EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62022CA0679

Zaak C-679/22: Arrest van het Hof (Negende kamer) van 29 februari 2024 – Europese Commissie / Ierland

PB C, C/2024/2576, 22.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2576/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2576/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/2576

22.4.2024

Arrest van het Hof (Negende kamer) van 29 februari 2024 – Europese Commissie / Ierland

(Zaak C-679/22)  (1)

(Niet-nakoming - Artikel 258 VWEU - Richtlijn (EU) 2018/1808 - Aanbieden van audiovisuele mediadiensten - Geen omzetting of mededeling van omzettingsmaatregelen - Artikel 260, lid 3, VWEU - Vordering tot veroordeling om een forfaitaire som en een dwangsom te betalen)

(C/2024/2576)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Armati, U. Małecka, L. Malferrari en E. Manhaeve, gemachtigden)

Verwerende partij: Ierland (vertegenwoordigers: M. Browne, Chief State Solicitor, A. Joyce en D. O’Reilly, gemachtigden, bijgestaan door B. Doherty, BL)

Dictum

1)

Ierland is in zijn verplichtingen krachtens artikel 2 van richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie tekortgeschoten doordat het bij het verstrijken van de termijn die is vastgesteld in het met redenen omkleed advies, niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft aangenomen die nodig zijn om te voldoen aan deze richtlijn, en doordat het dergelijke bepalingen bijgevolg niet heeft meegedeeld aan de Europese Commissie.

2)

Ierland heeft in zijn niet-nakoming volhard doordat het, toen het Hof de feiten onderzocht, niet de maatregelen had vastgesteld die nodig waren om richtlijn 2018/1808 om te zetten in zijn nationale recht, en doordat het dergelijke bepalingen bijgevolg evenmin had meegedeeld aan de Europese Commissie.

3)

Ierland wordt veroordeeld om de Europese Commissie:

een forfaitaire som van 2 500 000 EUR te betalen;

voor het geval dat de in punt 1 geconstateerde niet-nakoming zou voortduren op de datum waarop het onderhavige arrest wordt gewezen, een dwangsom van 10 000 EUR per dag te betalen vanaf die datum totdat die lidstaat een einde maakt aan deze niet-nakoming.

4)

Ierland wordt behalve in zijn eigen kosten ook verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)   PB C 45 van 6.2.2023.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2576/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top