This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62025CN0051
Case C-51/25, Betaal Garant Nederland: Request for a preliminary ruling from the College van Beroep voor het bedrijfsleven (Netherlands) lodged on 28 January 2025 – Betaal Garant Nederland CV v De Nederlandsche Bank NV; other party: Vereniging Eigen Huis
Zaak C-51/25, Betaal Garant Nederland: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland) op 28 januari 2025 – Betaal Garant Nederland CV tegen De Nederlandsche Bank NV; andere partij: Vereniging Eigen Huis
Zaak C-51/25, Betaal Garant Nederland: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland) op 28 januari 2025 – Betaal Garant Nederland CV tegen De Nederlandsche Bank NV; andere partij: Vereniging Eigen Huis
PB C, C/2025/2181, 22.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2181/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/2181 |
22.4.2025 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland) op 28 januari 2025 – Betaal Garant Nederland CV tegen De Nederlandsche Bank NV; andere partij: Vereniging Eigen Huis
(Zaak C-51/25, Betaal Garant Nederland)
(C/2025/2181)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Betaal Garant Nederland CV
Verweerster: De Nederlandsche Bank NV
Andere partij: Vereniging Eigen Huis
Prejudiciële vraag
Moet artikel 4, punt 3, van Richtlijn 2015/2366 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG, gelezen in samenhang met punt 3, aanhef en onder c, van bijlage I bij deze richtlijn, aldus worden uitgelegd dat een dienst van het ontvangen en doorbetalen van geldmiddelen die een entiteit als tussenpersoon aanbiedt, een betalingsdienst – en meer in het bijzonder de uitvoering van overmakingen in de zin van deze richtlijn – vormt, als die entiteit in het kader van een overeenkomst met een klant en een aannemer de geldmiddelen van de klant op haar betaalrekening ontvangt en zij die geldmiddelen, nadat de klant daarvoor toestemming heeft gegeven, vanaf die betaalrekening overmaakt aan de aannemer?
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2181/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)