Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62017TN0377

Zaak T-377/17: Beroep ingesteld op 15 juni 2017 — SQ/EIB

OJ C 277, 21.8.2017, p. 48–49 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.8.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 277/48


Beroep ingesteld op 15 juni 2017 — SQ/EIB

(Zaak T-377/17)

(2017/C 277/70)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: SQ (vertegenwoordigers: N. Cambonie en P. Walter, advocaten)

Verwerende partij: Europese Investeringsbank

Conclusies

het bestreden besluit gedeeltelijk nietig te verklaren voor zover de president daarin ten onrechte ten eerste heeft vastgesteld dat de handelingen van de directeur Communicatie jegens verzoekster, zoals bedoeld in de punten 20 tot en met 24, 25, 31, 34, 46, 50 en 51 van het rapport, geen psychisch geweld vormden, ten tweede dat het niet nodig was om een tuchtprocedure tegen die directeur in te leiden, en ten derde dat het bestreden besluit waarbij wordt vastgesteld dat verzoekster slachtoffer is geweest van psychisch geweld, strikt vertrouwelijk moet blijven;

de EIB te veroordelen tot vergoeding van ten eerste de immateriële schade die zij heeft geleden als gevolg van het psychisch geweld van de directeur Communicatie zoals vastgesteld in het bestreden besluit en haar uit dien hoofde een bedrag van 121 992 (honderdéénentwintig duizend negenhonderd tweeënnegentig) EUR toe te kennen, ten tweede de door haar geleden immateriële schade die losstaat van de onwettigheid waarop de gedeeltelijke nietigverklaring van het bestreden besluit is gebaseerd en haar uit dien hoofde 25 000 (vijfentwintig duizend) EUR toe te kennen, en ten derde de immateriële schade als gevolg van de schending door de algemeen-directrice Personeelszaken van de onafhankelijkheid van de door de directeur Conformiteit gevoerde meldingsprocedure en de intimidatie of de dreiging van represailles van de algemeen-directrice Personeelszaken jegens verzoekster en haar uit dien hoofde 25 000 (vijfentwintig duizend) EUR toe te kennen;

de EIB te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan verkeerde rechtsopvattingen en kennelijke beoordelingsfouten, in het besluit van de Europese Investeringsbank (EIB) van 20 maart 2017 (hierna: „bestreden besluit”), bij de kwalificatie van verschillende, door verzoekster aan de orde gestelde praktijken. Dit middel bestaat uit twee onderdelen:

Eerste onderdeel: verkeerde rechtsopvattingen bij de toepassing van de voorwaarde dat handelingen van psychisch geweld herhalend moeten zijn;

Tweede onderdeel: kennelijke beoordelingsfouten als gevolg van het feit dat bepaalde aan de orde gestelde praktijken objectief afbreuk konden doen aan het zelfvertrouwen en de zelfachting.

2.

Tweede middel, ontleend aan fouten in verband met het niet-inleiden van een tuchtprocedure. Dit middel bestaat uit twee onderdelen:

Eerste, primair aangevoerde onderdeel: verkeerde rechtsopvatting;

Tweede, subsidiair aangevoerde onderdeel: kennelijke beoordelingsfout en/of schending van het evenredigheidsbeginsel.

3.

Derde middel, ontleend aan onjuiste rechtsopvattingen en kennelijke beoordelingsfouten bij de aan verzoekster opgelegde verplichting om het bestreden besluit, volgens hetwelk zij slachtoffer was geweest van psychisch geweld door de directeur Communicatie, vertrouwelijk te houden.


Top