EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 23.9.2020
COM(2020) 614 final
2016/0132(COD)
Gewijzigd voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] en van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Achtergrond en motivering van het voorstel
In juli 2019 is in de politieke beleidslijnen van voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen een nieuw migratie- en asielpact aangekondigd, dat is gebaseerd op een brede benadering van de buitengrenzen, asiel- en terugkeersystemen, het Schengengebied van vrij verkeer, de externe dimensie van migratie en wettige migratie en integratie. Dit pact moet het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten bevorderen.
Met de mededeling over een nieuw migratie- en asielpact, die samen met een reeks wetgevingsvoorstellen wordt gepresenteerd, waaronder dit voorstel tot wijziging van het voorstel van 2016 voor een herschikking van de Eurodac-verordening, wordt het migratiebeleid op een nieuwe leest geschoeid. Het nieuwe pact is op de overkoepelende beginselen van solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid gebaseerd en beoogt een geïntegreerde beleidsvorming, waarbij beleidsmaatregelen op de gebieden van asiel, migratie, terugkeer, bescherming van de buitengrenzen en de betrekkingen met belangrijke derde landen op elkaar worden afgestemd.
De uitdagingen van migratiebeheer – ook in verband met irreguliere aankomsten en terugkeer – zouden niet louter door afzonderlijke lidstaten moeten worden aangepakt, maar door de EU als geheel. Er is een Europees kader nodig waarmee de wisselwerking tussen de beleidsmaatregelen en beslissingen van de lidstaten kan worden beheerd. Daarbij moet rekening worden gehouden met de veranderlijke realiteit van migratie; de toenemende complexiteit van dit vraagstuk noopt tot krachtiger coördinatie. Hoewel het aantal personen dat de Unie op irreguliere wijze binnenkomt, sinds 2015 met 92 % is gedaald, staan de asiel-, opvang- en terugkeersystemen van de lidstaten als gevolg van een aantal structurele uitdagingen nog steeds onder druk.
Het aantal personen dat op irreguliere wijze binnenkomt, is mettertijd afgenomen, maar het aandeel migranten dat afkomstig is uit landen met een erkenningsgraad van minder dan 25 % is toegenomen van 14 % in 2015 tot 57 % in 2018. Verder groeit het aandeel complexe zaken, doordat de aankomst van duidelijk internationale bescherming behoevende onderdanen van derde landen in 2015-2016 sindsdien gedeeltelijk plaats heeft gemaakt voor de aankomst van personen uit landen met meer uiteenlopende erkenningspercentages. Hoewel het aantal personen dat op irreguliere wijze binnenkomt sinds 2015 in de hele EU is afgenomen, is het aantal verzoeken om internationale bescherming overigens verder gestegen: het is inmiddels vier keer zo groot als het aantal mensen dat aankomt. Uit deze trends blijkt dat er binnen de EU nog steeds secundaire bewegingen zijn en meerdere verzoeken om internationale bescherming worden ingediend. De aankomsten na opsporings- en reddingsoperaties vergen een specifieke respons in het kader van het algemene systeem voor migratiebeheer, omdat deze aankomsten de betrokken lidstaten voor specifieke uitdagingen stellen.
Het groeiende aandeel asielzoekers dat waarschijnlijk geen internationale bescherming in de EU krijgt, vergroot de werklast, zowel wat betreft de verwerking van de asielverzoeken als in verband met de terugkeer van irreguliere migranten wier verzoek is afgewezen, bv. omdat het niet-ontvankelijk is. De vereiste terugkeer van irreguliere migranten die nooit om internationale bescherming verzoeken, draagt hiertoe bij. Dit maakt het des te belangrijker dat asiel- en terugkeerprocedures naadloos op elkaar aansluiten. Minstens zo belangrijk is de ontwikkeling van een terugkeersysteem met een meer Europese opzet. Irreguliere migranten die niet van plan zijn om te verzoeken om internationale bescherming, zouden onmiddellijk moeten worden doorgeleid naar de terugkeerprocedure en niet automatisch in een asielprocedure moeten terechtkomen.
Voorts zorgt de zware belasting van de nationale asielstelsels nog steeds voor grote druk op de lidstaten van eerste aankomst en, als gevolg van niet-toegestane verplaatsingen, op de asielstelsels van andere lidstaten. Het huidige systeem is hier niet tegen opgewassen. Het ontbreekt momenteel vooral aan een doeltreffend solidariteitsmechanisme.
Het nieuwe pact bouwt voort op de Commissievoorstellen van 2016 voor de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en op het voorstel van 2018 tot herschikking van de terugkeerrichtlijn. Ook voorziet het in aanvullende elementen om de balans te waarborgen die nodig is voor een gemeenschappelijk kader dat rechtdoet aan alle aspecten van het asiel- en migratiebeleid. Het voorstel tot wijziging van het voorstel uit 2016 tot herschikking van de Eurodac-verordening brengt een duidelijk en consistent verband aan tussen specifieke personen en de procedures die zij doorlopen. Dit moet de beheersing van irreguliere migratie en de opsporing van niet-toegestane verplaatsingen vergemakkelijken. Ook ondersteunt het voorstel de uitvoering van het nieuwe solidariteitsmechanisme en bevat het daaruit voortvloeiende wijzigingen die Eurodac in staat zullen stellen te fungeren in het interoperabiliteitskader van de EU-informatiesystemen.
Samen met dit voorstel presenteert de Commissie een voorstel voor een nieuwe verordening betreffende asiel- en migratiebeheer dat als onderdeel van een brede aanpak een gemeenschappelijk kader tot stand brengt voor asiel- en migratiebeheer op EU-niveau.
Bovendien zorgen het voorstel tot wijziging van het voorstel van 2016 voor een asielprocedureverordening en het voorstel voor een verordening tot invoering van een screening voor een naadloze aansluiting tussen alle fasen van de migratieprocedure, vanaf een nieuwe procedure vóór binnenkomst tot en met de terugkeer van onderdanen van derde landen en staatlozen die geen recht van verblijf in de Unie hebben. Deze screening zou bestaan uit identiteits-, gezondheids- en veiligheidscontroles bij aankomst, met het oog op een snelle doorverwijzing van de betrokkene naar de toepasselijke procedure, namelijk terugkeer, weigering van toegang of de behandeling van een verzoek om internationale bescherming.
•Doelstellingen van het voorstel
Het Commissievoorstel van 2016 voorzag al in een uitbreiding van het toepassingsgebied van Eurodac: zo werd voorgesteld gegevens op te slaan van nieuwe categorieën personen, de opgeslagen gegevens te gebruiken voor de identificatie van irreguliere migranten, de leeftijd voor het afnemen van vingerafdrukken te verlagen, informatie over de identiteit tegelijk met biometrische gegevens te verzamelen en de termijn voor het bewaren van de gegevens te verlengen.
Het voorstel tot wijziging van het voorstel van 2016 bouwt voort op het voorlopige akkoord tussen de medewetgevers, vult deze veranderingen aan en beoogt Eurodac om te vormen tot een gemeenschappelijke Europese databank voor de ondersteuning van EU-beleid inzake asiel, hervestiging en irreguliere migratie. Het nieuwe voorstel moet dan ook de toepassing van de diverse maatregelen en regels die voortvloeien uit het voorstel voor een nieuwe verordening betreffende asiel- en migratiebeheer (bv. op het gebied van herplaatsing en de overdracht van verantwoordelijkheid) ondersteunen en de samenhang met het voorstel voor een verordening betreffende screening waarborgen. Bovendien moet dit voorstel ervoor zorgen dat het beleid op nauwkeuriger en vollediger gegevens kan worden gebaseerd en dat de beheersing van irreguliere migratie en de opsporing van niet-toegestane verplaatsingen beter worden ondersteund, doordat naast verzoeken ook individuele verzoekers worden geteld. Voorts is het de bedoeling bij te dragen tot passende beleidsoplossingen op dit gebied, door het mogelijk te maken voor het opstellen van statistieken gegevens uit verschillende databanken te combineren. Een andere doelstelling bestaat erin aanvullende ondersteuning te verlenen aan de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor asielzoekers wier verzoek al in een andere lidstaat is afgewezen. Hiertoe zullen afgewezen verzoeken als zodanig worden gemarkeerd. Ten slotte is Eurodac opgenomen in het toepassingsgebied van de verordeningen tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen, en met name Verordening (EU) 2019/818. Wijzigingen die voortvloeien uit het interoperabiliteitskader en betrekking hebben op de toegang tot Eurodac-gegevens konden bij de vaststelling van de interoperabiliteitsverordeningen nog niet worden aangebracht, aangezien de huidige Eurodac-databank geen alfanumerieke identiteitsgegevens bevat. Dit voorstel bevat derhalve een aantal wijzigingen die ervoor moeten zorgen dat Eurodac in het nieuwe interoperabiliteitskader naar behoren zal functioneren. Daartoe wordt ook voorgesteld nog een aantal noodzakelijke wijzigingen aan te brengen in twee andere rechtsinstrumenten, namelijk de VIS-verordening en de Etias-verordening.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Dit voorstel is volledig in overeenstemming met de mededeling over een nieuw migratie- en asielpact en de bijbehorende routekaart met initiatieven, zoals het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer, het voorstel voor een verordening betreffende screening en het gewijzigde voorstel voor een asielprocedureverordening.
Dit voorstel voorziet in uiterste termijnen voor het opnemen en doorzenden van biometrische gegevens van personen die om internationale bescherming verzoeken. Bij de vaststelling van het moment waarop deze termijnen ingaan, is rekening gehouden met de fasen vóór binnenkomst als beschreven in het voorstel voor een verordening betreffende screening. Wat het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer betreft, zorgt dit voorstel ervoor dat, naargelang het geval, alle nodige informatie beschikbaar is voor herplaatsing of overdracht in het kader van het mechanisme dat bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming. Dit voorstel zorgt ook voor samenhang met de bijzondere regeling die in de verordening betreffende asiel- en migratiebeheer wordt voorgesteld voor de behandeling van personen die zijn ontscheept na een opsporings- en reddingsoperatie.
Wat het voorstel tot herschikking van de terugkeerrichtlijn betreft, houdt dit voorstel in dat de nodige informatie aan Eurodac wordt toegevoegd om de terugkeer te vergemakkelijken van personen wier verzoek om internationale bescherming is afgewezen.
In de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 betreffende interoperabiliteit wordt Eurodac uitdrukkelijk genoemd als een van de databanken die met elkaar in verbinding staan. Dit blijkt uit het feit dat Eurodac deel uitmaakt van het toepassingsgebied van de interoperabiliteit als vastgesteld in beide interoperabiliteitsverordeningen, dat Eurodac herhaaldelijk in de overwegingen wordt genoemd als onderdeel van het interoperabiliteitsplatform en dat Eurodac volgens de operationele artikelen het gemeenschappelijke identiteitsregister dient te doorzoeken met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. Zo wordt Eurodac in artikel 69 van Verordening 2019/817 genoemd als een van de vier EU-systemen waarvan de gegevens moeten worden gekoppeld tijdens de overgangsperiode voor de detectie van meerdere identiteiten (“multi-identity detection”, MID) en voordat de MID in gebruik wordt genomen. Uit de tekst van beide interoperabiliteitsverordeningen volgt echter evenzeer dat de meeste processen die bij deze verordeningen worden ingevoerd, in verband met Eurodac pas zullen gelden wanneer de herschikking van de huidige Eurodac-verordening (Verordening (EU) nr. 603/2013) van toepassing wordt. Voor een doeltreffende toepassing van het interoperabiliteitskader is echter een aantal wijzigingen van Verordening (EU) 2019/818 en de Eurodac-verordening zelf nodig. Die wijzigingen, die met name betrekking hebben op de toegang tot Eurodac-gegevens, konden bij de vaststelling van de interoperabiliteitsverordeningen nog niet worden aangebracht, aangezien de Eurodac-databank in zijn huidige vorm geen alfanumerieke identiteitsgegevens bevat. De hierbij voorgestelde wijzigingen in Eurodac, met name alle categorieën persoonsgegevens die in dat verband zullen worden opgeslagen, maken de volledige deelname van Eurodac aan het interoperabiliteitsplatform zinvol en operationeel.
Voor consistentie zorgen ten slotte ook de voorlopige politieke akkoorden die al zijn bereikt over de verordening asielnormen, de richtlijn opvangvoorzieningen, de kaderverordening inzake hervestiging en de verordening inzake het Asielagentschap van de EU, omdat de elementen van het Eurodac-voorstel van 2016 die betrekking hebben op deze voorstellen, in het gewijzigde voorstel niet zijn aangepast.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Dit voorstel is nauw verbonden met en vormt een aanvulling op ander beleid van de Unie, namelijk betreffende:
(a)Interoperabiliteit, aangezien dit voorstel de werking van Eurodac in het kader van de interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen moet waarborgen.
(b)Gegevensbescherming, aangezien dit voorstel strekt tot bescherming van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven van personen wier persoonsgegevens in Eurodac worden verwerkt.
(c)Veiligheid, aangezien dit voorstel rekening houdt met de fase vóór binnenkomst waarin het voorstel voor een verordening betreffende screening voorziet en die een veiligheidscontrole omvat.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Het huidige voorstel gebruikt artikel 78, lid 2, punt d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) als rechtsgrondslag om van het opnemen van biometrische gegevens een verplicht onderdeel te maken van de procedure voor internationale bescherming. Het gebruikt artikel 78, lid 2, punt e), als rechtsgrondslag inzake criteria en mechanismen om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek of een verzoek om subsidiaire bescherming. Ook wordt artikel 78, lid 2, punt g), gebruikt als rechtsgrondslag voor de hervestigingsgerelateerde bepalingen. Voorts is artikel 79, lid 2, punt c), de rechtsgrondslag voor de onderdelen betreffende de identificatie van irreguliere onderdanen van derde landen of staatlozen in verband met illegale immigratie en ongeoorloofd verblijf, alsook de verwijdering en uitzetting van ongeoorloofd verblijvende personen; artikel 87, lid 2, punt a), is de rechtsgrondslag voor de onderdelen betreffende de verzameling, opslag, verwerking, analyse en uitwisseling van relevante informatie voor rechtshandhavingsdoeleinden; en artikel 88, lid 2, punt a), de rechtsgrondslag voor het werkgebied en de taken van Europol, waaronder de verzameling, opslag, verwerking, analyse en uitwisseling van informatie.
•Variabele geometrie
Ierland is gebonden door Verordening (EU) nr. 603/2013 omdat het te kennen heeft gegeven dat het aan de vaststelling en toepassing van die verordening wenst deel te nemen op basis van het desbetreffende protocol.
Volgens het protocol (nr. 21) betreffende de positie van Ierland kan deze lidstaat besluiten deel te nemen aan de aanneming van dit voorstel. Ook na de aanneming van dit voorstel beschikt Ierland over deze mogelijkheid.
Overeenkomstig het protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het VEU en het VWEU is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming door de Raad van maatregelen uit hoofde van titel V van het VWEU (met uitzondering van “maatregelen tot bepaling van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit moeten zijn van een visum of […] maatregelen betreffende een uniform visummodel”). Denemarken neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening; deze is dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Omdat Denemarken op grond van een in 2006 gesloten internationale overeenkomst met de EU echter de huidige Eurodac-verordening wel toepast, dient het overeenkomstig artikel 3 van die overeenkomst de Commissie te laten weten of het al dan niet ook de inhoud van de gewijzigde verordening zal toepassen.
•Gevolgen van het voorstel voor Denemarken en niet-EU-lidstaten die betrokken waren bij het (voormalige) Dublinsysteem
Zoals verschillende niet-EU-lidstaten bij het Schengenacquis zijn betrokken, zo heeft de Gemeenschap tevens een aantal overeenkomsten gesloten waarbij deze landen ook bij het (voormalige) Dublin/Eurodac-acquis zijn betrokken:
–de overeenkomst met IJsland en Noorwegen, gesloten in 2001;
–de overeenkomst met Zwitserland, gesloten op 28 februari 2008;
–het protocol met Liechtenstein, dat is gesloten op 18 juni 2011.
Om rechten en verplichtingen te creëren tussen Denemarken – dat, zoals hierboven uiteengezet, betrokken is bij het (voormalige) Dublin/Eurodac-acquis middels een internationale overeenkomst – en de hierboven genoemde landen, zijn nog twee instrumenten gesloten tussen de Gemeenschap en die landen.
Overeenkomstig de drie bovengenoemde overeenkomsten aanvaarden de betrokken landen het (voormalige) Dublin/Eurodac-acquis en de ontwikkeling daarvan, zonder uitzondering. Zij nemen niet deel aan de vaststelling van besluiten die het (voormalige) Dublinacquis wijzigen of daarop voortbouwen (zoals dit voorstel), maar moeten de Commissie binnen een bepaalde termijn laten weten of zij de inhoud van die besluiten al dan niet aanvaarden, nadat ze zijn goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement. Wanneer Noorwegen, IJsland, Zwitserland of Liechtenstein een besluit tot wijziging of ontwikkeling van het (voormalige) Dublin/Eurodac-acquis niet aanvaarden, wordt de zogenaamde “guillotinebepaling” toegepast en wordt de betrokken overeenkomst beëindigd, tenzij het desbetreffende bij de overeenkomsten ingestelde gemengd comité unaniem anders besluit.
De toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden valt niet onder het toepassingsgebied van de bovengenoemde overeenkomsten met IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein en van de parallelle overeenkomst met Denemarken. Daartoe worden momenteel aanvullende overeenkomsten met die betrokken staten geratificeerd.
•Subsidiariteit
In dit voorstel wordt bepaald dat de vergelijking van vingerafdrukgegevens met behulp van Eurodac alleen mag worden verricht nadat vergelijkingen met nationale vingerafdrukgegevensbanken en met de geautomatiseerde vingerafdrukgegevensbanken van andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad (de Prümovereenkomst) tot negatieve resultaten hebben geleid. Deze regel houdt in dat wanneer een lidstaat het bovengenoemde besluit van de Raad niet heeft uitgevoerd en dus geen Prümcontrole kan uitvoeren, deze lidstaat evenmin een Eurodac-controle voor rechtshandhavingsdoeleinden mag verrichten. Ook bij het Dublin/Eurodac-acquis betrokken landen die de Prümovereenkomst niet hebben uitgevoerd of daaraan niet deelnemen, mogen zulke Eurodac-controles niet verrichten.
Het voorgestelde initiatief vormt een verdere ontwikkeling van de verordening betreffende asiel- en migratiebeheer en het migratiebeleid van de EU. Het moet ervoor zorgen dat de gemeenschappelijke regels voor het nemen van vingerafdrukken en het maken van gezichtsopnamen van onderdanen van derde landen voor de toepassing van Eurodac in alle lidstaten op dezelfde wijze worden toegepast. Het roept een instrument in het leven waarmee de Europese Unie kan vaststellen hoeveel onderdanen van derde landen het EU-grondgebied irregulier of na opsporings- en reddingsoperaties binnenkomen en om internationale bescherming verzoeken; deze informatie is noodzakelijk om een duurzaam en op feiten gebaseerd beleid te kunnen voeren op het gebied van migratie en visa.
Dit voorstel helpt lidstaten bij de identificatie van onderdanen van derde landen die illegaal in de EU verblijven of irregulier via de buitengrenzen de EU zijn binnengekomen. Deze informatie kan de lidstaten helpen bij de verstrekking van nieuwe documenten aan de betrokken onderdaan van een derde land met het oog op terugkeer.
Aangezien problemen in verband met asiel en vluchtelingenbescherming een grensoverschrijdend karakter hebben, verkeert de EU in de juiste positie om in het kader van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel oplossingen voor te stellen voor de hierboven beschreven problemen met betrekking tot de Eurodac-verordening.
De Eurodac-verordening moet ook worden gewijzigd om er een extra doelstelling aan toe te voegen, namelijk irreguliere migratie naar de EU en niet-toegestane verplaatsingen van irreguliere migranten in de EU beheersen. In dat verband is ook een wijziging nodig om het mogelijk te maken naast verzoeken ook verzoekers te tellen. Deze doelstelling kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt. Alleen kunnen de lidstaten evenmin de uitsluitingsgronden van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] doelmatig toepassen. De aanpassingen die nodig zijn voor de doeltreffende uitvoering van het interoperabiliteitskader kunnen alleen door de Commissie worden voorgesteld en niet door de lidstaten alleen op EU-niveau worden doorgevoerd.
•Evenredigheid
Krachtens artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie mag het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De vorm die voor dit EU-optreden is gekozen, moet het mogelijk maken de doelstelling van het voorstel te verwezenlijken en het voorstel zo doeltreffend mogelijk ten uitvoer te leggen.
Het voorstel gaat uit van de beginselen van privacy door standaardinstellingen en door ontwerp, die voorschrijven dat de bedrijfsprocessen van Eurodac direct worden ontworpen om te voldoen aan de gegevensbeschermingsbeginselen en dat Eurodac een evenredig instrument is wat betreft het recht op bescherming van persoonsgegevens, omdat het aantal gegevens dat moet worden verzameld en de bewaringsduur beperkt blijven tot wat absoluut noodzakelijk is om het systeem te laten werken en de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Bovendien is voorzien in alle vereiste waarborgen en mechanismen voor een doeltreffende bescherming van de grondrechten van onderdanen van derde landen en staatlozen die onder het toepassingsgebied van Eurodac vallen, en met name in de bescherming van hun privéleven en hun persoonsgegevens.
Voor de werking van het systeem zijn op EU-niveau geen verdere processen of harmonisatiemaatregelen nodig. De voorgenomen maatregel vereist geen verdere EU-actie om de gestelde doelen te bereiken, en is derhalve evenredig.
•Keuze van instrument en wetgevingstechniek
Dit voorstel wijzigt het voorstel van 2016 voor een herschikking van de Eurodac-verordening. Hoewel de Commissie alle elementen van het voorlopige akkoord tussen de medewetgevers over het voorstel voor een herschikking van de Eurodac-verordening steunt, zijn in dit gewijzigde voorstel alleen de artikelen uit dat voorlopige akkoord overgenomen waarvoor aanzienlijke wijzigingen worden voorgesteld. Bepaalde artikelen waarover de medewetgevers voorlopige overeenstemming hebben bereikt (zoals de artikelen over personen in een toelatingsprocedure en over hervestigde personen) zijn derhalve niet opgenomen. Daardoor kon voor drie artikelen in dit gewijzigde voorstel (artikel 9 over statistieken, artikel 19 over markering en afscherming van gegevens en artikel 40 bis tot invoering van wijzigingen van Verordening (EU) 2019/818) een aantal elementen van het voorlopige akkoord (namelijk de delen die op personen in een toelatingsprocedure en hervestigde personen betrekking hebben) niet worden opgenomen, aangezien er niet naar de respectieve artikelen kon worden verwezen. Voorts moet er als gevolg van de veranderingen die bij dit gewijzigde voorstel worden ingevoerd, nog een aantal technische aanpassingen worden aangebracht in andere artikelen die onder het voorlopige akkoord vallen.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Dit voorstel wijzigt een bestaand voorstel en daarom is er geen ex-postevaluatie/geschiktheidscontrole van bestaande wetgeving beschikbaar. Wel zijn er andere bronnen die erop wijzen dat deze wijzigingen nodig zijn. In verband met de gegevens die zijn verzameld op het gebied van asiel, is bij besprekingen met de lidstaten (onder meer in de voorbereidende instanties van de Raad) sinds 2016 namelijk gewezen op een aantal elementen dat afbreuk doet aan de efficiëntie van de beleidsaanpak. Zo is er in de standpunten die kenbaar zijn gemaakt tijdens de onderhandelingen over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel van 2016, bij besprekingen die plaatsvonden binnen diverse andere fora (op technisch of politiek niveau) en in de bijdragen die verschillende lidstaten hebben geleverd aan het nieuwe pact gewaarschuwd voor de druk op de asielstelsels als gevolg van niet-toegestane verplaatsingen. Hierbij werd ook gewezen op de beperkingen van de huidige analyses op dit gebied, die geen nauwkeurig beeld geven van het verschijnsel. Dit houdt verband met het feit dat de voor dergelijke doeleinden beschikbare gegevens betrekking hebben op administratieve procedures in plaats van op individuele personen. Aangezien momenteel niet precies bekend is hoeveel (eerste) verzoekers er in de EU zijn en hoeveel van hen zich van de ene naar de andere lidstaat verplaatsen, zijn verdere pogingen om het verschijnsel te analyseren (bv. de beweegredenen, profielen, populairste bestemmingen) per definitie speculatief van aard. Daardoor ontbreekt het bij het vaststellen van een passende beleidsrespons op zulke verplaatsingen aan focus en efficiëntie.
Ook werd bij besprekingen gewezen op de noodzaak om het verband tussen asiel en terugkeer te versterken, onder meer door de nodige informatie onmiddellijk ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteiten.
•Raadpleging van belanghebbenden
Voorafgaand aan de presentatie van het nieuwe migratie- en asielpact heeft de Commissie de lidstaten, het Europees Parlement en belanghebbenden in de periode van december 2019 tot en met juli 2020 meermaals gevraagd naar hun mening over het toekomstige migratie- en asielpact. Tegelijkertijd hebben het Roemeense, het Finse en het Kroatische voorzitterschap zowel strategische als technische besprekingen gehouden over de toekomst van diverse aspecten van het migratiebeleid, waaronder asiel, terugkeer en betrekkingen met derde landen op het gebied van overname en re-integratie. Bij deze raadplegingen en besprekingen bleek dat er steun is voor een nieuw Europees asiel en migratiebeleid dat met spoed de tekortkomingen van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel verhelpt, het terugkeersysteem doeltreffender maakt, onze betrekkingen met derde landen op het gebied van overname beter structureert en ondersteunt en de duurzame re-integratie van terugkerende migranten beoogt.
Tijdens het Finse voorzitterschap is een aantal workshops en debatten georganiseerd in diverse fora van de Raad, waaronder de Tampere 2.0-conferentie op 24 en 25 oktober 2019 in Helsinki en het forum van Salzburg op 6 en 7 november 2019 in Wenen. De lidstaten betoonden zich daarbij verheugd over het voornemen van de Europese Commissie de hervorming van Dublin nieuw leven in te blazen om nieuwe vormen van solidariteit te vinden waaraan alle lidstaten zouden moeten bijdragen. De lidstaten benadrukten dat solidariteitsmaatregelen hand in hand zouden moeten gaan met maatregelen op het gebied van verantwoordelijkheid. Ook benadrukten zij dat niet-toegestane verplaatsingen binnen de EU dringend moeten worden bestreden en dat personen die geen internationale bescherming nodig hebben, moeten worden gedwongen terug te keren.
Commissaris Johansson en de diensten van de Commissie hebben meermaals gerichte raadplegingen gehouden onder organisaties uit het maatschappelijk middenveld, vertegenwoordigers van het initiatief voor kinderen in migratie en relevante lokale niet-gouvernementele organisaties in de lidstaten. In dit raadplegingsproces waren specifieke aanbevelingen gericht op een gemeenschappelijke aanpak van kindspecifieke normen naar aanleiding van de mededeling van de Commissie van 2017 over de bescherming van migrerende kinderen. Het maatschappelijk middenveld is ook geraadpleegd via het door het EASO in het leven geroepen raadplegingsforum. Daarbij kwamen zaken als de eerste stappen in de asielprocedure aan de orde (2019).
De Commissie heeft zich gebogen over de vele aanbevelingen die nationale en lokale overheden, niet-gouvernementele en internationale organisaties zoals de UNHCR en de IOM, denktanks en de academische wereld hebben gedaan om een nieuwe start te maken en de huidige uitdagingen op het gebied van migratie aan te gaan met inachtneming van de normen op het gebied van de mensenrechten. Zij menen dat bij het hervatten van de hervorming een aantal regels voor het bepalen van de verantwoordelijkheid moet worden herzien en een mechanisme van verplichte solidariteit tot stand moet worden gebracht, ook in verband met personen die worden ontscheept na een opsporings- en reddingsoperatie. Niet-gouvernementele organisaties staan ook een gemeenschappelijk begrip van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor en zij pleiten ervoor om in de herziene Dublinregels een meer permanent herplaatsingsmechanisme op te nemen. In het kader van het MEDAM-project heeft het Centrum voor migratiebeleid aanbevolen te zorgen voor een scorebord voor migratiebeleid om de voortgang op het gebied van asiel en migratie op EU-niveau te monitoren.
De Commissie heeft ook rekening gehouden met de bijdragen en op haar initiatief gestarte studies van het Europees migratienetwerk. De laatste jaren heeft het netwerk meerdere speciale studies en ad-hoc-onderzoeken gepresenteerd.
•Empirisch onderbouwde beleidsvorming
De Commissie is voorstander van empirisch onderbouwde beleidsvorming en verwijst naar afzonderlijk document (XXX), waarin de gegevens en elementen worden uiteengezet die pleiten voor de voorgestelde oplossing voor de verschillende uitdagingen die sinds 2016 zijn geconstateerd in verband met de afronding van de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.
Wat Eurodac betreft, bestaan de problemen hoofdzakelijk uit de momenteel beperkte mogelijkheden om niet-toegestane verplaatsingen te analyseren (doordat de beschikbare gegevens betrekking hebben op verzoeken in plaats van op personen), het feit dat rekening moet worden gehouden met de nieuwe regels die zijn toegevoegd aan het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer, en het feit dat in de Eurodac-verordening wijzigingen moeten worden aangebracht om het systeem te kunnen laten functioneren binnen het interoperabiliteitskader.
•Grondrechten
De toelichting over de grondrechten bij de in 2016 voorgestelde herschikte verordening is nog steeds relevant.
Van de nieuwe elementen waarin het gewijzigde voorstel voorziet, heeft het in één cluster koppelen van alle gegevensreeksen die betrekking hebben op één persoon (zodat behalve verzoeken ook verzoekers kunnen worden geteld), geen gevolgen voor de manier waarop biometrische gegevens worden verzameld en verwerkt. Er wordt geen nieuw bestand aangemaakt. De lidstaten zullen het eigendomsrecht op de doorgezonden gegevensreeks behouden en alle waarborgen en regels inzake gegevensbewaring en -bescherming van het oorspronkelijke voorstel uit 2016 zullen van toepassing zijn. Bovendien zou er ook worden voorzien in passende waarborgen voor de koppelingsprocedure, aangezien de gegevensreeksen pas in het cluster zouden worden gekoppeld wanneer de treffer door lidstaten is bevestigd (eventueel met verificatie door een vingerafdrukdeskundige). Wat betreft de nieuwe categorie van na opsporings- en reddingsoperaties ontscheepte personen: deze personen worden reeds in Eurodac geregistreerd als personen die zijn aangehouden in verband met een irreguliere overschrijding van de buitengrens. De nieuwe afzonderlijke categorie zou een nauwkeuriger beeld geven van de migratiestromen en de toepassing van de relevante voorschriften van de verordening betreffende asiel- en migratiebeheer vergemakkelijken. Dergelijke regels zouden uiteindelijk ten goede komen aan de personen die na een opsporings- en reddingsoperatie aan land worden gebracht: het doet hun status meer recht als zij niet worden geregistreerd als personen die de grens op irreguliere wijze hebben overschreden. Voor hen zouden dezelfde gegevens worden verzameld als voor de andere categorieën, met dezelfde regels en waarborgen voor de doorzending, verwerking en opslag.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Dit voorstel bevat een technische wijziging van het centraal systeem van Eurodac teneinde te voorzien in de mogelijkheid vergelijkingen uit te voeren met alle categorieën gegevens en alle drie categorieën gegevens op te slaan. Voor andere functies, zoals de opslag van biografische gegevens in aanvulling op de gezichtsopname, zijn verdere wijzigingen van het centraal systeem vereist.
Bij de op 29,872 miljoen EUR geraamde kosten zijn de kosten van de technische upgrade en de vergrote opslag- en verwerkingscapaciteit inbegrepen. Dat geldt ook voor de IT-gerelateerde diensten, software en hardware en de upgrade en aanpassing die nodig zijn voor de uitvoering van zoekopdrachten voor alle categorieën gegevens met betrekking tot zowel asiel als irreguliere migratie. Ook de extra personeelskosten voor eu-LISA zijn in de kostenraming verwerkt.
Deze elementen zijn in aanmerking genomen in het financieel memorandum bij dit voorstel. In het memorandum zijn ook de kosten opgenomen in verband met de door de medewetgevers aangebrachte wijzigingen (invoering van twee nieuwe categorieën, namelijk personen die zijn geregistreerd voor een toelatingsprocedure en personen die zijn hervestigd overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling, de opslag van kleurkopieën van identiteits- of reisdocumenten en de mogelijkheid voor rechtshandhavingsautoriteiten om Eurodac aan de hand van alfanumerieke gegevens te doorzoeken) en de studie naar gezichtsherkenning waarin het herschikkingsvoorstel van 2016 voorzag (7 miljoen EUR).
De bij dit gewijzigde voorstel toegevoegde interoperabiliteitsgerelateerde wijzigingen vallen onder het financieel memorandum van het interoperabiliteitskader (15 miljoen EUR).
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Artikel 42 van het voorstel van 2016 waarover de medewetgevers voorlopige overeenstemming hebben bereikt, bevat drie soorten verslagleggingsverplichtingen:
–eenmaal per jaar dient eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) een verslag voor te leggen over de activiteiten van het centraal systeem (op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie);
–zeven jaar na de vaststelling en vervolgens om de vier jaar dient de Commissie een algehele beoordeling van Eurodac op te stellen, waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen en de impact op de grondrechten wordt onderzocht (op basis van de door eu-LISA, de lidstaten en Europol verstrekte informatie);
–om de twee jaar dienen elke lidstaat en Europol verslagen op te stellen over de doeltreffendheid van de vergelijking van biometrische gegevens met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden. Deze verslagen worden aan de Commissie doorgezonden vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar. Om het jaar stelt de Commissie uit deze verslagen een verslag samen over de toegang tot Eurodac met het oog op rechtshandhaving; zij doet dit toekomen aan het Europees Parlement, de Raad en de EDPS. Dit betreft een ander verslag dan het in het vorige punt beschreven verslag.
Het jaarverslag dat eu-LISA dient op te stellen over de activiteiten van het centraal systeem zal informatie bevatten over het beheer en de resultaten van Eurodac, afgemeten aan vooraf bepaalde kwantitatieve indicatoren (zoals het totale aantal gegevensreeksen, uitgesplitst naar categorie, het aantal treffers, de wijze waarop de lidstaten omgaan met de uiterste termijnen voor de doorzending van biometrische gegevens aan Eurodac, met inbegrip van eventuele vertragingen enz.).
In het verslag met de algehele beoordeling van Eurodac dat de Commissie dient op te stellen, zullen de behaalde resultaten worden getoetst aan de doelstellingen van de verordening en de gevolgen voor de grondrechten worden gemeten, met name met betrekking tot de rechten op gegevensbescherming en privacy. Daarbij zal ook worden nagegaan of de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen die onder de Eurodac-verordening vallen.
In de door Europol en elke lidstaat opgestelde verslagen over de doeltreffendheid van de vergelijking van biometrische gegevens met Eurodac-gegevens zullen onder meer het precieze doel van de vergelijking, de aangevoerde redenen voor het redelijke vermoeden, het aantal en het soort van gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties, worden beoordeeld.
•Artikelsgewijze toelichting
Dit gewijzigde voorstel moet worden bezien in het kader van de interinstitutionele onderhandelingen over het Commissievoorstel van 2016 voor een herschikte Eurodac-verordening en worden beschouwd als een aanvulling op die besprekingen. Deze onderhandelingen hebben geleid tot een voorlopig akkoord tussen de medewetgevers, dat de Commissie steunt, omdat het de werking van Eurodac aanzienlijk zou verbeteren.
Voor alle duidelijkheid is de tekst van het Commissievoorstel van 2016 waarover de medewetgevers het eens waren geworden, in dit voorstel vetgedrukt. De nieuwe gerichte wijzigingen zijn vetgedrukt en onderstreept.
1.Tellen van verzoeken én verzoekers
Bij recente besprekingen in verschillende fora (voorbereidende instanties van de Raad, adviesgroepen) en uit bijdragen van de lidstaten aan het nieuwe pact in het kader van de raadpleging is duidelijk geworden dat er op EU-niveau lacunes zijn wat betreft het verzamelen en analyseren van informatie op het gebied van asiel en migratie. Dit geldt met name voor de analyse van niet-toegestane verplaatsingen: momenteel kan niet worden vastgesteld hoeveel verzoekers in de EU zijn, omdat de cijfers betrekking hebben op verzoeken en meerdere verzoeken van dezelfde persoon afkomstig kunnen zijn. Eurodac moet dan ook worden omgevormd tot een databank voor het tellen van verzoekers in plaats van verzoeken. Dit kan gebeuren door alle gegevens in Eurodac die betrekking hebben op dezelfde persoon, ongeacht de categorie waartoe deze behoort, te koppelen in één cluster. Zo wordt het mogelijk personen te tellen. Bovendien zou een specifieke bepaling eu-LISA de mogelijkheid bieden statistieken op te stellen over het aantal asielzoekers en eerste verzoekers, zodat een nauwkeurig beeld ontstaat van het aantal onderdanen van derde landen en staatlozen dat om asiel verzoekt in de EU. Door deze gegevens samen te voegen met andere gegevens, zoals die betreffende overdrachten in het kader van de verordening betreffende asiel- en migratiebeheer, ontstaat de kennis die nodig is voor een juiste beleidsrespons op niet-toegestane verplaatsingen.
2.Systeemoverschrijdende statistieken
Krachtens een nieuwe bepaling die voortbouwt op de relevante bepalingen van de interoperabiliteitsverordeningen (artikel 39) kan eu-LISA systeemoverschrijdende statistieken genereren op basis van gegevens afkomstig van Eurodac, het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en het Visuminformatiesysteem (VIS). Daardoor zou onder meer kunnen worden vastgesteld hoeveel onderdanen van derde landen een visum voor kort verblijf hebben ontvangen van een bepaalde lidstaat of in een bepaald derde land, daarmee legaal zijn binnengekomen (en waar) en vervolgens internationale bescherming hebben aangevraagd (en waar). Dit zou voorzien in de achtergrondinformatie die nodig is om dit verschijnsel te kunnen beoordelen en een passende beleidsrespons te kunnen formuleren. Voorts zouden op grond van deze bepaling behalve de Commissie en de lidstaten ook het toekomstige asielagentschap van de Europese Unie en Frontex toegang krijgen tot dit soort statistieken, aangezien beide agentschappen in het kader van hun respectieve mandaat nuttige analyses op het gebied van migratie en asiel produceren.
3.Vaststellen van een nieuwe categorie: na een opsporings- en reddingsoperatie (SAR) ontscheepte personen
Het nieuwe voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer voorziet in een verantwoordelijkheidscriterium voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming ingeval dit verzoek is geregistreerd nadat de betrokkene na een opsporings- en reddingsactie is ontscheept (krachtens de huidige regels vallen dergelijke personen onder het criterium van de irreguliere binnenkomst). Dit brengt het asielacquis meer in overstemming met de verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee. Hoewel de verantwoordelijkheidsregels voor deze nieuwe categorie gelijk zijn aan de regels voor personen die op irreguliere wijze binnenkomen, is het onderscheid relevant; de lidstaten van ontscheping zien zich namelijk voor specifieke opgaven gesteld, aangezien zij in het geval van SAR-ontschepingen niet dezelfde instrumenten kunnen gebruiken als bij irreguliere grensoverschrijdingen over land of door de lucht. Er zijn bijvoorbeeld geen officiële grenscontroles voor SAR-aankomsten, wat niet alleen betekent dat de plaats van binnenkomst moeilijk is vast te stellen, maar ook dat er voor de betrokken onderdanen van derde landen geen plaats is waar zij kunnen trachten officieel binnen te komen. Derhalve is er in Eurodac een afzonderlijke categorie voor deze personen nodig, zodat zij niet hoeven te worden geregistreerd als personen die de grens op irreguliere wijze hebben overschreden (zoals momenteel het geval is). Bovendien leidt dit ook tot een nauwkeuriger beeld van de samenstelling van migratiestromen in de EU.
4.Zorgen voor volledige consistentie met het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer
Dit gewijzigde voorstel creëert niet alleen een nieuwe categorie voor personen die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept, maar voegt ook een reeks bepalingen toe met betrekking tot alle relevante aspecten inzake de verantwoordelijkheid van een lidstaat (de diverse criteria voor het bepalen van de verantwoordelijkheid, de verschuiving van de verantwoordelijkheid en de beëindiging van de verantwoordelijkheid). Deze bepalingen komen bovenop de bepalingen die al in het oorspronkelijke voorstel van 2016 waren opgenomen. Ten slotte bevat dit gewijzigde voorstel ook bepalingen inzake de herplaatsing van personen die internationale bescherming genieten; het sluit dus volledig aan bij elk van de scenario’s uit het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer.
5.Zorgen voor consistentie met screening
Een beperkt aantal wijzigingen was nodig om consistentie met het voorstel voor een verordening betreffende screening te waarborgen. Zo moest het moment waarop de termijn voor het opnemen en doorzenden van biometrische gegevens voor verzoekers ingaat, worden aangepast met het oog op de verschillende mogelijke scenario’s waarin dat voorstel voorziet, teneinde een vlot verloop van de asielprocedure te waarborgen.
6.Afgewezen verzoeken melden
Er komt een nieuw veld waarin de lidstaten kunnen aangeven dat een verzoek is afgewezen en de verzoeker geen verblijfsrecht heeft en ook geen toestemming heeft gekregen om te blijven op grond van de asielprocedureverordening. Dit verandert niets aan de toepasselijke regels en de rechten van het individu, maar zou wel het verband met de terugkeerprocedures versterken en de nationale autoriteiten sterker doen staan wanneer zij te maken hebben met iemand wiens verzoek om internationale bescherming in een andere lidstaat is afgewezen, aangezien zij zo kunnen kiezen voor de juiste toepasselijke procedure (bv. later verzoek), waardoor het hele proces wordt gestroomlijnd.
7.Vermelden of er ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie is verleend
Er komt een nieuw veld waarin kan worden vermeld of er ooit ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend. Hierdoor kunnen de lidstaten hun monitoring op dit gebied verbeteren en wordt “AVRR-shopping” voorkomen.
8.Vermelden of de persoon op basis van de screening een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid lijkt te kunnen vormen
Er komt een nieuw veld waarin kan worden aangegeven of de persoon op basis van de screening een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid lijkt te kunnen vormen. Dit zou de uitvoering van herplaatsing vergemakkelijken, omdat de betrokkene overeenkomstig de verordening betreffende asiel- en migratiebeheer in dat geval wordt uitgesloten van herplaatsing. Bovendien zou dit de behandeling van de verzoeken om internationale bescherming versnellen. Voor verzoekers voor wie in Eurodac een veiligheidsprobleem is gesignaleerd en geregistreerd, zou bij de beoordeling van het verzoek in de eerste plaats kunnen worden nagegaan of dit probleem zo ernstig is dat het een grond voor uitsluiting/afwijzing is.
9.Vermelden of een visum is afgegeven
Er komt een veld waarin in voorkomend geval kan worden vermeld door of namens welke lidstaat een visum van een verzoeker is afgegeven of verlengd en wat het nummer van de visumaanvraag is. Dit zou het voor de lidstaten of geassocieerde landen waarvoor de VIS-verordening niet bindend is, maar de afgifte van een visum wel gevolgen heeft, gemakkelijker maken om de verantwoordelijkheidscriteria toe te passen.
10.Wijzigingen in verband met interoperabiliteit en wijzigingen in verband met de interoperabiliteitsverordening, de Etias-verordening en de VIS-verordening
De interoperabiliteitsverordening noopt tot het aanbrengen van een reeks technische wijzigingen (bv. verwijzingen naar en een definitie van het gemeenschappelijke identiteitsregister en identiteitsgegevens, alsook verduidelijkingen inzake de verdeling van opgeslagen gegevens over het gemeenschappelijke identiteitsregister en het centraal systeem). Bij de presentatie van de twee voorstellen voor de interoperabiliteitsverordeningen werd er al op gewezen dat deze wijzigingen in de Eurodac-verordening nodig waren. Deze wijzigingen zorgen voor een gedegen rechtsgrondslag voor de werking van Eurodac in het nieuwe interoperabiliteitskader. Evenzo moet de interoperabiliteitsverordening worden gewijzigd om daarin de verschillende relevante verwijzingen naar Eurodac op te nemen. Ten slotte moet er ook een reeks wijzigingen worden aangebracht die voortvloeien uit de Etias-verordening en de VIS-verordening, teneinde de toegang tot Eurodac te regelen van respectievelijk de nationale Etias-eenheden en de bevoegde visumautoriteiten, aangezien de kwestie van de toegangsrechten tot de diverse databanken een aspect is dat nog moet worden geregeld in de wetgevingshandeling betreffende de respectieve databanken.
2016/0132 (COD)
Gewijzigd voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] en van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 78, lid 2, punten d), e) en g), artikel 79, lid 2, punt c), artikel 87, lid 2, punt c), en artikel 88, lid 2, punt a),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van de ontwerp-wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)na overweging 4 worden de volgende overwegingen ingevoegd:
“(4 bis) Daarnaast is het, voor de doeltreffende toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] en overeenkomstig de regels daarvan, noodzakelijk om in Eurodac duidelijk weer te geven dat een verschuiving van verantwoordelijkheid tussen lidstaten heeft plaatsgevonden, ook in geval van herplaatsing. Voorts is het, teneinde recht te doen aan de verplichtingen van de lidstaten om opsporings- en reddingsoperaties uit te voeren en deze lidstaten te helpen bij de specifieke opgaven waarvoor zij zich gesteld zien doordat zij ten aanzien van personen die na dergelijke operaties worden ontscheept, niet dezelfde instrumenten kunnen gebruiken als bij irreguliere grensoverschrijdingen over land of door de lucht, ook noodzakelijk om onderdanen van derde landen en staatlozen die na opsporings- en reddingsoperaties zijn ontscheept als een afzonderlijke categorie in Eurodac te registreren.
(4 ter) Bovendien is het voor de toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] noodzakelijk om te signaleren of een persoon op basis van de bij de screening verrichte veiligheidscontroles een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid lijkt te kunnen vormen.”;
(2)na overweging 5 worden de volgende overwegingen ingevoegd:
“(5 bis) Ook is het noodzakelijk om bepalingen vast te stellen die de werking van dat systeem waarborgen binnen het interoperabiliteitskader dat is ingesteld bij de Verordeningen (EU) 2019/817 en 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad.
(5 ter) Voorts is het noodzakelijk om de bepalingen vast te stellen die de toegang van de nationale eenheden van het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) en van bevoegde visumautoriteiten tot Eurodac regelen overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad.
(5 quater) Evenzo is het voor het beheer van irreguliere migratie noodzakelijk om eu-LISA in staat te stellen systeemoverschrijdende statistieken te genereren op basis van gegevens afkomstig van Eurodac, het Visuminformatiesysteem, Etias en het inreis-uitreissysteem. Voor het specificeren van de inhoud van deze grensoverschrijdende statistieken moeten de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.”;
(3)overweging 6 wordt vervangen door:
“(6) Daartoe is het noodzakelijk om een systeem op te zetten, “Eurodac” genaamd, bestaande uit een centraal systeem en het bij Verordening (EU) 2019/818 ingestelde gemeenschappelijke identiteitsregister, dat een geautomatiseerde centrale gegevensbank van biometrische vingerafdruk - en gezichtsopname gegevens beheert, alsmede uit de elektronische middelen voor doorzending daartussen [d.w.z. tussen het centraal systeem en het gemeenschappelijke identiteitsregister] en de lidstaten (hierna “de communicatie-infrastructuur” genoemd).”;
(4)na overweging 11 wordt de volgende overweging ingevoegd:
‘(11 bis) Daartoe is het ook noodzakelijk om in Eurodac duidelijk aan te geven dat een verzoek om internationale bescherming is afgewezen en de verzoeker geen verblijfsrecht heeft en ook geen toestemming heeft gekregen om te blijven op grond van Verordening (EU) XXX/XXX [asielprocedureverordening].”;
(5)overweging 14 wordt vervangen door:
“(14) Voorts is het, teneinde met Eurodac doeltreffend bij te dragen tot de beheersing van irreguliere migratie en de opsporing van secundaire bewegingen binnen de EU, noodzakelijk om het mogelijk te maken met het systeem naast verzoeken ook verzoekers te tellen door alle gegevens die betrekking hebben op één persoon, ongeacht de categorie van de betrokkene, te koppelen in één cluster.”;
(6)na overweging 24 wordt de volgende overweging ingevoegd:
“(24 bis) Voor de toepassing van deze verordening wordt gememoreerd dat een persoon moet worden geacht illegaal op het grondgebied van de lidstaat van herplaatsing te verblijven, als de betrokkene na herplaatsing niet om internationale bescherming verzoekt of anderszins niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor toegang als omschreven in artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399 of aan andere voorwaarden voor toegang tot of verblijf of vestiging in die lidstaat.”;
(7)na overweging 60 wordt de volgende overweging ingevoegd:
“(60 bis) Deze verordening laat de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad onverlet.”;
(8)Overweging 63 vervalt.
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
(9) artikel 1 wordt vervangen door:
Artikel 1
Doel van “Eurodac”
1. Hierbij wordt een systeem, “Eurodac” geheten, ingesteld dat tot doel heeft:
(a)te helpen bepalen welke lidstaat krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze inbij een lidstaat is ingediendgeregistreerd en tevens de toepassing van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] te vergemakkelijken, zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden;
(b)te helpen bij de toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening], zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden;
(c)te helpen bij de beheersing van illegale irreguliere immigratie naar de Unie en secundaire bewegingen binnen de Unie en bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen met het oog op de vaststelling van door lidstaten te nemen passende maatregelenwaaronder verwijdering en repatriëring van personen zonder verblijfsvergunning;
(d)vast te stellen onder welke voorwaarden de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol) mogen verzoeken om vingerafdruk- en gezichtsopname biometrische of alfanumerieke gegevens te vergelijken met in het centraal systeem opgeslagen gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.;
(e)de correcte identificatie te ondersteunen van personen die in Eurodac zijn geregistreerd onder de voorwaarden respectievelijk voor de doelstellingen van artikel 20 van Verordening (EU) 2019/818 door identiteitsgegevens, reisdocumentgegevens en biometrische gegevens op te slaan in het bij die verordening ingestelde gemeenschappelijke identiteitsregister (CIR);
(f)de doelstellingen te ondersteunen van het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) als ingesteld bij Verordening (EU) 2018/1240;
(g)de doelstellingen te ondersteunen van het Visuminformatiesysteem (VIS) bedoeld in Verordening (EG) nr. 767/2008.
2. Onverminderd de verwerking die de lidstaat van oorsprong kan maken van de voor Eurodac bestemde gegevens in overeenkomstig zijn nationaal recht ingestelde gegevensbestanden, mag de verwerking in Eurodac van vingerafdrukbiometrische gegevens en andere persoonsgegevens uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van de in deze verordening, en in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] en in Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening]artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) nr. 604/2013 vermelde doeleinden.”;
(10) artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
a) aan lid 1, punt b), wordt het volgende punt iv) toegevoegd:
“(iv) in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 14 bis, lid 1, de lidstaat die de persoonsgegevens aan het centraal systeem en het gemeenschappelijke identiteitsregister toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;”;
b) aan lid 1 worden de volgende punten p), q) en r) toegevoegd:
“p)“CIR”: het gemeenschappelijke identiteitsregister als omschreven in artikel 17 van Verordening (EU) 2019/818;
q)“identiteitsgegevens”: de gegevens bedoeld in artikel 12, punten c) tot en met f) en h), artikel 13, lid 2, punten c) tot en met f) en h), artikel 14, lid 2, punten c) tot en met f) en h), en artikel 14 bis, punten c) tot en met f) en h);
r) “gegevensreeks”: de informatie opgeslagen in Eurodac op basis van de artikelen 12, 13, 14 of 14 bis, namelijk één reeks vingerafdrukken van een betrokkende, bestaande uit biometrische gegevens, alfanumerieke gegevens en, indien beschikbaar, een gescande kleurkopie van een identiteits- of reisdocument.”;
(11) artikel 4 wordt vervangen door:
“Artikel 4
Architectuur van het systeem en basisbeginselen
1. Eurodac bestaat uit:
a)een centraal systeem dat is samengesteld uit:
i)een centrale eenheid,
ii)een business-continuity-plan en -systeem;
b)een communicatie-infrastructuur tussen het centraal systeem en de lidstaten, waarmee een beveiligd en versleuteld communicatiekanaal tot stand wordt gebracht voor Eurodac-gegevens (“communicatie-infrastructuur”);
c)het gemeenschappelijke identiteitsregister (CIR) als bedoeld in artikel 17, lid 2, van Verordening 2019/818;
d)een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centraal systeem en de centrale infrastructuur van het Europees zoekportaal, de gezamenlijke dienst voor biometrische matching, het CIR en de detector van meerdere identiteiten ingesteld bij Verordening (EU) 2019/818.
2. Het CIR bevat de gegevens bedoeld in artikel 12, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 13, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 14, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), en artikel 14 bis, punten a) tot en met f), h) en i). De overige Eurodac-gegevens worden opgeslagen in het centraal systeem.
2 3. De communicatie-infrastructuur voor Eurodac maakt gebruik van het bestaande netwerk “Beveiligde trans-Europese diensten voor telematica tussen overheidsdiensten” (TESTA). Op het bestaande virtuele particuliere netwerk van TESTA wordt een afzonderlijk speciaal voor Eurodac bestemd virtueel particulier netwerk ingesteld om te waarborgen dat Eurodac-gegevens logisch gescheiden worden van andere gegevens. Om de vertrouwelijkheid te waarborgen, worden de persoonsgegevens voor verzending naar of van Eurodac versleuteld.
3 4. Elke lidstaat heeft een enkel nationaal toegangspunt. Europol heeft een enkel toegangspunt voor Europol.
4 5. Gegevens over de in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, artikel 14, lid 1, en artikel 14 bis, lid 1, bedoelde personen worden bij het centraal systeem ten behoeve van de lidstaat van oorsprong verwerkt, onder de in deze verordening genoemde voorwaarden en worden afgescheiden met geschikte technische middelen.
6. Alle in Eurodac geregistreerde gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of een staatloze, worden in één cluster gekoppeld. Wanneer een zoekopdracht wordt gestart aan de hand van de vingerafdrukken in de gegevensreeks van een onderdaan van een derde land of een staatloze en een treffer wordt verkregen in ten minste één andere reeks vingerafdrukken in een andere gegevensreeks die betrekking heeft op diezelfde onderdaan van een derde land of staatloze, koppelt Eurodac die gegevensreeksen automatisch op basis van de vergelijking van vingerafdrukken. Zo nodig wordt de vergelijking van vingerafdrukken gecontroleerd en bevestigd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken, overeenkomstig artikel 26. Wanneer de ontvangende lidstaat de treffer bevestigt, verstuurt hij ter bevestiging van de koppeling een kennisgeving naar eu-LISA.
5 7. De regels voor Eurodac zijn eveneens van toepassing op de handelingen die door de lidstaten worden verricht, vanaf het toezenden van de gegevens aan het centraal systeem tot het gebruik van de vergelijkingsresultaten.”;
(12) de volgende artikelen 8 bis, 8 ter, 8 quater en 8 quinquies worden ingevoegd:
“Artikel 8 bis
Interoperabiliteit met Etias
1. Vanaf [de datum van toepassing van deze verordening] is het centraal systeem van Eurodac verbonden met het Europese zoekportaal bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2019/818 om de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2018/1240 mogelijk te maken.
2. De geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2018/1240 maakt de in artikel 20 bedoelde verificaties en de daaropvolgende in de artikelen 22 en 26 van die verordening bedoelde verificaties mogelijk.
Voor het verrichten van de in artikel 20, lid 2, punt k), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde verificaties maakt het centrale Etias-systeem gebruik van het Europese zoekportaal om de gegevens in Etias te vergelijken met de gegevens in Eurodac die zijn verzameld op basis van de artikelen 12, 13, 14 en 14 bis van deze verordening en die betrekking hebben op personen die het grondgebied van de lidstaten hebben verlaten of daarvan zijn verwijderd overeenkomstig een terugkeerbesluit of verwijderingsbevel, zulks met gebruikmaking van de concordantietabel in bijlage II bij deze verordening.
De verificaties doen geen afbreuk aan de specifieke regels van artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1240.
Artikel 8 ter
Voorwaarden voor toegang tot Eurodac voor de handmatige verwerking door nationale Etias-eenheden
1. De raadpleging van Eurodac door de nationale Etias-eenheden geschiedt op basis van dezelfde alfanumerieke gegevens als die welke worden gebruikt voor de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 8 bis.
2. Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, punt f), hebben de nationale Etias-eenheden toegang tot Eurodac en mogen zij dit in een read-onlyformaat raadplegen, voor het onderzoeken van reisautorisatieaanvragen. De nationale Etias-eenheden kunnen met name de in de artikelen 12 tot en met 14 bis van deze verordening bedoelde gegevens raadplegen.
3. Na raadpleging en toegang krachtens de leden 1 en 2 van dit artikel wordt het resultaat van de beoordeling uitsluitend opgeslagen in de Etias-aanvraagdossiers.
Artikel 8 quater
Toegang tot Eurodac door de bevoegde visumautoriteiten
Voor het handmatig verifiëren van de treffers die voortvloeien uit geautomatiseerde zoekopdrachten die overeenkomstig de artikelen [9 bis and 9 quater] van Verordening (EG) nr. 767/2008 door het Visuminformatiesysteem zijn verricht en voor het onderzoeken van en beslissen over visumaanvragen overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad, hebben de bevoegde visumautoriteiten toegang tot Eurodac om gegevens in een read-onlyformaat te raadplegen.
Artikel 8 quinquies
Interoperabiliteit met het Visuminformatiesysteem
Vanaf [de datum van toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX tot wijziging van de VIS-verordening] is overeenkomstig artikel [9] van die verordening Eurodac verbonden met het Europese zoekportaal bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2019/817 om de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel [9 bis] van Verordening (EG) nr. 767/2008 mogelijk te maken met het oog op het doorzoeken van Eurodac en het vergelijken van de relevante gegevens in het Visuminformatiesysteem met de relevante gegevens in Eurodac. De verificaties doen geen afbreuk aan de specifieke regels van artikel 9, punt b), van Verordening (EU) 767/2008.”;
(13) artikel 9 wordt vervangen door:
“Artikel 9
Statistiek
1. Eu-LISA stelt elke maand een statistisch verslag op over de werkzaamheden van het centraal systeem, met met name de volgende informatie:
a)het aantal verzoekers en het aantal eerste verzoekers dat voortvloeit uit de koppeling bedoeld in artikel 4, lid 6;
b)het aantal personen wier verzoek is afgewezen, dat voortvloeit uit de koppeling bedoeld in artikel 4, lid 6, en overeenkomstig artikel 12, punt za),
ac)het aantal toegezonden gegevens over de in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, en artikel 14 bis, punt 1, bedoelde personen;
bd)het aantal in artikel 10, lid 1, bedoelde treffers aangaande personen:
i)voor wiedie nadien in een andere lidstaat een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend is geregistreerd,
ii)die zijn aangehouden in verband met het illegaal overschrijden van een buitengrens, en
iii)en die illegaal in een lidstaat verblevenblijken te verblijven,
iv)die na een opsporings- en reddingsactie zijn ontscheept;
ce)het aantal in artikel 13, lid 1, bedoelde treffers voor personen:
i)voor wiedie nadien een verzoek om internationale bescherminghebben ingediend is geregistreerd;
ii)die zijn aangehouden in verband met het illegaal overschrijden van een buitengrens, en
iii)en die illegaal in een lidstaat verblevenblijken te verblijven;
iv)die na een opsporings- en reddingsactie zijn ontscheept;
df)het aantal in artikel 14, lid 1, bedoelde treffers aangaande personen:
i)voor wiedie nadien in een andere lidstaat een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend is geregistreerd,
ii)die zijn aangehouden in verband met het illegaal overschrijden van een buitengrens, en
iii)en die illegaal in een lidstaat verblevenblijken te verblijven,
iv)die na een opsporings- en reddingsactie zijn ontscheept;
g) het aantal in artikel 14 bis, lid 1, bedoelde treffers aangaande personen:
i)voor wie een verzoek om internationale bescherming is geregistreerd,
ii)die zijn aangehouden in verband met het illegaal overschrijden van een buitengrens,
iii)die illegaal in een lidstaat verbleven,
iv)die na een opsporings- en reddingsactie zijn ontscheept;
eh)het aantal biometrische vingerafdrukgegevens dat het centraal systeem meer dan een keer bij de lidstaten van oorsprong heeft moeten opvragen omdat de eerder toegezonden biometrische vingerafdrukgegevens ongeschikt waren voor vergelijking door het de geautomatiseerde vingerafdruk- en gezichtsopnameherkenningssysteememen;
fi)het aantal gegevensreeksen waarop markering en verwijdering van markering, afscherming en vrijgave is toegepast overeenkomstig artikel 19, leden lid 1, en 3artikel 17, leden1, 2, 3 en 4;
gj)het aantal treffers voor de in artikel 19, leden 1 en 4, bedoelde personen met betrekking tot wie treffers in de zin van de punten b), c) en d) tot en met g) van dit artikel werden vastgesteld;
hk)het aantal in artikel 21, lid 1, bedoelde verzoeken en treffers;
il)het aantal in artikel 22, lid 1, bedoelde verzoeken en treffers;
jm)het aantal verzoeken aangaande de in artikel 31 bedoelde personen;
hn) het aantal treffers in het centraal systeem als bedoeld in artikel 26, lid 6.
2. De maandelijkse statistieken inzake de in lid 1, punten a) tot en met h)n), bedoelde personen worden iedere maand gepubliceerd. Aan het eind van ieder jaar worden door eu-LISA de jaarstatistieken betreffende de in lid 1, punten a) tot en met hn), bedoelde personen gepubliceerd. Deze statistieken omvat een uitsplitsing van de gegevensworden uitgesplitst per lidstaat. De statistieken over de in lid 1, punt c), bedoelde personen worden indien mogelijk uitgesplitst naar geboortejaar en naar geslacht.
3. Ter ondersteuning van de in artikel 1, punt c), genoemde doelstelling stelt eu-LISA maandelijkse systeemoverschrijdende statistieken op. Die statistieken maken het niet mogelijk om personen te identificeren en worden gebaseerd op gegevens afkomstig van Eurodac, het Visuminformatiesysteem, Etias en het inreis-uitreissysteem.
Deze statistieken worden ter beschikking gesteld van de Commissie, [het Asielagentschap van de Europese Unie], het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de lidstaten. De Commissie specificeert door middel van uitvoeringshandelingen de inhoud van de maandelijkse systeemoverschrijdende statistieken. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 41 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
34. Eu-LISA verstrekt de Commissie op verzoek statistische gegevens over specifieke aspecten ten behoeve van onderzoek en analyse, waarbij er geen mogelijkheid is om de gegevens terug te voeren op individuele personen Deze gegevens worden gedeeld met andere agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken indien zij relevant zijn voor de uitvoering van hun taken die verband houden met de toepassing van deze verordening alsook met de statistieken uit hoofde van lid 1 en stelt deze op verzoek ter beschikking van een lidstaat en [het Asielagentschap van de Europese Unie].
5. Eu-LISA slaat de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel bedoelde gegevens, aan de hand waarvan geen personen kunnen worden geïdentificeerd, op ten behoeve van onderzoek en analyse, zodat de in lid 3 van dit artikel bedoelde autoriteiten op maat gesneden verslagen en statistieken kunnen verkrijgen in het in artikel 39 van Verordening (EU) 2019/818 bedoelde centrale register voor rapportage en statistieken.
6. Toegang tot het in artikel 39 van Verordening (EU) 2019/818 bedoelde centrale register voor rapportage en statistieken wordt verleend aan eu-LISA, de Commissie, [het Asielagentschap van de Europese Unie] en de overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818 door elke lidstaat aangewezen autoriteiten. Toegang kan ook worden verleend aan gemachtigde gebruikers van andere agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, indien dit relevant is voor de uitvoering van hun taken.”;
14) artikel 10 wordt vervangen door:
“Artikel 10
Verzamelen en toezenden van biometrische gegevens
1. Elke lidstaat neemt van elke persoon van zes jaar of ouder die om internationale bescherming verzoekt, de biometrische gegevens op tijdens de in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende screening] bedoelde screening of, indien de biometrische gegevens tijdens de screening niet konden worden opgenomen of de verzoeker niet is gescreend, bij de registratie van het verzoek om internationale bescherming als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [asielprocedureverordening]onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopname en zendt deze samen met de in artikel 12, punten c) tot en met p), van deze verordening bedoelde gegevens zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na het opnemen van de biometrische gegevensna de indiening van zijn verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel [21, lid 2,] van Verordening (EU) nr. 604/2013, toe aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval, overeenkomstig artikel 4, lid 2.
Wanneer artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende screening] van toepassing is en de betrokkene tijdens de screening om internationale bescherming verzoekt, gebruikt elke lidstaat voor elke persoon van zes jaar of ouder die om internationale bescherming verzoekt, de biometrische gegevens opgenomen tijdens de screening en zendt deze samen met de gegevens bedoeld in artikel 12, punten c) tot en met p), van deze verordening uiterlijk 72 uur na de registratie van het in artikel 27 van Verordening (EU) XXX/XXX [asielprocedureverordening] bedoelde verzoek, toe aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval, overeenkomstig artikel 4, lid 2.
Niet-inachtneming van de termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevensvingerafdrukken op te nemen en toe te zenden aan het centraal systeemCIR. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw de vingerafdrukken van de verzoeker en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat zij met succes zijn genomen opnieuw toe.
2. Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de persoon die om internationale bescherming verzoekt of van de volksgezondheid niet mogelijk is de vingerafdrukken en gezichtsopnamebiometrische gegevens van een verzoeker om internationale bescherming op te nemen, nemen de lidstaten, in afwijking van lid 1, deze vingerafdrukken en gezichtsopnamebiometrische gegevens op en zenden zij deze toe, zulks zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen.
In geval van ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 1 vermelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.
3. Op verzoek van de betrokken lidstaat mogen ook leden van de Europese grens- en kustwachtteams en asieldeskundigen van de asielondersteuningsteams van de lidstatenvingerafdrukken de biometrische gegevens opnemen en doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in [verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad] en [Verordening (EU) nr. 439/2010](EU) 2019/1896 en Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake het Asielagentschap van de EU].
4. Elke overeenkomstig lid 1 verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 4, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.”;
15) artikel 11 wordt vervangen door:
“Artikel 11
Informatie over de status van de betrokkenen
1. Zodra overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, werkt de lidstaat die de procedures uitvoert om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, zijn krachtens artikel 12 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks over de betrokkene bij door toevoeging van de verantwoordelijke lidstaat.
Wanneer een lidstaat verantwoordelijk wordt omdat er redelijke gronden zijn om de verzoeker als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van die lidstaat te beschouwen overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer], werkt hij zijn krachtens artikel 12 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks over de betrokkene bij door toevoeging van de bevoegde lidstaat.
12. De volgende informatie wordt toegezonden aan het centraal systeem om te worden opgeslagen conform artikel 17, lid 1, met het oog op de doorzending in de zin van de artikelen 15 en 16:
a)wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt of een andere in artikel 21, lid 1,26, lid 1, punten b), c) of d) of e), van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] bedoelde persoon in de verantwoordelijke lidstaat aankomt na een overdracht op grond van een beslissing tot inwilliging van een terugnameverzoek als bedoeld in artikel 2631 van die verordening, werkt de verantwoordelijke lidstaat zijn overeenkomstig artikel 12 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum van aankomst;
b)wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt, in de verantwoordelijke lidstaat aankomt na een overdracht op grond van een beslissing tot inwilliging van een overnameverzoek in de zin van artikel 2430 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer], zendt de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig artikel 12 van deze verordening een opgeslagen gegevensreeks toe betreffende de betrokken persoon en neemt daarin zijn datum van aankomst op;
c)wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt in de lidstaat van toewijzing aankomt overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) […/…], zendt die lidstaat de overeenkomstig artikel 12 van deze verordening opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon toe, met inbegrip van de datum van diens aankomst, en registreert hij dat hij de lidstaat van toewijzing is.
dc)zodra de lidstaat van oorsprong garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 van deze verordening in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit dat of een verwijderingsmaatregel die is uitgevaardigd na de intrekking of de afwijzing van het verzoek om internationale bescherming, werkt hij zijn overeenkomstig artikel 12 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum van de verwijdering of van de datum waarop de persoon het grondgebied heeft verlaten;
e)de lidstaat die overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) nr. 604/2013 de verantwoordelijke lidstaat wordt, werkt zijn overeenkomstig artikel 12 van deze verordening opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon die om internationale bescherming verzoekt bij door toevoeging van de datum waarop de beslissing om het verzoek te behandelen, is genomen.
3. Wanneer de verantwoordelijkheid verschuift naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 27, lid 1, en artikel 58, lid 3, van [Verordening (EU) XXX/ XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer], vermeldt de lidstaat die vaststelt dat de verantwoordelijkheid is verschoven, of de lidstaat van herplaatsing, de verantwoordelijke lidstaat.
4. Indien de leden 1 of 3 van dit artikel of artikel 19, lid 6, van toepassing zijn, stelt het centraal systeem alle lidstaten van oorsprong zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 72 uur, in kennis van de toezending van dergelijke gegevens door een andere lidstaat van oorsprong wanneer gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, artikel 14, lid 1, of artikel 14 bis, lid 1, bedoelde personen een treffer hebben opgeleverd. Die lidstaten van oorsprong werken eveneens de vermelding van de verantwoordelijke lidstaat bij in de desbetreffende gegevensreeksen.”;
16) artikel 12 wordt vervangen door:
“Artikel 12
Opslag van gegevens
Slechts de volgende gegevens worden opgeslagen in het centraal systeem en in het CIR, naargelang het geval:
a)vingerafdrukgegevens;
b) gezichtsopname;
c)achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;
d)nationaliteit(en);
e)geboorteplaats en -datum;
f)geboorteplaats;
fg)lidstaat van oorsprong, plaats en datum van het verzoek om internationale bescherming; in de in artikel 11, lid 2, punt b), bedoelde gevallen is de datum van het verzoek de datum die is ingevoerd door de lidstaat die de verzoeker heeft overgedragen;
gh)geslacht;
hi)indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteits- of reisdocument; de drielettercode van het land van afgifte en geldigheidsduurde uiterste geldigheidsdatum;
j)indien beschikbaar, een gescande kleurkopie van een identiteitsbewijs of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;
ik)referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt;
j)j)uniek nummer van het verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) […/…];
l)de verantwoordelijke lidstaat in de in artikel 11, leden 1, 2 of 3, bedoelde gevallen;
km)lidstaat van toewijzingherplaatsing overeenkomstig artikel 14 ter, lid 111, onder c);
ln)datum waarop de biometrische gegevens zijn vingerafdrukken zijnopgenomen en/of de gezichtsopname is gemaakt;
mo)datum waarop de gegevens zijn toegezonden aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval;
np)gebruikersidentificatie van de operator;
oq)in voorkomend geval overeenkomstigindien toepasselijk in de gevallen bedoeld in artikel 11, lid 2, punt a), de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;
pr)in voorkomend geval overeenkomstigindien toepasselijk in de gevallen bedoeld in artikel 11, lid 2, punt b), de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;
q)in voorkomend geval overeenkomstig artikel 11, onder c), de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;
rs)in voorkomend geval overeenkomstigindien toepasselijk in de gevallen bedoeld in artikel 11, lid 2, punt dc), de datum waarop de betrokkene het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;
t) indien toepasselijk, overeenkomstig de gevallen bedoeld in artikel 14 ter, lid 2, de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;
s)in voorkomend geval overeenkomstig artikel 11, onder e), de datum waarop de beslissing om het verzoek te behandelen, is genomen.
u)indien er aanwijzingen zijn dat een visum is afgegeven aan de verzoeker, de lidstaat die het visum heeft afgegeven dan wel verlengd, of namens welke het visum is afgegeven alsook het nummer van de visumaanvraag;
v)het feit dat de persoon volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende screening] of een onderzoek krachtens artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] een bedreiging voor de binnenlandse orde zou kunnen vormen;
x)indien toepasselijk, het feit dat het verzoek om internationale bescherming is afgewezen en de verzoeker geen verblijfsrecht heeft en ook geen toestemming heeft gekregen om in een lidstaat te blijven krachtens Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer];
z)indien toepasselijk, het feit dat ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend.
2. Een gegevensreeks uit hoofde van lid 1 wordt geacht voor de toepassing van artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818 te zijn gecreëerd, wanneer alle gegevens bedoeld in de punten a) tot en met f) en h) zijn opgeslagen.”;
17) artikel 13 wordt vervangen door:
“Artikel 13
Verzamelen en toezenden van biometrische gegevens
1. Elke lidstaat neemt onverwijld de biometrische gegevens opvingerafdrukken van alle vingers van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het irregulier over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem terug te zenden.
2. De betrokken lidstaat zendt de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze die niet is teruggezonden, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de datum van aanhouding toe aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval:
a)vingerafdrukgegevens;
b)gezichtsopname;
c)achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;
d)nationaliteit(en);
e)geboorteplaats en -datum;
f)geboorteplaats;
fg)lidstaat van oorsprong, plaats en datum van de aanhouding;
gh)geslacht;
hi)indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteitsbewijs of reisdocument; de drielettercode van het land van afgifte en geldigheidsduurde uiterste geldigheidsdatum;
j)indien beschikbaar, een gescande kleurkopie van een identiteitsbewijs of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;
ik)referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt;
jl)datum waarop de biometrische gegevens zijn vingerafdrukken zijnopgenomen en/of de gezichtsopname is gemaakt;
km)datum waarop de gegevens zijn toegezonden aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval;
ln)gebruikersidentificatie van de operator;
mo)indien toepasselijk overeenkomstig lid 6 de datum waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;
p)de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 14 ter, lid 1;
q)indien toepasselijk, het feit dat ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend,
r)het feit dat de persoon volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende screening] een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen.
3. De toezending van de in lid 2 bedoelde gegevens betreffende personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 en die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijven maar die na hun aanhouding in afzondering of bewaring worden gehouden voor een periode van meer dan 72 uur, vindt, in afwijking van lid 2, plaats vóór hun vrijlating uit afzondering of bewaring.
4. Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de vingerafdrukkenbiometrische gegevens op te nemen en toe te zenden aan het centraal systeemCIR. Wanneer het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.
5. Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aangehouden persoon of van de volksgezondheid niet mogelijk is diens vingerafdrukken en gezichtsopnamebiometrische gegevens op te nemen, nemen de lidstaten, in afwijking van lid 1, deze vingerafdrukken en gezichtsopnamebiometrische gegevens op en zenden zij deze toe, zulks zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen.
In geval van ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 vermelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.
6. Zodra de lidstaat van herkomst garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij de overeenkomstig lid 2 over de betrokkene opgeslagen gegevens bij door toevoeging van de datum waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.
7. Op verzoek van de betrokken lidstaat mogen ook leden van de Europese grens- en kustwachtteams en deskundigen van de asielondersteuningsteams vingerafdrukkende biometrische gegevens namens die lidstaat opnemen en doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de RaadVerordening (EU) 2019/1896 en Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake het Asielagentschap van de EU].
8. Elke overeenkomstig lid 1 verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 4, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.
9. Een gegevensreeks uit hoofde van lid 2 wordt geacht voor de toepassing van artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 818/2019 te zijn gecreëerd, wanneer alle gegevens bedoeld in de punten a) tot en met f) en h) zijn opgeslagen.”;
18) artikel 14 wordt vervangen door:
“Artikel 14
Verzamelen en toezenden van biometrische gegevens
1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers en maakt een gezichtsopnamebiometrische gegevens op van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die illegaal op zijn grondgebied verblijftblijkt te verblijven.
2. De betrokken lidstaat zendt de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze die niet is teruggezonden, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur nadat de onderdaan van een derde land of staatloze illegaal blijkt te verblijven, de datum van aanhoudingtoe aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval:
a)vingerafdrukgegevens;
b)gezichtsopname;
c)achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;
d)nationaliteit(en);
e)geboorteplaats en -datum;
f)geboorteplaats;
fg)lidstaat van oorsprong, plaats en datum van de aanhouding;
gh)geslacht;
hi)indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteitsbewijs of reisdocument; de drielettercode van het land van afgifte en geldigheidsduurde uiterste geldigheidsdatum;
j)indien beschikbaar, een gescande kleurkopie van een identiteitsbewijs of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;
ik)referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt;
jl)datum waarop de biometrische gegevens zijn vingerafdrukken zijnopgenomen en/of de gezichtsopname is gemaakt;
km)datum waarop de gegevens zijn toegezonden aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval;
ln)gebruikersidentificatie van de operator;
mo) indien toepasselijk overeenkomstig lid 65 de datum waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;
p)de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 14 ter, lid 1;
q)indien toepasselijk, overeenkomstig de gevallen bedoeld in artikel 14 ter, lid 2, de datum van aankomst van de betrokkene na een succesvolle overdracht;
r)indien toepasselijk, het feit dat ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend;
s)indien toepasselijk, het feit dat de persoon volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende screening] een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen.
3. De vingerafdrukgegevens van een onderdaan van een derde land of een staatloze als bedoeld in lid 1 worden alleen aan het centraal systeem toegezonden ter vergelijking en vergeleken met de vingerafdrukgegevens van personen van wie de vingerafdrukken zijn genomen voor de doeleinden van artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, en artikel 14, lid 1, welke door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in het centraal systeem zijn opgeslagen.
43. Niet-inachtneming van de in lid 32 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de vingerafdrukkenbiometrische gegevens op te nemen en toe te zenden aan het centraal systeemCIR. Wanneer het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn aangehouden zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.
54. Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aangehouden persoon of van de volksgezondheid niet mogelijk is diens vingerafdrukken en gezichtsopnamebiometrische gegevens op te nemen, nemen de lidstaten, in afwijking van lid 1, deze vingerafdrukken en gezichtsopnamebiometrische gegevens op en zenden zij deze toe, zulks zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen.
In geval van ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 vermelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.
65. Zodra de lidstaat van oorsprong garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 13, lid 1, van deze verordeninglid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij zijn overeenkomstig lid 2 van dit artikel opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.
6. Elke overeenkomstig lid 1 verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 4, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.
7. Een gegevensreeks uit hoofde van lid 2 wordt geacht voor de toepassing van artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 818/2019 te zijn gecreëerd, wanneer alle gegevens bedoeld in de punten a) tot en met f) en h) zijn opgeslagen.”;
19) het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd na artikel 14:
“hoofdstuk iv bis
Onderdanen van derde landen of staatlozen die na een opsporings- en reddingsoperatie zijn ontscheept
Artikel 14 bis
Verzamelen en toezenden van biometrische gegevens
1. Elke lidstaat neemt de biometrische gegevens op van elke onderdaan van een derde land of staatloze van zes jaar of ouder die is ontscheept na een opsporings- en reddingsoperatie als bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer].
2. De betrokken lidstaat zendt over elke in lid 1 bedoelde onderdaan van een derde land of staatloze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de datum van ontscheping, de volgende gegevens toe aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval:
a)vingerafdrukgegevens;
b)gezichtsopname;
c)achterna(a)m(en) en voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte en voorheen gebruikte namen, en aliassen, in voorkomend geval afzonderlijk;
d)nationaliteit(en);
e)geboortedatum;
f)geboorteplaats;
g)lidstaat van oorsprong, plaats en datum van de ontscheping;
h)geslacht;
i)indien beschikbaar, soort en nummer van het identiteitsbewijs of reisdocument; drielettercode van het land van afgifte en vervaldatum;
j)indien beschikbaar, een gescande kleurkopie van een identiteitsbewijs of reisdocument samen met een bewijs van de echtheid ervan of, indien deze niet beschikbaar zijn, een ander document dat de identificatie van de onderdaan van een derde land of de staatloze vergemakkelijkt, samen met een bewijs van de echtheid ervan;
k)referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt;
l)datum waarop de biometrische gegevens zijn opgenomen;
m)datum waarop de gegevens zijn toegezonden aan het centraal systeem en aan het CIR, naargelang het geval;
n)gebruikersidentificatie van de operator;
o)indien toepasselijk overeenkomstig lid 6 de datum waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;
p)de lidstaat van herplaatsing overeenkomstig artikel 14 ter, lid 1;
q)indien toepasselijk, het feit dat ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend,
r)het feit dat de persoon volgens de screening bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende screening] een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid zou kunnen vormen.
4. Niet-inachtneming van de in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting de biometrische gegevens op te nemen en toe te zenden aan het CIR. Wanneer het wegens de conditie van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een goede vergelijking in de zin van artikel 26 mogelijk te maken, neemt de lidstaat van herkomst opnieuw vingerafdrukken van de personen die zijn ontscheept zoals beschreven in lid 1 van dit artikel en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat zij met succes opnieuw zijn genomen, opnieuw toe.
5. Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de ontscheepte persoon of van de volksgezondheid niet mogelijk is zijn biometrische gegevens op te nemen, neemt de betrokken lidstaat, in afwijking van lid 1, deze biometrische gegevens op en zendt hij deze toe, zulks zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die gezondheidsredenen zijn weggevallen.
In geval van ernstige technische problemen mogen de lidstaten de in lid 2 vermelde termijn van 72 uur met maximaal 48 uur verlengen om hun nationale continuïteitsplannen uit te voeren.
6. Zodra de lidstaat van herkomst garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 in Eurodac zijn opgeslagen, het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel, werkt hij de overeenkomstig lid 2 over de betrokkene opgeslagen gegevens bij door toevoeging van de datum waarop de persoon is verwijderd of het grondgebied heeft verlaten.
7. Op verzoek van de betrokken lidstaat mogen ook leden van de Europese grens- en kustwachtteams of deskundigen van de asielondersteuningsteams de biometrische gegevens namens die lidstaat opnemen en doorzenden, wanneer zij taken uitvoeren en bevoegdheden uitoefenen overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1896 en Verordening (EU) XXX/XXX [verordening inzake het Asielagentschap van de EU].
8. Elke overeenkomstig lid 1 verzamelde en toegezonden gegevensreeks wordt in een cluster als bedoeld in artikel 4, lid 6, gekoppeld aan andere gegevensreeksen die betrekking hebben op dezelfde onderdaan van een derde land of dezelfde staatloze.
9. Een gegevensreeks uit hoofde van lid 1 wordt geacht voor de toepassing van artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818 te zijn gecreëerd, wanneer alle gegevens bedoeld in de punten a) tot en met f) en h) zijn opgeslagen.”;
20) het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd na artikel 14 bis:
“hoofdstuk iv ter
Informatie over herplaatsing
Artikel 14 ter
Informatie over de herplaatsingsstatus van de betrokkene
1. Zodra de lidstaat van herplaatsing krachtens artikel 57, lid 7, van Verordening (EU) XXX/ XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] verplicht is de betrokken persoon te herplaatsen, werkt de begunstigde lidstaat zijn krachtens artikel 12, 13, 14 of 14 bis van deze verordening opgeslagen gegevensreeks over de betrokken persoon bij door toevoeging van de lidstaat van herplaatsing.
2. Wanneer een persoon in de lidstaat van herplaatsing aankomt nadat de lidstaat van herplaatsing de herplaatsing van de betrokken persoon overeenkomstig artikel 57, lid 7, van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] heeft bevestigd, zendt die lidstaat een overeenkomstig artikel 12 of 14 van deze verordening opgeslagen gegevensreeks betreffende de betrokken persoon toe en neemt daarin diens datum van aankomst op. De gegevensreeks wordt opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, met het oog op de doorzending in de zin van de artikelen 15 en 16.”;
21) artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
a) het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:
“3 bis. Voor de in artikel 14 bis, lid 1, genoemde doeleinden wordt elke gegevensreeks betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze als bedoeld in artikel 14 bis, lid 2, in het centraal systeem en in het CIR, naargelang het geval, bewaard tot vijf jaar na de datum waarop diens biometrische gegevens zijn opgenomen.”;
b) lid 4 wordt vervangen door:
“4). Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 3 bis van dit artikel bedoelde gegevensbewaringstermijnen worden de gegevens over de betrokkenen automatisch verwijderd uit het centraal systeem en uit het CIR, naargelang het geval.”;
22) artikel 19 wordt vervangen door:
“Artikel 19
Markeren en afschermen van gegevens
1. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, punt a), vastgelegde doeleinden markeert de lidstaat van oorsprong die internationale bescherming heeft verleend aan een persoondie om internationale bescherming heeft verzocht en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 12 eerder in het centraal systeem en in het CIR, naargelang het geval, zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, lid 1, ten behoeve van toezendingen op basis van artikel 15 en artikel 16. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van herkomst zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 72 uur, in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van herkomst wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, of artikel 14 bis, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens.
2. Gegevens van personen die internationale bescherming genieten, die in het centraal systeem en in het CIR, naargelang het geval, zijn opgeslagen en overeenkomstig lid 1 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking met het oog op de in artikel 1, lid 1, punt d), vastgelegde doeleinden ter beschikking gesteld voor een periode van drie jaar na de datum waarop aan de betrokkene internationale bescherming is verleend.totdat die gegevens automatisch uit het centraal systeem en het CIR, naargelang het geval, worden verwijderd overeenkomstig artikel 17, lid 4.
Bij een treffer zendt het centraal systeem de in artikel 12, onder b) tot en met s), bedoelde gegevens toe voor alle gegevens die met de treffer overeenkomen. Het centraal systeem zendt niet de in lid 1 van dit artikel bedoelde markering toe. Na afloop van de termijn van drie jaar schermt het centraal systeem de doorgifte van dergelijke gegevens automatisch af bij een verzoek om vergelijking ten behoeve van de in artikel 1, lid 1, vervatte doeleinden, terwijl het deze gegevens ter beschikking houdt voor vergelijking voor de in artikel 1, lid 1, vastgelegde doeleinden totdat zij worden verwijderd. Afgeschermde gegevens worden niet toegezonden en bij een treffer deelt het centraal systeem de verzoekende lidstaat een negatief resultaat mee.
3. De lidstaat van oorsprong verwijdert de markering of gaat over tot de vrijgave van gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie de gegevens overeenkomstig de leden 1 of 2 van dit artikel eerder zijn gemarkeerd of afgeschermd, wanneer zijn status is ingetrokken of beëindigd of de verlenging ervan is geweigerd op grond van artikel 14 of artikel 19 van Richtlijn 2011/95/EUingetrokken krachtens artikel 14 of 20 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening opvangvoorzieningen].
4. Met het oog op de in artikel 1, lid 1, punten a) en c), vastgelegde doeleinden, markeert de lidstaat van oorsprong die een verblijfstitel heeft afgegeven aan een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze van wie de gegevens overeenkomstig artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2, eerder in het centraal systeem en in het CIR, naargelang het geval, zijn opgeslagen, of aan een onderdaan van een derde land of staatloze die na een opsporings- en reddingsactie is ontscheept en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, eerder in het centraal systeem en in het CIR, naargelang het geval, zijn opgeslagen, de relevante gegevens conform de door eu-LISA vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Die markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 17, leden 2, en 3 en 3 bis, met het oog op toezending op basis van de artikelen 15 en 16. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van herkomst zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 72 uur in kennis van de markering van gegevens door een andere lidstaat van herkomst wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 10, lid 1, artikel 13, lid 1, of artikel 14, lid 1, of artikel 14 bis, lid 1, bedoelde personen. Die lidstaten van oorsprong markeren eveneens de desbetreffende gegevens.
5. Gegevens van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen of staatlozen die in het centraal systeem en in het CIR zijn opgeslagen en overeenkomstig lid 4 van dit artikel zijn gemarkeerd, worden voor vergelijking met het oog op de in artikel 1, lid 1, punt d), genoemde doeleinden ter beschikking gesteld totdat die gegevens overeenkomstig artikel 17, lid 4, automatisch uit het centraal systeem en uit het CIR zijn verwijderd.
6. Voor de toepassing van artikel 58, lid 4, van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] registreert de lidstaat van herplaatsing zichzelf na de registratie van de gegevens overeenkomstig artikel 14 ter, lid 2, als de verantwoordelijke lidstaat en voorziet hij die gegevens van de markering die is aangebracht door de lidstaat die bescherming heeft verleend.”,
23) in artikel 21 wordt het volgende lid ingevoegd:
“1 bis. Indien de aangewezen autoriteiten het CIR hebben geraadpleegd overeenkomstig artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818, hebben zij toegang tot Eurodac voor raadpleging onder de in dit artikel vervatte voorwaarden, ingeval het overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818 ontvangen antwoord aangeeft dat Eurodac gegevens bevat die een match opleveren.”,
24) in artikel 22 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:
“1 bis. Indien Europol het CIR heeft geraadpleegd overeenkomstig artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818, hebben zij toegang tot Eurodac voor raadpleging onder de in dit artikel vervatte voorwaarden, ingeval het overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818 ontvangen antwoord aangeeft dat Eurodac gegevens bevat die een match opleveren.”;
25) in artikel 28 wordt het volgende lid ingevoegd:
“3 bis. De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de nationale autoriteiten van elke lidstaat en de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de Unie-organen die bevoegd zijn voor de doeleinden als omschreven in de artikelen 20 en 21 van Verordening (EU) 2019/818, wordt toegang verleend om de in het CIR opgeslagen Eurodac-gegevens te raadplegen. Deze toegang is beperkt tot wat nodig is voor de uitvoering van de taken van deze nationale autoriteiten en organen van de Unie overeenkomstig deze doeleinden en is evenredig met de nagestreefde doelen.”;
26) artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
a) de volgende leden 1 bis en 1 ter worden ingevoegd:
“1 bis. Voor de toepassing van artikel 8 bis registreert eu-LISA alle in Eurodac uitgevoerde gegevensverwerkingsverrichtingen. De registratie van dergelijke verrichtingen omvat onder meer de in het eerste lid bedoelde elementen en de treffers die zijn gegenereerd bij de uitvoering van de geautomatiseerde verwerking bedoeld in artikel 20 van Verordening (EU) 2018/1240.
1 ter. Voor de toepassing van artikel 8 quater registreren de lidstaten en eu-LISA alle in Eurodac en het Visuminformatiesysteem uitgevoerde gegevensverwerkingsverrichtingen overeenkomstig dit artikel en artikel 34 van Verordening (EG) 767/2008.”;
b) lid 3 wordt vervangen door:
“3. Voor de in artikel 1, lid 1, punten a), en b), c), f) en g), genoemde doeleinden neemt elke lidstaat met betrekking tot zijn nationaal systeem de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in de leden 1, 1 bis, 1 ter en 2 van dit artikel bedoelde doelstellingen. Voorts houdt elke lidstaat registers bij van de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen.”;
27) in artikel 39, lid 2, wordt het volgende punt i) ingevoegd:
“i)waar van toepassing, een verwijzing naar het gebruik van het Europese zoekportaal voor het doorzoeken van Eurodac als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818.”;
28) na artikel 40 wordt het volgende hoofdstuk VIII bis ingevoegd:
“HOOFDSTUK VIII bis
WIJZIGINGEN VAN DE VERORDENINGEN (EU) 2018/1240 EN (EU) 2019/818
Artikel 40 bis
Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1240
Verordening (EU) 2018/1240 wordt als volgt gewijzigd:
1) in artikel 11 wordt het volgende lid 6 bis ingevoegd:
“6 bis. Voor het verrichten van de in artikel 20, lid 2, punt k), bedoelde verificaties stelt de in lid 1 van dit artikel bedoelde geautomatiseerde verwerking het centrale Etias-systeem in staat om het bij [Verordening (EU) XXX/XXX] ingestelde Eurodac te raadplegen aan de hand van de volgende gegevens van artikel 17, lid 2, punten a) tot en met d):
a) achternaam (familienaam), achternaam bij geboorte, voornaam(-namen), geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, huidige nationaliteit;
b) andere namen (alias(sen), artiestennaam(-namen), roepnaam(-namen)), indien van toepassing;
c) overige nationaliteiten (indien van toepassing);
d) soort, nummer en land van afgifte van het reisdocument.”;
2) in artikel 25 bis, lid 1, wordt het volgende punt e) ingevoegd:
“e) artikelen 12, 13, 14 en 14 bis van Verordening (EU) XXX/XXX[Eurodac-verordening].”;
3) in artikel 88 wordt lid 6 vervangen door:
“6. De operaties van Etias gaan van start, ongeacht of interoperabiliteit met Eurodac of Ecris-TCN tot stand is gebracht.”;
Artikel 40 ter
Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/818
Verordening (EU) 2019/818 wordt als volgt gewijzigd:
1) in artikel 4 wordt punt 20 vervangen door:
“20). “aangewezen autoriteiten”: de aangewezen lidstatelijke autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 6 van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], artikel 3, lid 1, punt 26, van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad, artikel 4, punt 3 bis, van Verordening (EG) nr. 767/2008 van de Raad, en artikel 3, lid 1, punt 21, van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad;”;
2) in artikel 10, lid 1, wordt de inleidende formule vervangen door:
“Onverminderd artikel 39 van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], de artikelen 12 en 18 van Verordening (EU) 2018/1862, artikel 29 van Verordening (EU) 2019/816 en artikel 40 van Verordening (EU) 2016/794, houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het ESP. In deze logbestanden wordt met name het volgende vermeld:”;
3) artikel 13, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
a) punt b) wordt vervangen door:
“b) de gegevens bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b), en lid 2, van Verordening (EU) 2019/816;”;
b) het volgende punt c) wordt ingevoegd:
“c) de gegevens bedoeld in artikel 12, punten a) en b), artikel 13, lid 2, punten a) en b), artikel 14, lid 2, punten a) en b), en artikel 14 bis, lid 2, punten a) en b), van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening].”;
4). Artikel 14 wordt vervangen door:
“Artikel 14
Doorzoeken van biometrische gegevens met de gezamenlijke dienst voor biometrische matching
Het CIR en het SIS doorzoeken de in het CIR en SIS opgeslagen biometrische gegevens aan de hand van de in de gezamenlijke BMS opgeslagen biometrische templates. Zoekopdrachten aan de hand van biometrische gegevens worden uitgevoerd overeenkomstig de doelstellingen vastgesteld in deze verordening en in de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], (EU) 2018/1860, (EU) 2018/1861, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816.”;
5) De inleidende formule van artikel 16, lid 1, wordt vervangen door:
“Onverminderd artikel 39 van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], artikelen 12 en 18 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 29 van Verordening (EU) 2019/816, houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de gezamenlijke BMS.”;
6) in artikel 18 wordt lid 1 vervangen door:
“1. In het CIR worden de volgende gegevens – logisch gescheiden – opgeslagen per informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn:
a) de gegevens bedoeld in artikel 12, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 13, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), artikel 14, lid 2, punten a) tot en met f), h) en i), en artikel 14 bis, punten a) tot en met f), h) en i), van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening];
b) de gegevens bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b), en lid 2, en de volgende gegevens bedoeld in artikel 5, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/816: achternaam (familienaam), voornaam/-namen, geboortedatum, geboorteplaats (gemeente en land), nationaliteit of nationaliteiten, geslacht, in voorkomend geval vroegere namen, in voorkomend geval pseudoniemen of aliassen, alsook, indien beschikbaar, informatie over reisdocumenten.”;
7) in artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:
“1. De in artikel 18, leden 1, 2, en 2 bis, bedoelde gegevens worden automatisch gewist in het CIR overeenkomstig de bepalingen over de bewaring van gegevens als vastgesteld in Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening] en in Verordening (EU) 2019/816.”;
8) artikel 24 wordt vervangen door:
“Artikel 24
Bijhouden van logbestanden
Onverminderd artikel 39 van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening] en artikel 29 van Verordening (EU) 2019/816 houdt eu-LISA overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen binnen het CIR.”;
9) In artikel 26, lid 1, worden de punten aa), ab), ac) en ad) ingevoegd:
“aa)de autoriteiten die bevoegd zijn voor het beoordelen van een verzoek om internationale bescherming bij de beoordeling van een nieuw verzoek om internationale bescherming;
ab)de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk III van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening] bij de toezending van gegevens aan Eurodac;
ac)de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk IV van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening] bij de toezending van gegevens aan Eurodac;
ad)de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verzamelen van de gegevens bedoeld in hoofdstuk IV bis van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening] bij de toezending van gegevens aan Eurodac;”;
10) artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
a) aan lid 1 wordt het volgende punt aa) toegevoegd:
“aa) een gegevensreeks wordt aan Eurodac toegezonden overeenkomstig de artikelen 10, 13, 14 en 14 bis van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening];”;
b) aan lid 3 wordt het volgende punt aa) toegevoegd:
“aa) achterna(a)m(en), voorna(a)m(en), na(a)m(en) bij geboorte, voorheen gebruikte namen en aliassen, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit(en) en geslacht als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 14 bis van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening];”;
11) in artikel 29, lid 1, wordt het volgende punt aa) ingevoegd:
“aa) de autoriteit die een verzoek om internationale bescherming als bedoeld in Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening] beoordeelt voor treffers die zich voordoen bij de beoordeling van een dergelijk verzoek;”;
12) in artikel 39 wordt lid 2 vervangen door:
“2. Eu-LISA zorgt op zijn technische locaties voor het opstellen, implementeren en hosten van het CRRS, met daarin de door het Unie-informatiesysteem logisch gescheiden gegevens en statistieken als bedoeld in artikel 42, lid 8, van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 32 van Verordening (EU) 2019/816. Toegang tot het CRRS wordt uitsluitend met het oog op het opstellen van rapporten en statistieken verleend aan de in artikel 42, lid 8, van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1862 en artikel 32 van Verordening (EU) 2019/816 bedoelde autoriteiten door middel van een gecontroleerde en beveiligde toegang en specifieke gebruikersprofielen.
13) in artikel 47, lid 3, wordt het volgende nieuwe streepje ingevoegd:
“Personen van wie gegevens in Eurodac zijn opgeslagen, worden overeenkomstig lid 1 in kennis gesteld van de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de toepassing van deze verordening, wanneer een nieuwe gegevensreeks wordt toegezonden aan Eurodac overeenkomstig de artikelen 10, 12, 13, 14 en 14 bis van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening].”;
14) artikel 50 wordt vervangen door:
“Artikel 50
Mededeling van persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties
en particulieren
Onverminderd artikel 31 van Verordening (EG) nr. 767/2008, de artikelen 25 en 26 van Verordening (EU) 2016/794, de artikelen 37 en 38 van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening], artikel 41 van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1240, en het doorzoeken van de Interpol-databanken door het ESP overeenkomstig artikel 9, lid 5, van deze verordening, in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679, worden persoonsgegevens die worden opgeslagen in de interoperabiliteitscomponenten, die worden verwerkt door de interoperabiliteitscomponenten of waartoe deze componenten toegang hebben, niet doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen, internationale organisaties of particuliere partijen.”;
29) Het volgende artikel 41 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 41 bis
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3. Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.”.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] en van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) (programmacluster)
1.3.Het voorstel/initiatief betreft:
◻ een nieuwe actie
◻ een nieuwe actie na een proefproject / voorbereidende actie
⌧ de verlenging van een bestaande actie
◻ de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.4.Doelstelling(en)
1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie
Zoals aangekondigd in de politieke beleidslijnen van voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen wordt het migratiebeleid met de Mededeling over een nieuw migratie- en asielpact (COM(2020) XXX final) op een nieuwe leest geschoeid, om tot een billijke balans te komen tussen de verantwoordelijkheid voor personen die om internationale bescherming in Europa verzoeken en de solidariteit tussen de lidstaten op het gebied van migratiebeheer en asiel. In dit verband stelt de Commissie ook voor om Eurodac verder te versterken.
Bij haar Mededeling over een nieuw migratie- en asielpact (COM(2020)XXX final) presenteert de Commissie tevens een gewijzigd voorstel voor een Verordening betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening betreffende asiel- en migratiebeheer] en van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] voor de identificatie van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land of staatloze en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818. Dit voorstel is gebaseerd op de tekst van het voorlopige akkoord dat de medewetgevers hebben bereikt over het voorstel van 2016 tot herschikking van de Eurodac-verordening en het voegt een nieuwe reeks functies toe aan de databank.
Deze nieuwe functies zouden het mogelijk maken om naast verzoeken om internationale bescherming ook verzoekers te tellen, het interoperabiliteitskader zoals met name vastgesteld bij Verordening (EU) 2019/818 correct ten uitvoer te leggen, het nieuwe voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer (ter hervorming van het voormalige Dublinsysteem) naar behoren te ondersteunen, en te zorgen voor een soepeler koppeling aan terugkeer en een naadloze aansluiting bij het voorstel voor een verordening betreffende screening.
1.4.2.Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)
DG HOME AMP Specifieke doelstelling nr. 1: Het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan
Betrokken ABM/ABB-activiteit(en) Activiteit 11: Grensbeheer.
Specifieke doelstelling nr. 1: functieontwikkeling Eurodac-systeem.
Specifieke doelstelling nr. 2: capaciteitsupgrade Eurodac-databank.
1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Dit voorstel is gebaseerd op het voorlopige akkoord dat de medewetgevers hebben bereikt over het voorstel van 2016 tot herschikking van de Eurodac-verordening.
Het in 2016 gepresenteerde voorstel beoogde lidstaten te helpen ervoor te zorgen dat een verzoek van een persoon om internationale bescherming door slechts één lidstaat wordt behandeld. Dit zou het moeilijker maken om het asielsysteem te misbruiken doordat “asielshopping” in de EU wordt bestreden. Ook beoogde het de lidstaten in staat te stellen irreguliere onderdanen van derde landen die illegaal in de EU verblijven, te identificeren door hun persoonsgegevens op te slaan. Dit zou de lidstaten helpen onderdanen van derde landen van nieuwe identiteitsdocumenten te voorzien, zodat deze kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Door de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken te verlagen tot zes jaar, beoogde het voorstel de identificatie van minderjarigen te ondersteunen en zo nodig bij te dragen tot de opsporing van familieleden ingeval kinderen van hun familie gescheiden zijn geraakt, doordat een lidstaat een onderzoek kan instellen indien uit overeenstemmende vingerafdrukken blijkt dat het kind in een andere lidstaat verblijft. Het voorstel had tevens ten doel de bescherming te verbeteren van niet-begeleide minderjarigen, die niet altijd formeel om internationale bescherming verzoeken en kunnen weglopen uit de zorginstellingen of sociale voorzieningen voor kinderen waar zij zijn ondergebracht. Registratie van minderjarigen uit derde landen in Eurodac draagt ertoe bij dat hun verplaatsingen kunnen worden gevolgd en dat kan worden voorkomen dat zij in misbruiksituaties terechtkomen.
Tijdens de onderhandelingen zijn door de medewetgevers meerdere wijzigingen aangebracht. Zo zijn er twee nieuwe categorieën personen toegevoegd aan Eurodac, namelijk personen die geregistreerd zijn met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] en personen die overeenkomstig een nationale hervestigingsregeling worden toegelaten. Deze toevoegingen hebben ten doel de lidstaten te helpen de hervestigingsverordening correct ten uitvoer te leggen. Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] zijn dit twee van de gronden om toelating krachtens deze verordening te weigeren; als dergelijke gegevens niet in Eurodac zouden worden opgeslagen, zou een lidstaat die een toelatingsprocedure met het oog op hervestiging voert, bilateraal met alle andere lidstaten moeten nagaan of de betrokken persoon zich in een van beide situaties heeft bevonden. De medewetgevers hebben ook wijzigingen ingevoerd die de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsinstanties vergemakkelijken door deze in staat te stellen daarin te zoeken aan de hand van alfanumerieke gegevens. Ook hebben zij de nodige bepalingen ingevoerd om de gescande kleurkopieën van identiteits- of reisdocumenten in Eurodac op te slaan. Deze bepalingen hadden ten doel terugkeer te vergemakkelijken.
Dit alles in aanmerking nemend en daarop voortbouwend, zal het huidige voorstel het systeem ingrijpend veranderen, zodat (eerste) verzoekers om internationale bescherming kunnen worden geteld. De lidstaten en de EU zullen hiermee hun voordeel doen: het is een eerste stap om niet-toegestane verplaatsingen in kaart te brengen en te zorgen voor een passende beleidsrespons op dit verschijnsel. Bovendien zullen nieuwe bepalingen zorgen voor samenhang met het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer (ter hervorming van het voormalige Dublinsysteem). Dit voorstel voorziet in een verantwoordelijkheidscriterium voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming ingeval dit verzoek is geregistreerd nadat de betrokkene na een opsporings- en reddingsactie is ontscheept (krachtens de huidige regels vallen dergelijke personen onder het criterium van de irreguliere binnenkomst). Hoewel de verantwoordelijkheidsregels voor deze nieuwe categorie gelijk zijn aan de regels voor personen die op irreguliere wijze binnenkomen, is het onderscheid relevant; de lidstaten van ontscheping krijgen namelijk te maken met specifieke uitdagingen, aangezien zij in het geval van SAR-ontschepingen niet dezelfde instrumenten kunnen gebruiken als bij irreguliere grensoverschrijdingen over land of door de lucht. Derhalve is er in Eurodac een afzonderlijke categorie voor deze personen nodig, zodat zij niet hoeven te worden geregistreerd als personen die de grens op irreguliere wijze hebben overschreden (zoals momenteel het geval is). De verschuiving van de verantwoordelijkheid tussen lidstaten zal ook duidelijk tot uiting komen in Eurodac, hetgeen de asielprocedures bespoedigt. De veiligheidswaarschuwing na de nieuwe screeningprocedure zal de toepassing van de hervestigingsvoorschriften ook vergemakkelijken, aangezien personen die een bedreiging voor de veiligheid vormen, van herplaatsing worden uitgesloten. Evenzo vergemakkelijkt de invoering van een veld voor het vermelden van de lidstaat die een visum voor een verzoeker heeft afgegeven dan wel verlengd, of namens welke het visum is afgegeven, alsook het nummer van de visumaanvraag, voor deze lidstaten/geassocieerde landen de toepassing van de verantwoordelijkheidscriteria waarvoor de VIS-verordening niet bindend is, maar de afgifte van een visum wel gevolgen heeft. Door al deze elementen duidelijk in Eurodac weer te geven, zullen de lidstaten derhalve profiteren van een sneller asielproces in bredere zin. Ten slotte zorgt het nieuwe voorstel voor een naadloze aansluiting bij de screening, door een aanpassing van de uiterste termijnen en een soepeler koppeling aan terugkeer doordat wordt weergegeven of een verzoek is afgewezen en de persoon geen verblijfsrecht heeft en of er ondersteuning bij vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR) is verleend.
Het huidige voorstel omvat ook een reeks wijzigingen die voortvloeien uit het interoperabiliteitskader, waaronder wijzigingen van de interoperabiliteitsverordening. De nodige juridische en financiële verantwoording voor deze wijzigingen is opgenomen in de juridische en financiële verklaring inzake interoperabiliteit en valt als zodanig buiten het bestek van dit document.
1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren
Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.
Bij de opwaardering van het centraal systeem, onder meer met het oog op de uitvoering van het interoperabiliteitskader
Nadat het ontwerpvoorstel is goedgekeurd en de technische specificaties zijn vastgesteld, wordt het centraal systeem van Eurodac opgewaardeerd wat betreft capaciteit en bandbreedte voor de toezending van gegevens door de nationale toegangspunten van de lidstaten. Het projectmanagement voor de opwaardering van het centraal systeem en de nationale systemen wordt op EU-niveau gecoördineerd door eu-LISA en de integratie van de nationale uniforme interface wordt op nationaal niveau uitgevoerd door de lidstaten.
Specifieke doelstelling: Operationeel wanneer de nieuwe verordening betreffende asiel- en migratiebeheer (ter hervorming van het voormalige Dublinsysteem) van kracht wordt.
Indicator: om het systeem te laten werken, moet eu-LISA verklaren dat een uitgebreide test van het centraal systeem van Eurodac, die eu-LISA samen met de lidstaten zal uitvoeren, succesvol is afgerond.
Wanneer het nieuwe centraal systeem eenmaal operationeel is (artikel 42 van het oorspronkelijke voorstel van 2016 zoals voorlopig overeengekomen door de medewetgevers)
Wanneer het Eurodac-systeem eenmaal operationeel is, zorgt eu-LISA ervoor dat er systemen aanwezig zijn om de werking ervan te toetsen aan de doelstellingen. Aan het eind van ieder jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de activiteiten van het centraal systeem, daaronder begrepen de technische werking en de beveiliging ervan. Het jaarverslag bevat informatie over het beheer en de resultaten van Eurodac, in het licht van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de doelstellingen ervan.
Binnen drie jaar na de vaststelling verricht eu-LISA een studie naar de technische haalbaarheid van de toevoeging van gezichtsherkenningssoftware aan het centraal systeem, waarmee betrouwbare en nauwkeurige resultaten kunnen worden verkregen bij de vergelijking van gezichtsopnamen.
Binnen zeven jaar na de vaststelling en vervolgens om de vier jaar stelt de Commissie een algehele evaluatie van Eurodac op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen, de impact op de grondrechten wordt onderzocht, wordt nagegaan of de toegang met het oog op rechtshandhaving heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen op wie deze verordening betrekking heeft, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn; daarbij worden ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen gedaan. De Commissie legt de verslagen over deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.
Elke lidstaat en Europol stellen jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de vergelijking van vingerafdrukgegevens met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, waarin gegevens en statistieken zijn opgenomen over het aantal ingediende verzoeken en het aantal verkregen treffers.
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
1) Bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming krachtens het nieuwe voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer;
2) de identiteit controleren van onderdanen van derde landen die irregulier de EU binnenkomen of daar irregulier verblijven, met het oog op het regelen van nieuwe documenten en terugkeer;
3) helpen identificeren van kwetsbare onderdanen van derde landen, zoals minderjarigen, die vaak slachtoffer worden van mensensmokkelaars.
4) de strijd tegen internationale criminaliteit, terrorisme en andere veiligheidsdreigingen intensiveren;
4) helpen bij de toepassing van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] door de toepassing van de uitsluitingsgronden te vereenvoudigen (als uitgelegd in punt 1.4.3);
5) helpen niet-toegestane verplaatsingen in kaart te brengen door naast verzoeken ook (eerste) verzoekers te tellen;
6) de doeltreffende uitvoering van het interoperabiliteitskader (met inbegrip van wijzigingen van de interoperabiliteitsverordening) ondersteunen en aldus ook de doelstellingen van het Visuminformatiesysteem (VIS) en het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) helpen verwezenlijken. Wat het VIS betreft, hebben de bevoegde visumautoriteiten toegang tot Eurodac om gegevens in een read-onlyformaat te raadplegen; dit levert gegevens op die kunnen worden gebruikt bij het onderzoeken van en beslissen over visum. Met betrekking tot Etias, zullen specifieke bepalingen in de Eurodac-verordening het mogelijk maken om de gegevens in Etias te vergelijken met de gegevens in Eurodac, zodat de in artikel 20 van de Etias-verordening bedoelde verificaties kunnen worden verricht. Voorts hebben de nationale Etias-eenheden toegang tot Eurodac en mogen zij Eurodac in een read-onlyformaat raadplegen, voor het onderzoeken van reisautorisatieaanvragen.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.
Redenen voor maatregelen op Europees niveau (ex ante)
Geen enkele lidstaat kan irreguliere migratie en niet-toegestane verplaatsingen alleen aanpakken of alle in de EU ingediende asielverzoeken behandelen. Zoals in de EU al jarenlang wordt geconstateerd, kan iemand via de buitengrenzen de EU binnenkomen zonder zich te melden aan een officiële grensdoorlaatpost. Dat is met name gebleken in 2014-2015, toen meer dan een miljoen irreguliere migranten via het centrale en het oostelijke Middellandse Zeegebied de EU binnenkwam. Ook is er sinds 2015 sprake van mensen die vanuit landen aan de buitengrenzen verder trekken naar andere lidstaten. Het toezicht op de naleving van de EU-regels en -procedures, zoals de procedure voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, kan niet worden uitgeoefend door de lidstaten alleen. In een ruimte zonder binnengrenzen moet gezamenlijk actie worden ondernomen tegen irreguliere migratie. Gelet op het bovenstaande is de EU beter dan de lidstaten in staat passende maatregelen te nemen.
Elk voor zich kunnen de lidstaten evenmin de uitsluitingsgronden van Verordening (EU) XXX/XXX [hervestigingsverordening] doelmatig toepassen.
Het gebruik van de drie bestaande grootschalige IT-systemen van de EU (SIS, VIS en Eurodac) levert het grensbeheer voordelen op. Betere informatie over grensoverschrijdingen van onderdanen van derde landen op EU-niveau zou het beter mogelijk maken het EU-migratiebeleid op basis van feitelijke informatie te ontwikkelen en aan te passen. In dit verband moest ook de Eurodac-verordening worden gewijzigd om er een extra doelstelling aan toe te voegen, namelijk de toegang tot Eurodac mogelijk maken voor het beheersen van irreguliere migratie naar de EU en niet-toegestane verplaatsingen van irreguliere migranten in de EU (voorstel van 2016). Dit doel kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt, omdat een dergelijke wijziging alleen door de Commissie kan worden voorgesteld. Evenzo kunnen de wijzigingen die nodig zijn voor de doeltreffende uitvoering van het interoperabiliteitskader alleen door de Commissie worden voorgesteld.
Verwachte toegevoegde waarde van de Unie (ex post)
De Eurodac-verordening zal naar verwachting op verschillende niveaus een toegevoegde waarde hebben. Ten eerste wordt Eurodac geacht te zorgen voor de doeltreffende en snelle toepassing van de regels in het voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer (het vroegere Dublinsysteem) door een duidelijke markering van de noodzakelijke informatie, zoals de verschuiving van verantwoordelijkheid van de ene lidstaat naar de andere, de gegevens inzake herplaatsing en de gegevens die van belang zijn voor het bepalen van de verantwoordelijkheid. Ten tweede wordt Eurodac geacht te zorgen voor betere ondersteuning van de beheersing van irreguliere migratie en de opsporing van niet-toegestane verplaatsingen, onder meer door naast het aantal verzoeken ook het aantal verzoekers om internationale bescherming te tellen. Ten derde wordt Eurodac geacht voor een doeltreffende toepassing van de hervestigingsverordening te zorgen door informatie te verstrekken die nodig is voor de beoordeling die wordt verricht in het kader van de toelatingsprocedure. Als dergelijke informatie niet in Eurodac is opgenomen, moet de lidstaat die de toelatingsprocedure in kwestie uitvoert deze verkrijgen door bilateraal contact op te nemen met alle andere lidstaten. Ten vierde wordt de nieuwe verordening geacht de werking van Eurodac in het interoperabiliteitskader te waarborgen, aangezien voor een aantal van de bepalingen in de interoperabiliteitsverordeningen de juiste overeenkomstige bepalingen moeten worden opgenomen in de rechtshandelingen betreffende de interoperationele databanken. Ten slotte wordt Eurodac geacht terugkeer te vergemakkelijken en voor een naadloze aansluiting met de screening te zorgen.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
De belangrijkste lessen die zijn getrokken uit de upgrade van het centraal systeem na de goedkeuring van de herschikking van de Eurodac-verordening, waren dat het belangrijk is in een vroeg stadium het projectbeheer door de lidstaten te regelen en voor de upgrade van de nationale verbindingen mijlpalen vast te stellen. Hoewel eu-LISA een strikt schema voor het projectbeheer had opgezet bij de upgrade van zowel het centraal systeem als de nationale verbindingen met de lidstaten, waren enkele lidstaten op 20 juli 2015 (twee jaar na de goedkeuring van de verordening) nog niet, of slechts gebrekkig, op het centraal systeem aangesloten.
In een na de upgrade van het centraal systeem in 2015 gehouden workshop over de opgedane ervaringen signaleerden de lidstaten dat voor de volgende upgrade van het centraal systeem in een uitrolfase moest worden voorzien om ervoor te zorgen dat alle lidstaten tijdig klaar zouden zijn voor de aansluiting op het centraal systeem.
Voor de lidstaten die in 2015 te laat klaar waren voor de verbinding met het centraal systeem werden alternatieve oplossingen gevonden. Zo moest eu-LISA een voorziening voor het nationale toegangspunt en de toezending van vingerafdrukgegevens (het zogeheten NAP/FIT), die het agentschap voor het testen van simulaties had gebruikt, uitlenen aan een lidstaat die kort na de goedkeuring van de Eurodac-verordening de nodige financiering voor de aanbesteding nog niet rond had. Twee andere lidstaten moesten voor hun verbinding een geïmproviseerde oplossing gebruiken, totdat zij de aangeschafte NAP/FIT-oplossing konden installeren.
Eu-LISA sloot een raamcontract met een dienstverlener voor het ontwikkelen van functies en onderhoudsdiensten voor Eurodac. Veel lidstaten gebruikten dit raamcontract voor de aanschaf van een gestandaardiseerde NAP/FIT-oplossing, hetgeen tijd en geld uitspaarde doordat er geen nationale aanbestedingsprocedures hoefden te worden gehouden. Een soortgelijk raamcontract zou ook voor de komende upgrade moeten worden overwogen.
1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Dit voorstel moet worden gezien in het kader van de voortgaande ontwikkeling van de Dublinverordening, die volgens de voorstellen wordt vervangen door een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer, de mededeling van de Commissie over een nieuw migratie- en asielpact (COM(2020) XXX final) en de mededeling van de Commissie “Krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid”, alsmede in samenhang met ISF-Grenzen, als onderdeel van het meerjarig financieel kader en de oprichtingsverordening van eu-LISA.
Binnen de Commissie is DG HOME het voor de instelling van Eurodac verantwoordelijke directoraat-generaal.
1.6.Duur en financiële gevolgen
◻ beperkte geldigheidsduur
–◻
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–◻
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
⌧ onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een ontwikkelingsfase gedurende de eerste drie jaar na vaststelling,
–gevolgd door de inwerkingtreding en het onderhoud.
1.7.Beheersvorm(en)
◻ Direct beheer door de Commissie
–◻ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–◻
door de uitvoerende agentschappen
◻ Gedeeld beheer met lidstaten
⌧ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
–◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;
–◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);
–◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;
–⌧ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;
–◻ publiekrechtelijke organen;
–◻ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;
–◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;
–◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.
–Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.
Opmerkingen
De Commissie is verantwoordelijk voor het algehele beheer van de maatregel en eu-LISA is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, de werking en het onderhoud van het systeem.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Vermeld frequentie en voorwaarden.
De regels betreffende het toezicht op en de evaluatie van het Eurodac-systeem zijn opgenomen in artikel 42 van het oorspronkelijke voorstel van 2016:
Jaarverslag: toezicht en evaluatie
1. Eu-LISA legt aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming jaarlijks een verslag voor over de activiteiten van het centraal systeem, met inbegrip van de technische werking en de beveiliging ervan. Het jaarverslag bevat informatie over het beheer en de resultaten van Eurodac, in het licht van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de in lid 2 bedoelde doelstellingen.
2. Eu-LISA draagt er zorg voor dat er procedures beschikbaar zijn om de werking van het centraal systeem op het gebied van resultaten, kosteneffectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening te toetsen aan de doelstellingen.
3. Met het oog op het technische onderhoud en de opstelling van verslagen en statistieken heeft eu-LISA toegang tot de vereiste informatie over de in het centraal systeem verrichte verwerkingshandelingen.
3a.
Binnen drie jaar na de vaststelling verricht eu-LISA een studie naar de technische haalbaarheid van de toevoeging van gezichtsherkenningssoftware aan het centraal systeem met het oog op de vergelijking van gezichtsopnamen. Die studie evalueert de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de resultaten die gezichtsherkenningssoftware oplevert met het oog op de doeleinden van Eurodac en doet aanbevelingen voordat in het centraal systeem gezichtsherkenningstechnologie wordt ingevoerd.
4. Binnen zeven jaar na de vaststelling en vervolgens om de vier jaar stelt de Commissie een algehele evaluatie van Eurodac op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen, de impact op de grondrechten wordt onderzocht, wordt nagegaan of de toegang met het oog op rechtshandhaving heeft geleid tot indirecte discriminatie van personen op wie deze verordening betrekking heeft, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn; daarbij worden ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen gedaan. De Commissie legt de verslagen over deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.
5. De lidstaten verstrekken eu-LISA en de Commissie de informatie die nodig is om het in lid 1 bedoelde jaarverslag op te stellen.
6. Eu-LISA, de lidstaten en Europol verstrekken de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 4 bedoelde algehele evaluatie op te stellen. Deze informatie brengt de werkmethoden niet in gevaar en bevat geen informatie waardoor bronnen, namen van personeelsleden of onderzoeken van de aangewezen autoriteiten worden onthuld.
7. Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de bepalingen van nationaal recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de vergelijking van vingerafdrukgegevens met Eurodac-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, waarin gegevens en statistieken zijn opgenomen over:
—
het exacte doel van de vergelijking, met inbegrip van het soort terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit,
—
de aangevoerde redenen voor gegronde verdenking,
—
de gegronde redenen om geen vergelijking met andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ uit te voeren, overeenkomstig artikel 32, lid 1, van deze verordening,
—
het aantal verzoeken om vergelijkingen,
—
het aantal en het soort van gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties, en
—
de noodzaak en het gebruik van uitzonderlijke dringende gevallen, met inbegrip van de gevallen waarin dat dringend karakter door de controlerende autoriteit niet werd aanvaard bij de verificatie achteraf.
De lidstaten en Europol zenden de Commissie hun jaarlijkse verslagen toe vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
8. Op basis van deze jaarlijkse verslagen van de lidstaten en Europol als voorzien in lid 7 en in aanvulling op de in lid 4 voorziene algemene beoordeling stelt de Commissie een jaarverslag op over de toegang tot Eurodac met het oog op rechtshandhaving en doet zij dit toekomen aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Eu-LISA moet een expertisecentrum worden op het gebied van de ontwikkeling en het beheer van grootschalige IT-systemen. Het agentschap verricht de activiteiten in verband met de ontwikkeling/upgrade en de operaties van het centraal systeem van Eurodac.
Wettelijke vaststelling en ontwikkeling
Na de vaststelling van het ontwerp-voorstel/uitvoeringshandelingen en de vaststelling van de technische specificaties wordt het centraal systeem van Eurodac geüpgraded. Tijdens de ontwikkelingsfase zullen alle ontwikkelingsactiviteiten worden uitgevoerd door eu-LISA. Het agentschap zal het projectbeheer in verband met het upgraden van het centraal systeem en de nationale systemen op EU-niveau coördineren en de door de lidstaten verrichte integratie van de nationale uniforme interface op nationaal niveau coördineren.
Inwerkingtreding
Voordat het systeem in werking wordt gesteld, moet eu-LISA verklaren dat een uitgebreide test van het centraal systeem van Eurodac, die eu-LISA samen met de lidstaten zal uitvoeren, succesvol is afgerond.
Activiteiten
Gedurende de operationele fase draagt eu-LISA zorg voor het technisch onderhoud van het systeem en toetst het de werking van het systeem aan de doelstellingen. Aan het eind van ieder jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de activiteiten van het centraal systeem, met betrouwbare en zorgvuldige resultaten.
2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken
De volgende risicofactoren zijn vastgesteld:
1) Eu-LISA kan problemen ondervinden bij het beheer van de ontwikkeling en integratie van dit systeem doordat tegelijkertijd wordt gewerkt aan de ontwikkeling van andere, meer gecompliceerde systemen (inreis-uitreissysteem, geautomatiseerd identificatiesysteem voor vingerafdrukken voor SIS II, VIS enz.).
2) Na de upgrade moet Eurodac worden geïntegreerd met de nationale IT-systemen, die alle volledig moeten worden aangepast aan de eisen van het centraal systeem. De besprekingen met de lidstaten om tot uniformiteit te komen bij het gebruik van het systeem kunnen leiden tot vertragingen bij de ontwikkeling.
Bovenstaande risico’s gaan gepaard met typische projectrisico’s:
1. het risico dat de termijn voor de afronding van het project wordt overschreden;
2. het risico dat de begroting voor de afronding van het project wordt overschreden;
3. het risico dat het project slechts gedeeltelijk wordt voltooid.
Het eerste risico is het belangrijkste omdat kosten doorgaans tijdsgebonden zijn (personeelskosten, jaarlijks verschuldigde licentiekosten enz.) en vertraging de kosten opdrijft.
Deze risico’s kunnen worden beperkt aan de hand van technieken voor projectbeheer, onder meer door in de ontwikkelingsprojecten en op het vlak van personeel te zorgen voor voldoende ruimte om pieken in het werk op te vangen. De projectinspanning wordt namelijk meestal geraamd uitgaande van een gelijkelijk over de tijd gespreide werklast, terwijl deze in de werkelijkheid meestal schommelingen vertoont, die worden opgevangen door meer middelen toe te wijzen.
Het werken met een externe contractant bij deze ontwikkelingstaak houdt verscheidene risico’s in:
1. met name het risico dat de contractant onvoldoende middelen uittrekt voor het project of een systeem ontwerpt en ontwikkelt dat niet geavanceerd is;
2. het risico dat de contractant de administratieve technieken en methoden voor grootschalige IT-projecten niet geheel in acht neemt om de kosten te drukken;
3. ten slotte het risico dat de contractant in financiële moeilijkheden komt door factoren die los staan van dit project.
Deze risico’s worden beperkt door de opdrachten te gunnen op basis van solide kwaliteitscriteria, de referenties van de contractanten te controleren en nauw contact met hen te onderhouden. Ten slotte kunnen voor het uiterste geval strenge sanctie- en contractbeëindigingsclausules worden bedongen en zo nodig toegepast.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
Eu-LISA moet een expertisecentrum worden op het gebied van de ontwikkeling en het beheer van grootschalige IT-systemen. Het agentschap verricht de activiteiten in verband met de ontwikkeling/upgrade en de operaties van het centraal systeem van Eurodac.
De rekeningen van het agentschap worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Rekenkamer en aan de kwijtingsprocedure onderworpen. De interne auditdienst van de Commissie zal de audits uitvoeren in samenwerking met de interne auditor van het agentschap.
De Commissie rapporteert over de verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen. Volgens het jaarlijks activiteitenverslag 2018 van DG HOME bedroeg die verhouding 0,31 % voor entiteiten belast met indirect beheer en gedecentraliseerde agentschappen, waaronder eu-LISA. Het agentschap rapporteert niet afzonderlijk over deze indicator. Eu-LISA heeft een goedkeurend auditoordeel ontvangen over zijn jaarrekening 2017, wat betekent dat het foutenpercentage minder dan 2 % bedroeg. Er zijn geen aanwijzingen dat het foutenpercentage de komende jaren zal stijgen.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.
De fraudebestrijdingsmaatregelen staan in artikel 50 van Verordening (EU) 2018/1726 en houden het navolgende in.
1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten zijn Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (EU) 2017/1939 van toepassing.
2. Het agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken die worden verricht door OLAF en stelt op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord onmiddellijk passende regels op die op alle personeelsleden van het agentschap van toepassing zijn.
3. De Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het agentschap EU-middelen hebben ontvangen, audits te verrichten, zowel op basis van documenten als ter plaatse.
4. OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad onderzoeken instellen, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een door het agentschap gefinancierde subsidie of overeenkomst, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.
5. Onverminderd de leden 1, 2, 3 en 4 bevatten contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het agentschap bepalingen die de Rekenkamer, OLAF en het EOM uitdrukkelijk machtigen om dergelijke controles en onderzoeken te verrichten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.
De strategie voor fraudepreventie en -opsporing van DG HOME zal van toepassing zijn.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek van het meerjarig financieel kader en voorgesteld(e) nieuw(e) begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort krediet
|
Bijdrage
|
|
|
Rubriek 4: Migratie en grensbeheer
Hoofdstuk 11: Grensbeheer
|
GK/ NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten
|
van derde landen
|
in de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement
|
|
4
|
11.1002 – Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (“eu-LISA”)
|
Verschil
|
NEE
|
NEE
|
JA*
|
NEE
|
* Eu-LISA ontvangt bijdragen van de niet-EU-landen die bij het Schengenakkoord zijn betrokken (NO, IS, CH, LI).
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
11
|
Grensbeheer
|
|
Eu-LISA
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
Titel 1: Personeelsuitgaven
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
2,100
|
|
|
Betalingen
|
(1b)
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
2,100
|
|
Titel 2: Infrastructuur- en operationele uitgaven
|
Vastleggingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Titel 3: Operationele uitgaven*
|
Vastleggingen
|
(3a)
|
13,700
|
21,030
|
14,870
|
5,500
|
5,500
|
5,500
|
5,500
|
71,600
|
|
|
Betalingen
|
(3b)
|
13,700
|
21,030
|
14,870
|
5,500
|
5,500
|
5,500
|
5,500
|
71,600
|
|
TOTAAL kredieten
voor eu-LISA
|
Vastleggingen
|
=1a+2a+3a
|
14,000
|
21,330
|
15,170
|
5,800
|
5,800
|
5,800
|
5,800
|
73,700
|
|
|
Betalingen
|
=1b+2b+3b
|
14,000
|
21,330
|
15,170
|
5,800
|
5,800
|
5,800
|
5,800
|
73,700
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
7
|
Europees openbaar bestuur
|
Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de
bijlage bij het financieel memorandum
, te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG HOME Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
Personele middelen
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
3,150
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
3,150
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
TOTAAL kredieten voor alle
RUBRIEKEN van het
meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
14,450
|
21,780
|
15,620
|
6,250
|
6,250
|
6,250
|
6,250
|
76,850
|
|
|
Betalingen
|
14,450
|
21,780
|
15,620
|
6,250
|
6,250
|
6,250
|
6,250
|
76,850
|
Er zijn geen met Europol verband houdende kosten, aangezien de kosten van het toegangspunt van Europol door Europol worden gedragen.
3.2.2.Geraamde gevolgen voor de kredieten van eu-LISA – output-tabel
–◻
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–⌧
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1: functieontwikkeling Eurodac-systeem.
|
|
- Output
|
Contractant
|
|
|
0,130
|
|
0,670
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
-
|
0,800
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
-
|
0,130
|
-
|
0,670
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
0,800
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2: capaciteitsupgrade Eurodac-databank.
|
|
- Output
|
Hardware, software
|
|
|
7,870
|
|
11,260
|
|
8,870
|
|
|
|
|
|
|
|
|
-
|
28,000
|
|
- Output
|
Onderhoud
|
|
|
3,400
|
|
3,500
|
|
2,700
|
|
2,400
|
|
2,400
|
|
2,400
|
|
2,400
|
-
|
19,200
|
|
- Output
|
Projecten + ontwikkelingen
|
|
|
0,800
|
|
0,800
|
|
0,800
|
|
1,000
|
|
1,000
|
|
1,000
|
|
1,000
|
-
|
6,400
|
|
- Output
|
Hervestigingen
|
|
|
0,400
|
|
0,500
|
|
0,100
|
|
|
|
|
|
|
|
|
-
|
1,000
|
|
- Output
|
Alfanumerieke zoekopdrachten
|
|
|
1,000
|
|
1,000
|
|
0,500
|
|
|
|
|
|
|
|
|
-
|
2,500
|
|
- Output
|
Paspoortkopieën
|
|
|
0,100
|
|
0,300
|
|
0,100
|
|
|
|
|
|
|
|
|
-
|
0,500
|
|
- Output
|
Eurodac gezichtsherkenning
|
|
|
|
|
3,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
-
|
3,000
|
|
- Output
|
Eurodac aanvullend onderhoud (hardware/software/actief.actief)
|
|
|
|
|
|
|
1,800
|
|
2,100
|
|
2,100
|
|
2,100
|
|
2,100
|
-
|
10,200
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
20,360
|
|
14,870
|
|
5,500
|
|
5,500
|
|
5,500
|
|
5,500
|
-
|
70 800
|
|
TOTAAL voor doelstellingen 1 en 2
|
|
|
|
21,030
|
|
14,870
|
|
5,500
|
|
5,500
|
|
5,500
|
|
5,500
|
-
|
71,600
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
(1)Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
(2)Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
3,150
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
3,150
|
|
Buiten RUBRIEK 7
of the multiannual financial framework
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal
buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL DG HOME
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
0,450
|
3,150
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften
(1)Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
(2)Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in voltijdequivalenten
|
Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
Zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
|
Delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderzoek
|
|
|
|
|
|
|
|
|
• Extern personeel in voltijdsequivalenten (VTE) — AC, AL, END, INT en JPD
Rubriek 7
|
|
Gefinancierd uit RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
– zetel
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
– delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gefinancierd uit het budget van het programma
|
– zetel
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
– delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderzoek
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere (specificeren)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL DG HOME
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
3
|
Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
Diverse taken in verband met Eurodac, o.a. in de context van het advies van de Commissie over het jaarlijks werkprogramma en het toezicht op de uitvoering daarvan, de supervisie over het opstellen van de begroting van het agentschap en het toezicht op de uitvoering ervan; verlening van bijstand aan het agentschap bij de ontwikkeling van activiteiten overeenkomstig het beleid van de EU, onder meer door deelname aan vergaderingen enz.
|
|
Extern personeel
|
|
Geraamde gevolgen voor het personeel (aanvullende vte) – personeelsformatie eu-LISA
|
Posten (personeelsformatie)
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Extra posten
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
Aanwerving is gepland voor januari 2021. Alle medewerkers moeten begin 2021 beschikbaar zijn zodat tijdig met de ontwikkeling kan worden begonnen en Eurodac in 2021 in gebruik kan worden genomen. De twee nieuwe tijdelijke functionarissen zijn benodigd voor de projectimplementatie en voor operationele ondersteuning en onderhoud nadat het systeem in gebruik is genomen. Deze functionarissen zullen als volgt worden ingezet:
·als leden van het projectteam ter ondersteuning van de uitvoering, met taken als: vaststelling van vereisten en technische specificaties, samenwerking met en ondersteuning van de lidstaten tijdens de implementatie, actualisering van het Interface Control Document (ICD), follow-up van de contractuele leveringen, testactiviteiten voor het project (incl. coördinatie van de testen van de lidstaten), aanlevering van documentatie en updates enz.;
·ter ondersteuning van overgangsactiviteiten met het oog op de ingebruikneming van het systeem, in samenwerking met de contractant (follow-up van softwarereleases, operationele procesupdates en opleidingen, met inbegrip van opleidingsactiviteiten van de lidstaten enz.);
·ter ondersteuning van activiteiten op de langere termijn, de vaststelling van specificaties, contractuele voorbereidingen voor eventuele re-engineering van het systeem (bv. in verband met beeldherkenning) of voor het geval dat het contract inzake “Maintenance in Working Order” (MWO) voor Eurodac moet worden gewijzigd in verband met bijkomende aanpassingen (technisch en budgettair);
·ter handhaving van de tweedelijnsondersteuning na de ingebruikneming, bij het lopende onderhoud en tijdens de werking.
De twee nieuwe posten (tijdelijke functionarissen in vte) vormen een aanvulling op de capaciteit van het interne team die eveneens zal worden ingezet voor het project, de contractuele en financiële follow-up en de operationele activiteiten. De inzet van tijdelijke functionarissen is passend voor de looptijd en de continuïteit van de contracten, zodat de bedrijfscontinuïteit is verzekerd en ook na de afronding van het project voor de operationele ondersteuning een beroep kan worden gedaan op reeds aanwezig gespecialiseerd personeel. Bovendien is voor de operationele ondersteuningsactiviteiten toegang tot de productieomgeving vereist, die niet kan worden verleend aan contractanten of extern personeel.
3.2.4.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
(1)voorziet niet in medefinanciering door derden
(2)voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
(1)Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
(2)Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
◻
voor de eigen middelen
⌧
voor overige ontvangsten
Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
⌧
Respectieve onderdeel voor uitgaven van begroting eu-LISA
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Respectieve onderdeel voor ontvangsten van begroting eu-LISA
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
[…]
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
Eu-LISA ontvangt bijdragen van de landen die volgens de respectieve overeenkomsten* betrokken zijn bij de Eurodac-maatregelen.
De berekening berust op berekeningen van de ontvangsten voor de uitvoering van het Schengenacquis van de staten die momenteel elk begrotingsjaar een bijdrage storten in de algemene begroting van de Europese Unie (verrichte betalingen). Deze bijdrage wordt berekend op basis van het bruto binnenlands product uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product van alle deelnemende staten. Aangezien de verrichte betalingen pas a posteriori bekend zijn, zullen de bedragen voor de betrokken jaren pas a posteriori bekend zijn. Derhalve staat hier in plaats van de feitelijke bedragen “p.m.” (pro memorie). De feitelijke bedragen moeten worden gebaseerd op gegevens van Eurostat en kunnen variëren naargelang de economische situatie van de deelnemende staten.
* Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001, blz. 40).
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 5).
Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 39).
Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (2006/0257 CNS, gesloten op 24.10.2008, nog niet gepubliceerd in PB) en Protocol bij de Overeenkomst tussen de Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001).