EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62019CA0882

Zaak C-882/19: Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 oktober 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Provincial de Barcelona — Spanje) — Sumal, SL / Mercedes Benz Trucks España, SL (Prejudiciële verwijzing – Mededinging – Vergoeding van schade die is veroorzaakt door een bij artikel 101, lid 1, VWEU verboden gedraging – Vaststelling van de entiteiten die de schade dienen te vergoeden – Schadevordering tegen de dochteronderneming van een moedermaatschappij die is ingesteld naar aanleiding van een besluit waarbij de deelname van enkel die moedermaatschappij aan een mededingingsregeling is vastgesteld – Begrip “onderneming” – Begrip “economische eenheid”)

OJ C 490, 6.12.2021, p. 7–8 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 490/7


Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 oktober 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Provincial de Barcelona — Spanje) — Sumal, SL / Mercedes Benz Trucks España, SL

(Zaak C-882/19) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Mededinging - Vergoeding van schade die is veroorzaakt door een bij artikel 101, lid 1, VWEU verboden gedraging - Vaststelling van de entiteiten die de schade dienen te vergoeden - Schadevordering tegen de dochteronderneming van een moedermaatschappij die is ingesteld naar aanleiding van een besluit waarbij de deelname van enkel die moedermaatschappij aan een mededingingsregeling is vastgesteld - Begrip “onderneming” - Begrip “economische eenheid”)

(2021/C 490/04)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Audiencia Provincial de Barcelona

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Sumal, SL

Verwerende partij: Mercedes Benz Trucks España, SL

Dictum

1)

Artikel 101, lid 1, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het slachtoffer van een mededingingsverstorende gedraging van een onderneming zonder onderscheid een schadevordering kan instellen tegen een moedermaatschappij die bij besluit van de Europese Commissie voor die gedraging is bestraft dan wel tegen een dochteronderneming van die maatschappij waartegen dat besluit niet is gericht, wanneer zij samen een economische eenheid vormen. De betrokken dochteronderneming moet haar rechten van verdediging op zinvolle wijze kunnen uitoefenen om aan te tonen dat zij niet tot die onderneming behoort en, wanneer de Commissie geen besluit heeft vastgesteld op grond van artikel 101 VWEU, heeft zij tevens het recht om te betwisten dat het gestelde inbreukmakende gedrag zich heeft voorgedaan.

2)

Artikel 101, lid 1, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan een vennootschap uitsluitend aansprakelijk kan worden gesteld voor de gedragingen van een andere vennootschap indien zij zeggenschap heeft over deze laatste.


(1)  PB C 87 van 16.3.2020.


Top