EU-parkeerkaart ingediend op het Solvit-platform. Dergelijke klachten hadden voornamelijk betrekking op onzekerheden over de rechten die de kaart toekent aan personen met een handicap wanneer zij naar andere lidstaten reizen (ongeveer 30 % van de gevallen), de wederzijdse erkenning van nationale parkeerkaarten die op basis van het EU-model zijn afgegeven (ongeveer 25 % van de gevallen), en de rechtvaardiging voor boetes die zelfs zijn opgelegd wanneer de EU-parkeerkaart werd getoond (ongeveer 12 % van de gevallen).

Het proefproject voor de EU-gehandicaptenkaart, dat werd getest naar aanleiding van het verslag over het EU-burgerschap 2013, werd in 2016-2018 uitgevoerd in acht lidstaten (België, Cyprus, Estland, Finland, Italië, Malta, Roemenië en Slovenië) en bleef na afloop van het project van kracht. Het proefproject voorziet in een gemeenschappelijk formaat voor een kaart voor vrijwillige wederzijdse erkenning door de deelnemende lidstaten van de gehandicaptenstatus, zoals vastgesteld overeenkomstig de nationale criteria of regels om in aanmerking te komen, voor toegang tot uitkeringen en diensten op het gebied van cultuur, vrijetijdsbesteding, sport en, in sommige landen, vervoer. Indien geen actie wordt ondernomen, blijft de erkenning van hun nationale gehandicaptenkaarten en -certificaten vrijwillig en beperkt wat betreft de preferentiële voorwaarden voor de toegang tot diensten, activiteiten en faciliteiten.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Het voorstel is verenigbaar met de Europese pijler van sociale rechten, de strategie inzake de rechten van personen met een handicap en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De financiering is verenigbaar met het meerjarig financieel kader 2021-2027.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Het voorstel heeft geen extra gevolgen voor de EU-begroting. Zoals vermeld in het voorstel voor een richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap hebben de enige operationele kosten betrekking op de organisatie van vergaderingen van comités en deskundigengroepen, en op steun voor de controles van nationale omzettingsmaatregelen, d.w.z. 0,62 miljoen EUR aan operationele kredieten in het kader van de bestaande begrotingslijn, en administratieve uitgaven van ongeveer 0,342 miljoen EUR per jaar. Deze uitgaven zullen leiden tot een interne herschikking van middelen zonder verhoging van het bedrag. De genoemde bedragen zullen niet stijgen als gevolg van het huidige voorstel.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

X onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting 11  

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

organen of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

Het voorstel heeft geen extra gevolgen voor de EU-begroting.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld de frequentie en de voorwaarden.

Uiterlijk [drie jaar na de datum van toepassing] van de richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, en vervolgens om de vijf jaar, legt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een verslag voor over de toepassing van deze richtlijn. Het huidige voorstel voorziet niet in aanvullende regels inzake het toezicht en de verslagen.

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

n.v.t.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

De controles maken deel uit van het internecontrolesysteem van DG EMPL. Voor deze nieuwe activiteiten geldt dezelfde aanpak om risico’s vast te stellen en te beperken.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

De controles maken deel uit van het internecontrolesysteem van DG EMPL. De nieuwe activiteiten zullen geen significante extra kosten voor de controle op het niveau van het DG met zich meebrengen.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

De Commissie ziet erop toe dat bij de tenuitvoerlegging van overeenkomstig dit besluit gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen ter bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door de uitvoering van effectieve controles en door de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bedragen, alsook, bij gebleken onregelmatigheden, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. De Commissie is gemachtigd in het kader van dit besluit controles en verificaties ter plaatse uit te voeren overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden. Indien nodig voert het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een onderzoek uit krachtens Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF).

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK. 12

van EVA-landen 13

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 14

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK.

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort 
uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK.

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen extra beleidskredieten nodig (zie COM(2023) 512 en het bijbehorend financieel memorandum)

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader 

Nummer

DG: <…….>

Jaar 
N 15

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

Beleidskredieten 

Begrotingsonderdeel 16

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2a)

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

Betalingen

(2b)

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 17

Begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten 
voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b +3

Betalingen

=2a+2b

+3

 



TOTAAL beleidskredieten 

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 

(6)

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK <….> van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6

Als het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere beleidsrubrieken, herhaal bovenstaand deel:

TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

TOTAAL kredieten voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 6 
van het meerjarig financieel kader 
(Referentiebedrag)

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6





Rubriek van het meerjarig financieel kader 

7

“Administratieve uitgaven”

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage 5 bij het besluit van de Commissie betreffende de interne uitvoeringsvoorschriften voor de afdeling “Commissie” van de algemene begroting van de Europese Unie), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

Personele middelen 

Andere administratieve uitgaven 

TOTAAL DG <….>

Kredieten

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 18

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

TOTAAL kredieten voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader 

Vastleggingen

Betalingen

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 19

Gemiddelde kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 20

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 21

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Buiten RUBRIEK 7 22  
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal buiten RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (Hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

 Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 23

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 xx yy zz   24

- centrale diensten

- delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT - onderzoek onder contract)

01 01 01 12 (AC, END, INT - eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief:

X    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

   hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

   hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

3.2.5.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

X    voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 25

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

X    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven    

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 26

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

(1)    COM(2023) 512 final.
(2)    Zie de toelichting, blz. 5.
(3)    SWD(2020) 290 final.
(4)    Meer informatie is te vinden in het effectbeoordelingsverslag, SWD (2023) 289.
(5)    PB C van , blz. .
(6)    PB C van , blz. .
(7)    COM(2023) 512 final.
(8)    COM(2023) 512 final.
(9)    Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/convention/2000/922/oj).
(10)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(11)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx
(12)    GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste kredieten.
(13)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(14)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(15)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(16)    Volgens de officiële begrotingsnomenclatuur.
(17)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(18)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(19)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.: aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(20)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)...” 
(21)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(22)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(23)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(24)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(25)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(26)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
Top