Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62016CN0328

Zaak C-328/16: Beroep ingesteld op 1 juni 2016 — Europese Commissie/Helleense Republiek

OJ C 402, 31.10.2016, p. 13–14 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

31.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 402/13


Beroep ingesteld op 1 juni 2016 — Europese Commissie/Helleense Republiek

(Zaak C-328/16)

(2016/C 402/16)

Procestaal: Grieks

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Zavvos en E. Manhaeve, gemachtigden)

Verwerende partij: Helleense Republiek

Conclusies

vaststellen dat de Helleense Republiek, door niet alle maatregelen te treffen ter uitvoering van het arrest van het Hof van 24 juni 2004 in zaak C-119/02 (1), Commissie/Helleense Republiek, verzuimd heeft de krachtens artikel 260, lid 1, VWEU op haar rustende verplichting, na te komen,

de Helleense Republiek veroordelen tot betaling aan de Commissie van een dwangsom van 34 974 EUR per dag vertraging bij de uitvoering van het arrest in zaak C-119/02, vanaf de dag van de uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak tot op de dag van de uitvoering van het arrest in zaak C-119/02,

de Helleense Republiek veroordelen tot betaling aan de Commissie van een dagelijks forfaitair bedrag van 3 828 EUR vanaf de dag van de uitspraak van het arrest C-119/02, tot op de dag van de uitspraak van het arrest in de huidige zaak dan wel tot op de dag van de uitvoering van het arrest C-119/02, indien die uitvoering eerder plaatsvindt,

de Helleense Republiek verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

1.

In het arrest van 24 juni 2004, zaak C-119/02, Commissie/Helleense Republiek, heeft het Hof als volgt geoordeeld:

„De Helleense Republiek, door niet de maatregelen te treffen die nodig zijn voor de aanleg van een opvangsysteem voor het stedelijk afvalwater van het gebied van Thriasio Pedio, en door het stedelijk afvalwater van dat gebied niet te onderwerpen aan een behandeling die verder gaat dan de secundaire behandeling vóór het in het, kwetsbare gebied’ van de golf van [Eleusi] wordt geloosd, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 2, van richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater  (2) , zoals gewijzigd bij richtlijn 98/15/EG van de Commissie van 27 februari 1998”.

2.

De Helleense Republiek diende de nodige maatregelen te treffen om het stedelijke afvalwater van het gebied van Thriasio Pedio (die de plaatsen Eleusi, Aspropyrgos, Magoula en Mandra omvat) op te vangen en te behandelen, overeenkomstig artikel 3, lid 1, tweede alinea, en artikel 5, lid 2, van richtlijn 91/271/EEG, als gewijzigd bij richtlijn 98/15/EG, vóór de lozing in het kwetsbare gebied van de golf van Eleusi. Het opvang- en zuiveringssysteem van het afvalwater van het gebied Thriasio Pedio diende uiterlijk op 31 december 1998 te zijn geïnstalleerd. Bovendien diende het stedelijke afvalwater uiterlijk op die datum aan een behandeling te worden onderworpen die verder gaat dan de secundaire, („tertiaire behandeling”) vóór de lozing, ervan in kwetsbaar gebied.

3.

De Helleense Republiek diende te zorgen voor de opvang en de behandeling van al het stedelijke afvalwater van het gebied van Thriasio Pedio, de onderwerping ervan aan een behandeling die verder gaat dan de secundaire behandeling, en te bewijzen dat de werking van de waterzuiveringsinstallaties van het stedelijke afvalwater de bepalingen van de richtlijn naleeft.

4.

Het arrest van het Hof diende door de realisatie van verschillende projecten uitgevoerd te worden:

de oprichting van een centrum voor de behandeling van afvalwater (hierna: „CBEUR”),

de bouw van „hoofdkanalisaties” (voor het opvangsysteem van stedelijk afvalwater), of „primair opvangsysteem”,

de bouw van pijpleidingen (voor het opvangsysteem van stedelijk afvalwater), of „secundair opvangsysteem”,

de aansluiting van de verschillende inwoners/industrie van het gebied (van de gemeenten Eleusi, Aspropyrgos, Mandra en Magoula) op het opvangsysteem van stedelijk afvalwater, of „tertiair opvangsysteem”.

5.

De bevoegde Helleense autoriteiten hebben de Commissie meegedeeld dat het grootste deel van het volledige project zou worden gerealiseerd vóór het einde van 2010. Het primaire opvangsysteem was zo goed als gerealiseerd, het secundaire opvangsysteem was voor 45 % klaar en het tertiaire opvangsysteem was in opbouw. De autoriteiten voerden aan dat het CBEUR het stedelijke afvalwater van de hele bevolking van het gebied kon aansluiten vóór het einde van 2010. Het primaire opvangsysteem kon 100 % van de bevolking van de gemeenten Aspropyrgos, Mandra en Magoula bedienen en 2/3 van de bevolking van Eleusi (te weten, samengeteld, ongeveer 90 % van de 4 gemeenten). De rest van de bevolking kon uiterlijk op 30 april 2011 bediend worden.

6.

De Commissie heeft in dat verband besloten dat het arrest van het Hof op 18 juli 2011 nog niet helemaal was uitgevoerd.

7.

De Helleense autoriteiten hebben in hun antwoord van 27 november 2012 aan de Commissie meegedeeld dat het CBEUR sinds 27 juli 2012 in werking was, maar dat de secundaire en tertiaire opvangsystemen nog niet af waren (dit was voorzien voor het einde van maart 2013). Het secundaire opvangsysteem was zo goed als af, met uitzondering van een deel van de gemeente Eleusi („Kato Eleusi”) waar de werken wegens archeologische vondsten vertraging hebben opgelopen. Bovendien werd geschat dat op dat moment 24 % van het stedelijke afvalwater van de stedelijke agglomeratie van Thriasio Pedio werd opgevangen en behandeld door het CBEUR. De autoriteiten hebben ook elementen aangevoerd om aan te tonen (tertiaire behandeling van het opgevangen stedelijke afvalwater) dat de installaties goed werkten.

8.

De Commissie is van oordeel dat, ondanks het verstrijken van twaalf jaar sinds de uitspraak, het arrest door de Helleense Republiek nog niet volledig is uitgevoerd. De waterzuiveringsinstallaties voor het stedelijke afvalwater zijn afgewerkt en sinds 27 juli 2012 in werking gesteld, teneinde zodat aldus stikstof kan worden verwijderd, maar toch moet worden onderstreept dat enkel een zeer klein percentage (28 %) van het stedelijke afvalwater van het gebied van Thriasio Pedio momenteel wordt opgevangen en behandeld.

9.

De Commissie heeft bovendien van de bevoegde autoriteiten geen enkele betrouwbare kalender ontvangen die toestaat om in te schatten vanaf wanneer er een echte vooruitgang zal zijn. De Commissie onderstreept bovendien dat de verschillende deadlines die meerdere malen door de Helleense autoriteiten zijn meegedeeld, nooit zijn nageleefd. Naast het tertiaire opvangsysteem, dat verschillende woningen en industrie van het gebied aansluit, is evenmin het secundaire opvangsysteem (bouw van grote pijpleidingen) afgewerkt aangezien het deel van Kato Eleusi, in de gemeente Eleusi, ontbreekt.

10.

De Commissie onderstreept dat, behalve het antwoord van de Helleense autoriteiten van 27 november 2011, zij geen enkel statistisch gegeven heeft ontvangen dat kan aantonen dat het stedelijke afvalwater aan een behandeling wordt onderworpen die verder gaat dan de secundaire behandeling. Het betrokken antwoord bevatte bepaalde cijfers, die evenwel enkel betrekking hadden op een periode van vier maanden, aangezien de installatie pas op 27 juli van dat jaar in werking was gesteld. Welnu, om een voldoende behandeling van het opgevangen stedelijke afvalwater aan te kunnen tonen, dienden de Helleense autoriteiten de goede werking van de waterzuiveringsinstallatie aan te tonen voor een periode van twaalf maanden, en daarbij een percentage van vermindering van de BZV5 (biochemisch zuurstofverbruik) en de CZV (chemisch zuurstofverbruik) aangeven, dat kon voldoen aan de bepalingen van de richtlijn inzake de secundaire behandeling, en, inzake de tertiaire behandeling, een voldoende percentage van vermindering van stikstof overeenkomstig bijlage I, tabel 2, bij de richtlijn. Zolang die gegevens ontbreken kan de Commissie niet nagaan of het momenteel opgevangen stedelijke afvalwater uiteindelijk onderworpen is aan een behandeling die verder gaat dan de secundaire behandeling, overeenkomstig artikel 4 van de richtlijn.


(1)  EU:C:2004:385

(2)  PB 1991, L 135, blz. 40.


Top