EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021DC0373

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Verslag over het mededingingsbeleid 2020

COM/2021/373 final

Brussel, 7.7.2021

COM(2021) 373 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Verslag over het mededingingsbeleid 2020

{SWD(2021) 177 final}


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S

Verslag over het mededingingsbeleid 2020

1. Inleiding

Dit is het eerste verslag over de ontwikkelingen in het mededingingsbeleid onder de commissie-Von der Leyen 1 . Dit verslag, over de ontwikkelingen in het mededingingsbeleid van de EU in 2020, is tevens het 50e verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

De legitimiteit van het mededingingsbeleid van de EU is gebaseerd op de Verdragen waarbij aan de Unie een exclusieve bevoegdheid op dit gebied is toegekend als noodzakelijk instrument ter ondersteuning van de werking van de interne markt 2 . De handhaving van de mededingingsregels van de EU is al meer dan 60 jaar van het grootste belang om de Europese economie in stand te houden en te bevorderen op basis van Europese waarden zoals billijkheid, de rechtsstaat en vertrouwen. Het mededingingsbeleid ontwikkelt zich ook parallel met veranderingen in de samenleving, de economie en de regelgeving. Nu de EU wordt geconfronteerd met een van haar grootste crises ooit, is een robuust mededingingsbeleid in de EU vandaag de dag belangrijker dan ooit om bij te dragen aan de economische dynamiek, die van essentieel belang is voor een sneller herstel.

Het mededingingsbeleid van de EU speelde gedurende het eerste jaar van de Commissie-Von der Leyen een belangrijke rol in de inspanningen van de Commissie om de door de uitbraak van COVID-19 veroorzaakte gezondheids- en economische crisis aan te pakken en te boven te komen. Het mededingingsbeleid was ook van cruciaal belang om de weg naar herstel te vergemakkelijken, rekening houdend met de groene en digitale transitie van de economie van de EU. In overeenstemming met de opdrachtbrief van voorzitter Von der Leyen aan uitvoerend vicevoorzitter Vestager 3 bleef de Commissie ervoor zorgen dat de mededingingsregels geschikt blijven voor de moderne economie, krachtig worden gehandhaafd en bijdragen tot een sterke Europese industrie, zowel binnen de EU als op het wereldtoneel.

In 2020 bleek de toolkit van het mededingingsbeleid relevant, flexibel en snel aan te passen aan de uitzonderlijke omstandigheden van de gezondheids- en economische crisis. Doordat met het mededingingsbeleid van de Commissie snel werd gereageerd en dit snel werd aangepast, heeft het geholpen in de behoeften van de industrie en de inwoners van de EU te voorzien en tegelijkertijd concurrerende markten in stand te houden. Dit kwam met name duidelijk naar voren in een reeks maatregelen die het mogelijk maakten dat steun uit openbare bronnen snel naar de werkelijke economie kon worden overgebracht of die deel uitmaakten van de bredere beleidsagenda die gericht was op het herstellen van duurzame groei en het vermijden van onnodige marktverstoringen.

Op 13 maart 2020 heeft de Commissie in haar mededeling over een gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19 4 de verschillende opties uiteengezet waarover de lidstaten buiten het toepassingsgebied van het staatssteuntoezicht van de EU beschikken en die zij zonder betrokkenheid van de Commissie zouden kunnen benutten. Hierbij ging het onder meer om voor alle ondernemingen geldende maatregelen als loonsubsidies, opschorting van betalingen van vennootschapsbelasting en belasting over de toegevoegde waarde of sociale premies, alsook rechtstreekse financiële steun aan consumenten voor geannuleerde diensten of tickets die niet worden terugbetaald door de betrokken exploitanten.

Op 19 maart 2020 heeft de Commissie een tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vastgesteld en herhaaldelijk herzien naarmate de COVID-19-crisis vorderde 5 . Bovendien heeft de Commissie op 8 april 2020 een mededeling over een tijdelijk raamwerk aangenomen waarin de belangrijkste criteria worden uiteengezet die de Commissie zal hanteren bij de beoordeling van samenwerkingsprojecten die gericht zijn op het aanpakken van een tekort aan essentiële producten en diensten tijdens de uitbraak van het coronavirus 6 . Tegelijkertijd nam de Commissie een aantal maatregelen om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen en bleef zij de uitvoering van de concentratieregels van de EU garanderen om te voorkomen dat de marktmacht als gevolg van de crisis toeneemt.

Om ervoor te zorgen dat de mededingingsregels geschikt blijven voor het beoogde doel en dat daarmee het hoofd kan worden geboden aan uitdagingen zoals structurele problemen op digitale markten en buitenlandse subsidies die de mededinging op de markten van de EU verstoren, heeft de Commissie in 2020 belangrijke beleidsinitiatieven genomen. Zo heeft zij een voorstel voor een wet inzake digitale markten ingediend en een witboek over buitenlandse subsidies gepubliceerd om te beginnen met nadenken over manieren om de eventuele verstorende effecten van buitenlandse subsidies op de interne markt aan te pakken.

De Commissie toonde zich bereid het mededingingsbeleid te gebruiken om bij te dragen tot de voorbereiding van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 7 . De Commissie heeft de lidstaten geholpen bij het opstellen van herstel- en veerkrachtplannen, onder meer vanuit het oogpunt van het mededingingsbeleid, en heeft een aantal richtsnoeren gepubliceerd om de lidstaten te helpen bij het opstellen van hun nationale herstel- en veerkrachtplannen om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de EU-regels inzake staatssteun.

Bij het aanpakken van de onmiddellijke uitdagingen van de pandemie heeft de handhaving van de mededingingsregels in de EU in 2020 bijgedragen tot de langetermijndoelstellingen van de Commissie voor 2019-2024, zoals “Een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk”, “Een Europese Green Deal”, en “Een economie die werkt voor mensen”. Het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 bevatte een belangrijke wijziging door een specifiek onderdeel voor het mededingingsbeleid op te nemen in het programma voor de eengemaakte markt. Dit zal zorgen voor een stabiele financiering van de maatregelen ter versterking van de handhavingscapaciteit van de Commissie, bijvoorbeeld de ontwikkeling van geavanceerde inlichtingen- en onderzoeksmethoden. De financiering zal de Commissie tevens in staat stellen haar samenwerking met overheidsdiensten in de EU en elders te versterken 8 .

2. Er wordt een beroep op het mededingingsbeleid van de EU gedaan om de gevolgen van de COVID-19-pandemie te verzachten

2.1. Het staatssteunbeleid faciliteerde COVID-19-steun door de lidstaten

In 2020 werden nationale en Europese beleidsmakers door de snelle verspreiding van de COVID-19-pandemie en de ernstige negatieve gevolgen daarvan voor de economie van de EU gedwongen snel en op verschillende fronten te reageren om deze ongekende dreiging het hoofd te bieden. Tot de daadkrachtige maatregelen behoorden met name het herstelinstrument NextGenerationEU 9 ten belope van 750 miljard EUR, de toepassing van de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact 10 , en de gezamenlijke aanschaf van verschillende medische hulpmiddelen, zoals beademingsapparaten, maskers en, ten slotte, vaccins.

In dit verband werd het mededingingsbeleid van de EU een belangrijk onderdeel van de crisisrespons om de economie te stabiliseren. Dit gold met name voor het staatssteunbeleid. Doelgerichte staatssteun was van cruciaal belang om de schade aan gezonde ondernemingen te voorkomen en de continuïteit van de economische activiteit te handhaven. Tegelijkertijd heeft de Commissie ervoor gezorgd dat staatssteun ondernemingen in nood kon bereiken en dat schadelijke subsidiewedlopen werden vermeden.

In de tijdelijke kaderregeling die aan het begin van de crisis werd aangenomen, zijn de voorwaarden vastgesteld die de Commissie zou toepassen om steun verenigbaar te verklaren met artikel 107, lid 3, punt b), VWEU (steun om “een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”) 11 . De tijdelijke kaderregeling is in 2020 herhaaldelijk gewijzigd, wat blijk geeft van het vermogen van de Commissie om de regels aan de veranderende aard van de crisis aan te passen.

Deze regeling werd in april 2020 uitgebreid tot steun aan ondernemingen die de producten ontwikkelen, testen en vervaardigen die hard nodig zijn om het coronavirus te bestrijden, zoals vaccins, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, ontsmettingsmiddelen en beschermingsmiddelen, alsook regelingen voor loonondersteuning en uitstel van belasting 12 . In de tweede wijziging, die in mei 2020 werd aangenomen, werden de criteria uiteengezet op grond waarvan de lidstaten herkapitalisaties kunnen uitvoeren en achtergestelde leningen kunnen verstrekken aan ondernemingen in nood. Met de wijziging in juni 2020 werd de tijdelijke kaderregeling uitgebreid om lidstaten toe te laten overheidssteun te geven aan alle micro- en kleine ondernemingen, ook als zij op 31 december 2019 al als onderneming in moeilijkheden konden worden bestempeld. In oktober 2020 werd een vierde wijziging vastgesteld, waarbij de reikwijdte van de tijdelijke kaderregeling met zes maanden werd verlengd tot 30 juni 2021 en herkapitalisatiesteun tot en met 30 september 2021 werd toegestaan. In het licht van de tweede golf van de uitbraak van COVID-19 en de langer dan aanvankelijk werd verwacht durende crisis, werden met de vijfde wijziging in januari 2021 alle in de tijdelijke kaderregeling vastgestelde maatregelen, met inbegrip van herkapitalisatiemaatregelen, tot en met 31 december 2021 verlengd en werd de reikwijdte van de tijdelijke kaderregeling uitgebreid door de daarin vastgestelde plafonds te verhogen en door de omzetting van bepaalde terugbetaalbare instrumenten in rechtstreekse subsidies tot eind 2021 toe te staan.

Op zeer korte termijn heeft de Commissie in het kader van de tijdelijke kaderregeling een groot aantal besluiten inzake staatssteun genomen op grond waarvan de lidstaten maatregelen kunnen nemen om de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie te verzachten. In 2020 heeft de Commissie 598 besluiten inzake staatssteun in verband met COVID-19 genomen 13 . In deze periode keurde de Commissie staatssteun goed die op 3,08 biljoen EUR kan worden geraamd 14 . Een aantal van deze steunmaatregelen is medegefinancierd door het cohesiebeleid, met name dankzij de twee in 2020 door de Commissie voorgestelde en door het Europees Parlement en de Europese Raad goedgekeurde pakketten voor noodhulp: het corona-investeringsinitiatief (CRII) en het corona-investeringsinitiatief plus (CRII+).

Verschillende lidstaten hebben “overkoepelende regelingen” aangemeld die op verschillende sectoren van de economie van toepassing zijn door middel van verschillende soorten steun, waaronder steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Zo heeft Frankrijk een overkoepelende regeling van 7 miljard EUR aangemeld om met name kmo’s te ondersteunen. De regeling omvatte verschillende soorten steun, zoals rechtstreekse subsidies, leningen met gunstige rentetarieven en staatsgaranties voor leningen 15 . Een aantal lidstaten, waaronder Denemarken, Bulgarije, Griekenland, Italië, Roemenië, België en Slowakije, heeft specifieke steun voor kmo’s aangemeld. Steun aan kmo’s werd in verschillende vormen verleend, zoals uitstel van belasting (Denemarken) 16 , overheidsgarantieregelingen (Bulgarije) 17 en subsidies voor de dekking van de rente op bestaande schuldobligaties (Griekenland) 18 .

Verscheidene lidstaten hebben steun aangemeld voor onderzoek, ontwikkeling, testinfrastructuur en de productie van producten in verband met het coronavirus 19 . Duitsland heeft bijvoorbeeld een overkoepelende regeling aangemeld betreffende steun voor het onderzoeken, ontwikkelen, testen en vervaardigen van relevante producten in verband met het coronavirus 20 .

De vervoersector werd zwaar getroffen door de wereldwijde pandemie. De Commissie nam in 2020 42 besluiten op grond waarvan staatssteun aan luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en grondafhandelingsbedrijven werd toegestaan om tegemoet te komen aan hun liquiditeits- en kapitaalbehoeften als gevolg van de COVID-19-pandemie. Een aantal luchtvaartmaatschappijen heeft steun ontvangen die is goedgekeurd in het kader van de tijdelijke kaderregeling (artikel 107, lid 3, punt b), VWEU), waaronder Air France, Lufthansa, SAS, Austrian Airlines, airBaltic, Blue Air, KLM, Nordica, Alitalia en Brussels Airlines 21 . De steun aan luchtvaartmaatschappijen werd ook toegestaan op grond van artikel 107, lid 3, punt c), VWEU en de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun 22 . Zo heeft de Commissie staatssteun aan de Franse luchtvaartmaatschappij Corsair goedgekeurd. De bestaande financiële moeilijkheden van de luchtvaartmaatschappij werden verder verergerd door de uitbraak van het coronavirus. De staatssteun bestond derhalve uit twee afzonderlijke maatregelen: 106,7 miljoen EUR aan herstructureringssteun en 30,2 miljoen EUR ter compensatie van de schade die Corsair door de uitbraak van het coronavirus heeft geleden 23 . De Portugese luchtvaartmaatschappij TAP kwam niet in aanmerking voor steun op grond van de tijdelijke kaderregeling omdat de onderneming reeds vóór 31 december 2019 in financiële moeilijkheden verkeerde. De Commissie keurde een reddingslening van 1,2 miljard EUR aan TAP goed 24 . De Commissie heeft ook regelingen goedgekeurd om regionale en lokale openbaarvervoerbedrijven te vergoeden voor de schade die zij hebben geleden als gevolg van lockdowns en andere maatregelen 25 . Naast steun voor de vervoersector, heeft de Commissie uit hoofde van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU, maatregelen goedgekeurd die de lidstaten hebben genomen voor ondernemingen die bijzonder hard getroffen zijn door de uitbraak, bijvoorbeeld in de sectoren toerisme, cultuur, horeca en detailhandel 26 . De Commissie heeft op grond van artikel 107, lid 2, punt b), VWEU tevens een aantal besluiten genomen (steun tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen), bijvoorbeeld om de door zelfstandigen geleden schade te vergoeden, om de vaste kosten van ondernemingen te subsidiëren en om verliezen als gevolg van de annulering van sportevenementen te compenseren 27 .

De Commissie heeft op grond van artikel 107, lid 3, punt b), VWEU ook een reeks staatssteunmaatregelen goedgekeurd die zijn bestemd voor specifieke gebieden van de lidstaten. Duitsland heeft bijvoorbeeld een fonds van 46 miljard EUR (“BayernFonds”) aangemeld in de vorm van garanties, herkapitalisatie-instrumenten en gesubsidieerde schuldinstrumenten voor Beieren om liquiditeit en kapitaalsteun aan ondernemingen te verstrekken 28 . Er zijn ook steunmaatregelen goedgekeurd voor de Belgische regio’s Wallonië en het Brussels Gewest en voor de regio’s Friuli Venezia Giulia en Zuid-Italië 29 .

Wat de door de Commissie goedgekeurde bedragen betreft, bestonden er zeer grote verschillen tussen de lidstaten. Deze verschillen zijn deels te verklaren door de uiteenlopende omvang van de economieën van de lidstaten.

Meer specifiek werd ongeveer 51,5 % van de goedgekeurde staatssteun door Duitsland aangemeld. Italië heeft maatregelen aangemeld die goed zijn voor ongeveer 14,7 % van het totale goedgekeurde bedrag aan staatssteun, terwijl de door Frankrijk aangemelde steun 13,9 % van dit bedrag vertegenwoordigde. De door Spanje aangemelde steun vertegenwoordigde 4,8 % van het totale bedrag aan goedgekeurde staatssteun, terwijl de door Polen en België aangemelde steun respectievelijk ongeveer 2 % en 1,8 % bedroeg. De door andere lidstaten aangemelde steun wordt geraamd op 0,01 % tot 1,5 % van het totale geraamde bedrag van 3,08 biljoen EUR. Het daadwerkelijke economische effect van de staatssteunmaatregelen hangt af van de uitvoering ervan en niet van begrotingen. Daarom houdt de Commissie toezicht op de uitvoering van aan COVID-19 gerelateerde staatssteunmaatregelen en past zij haar strategie inzake staatssteun aan de ontwikkeling van de situatie op de interne markt aan.

Op basis van de antwoorden van alle 27 lidstaten op twee opeenvolgende enquêtes die de Europese Commissie in de periode van medio maart tot eind december 2020 heeft uitgevoerd, was tegen die tijd 2,96 biljoen EUR aan steun goedgekeurd en ongeveer 544 miljard EUR daadwerkelijk uitgegeven. In absolute cijfers heeft Frankrijk volgens de voorlopige gegevens van de lidstaten meer dan een vierde van de totale uitgekeerde steun toegekend (155,36 miljard EUR), gevolgd door Italië met 19,8 % van de totale uitgekeerde steun (107,9 miljard EUR), Duitsland met 19,1 % van de totale uitgekeerde steun (104,25 miljard EUR) en Spanje met 16,7 % (90,8 miljard EUR). Relatief gezien is Spanje volgens de voorlopige gegevens van de lidstaten het land dat het meest heeft uitgegeven in vergelijking met zijn eigen bbp (7,3 %), gevolgd door Frankrijk (6,4 %), Italië (6,0 %), Griekenland (4,4 %), Malta (3,9 %), Hongarije (3,7 %), Portugal (3,6 %), Polen (3,6 %) en Cyprus (3,5 %). Op het niveau van de EU 27 vertegenwoordigen de uitgaven voor staatssteun in verband met het coronavirus ongeveer 3,9 % van het bbp van de EU.

Naast steun die op grond van de tijdelijke kaderregeling is aangemeld, mogen de lidstaten maatregelen nemen die buiten het toepassingsgebied van het staatssteuntoezicht van de EU vallen. Staatssteun die minder verstorend wordt geacht, bijvoorbeeld steun op basis van de-minimisverordeningen 30 of in het kader van bepaalde groepsvrijstellingsverordeningen 31 , kan zonder voorafgaande toestemming van de Commissie worden goedgekeurd. Deze maatregelen behelsden met name maatregelen zoals loonsubsidies, opschorting van de betaling van vennootschapsbelasting en btw en sociale bijdragen.

2.2. Richtsnoeren voor marktdeelnemers op het gebied van antitrust en concentratiecontrole

In tijden van crisis wordt het handhaven van de marktdiscipline om de werking van de eengemaakte markt veilig te stellen nog belangrijker. Tegelijkertijd moet de samenwerking tussen ondernemingen worden vergemakkelijkt wanneer dat nodig is om de gevolgen van de pandemie te bestrijden.

Op het gebied van antitrust heeft de Commissie op diverse terreinen snel een reeks maatregelen goedgekeurd.

De Commissie heeft marktdeelnemers richtsnoeren aangereikt in een mededeling 32 en in een ad hoc-administratieve brief, waarin zij de belangrijkste criteria uiteenzet die zij hanteert bij de beoordeling van samenwerkingsprojecten die gericht zijn op het aanpakken van tekorten aan producten en diensten die essentieel zijn tijdens de uitbraak van COVID-19, zoals geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Bovendien heeft de Commissie contacten onderhouden met ondernemingen, bijvoorbeeld in de automobielsector, en deze informele richtsnoeren aangereikt voor de vormen van samenwerking die waarschijnlijk geen problemen zullen opleveren, en heeft zij de nodige waarborgen voor een dergelijke samenwerking vastgesteld.

Op 30 april 2020 heeft de Commissie drie uitvoeringsverordeningen uitgevaardigd waarin het toepassingsgebied van de mededingingsregels tijdelijk werd versoepeld in drie landbouwsectoren die zwaar door de COVID-19-pandemie zijn getroffen 33 . De uitvoeringsverordeningen stonden landbouwers en erkende brancheorganisaties toe tijdelijke collectieve actie te ondernemen om bepaalde sectoren te stabiliseren. 

Daarnaast bracht het Europees Mededingingsnetwerk (ECN) een gezamenlijke verklaring uit over de toepassing van de mededingingsregels tijdens de COVID-19-crisis en werkte het nauw samen op het gebied van mededingingskwesties in verband met COVID-19. In de gezamenlijke verklaring 34 gaven de leden van het ECN te kennen dat de buitengewone situatie ertoe kan leiden dat ondernemingen moeten samenwerken om de levering en eerlijke distributie van schaarse producten aan alle consumenten te waarborgen. Zij verklaarden dat zij niet actief zouden optreden tegen noodzakelijke en tijdelijke maatregelen die worden genomen om tekorten te voorkomen. Tegelijkertijd was het van het grootste belang ervoor te zorgen dat producten die in de huidige situatie van essentieel belang worden geacht voor de bescherming van de gezondheid van de consument (bv. mondkapjes en desinfecterende gel) tegen concurrerende prijzen beschikbaar blijven. Het ECN verklaarde derhalve niet te aarzelen om op te treden tegen ondernemingen die de huidige situatie aangrijpen om kartels te vormen of hun machtspositie te misbruiken. De Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten hebben naar aanleiding van de gezamenlijke verklaring samengewerkt om erop toe te zien dat de levering van essentiële goederen en diensten tijdens de pandemie niet wordt verstoord en dat de mededingingsregels op coherente wijze worden toegepast, zowel wat betreft handhaving als het sturen van de samenwerkingsinitiatieven van ondernemingen tijdens de crisis. Dankzij de nauwe samenwerking en de coördinatie van met COVID-19 verband houdende mededingingszaken en -richtsnoeren kon het ECN zich eensgezind uitspreken ten aanzien van ondernemingen die in overeenstemming met de mededingingsregels initiatieven wilden uitwerken.

Op het gebied van concentratiecontrole kon de Commissie haar activiteiten met volledige inachtneming van haar wettelijke verplichtingen en termijnen voortzetten 35 . Ondanks de pandemie werden in 2020 361 transacties bij de Commissie aangemeld. Net als in voorgaande jaren brachten de meeste aangemelde concentraties geen mededingingsbezwaren met zich en konden zij snel worden afgehandeld. De Commissie heeft 352 concentratiebesluiten vastgesteld en is in 18 zaken tussenbeide gekomen. In de laatste categorie werden in de eerste fase 13 fusies goedgekeurd onder voorbehoud van verbintenissen 36 , werden er na een tweede onderzoeksfase drie met corrigerende maatregelen goedgekeurd 37 , en werd één fusie in de tweede fase onvoorwaardelijk goedgekeurd 38 . In 2020 werd voor 76 % van alle aangemelde transacties de vereenvoudigde procedure toegepast.

2.3. Voorbereiding op het herstel van en de uitweg uit de crisis

De herstel- en veerkrachtfaciliteit 39  maakt met 672,5 miljard EUR aan middelen veruit het grootste deel uit van het herstelpakket NextGenerationEU ten belope van 750 miljard EUR 40 . De herstel- en veerkrachtfaciliteit dient ter ondersteuning van overheidsinvesteringen en -hervormingen in de lidstaten om deze te helpen de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie aan te pakken en de groene en digitale transitie te vergemakkelijken.



Evaluatie van de herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten

Om in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit subsidies en leningen met een lage rente te ontvangen, moeten de lidstaten herstel- en veerkrachtplannen indienen die grondig door de Commissie moeten worden gecontroleerd voordat er middelen worden uitbetaald. Alle projecten in de herstel- en veerkrachtplannen moeten worden beoordeeld aan de hand van de staatssteunregels. In het najaar van 2020 heeft een aantal lidstaten ontwerpen van herstel- en veerkrachtplannen ingediend bij de Commissie en DG Concurrentie heeft meegewerkt aan het evalueren van en adviseren over de ontwerpen van herstel- en veerkrachtplannen. Bovendien heeft DG Concurrentie samen met andere diensten van de Commissie de lidstaten bijgestaan bij het voorbereiden van de herstel- en veerkrachtplannen in overeenstemming met de staatssteunregels. Daartoe heeft de Commissie in december 2020 een reeks richtsnoeren gepubliceerd. Deze richtsnoeren werden in januari 2021 geactualiseerd 41 .

3. Ervoor zorgen dat de mededingingsregels geschikt blijven voor het beoogde doel — Een uitgebreide beleidsagenda

In 2020 heeft de Commissie haar uitgebreide herziening van de mededingingsregels voortgezet om ze geschikt te maken voor een veranderende marktomgeving, met inbegrip van de versnelde digitalisering van de economie. De evaluatie vloeit ook voort uit de inbreng van de drie onafhankelijke speciale adviseurs in hun verslag van april 2019 over digitalisering en het mededingingsrecht 42 .

De Commissie heeft met name vooruitgang geboekt met haar agenda voor herziening, die een groot aantal van haar belangrijkste groepsvrijstellingsverordeningen, richtsnoeren en mededelingen omvat, en stappen gezet met een aantal lopende initiatieven om eerlijke concurrentie op de eengemaakte markt te waarborgen, zoals het voorstel voor de wet inzake digitale markten en het initiatief inzake buitenlandse subsidies. De Commissie heeft in 2020 ook haar “geschiktheidscontrole” van het pakket voor de modernisering van het EU-staatssteunbeleid 2014 afgerond.

3.1. Nieuw beleidsinitiatief ter versterking van de instrumenten van het mededingingsbeleid

De Commissie heeft als centraal onderdeel van de Europese digitale strategie 43 , die zij in februari 2020 heeft gepresenteerd, twee wetgevingsvoorstellen ingediend om een veiligere digitale ruimte voor alle gebruikers tot stand te brengen waarin hun grondrechten worden beschermd, en om mededingingsvoorwaarden te scheppen die innovatieve digitale bedrijven in staat stellen om te groeien op de eengemaakte markt en wereldwijd te concurreren.

De Commissie heeft in 2020 een voorstel voor een wet inzake digitale markten voor betwistbare en eerlijke digitale markten 44 aangenomen. De voorgestelde verordening is bedoeld om structurele problemen op de digitale markten aan te pakken, met name grote digitale platforms die fungeren als “poortwachters”, d.w.z. platforms met een bemiddelingspositie die een grote gebruikersbasis met een groot aantal bedrijven verbinden. De Commissie heeft in het kader van het digitale pakket ook een voorstel voor een wet inzake digitale diensten 45 ingediend. Beide voorstellen van de Commissie vallen onder de gewone wetgevingsprocedure en zullen in de loop van 2021 in het Parlement en de Raad worden besproken.

Wet inzake digitale markten 

De wet inzake digitale markten — een verordening die op grond van artikel 114 VWEU moet worden aangenomen — moet voorkomen dat poortwachters oneerlijke voorwaarden opleggen aan bedrijven en consumenten. Voorbeelden van dergelijke oneerlijke voorwaarden zijn het verbieden van bedrijven om toegang te krijgen tot hun eigen gegevens, het blokkeren van gebruikers in een bepaalde dienst en het beperken van de overstap naar alternatieve diensten. Ondernemingen zouden in het kader van de wet als poortwachters worden aangewezen indien aan drie cumulatieve kwantitatieve criteria is voldaan 46 . Aangewezen poortwachters zouden aan een aantal verplichtingen en verboden worden onderworpen om een open online-omgeving tot stand te brengen die eerlijk is voor bedrijven en consumenten en openstaat voor innovatie door iedereen. Om ervoor te zorgen dat de nieuwe regels doeltreffend zijn, voorziet de wet inzake digitale markten in de mogelijkheid van sancties voor niet-naleving van de verboden en verplichtingen.

3.2. Actualiseren van de regels en richtsnoeren inzake concentraties en antitrust

3.2.1. Vooruitgang bij de beoordeling van concentraties

In 2020 boekte de Commissie vooruitgang met de eindfase van haar evaluatie van geselecteerde procedurele en jurisdictionele aspecten van de EU-concentratiecontrole 47 . Op 26 maart 2021 werd een werkdocument van de diensten van de Commissie met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van de evaluatie gepubliceerd 48 . Naar aanleiding van de resultaten van de evaluatie heeft de Commissie een mededeling goedgekeurd die een leidraad omvat voor de toepassing van het verwijzingsmechanisme tussen lidstaten als bedoeld in artikel 22 van de concentratieverordening, en heeft zij een effectbeoordeling verricht voor het verkennen van beleidsopties om de concentratieprocedures doelgerichter en eenvoudiger te maken 49 .

3.2.2. Herziening van de regels inzake verticale levering en horizontale samenwerking

De Commissie heeft met de publicatie van een werkdocument van haar diensten in september 2020 50 haar evaluatie van de verticale groepsvrijstellingsverordening 51 en de verticale richtsnoeren 52  afgerond. Bij de evaluatie werd beoordeeld in hoeverre de huidige regeling haar doelstelling heeft bereikt, namelijk het bieden van een veilige haven voor verticale overeenkomsten die al met al de efficiëntie verbeteren, voor rechtszekerheid zorgen en de nalevingskosten verlagen. De evaluatie was tevens bedoeld om te besluiten of deze regels moeten komen te vervallen, in hun huidige vorm moeten worden verlengd of moeten worden herzien.

Uit de evaluatie is gebleken dat de verticale groepsvrijstellingsverordening en de verticale richtsnoeren nuttige instrumenten blijven die zelfbeoordeling door bedrijven vergemakkelijken. De markten hebben zich echter ontwikkeld en uit de evaluatie is gebleken dat een aantal kwesties moet worden aangepakt. De Commissie heeft de aanzet tot een evaluatie gegeven met het oog op een herziening van de regels tegen 31 mei 2022, wanneer de huidige regels komen te vervallen.

In 2020 zette de Commissie haar evaluatie van de groepsvrijstellingsverordening onderzoek en ontwikkeling 53 en van de groepsvrijstellingsverordening specialisatie 54 voort, samen aangeduid als de horizontale groepsvrijstellingsverordeningen. De richtsnoeren van de Commissie inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten bieden een leidraad voor de interpretatie van de horizontale groepsvrijstellingsverordeningen en voor de toepassing van artikel 101 VWEU op andere horizontale overeenkomsten. De horizontale groepsvrijstellingsverordeningen verstrijken op 31 december 2022. Deze regels hebben tot doel het voor ondernemingen gemakkelijker te maken om samen te werken op economisch wenselijke wijze en zonder nadelige gevolgen in het kader van het mededingingsbeleid. Tijdens de evaluatie wordt bewijsmateriaal verzameld over de werking ervan en wordt de Commissie in staat gesteld te bepalen of zij de horizontale groepsvrijstellingsverordeningen en de richtsnoeren moet laten vervallen, de looptijd ervan moet verlengen of ze moet herzien. In 2021 is een werkdocument van de diensten van de Commissie gepland.

In 2020 heeft de Commissie de evaluatie van de in 2010 aangenomen groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen 55 voortgezet. De evaluatie heeft tot doel bewijsmateriaal te verzamelen over de werking van de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen, samen met de desbetreffende richtsnoeren, met name door na te gaan in hoeverre de doelstellingen ervan zijn verwezenlijkt. De groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen verstrijkt in mei 2023 en vereist dat de Commissie in 2021 een evaluatieverslag indient bij het Parlement en de Raad.

3.2.3 Evaluatie van de bekendmaking inzake de bepaling van de relevante markt

De Commissie heeft in 2020 ook het startschot gegeven voor een evaluatie van de bekendmaking inzake de bepaling van de relevante markt 56 . De bekendmaking bevat richtsnoeren voor de beginselen en beste praktijken van de wijze waarop de Commissie het begrip relevante productmarkt en relevante geografische markt toepast bij haar toezicht op de toepassing van het mededingingsrecht van de EU. Het doel van de evaluatie is na te gaan of de bekendmaking nog steeds geschikt is voor het beoogde doel, met name in het licht van recente marktontwikkelingen in verschillende sectoren, waaronder digitale markten. De resultaten van de evaluatie zullen in 2021 worden gepubliceerd.

3.2.4. Collectieve onderhandelingen voor zelfstandigen

Digitale platforms hebben de manier waarop mensen werken veranderd. Zij bieden toegang tot werk en meer flexibiliteit, maar kunnen sommige werknemers ook kwetsbaarder maken. Aanbieders van diensten via digitale platforms passen niet altijd in traditionele beroepsgroepen en het is niet altijd duidelijk of de mededingingsregels van de EU een belemmering voor collectieve onderhandelingen vormen voor degenen die ze nodig hebben. De Commissie bracht in juni 2020 een proces op gang om te beoordelen of er op het niveau van de EU maatregelen nodig zijn, door meer rechtszekerheid te verschaffen over de toepasselijkheid van het mededingingsrecht van de EU met betrekking tot collectieve onderhandelingen door zelfstandigen. In het kader van de raadpleging over de wet inzake digitale diensten werd in een eerste ronde informatie verzameld. Tegelijkertijd werkte DG Concurrentie nauw samen met belanghebbenden, waaronder platforms en sociale partners. In januari 2021 publiceerde de Commissie een aanvangseffectbeoordeling waarin de eerste opties voor toekomstige maatregelen werden uiteengezet 57 .

3.2.5. Privaatrechtelijke handhaving — Uitvoeringsverslag over de richtlijn schadevorderingen en de mededeling betreffende de bescherming van vertrouwelijke informatie door nationale rechterlijke instanties

In de richtlijn schadevorderingen 58 zijn regels vastgesteld om ervoor te zorgen dat eenieder die schade heeft geleden ten gevolge van een door een onderneming of een ondernemersvereniging gepleegde inbreuk op het mededingingsrecht effectief het recht kan uitoefenen om voor nationale rechterlijke instanties volledige vergoeding van die schade te vorderen van die onderneming of ondernemersvereniging. In december 2020 heeft de Commissie overeenkomstig de richtlijn 59 een uitvoeringsverslag bij het Parlement en de Raad ingediend.

In het verslag wordt de balans opgemaakt van de uitvoering van enkele kernvoorschriften van de richtlijn, zoals het recht op volledige vergoeding, de toegang tot bewijsmateriaal, de bewijskracht van inbreukbeslissingen, verjaringstermijnen, doorberekening van de meerkosten, en begroting van de schade. Sinds de vaststelling van de richtlijn in 2014 is het aantal schadevorderingen voor nationale rechterlijke instanties aanzienlijk toegenomen en zijn er in de EU veel meer schadevorderingen ingediend. Het gecumuleerde aantal zaken bedroeg, per datum van het eerste arrest, begin 2014 ongeveer 50 en, na een sterke stijging, 239 in 2019. Deze 239 zaken kwamen uit dertien lidstaten 60 . De Commissie kwam tot de conclusie dat de richtlijn schadevorderingen de slachtoffers van inbreuken op het mededingingsrecht van de EU waarschijnlijk beter bekend heeft gemaakt met hun recht om daadwerkelijk vergoeding van de geleden schade te vorderen.

Bovendien heeft de Commissie een niet-bindende mededeling aangenomen over de bescherming van vertrouwelijke informatie door nationale rechterlijke instanties in procedures voor de privaatrechtelijke handhaving van het EU-mededingingsrecht 61 . De mededeling bevat richtsnoeren voor maatregelen die nationale rechterlijke instanties kunnen opleggen om vertrouwelijke informatie gedurende en na de beëindiging van een procedure te beschermen. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn bewerkingen, vertrouwelijkheidskringen, de inzet van deskundigen, en hoorzittingen.

3.3. Herziening van de staatssteunregels

3.3.1. Geschiktheidscontrole van de staatssteunregels afgerond

In 2020 rondde de Commissie de in 2019 aangevangen geschiktheidscontrole 62 af van de staatssteunregels die zijn vastgesteld in het kader van het pakket voor de modernisering van het staatssteunbeleid. De richtsnoeren betreffende staatssteun aan spoorwegondernemingen 63 en de mededeling inzake kortlopende exportkredietverzekering 64 werden eveneens opgenomen in de geschiktheidscontrole. De Commissie heeft onderzocht of de regels nog steeds geschikt zijn voor het beoogde doel, ook in het licht van de Europese Green Deal 65 , de nieuwe industriestrategie 66 en de digitale strategie 67 van de Commissie.

De resultaten van de geschiktheidscontrole zijn in oktober 2020 gepubliceerd. De Commissie concludeerde dat de geëvalueerde regels grotendeels geschikt blijven voor het beoogde doel. Sommige bepalingen moeten echter worden herzien, met inbegrip van verduidelijkingen, verdere stroomlijning en vereenvoudiging, alsmede aanpassingen om rekening te houden met recente ontwikkelingen op wetgevingsgebied, huidige prioriteiten, veranderingen op de markten en technologische ontwikkelingen. Om voldoende tijd te hebben om de regels te wijzigen, heeft de Commissie de geldigheidsduur van deze staatssteunregels verlengd 68 tot en met 31 december 2021 69 . Anders zouden de regels eind 2020 zijn vervallen.

3.3.2. Herziening van de staatssteunregels ter ondersteuning van de Europese Green Deal

De staatssteunregels vormen een essentieel onderdeel van de groene transitie. Overeenkomstig de mededeling van de Commissie over de Europese Green Deal en de beginselen van de geschiktheidscontrole ondergaan de richtsnoeren inzake staatssteun die relevant zijn voor de Europese Green Deal momenteel een gerichte herziening die eind 2021 moet zijn afgerond. Het gaat onder meer om de richtsnoeren regionale steunmaatregelen 70 , de mededeling inzake belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang 71 , de RDI-kaderregeling 72 , de richtsnoeren risicofinanciering, de richtsnoeren milieu en energie 73 en de relevante bepalingen van de AGVV 74 . De herziene ETS-richtsnoeren werden in 2020 vastgesteld 75 .

De gewijzigde ETS-richtsnoeren zijn op 1 januari 2021 in werking getreden bij aanvang van de nieuwe handelsperiode voor het emissiehandelssysteem. De ETS-richtsnoeren stellen de lidstaten in staat ondernemingen in risicosectoren te compenseren voor een deel van de hogere elektriciteitsprijzen die het gevolg zijn van de koolstofprijssignalen die door het ETS worden gecreëerd (zogenaamde indirecte emissiekosten).

In november 2020 heeft de Commissie belanghebbenden verzocht opmerkingen 76 te maken over bepaalde aspecten van de richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie , met het oog op de geplande herziening van de richtsnoeren. De richtsnoeren, waarvan de geldigheidsduur is verlengd tot en met 31 december 2021, zijn geëvalueerd in het kader van de geschiktheidscontrole . Uit de evaluatie bleek dat de richtsnoeren een doeltreffender en minder verstorende terbeschikkingstelling van staatsmiddelen hebben vergemakkelijkt om de milieubescherming te verbeteren en de doelstellingen van de energie-unie te verwezenlijken. De richtsnoeren moeten echter worden aangepast in het licht van nieuwe technologieën en nieuwe vormen van ondersteuning, alsook van recente wetgeving en beleid op het gebied van milieu en energie.

In 2020 heeft de Commissie in het kader van de geschiktheidscontrole de evaluatie van de mededeling van 2014 over belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang 77 afgerond. Uit de resultaten bleek dat de regels inzake belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang in grote lijnen geschikt zijn voor het beoogde doel, maar dat een aantal gerichte wijzigingen gerechtvaardigd kunnen zijn in het licht van de praktische ervaring die is opgedaan met gevallen van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (betreffende micro-elektronica en accu’s) en om ervoor te zorgen dat de regels inzake belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang de prioriteiten van de Commissie ten volle ondersteunen, met name de Europese Green Deal en de digitale strategie, en de deelname van kmo’s vergemakkelijken. De raadpleging over een herziene mededeling over belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang is in februari 2021 van start gegaan.

3.3.3. Raadpleging van belanghebbenden over de richtsnoeren voor breedbandsteun

In september 2020 hield de Commissie een openbare raadpleging waarin de lidstaten en andere belanghebbenden werden uitgenodigd hun standpunten en opmerkingen kenbaar te maken over de bestaande EU-staatssteunregels voor overheidssteun voor de uitrol van breedbandnetwerken 78 . De lidstaten kunnen op grond van de richtsnoeren breedbandsteun van 2013 onder bepaalde voorwaarden steun verlenen voor de uitrol van breedbandnetwerken 79 . De openbare raadpleging maakt deel uit van een algemene evaluatie om na te gaan of de richtsnoeren nog steeds geschikt zijn voor het beoogde doel of dat zij moeten worden geactualiseerd in het licht van recente technologische en marktontwikkelingen.

3.3.4. Evaluatie van het pakket diensten van algemeen economisch belang voortgezet

In 2020 zette de Commissie haar evaluatie van het in 2012 goedgekeurde pakket diensten van algemeen economisch belang (DAEB) voort. De in 2019 gestarte evaluatie heeft betrekking op de DAEB-mededeling, het DEAB-besluit, de DAEB-kaderregeling en de verordening inzake de-minimissteun voor DEAB 80 , voor zover deze van toepassing zijn op sociale en gezondheidsdiensten (met uitzondering van de evaluatie van de verordening inzake de-minimissteun voor DEAB, die een breder scala aan sectoren bestrijkt). Dit pakket is in de eerste plaats bedoeld als hulp voor lidstaten die DAEB’s willen financieren die van cruciaal belang zijn voor burgers en de samenleving als geheel. Een en ander mag echter niet ten koste gaan van de essentiële aspecten van het staatssteuntoezicht. De evaluatie heeft tot doel om na te gaan of de regels inzake diensten van algemeen economisch belang die van toepassing zijn op sociale en gezondheidsdiensten nog steeds passend zijn en nog steeds een Europese toegevoegde waarde bieden. De resultaten van de evaluatie zullen in 2021 worden gepubliceerd.

3.3.5. Herziening van de regels inzake staatssteun voor landbouw en visserij

In 2020 zette de Commissie haar herziening van de regels inzake staatssteun voor landbouw en visserij voort. De herziening omvat de groepsvrijstellingsverordening voor de landbouw 81 , de richtsnoeren inzake staatssteun voor landbouw-, bosbouw- en plattelandsgebieden 82 , de groepsvrijstellingsverordening voor de visserij 83 , de verordening inzake de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector 84 en de richtsnoeren voor staatssteun in de visserij- en aquacultuursector 85 . Deze instrumenten werden in 2020 verlengd, zullen eind 2022 aflopen en worden momenteel geëvalueerd. De evaluaties moeten in 2021 worden afgerond en worden gevolgd door effectbeoordelingen, in overeenstemming met de vereisten inzake betere regelgeving. De Commissie voert haar herziening uit met als doel nieuwe reeksen regels voor staatssteun op het gebied van landbouw en visserij vast te stellen, die in 2023 van toepassing moeten worden.

4. Bijdrage van het mededingingsbeleid van de EU aan de digitale transitie en versterking van de eengemaakte markt

Voorzitter Von der Leyen heeft met de grote ambitie “Een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk” de digitale ruimte omschreven als een van haar topprioriteiten voor het mandaat van de Commissie. Ondernemingen moeten op concurrerende markten innoveren en efficiënter worden om te floreren. Dit geldt met name voor markten die door innovatie worden gestuurd en door snelle ontwikkelingen worden gekenmerkt. Een doeltreffende handhaving van de mededingingsregels van de EU en hervormingen van de regelgeving zijn van vitaal belang voor de digitale transformatie van de economie van de EU en dragen bij tot een veerkrachtig herstel in de EU. Door de mededingingsregels van de EU te handhaven, blijft de Commissie de resterende belemmeringen voor de eengemaakte markt uit de weg ruimen.

4.1. Handhaving van de mededingingsregels heeft bijgedragen tot de digitale transitie en de versterking van de eengemaakte markt

Op de markten voor systems-on-a-chip (“SoC’s”) heeft de Commissie voorlopige maatregelen opgelegd aan Broadcom 86 , ’s werelds grootste leverancier van chipsets voor TV set-top boxen en modems, omdat zij — volgens de voorlopige mening van de Commissie — haar machtspositie op de markten van SoC’s voor i) TV set-top boxen, ii) glasvezelmodems en iii) xDSL-modems misbruikte door met fabrikanten van TV set-top boxen en modems overeenkomsten aan te gaan die exclusiviteitinducerende bepalingen bevatten. In oktober 2020 besloot de Commissie een aantal toezeggingen van Broadcom juridisch bindend te maken 87 . Broadcom heeft zich ertoe verbonden de bestaande exclusiviteits- of quasi-exclusiviteitsregelingen op te schorten en de in overeenkomsten met OEM’s opgenomen bepalingen inzake SoC’s voor TV set-top boxen en internetmodems ten volle te benutten. Broadcom ging ermee akkoord in de toekomst geen soortgelijke overeenkomsten te sluiten.

In januari 2020 rondde de Commissie het laatste onderzoek naar de verkoop van in licentie gegeven merchandiseproducten af. De Commissie heeft aan verschillende ondernemingen van Comcast Corporation, waaronder NBCUniversal, een boete van 14,3 miljoen EUR opgelegd wegens schending van de mededingingsregels van de EU 88 . NBCUniversal heeft in licentieovereenkomsten voor filmmerchandise clausules opgenomen die licentienemers verbieden om online, buiten bepaalde gebieden of aan andere dan nader bepaalde klanten te verkopen. Door deze clausules werd de eengemaakte markt gecompartimenteerd ten nadele van de consument.

In de sector hotelaccommodatie kreeg de Spaanse hotelgroep Meliá in februari 2020 een boete van 6,7 miljoen EUR wegens het opnemen van clausules in haar overeenkomsten met touroperators volgens welke deze overeenkomsten alleen golden voor reserveringen van consumenten die in bepaalde landen woonden 89 . De Commissie stelde vast dat dit compartimentering van de eengemaakte markt veroorzaakte doordat de mogelijkheid voor de touroperators om de hotelaccommodatie in alle EER-landen vrijelijk te verkopen en te reageren op rechtstreekse verzoeken van consumenten die buiten de gedefinieerde landen wonen, werd beperkt.

In 2020 boekte de Commissie vooruitgang met haar onderzoeken in lopende zaken en leidde zij verschillende grote antitrustonderzoeken in de digitale sfeer in.

In november 2020 publiceerde de Commissie een mededeling van punten van bezwaar aan Amazon waarin zij voorlopig vaststelde dat Amazon haar machtspositie had misbruikt in strijd met de mededingingsregels van de EU 90 . Amazon treedt op als detailhandelaar op haar eigen markt en stelt derden tegelijkertijd in staat via hetzelfde platform te verkopen. Amazon heeft toegang tot belangrijke niet-openbare gegevens van die derde verkopers. Amazon voert deze gegevens in haar algoritmen voor detailhandel in en gebruikt die om het eigen retailaanbod van Amazon te kalibreren ten nadele van de andere verkopers op het handelsplatform. Volgens het voorlopige standpunt van de Commissie stelt dit gedrag Amazon in staat haar machtspositie op de markt voor de levering van diensten op het handelsplatform in Frankrijk en Duitsland nog verder te versterken.

De Commissie opende in november 2020 ook een tweede formeel antitrustonderzoek naar de handelspraktijken van Amazon 91 . Het onderzoek heeft betrekking op een potentiële voorkeursbehandeling van eigen producten of diensten en op discriminerende praktijken op het handelsplatform door Amazon. De Commissie vermoedt dat Amazon haar eigen retailaanbiedingen op het handelsplatform van Amazon bevordert, alsook die van verkopers die gebruikmaken van de logistieke en leveringsdiensten van Amazon (zogenaamde “fulfilment” door Amazon-verkopers). De Commissie onderzoekt met name de criteria die Amazon hanteert om de winnaar van de “Buy Box” op haar handelsplatform te selecteren. De Commissie onderzoekt ook de selectiecriteria die verkopers in staat stellen om producten aan te bieden aan klanten die gebruikmaken van Amazon Prime, het loyaliteitsprogramma van Amazon. Deze criteria kunnen ook leiden tot een voorkeursbehandeling van de detailhandelsactiviteiten van Amazon of van FBA (Fulfillment by Amazon)-verkopers. Als verkopers omzet willen genereren op het handelsplatform van Amazon, is het van cruciaal belang dat zij de “Buy Box” winnen en Amazon Prime-klanten bereiken.

In juni 2020 stelde de Commissie vier formele onderzoeken tegen Apple in. De Commissie onderzoekt of de voorwaarden en andere maatregelen van Apple voor de integratie van Apple Pay in de apps en websites van handelaren op iPhones en iPads in strijd zijn met de mededingingsregels van de EU. De Commissie onderzoekt ook de beperking door Apple van toegang tot de functie “Near Field Communication” (NFC) (tap and go) op iPhones voor betalingen in winkels en vermeende weigeringen van de toegang tot Apple Pay 92 .

Daarnaast wordt er in twee onderzoeken gehoor gegeven aan afzonderlijke klachten van Spotify en van een distributeur van e-boeken/audioboeken over de impact van de regels van de App Store op de concurrentie met betrekking tot muziekstreaming en e-boeken/luisterboeken. Daarin onderzoekt de Commissie of de regels van Apple voor app-ontwikkelaars inzake de distributie van apps via de App Store in strijd zijn met de mededingingsregels van de EU 93 . De onderzoeken hebben met name betrekking op het verplichte gebruik van het eigen in-app aankoopsysteem van Apple (waarbij Apple app-ontwikkelaars een provisie van 30 % op de abonnementskosten aanrekent) en beperkingen op het vermogen van ontwikkelaars om iPhone- en iPad-gebruikers te informeren over alternatieve goedkopere aankoopmogelijkheden buiten apps. De desbetreffende gedraging kan ontwikkelaars van concurrerende apps ook loskoppelen van belangrijke klantgegevens, terwijl Apple waardevolle gegevens over de activiteiten en aanbiedingen van haar concurrenten kan verkrijgen.

Om een beter beeld te krijgen van mededingingskwesties, marktdynamiek en zakelijke uitdagingen in de consumentgerichte sector van het “internet der dingen”, stelde de Commissie in juli 2020 een sectoraal onderzoek naar het internet der dingen in 94 . De Commissie zal gedragingen onderzoeken die de mededinging kunnen beperken of vervalsen en die vroegtijdige interventie kunnen rechtvaardigen. Het eindverslag zal in 2022 worden uitgebracht.

In juli 2020 legde de Commissie drie energieleveranciers (Orbia, Clariant en Celanese) een boete van in totaal 260 miljoen EUR op wegens heimelijke afspraken om tegen de laagst mogelijke prijs ethyleen te kopen ten nadele van verkopers van ethyleen 95 . Ethyleen is een brandbare chemische stof die voornamelijk wordt gebruikt om polyethyleen te maken, de meest gebruikte kunststof van tegenwoordig. Alle ondernemingen gaven hun betrokkenheid toe, verleenden hun medewerking aan het onderzoek van de Commissie en stemden ermee in de zaak te schikken. Een vierde kartellid, Westlake, werd niet beboet omdat het de Commissie in kennis heeft gesteld van het kartel.

De Commissie heeft in september 2020 nog twee kartelonderzoeken met betrekking tot auto-onderdelen afgesloten 96 . Zij legde de fabrikanten Brose en Kiekert een boete van in totaal 18 miljoen EUR op. Magna en Brose namen deel aan een bilateraal kartel met betrekking tot deurmodules en ruitbedieningssystemen 97 , terwijl Magna en Kiekert samenspanden met betrekking tot sluitingen en schootplaten. In beide kartels hebben de ondernemingen prijzen vastgesteld en commercieel gevoelige informatie uitgewisseld. Magna werd niet beboet omdat de onderneming beide kartels aan de Commissie onthulde.

De pay-for-delay-overeenkomst tussen Teva en Cephalon

In november 2020 legde de Commissie de farmaceutische bedrijven Teva en Cephalon een boete van 60,5 miljoen EUR op 98 omdat zij ermee hadden ingestemd de marktintroductie van een goedkopere generieke versie van het geneesmiddel voor slaapstoornissen van Cephalon, modafinil, met verscheidene jaren uit te stellen nadat de belangrijkste octrooien van Cephalon waren verstreken. De overeenkomst werd ruim vóór de overname van Cephalon door Teva gesloten. De overeenkomst druiste in tegen de mededingingsregels van de EU en had aanzienlijke schade voor patiënten en gezondheidszorgstelsels in de EU tot gevolg doordat de prijzen voor modafinil kunstmatig hoog werden gehouden.

Het besluit behelst een schikkingsovereenkomst voor octrooien waarbij Cephalon Teva ertoe bracht om de markt niet met een generieke versie van modafinil te betreden, in ruil voor een pakket handelstransacties die voordelig waren voor Teva en enkele contante betalingen. Teva bezat haar eigen octrooien met betrekking tot het productieproces van modafinil en was klaar om de markt van modafinil te betreden met haar eigen generieke versie, die zij reeds in het Verenigd Koninkrijk was gaan verkopen. Vervolgens kwam zij met Cephalon overeen de markt te verlaten en de octrooien van Cephalon niet aan te vechten. Uit het onderzoek van de Commissie bleek dat deze “pay-for-delay”-overeenkomst al jaren tot doel en tot gevolg had dat Teva als concurrent werd uitgeschakeld en dat Cephalon hoge prijzen kon blijven hanteren, ook al waren haar belangrijkste octrooien voor modafinil al lang verstreken.

4.2. Concentratiecontrole heeft bijgedragen tot de digitale transitie en de eengemaakte markt versterkt

In mei 2020 heeft het Gerecht het besluit van de Commissie van 2016 waarbij de fusie tussen Hutchinson 3G en Telefonica UK werd verboden, nietig verklaard 99 . De Commissie was tot de bevinding gekomen dat de concentratie “van vier naar drie” in het Verenigd Koninkrijk zou hebben geleid tot een stijging van de prijzen en een beperking van de keuze voor de consument op de markt voor mobiele telefonie. Het Gerecht bevestigde dat de Commissie concentraties kan verbieden die geen machtspositie zou doen ontstaan of versterken, maar alleen indien de concentratie de mededinging zou kunnen beïnvloeden in een mate die gelijkwaardig is aan het dominante effect. Het Gerecht stelde vast dat de Commissie niet had aangetoond dat de concentratie een aanzienlijke concurrentiedruk zou wegnemen, waardoor de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zou worden belemmerd. De Commissie heeft tegen dit arrest beroep aangetekend bij het Hof van Justitie.

In november 2020 hechtte de Commissie, onder voorbehoud van toezeggingen, haar goedkeuring aan de voorgenomen verwerving van Covage door SFR FTTH, een onderneming waarover Altice, Allianz en Omers gezamenlijk zeggenschap hebben 100 . SFR FTTH en Covage zijn grote glasvezelnetwerkexploitanten in Frankrijk. Covage verkoopt toegang tot glasvezelnetwerken op groothandelsniveau, terwijl Altice zowel op groothandels- als op retailniveau actief is. De Commissie is tot de bevinding gekomen dat de transactie de gefuseerde ondernemingen een zeer sterke positie op de groothandelsmarkt voor FTTO (fiber-to-the-office)-diensten zou hebben opgeleverd. Als gevolg daarvan zouden alternatieve detailhandelaren minder alternatieve leveranciers hebben. Aangezien Covage verticaal in de retailactiviteiten van SFR zou worden geïntegreerd, zou de gefuseerde entiteit zowel de mogelijkheid als de stimulans hebben om retailconcurrenten ervan te weerhouden toegang tot de glasvezelcapaciteit van Covage op groothandelsniveau te verkrijgen. SFR bood aan om 95 % van de FTTO-activiteiten van Covage af te stoten en bood aan een overeenkomst inzake overgangsdiensten te sluiten om het afgestoten bedrijfsonderdeel in staat te stellen volledig onafhankelijk te worden.

De Commissie heeft de overname van Fitbit door Google in december 2020 voorwaardelijk goedgekeurd 101 . Fitbit ontwikkelt, vervaardigt en distribueert smartwatches en fitnesstrackers. De Commissie vreesde dat Google de gegevensbanken van Fitbit zou kunnen gebruiken om de toch al grote hoeveelheid gegevens waarover Google beschikt, nog verder uit te breiden om advertenties te personaliseren. Google zou ook de toegang van concurrenten tot de Web API van Fitbit kunnen beperken en concurrerende fabrikanten van om de pols gedragen wearables kunnen benadelen door hun interoperabiliteit met Android-smartphones te verminderen. Om toestemming te verkrijgen, heeft Google zich ertoe verbonden geen Fitbit-gegevens voor Google-advertenties te gebruiken en deze gegevens afzonderlijk te bewaren in gegevenssilo’s. Google heeft zich er ook toe verbonden relevante derden kosteloos toegang te blijven geven tot de gezondheids- en fitnessgegevens van gebruikers in softwaretoepassingen via de Web API van Fitbit en met toestemming van de gebruiker. De onderneming heeft zich er ook toe verbonden interoperabiliteit met Android-smartphones te blijven toestaan voor concurrerende om de pols gedragen wearables. Ten slotte omvatten de toezeggingen een mechanisme voor versnelde geschillenbeslechting dat door derden kan worden ingeroepen.

Met betrekking tot de levering van brandstoffen voor verbrandingsmotoren en aanverwante producten, heeft de Europese Commissie in juli 2020 voorwaardelijk ingestemd met de overname van Grupa Lotos door PKN Orlen, twee grote Poolse geïntegreerde olie- en gasondernemingen 102 . De Commissie vreesde dat de transactie, zoals aanvankelijk aangemeld, de mededinging betreffende motorbrandstoffen in Polen, vliegtuigbrandstof in Polen en Tsjechië en aanverwante producten zoals verschillende soorten bitumen in Polen zou hebben verstoord. PKN Orlen bood een pakket afstotingen en andere toezeggingen aan. Het pakket omvatte de afstoting van een belang in een raffinaderij, opslagplaatsen, retailtankstations en faciliteiten voor de productie van bitumen. De Commissie concludeerde dat deze mogelijkheden concurrenten in staat zouden stellen daadwerkelijk met de gefuseerde entiteit te concurreren.

In de sector spoorvervoer keurde de Commissie in juli 2020 de overname van Bombardier Transportation door Alstom voorwaardelijk goed 103 . Alstom en Bombardier zijn wereldleiders op het gebied van spoorvervoer en concurreren op het gebied van de productie en levering van treinen van zeer hoge snelheid (“rollend materieel van zeer hoge snelheid”) en oplossingen voor seingeving. De Commissie concludeerde dat de transactie ernstige mededingingsbezwaren zou hebben doen rijzen. Alstom zou de onbetwiste marktleider zijn geworden op het gebied van rollend materieel met zeer hoge snelheid en rollend materieel voor het hoofdspoornet, alsmede op het gebied van seingeving voor het hoofdspoornet. De Commissie heeft ingestemd met een uitgebreid pakket toezeggingen van de fuserende ondernemingen, waaronder de afstoting van treinperrons en productiefaciliteiten voor rollend materieel met zeer hoge snelheid en rollend materiaal voor het hoofdspoornet. Alstom en Bombardier boden tevens aan om aan concurrenten op het gebied van seingeving traditionele treinapparatuur te leveren en hen de nodige interface-informatie en ondersteuning te bieden.



De concentratie van Fiat Chrysler en Peugeot

In de automobielsector heeft de Commissie, na een diepgaand onderzoek en onder voorwaarden, de concentratie van Fiat Chrysler Automobiles (FCA) en Peugeot SA (PSA) goedgekeurd 104 . Door deze transactie kwam de op drie na grootste automobielgroep ter wereld, Stellantis, tot stand. De Commissie concludeerde dat de concentratie de mededinging op de markt voor kleine lichte bedrijfsvoertuigen in verschillende lidstaten zou hebben geschaad. De fuserende ondernemingen hebben zich ertoe verbonden de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen PSA en Toyota voor kleine lichte bedrijfsvoertuigen te verlengen. PSA produceert voertuigen van Toyota voor verkoop in de EU. De verlengde overeenkomst zal de productiecapaciteit voor Toyota vergroten en de verrekenprijzen voor voertuigen en bijbehorende reserveonderdelen en accessoires zullen worden verlaagd. Dankzij deze maatregelen kan Toyota effectief concurreren met Stellantis en uitbreiden op de EU-markt voor kleine lichte bedrijfsvoertuigen. Bovendien zijn FCA en PSA overeengekomen de met hun netwerken van herstellers gesloten herstel- en onderhoudsovereenkomsten te wijzigen. De toegang tot netwerken van herstellers zal worden vergemakkelijkt, zodat concurrenten en nieuwkomers kunnen concurreren op de markt voor kleine lichte bedrijfsvoertuigen.

4.3. Staatssteun heeft de digitale transitie vergemakkelijkt en de eengemaakte markt veiliggesteld

Breedbandinfrastructuur die voldoet aan de behoeften aan zeer hoge digitale snelheden, capaciteiten en kwaliteit is essentieel om de in de digitale strategie vastgestelde doelstellingen inzake connectiviteit van de EU voor 2025 te verwezenlijken 105 . Staatssteun draagt bij tot de uitrol van hoogwaardige breedbandnetwerken in de EU door gevallen van marktfalen aan te pakken, d.w.z. situaties en gebieden waar commerciële exploitanten niet worden gestimuleerd om voldoende breedbanddekking te bieden.

In augustus 2020 keurde de Commissie een voucherregeling van 200 miljoen EUR goed om gezinnen met een laag inkomen in Italië te helpen toegang tot hogesnelheidsbreedbanddiensten te krijgen 106 . De staatssteunregeling zal de digitale kloof in Italië verkleinen en tegelijkertijd mogelijke concurrentieverstoringen beperken. De Commissie keurde in december 2020 ook een voucherregeling van 20 miljoen EUR goed om studenten in Griekenland te helpen toegang tot breedbanddiensten te krijgen en van afstandsleren te profiteren 107 .

De Commissie heeft in het kader van de staatssteunregels van de EU een Duitse steunregeling goedgekeurd om de uitrol van breedbandnetwerken met zeer hoge capaciteit in Duitsland te ondersteunen 108 . De regeling is gericht op de ontwikkeling van een nieuwe, door de overheid gefinancierde connectiviteitsinfrastructuur met zeer hoge capaciteit die huishoudens, bedrijven en overheidsinstellingen in Duitsland van sneller internet zal voorzien. Duitsland zal voorrang geven aan huishoudens die toegang hebben tot snelheden van minder dan 100 megabit/s om te helpen de digitale kloof tussen landelijke en stedelijke gebieden in Duitsland verder te verkleinen. In het kader van de regeling wil Duitsland tegen eind 2025 gigabitnetwerken beschikbaar stellen voor alle burgers.

5. Bijdrage van het mededingingsbeleid van de EU aan de groene transitie

De EU heeft de sterke ambitie om de klimaatverandering en de aantasting van het milieu aan te pakken en de Europese Green Deal als de groeistrategie van Europa te bevorderen. Groene innovatie staat niet alleen centraal in de politieke ambitie van de EU, maar komt ook tot uiting in haar regelgevingsvoorstellen en financieringsprioriteiten. Het mededingingsbeleid van de EU kan worden gebruikt om bij te dragen tot de milieu- en klimaatdoelstellingen van de EU, waaronder het koolstofvrij maken van de economie en de verschuiving in de vervoerssector van vervuilende fossiele brandstoffen naar alternatieve brandstoffen in overeenstemming met het mobiliteitsbeleid van de Commissie.

In dit verband heeft de Commissie in oktober 2020 een oproep tot het leveren van bijdragen over de wijze waarop de mededingingsregels en het duurzaamheidsbeleid elkaar aanvullen 109 gedaan. De Commissie heeft verschillende belanghebbenden, waaronder mededingingsdeskundigen, de academische wereld, het bedrijfsleven, milieuorganisaties en consumentenorganisaties, verzocht hun standpunten kenbaar te maken en suggesties te geven over de wijze waarop het antitrustbeleid, de concentratiecontrole en het staatssteunbeleid en het milieu- en klimaatbeleid elkaar aanvullen. De bijdragen werden meegenomen in een conferentie in februari 2021. Medio 2021 is een verslag over de beschouwingen uit het raadplegingsproces gepland.

5.1. Staatssteun ter bevordering van de groene transitie

Op het gebied van staatssteuntoezicht heeft de Commissie overheidsmaatregelen beoordeeld en goedgekeurd ter bevordering van de uitrol van hernieuwbare energiebronnen, verbetering van de energie-efficiëntie, waar nodig ondersteuning van de uitrol van infrastructuur voor emissievrije/emissiearme mobiliteit, stimulering van de vraag naar emissievrije/emissiearme voertuigen voor openbaar en particulier vervoer, en vermindering van CO2- en andere emissies (met inbegrip van decarbonisatiemaatregelen) of verbetering van de circulariteit.

In juli 2020 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan een steunregeling voor elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare bronnen in Ierland, de steunregeling voor hernieuwbare elektriciteit (Renewable Electricity Support Scheme, RESS) 110 . De RESS zal Ierland helpen zijn nationale doelstelling om af te stappen van fossiele brandstoffen te verwezenlijken en tegen 2030 een aandeel van 70 % hernieuwbare energie in zijn elektriciteitsmix te bereiken. De Commissie is tot de bevinding gekomen dat de steun noodzakelijk is, een stimulerend effect heeft en evenredig is en tot het noodzakelijke minimum is beperkt, aangezien het steunbedrag zal worden vastgesteld door middel van concurrerende veilingen. Uit de zaak blijkt ook hoe steun kan worden verleend aan projecten die zijn ontwikkeld door hernieuwbare-energiegemeenschappen en aan gemeenschappen die door de RESS ondersteunde projecten organiseren in overeenstemming met de staatssteunregels.

De Commissie concludeerde in mei 2020 dat de compensatie van 52,5 miljoen EUR die Nederland aan de vroegtijdige sluiting van de kolencentrale Hemweg heeft toegekend in overeenstemming was met de staatssteunregels van de EU 111 . De maatregel zal bijdragen tot een vermindering van de CO2-emissie zonder de mededinging op de eengemaakte markt onnodig te verstoren. De Commissie heeft een soortgelijk besluit genomen met betrekking tot compensaties voor vroegtijdige sluiting van steenkoolcentrales in Duitsland 112 .

In november 2020 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan een Roemeense regeling ter ondersteuning van de bouw en/of modernisering van stadsverwarmingssystemen die uitsluitend op hernieuwbare energiebronnen zijn gebaseerd 113 . De maatregel zal de overstap van de energieproductie uit fossiele brandstoffen naar warmteproductie uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk maken. Op grond van de staatssteunregels kunnen de lidstaten de productie en distributie van stadsverwarming ondersteunen, onder bepaalde voorwaarden die zijn vastgesteld in de richtsnoeren van de Commissie inzake staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie. Het door de Commissie in januari 2020 gepubliceerde investeringsplan voor de Europese Green Deal stelt de lidstaten in staat het maximale steunbedrag voor het genereren van stadsverwarming te verhogen.

In december 2020 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan een Nederlandse regeling ten belope van 30 miljard EUR waarmee projecten ter vermindering van broeikasgasemissies in Nederland worden ondersteund 114 . De regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie, SDE++) zal bijdragen tot de milieudoelstellingen van de EU zonder de mededinging onnodig te verstoren. Deze innovatieve regeling zal beschikbaar worden voor projecten die van verschillende technologieën gebruikmaken (hernieuwbare elektriciteit, gas en warmte, het gebruik van industriële afvalwarmte en warmtepompen, elektrificatie van industriële warmteprocessen en elektrificatie van de waterstofproductie, en koolstofafvang en -opslag voor industriële processen, met inbegrip van waterstofproductie en afvalverbranding), waarvoor steun zal worden aangevraagd op basis van tonnen CO2-emissies die ten opzichte van een uitgangswaarde zijn beperkt.

Tweede belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang inzake accu’s

Gedurende 2020 hielden twaalf lidstaten en de Commissie besprekingen over een tweede belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang met betrekking tot de waardeketen voor accu’s. In december 2020 hebben België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Spanje en Zweden gezamenlijk het tweede belangrijke project van gemeenschappelijk Europees belang met betrekking tot accu’s voor e-mobiliteit en energieopslag aangemeld. Met het project, dat de naam European Battery Innovation kreeg, zullen onderzoek en innovatie in de waardeketen voor accu’s worden ondersteund. De twaalf lidstaten zullen de komende jaren tot 2,9 miljard EUR financiering verstrekken. De verwachting is dat met de overheidsfinanciering nog eens 9 miljard EUR extra aan particuliere investeringen kan worden aangetrokken. Het project is een aanvulling op het eerste belangrijke project van gemeenschappelijk Europees belang in de waardeketen voor accu’s dat de Commissie in december 2019 goedkeurde. Het project is in overeenstemming met het beleid van de Commissie om over te schakelen van het gebruik van fossiele brandstoffen die schadelijk zijn voor het milieu naar alternatieve brandstoftechnologieën en met de ecologische en digitale transitie van de economie van de EU in het kader van de Europese Green Deal en de digitale strategie 115 . In januari 2021 nam de Commissie een besluit tot goedkeuring van dit belangrijke project van gemeenschappelijk Europees belang 116 .

In 2020 werden de besprekingen tussen de Commissie, de lidstaten en de industrie voortgezet met betrekking tot mogelijke nieuwe belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang op het gebied van waterstoftechnologieën, koolstofarme industrieën, micro-elektronica en accu’s.

5.2. Handhaving van de mededingingsregels en concentratiecontrole dragen bij tot de groene transitie

De handhaving van de mededingingsregels heeft niet alleen betrekking op de gedragingen van ondernemingen die mogelijk bedoeld zijn om de mededinging op het gebied van de ontwikkeling van schone technologieën te beperken, maar ook op gedragingen die gericht zijn op het afschermen van de toegang tot essentiële infrastructuur of tot het vrije verkeer van de hulpbronnen die nodig zijn voor de circulaire economie en de doelstellingen van de Europese Green Deal.

In 2020 zette de Commissie haar onderzoek ten aanzien van BMW, Daimler en VW (Volkswagen, Audi en Porsche) voort met betrekking tot een vermoedelijke beperking van de mededinging op het gebied van emissiereinigingstechnologie 117 .

Handhavingsmaatregelen ten aanzien van de mededingingsregels kunnen ook bijdragen tot de ondersteuning van de doelstelling van de Europese Green Deal om een concurrerende en aantrekkelijke sector voor het personenvervoer per spoor te ontwikkelen. In dat opzicht heeft de Commissie haar lopende onderzoeken voortgezet 118 . In de zaak Tsjechische Spoorwegen wordt de gevestigde spoorwegexploitant České dráhy (ČD) verdacht van het hanteren van afbraakprijzen op de passagiersverbinding tussen Praag en Ostrava, de ruggengraat van het Tsjechische spoorwegnet. In oktober 2020 deed de Commissie een mededeling van punten van bezwaar toekomen aan České dráhy 119 .

6. Een economie die werkt voor de mensen — Bijdrage van het mededingingsbeleid van de EU aan een diepere en billijkere economische en monetaire unie

De sociale markteconomie vormt de basis waarop de EU is gegrondvest en het mededingingsbeleid van de EU ligt daaraan ten grondslag. Burgers en bedrijven komen tot bloei wanneer de economie goed voor hen is. In 2020 heeft de Commissie deze grote ambitie van de Commissie ondersteund door concurrentiebevorderende gelijke voorwaarden en een digitaal verhaal te bevorderen in acties die gericht zijn op de uitvoering van het herstelpakket in het kader van het Europees Semester, de kapitaalmarktenunie, de bankenunie en effectieve belastingheffing 120 .

6.1. Duurzaamheid in de banksector waarborgen

In 2020 waren er geen nieuwe individuele gevallen van staatssteun aan financiële instellingen. Niettemin heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de verlenging van reeds bestaande regelingen op grond waarvan de lidstaten, mocht dat in een bepaald geval nodig zijn, bijstand kunnen verlenen bij het ordelijk verlaten van de markt door zeer kleine financiële instellingen of kredietcoöperaties in nood. De Commissie heeft dergelijke regelingen goedgekeurd in Ierland, Italië en Polen 121 . De Commissie keurde ook liquiditeitssteunregelingen goed voor levensvatbare banken met tijdelijke liquiditeitsproblemen, mochten die in een bepaald geval nodig zijn, in Griekenland en Italië 122 .

De lidstaten bleven de oprichting of uitbreiding van ontwikkelingsbanken bevorderen. Uit het oogpunt van staatssteun kunnen door de overheid gefinancierde ontwikkelingsbanken actief zijn binnen een nauwkeurig omschreven opdracht waarmee marktfalen wordt aangepakt en op voorwaarde dat zij commerciële financiële instellingen niet verdringen. In 2020 keurde de Commissie financiering goed voor Invest International, een nieuwe instelling voor ontwikkelingsfinanciering in Nederland 123 . De Commissie gaf tevens toestemming voor de financiering van de oprichting van de Scottish National Investment Bank 124 . Tot slot heeft de Commissie ingestemd met de oprichting van een nieuwe nationale ontwikkelingsbank in Portugal, Banco Português de Fomento 125 . In 2020 bleven niet als steun aangemerkte regelingen van toepassing in Italië (“GACS”) en in Griekenland (“Hercules”), die zijn ingevoerd om het blijvende probleem van de hoge niveaus van niet-renderende leningen aan te pakken. Deze regelingen zijn succesvolle voorbeelden van hoe de lidstaten banken kunnen helpen hun balans op te schonen zonder steun te verlenen of de concurrentie te verstoren.

6.2. Maatregelen tegen selectieve belastingvoordelen

De strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking staat hoog op de agenda van de Commissie. In 2020 zette de Commissie het onderzoek voort naar vermeende staatssteun die Nederland aan Inter IKEA, aan Starbucks en aan Nike zou hebben verleend; naar vermeende steun van Luxemburg aan Huhtamäki; en naar vermeende steun die België aan 39 individuele begunstigden van de Belgische overwinstregeling zou hebben verleend.

126 127 In juli 2020 verklaarde het Gerecht het besluit van de Commissie van 2016 nietig, waarin de Commissie had vastgesteld dat twee Ierse fiscale rulings ten gunste van Apple onverenigbare staatssteun vormden. Het Gerecht was van oordeel dat de Commissie niet rechtens genoegzaam heeft aangetoond dat Apple een selectief economisch voordeel was verleend. Het Gerecht was van oordeel dat de Commissie niet heeft aangetoond dat de betwiste fiscale rulings voortvloeiden uit de discretionaire bevoegdheid van de Ierse belastingautoriteiten. Bovendien was het Gerecht van oordeel dat de Commissie er niet in is geslaagd methodologische fouten in de betwiste fiscale rulings aan te tonen die zouden hebben geleid tot een verlaging van de belastbare winst van Apple in Ierland. De Commissie heeft tegen dit arrest beroep aangetekend bij het Hof van Justitie.

7. De krachten bundelen voor een betere Europese en wereldwijde mededingingscultuur

7.1. Samenwerking met nationale mededingingsautoriteiten binnen het Europees Mededingingsnetwerk

In 2020 bleven de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten in alle EU-lidstaten samenwerken en de coherente toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU waarborgen via het Europees Mededingingsnetwerk (ECN) 128 . Het ECN heeft tot doel een doeltreffend rechtskader tot stand te brengen voor de handhaving van het mededingingsrecht van de EU ten aanzien van ondernemingen die zich bezighouden met grensoverschrijdende handelspraktijken die de mededinging beperken.

In 2020 werden binnen het netwerk 139 nieuwe onderzoeken gestart en werden 97 geplande besluiten ingediend. In deze cijfers zijn ook onderzoeken en besluiten van de Commissie opgenomen. Naast de samenwerkingsmechanismen uit Verordening (EG) 1/2003 waarborgen ook andere samenwerkingsprocessen binnen het ECN een coherente uitvoering van de mededingingsregels van de EU. De netwerkleden kwamen op gezette tijden bijeen om beleidskwesties en strategische zaken in een vroeg stadium te bespreken. In 2020 werden er 24 vergaderingen tussen horizontale werkgroepen en sectorspecifieke subgroepen georganiseerd, waarbij functionarissen van de mededingingsautoriteiten van de EU van gedachten wisselden. Zoals beschreven in punt 2.2, heeft het ECN een gezamenlijke verklaring uitgebracht over de toepassing van de mededingingsregels tijdens de COVID-19-crisis en heeft het nauw samengewerkt op het gebied van mededingingskwesties in verband met COVID-19.

In 2020 heeft de Commissie de lidstaten gevolgd en geholpen bij hun inspanningen om de ECN+-richtlijn uiterlijk op 4 februari 2021 in nationale wetgeving op te nemen 129 . De richtlijn zal ervoor zorgen dat de nationale mededingingsautoriteiten bij de toepassing van dezelfde wettelijke bepalingen — de EU-mededingingsregels — over de doeltreffende handhavingsinstrumenten en de middelen beschikken die nodig zijn om ondernemingen die inbreuk maken op de artikelen 101 en 102 VWEU op te sporen en te bestraffen. De richtlijn zal er tevens voor zorgen dat zij, op basis van de feitelijke en juridische omstandigheden, volledig onafhankelijk hun besluiten kunnen nemen.

7.2. Nieuw beleidsinitiatief ter versterking van het instrumentarium van de Commissie in de mondiale context

De Europese economie is open en nauw verbonden met de rest van de wereld. Om haar kracht te behouden, heeft de EU de juiste instrumenten nodig om te zorgen voor een eerlijk ondernemingsklimaat in de eengemaakte markt. De door de lidstaten verstrekte subsidies zijn altijd onderworpen geweest aan strenge EU-staatssteunregels. Subsidies die door regeringen van buiten de EU worden toegekend aan bedrijven die actief zijn in de EU, lijken echter steeds meer verstorende gevolgen te hebben voor de interne markt, maar vallen buiten het EU-staatssteuntoezicht.

Om een debat op gang te brengen over nieuwe instrumenten om iets aan dit tekort aan wet- en regelgeving te doen, heeft de Commissie in juni 2020 een witboek over buitenlandse subsidies 130 goedgekeurd. In 2020 is een uitgebreide raadpleging van belanghebbenden gehouden. De Commissie zal in 2021 een wetgevingsvoorstel over een gelijk speelveld voor buitenlandse subsidies indienen.

Witboek over het tot stand brengen van een gelijk speelveld wat betreft buitenlandse subsidies

In het witboek worden verschillende aanvullende opties voorgesteld om het bestaande tekort aan wet- en regelgeving aan te pakken:

In Module 1 wordt voorgesteld een algemeen instrument voor markttoezicht in te stellen om alle mogelijke marktsituaties te bestrijken waarin buitenlandse subsidies verstoringen op de eengemaakte markt kunnen veroorzaken. De voorgestelde toezichthoudende autoriteit kan stappen ondernemen naar aanleiding van aanwijzingen of informatie dat een in de EU actieve onderneming een buitenlandse subsidie ontvangt en zij kan maatregelen opleggen om het waarschijnlijke verstorende effect te beperken, zoals herstelbetalingen en structurele maatregelen of gedragswijzigingen. Zij zou ook kunnen oordelen dat de gesubsidieerde activiteit of investering een positief effect heeft dat zwaarder weegt dan de verstoring en besluiten om het onderzoek niet verder voort te zetten (de “toets van het belang van de EU”).

Module 2 is bedoeld om ervoor te zorgen dat buitenlandse subsidies hun ontvangers geen oneerlijk voordeel opleveren bij de overname van (belangen in) ondernemingen in de EU. Ondernemingen die financiële steun van een overheid buiten de EU ontvangen, moeten hun overnamen van ondernemingen in de EU boven een bepaalde drempel melden aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Die kan ofwel de toezeggingen van de aanmeldende partij aanvaarden die de verstoring doeltreffend zullen verhelpen, ofwel de overname verbieden.

Module 3 In het witboek wordt een mechanisme voorgesteld waarbij inschrijvers bij aanbestedingsprocedures moeten bekendmaken of zij financiële bijdragen uit landen buiten de EU hebben ontvangen. De bevoegde autoriteiten beoordelen vervolgens of er sprake is van een buitenlandse subsidie en of deze de gunning van de overheidsopdracht verstoort. In dat geval zou de inschrijver van de aanbestedingsprocedure kunnen worden uitgesloten.

7.3. Multilaterale en bilaterale samenwerking in de wereld

De Commissie heeft de actieve internationale samenwerking op het gebied van mededinging 131 ondanks de beperkingen van de pandemie voortgezet op zowel multilateraal als bilateraal niveau.

De EU gelooft stellig in de kracht en waarde van samenwerking en ook van de hervorming van internationale organisaties, zoals de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en andere multilaterale organisaties, om ze aan te passen aan de wereld van vandaag. Hervorming van de subsidieregels behoort tot de topprioriteiten van de EU voor de modernisering van de handelsregels van de WTO. Daartoe zijn de EU, de Verenigde Staten en Japan in januari 2020 in een gemeenschappelijke verklaring overeengekomen de bestaande regels inzake subsidies voor de industrie aan te scherpen 132 . In 2020 heeft de Commissie haar actieve betrokkenheid bij internationale fora op het gebied van de mededinging voortgezet, zoals het Competition Committee van de OESO, het International Competition Network (ICN), de Wereldbank en de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (UNCTAD).

In 2020 was het terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk 133 van toepassing, met inbegrip van de bepalingen inzake staatssteun en mededingingszaken. De Commissie heeft richtsnoeren gepubliceerd met betrekking tot de toepassing van het terugtrekkingsakkoord op het gebied van de mededinging 134 . In december 2020 werden de onderhandelingen over de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk 135 afgerond. De overeenkomst is voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2021. Deze overeenkomst bevat uitgebreide hoofdstukken over mededinging en subsidies om te waarborgen dat de concurrentie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk niet wordt verstoord als het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten.

In december 2020 hebben de EU en China de onderhandelingen over een brede investeringsovereenkomst in beginsel afgerond 136 . China heeft zich ertoe verbonden de toegang tot de markt voor EU-investeerders te verbeteren, met inbegrip van enkele nieuwe belangrijke mogelijkheden op de markt. China heeft ook toezeggingen gedaan om een eerlijke behandeling van EU-bedrijven te waarborgen, zodat zij in China op een evenwichtiger speelveld kunnen concurreren, onder meer wat betreft disciplines voor staatsbedrijven, de transparantie van subsidies en regels tegen de gedwongen overdracht van technologieën.

Bij de onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten streeft de Commissie ernaar uitgebreide hoofdstukken over het mededingingsbeleid en staatssteuntoezicht op te nemen. In 2020 zette de Commissie de onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Australië, Azerbeidzjan, Chili, Indonesië, Nieuw-Zeeland en Oezbekistan voort.

In 2020 zette de Commissie haar technische samenwerking op het gebied van mededingingsbeleid en -handhaving met de belangrijkste handelspartners van de EU voort. De Commissie is ook de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten van de EU blijven helpen aan de vereisten op het gebied van mededinging te voldoen met het oog op een toekomstige toetreding tot de EU.

7.4. Een regelmatige en constructieve interinstitutionele dialoog handhaven

Het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s zijn met hun specifieke rol ten aanzien van de Europese burgers en belanghebbenden belangrijke partners in de dialoog over het mededingingsbeleid. Ondanks de pandemie is deze dialoog in 2020 dankzij moderne communicatiemiddelen met succes voortgezet.

Naar aanleiding van de resolutie van het Parlement van 18 juni 2020 over het verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid 2018 (rapporteur: mevrouw Yon-Courtin (Renew/FR)), wees de Commissie in september 2020 onder meer op de goedkeuring van het witboek over buitenlandse subsidies, overwegingen om het gebruik van het systeem voor de verwijzing van concentratiezaken op te voeren voor transacties die momenteel niet onder de bevoegdheid van de EU vallen, en de noodzaak van een alomvattende beleidsrespons voor digitale platforms door de krachtige handhaving van de mededingingsregels voort te zetten, met inbegrip van de mogelijke voorafgaande regelgeving inzake digitale platforms. In 2020 was uitvoerend vicevoorzitter Vestager verschillende keren aanwezig in de andere instellingen, waaronder het Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité.

(1)

Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie — Een Unie die de lat hoger legt — Mijn agenda voor Europa, 2019-2024 door kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, zie:

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/political-guidelines-next-commission_nl_0.pdf

(2)

 Artikel 3 VWEU.

(3)

Opdrachtbrief aan uitvoerend vicevoorzitter Vestager, 1 december 2019. Zie:

https://ec.europa.eu/commission/commissioners/sites/comm-cwt2019/files/commissioner_mission_letters/mission-letter-margrethe-vestager_2019_en.pdf  

(4)

  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank en de Eurogroep: Gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19, COM(2020) 112 final.

(5)

Mededeling van de Commissie: Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PB C 91 I van 20.3.2020, blz. 1), zoals gewijzigd bij de mededelingen C(2020) 2215 (PB C 112 I van 4.4.2020, blz. 1), C(2020) 3156 (PB C 164 van 13.5.2020, blz. 3), C(2020) 4509 (PB C 218 van 2.7.2020, blz. 3), C(2020) 7127 (PB C 340 I van 13.10.2020, blz. 1) en C(2021) 564 (PB C 34 van 1.2.2021, blz. 6) van de Commissie.

(6)

Mededeling van de Commissie: Tijdelijk raamwerk voor de beoordeling van mededingingskwesties met betrekking tot samenwerking tussen bedrijven in respons op noodsituaties voortvloeiend uit de huidige COVID-19-uitbraak, PB C 116 van 8.4.2020, blz. 7.

(7)

 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht, COM(2020) 408 final, 28 mei 2020 .

(8)

Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van een programma voor de interne markt, het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, het gebied van planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, en Europese statistieken (programma voor de eengemaakte markt), en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 99/2013, (EU) nr. 1287/2013, (EU) nr. 254/2014 en (EU) nr. 652/2014, PB L 153 van 3.5.2021, blz. 1.

(9)

NextGenerationEU — onderdeel van het meerjarig financieel kader 2021-2027 — is een tijdelijk herstelinstrument van 750 miljard EUR dat moet helpen om de directe economische en sociale schade te herstellen die is ontstaan door de coronapandemie. De herstel- en veerkrachtfaciliteit vormt de kern van NextGenerationEU met 672,5 miljard EUR aan leningen en subsidies ter ondersteuning van hervormingen en investeringen door EU-landen. Zie: Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027, PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11.

(10)

De artikelen 121 en 126 VWEU.

(11)

 Mededeling van de Commissie: Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, PB C 91 I van 20.3.2020.

(12)

 In deze verlenging van de tijdelijke kaderregeling worden de voorwaarden vastgesteld die de Commissie zou toepassen om steun verenigbaar te verklaren met artikel 107, lid 3, punt c), VWEU (“steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad”).

(13)

Het cijfer omvat besluiten die zijn genomen op grond van de uitzonderlijke rechtsgrondslag ter ondersteuning van de tijdelijke kaderregeling en van de staatssteunregels die in niet-uitzonderlijke omstandigheden van toepassing zijn. Er zijn tevens latere wijzigingen van eerder genomen besluiten in opgenomen.

(14)

Het bedrag omvat staatssteun die is vastgesteld op grond van de tijdelijke kaderregeling, alle met COVID-19 verband houdende staatssteun die op grond van andere staatssteunregels is goedgekeurd, en aangepaste bedragen die in latere wijzigingsbesluiten zijn opgenomen.

(15)

Zaak SA.56985 (2020/N) Frankrijk — COVID-19: Tijdelijke kaderregeling voor de steun aan ondernemingen, besluit van de Commissie van 20 april 2020.

Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202017/285598_2149988_102_2.pdf

(16)

Zaak SA.57027 (2020/N) Denemarken COVID-19: Kredietfaciliteit en uitstel van belasting in verband btw- en loonbelasting, besluit van de Commissie van 30 april 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202019/285826_2153371_56_2.pdf  

(17)

Zaak SA.56933 (2020/N) Bulgarije COVID-19: tussentijds programma voor garanties op leningen voor kleine en middelgrote ondernemingen, besluit van de Commissie van 8 april 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202015/285460_2146849_41_2.pdf  

(18)

Zaak SA.56839 (2020/N) Griekenland COVID-19: Steun voor leningverplichtingen van kmo’s in de vorm van subsidies in het kader van de tijdelijke kaderregeling voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie in de huidige uitbraak van COVID-19, besluit van de Commissie van 8 april 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202016/285303_2147455_84_2.pdf  

(19)

Bijvoorbeeld Italië (SA.56786), België (SA.57173 en SA.57057), Frankrijk (SA.57367), Malta (SA.57204 en SA.57075) en Tsjechië (SA.56961 en SA.57071).

(20)

Zaak SA.57100 Duitsland — COVID-19: Federale steun voor O&O-investeringen in verband met COVID-19 in testinfrastructuur en productie, besluit van de Commissie van 28 april 2021. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57100  

(21)

Zie respectievelijk SA.57082, SA.57153, SA.57369, SA.57543 en SA.58342, SA.57539, SA.58101, SA.57026, SA.56943, SA.57116, SA.57586, SA.58114, SA.57544.

(22)

Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden, PB C 249 van 31.7.2014, blz. 1.

(23)

 Zaak SA.58463 Frankrijk — Herstructureringssteun voor Corsair, besluit van de Commissie van 11 december 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_58463

(24)

Zaak SA.57369 COVID-19 — Steun aan TAP, besluit van de Commissie van 10 juni 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57369

(25)

Bijvoorbeeld zaak SA.57675 (2020/N) Duitsland COVID-19 — regeling voor regionaal en lokaal openbaar personenvervoer, besluit van de Commissie van 7 augustus 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202033/287584_2180796_60_2.pdf  

(26)

Bijvoorbeeld zaak SA.58214 Ierland — COVID-19 Aanpassingsfonds voor de heropening van toeristische en horecabedrijven, zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_58214 ;

Zaak SA.57595 Kroatië — Staatssteunprogramma van het ministerie van Cultuur ter ondersteuning van de economie in de huidige uitbraak van COVID-19, zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57595 ;

Zaak SA.59048 Denemarken — COVID-19: Steun aan cafés, restaurants, bars, nachtclubs, uitgaansgelegenheden en hun leveranciers, zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_59048

(27)

 Zaak SA.56791 Tijdelijke compensatieregeling voor zelfstandigen die financieel worden getroffen door COVID-19, besluit van de Commissie van 25 maart 2021, zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_56791 ; Zaak SA.57291 COVID-19 Compensatieregeling: Richtlijn voor subsidies voor vaste kosten, besluit van de Commissie van 23 mei 2020, zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57291 ; Zaak SA.57614 Compensatieregeling voor sportorganisaties, faciliteiten en de annulering van sportevenementen in verband met COVID-19 (het “COVID-sportprogramma”) — Tsjechië, besluit van de Commissie van 22 juli 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202030/286956_2175432_128_2.pdf  

(28)

Zaak SA.57447 Duitsland — COVID-19-maatregelen van het BayernFonds. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202040/286247_2192300_93_2.pdf  

(29)

De zaken SA.57083, SA.57056, SA.58802 en SA.57005.

(30)

Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PB L 352 van 24.12.2013, blz. 1; Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de‑minimissteun in de landbouwsector, PB L 352 van 24.12.2013, blz. 9; Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector, PB L 190 van 28.6.2014, blz. 45; en Verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen, PB L 114 van 26.4.2012, blz. 8.

(31)

Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1; Verordening (EU) 2017/1084 van de Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 wat betreft steun voor haven- en luchthaveninfrastructuur, aanmeldingsdrempels voor steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed en voor steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur, en regelingen inzake regionale exploitatiesteun voor ultraperifere gebieden, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 702/2014 wat betreft de berekening van de in aanmerking komende kosten, PB L 156 van 20.6.2017, blz. 1.

(32)

Mededeling van de Commissie: Tijdelijk raamwerk voor de beoordeling van mededingingskwesties met betrekking tot samenwerking tussen bedrijven in respons op noodsituaties voortvloeiend uit de huidige COVID-19-uitbraak, PB C 116 van 8.4.2020, blz. 7.

(33)

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/593 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de sector aardappelen, PB L 140 van 4.5.2020, blz. 13; Uitvoeringsverordening (EU) 2020/594 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de sector levende planten en producten van de bloementeelt, PB L 140 van 4.5.2020, blz. 17; Uitvoeringsverordening (EU) 2020/599 van de Commissie van 30 april 2020 waarbij toestemming wordt verleend voor overeenkomsten en besluiten betreffende productieplanning in de sector melk en zuivelproducten, PB L 140 van 4.5.2020, blz. 37. Deze uitvoeringsverordeningen van de Commissie werden gevolgd door de vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/975 van de Commissie van 6 juli 2020 tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de wijnsector, PB L 215 van 7.7.2020, blz. 13.

(34)

Gezamenlijke verklaring van het Europees Mededingingsnetwerk (ECN) over de toepassing van het mededingingsrecht tijdens de Corona-crisis. Zie: https://ec.europa.eu/competition/ecn/202003_joint-statement_ecn_corona-crisis.pdf

(35)

Om de bedrijfscontinuïteit in tijden van een pandemie te waarborgen, heeft de Commissie het instrument eNotifications ingevoerd, waarmee ondernemingen geplande concentraties online kunnen aanmelden.

(36)

De zaken M.9408 Assa Abloy/Agta Record, M.9434 UTC/Raytheon, M.9461 AbbVie/Allergan, M.9502 Synthomer/Omnova Solutions, M.9517 Mylan/Upjohn, M.9546 Gategroup/LSG European Business, M.9554 Elanco Animal Health/Bayer Animal Health Division, M.9674 Vodafone Italia/Tim/INWIT JV, M.9677 DIC/BASF Colors & Effects, M.9728 Altice/Omers/Allianz/Covage, M.9744 Mastercard/Nets, M.9776 Worldline/Ingenico en M.9779 Alstom/Bombardier Transportation.

(37)

 Zaak M.9014 PKN Orlen /Grupa Lotos, zaak M.9730 FCA/PSA, zaak M.9660 Google/Fitbit.

(38)

Zaak M.9409 Aurubis/Metallo Group Holding.

(39)

Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17; Voorstel van de Commissie van 28 mei 2020 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht, op. cit. In december 2020 werd een politiek akkoord bereikt in de Raad en op 9 februari 2021 keurde het Europees Parlement de verordening inzake de herstel- en veerkrachtfaciliteit goed.

(40)

Andere instrumenten die kunnen worden gebruikt zijn bijvoorbeeld het Fonds voor een rechtvaardige transitie, het programma Digitaal Europa, rescEU en het nieuwe gezondheidsprogramma EU4Health.

(41)

Werkdocument van de diensten van de Commissie: Guidance to Member States — Recovery and Resilience Plans, SWD(2021) 12 final van 22 januari 2021. Zie: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/document_travail_service_part2_v3_en.pdf

(42)

 “Competition Policy in the Digital Era”, 2019, zie:

https://ec.europa.eu/competition/publications/reports/kd0419345enn.pdf  

(43)

De digitale toekomst van Europa vormgeven, publicatie van de Commissie van 19 februari 2020, ISBN 978-92-76-16362-6.

(44)

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (wet inzake digitale markten), COM(2020) 842 final van 15 december 2020.

(45)

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (wet inzake digitale diensten) en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020) 825 final van 15 december 2020. Met de wet zouden regels voor onlinediensten (tussenhandelsdiensten, hostingdiensten en onlineplatforms) worden ingevoerd. Aanbieders van dergelijke diensten zouden onder meer onderworpen zijn aan transparantie- en rapportageverplichtingen, informatieverplichtingen, voorschriften inzake het gezamenlijk gebruik van gegeven, en gedragscodes.

(46)

Sommige grote onlineplatforms fungeren op digitale markten als ”poortwachters”. In de wet inzake digitale markten is een reeks criteria vastgesteld om een groot onlineplatform als poortwachter aan te merken. Aan deze criteria wordt voldaan indien een onderneming: i) economisch sterk gepositioneerd is, een aanzienlijke impact op de interne markt heeft en in meerdere EU-landen actief is, ii) een sterke bemiddelingspositie heeft, dat wil zeggen dat zij een grote gebruikersbasis met een groot aantal bedrijven verbindt, en iii) een solide en duurzame marktpositie heeft (of op het punt staat die te hebben).

(47)

De evaluatie was toegespitst op vier onderwerpen: i) mogelijke verdere vereenvoudiging van de EU-concentratiecontrole, ii) de werking van de jurisdictionele drempels, iii) de werking van het verwijzingssysteem, en iv) specifieke technische aspecten van het procedurele en onderzoekskader voor de beoordeling van concentraties.

(48)

Werkdocument van de diensten van de Commissie: Evaluation procedural and jurisdictional aspects of EU merger control, SWD(2021) 66 final van 26 maart 2021. Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_21_1384

(49)

Mededeling van de Commissie: Handvatten voor de toepassing van het verwijzingsmechanisme van artikel 22 van de concentratieverordening op bepaalde categorieën zaken, C(2021) 1959 final van 26 maart 2021.

(50)

Werkdocument van de diensten van de Commissie — Evaluation of the Vertical Block Exemption Regulation, SWD(2020) 173 final van 8 september 2020.

(51)

Verordening (EU) nr. 330/2010 van de Commissie van 20 april 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, PB L 102 van 23.4.2010, blz. 1.

(52)

Richtsnoeren inzake verticale beperkingen, PB C 130 van 19.5.2010, blz. 1.

(53)

Verordening (EU) nr. 1217/2010 van de Commissie van 14 december 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op bepaalde groepen onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten, PB L 335 van 18.12.2010, blz. 36.

(54)

Verordening (EU) nr. 1218/2010 van de Commissie van 14 december 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op bepaalde groepen specialisatieovereenkomsten, PB L 335 van 18.12.2010, blz. 43.

(55)

Verordening (EU) nr. 461/2010 van de Commissie van 27 mei 2010 betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector, PB L 129 van 28.5.2010, blz. 52.

(56)

Bekendmaking van de Commissie inzake de bepaling van de relevante markt voor het gemeenschappelijke mededingingsrecht, PB C 372 van 9.12.1997, blz. 5.

(57)

 Aanvangseffectbeoordeling — Collectieve arbeidsovereenkomsten voor zelfstandigen — toepassingsgebied van de EU-mededingingsregels, 6 januari 2021. Zie: https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/12483-Collective-bargaining-agreements-for-self-employed-scope-of-application-EU-competition-rules

(58)

Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, PB L 349 van 5.12.2014, blz. 1.

(59)

Artikel 20 van de richtlijn schadevergoedingen.

(60)

België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

(61)

Mededeling van de Commissie: Mededeling betreffende de bescherming van vertrouwelijke informatie door nationale rechterlijke instanties in procedures voor de privaatrechtelijke handhaving van het EU-mededingingsrecht, PB C 242 van 22.7.2020, blz. 1.

(62)

De geschiktheidscontrole had betrekking op de volgende voorschriften, die zijn vastgesteld in het kader van de modernisering van het staatssteunbeleid: Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) (Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1); De-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PB L 352 van 24.12.2013, blz. 1); Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-2020, PB C 209 van 23.7.2013, blz. 1); Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (Mededeling van de Commissie: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, PB C 198 van 27.6.2014, blz. 1); Mededeling over belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (Mededeling van de Commissie: Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang, PB C 188 van 20.6.2014, blz. 4); Richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van risicofinancieringsinvesteringen (Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van risicofinancieringsinvesteringen, PB C 19 van 22.1.2014, blz. 4); Richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen (Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen, PB C 99 van 4.4.2014, blz. 3); Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie (Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020, PB C 200 van 28.6.2014, blz. 1); Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden, PB C 249 van 31.7.2014, blz. 1). Daarnaast had zij ook betrekking op de richtsnoeren betreffende staatssteun aan spoorwegondernemingen van 2008 en de mededeling inzake kortlopende exportkredietverzekering van 2012. Deze regels zijn niet herzien in het kader van de modernisering van het staatssteunbeleid. In plaats daarvan was een evaluatie relevant in het licht van de ontwikkelingen in het EU-recht en de beschikkingspraktijk van de Commissie. 

(63)

Mededeling van de Commissie: Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun aan spoorwegondernemingen PB C 184 van 22.7.2008, blz. 13.

(64)

Mededeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering, PB C 392 van 19.12.2012, blz. 1.

(65)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: De Europese Green Deal, COM(2019) 640 final van 11 december 2019.

(66)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Een nieuwe industriestrategie voor Europa, COM(2020) 102 final van 10 maart 2020.

(67)

De digitale toekomst van Europa vormgeven, mededeling van de Commissie van 19 februari 2020.

(68)

  Mededeling van de Commissie betreffende de verlenging van en wijzigingen in de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014‐2020, de richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van risicofinancieringsinvesteringen, de richtsnoeren inzake staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014‐2020, de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden, de mededeling inzake criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang, de mededeling van de Commissie over de kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, en de mededeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering , PB C 224 van 8.7.2020, blz. 2.

(69)

De volgende staatssteunregels werden verlengd tot en met 31 december 2023: de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), de de-minimisverordening, de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden.  Zie ook Verordening (EU) 2020/972 van de Commissie van 2 juli 2020 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1407/2013 wat betreft de verlenging ervan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 wat betreft de verlenging ervan en desbetreffende aanpassingen, PB L 215 van 7.7.2020, blz. 3.

(70)

Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-2020, die op 1 juli 2014 in werking traden, PB C 209 van 23.7.2013, blz. 1.

(71)

Mededeling van de Commissie: Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang, PB C 188 van 20.6.2014, blz. 4.

(72)

Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, PB C 198 van 27.6.2014, blz. 1.

(73)

Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020, PB C 200 van 28.6.2014, blz. 1.

(74)

Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.

(75)

Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren betreffende bepaalde staatssteunmaatregelen in het kader van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten na 2021, SEC(2020) 320 final, SWD(2020) 190 final, SWD(2020) 191 final, SWD(2020) 192 final, SWD(2020) 193 final, SWD(2020) 194 final, SWD(2020) 195 final, van 21 september 2020.

(76)

Verklaring van de Commissie van 12 november 2020 met een uitnodiging om opmerkingen te maken bij de herziening van de richtsnoeren inzake staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie.

(77)

Mededeling van de Commissie: Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang, PB C 188 van 20.6.2014, blz. 4.

(78)

Openbare raadpleging: Evaluatie van de staatssteunregels voor de uitrol van breedbandinfrastructuur. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/consultations/2020_broadband/index_en.html

(79)

Mededeling van de Commissie: EU-richtsnoeren voor de toepassing van de staatssteunregels in het kader van de snelle uitrol van breedbandnetwerken, PB C 25 van 26.1.2013, blz. 1.

(80)

Evaluatie van de staatssteunregels voor sociale en gezondheidsdiensten van algemeen economisch belang (DAEB) en van de verordening inzake de-minimissteun voor DEAB. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/evaluation_sgei_en.html

(81)

 Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in de plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB L 193 van 1.7.2014, blz. 1.

(82)

 Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020, PB C 204 van 1.7.2014, blz. 1.

(83)

 Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB L 369 van 24.12.2014, blz. 37.

(84)

 Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector, PB L 190 van 28.6.2014, blz. 45.

(85)

 Mededeling van de Commissie: Richtsnoeren voor het onderzoek van staatssteun in de visserij- en aquacultuursector, PB C 217 van 2.7.2015, blz. 1.

(86)

Zaak AT.40608 Broadcom, besluit van de Commissie van 16 oktober 2019. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/40608/40608_2791_11.pdf

(87)

Zaak AT.40608 Broadcom — Toezeggingen op grond van artikel 9 van Verordening 1/2003 van 7 oktober 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/40608/40608_2794_3.pdf  

(88)

Zaak AT.40433 Filmmerchandise, besluit van de Commissie van 30 januari 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/40433/40433_734_3.pdf

(89)

Zaak AT.40528 Meliá (Holiday Pricing), besluit van de Commissie van 21 februari 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/40528/40528_418_3.pdf  

(90)

Antitrust: Commissie zendt een mededeling van punten van bezwaar toe aan Amazon voor het gebruik van niet-openbare gegevens van onafhankelijke verkopers en stelt een tweede onderzoek in naar haar praktijken op het gebied van elektronische handel, persbericht van de Commissie van 10.11.2020. Zie:

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_2077  

(91)

Zaak AT.40703 Amazon — Buy Box, besluit van de Commissie van 10 november 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/40703/40703_67_4.pdf

(92)

Antitrust: Commissie stelt onderzoek in naar de praktijken van Apple met betrekking tot Apple Pay, persbericht van de Commissie van 16 juni 2020. Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_1075

(93)

Antitrust: Commissie stelt een onderzoek in naar de regels van de App Store van Apple, persbericht van de Commissie van 16 juni 2020. Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_1073

(94)

Besluit van de Commissie van 16 juli 2020 tot inleiding van een onderzoek naar de sector voor producten en diensten in verband met het internet der dingen voor consumenten overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad, C(2020) 4754 final. Zie: https://ec.europa.eu/competition/antitrust/IoT_decision_initiating_inquiry_en.pdf

(95)

Zaak AT.40410 Ethyleen, besluit van de Commissie van 14 juli 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/antitrust/cases/dec_docs/40410/40410_1654_6.pdf  

(96)

De afgelopen jaren heeft de Commissie boetes opgelegd aan kartelaanbieders van lagers, kabelbomen, soepelschuim dat in autostoelen wordt gebruikt, standwarmers in auto’s en vrachtwagens, alternatoren en starters, airconditioning- en motorkoelingssystemen, verlichtingssystemen, systemen voor de veiligheid van inzittenden, en bougies, remsystemen, veiligheidsgordels, airbags en stuurwielen.

(97)

Zaak AT.40299 Sluitsystemen, besluit van de Commissie van 29 september 2020, de openbare versie is nog niet beschikbaar.

(98)

Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_2220

(99)

Zaak T-399/16 - CK Telecoms UK Investments/Commissie, arrest van het Gerecht van 28 mei 2020. Zie: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=T-399/16  

(100)

Zaak M.9728 Altice/Omers/Allianz/Covage, besluit van de Commissie van 27 november 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=2_M_9728  

(101)

Zaak M.9660 Google/Fitbit, besluit van de Commissie van 17 december 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=2_M_9660

(102)

Zaak M.9014 PKN Orlen/Grupa Lotos, besluit van de Commissie van 14 juli 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=2_M_9014  

(103)

Zaak M.9779 Alstom/Bombardier Transportation, besluit van de Commissie van 31 juli 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=2_M_9779  

(104)

Zaak M.9730 FCA/PSA, besluit van de Commissie van 21 december 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=2_M_9730  

(105)

Mededeling van de Commissie De digitale toekomst van Europa vormgeven van 19 februari 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/europe-fit-digital-age/shaping-europe-digital-future_nl  

(106)

Zaak SA.57495 Italië — Breedbandvouchers voor bepaalde categorieën gezinnen, C(2020) 5269 final, besluit van de Commissie van 4 augustus 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202037/286902_2187163_119_2.pdf

(107)

Zaak SA.57357 Griekenland — Voucherregeling voor breedband voor studenten, C(2020) 8441 final, besluit van de Commissie van 3 december 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/20212/288333_2230042_140_2.pdf

(108)

Zaak SA.52732 Duitsland — Nationale gigabitregeling, C(2020) 7859 final, besluit van de Commissie van 13 november 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202048/288295_2213478_121_2.pdf

(109)

Mededingingsbeleid ter ondersteuning van de Green Deal — Oproep tot het leveren van bijdragen, memorandum van de Commissie van 13 oktober 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/information/green_deal/call_for_contributions_nl.pdf

(110)

Zaak SA.54683 Ierse steun aan elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, besluit van de Commissie van 20 juli 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_54683

(111)

Zaak SA.54537 Nederland — Verbod op steenkool voor de productie van elektriciteit in Nederland, besluit van de Commissie van 12 mei 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202025/284556_2165085_151_2.pdf  

(112)

Zaak SA.58181 Aanbestedingsmechanisme voor de uitfasering van steenkool in Duitsland, besluit van de Commissie van 25 november 2020. Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_20_2208  

(113)

Zaak SA.55433 Roemenië — Stadsverwarmingsprojecten op basis van hernieuwbare energiebronnen, besluit van de Commissie van 6 november 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/20214/287759_2235900_143_2.pdf  

(114)

 Zaak SA.53525 Nederland — Regeling SDE++ voor projecten ter vermindering van broeikasgasemissies, met inbegrip van hernieuwbare energie, besluit van de Commissie van 14 december 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_53525

(115)

Mededeling van de Commissie De digitale toekomst van Europa vormgeven van 19 februari 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/europe-fit-digital-age/shaping-europe-digital-future_nl  

(116)

Staatssteun: Commissie geeft groen licht voor 2,9 miljard euro overheidssteun van twaalf lidstaten voor een tweede pan-Europees onderzoeks- en innovatieproject doorheen de volledige waardeketen voor accu’s, persbericht van de Commissie van 26 januari 2021. Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_21_226 De niet-vertrouwelijke versie van het besluit zal onder zaaknummers SA.55840 (België), SA.55831 (Duitsland), SA.55846 (Finland), SA.55858 (Frankrijk), SA.56665 (Griekenland), SA.55813 (Italië), SA.55844 (Kroatië), SA.55855 (Oostenrijk), SA.55859 (Polen), SA.55819 (Slowakije), SA.55896 (Spanje), en SA.55854 (Zweden) beschikbaar worden gesteld in het staatssteunregister op de mededingingswebsite. Zie: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/register/

(117)

Zaak AT.40178 Voertuigemissies, mededeling van punten van bezwaar van de Commissie van 5 april 2019, zie:

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_19_2008

(118)

De Commissie zal haar antitrustonderzoeken voortzetten, onder meer in de zaak betreffende vermeende afbraakprijzen op de passagiersverbinding tussen Praag en Ostrava, de ruggengraat van het Tsjechische spoorwegnet.

(119)

Zaak AT.40156 Tsjechische Spoorwegen. De Commissie heeft aan České dráhy een mededeling van punten van bezwaar doen toekomen wegens vermeende afbraakprijzen, zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_20_2017

(120)

Mededeling van de Commissie: Actieplan om belastingontduiking te bestrijden en belasting eenvoudig en gemakkelijk te maken (tweede kwartaal 2020), opgenomen in het aangepaste werkprogramma van de Commissie voor 2020, COM(2020) 440 final, bijlagen 1 en 2, van 27 mei 2020.

(121)

 Zaak SA.58389 Vijfde verlenging van de afwikkelingsregeling voor coöperatieve banken en kleine handelsbanken, besluit van de Commissie van 29 oktober 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_58389 ; Zaak SA.56635 Tiende verlenging van de regeling inzake de gecontroleerde afwikkeling van kredietcoöperaties, besluit van de Commissie van 8 juni 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_56635 ; Zaak SA.57053 Elfde verlenging van de herstructurerings- en stabilisatieregeling voor kredietcoöperaties, besluit van de Commissie van 8 mei 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57053 ; Zaak SA.58819 Twaalfde verlenging van de herstructurerings- en stabilisatieregeling voor kredietcoöperaties, besluit van de Commissie van 30 oktober 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_58819 ; Zaak SA.57378 Zestiende verlenging van de afwikkelingsregeling voor kredietcoöperaties voor 2020-2021, besluit van de Commissie van 12 juni 2020. Zie: https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57378 ; Zaak SA.57516 Italiaanse regeling voor de gecontroleerde afwikkeling van kleine banken. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/index.cfm?fuseaction=dsp_result&policy_area_id=3

(122)

Zaak SA.57262 Verlenging van de Griekse staatsgarantieregeling voor banken voor de periode 1 juni 2020 tot en met 30 november 2020 (artikel 2 van Wet 3723/2008), besluit van de Commissie van 16 juni 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57262 ; Zaak SA.57515 COVID-19 — Italiaanse steunregeling voor de liquiditeit van banken, besluit van de Commissie van 10 november 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_57515

(123)

Zaak SA.55465 Invest International, besluit van de Commissie van 29 mei 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_55465  

(124)

Zaak SA.54780 Scottish National Investment Bank, besluit van de Commissie van 5 november 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_54780

(125)

Zaak SA.55719 Banco Português de Fomento, besluit van de Commissie van 4 augustus 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_SA_55719

(126)

Zaken T-778/16 en T-892/16 — Staatssteun — Door Ierland ten uitvoer gelegde steunmaatregel — Besluit waarbij de steun onverenigbaar met de interne markt en onrechtmatig wordt verklaard en terugvordering van de steun wordt gelast — Advance tax rulings — Selectieve fiscale voordelen — Zakelijkheidsbeginsel), arresten van 15 juli 2020. Zie: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=228621&doclang=NL

(127)

Verklaring van uitvoerend vicevoorzitter Margrethe Vestager over het besluit van de Commissie om beroep aan te tekenen tegen het arrest van het Gerecht in de zaak staatssteun aan Apple en belastingheffing in Ierland, verklaring van de Commissie van 25 september 2020. Zie:

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/STATEMENT_20_1746  

(128)

Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking binnen het netwerk van mededingingsautoriteiten, PB C 101 van 27.4.2004, blz. 43 en PB C 374 van 13.10.2016, blz. 10. Zie:

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX%3A52004XC0427%2802%29  

(129)

 Richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt, PB L 11 van 14.1.2019, blz. 3).

(130)

Witboek over het tot stand brengen van een gelijk speelveld wat betreft buitenlandse subsidies, COM(2020) 253 final, 17 juni 2020.

(131)

Zie de opdrachtbrief op https://ec.europa.eu/commission/commissioners/sites/comm-cwt2019/files/ commissioner_mission_letters/mission-letter-margrethe-vestager_2019_en.pdf

(132)

Gezamenlijke verklaring van de trilaterale bijeenkomst van de ministers van Handel van Japan, de Verenigde Staten en de Europese Unie van 14 januari 2020. Zie: https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2020/january/tradoc_158567.pdf  

(133)

Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7.

(134)

Kennisgeving aan belanghebbenden — Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en EU-voorschriften op het gebied van mededinging, mededeling van de Commissie van 2 december 2020. Zie: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/brexit_files/info_site/eu-competition-law_en_0.pdf

(135)

Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, PB L 444 van 31 december 2020, blz. 14. Zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.L_.2020.444.01.0014.01.ENG

(136)

Brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China — In beginsel bereikte overeenstemming, 30 december 2020. Zie: https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2020/december/tradoc_159242.pdf

Top