Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62018TN0212

Zaak T-212/18: Beroep ingesteld op 26 maart 2018 –Romańska / Frontex

OJ C 200, 11.6.2018, p. 43–44 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

201805250751897302018/C 200/562122018TC20020180611NL01NLINFO_JUDICIAL20180326434421

Zaak T-212/18: Beroep ingesteld op 26 maart 2018 –Romańska / Frontex

Top

C2002018NL4310120180326NL0056431442

Beroep ingesteld op 26 maart 2018 –Romańska / Frontex

(Zaak T-212/18)

2018/C 200/56Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Karolina Romańska (Warschau, Polen) (vertegenwoordiger: A. Tetkowska, advocaat)

Verwerende partij: Europees Grens- en kustwachtagentschap

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;

het besluit van het te Warschau gevestigde Europees Grens- en kustwachtagentschap van 14 juni 2017 om de overeenkomst met Karoliną Romańską krachtens artikel 47 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden te beëindigen nietig te verklaren;

vast te stellen dat het Europees Grens- en kustwachtagentschap Karolina Romańską geïntimideerd en gediscrimineerd heeft;

het Europees Grens- en kustwachtagentschap te verplichten, de intimidatie en discriminatie van Karolina Romańską te beëindigen en een anti-discriminatie en anti-intimidatiebeleid in te voeren;

het Europees Grens- en kustwachtagentschap te veroordelen tot betaling van een in redelijkheid op 100000 EUR vastgesteld bedrag aan Karolina Romańską ter vergoeding van het onrecht dat haar is aangedaan;

het Europees Grens- en kustwachtagentschap te veroordelen tot betaling van het bedrag van 4402 PLN aan Karolina Romańską ter vergoeding van de door haar geleden schade;

het Europees Grens- en kustwachtagentschap te verwijzen in alle kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.

1.

Eerste middel: discriminatie en intimidatie van verzoekster in het Agentschap. Tijdens haar tewerkstelling aldaar is verzoekster geïntimideerd, gekleineerd, heeft zij de schuld gekregen van fouten van anderen, is zij in het openbaar vernederd en onjuist behandeld. Haar meerderen waren hiervan op de hoogte, doch hebben niet ingegrepen.

2.

Tweede middel: als gevolg van de intimidatie in het Agentschap heeft verzoekster gezondheidsproblemen gekregen. In april 2016 heeft zij plotselinge en ernstige problemen met haar gezondheid gehad, die door medische stukken worden bevestigd. Sindsdien is zij continue onder behandeling. De artsen hebben vastgesteld dat de problemen door stress zijn ontstaan, met name door de intimidatie op het werk en door een burn-out. Verzoekster heeft kosten gemaakt voor haar behandeling, die worden aangetoond door de bij het verzoekschrift gevoegde medische documenten.

3.

Derde middel: verzoekster heeft in verband met de intimidatie en de discriminatie geen bijstand van het Agentschap gekregen. Verzoekster heeft het Agentschap in verband daarmee gevraagd om haar de in het Statuut voorziene bijstand te verlenen. Zij heeft het Agentschap een reeks voor haar aanvaardbare oplossingen voor het probleem voorgelegd. Het Agentschap heeft niet gereageerd op de kwestie van verzoeksters gezondheid en heeft niets gedaan, zodat het de voor verzoekster schadelijke situatie gewoon voor lief heeft genomen en heeft toegestaan dat deze voortduurde.

4.

Vierde middel: verzoekster is door het Agentschap gediscrimineerd op grond van geslacht, nationaliteit en het lidmaatschap van een vakorganisatie. Zij heeft binnen het Agentschap meermaals naar een hogere functie gesolliciteerd. Ondanks haar uitgebreide opleiding, haar kennis van meerdere vreemde talen, haar uitstekende beoordelingen en de omstandigheid dat zij steeds opleidingen heeft gevolgd, is zij niet bevorderd. De redenen hiervoor vormen een discriminatie. Als reactie op het feit dat verzoekster zich wegens intimidatie en discriminatie meermaals tot verweerder heeft gewend, heeft deze haar een dienstreis voorgesteld, waarvoor zij alle voorbereidingen heeft getroffen, met inbegrip van het leren van een vreemde taal van basis- tot communicatieniveau. Daarna heeft verweerder de dienstreis vier dagen voor vertrek afgezegd, en wel omdat zij contact zou hebben gehad met een vakorganisatie.

5.

Vijfde middel: verzoekster is zonder reden ontslagen. Er is geen reden voor de beëindiging van haar overeenkomst en deze beëindiging wordt niet gemotiveerd. De overeenkomst is beëindigd, omdat verzoekster niet heeft geaccepteerd dat zij in het Agentschap werd geïntimideerd en gediscrimineerd.

Top