This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62018CA0662
Joined Cases C-662/18 and C-672/18: Judgment of the Court (Eighth Chamber) of 18 September 2019 (requests for a preliminary ruling from the Conseil d’État — France) — AQ (C-662/18), DN (C-672/18) v Ministre de l’Action and des Comptes publics (References for a preliminary ruling — Direct taxation — Directive 90/434/EEC — Directive 2009/133/EC — Article 8 — Capital gains relating to exchange of securities transactions — Transfer of securities received at the time of the exchange — Capital gain on which tax has been deferred — Taxation of the shareholders — Taxation on the basis of different bases of assessment and rate rules — Reductions of the basis of assessment taking into account the period for which securities have been held)
Gevoegde zaken C-662/18 en C-672/18: Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 18 september 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État - Frankrijk) – AQ (C-662/18), DN (C-672/18)/Ministre de l'Action et des Comptes publics (Prejudiciële verwijzing – Directe belastingen – Richtlijn 90/434/EEG – Richtlijn 2009/133/EG – Artikel 8 – Meerwaarden betreffende effectenruilen – Vervreemding van de bij de ruil ontvangen effecten – Meerwaarde waarvoor belastinguitstel is toegekend – Belastingheffing bij de aandeelhouders – Belastingheffing volgens verschillende grondslag- en tariefregels – Inkomensaftrekken die rekening houden met de duur van het houderschap van de effecten)
Gevoegde zaken C-662/18 en C-672/18: Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 18 september 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État - Frankrijk) – AQ (C-662/18), DN (C-672/18)/Ministre de l'Action et des Comptes publics (Prejudiciële verwijzing – Directe belastingen – Richtlijn 90/434/EEG – Richtlijn 2009/133/EG – Artikel 8 – Meerwaarden betreffende effectenruilen – Vervreemding van de bij de ruil ontvangen effecten – Meerwaarde waarvoor belastinguitstel is toegekend – Belastingheffing bij de aandeelhouders – Belastingheffing volgens verschillende grondslag- en tariefregels – Inkomensaftrekken die rekening houden met de duur van het houderschap van de effecten)
PB C 399 van 25.11.2019, pp. 18–19
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
25.11.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 399/18 |
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 18 september 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État - Frankrijk) – AQ (C-662/18), DN (C-672/18)/Ministre de l'Action et des Comptes publics
(Gevoegde zaken C-662/18 en C-672/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Directe belastingen - Richtlijn 90/434/EEG - Richtlijn 2009/133/EG - Artikel 8 - Meerwaarden betreffende effectenruilen - Vervreemding van de bij de ruil ontvangen effecten - Meerwaarde waarvoor belastinguitstel is toegekend - Belastingheffing bij de aandeelhouders - Belastingheffing volgens verschillende grondslag- en tariefregels - Inkomensaftrekken die rekening houden met de duur van het houderschap van de effecten)
(2019/C 399/21)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: AQ (C-662/18), DN (C-672/18)
Verwerende partij: Ministre de l'Action et des Comptes publics
Dictum
Artikel 8, leden 1 en 6, van richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, en artikel 8, lid 1 en lid 2, tweede alinea, van richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten moeten aldus worden uitgelegd dat bij een effectenruil voor de meerwaarde betreffende de geruilde effecten waarvoor belastinguitstel is toegekend, alsmede voor de meerwaarde uit de vervreemding van de bij de ruil ontvangen effecten dezelfde fiscale behandeling moet gelden wat betreft het belastingtarief en de toepassing van een inkomensaftrek om rekening te houden met de duur van het houderschap van de effecten, als de fiscale behandeling die van toepassing zou zijn geweest op de meerwaarde die zou zijn gerealiseerd bij de vervreemding van de effecten die bestonden vóór de effectenruil, indien die ruil niet had plaatsgevonden.