Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62017CA0132

Zaak C-132/17: Arrest van het Hof (Negende kamer) van 21 februari 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — Peugeot Deutschland GmbH / Deutsche Umwelthilfe eV (Prejudiciële verwijzing — Vrij verrichten van diensten — Richtlijn 2010/13/EU — Definities — Begrip ‚audiovisuele mediadienst’ — Werkingssfeer — Kanaal met reclamevideo’s voor nieuwe modellen personenauto’s dat beschikbaar is op YouTube)

OJ C 134, 16.4.2018, p. 10–10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

16.4.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 134/10


Arrest van het Hof (Negende kamer) van 21 februari 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — Peugeot Deutschland GmbH / Deutsche Umwelthilfe eV

(Zaak C-132/17) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Vrij verrichten van diensten - Richtlijn 2010/13/EU - Definities - Begrip ‚audiovisuele mediadienst’ - Werkingssfeer - Kanaal met reclamevideo’s voor nieuwe modellen personenauto’s dat beschikbaar is op YouTube))

(2018/C 134/13)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesgerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Peugeot Deutschland GmbH

Verwerende partij: Deutsche Umwelthilfe eV

Dictum

Artikel 1, lid 1, onder a), van richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) moet aldus worden uitgelegd dat de definitie van „audiovisuele mediadienst” zich niet uitstrekt tot een videokanaal als dat welk in het hoofdgeding aan de orde is, waarop internetgebruikers korte reclamevideo’s voor nieuwe modellen personenauto’s kunnen bekijken, noch tot een van die video’s op zichzelf beschouwd.


(1)  PB C 213 van 3.7.2017.


Top