Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2005/315/21

Zaak C-374/05: Verzoek van het Bundesgerichtshof van 21 juli 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Gintec International Import-Export GmbH en Verband Sozialer Wettbewerb e.V.

PB C 315 van 10.12.2005, p. 11–11 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

10.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 315/11


Verzoek van het Bundesgerichtshof van 21 juli 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Gintec International Import-Export GmbH en Verband Sozialer Wettbewerb e.V.

(Zaak C-374/05)

(2005/C 315/21)

Procestaal: Duits

Het Bundesgerichtshof heeft bij beschikking van 21 juli 2005, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 12 oktober 2005, in het geding tussen Gintec International Import-Export GmbH en Verband Sozialer Wettbewerb e.V., het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:

1.

Stellen de bepalingen van richtlijn 2001/83/EG (1) betreffende de verwijzing naar verklaringen van niet-gespecialiseerde derden en reclame met loterijen niet enkel een minimum- maar veeleer een maximumnorm vast waaraan verboden inzake publieksreclame voor geneesmiddelen moeten voldoen?

2.

Zo ja:

a)

Is er sprake van een onterechte of bedrieglijke verwijzing naar een „genezenverklaring” in de zin van artikel 90, sub j, van richtlijn 2001/83/EG, wanneer de reclamemaker melding maakt van het resultaat van een enquête bij niet-gespecialiseerde derden volgens welke het geneesmiddel waarvoor reclame wordt gemaakt globaal positief wordt beoordeeld, zonder die beoordeling in verband te brengen met bepaalde toepassingen?

b)

Volgt uit het ontbreken van een uitdrukkelijk verbod op reclame met loterijen in richtlijn 2001/83/EG dat deze in beginsel zijn toegelaten, of omvat artikel 87, lid 3, van richtlijn 2001/83/EG een subsidiaire bepaling die de grondslag kan vormen voor een verbod op internetreclame met de maandelijkse verloting van een prijs van geringe waarde?

3.

Geldt het antwoord op deze vragen mutatis mutandis voor richtlijn 92/28/EEG (2)?


(1)  Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311, blz. 67), zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 (PB L 136, blz. 34).

(2)  Richtlijn van de Raad van 31 maart 1992 betreffende reclame voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 113, blz. 13).


Top