EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62019TN0286

Zaak T-286/19: Beroep ingesteld op 3 mei 2019 — Azarov/Raad

OJ C 213, 24.6.2019, p. 78–78 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

24.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 213/78


Beroep ingesteld op 3 mei 2019 — Azarov/Raad

(Zaak T-286/19)

(2019/C 213/74)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Mykola Yanovych Azarov (Kiev, Oekraïne) (vertegenwoordigers: G. Lansky en A. Egger, advocaten)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

besluit (GBVB) 2019/354 van de Raad van 4 maart 2019 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2019, L 64, blz. 7) en uitvoeringsverordening (EU) 2019/352 van de Raad van 4 maart 2019 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2019, L 64, blz. 1) nietig verklaren overeenkomstig artikel 263 VWEU, voor zover zij verzoeker betreffen;

overeenkomstig artikel 64 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht bepaalde maatregelen tot organisatie van de procesgang nemen en meer in het bijzonder

a)

de Raad verzoeken om overlegging van documenten met betrekking tot de verificatie of de rechten van de verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming zijn gerespecteerd, alsook met betrekking tot het onderzoek naar de gegrondheid van de verwijten;

b)

de EDEO verzoeken om overlegging van documenten met betrekking tot de verificatie of de rechten van de verdediging en het recht op effectieve rechtsbescherming zijn gerespecteerd; en

de Raad overeenkomstig artikel 87, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Het beroep berust op één middel, te weten dat bij de vaststelling van de bestreden rechtshandelingen een kennelijke beoordelingsfout is gemaakt.

Om te beginnen hekelt verzoeker het feit dat verweerder de op hem rustende formele onderzoeksverplichtingen niet is nagekomen, met name wat betreft het autonome onderzoek, de toetsing van de bevoegdheid en de eerbiediging van zowel de rechten van de verdediging als het recht op effectieve rechtsbescherming. In zoverre heeft verweerder niet voldaan aan de door het Hof in zijn arrest van 19 december 2018, Azarov/Raad (C-530/17 P, EU:C:2018:1031), geformuleerde vereisten.

Voorts voert verzoeker aan dat verweerder zijn motiveringsplicht niet is nagekomen, omdat verweerder de gegrondheid van de tot verzoeker gerichte verwijten niet heeft onderzocht.


Top