This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62023CJ0240
Judgment of the Court (Grand Chamber) of 4 October 2024.#Herbaria Kräuterparadies GmbH v Freistaat Bayern.#Request for a preliminary ruling from the Bundesverwaltungsgericht.#Reference for a preliminary ruling – Agriculture and fisheries – Organic products – Regulation (EU) 2018/848 – Organic production rules – Article 16 – Labelling – Article 30 – Terms referring to organic production – Article 33 – Organic production logo of the European Union – Conditions of use – Compliance of the product with Regulation 2018/848 – Articles 45 and 48 – Import of products from a third country for the purpose of placing them on the market within the European Union as organic products – Equivalence of the production rules of that third country with the rules of Regulation 2018/848 – Use of the third country’s organic production logo.#Case C-240/23.
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 oktober 2024.
Herbaria Kräuterparadies GmbH tegen Freistaat Bayern.
Verzoek van het Bundesverwaltungsgericht om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Landbouw en visserij – Biologische producten – Verordening (EU) 2018/848 – Biologische-productievoorschriften – Artikel 16 – Etikettering – Artikel 30 – Termen die verwijzen naar biologische productie – Artikel 33 – Logo voor de biologische productie van de Europese Unie – Gebruiksvoorwaarden – Conformiteit van het product met verordening 2018/848 – Artikelen 45 en 48 – Invoer van producten uit een derde land om in de Unie als biologische producten in de handel te worden gebracht – Gelijkwaardigheid van de productievoorschriften van dat derde land met de voorschriften van verordening 2018/848 – Gebruik van het logo voor de biologische productie van het derde land.
Zaak C-240/23.
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 oktober 2024.
Herbaria Kräuterparadies GmbH tegen Freistaat Bayern.
Verzoek van het Bundesverwaltungsgericht om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Landbouw en visserij – Biologische producten – Verordening (EU) 2018/848 – Biologische-productievoorschriften – Artikel 16 – Etikettering – Artikel 30 – Termen die verwijzen naar biologische productie – Artikel 33 – Logo voor de biologische productie van de Europese Unie – Gebruiksvoorwaarden – Conformiteit van het product met verordening 2018/848 – Artikelen 45 en 48 – Invoer van producten uit een derde land om in de Unie als biologische producten in de handel te worden gebracht – Gelijkwaardigheid van de productievoorschriften van dat derde land met de voorschriften van verordening 2018/848 – Gebruik van het logo voor de biologische productie van het derde land.
Zaak C-240/23.
Court reports – general
ECLI identifier: ECLI:EU:C:2024:852
ARREST VAN HET HOF (Grote kamer)
4 oktober 2024 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Landbouw en visserij – Biologische producten – Verordening (EU) 2018/848 – Biologische-productievoorschriften – Artikel 16 – Etikettering – Artikel 30 – Termen die verwijzen naar biologische productie – Artikel 33 – Logo voor de biologische productie van de Europese Unie – Gebruiksvoorwaarden – Conformiteit van het product met verordening 2018/848 – Artikelen 45 en 48 – Invoer van producten uit een derde land om in de Unie als biologische producten in de handel te worden gebracht – Gelijkwaardigheid van de productievoorschriften van dat derde land met de voorschriften van verordening 2018/848 – Gebruik van het logo voor de biologische productie van het derde land”
In zaak C‑240/23,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Bundesverwaltungsgericht (hoogste federale bestuursrechter, Duitsland) bij beslissing van 9 december 2022, ingekomen bij het Hof op 17 april 2023, in de procedure
Herbaria Kräuterparadies GmbH
tegen
Freistaat Bayern,
wijst
HET HOF (Grote kamer),
samengesteld als volgt: K. Lenaerts, president, K. Jürimäe, C. Lycourgos, E. Regan, T. von Danwitz en Z. Csehi, kamerpresidenten, S. Rodin, L. S. Rossi (rapporteur), I. Jarukaitis, A. Kumin, N. Jääskinen, I. Ziemele en M. Gavalec, rechters,
advocaat-generaal: J. Richard de la Tour,
griffier: N. Mundhenke, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 18 maart 2024,
gelet op de opmerkingen van:
|
– |
Herbaria Kräuterparadies GmbH, vertegenwoordigd door H. Schmidt, Rechtsanwalt, |
|
– |
Freistaat Bayern, vertegenwoordigd door C. Diroll, C. Novak en J. Vogel als gemachtigden, |
|
– |
het Europees Parlement, vertegenwoordigd door I. Anagnostopoulou en U. Rösslein als gemachtigden, |
|
– |
de Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door L. Hamtcheva en R. Meyer als gemachtigden, |
|
– |
de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. C. Becker en A. Dawes als gemachtigden, |
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 juni 2024,
het navolgende
Arrest
|
1 |
Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van, ten eerste, artikel 16, lid 1, artikel 30, leden 1 en 2, artikel 33, lid 1, artikel 45, lid 1, artikel 48, lid 1, en bijlage II, deel IV, punt 2.2.2, onder f), van verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB 2018, L 150, blz. 1) en, ten tweede, artikel 20 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: „Handvest”). |
|
2 |
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Herbaria Kräuterparadies GmbH (hierna: „Herbaria”) en de Freistaat Bayern (deelstaat Beieren, Duitsland) betreffende het aan Herbaria opgelegde verbod om het logo voor de biologische productie van de Europese Unie en termen die verwijzen naar biologische productie te gebruiken voor het in de Unie in de handel brengen van een mengsel van vruchtensap en kruidenextracten, dat naast biologische producten vitaminen en ijzergluconaat bevat die niet uit de biologische landbouw afkomstig zijn. |
Toepasselijke bepalingen
Verordening nr. 834/2007
|
3 |
Artikel 23 van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB 2007, L 189, blz. 1), met als opschrift „Het gebruik van termen die verwijzen naar biologische productie”, bepaalde in lid 1: „In de zin van deze verordening worden producten geacht producten te zijn waarop termen voorkomen die verwijzen naar de biologische productiemethode, wanneer die producten, de ingrediënten ervan of de bij de productie gebruikte voedermiddelen in de etikettering, de reclame of de handelsdocumenten worden beschreven in termen die de koper doen aannemen dat de producten, ingrediënten of voedermiddelen geproduceerd zijn overeenkomstig de in deze verordening vervatte regels. Met name mogen de termen vermeld in de bijlage en de afleidingen of verkleinwoorden daarvan, zoals ‚bio’ en ‚eco’, in de hele Gemeenschap en in elke taal van de Gemeenschap afzonderlijk of in combinatie worden gebruikt voor de etikettering van en de reclame voor een product dat voldoet aan de voorschriften die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld. Op de etikettering van en in de reclame voor levende en onverwerkte landbouwproducten mogen termen die verwijzen naar de biologische productiemethode, daarenboven slechts voorkomen wanneer ook alle ingrediënten van dat product geproduceerd zijn overeenkomstig de voorschriften van deze verordening.” |
|
4 |
Artikel 33 van verordening nr. 834/2007, met als opschrift „Invoer van producten van gegarandeerde gelijkwaardigheid”, bepaalde in lid 2: „Volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde procedure kan de [Europese] Commissie de derde landen erkennen waarvan de productiesystemen in overeenstemming zijn met beginselen en productievoorschriften die gelijkwaardig zijn met die bedoeld in de titels II, III en IV, en waarvan de controlemaatregelen even doeltreffend zijn als die van titel V, en kan zij een lijst van deze landen opstellen. Bij de beoordeling van de gelijkwaardigheid wordt rekening gehouden met de richtsnoeren van de […] CAC/GL 32 [richtsnoeren inzake de productie, de verwerking, de etikettering en de verkoop van biologisch geproduceerde levensmiddelen, die door de Commissie van de Codex Alimentarius zijn vastgesteld in het kader van de uitvoering van het gezamenlijk programma van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)]. […]” |
Verordening nr. 889/2008
|
5 |
Artikel 27 van verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB 2008, L 250, blz. 1), met als opschrift „Gebruik van bepaalde producten en stoffen bij de vervaardiging van verwerkte levensmiddelen”, bepaalde in lid 1: „Voor de toepassing van artikel 19, lid 2, onder b), van [verordening nr. 834/2007] mogen slechts de volgende stoffen bij de vervaardiging van verwerkte biologische levensmiddelen, met uitzondering van wijn, worden gebruikt: […]
|
Verordening nr. 1235/2008
|
6 |
In artikel 7, lid 1, van verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB 2008, L 334, blz. 25) werd bepaald: „De Commissie stelt een lijst op van de overeenkomstig artikel 33, lid 2, van [verordening nr. 834/2007] erkende derde landen. De lijst van de erkende landen wordt opgenomen in bijlage III bij de onderhavige verordening. […]” |
Uitvoeringsverordening nr. 126/2012
|
7 |
Bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 126/2012 van de Commissie van 14 februari 2012 tot wijziging van verordening (EG) nr. 889/2008 wat bewijsstukken betreft en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1235/2008 wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit de Verenigde Staten van Amerika betreft (PB 2012, L 41, blz. 5), zijn de Verenigde Staten van Amerika opgenomen in de lijst van erkende derde landen in bijlage III bij verordening nr. 1235/2008. |
Verordening 2018/848
|
8 |
De overwegingen 6, 9, 15, 17, 73, 77 tot en met 79, 93, 95, 96, 108 en 123 van verordening 2018/848 luiden als volgt:
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
[…]
|
|
9 |
Verordening 2018/848 bestaat uit negen hoofdstukken, waarvan hoofdstuk I, met als opschrift „Voorwerp, toepassingsgebied en definities”, de artikelen 1 tot en met 3 bevat, hoofdstuk III, met als opschrift „Productievoorschriften”, de artikelen 9 tot en met 29, hoofdstuk IV, met als opschrift „Etikettering”, de artikelen 30 tot en met 34, en hoofdstuk VII, met als opschrift „Handelsverkeer met derde landen”, de artikelen 44 tot en met 49. |
|
10 |
Artikel 2 van deze verordening, met als opschrift „Toepassingsgebied”, bepaalt in lid 1: „Deze verordening is van toepassing op de volgende producten die afkomstig zijn van de landbouw, inclusief de aquacultuur en de bijenteelt, zoals vermeld in bijlage I bij het VWEU, en op producten die daarvan zijn afgeleid, indien deze producten worden geproduceerd in, bereid in, geëtiketteerd in, gedistribueerd in, in de handel gebracht in, ingevoerd in of uitgevoerd uit de Unie, of daartoe bestemd zijn:
[…]” |
|
11 |
Artikel 3 van deze verordening draagt het opschrift „Definities” en bepaalt het volgende: „Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: […]
[…]” |
|
12 |
In artikel 16 van deze verordening, met als opschrift „Productievoorschriften voor verwerkte levensmiddelen”, staat te lezen: „1. Exploitanten die verwerkte levensmiddelen produceren, nemen met name de gedetailleerde productievoorschriften van bijlage II, deel IV, en van elke in lid 3 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandeling in acht. […] 3. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de bij de verwerking van levensmiddelen toegelaten technieken te bepalen. […]” |
|
13 |
Artikel 30 van verordening 2018/848 draagt het opschrift „Het gebruik van termen die verwijzen naar biologische productie” en bepaalt: „1. Voor de toepassing van deze verordening worden producten beschouwd als producten waarop termen met betrekking tot de biologische productie voorkomen wanneer die producten, de ingrediënten ervan of de bij de productie ervan gebruikte voedermiddelen in de etikettering, de reclame of de handelsdocumenten worden beschreven in termen die bij de koper de indruk wekken dat de producten, ingrediënten of voedermiddelen geproduceerd zijn overeenkomstig deze verordening. Met name de in bijlage IV vermelde termen en de afleidingen of verkleinwoorden daarvan, zoals ‚bio’ en ‚eco’, alleen of in combinatie, mogen in de hele Unie worden gebruikt, in elke in die bijlage vermelde taal, in de etikettering en de reclame voor in artikel 2, lid 1, bedoelde producten die voldoen aan deze verordening. 2. Ten aanzien van de in artikel 2, lid 1, bedoelde producten worden de in lid 1 bedoelde termen nergens in de Unie gebruikt, in geen enkele in bijlage IV bedoelde taal, voor de etikettering van, de reclame of de handelsdocumenten betreffende een product dat niet voldoet aan deze verordening. […]” |
|
14 |
Artikel 32 van deze verordening, met als opschrift „Verplichte aanduidingen”, bepaalt in lid 2: „Wanneer het logo voor de biologische productie van de Europese Unie wordt gebruikt, wordt in hetzelfde gezichtsveld als het logo de plaats vermeld waar de agrarische grondstoffen waaruit het product is samengesteld geteeld zijn, naargelang het geval, in een van de volgende vormen:
[…]” |
|
15 |
Artikel 33 van deze verordening, met als opschrift „Het logo voor biologische productie van de Europese Unie”, bepaalt: „1. Het logo voor de biologische productie van de Europese Unie mag worden gebruikt in de etikettering en presentatie van producten die aan deze verordening voldoen en in de reclame voor deze producten. […] 2. Behalve wanneer het gebruikt wordt voor de in lid 1, tweede alinea, genoemde doeleinden, is het logo voor de biologische productie van de Europese Unie een officiële verklaring in de zin van de artikelen 86 en 91 van [verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB 2017, L 95, blz. 1)]. […] 5. In de etikettering en presentatie van producten die aan deze verordening voldoen en de reclame voor deze producten mogen nationale en particuliere logo’s worden gebruikt. […]” |
|
16 |
Artikel 45 van verordening 2018/848, met als opschrift „Invoer van biologische en omschakelingsproducten”, bepaalt in lid 1: „Een product mag uit een derde land worden ingevoerd met het doel in de Unie als een biologisch product of als een omschakelingsproduct in de handel te worden gebracht, indien aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:
|
|
17 |
In artikel 47 van deze verordening, met als opschrift „Gelijkwaardigheid in het kader van een handelsovereenkomst”, wordt bepaald: „Een erkend derde land als bedoeld in artikel 45, lid 1, onder b), ii), is een derde land dat door de Unie in het kader van een handelsovereenkomst is erkend als een land met een productiesysteem dat aan dezelfde doelstellingen en beginselen voldoet omdat in het kader van dat systeem voorschriften worden toegepast die hetzelfde conformiteitsniveau garanderen als die van de Unie.” |
|
18 |
Artikel 48 van deze verordening draagt het opschrift „Gelijkwaardigheid in het kader van verordening (EG) nr. 834/2007” en bepaalt: „1. Een erkend derde land als bedoeld in artikel 45, lid 1, onder b), iii), is een derde land dat voor gelijkwaardigheidsdoeleinden is erkend in het kader van artikel 33, lid 2, van [verordening nr. 834/2007], met inbegrip van de derde landen die zijn erkend in het kader van de overgangsmaatregel waarin is voorzien in artikel 58 van deze verordening. Die erkenning verstrijkt op 31 december 2025. 2. Op basis van jaarlijkse verslagen die de in lid 1 bedoelde derde landen over de uitvoering en handhaving van door hen vastgestelde controlemaatregelen moeten opstellen en jaarlijks uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de Commissie moeten toezenden, en in het licht van eventuele andere ontvangen informatie zorgt de Commissie voor passend toezicht op de erkende derde landen door regelmatig hun erkenning te evalueren. De Commissie kan de lidstaten daartoe om bijstand verzoeken. De invulling van het toezicht wordt bepaald op basis van een beoordeling van de waarschijnlijkheid van niet-naleving, waarbij met name rekening wordt gehouden met het volume van de uitvoer naar de Unie uit het betrokken derde land, de resultaten van de monitoring- en toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteit en de resultaten van eerdere controles. De Commissie brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad [van de Europese Unie] over de resultaten van haar evaluatie. […]” |
|
19 |
Bijlage II bij deze verordening bevat een deel IV inzake de productievoorschriften voor verwerkte levensmiddelen. In punt 2.2.2 van dit deel IV staat te lezen: „Bij de levensmiddelenverwerking mogen de volgende producten en stoffen worden gebruikt: […]
[…]” |
|
20 |
Bijlage IV bij verordening 2018/848, met als opschrift „Aanduidingen als bedoeld in artikel 30”, luidt als volgt: „BG: биологичен. ES: ecológico, biológico, orgánico. CS: ekologické, biologické. DA: økologisk. DE: ökologisch, biologisch. ET: mahe, ökoloogiline. EL: βιολογικό. EN: organic. FR: biologique. GA: orgánach. HR: ekološki. IT: biologico. LV: bioloģisks, ekoloģisks. LT: ekologiškas. LU: biologesch, ökologesch. HU: ökológiai. MT: organiku. NL: biologisch. PL: ekologiczne. PT: biológico. RO: ecologic. SK: ekologické, biologické. SL: ekološki. FI: luonnonmukainen. SV: ekologisk.” |
Verordening 2020/1693
|
21 |
Overweging 7 van verordening (EU) 2020/1693 van het Europees Parlement en de Raad van 11 november 2020 tot wijziging van verordening (EU) 2018/848 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat betreft de datum van toepassing en bepaalde andere in die verordening genoemde datums (PB 2020, L 381, blz. 1), luidt: „De COVID‐19-pandemie en de daarmee gepaard gaande volksgezondheidscrisis vormen ook een nooit eerder geziene uitdaging voor derde landen en voor in derde landen gevestigde exploitanten. Bijgevolg is het passend om voor derde landen die in het kader van artikel 33, lid 2, van [verordening nr. 834/2007] als gelijkwaardig zijn erkend, de datum van hun erkenning met een jaar te verlengen tot 31 december 2026 zodat dergelijke derde landen genoeg tijd hebben om hun status te wijzigen, hetzij door een handelsovereenkomst met de Unie te sluiten, hetzij via onverkorte naleving door hun exploitanten van [verordening 2018/848], zonder onnodige handelsverstoringen voor biologische producten.” |
|
22 |
In artikel 1 van deze verordening wordt bepaald: „Verordening [2018/848] wordt als volgt gewijzigd: […]
[…]” |
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
|
23 |
Herbaria produceert een drank met de naam „Blutquick”, die bestaat uit een mengsel van vruchtensappen en kruidenextracten die uit de biologische productie afkomstig zijn. Aan deze als voedingssupplement verkochte drank worden niet-plantaardige vitaminen en ijzergluconaat toegevoegd. Op de verpakking bevinden zich het logo voor de biologische productie van de Europese Unie (hierna: „EU-logo voor biologische productie”), het nationale biologische keurmerk alsmede een verwijzing naar de herkomst van de ingrediënten uit „gecontroleerde biologische teelt”. |
|
24 |
Bij besluit van 18 januari 2012 heeft de Bayerische Landesanstalt für Landwirtschaft (overheidsdienst landbouw van de deelstaat Beieren, Duitsland) onder andere bevolen dat Herbaria de krachtens artikel 23 van verordening nr. 834/2007 beschermde verwijzing naar de biologische productie uiterlijk 1 december 2012 diende te verwijderen op de etikettering, bij de commercialisering van Blutquick en in de reclame ervoor. De Landesanstalt heeft het besluit gemotiveerd met het argument dat krachtens de bepalingen van deze verordening en artikel 27, lid 1, onder f), van verordening nr. 889/2008 aan verwerkte producten die het predicaat„biologisch” dragen, alleen vitaminen en mineralen mogen worden toegevoegd wanneer het gebruik ervan bij wet is voorgeschreven. Dat is volgens de Landesanstalt wat Blutquick betreft niet het geval. |
|
25 |
Herbaria heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij het Bayerische Verwaltungsgericht München (bestuursrechter in eerste aanleg München, Duitsland), dat aan het Hof prejudiciële vragen heeft voorgelegd over de uitlegging van dit artikel 27, lid 1, onder f). |
|
26 |
Gelet op het antwoord van het Hof op deze vragen in het arrest van 5 november 2014, Herbaria Kräuterparadies (C‑137/13, EU:C:2014:2335), heeft het Bayerische Verwaltungsgericht München het beroep van Herbaria verworpen. |
|
27 |
Het tegen deze beslissing ingestelde hoger beroep is verworpen bij uitspraak van 29 juli 2021, waartegen Herbaria beroep in Revision heeft ingesteld bij het Bundesverwaltungsgericht (hoogste federale bestuursrechter, Duitsland), de verwijzende rechter. |
|
28 |
Deze rechter wijst erop dat, aangezien het besluit van 18 januari 2012 van de Bayerische Landesanstalt für Landwirtschaft een administratieve handeling is die in de tijd effect sorteert, uit de nationale rechtspraak volgt dat hij het bij hem aanhangige geding moet beslechten op basis van het recht dat van toepassing is op het tijdstip waarop hij uitspraak doet. Bijgevolg is verordening nr. 834/2007 ratione temporis niet meer van toepassing op dit geding, aangezien deze is vervangen door verordening 2018/848. |
|
29 |
Voor de verwijzende rechter betwist Herbaria niet meer dat de wet niet vereist dat er vitaminen en mineralen aan Blutquick worden toegevoegd en dat dit product dus niet in overeenstemming is met artikel 16, lid 1, van verordening 2018/848 en met punt 2.2.2, onder f), i), van bijlage II, deel IV, daarbij, dat artikel 27, lid 1, onder f), van verordening nr. 889/2008 in wezen heeft vervangen. Derhalve staat het volgens de verwijzende rechter vast dat artikel 33, leden 1 en 5, en artikel 30, lid 1, van verordening 2018/848 verbieden dat voor Blutquick gebruik wordt gemaakt van respectievelijk het EU-logo voor biologische productie, het nationale biologische keurmerk en termen die verwijzen naar biologische productie. |
|
30 |
Herbaria betoogt evenwel dat een levensmiddel dat vergelijkbaar is met Blutquick en dat wordt ingevoerd uit de Verenigde Staten van Amerika, krachtens laatstgenoemde verordening niet aan dat verbod wordt onderworpen. |
|
31 |
Ingevolge een overeenkomst die in 2012 is gesloten bij briefwisseling tussen de Commissie en het US Department of Agriculture (ministerie van Landbouw, Verenigde Staten), zijn de Verenigde Staten namelijk overeenkomstig artikel 33, lid 1, van verordening nr. 834/2007 opgenomen op de lijst van derde landen waarvan de productievoorschriften gelijkwaardig zijn met die van deze verordening. Deze opname maakt het thans krachtens artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848 mogelijk dat producten die concurreren met de door Herbaria in de handel gebrachte producten en die afkomstig zijn uit de Verenigde Staten, in de Unie als biologische producten in de handel worden gebracht. Deze producten kunnen het EU-logo voor biologische productie en termen die verwijzen naar biologische productie dragen, mits zij voldoen aan de productievoorschriften van dat derde land, dat wil zeggen zelfs wanneer zij niet in overeenstemming zijn met de productievoorschriften van het Unierecht. Volgens Herbaria is er daardoor sprake van ongelijke behandeling die in strijd is met artikel 20 van het Handvest. |
|
32 |
De deelstaat Beieren is van mening dat de door Herbaria voorgestane uitlegging van verordening 2018/848 onjuist is en dat een product uit de Verenigde Staten in werkelijkheid slechts van het EU-logo voor biologische productie mag worden voorzien indien het voldoet aan de productievoorschriften van deze verordening, zodat er geen verschil in behandeling bestaat ten opzichte van een in de Unie gefabriceerd product. |
|
33 |
De verwijzende rechter betwijfelt om te beginnen of een uit de Verenigde Staten ingevoerd product het EU-logo voor biologische productie mag dragen terwijl het niet op alle punten aan de vereisten van verordening 2018/848 voldoet. |
|
34 |
Indien dit inderdaad het geval zou zijn, vraagt hij zich vervolgens af of dit geen ongelijke behandeling in de zin van artikel 20 van het Handvest vormt en, in voorkomend geval, of een dergelijke ongelijke behandeling kan worden gerechtvaardigd op grond van de erkenning van de gelijkwaardigheid van de voorschriften inzake productie en controle die in de Verenigde Staten voor de betrokken producten gelden of door het doel van vergemakkelijking van de handel dat met deze erkenning van gelijkwaardigheid wordt nagestreefd. |
|
35 |
Tot slot is de verwijzende rechter van mening dat de vraag op dezelfde wijze rijst met betrekking tot het in artikel 30, lid 1, van verordening 2018/848 bedoelde gebruik van termen die verwijzen naar biologische productie. |
|
36 |
In die omstandigheden heeft het Bundesverwaltungsgericht de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:
|
Verzoek tot heropening van de mondelinge behandeling
|
37 |
Nadat de advocaat-generaal conclusie had genomen, heeft Herbaria bij op 26 juni 2024 ter griffie van het Hof neergelegde akte verzocht om de heropening van de mondelinge behandeling te gelasten. |
|
38 |
Ter ondersteuning van haar verzoek stelt Herbaria dat de conclusie van de advocaat-generaal een aantal onjuiste juridische en feitelijke gegevens bevat, die het Hof kunnen misleiden. Bovendien hebben de partijen in het hoofdgeding en de in artikel 23 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie bedoelde belanghebbenden ter terechtzitting niet hun standpunten kunnen uitwisselen over die gegevens, die de advocaat-generaal heeft beschouwd als doorslaggevend voor de beantwoording van de prejudiciële vragen. |
|
39 |
Zo heeft de advocaat-generaal ten eerste ten onrechte gesteld dat er sprake is van „begeleidende aanduidingen” bij het EU-logo voor biologische productie die de oorsprong van de grondstof en de plaats van vervaardiging van een product vermelden, zodat de consument, wanneer dit logo wordt gebruikt, steeds op de hoogte is van het feit dat dit product uit de Verenigde Staten afkomstig is. Ten tweede heeft de advocaat-generaal de in artikel 33, lid 2, van verordening nr. 834/2007 bedoelde richtsnoeren van de Codex Alimentarius onjuist uitgelegd. |
|
40 |
In de eerste plaats moet in herinnering worden gebracht dat de advocaat-generaal volgens artikel 252, tweede alinea, VWEU in het openbaar in volkomen onpartijdigheid en onafhankelijkheid met redenen omklede conclusies neemt aangaande zaken waarin zulks overeenkomstig het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie vereist is. Het Hof is echter niet gebonden door de conclusie van de advocaat-generaal, noch door de motivering op grond waarvan hij tot die conclusie komt (arrest van 18 januari 2024, CROSS Zlín, C‑303/22, EU:C:2024:60, punt 36 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
41 |
Tevens dient eraan te worden herinnerd dat het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Reglement voor de procesvoering van het Hof niet voorzien in de mogelijkheid voor de partijen in het hoofdgeding en de in artikel 23 van dit Statuut bedoelde belanghebbenden om te antwoorden op de conclusie van de advocaat-generaal. Bijgevolg kan het feit dat een partij in het hoofdgeding of een belanghebbende het oneens is met de conclusie van de advocaat-generaal op zich geen grond voor de heropening van de mondelinge behandeling vormen, ongeacht welke kwesties deze in de conclusie heeft onderzocht (zie in die zin arrest van 18 januari 2024, CROSS Zlín, C‑303/22, EU:C:2024:60, punt 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
42 |
Herbaria kan haar verzoek om heropening van de mondelinge behandeling dus niet met succes rechtvaardigen door de gegrondheid van bepaalde passages van de conclusie van de advocaat-generaal te betwisten. |
|
43 |
In de tweede plaats kan het Hof krachtens artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering in elke stand van het geding, de advocaat-generaal gehoord, de heropening van de mondelinge behandeling gelasten, onder meer wanneer het zich onvoldoende voorgelicht acht of wanneer een partij na afsluiting van deze behandeling een nieuw feit aanbrengt dat van beslissende invloed kan zijn voor de beslissing van het Hof, of wanneer een zaak moet worden beslecht op grond van een argument waarover de partijen of de in artikel 23 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie bedoelde belanghebbenden hun standpunten niet voldoende hebben kunnen uitwisselen. |
|
44 |
In casu zij evenwel opgemerkt dat de belanghebbenden die aan de onderhavige procedure hebben deelgenomen, tijdens de schriftelijke en de mondelinge behandeling ervan de juridische gegevens hebben kunnen uiteenzetten die zij relevant achtten om het Hof in staat te stellen een uitlegging te geven aan de bepalingen van het Unierecht waarop de door de verwijzende rechter gestelde vragen betrekking hebben. In dit verband is het Hof van oordeel dat het over alle nodige gegevens beschikt om te kunnen beslissen over dit verzoek om een prejudiciële beslissing en dat geen van de door Herbaria ter ondersteuning van haar verzoek aangevoerde gegevens de heropening van de mondelinge behandeling op grond van artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering rechtvaardigt. |
|
45 |
In die omstandigheden is het Hof, de advocaat-generaal gehoord, van oordeel dat het niet nodig is om de heropening van de mondelinge behandeling te gelasten. |
Beantwoording van de prejudiciële vragen
Eerste prejudiciële vraag
|
46 |
Volgens vaste rechtspraak van het Hof is het in het kader van de bij artikel 267 VWEU ingestelde procedure van samenwerking tussen de nationale rechterlijke instanties en het Hof, de taak van het Hof om de nationale rechter een nuttig antwoord te geven aan de hand waarvan deze het bij hem aanhangige geding kan beslechten. Daartoe dient het Hof in voorkomend geval de voorgelegde vragen te herformuleren. De omstandigheid dat een nationale rechterlijke instantie bij de formulering van een prejudiciële vraag formeel heeft verwezen naar bepaalde voorschriften van het Unierecht, staat er niet aan in de weg dat het Hof deze rechterlijke instantie alle uitleggingsgegevens verschaft die nuttig kunnen zijn voor de beslechting van de zaak die bij haar aanhangig is, ongeacht of daar in de vragen naar wordt verwezen. Het staat in dit verband aan het Hof om uit alle door de nationale rechterlijke instantie verschafte gegevens, en met name uit de motivering van de verwijzingsbeslissing, de elementen van het Unierecht te putten die, gelet op het voorwerp van het geding, uitlegging behoeven (arrest van 21 september 2023, Juan, C‑164/22, EU:C:2023:684, punt 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
47 |
In zijn eerste vraag vermeldt de verwijzende rechter enkel artikel 33, lid 1, van verordening 2018/848, waarin het gebruik van het EU-logo voor biologische productie wordt geregeld. Niettemin blijkt uit het verzoek om een prejudiciële beslissing, en meer in het bijzonder uit de motivering met betrekking tot de derde vraag, dat deze rechter van oordeel is dat de eerste vraag op soortgelijke wijze rijst wat betreft artikel 30, lid 2, van deze verordening, waarin het gebruik wordt geregeld van termen die verwijzen naar biologische productie. |
|
48 |
Teneinde de verwijzende rechter een nuttig antwoord te geven, moet worden overwogen dat deze rechter met zijn eerste vraag in wezen wenst te vernemen of artikel 30, lid 2, en artikel 33, lid 1, van verordening 2018/848 aldus moeten worden uitgelegd dat het EU-logo voor biologische productie en termen die verwijzen naar biologische productie mogen worden gebruikt voor een verwerkt levensmiddel dat wordt ingevoerd uit een derde land onder de voorwaarden van artikel 45, lid 1, onder b), iii), en van artikel 48, lid 1, van deze verordening met het doel om het in de Unie in de handel te brengen als biologisch product, terwijl dat levensmiddel, doordat het mineralen en vitaminen van niet-plantaardige herkomst bevat, niet voldoet aan de vereisten van artikel 16, lid 1, van deze verordening, gelezen in samenhang met bijlage II, deel IV, punt 2.2.2, onder f). |
Gebruik van het EU-logo voor biologische productie en van termen die verwijzen naar biologische productie
|
49 |
Om te beginnen moet worden opgemerkt dat verordening 2018/848 volgens artikel 2, lid 1, ervan van toepassing is op de in deze bepaling bedoelde producten, met name wanneer zij in de Unie worden geproduceerd of ingevoerd, of daartoe bestemd zijn. |
|
50 |
Volgens de bewoordingen van artikel 30, lid 2, en artikel 33, lid 1, van deze verordening is het gebruik van termen die verwijzen naar biologische productie en van het EU-logo voor biologische productie slechts toegestaan voor producten die aan deze verordening voldoen. |
|
51 |
Deze bewoordingen lijken er dus op te wijzen, zoals de advocaat-generaal in de punten 67 tot en met 72 van zijn conclusie in wezen heeft opgemerkt, dat deze termen en dit logo slechts mogen worden gebruikt voor biologische producten, ongeacht of deze in de Unie worden vervaardigd dan wel uit een derde land worden ingevoerd om in de Unie als biologische producten in de handel te worden gebracht, voor zover zij voldoen aan de voorschriften van deze verordening, in het bijzonder de hoofdstukken II en III ervan. |
|
52 |
Niettemin moet volgens vaste rechtspraak van het Hof bij de uitlegging van Unierechtelijke bepalingen niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen ervan, maar ook met de context waarin die bepalingen voorkomen en met de doelstellingen van de regeling waarvan zij deel uitmaken (arrest van 29 juli 2024, Belgian Association of Tax Lawyers e.a., C‑623/22, EU:C:2024:639, punt 94 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
53 |
Wat in de eerste plaats deze context betreft, moet worden opgemerkt dat verordening 2018/848 een onderscheid invoert tussen producten die in de Unie worden vervaardigd en producten die uit een derde land worden ingevoerd om in de Unie als biologische producten in de handel te worden gebracht. |
|
54 |
Wat enerzijds specifiek de verwerkte levensmiddelen betreft die in de Unie worden geproduceerd, deze moeten krachtens artikel 16, lid 1, van deze verordening de gedetailleerde productievoorschriften van bijlage II, deel IV, bij deze verordening, en van elke in artikel 16, lid 3, van deze verordening bedoelde uitvoeringshandeling in acht nemen. |
|
55 |
Anderzijds bevat artikel 45 van verordening 2018/848 de cumulatieve voorwaarden waaraan een product dat niet in de Unie is vervaardigd, moet voldoen om uit een derde land te mogen worden ingevoerd met het doel in de Unie als biologisch product in de handel te worden gebracht. |
|
56 |
Zo vereist artikel 45, lid 1, onder a), van verordening 2018/848 om te beginnen dat het ingevoerde product een product is als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening. |
|
57 |
Verder vereist artikel 45, lid 1, onder c), van deze verordening in wezen dat de exploitanten in derde landen in staat zijn om aan de importeurs en de nationale autoriteiten in de Unie en in die derde landen alle informatie te verstrekken die nodig is om de traceerbaarheid van het product in kwestie te waarborgen. |
|
58 |
Ten slotte moet volgens artikel 45, lid 1, onder b), van deze verordening het uit een derde land ingevoerde product voldoen aan een van de in deze bepaling gestelde voorwaarden. |
|
59 |
Zo moet dit product ten eerste, in de in artikel 45, lid 1, onder b), i), van verordening 2018/848 bedoelde situatie, in wezen voldoen aan de hoofdstukken II, III en IV van deze verordening en dus met name aan de in hoofdstuk III van deze verordening opgenomen productievoorschriften en de in hoofdstuk IV vervatte etiketteringsvoorschriften. |
|
60 |
Ten tweede moet het product, in de in artikel 45, lid 1, onder b), ii), van verordening 2018/848 bedoelde situatie, in gevallen waarin het uit een derde land komt dat is erkend overeenkomstig artikel 47, voldoen aan de in de desbetreffende handelsovereenkomst vastgestelde voorwaarden. |
|
61 |
Ten derde moet het product, in de in artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848 bedoelde situatie, in gevallen waarin het uit een derde land komt dat is erkend overeenkomstig artikel 48, lid 1, voldoen aan de gelijkwaardige productie- en controlevoorschriften van dat derde land, en worden ingevoerd met een door de bevoegde autoriteiten, de controleautoriteiten of de controleorganen van dat derde land afgegeven inspectiecertificaat dat bevestigt dat aan de betrokken regels is voldaan. |
|
62 |
Uit de bewoordingen zelf van artikel 45, lid 1, onder b), van verordening 2018/848 volgt dat de drie voorwaarden die respectievelijk in de punten i) tot en met iii) van deze bepaling zijn gesteld, alternatieve voorwaarden zijn, zodat het uit een derde land ingevoerde product slechts aan één van deze voorwaarden hoeft te voldoen om in de Unie als biologisch product in de handel te kunnen worden gebracht, mits het ook voldoet aan de twee voorwaarden van artikel 45, lid 1, onder a) en c), van deze verordening. |
|
63 |
Van deze drie alternatieve voorwaarden vereist alleen de voorwaarde van artikel 45, lid 1, onder b), i), van verordening 2018/848 dat het ingevoerde product voldoet aan de bepalingen van de hoofdstukken II, III en IV van deze verordening. |
|
64 |
Bijgevolg kan een product in de in artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848 bedoelde situatie, ook al voldoet het niet aan alle in hoofdstuk III van deze verordening bedoelde productievoorschriften, als biologisch product in de Unie in de handel worden gebracht, mits het afkomstig is uit een derde land dat op grond van artikel 33, lid 2, van verordening nr. 834/2007, waarnaar artikel 48, lid 1, van verordening 2018/848 verwijst, door de Unie voor gelijkwaardigheidsdoeleinden is erkend en mits het met name voldoet aan de in dat derde land geldende productievoorschriften die door de Unie zijn beschouwd als gelijkwaardig aan die van hoofdstuk III. |
|
65 |
In dit verband zij opgemerkt dat het begrip „gelijkwaardigheid” in artikel 3, punt 64, van verordening 2018/848 wordt gedefinieerd als het voldoen aan dezelfde doelstellingen en beginselen door de toepassing van voorschriften die hetzelfde niveau aan conformiteit garanderen. |
|
66 |
Bijgevolg veronderstelt de verwijzing in artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848 naar de gelijkwaardigheid van de productievoorschriften van het betrokken derde land noodzakelijkerwijs dat de in dat derde land geldende voorschriften dezelfde doelstellingen nastreven en aan dezelfde beginselen voldoen als de voorschriften die voortvloeien uit de bepalingen van hoofdstuk II van verordening 2018/848. Wat de productievoorschriften van hoofdstuk III van deze verordening betreft, blijkt uit deze definitie dat de regeling van dat derde land niet identiek hoeft te zijn aan die van de Unie, maar eenzelfde „niveau aan conformiteit” moet garanderen als de Unie vereist voor in de Unie vervaardigde producten. |
|
67 |
Zoals in punt 50 van dit arrest in herinnering is gebracht, staat zowel artikel 30, lid 2, als artikel 33, lid 1, van verordening 2018/848 het gebruik van respectievelijk termen die verwijzen naar biologische productie en het EU-logo voor biologische productie slechts toe voor producten die aan deze verordening voldoen. |
|
68 |
Daarentegen staat geen enkele bepaling van verordening 2018/848 toe dat deze termen of dit logo worden gebruikt voor producten die afkomstig zijn uit voor gelijkwaardigheidsdoeleinden erkende derde landen en die, hoewel zij krachtens artikel 45, lid 1, onder b), ii) of iii), van deze verordening in de Unie kunnen worden ingevoerd, echter niet voldoen aan de bij deze verordening vastgestelde productievoorschriften. |
|
69 |
De in punt 50 van dit arrest uiteengezette letterlijke uitlegging van artikel 30, lid 2, en artikel 33, lid 1, van verordening 2018/848 vindt aldus in het bijzonder steun in de structuur van artikel 45, lid 1, onder b), van deze verordening. De Uniewetgever heeft namelijk binnen de als biologische producten ingevoerde producten een onderscheid willen maken tussen enerzijds producten die voldoen aan de hoofdstukken II, III en IV van deze verordening en anderzijds producten waarvoor in hun land van oorsprong gelijkwaardige voorschriften gelden, die als zodanig zijn erkend op grond van een handelsovereenkomst of op grond van een eenzijdige maatregel van de Unie. |
|
70 |
In de tweede plaats vindt deze uitlegging steun in de doelstellingen van verordening 2018/848, en met name van de bepalingen betreffende de etikettering van biologische producten, waaronder artikel 30, lid 2, en artikel 33, lid 1. |
|
71 |
Om te beginnen, en zoals voortvloeit uit de overwegingen 6, 9 en 123 van verordening 2018/848, is het rechtskader voor de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarvan deze verordening deel uitmaakt als een van de in artikel 43, lid 2, VWEU bedoelde instrumenten, gericht op het verzekeren van eerlijke concurrentie binnen de interne markt voor biologische producten, alsmede op het behouden en onderbouwen van het vertrouwen van de consument in als biologisch geëtiketteerde producten. Daartoe heeft de Uniewetgever willen voorzien in voorschriften die aansluiten op de hoge verwachtingen van de consument en die voldoende duidelijk zijn voor de partijen waarvoor zij zijn bestemd. In die context heeft hij in overweging 15 van verordening 2018/848 benadrukt dat het vertrouwen van de consument van essentieel belang is op de markt voor biologische levensmiddelen en in overweging 17 dat deze verordening met name tot doel heeft dat vertrouwen te verzekeren en de belangen van de consument te beschermen. |
|
72 |
Voorts blijkt uit overweging 73 van verordening 2018/848 dat de bepalingen betreffende etikettering, met inbegrip van de bepalingen inzake het gebruik van het EU-logo voor biologische productie en van termen die verwijzen naar biologische productie, tot doel hebben de belangen te beschermen van zowel exploitanten (correcte identificatie van hun producten op de markt voor biologische producten en billijke concurrentievoorwaarden) als consumenten (de juiste informatie om met kennis van zaken keuzen te kunnen maken tussen de producten die hun worden aangeboden). |
|
73 |
Wat ten slotte in het bijzonder het EU-logo voor biologische productie betreft, onderstrepen de overwegingen 77 tot en met 79 van verordening 2018/848 de wens van de Uniewetgever dat het gebruik van dit logo zodanig wordt geregeld dat er duidelijkheid is voor de consument op de hele markt van de Unie, dat de consument niet wordt misleid ten aanzien van het biologische karakter van het gehele betrokken product en dat verwarring bij de consument wordt voorkomen over de vraag of de oorsprong van het product al dan niet in de Unie ligt. |
|
74 |
Zoals blijkt uit de punten 64 tot en met 67 van dit arrest, volgt in casu uit de door de Uniewetgever gemaakte keuze dat producten die in het kader van de gelijkwaardigheidsregeling van artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848 uit derde landen zijn ingevoerd, in de Unie als biologische producten in de handel mogen worden gebracht, zelfs wanneer zij niet voldoen aan alle voorschriften van deze verordening, met name de hoofdstukken II en III ervan. Daarentegen moeten in de Unie vervaardigde producten wel aan al deze voorschriften voldoen om als biologische producten in de handel te mogen worden gebracht. |
|
75 |
In dit verband zou de eerlijke concurrentie op de interne markt voor biologische producten worden geschaad en zou de consument door dubbelzinnigheid kunnen worden misleid indien zou worden toegestaan dat termen die verwijzen naar biologische productie en het EU-logo voor biologische productie op de interne markt voor biologische producten worden gebruikt voor zowel producten die zijn vervaardigd in de Unie of in derde landen met inachtneming van de productievoorschriften van verordening 2018/848 als producten die in derde landen zijn vervaardigd volgens normen die slechts gelijkwaardig zijn aan deze productievoorschriften. |
|
76 |
In een dergelijke situatie zou de consument namelijk kunnen menen dat een product waarop termen die verwijzen naar biologische productie of het EU-logo voor biologische productie zijn aangebracht, voldoet aan alle voorschriften van verordening 2018/848, met name de hoofdstukken II en III ervan, terwijl het enkel voldoet aan productievoorschriften van het derde land van uitvoer die gelijkwaardig zijn aan de productievoorschriften van deze verordening. |
|
77 |
In het bijzonder heeft dit logo juist tot doel om de consument duidelijk en ondubbelzinnig te informeren over het feit dat het product waarop het is aangebracht volledig voldoet aan alle voorschriften van verordening 2018/848, en niet alleen aan daarmee gelijkwaardige voorschriften. Dit geldt temeer daar dit logo overeenkomstig artikel 33, lid 2, van deze verordening een officiële verklaring van de Europese Unie vormt. |
|
78 |
De met name door de Commissie aangevoerde omstandigheid dat, wanneer het EU-logo voor biologische productie op een product wordt gebruikt, krachtens artikel 32, lid 2, van verordening 2018/848 ook de plaats moet worden vermeld waar de agrarische grondstoffen waaruit dat product is samengesteld, zijn geteeld, volstaat niet om alle dubbelzinnigheid weg te nemen. Aan de hand van een dergelijke vermelding kan de consument namelijk niet weten of een ingevoerd product voldoet aan de productievoorschriften van verordening 2018/848 dan wel enkel aan productievoorschriften die daaraan gelijkwaardig zijn. |
|
79 |
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat bij de etikettering van een product dat uit een derde land wordt ingevoerd om in de Unie als biologisch product in de handel te worden gebracht overeenkomstig artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848, geen gebruik mag worden gemaakt van het EU-logo voor biologische productie noch, in beginsel, van termen die verwijzen naar biologische productie. |
Gebruik van het logo voor biologische productie van het derde land
|
80 |
Aangezien verordening 2018/848 met name in hoofdstuk VII bepalingen bevat die het handelsverkeer met derde landen regelen, beoogt zij evenwel ook om een aantal regels vast te stellen voor de internationale handel in biologische producten teneinde – zoals de Raad ter pleitzitting op goede gronden heeft benadrukt – ten eerste de bevoorrading, de beschikbaarheid van het aanbod en het voldoen aan de toenemende vraag naar deze producten in de Unie te bevorderen en, ten tweede, op basis van bilaterale afspraken de uitvoer van dergelijke producten uit de Unie naar derde landen te vergemakkelijken. |
|
81 |
Juist in dit kader past artikel 45, lid 1, onder b), iii), van deze verordening, dat de Commissie de bevoegdheid verleent om te erkennen dat voorschriften van een derde land gelijkwaardig zijn aan die van verordening 2018/848. |
|
82 |
Uit het dossier waarover het Hof beschikt, blijkt dat bepaalde producten die in het kader van de gelijkwaardigheidsregeling van artikel 45, lid 1, onder b), iii), van deze verordening als biologische producten worden ingevoerd, het logo voor biologische productie dragen van het derde land waaruit zij worden ingevoerd, en dat een dergelijk logo termen kan bevatten die verwijzen naar biologische productie, zoals „biologisch”, „ecológico” of „organic”, of afleidingen en verkleinwoorden van deze termen, zoals „bio” of „eco”. |
|
83 |
In dit verband moet worden vastgesteld dat het gebruik, voor dergelijke ingevoerde producten, van het logo voor biologische productie van het derde land waaruit zij worden ingevoerd, de eerlijke concurrentie op de interne markt voor biologische producten niet kan schaden en de consument niet door dubbelzinnigheid kan misleiden. Het gebruik van een logo voor biologische productie van een derde land dat verschilt van het EU-logo voor biologische productie plaatst de betrokken producten uit mededingingsoogpunt namelijk niet op één lijn en kan evenmin de indruk wekken dat de betrokken ingevoerde producten voldoen aan alle voorschriften van verordening 2018/848. |
|
84 |
Hieruit volgt dat, niettegenstaande de conclusie in punt 79 van het onderhavige arrest, teneinde de nuttige werking van met name artikel 45, lid 1, onder b), iii), van verordening 2018/848 te verzekeren en de door deze verordening aan de Commissie verleende bevoegdheden veilig te stellen, de op grond van deze bepaling ingevoerde producten, die „als biologische producten” toegang hebben tot de markt van de Unie, het logo voor biologische productie van het derde land waaruit zij afkomstig zijn moeten kunnen gebruiken, zelfs wanneer dit logo termen bevat die identiek zijn aan de termen die verwijzen naar biologische productie in de zin van artikel 30, lid 1, van deze verordening en bijlage IV daarbij. |
|
85 |
Gelet op het voorgaande dient de eerste prejudiciële vraag te worden beantwoord als volgt:
|
Tweede en derde prejudiciële vraag
|
86 |
Gelet op het antwoord op de eerste vraag behoeven de tweede en de derde vraag niet te worden beantwoord. |
Kosten
|
87 |
Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. |
|
Het Hof (Grote kamer) verklaart voor recht: |
|
Artikel 30, lid 2, en artikel 33, lid 1, van verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad |
|
moeten aldus worden uitgelegd dat |
|
noch het logo voor de biologische productie van de Europese Unie, noch in beginsel termen die verwijzen naar biologische productie mogen worden gebruikt voor een verwerkt levensmiddel dat uit een derde land onder de voorwaarden van artikel 45, lid 1, onder b), iii), en artikel 48, lid 1, van deze verordening wordt ingevoerd met het doel om in de Europese Unie als biologische product in de handel te worden gebracht wanneer dat levensmiddel mineralen en vitaminen van niet-plantaardige herkomst bevat en derhalve niet voldoet aan de vereisten van artikel 16, lid 1, van deze verordening, gelezen in samenhang met bijlage II, deel IV, punt 2.2.2, onder f), daarbij. |
|
Het logo voor biologische productie van dat derde land mag echter wel in de Unie voor een dergelijk levensmiddel worden gebruikt, zelfs al bevat dat logo termen die verwijzen naar biologische productie in de zin van artikel 30, lid 1, van deze verordening en bijlage IV daarbij. |
|
ondertekeningen |
( *1 ) Procestaal: Duits.