Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62017CN0725

Zaak C-725/17: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sofiyski rayonen sad (Bulgarije) op 27 december 2017 — Toplofikatsia Sofia EAD / Mitko Simeonov Dimitrov

OJ C 94, 12.3.2018, p. 11–12 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

12.3.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 94/11


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sofiyski rayonen sad (Bulgarije) op 27 december 2017 — Toplofikatsia Sofia EAD / Mitko Simeonov Dimitrov

(Zaak C-725/17)

(2018/C 094/14)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Sofiyski rayonen sad

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Toplofikatsia Sofia EAD

Verwerende partij: Mitko Simeonov Dimitrov

Prejudiciële vragen

1)

De richtlijn (1) sluit de rechtsbepalingen van het traditionele verbintenissenrecht over het sluiten van overeenkomsten van haar werkingssfeer uit; sluit zij echter ook de regeling van deze hoogst ongebruikelijke, bij wet vastgestelde structuur voor het ontstaan van contractuele betrekkingen van haar werkingssfeer uit?

2)

Voor zover de richtlijn een eigen regeling in dit geval niet uitsluit; gaat het dan om een overeenkomst in de zin van artikel 5 van de richtlijn of om iets anders? Wanneer het een overeenkomst is of wanneer het geen overeenkomst is: vindt de richtlijn in het onderhavige geval toepassing?

3)

Valt dit type van de facto overeenkomsten binnen de werkingssfeer van de richtlijn onafhankelijk van het tijdstip waarop zij zijn ontstaan, of vindt de richtlijn enkel toepassing op nieuw verworven woningen of — strikter nog — enkel op nieuwbouwwoningen (d.w.z. installaties waarvan de gebruikers om aansluiting op het stadsverwarmingsnet verzoeken)?

4)

Voor zover de richtlijn toepassing vindt: maakt de nationale regeling inbreuk op artikel 5, lid 1, onder f), juncto lid 2, die voorzien in het recht respectievelijk de principiële mogelijkheid om de rechtsbetrekking te beëindigen?

5)

Voor zover een overeenkomst moet worden gesloten: is hiervoor een vorm voorgeschreven en welke inhoudelijke reikwijdte moet de informatie hebben die de consument (hier: de individuele woningeigenaar en niet de gemeenschap van mede-eigenaars) ter beschikking moet worden gesteld? Heeft de ontstentenis van tijdige en toegankelijk gemaakte informatie invloed op het ontstaan van de rechtsbetrekking?

6)

Is een uitdrukkelijk verzoek, d.w.z. een formele wilsuiting van de consument noodzakelijk om partij bij een dergelijke rechtsbetrekking te worden?

7)

Wanneer er, al dan niet formeel, een overeenkomst werd gesloten, maakt de verwarming van de gemeenschappelijke ruimten van het gebouw (in het bijzonder het trappenhuis) ook deel uit van het voorwerp van de overeenkomst en heeft de consument de dienstverstrekking met betrekking tot dit deel van het gebouw besteld, wanneer daartoe geen uitdrukkelijk verzoek van hemzelf of zelfs van de volledige gemeenschap van mede-eigenaars voorligt (bijvoorbeeld, wanneer de radiatoren werden verwijderd, waarvan meestal zal moeten worden uitgegaan — de experts vermelden namelijk geen radiatoren in de gemeenschappelijke ruimten van het gebouw)?

8)

Is het van belang (of maakt het een verschil uit) voor de eigenaar, in diens hoedanigheid van consument die om verwarming van de gemeenschappelijke ruimten heeft verzocht, wanneer de levering van warmte in zijn koopwoning is stopgezet?


(1)  Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB 2011, L 304, blz. 64).


Top