EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 20.6.2023
COM(2023) 332 final
2018/0132(APP)
Gewijzigd voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 2021/768 van 30 april 2021 wat betreft uitvoeringsmaatregelen voor de nieuwe eigen middelen van de Europese Unie
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Doelstellingen van het voorstel
In december 2021 heeft de Commissie drie nieuwe inkomstenbronnen voor de EU-begroting voorgesteld, namelijk een bijdrage van het emissiehandelssysteem (ETS), van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (“carbon border adjustment mechanism” – CBAM) en eigen middelen op basis van een deel van de restwinsten van multinationals dat in het kader van de recente OESO/G20-overeenkomst (“Pijler 1”) aan de EU-lidstaten zal worden toegewezen (het “voorstel voor eigen middelen”). Bij het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2021/768 van 30 april 2021 met betrekking tot uitvoeringsmaatregelen voor nieuwe eigen middelen van de Europese Unie (“implementing measures for the system of own resources” – “IMSOR”) worden de controle- en inspectiebevoegdheden van de Commissie vastgesteld die nodig zijn om deze drie nieuwe eigen middelen ten uitvoer te leggen.
Meer dan een jaar later wijzigt de Commissie dit “voorstel voor eigen middelen” en voegt zij er een nieuwe bron voor eigen middelen aan toe op basis van statistische bedrijfswinsten. Voorstel COM (2022) 102 final moet daarom worden aangepast om ervoor te zorgen dat de Commissie met het oog op een correcte toepassing van deze nieuwe eigen middelen over evenredige controle- en toezichtbevoegdheden beschikt.
Ten tweede hebben de medewetgevers in 2023 de CBAM-verordening vastgesteld. Hierbij werd de Commissie belast met aanvullende controle- en inspectiebevoegdheden ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie van juli 2021. De IMSOR moeten worden aangepast om een balans op te maken van de gecentraliseerde governance waarin de CBAM-verordening voorziet.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Dit voorstel houdt verband met de “terbeschikkingstellingsverordeningen”, met name: i) Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad (voor de traditionele eigen middelen en de eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde en het bruto nationaal inkomen); en ii) Verordening (EU, Euratom) 2021/770 van de Raad (voor de eigen middelen op basis van kunststof verpakkingsafval).
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 311, vierde alinea, VWEU.
•Evenredigheid
Dit voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2021/768 voegt de vereiste maatregelen voor de nieuwe eigen middelen toe. De opname van nieuwe eigen middelen in het eigenmiddelenbesluit vraagt om geactualiseerde wetgeving die uitvoeringsmaatregelen voor deze nieuwe eigen middelen omvat en de bestaande maatregelen verbetert.
•Keuze van het instrument
De keuze voor een verordening van de Raad is rechtstreeks gebaseerd op artikel 311, vierde alinea, van het VWEU, dat specifiek bepaalt: “De Raad stelt (…) bij verordeningen de uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen van de Unie vast”.
3.INHOUD VAN DE WIJZIGING
•Aanvullende uitvoeringsmaatregelen voor de eigen middelen op basis van statistische bedrijfswinsten
De Commissie stelt voor de bijdrage van de lidstaten te berekenen op basis van de statistische bedrijfswinsten die zijn vastgesteld uit hoofde van het Europees systeem van rekeningen 2010 (ESR 2010) overeenkomstig Verordening (EU) nr. 549/2013.
Om meer zekerheid te verkrijgen over de vergelijkbaarheid van de gegevens die de nationale bureaus voor de statistiek gebruiken om de aggregaten voor de eigen middelen op basis van de statistische bedrijfswinsten op te stellen, zal de Commissie (Eurostat) de gegevensbronnen en de methodologie verifiëren die worden gebruikt om de gegevens op te stellen, waarbij het toepassingsgebied van de bestaande bni-verificaties wordt uitgebreid. Daarom moet de Commissie (Eurostat) in het kader van deze verordening de bevoegdheid krijgen om de vereiste verificaties uit te voeren.
•Evaluatie van de noodzaak van controlebevoegdheden met betrekking tot de eigen middelen van het CBAM
Overeenkomstig artikel 15 en artikel 19 van de CBAM-verordening moet de Commissie risicogebaseerde controles uitvoeren en de inhoud van de CBAM-aangiften dienovereenkomstig beoordelen. Op de in het CBAM-register geregistreerde gegevens en transacties kan zij risicogebaseerde controles verrichten om ervoor te zorgen dat er zich geen onregelmatigheden voordoen bij de aankoop, het bezit, de inlevering, de terugkoop en de annulering van CBAM-certificaten.
Als de balans wordt opgemaakt van de controles die nu in de sectorale wetgeving zijn opgenomen, waaronder de bovengenoemde taken ter uitvoering van het beginsel dat een efficiënt en doeltreffend kader moet worden vastgesteld, worden geen aanvullende controles en inspecties ter plaatse nodig geacht. Voorstel COM (2022) 102 final wordt dienovereenkomstig gewijzigd.
2018/0132 (APP)
Gewijzigd voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 2021/768 van 30 april 2021 wat betreft uitvoeringsmaatregelen voor de nieuwe eigen middelen van de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 311, vierde alinea,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,
Gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom, en met name artikel 10,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,
Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
1.Bij Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad, als gewijzigd bij Besluit XX/XX van de Raad, worden als nieuwe eigen middelen ingevoerd het emissiehandelssysteem, vastgesteld bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie ingesteld bij Verordening (EU) 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad, een deel van de restwinsten van multinationale ondernemingen dat aan de lidstaten wordt toegewezen zoals vastgesteld in de [richtlijn inzake de tenuitvoerlegging van de algemene overeenkomst inzake de herverdeling van heffingsrechten], en het bruto-exploitatieoverschot, als gedefinieerd door het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen 2010, ingesteld bij Verordening (EU) 549/2013, in overeenstemming met de bni-gegevens verstrekt overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) 2019/516 en het controlekader van de uitvoerende bni-handeling voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen (“statistische eigen middelen op basis van bedrijfswinsten”).
2.Met het oog op de consistentie moeten uitvoeringsmaatregelen inzake controle en toezicht worden vastgesteld, samen met relevante rapportagevereisten, rekening houdend met de controles en verificaties die de lidstaten ook voor nieuwe eigen middelen moeten verrichten.
3.Met het oog op de doelmatigheid en de doeltreffendheid moeten de uitvoeringsmaatregelen inzake controle en toezicht met betrekking tot de eigen middelen op basis van het emissiehandelssysteem rekening houden met het bij de sectorale wetgeving vastgestelde controlekader, met name wat betreft de verplichtingen in verband met het emissiehandelssysteem die zijn vastgesteld in Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) nr. 600/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie.
3 bisMet het oog op doelmatigheid en doeltreffendheid moet in de uitvoeringsmaatregelen voor de controle en het toezicht met betrekking tot de statistische eigen middelen op basis van bedrijfswinsten rekening worden gehouden met de verplichting van de lidstaten uit hoofde van het bni-controlekader
. Met name moeten de lidstaten, als onderdeel van de bni-inventaris, gedetailleerde beschrijvingen verstrekken van de statistische bronnen en methoden die voor het opstellen van de jaarrekeningen van de sector worden gebruikt, met bijzondere aandacht voor het bruto-exploitatieoverschot van de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen. Ook de taken van de in artikel 4 van Verordening (EU) 2019/516 (bni-verordening) bedoelde deskundigengroep moeten worden uitgebreid tot het uitbrengen van adviezen over de kwaliteit aan de Commissie en van jaarlijkse adviezen over de geschiktheid van het bruto-exploitatieoverschot van de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen voor de vaststelling van de eigen middelen.
4.Om de uitvoering van controle- en toezichtmaatregelen voor nieuwe eigen middelen mogelijk te maken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat alle entiteiten die bij de eigenmiddelenprocessen betrokken zijn, de gemachtigde personeelsleden toegang tot de relevante gegevens bieden en hun de nodige bijstand verlenen voor de uitvoering van hun taken.
5.Met het oog op de doeltreffendheid moeten de uitvoeringsmaatregelen voor de controle van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie van toepassing zijn onverminderd de uitvoeringsmaatregelen voor de controle van de traditionele eigen middelen als bedoeld in Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 en Verordening (EU) 2023/956/EG van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie.
6.De door de lidstaten verrichte verificaties en onderzoeken met betrekking tot de berekening, de vaststelling en de terbeschikkingstelling van de eigen middelen van de Unie en de regels voor samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie moeten worden uitgebreid tot de nieuwe eigen middelen.
7.Op grond van artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dienen de Unie en de lidstaten fraude en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden. De transparantie van het stelsel van eigen middelen van de Unie moet worden gewaarborgd door de verstrekking van adequate informatie – ook over de nieuwe eigen middelen – aan het Europees Parlement en de Raad.
8.De rapportageregeling moet worden uitgebreid tot de nieuwe eigen middelen om de Commissie in staat te stellen toezicht te houden op het optreden van de lidstaten ter inning van de eigen middelen, in het bijzonder wanneer sprake is van fraude of onregelmatigheden.
9.Verordening (EU, Euratom) nr. 2021/768 van de Raad moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. Met het oog op de consistentie dient deze verordening op dezelfde dag als Besluit (EU, Euratom) 20xx/xxxx van de Raad in werking te treden en met ingang van 1 januari 20234 van toepassing te zijn. Artikel 6 quater moet van toepassing zijn vanaf de datum van toepassing van de [richtlijn inzake de tenuitvoerlegging van de algemene overeenkomst inzake de herverdeling van heffingsrechten] of de dag van inwerkingtreding en vankrachtwording van het multilaterale verdrag, indien dat later is,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU, Euratom) 2021/768 wordt als volgt gewijzigd:
1.Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a)lid 1 wordt vervangen door:
“1.
De in artikel 2, lid 1, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen worden gecontroleerd overeenkomstig de voorschriften van deze verordening, onverminderd Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89, Verordening (EU) 2019/516 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad, en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en van de Raad en Verordening (EU) 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie.
.
______________________
b)
de volgende leden 6 bis, 6 ter, en6 quater en 6 quinquies worden ingevoegd:
“6 bis. Indien de controle- en toezichtmaatregelen betrekking hebben op de in artikel 2, lid 1, punt e), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen op basis van het emissiehandelssysteem:
a)heeft de Commissie toegang tot alle gegevens van het veilingproces die nodig zijn voor de berekening van de eigen middelen op basis van het emissiehandelssysteem, waaronder de in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie bedoelde gegevens;
b)heeft de Commissie toegang tot de documentatie met betrekking tot de jaarlijkse hoeveelheid emissierechten waarvoor de betrokken lidstaat gebruikmaakt van een van de volgende opties, met de gemiddelde gewogen prijs van de op het gemeenschappelijke veilingplatform geveilde emissierechten in het jaar waarin deze rechten zouden zijn geveild:
–voor voorlopige kosteloze toewijzing als bedoeld in artikel 10 quater van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
–beperkte annulering als bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad;
–het gebruik van emissierechten als bedoeld in artikel 10 quinquies, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG om te veilen voor het in artikel 10 quinquies, lid 3, van die richtlijn bedoelde moderniseringsfonds.
c)mag de Commissie zelf controles ter plaatse verrichten. De lidstaten faciliteren die controles.
Bij wijze van toetsing ziet de Commissie erop toe dat de in artikel 2, lid 1, punt e), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde berekeningen gebaseerd zijn op de juiste gegevens. Hierbij wordt nagegaan of de onderliggende gegevens stroken met Verordening (EU) nr. 1031/2010.
6 ter. Indien de controle- en toezichtmaatregelen betrekking hebben op de in artikel 2, lid 1, punt f), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen op basis van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie:
a)verrichten de lidstaten de controles en onderzoeken met betrekking tot de berekening en de terbeschikkingstelling van de eigen middelen overeenkomstig Verordening (EU) [XXX] van het Europees Parlement en de Raad;
b)mag de Commissie zelf controles ter plaatse verrichten. De personeelsleden die de Commissie tot dergelijke controles heeft gemachtigd, hebben toegang tot de documenten op dezelfde wijze als in het geval van de in lid 6 bis, punt b) bedoelde toetsingen. De lidstaten faciliteren die controles.
De Commissie heeft, voor zover dit voor de toepassing van Verordening [EU] 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie vereist is, toegang tot de bewijsstukken betreffende de terbeschikkingstelling van de eigen middelen.
Tijdens de in de eerste alinea, punt b), van dit lid bedoelde controle ziet de Commissie er met name op toe dat de door de lidstaten ingevoerde processen en controles om de bedragen te verifiëren en te aggregeren adequaat zijn en in overeenstemming zijn met Verordening [XXX] van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens.
De Commissie ziet erop toe dat de berekeningen om het bedrag van de in artikel 2, lid 1, punt f), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen te bepalen, correct zijn uitgevoerd. Hierbij wordt ook nagegaan of de onderliggende gegevens stroken met Verordening [EU] 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie.
6 quater. Indien de controle- en toezichtmaatregelen betrekking hebben op de in artikel 2, lid 1, punt g), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen op basis van het deel van de restwinst van multinationale ondernemingen dat aan de lidstaten wordt toegewezen:
a)heeft de Commissie toegang tot de door de lidstaten gebruikte bewijsstukken betreffende de vaststelling en de terbeschikkingstelling van de eigen middelen;
b)worden de verificaties van de Commissie uitgevoerd samen met de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat.
Tijdens die verificaties ziet de Commissie erop toe dat de berekeningen voor de in artikel 2, lid 1, punt g), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen correct zijn uitgevoerd. Daarbij wordt ook nagegaan of de onderliggende gegevens stroken met de toewijzing van een deel van de restwinst van multinationale ondernemingen dat aan de lidstaten wordt toegerekend.
6 quinquies. Indien de controle- en toezichtmaatregelen betrekking hebben op de in artikel 2, lid 1, punt h), van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 bedoelde eigen middelen op basis van het bruto-exploitatieoverschot voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen:
a)verstrekken de lidstaten vóór 1 oktober van elk jaar de Commissie (Eurostat) gegevens over het bruto-exploitatieoverschot (B.2g) voor de sectoren niet-financiële vennootschappen (S.11) en financiële instellingen (S.12) overeenkomstig de definities van het Europees systeem van rekeningen 2010 (ESR 2010) dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 549/2013, in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) 2019/516 verstrekte bni-gegevens. Deze gegevens moeten betrekking hebben op het voorbije jaar en op eventuele wijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren. Samen met die gegevens dienen de lidstaten bij de Commissie (Eurostat) een verslag over de kwaliteit in als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 2019/516. Voorts verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat), als onderdeel van de bni-inventaris, gedetailleerde informatie over de statistische bronnen en methoden die voor het opstellen van de jaarrekeningen van de sector zijn gebruikt, met bijzondere aandacht voor het bruto-exploitatieoverschot van de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen.
b)adviseert de in artikel 4 van Verordening (EU) 2019/516 (bni-verordening) bedoelde deskundigengroep de Commissie over de kwaliteit en brengt hij jaarlijks advies uit over de geschiktheid van het bruto-exploitatieoverschot van de sectoren niet-financiële en financiële vennootschappen voor de vaststelling van de eigen middelen.
c)controleert de Commissie samen met de betrokken lidstaat elk jaar de verstrekte aggregaten op fouten in de opstelling, met name in de gevallen die door de in artikel 4 van Verordening (EU) 2019/516 bedoelde deskundigengroep worden gemeld; daarbij kan zij in individuele gevallen ook berekeningen en statistische grondslagen onderzoeken, informatie over individuele ondernemingen of personen uitgezonderd, indien anders geen behoorlijke beoordeling mogelijk zou zijn;”
c)lid 7 wordt vervangen door:
“7. De in dit artikel bedoelde controle-, toezicht- en toetsingsmaatregelen doen geen afbreuk aan:
a)de controles die de lidstaten uitvoeren overeenkomstig hun nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
b)de maatregelen waarin de artikelen 287 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorzien;
c)de maatregelen waarin artikel 325 VWEU voorziet en zoals nader gespecificeerd in relevante maatregelen van de Unie;
d)de regels betreffende de controles verricht op grond van artikel 322, lid 1, punt b), VWEU;
e)de artikelen 53 en 79 van Richtlijn 2014/65/EU;
f)de verplichtingen in Verordening (EU) nr. 600/2014 met betrekking tot technische reguleringsnormen wat betreft transparantievereisten voor handelsplatformen en beleggingsondernemingen ten aanzien van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten;
g)de artikelen 14 en 15 van Richtlijn 2003/87/EG;
h)Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad;
i)Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad;
j)Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad;.
k)Verordening (EU) 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie.
d)lid 8 wordt vervangen door:
“8. Met het oog op de controle- en toezichtmaatregelen uit hoofde van de leden 3 tot en met 6 quater kan de Commissie de lidstaten verzoeken haar de relevante documenten en verslagen met betrekking tot de systemen die voor de inning van eigen middelen zijn gebruikt, toe te zenden of deze documenten en verslagen aan de Commissie ter beschikking te stellen.”;
2)In artikel 4, lid 6, wordt de tweede alinea vervangen door:
“De in de eerste alinea bedoelde resultaten en opmerkingen worden ter kennis gebracht van de lidstaten, samen met het beknopt verslag dat is opgesteld naar aanleiding van de controles betreffende de eigen middelen bedoeld in artikel 2, lid 1, punten b), (c) (f) en g, van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van Besluit (EU, Euratom) 20xx/xxxx tot wijziging van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 20234.
Artikel 6 quater is evenwel van toepassing vanaf de datum van toepassing van de [richtlijn inzake de tenuitvoerlegging van de algemene overeenkomst inzake de herverdeling van heffingsrechten] of de dag van inwerkingtreding en vankrachtwording van het multilaterale verdrag, indien dat later is.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,