EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62022CA0558

Zaak C-558/22, Fallimento Esperia en GSE: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 maart 2024 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato - Italië) – Autorità di Regolazione per Energia Reti e Ambiente (ARERA) / Fallimento Esperia SpA, Gestore dei Servizi Energetici SpA - GSE

PB C, C/2024/2905, 6.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2905/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2905/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/2905

6.5.2024

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 maart 2024 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato - Italië) – Autorità di Regolazione per Energia Reti e Ambiente (ARERA) / Fallimento Esperia SpA, Gestore dei Servizi Energetici SpA - GSE

(Zaak C-558/22  (1) , Fallimento Esperia en GSE)

(Prejudiciële verwijzing - Nationale steunregeling die voorziet in de toekenning van verhandelbare groenestroomcertificaten aan nationale producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen - Invoer van elektriciteit die in een andere lidstaat uit hernieuwbare bronnen is geproduceerd - Verplichting om groenestroomcertificaten aan te kopen - Sanctie - Vrijstelling - Richtlijn 2001/77/EG - Richtlijn 2009/28/EG - Steunregeling - Garanties van oorsprong - Vrij verkeer van goederen - Artikelen 18, 28, 30, 34 en 110 VWEU - Staatssteun - Artikelen 107 en 108 VWEU - Staatsmiddelen - Selectief voordeel)

(C/2024/2905)

Procestaal: Italië

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Autorità di Regolazione per Energia Reti e Ambiente (ARERA)

Verwerende partijen: Fallimento Esperia SpA, Gestore dei Servizi Energetici SpA - GSE

Dictum

1)

De artikelen 28, 30 en 110 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale maatregel waarbij importeurs van elektriciteit uit een andere lidstaat die niet door de overlegging van garanties van oorsprong aantonen dat die elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is opgewekt, worden verplicht om bij nationale producenten certificaten van hernieuwbare oorsprong of elektriciteit uit hernieuwbare bronnen aan te kopen in verhouding tot de hoeveelheid elektriciteit die zij invoeren, en die voorziet in de oplegging van een sanctie in geval van niet-nakoming van deze verplichting, terwijl de nationale producenten van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen niet aan een dergelijke aankoopverplichting zijn onderworpen.

2)

Artikel 34 VWEU en richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt en richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen die nationale maatregel indien vaststaat dat deze niet verder gaat dan noodzakelijk is om de doelstelling van de verhoging van de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen te bereiken.

3)

De artikelen 107 en 108 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen die nationale maatregel voor zover het verschil in behandeling tussen de nationale producenten van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en de importeurs van elektriciteit die geen garantie van oorsprong overleggen, wordt gerechtvaardigd door de aard en de opzet van het referentiestelsel waar de maatregel deel van uitmaakt.

(1)   PB C 441, van 21.11.2022.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2905/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top