This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62022CA0078
Case C-78/22, ALD Automotive: Judgment of the Court (Eighth Chamber) of 4 May 2023 (request for a preliminary ruling from the Vrchní soud v Praze — Czech Republic) — ALD Automotive s.r. o. v DY, acting as insolvency administrator of the debtor company GEDEM-STAV a.s. (Reference for a preliminary ruling — Directive 2011/7/EU — Combating late payments in commercial transactions — Article 6 — Fixed minimum sum of EUR 40 as compensation for the recovery costs incurred by the creditor — Late payment regarding contracts for successive performance — Fixed compensation due in respect of each late payment — Obligation to give full effect to EU law — Obligation of interpretation in compliance with EU law — General principles of national private law)
Zaak C-78/22, ALD Automotive: Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 4 mei 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vrchní soud v Praze — Tsjechië) — ALD Automotive s.r.o. / DY, handelend als curator van de failliete boedel van schuldenares GEDEM-STAV a.s. (Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2011/7/EU – Bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties – Artikel 6 – Vast minimumbedrag van 40 EUR als schadeloosstelling voor invorderingskosten van de schuldeiser – Betalingsachterstanden inzake duurovereenkomsten – Vaste schadeloosstelling voor elke betalingsachterstand – Verplichting om volle werking te verlenen aan het Unierecht – Verplichting tot een uitlegging overeenkomstig het Unierecht – Algemene beginselen van nationaal privaatrecht)
Zaak C-78/22, ALD Automotive: Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 4 mei 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vrchní soud v Praze — Tsjechië) — ALD Automotive s.r.o. / DY, handelend als curator van de failliete boedel van schuldenares GEDEM-STAV a.s. (Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2011/7/EU – Bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties – Artikel 6 – Vast minimumbedrag van 40 EUR als schadeloosstelling voor invorderingskosten van de schuldeiser – Betalingsachterstanden inzake duurovereenkomsten – Vaste schadeloosstelling voor elke betalingsachterstand – Verplichting om volle werking te verlenen aan het Unierecht – Verplichting tot een uitlegging overeenkomstig het Unierecht – Algemene beginselen van nationaal privaatrecht)
PB C 216 van 19.6.2023, pp. 19–20
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
19.6.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 216/19 |
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 4 mei 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vrchní soud v Praze — Tsjechië) — ALD Automotive s.r.o. / DY, handelend als curator van de failliete boedel van schuldenares GEDEM-STAV a.s.
(Zaak C-78/22 (1), ALD Automotive)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2011/7/EU - Bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties - Artikel 6 - Vast minimumbedrag van 40 EUR als schadeloosstelling voor invorderingskosten van de schuldeiser - Betalingsachterstanden inzake duurovereenkomsten - Vaste schadeloosstelling voor elke betalingsachterstand - Verplichting om volle werking te verlenen aan het Unierecht - Verplichting tot een uitlegging overeenkomstig het Unierecht - Algemene beginselen van nationaal privaatrecht)
(2023/C 216/25)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Vrchní soud v Praze
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ALD Automotive s.r.o.
Verwerende partij: DY, handelend als curator van de failliete boedel van schuldenares GEDEM-STAV a.s.
Dictum
|
1) |
Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, gelezen in samenhang met artikel 3 van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een en dezelfde overeenkomst voorziet in periodieke betalingen die elk binnen een bepaalde termijn moeten worden verricht, het in dat artikel 6, lid 1, bedoelde vaste minimumbedrag van 40 EUR, als schadeloosstelling voor de invorderingskosten van de schuldeiser, voor elke betalingsachterstand verschuldigd is. |
|
2) |
Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2011/7, gelezen in samenhang met artikel 6, lid 3, en artikel 7, lid 1, tweede alinea, onder c), van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een nationale rechter op basis van de algemene beginselen van nationaal privaatrecht het in de eerste van deze bepalingen bedoelde vaste bedrag weigert of verlaagt, ook wanneer de betalingsachterstand die zich voordoet in het kader van een en dezelfde overeenkomst met name betrekking heeft op geringe bedragen of zelfs bedragen die lager zijn dan dat vaste bedrag. |