EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62016CJ0393

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 20 december 2017.
Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne tegen Aldi Süd Dienstleistungs-GmbH & Co.OHG.
Verzoek van het Bundesgerichtshof om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten – Bescherming van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB’s) – Verordening (EG) nr. 1234/2007 – Artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), onder b) en c) – Verordening (EU) nr. 1308/2013 – Artikel 103, lid 2), onder a), ii), onder b) en c) – Werkingssfeer – Uitbuiten van de reputatie van een BOB – Misbruik, nabootsing of voorstelling van een BOB – Onjuiste of misleidende aanduiding – BOB ‚Champagne’ gebruikt in de benaming van een levensmiddel – Benaming ‚Champagner Sorbet’ – Levensmiddel dat champagne als ingrediënt bevat – Ingrediënt dat het levensmiddel een essentieel kenmerk verleent.
Zaak C-393/16.

Digital reports (Court Reports - general - 'Information on unpublished decisions' section)

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2017:991

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)

20 december 2017 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten – Bescherming van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB’s) – Verordening (EG) nr. 1234/2007 – Artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), onder b) en c) – Verordening (EU) nr. 1308/2013 – Artikel 103, lid 2), onder a), ii), onder b) en c) – Werkingssfeer – Uitbuiten van de reputatie van een BOB – Misbruik, nabootsing of voorstelling van een BOB – Onjuiste of misleidende aanduiding – BOB ‚Champagne’ gebruikt in de benaming van een levensmiddel – Benaming ‚Champagner Sorbet’ – Levensmiddel dat champagne als ingrediënt bevat – Ingrediënt dat het levensmiddel een essentieel kenmerk verleent”

In zaak C‑393/16,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) bij beslissing van 2 juni 2016, ingekomen bij het Hof op 14 juli 2016, in de procedure

Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne

tegen

Aldi Süd Dienstleistungs-GmbH & Co. OHG, vertegenwoordigd door Aldi Süd Dienstleistungs-GmbH, voorheen Aldi Einkauf GmbH & Co. OHG Süd,

in tegenwoordigheid van:

Galana NV,

wijst HET HOF (Tweede kamer),

samengesteld als volgt: M. Ilešič, kamerpresident, A. Rosas, C. Toader, A. Prechal en E. Jarašiūnas (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: M. Campos Sánchez-Bordona,

griffier: K. Malacek, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 18 mei 2017,

gelet op de opmerkingen van:

het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne, vertegenwoordigd door C. Onken, Rechtsanwältin,

Galana NV, vertegenwoordigd door H. Hartwig en A. von Mühlendahl, Rechtsanwälte,

de Franse regering, vertegenwoordigd door D. Colas, S. Horrenberger en E. de Moustier als gemachtigden,

de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Inez Fernandes, M. Figueiredo en A. Gameiro als gemachtigden,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B. Eggers, I. Galindo Martín en I. Naglis als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 juli 2017,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), onder b) en c), van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (PB 2007, L 299, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009 (PB 2009, L 154, blz. 1) (hierna: „verordening nr. 1234/2007”), alsook van artikel 103, lid 2, onder a), ii), onder b) en c), van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 671).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen het Comité interprofessionnel du Vin de Champagne (hierna: „CIVC”) en Aldi Süd Dienstleistungs-GmbH & Co. OHG, voorheen Aldi Einkauf GmbH & Co. OHG Süd (hierna: „Aldi”), over het gebruik van de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) „Champagne” in de benaming van een door Aldi verkocht diepvriesproduct.

Toepasselijke bepalingen

Verordeningen nr. 1234/2007 en nr. 1308/2013

3

In zijn verzoek om een prejudiciële beslissing verwijst de verwijzende rechter zowel naar verordening nr. 1234/2007, die van kracht was ten tijde van de feiten van het hoofdgeding, als naar verordening nr. 1308/2013, die met ingang van 1 januari 2014 in de plaats is gekomen van verordening nr. 1234/2007. Hij wijst erop dat de uitlegging van verordening nr. 1308/2013 voor hem noodzakelijk is, aangezien de vordering tot staking van het gebruik van de BOB „Champagne” die in het hoofdgeding aan de orde is, op de toekomst betrekking heeft, zodat hij bij zijn beslissing op die vordering ook rekening zal moet houden met de op de datum van zijn beslissing van toepassing zijnde bepalingen.

4

Artikel 118 ter van verordening nr. 1234/2007, met als opschrift „Definities”, bepaalde in lid 1:

„Voor de toepassing van deze subsectie gelden de volgende definities:

a)

‚oorsprongsbenaming’: de naam van een regio, een bepaalde plaats of, bij uitzondering, een land, die wordt gebruikt voor de beschrijving van een product als bedoeld in artikel 118 bis, lid 1, dat aan de volgende vereisten voldoet:

i)

de kwaliteit en de kenmerken van het product zijn hoofdzakelijk of uitsluitend toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door natuur en mens bepaalde factoren;

ii)

alle druiven waarmee het product is bereid, zijn afkomstig uit dit geografische gebied;

iii)

de productie vindt plaats in dit geografische gebied, en

iv)

het product is verkregen van wijndruivenrassen die behoren tot de soort Vitis vinifera;

[...]”

5

Artikel 118 duodecies, lid 1, van die verordening bepaalde:

„Namen die soortnamen zijn geworden, worden niet beschermd als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

[...]”

6

Artikel 118 quaterdecies van die verordening, met als opschrift „Bescherming”, luidde:

„1.   [BOB’s] en beschermde geografische aanduidingen mogen worden gebruikt door alle marktdeelnemers die een overeenkomstig het betrokken productdossier geproduceerde wijn in de handel brengen.

2.   [BOB’s] en beschermde geografische aanduidingen, alsmede de wijnen die deze beschermde namen overeenkomstig het productdossier dragen, worden beschermd tegen:

a)

elk direct of indirect gebruik door de handel van een beschermde naam:

i)

voor vergelijkbare producten die niet in overeenstemming zijn met het bij de beschermde naam horende productdossier, of

ii)

voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding;

b)

elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product of de dienst is aangegeven, of indien de beschermde naam is vertaald of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals ‚soort’, ‚type’, ‚methode’, ‚op de wijze van’, ‚imitatie’, ‚smaak’, ‚zoals’ en dergelijke;

c)

elke andere onjuiste of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken wijnproduct, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product;

d)

andere praktijken die de consument kunnen misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product.

3.   [BOB’s] of geografische aanduidingen worden in de Gemeenschap geen soortnamen in de zin van artikel 118 duodecies, lid 1.

4.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een eind te maken aan het in lid 2 bedoelde onrechtmatige gebruik van [BOB’s] en beschermde geografische aanduidingen.”

7

In de overwegingen 92 en 97 van verordening nr. 1308/2013 is in wezen de inhoud overgenomen van de overwegingen 27 en 32 van verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999 (PB 2008, L 148, blz. 1), waarvan de bepalingen inzake de bescherming van BOB’s en beschermde geografische aanduidingen (hierna: „BGA’s”) bij verordening nr. 491/2009 zijn opgenomen in verordening nr. 1234/2007. Die overwegingen luiden:

„(92)

Het concept van kwaliteitswijn in de Unie is onder meer gebaseerd op de specifieke kenmerken die zijn toe te schrijven aan de geografische oorsprong van de wijn. De consument kan deze wijn herkennen aan de hand van [BOB’s] en [BGA’s]. Om de kwaliteitsaanspraken voor de betrokken producten te onderbouwen met een transparant en beter uitgewerkt kader, dient een systeem te worden vastgesteld waarin aanvragen voor een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding op dezelfde wijze worden onderzocht als in het kader van het horizontale kwaliteitsbeleid van de Unie voor andere levensmiddelen dan wijn en gedistilleerde dranken dat is vastgelegd in verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad [van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB 2012, L 343, blz. 1)].

[...]

(97)

Geregistreerde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen moeten worden beschermd tegen elk gebruik waarbij wordt geprofiteerd van de reputatie die verbonden is aan producten die aan de eisen voldoen. Om eerlijke concurrentie te bevorderen en de consument niet te misleiden, moet deze bescherming ook worden uitgebreid voor producten en diensten die niet onder deze verordening vallen, met inbegrip van die welke niet in bijlage I bij de Verdragen zijn genoemd.”

8

Artikel 101, lid 1, en artikel 103 van verordening nr. 1308/2013 zijn in soortgelijke bewoordingen gesteld als artikel 118 duodecies, lid 1, en artikel 118 quaterdecies van verordening nr. 1234/2007.

Andere bepalingen van het Unierecht

9

Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PB 2000, L 109, blz. 29), die van kracht was ten tijde van de feiten van het hoofdgeding, bepaalde in artikel 3, lid 1:

„Op de etikettering van levensmiddelen moeten, onder de voorwaarden en onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen zoals bedoeld in de artikelen 4 tot en met 17, uitsluitend de volgende gegevens worden vermeld:

1)

de benaming waaronder het product wordt verkocht,

2)

de lijst van ingrediënten,

3)

de hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorieën ingrediënten overeenkomstig artikel 7,

[...]”

10

Artikel 5, lid 1, van die richtlijn bepaalde:

„De verkoopbenaming van een levensmiddel is de benaming van dat levensmiddel vermeld in de hierop toepasselijke communautaire bepalingen.

a)

Bij ontbreken van communautaire bepalingen is de verkoopbenaming de benaming vermeld in de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar het levensmiddel aan de eindverbruiker of aan instellingen wordt verkocht.

Bij ontbreken van dergelijke bepalingen is de verkoopbenaming de benaming die gebruikelijk is in de lidstaat waar het levensmiddel aan de eindverbruiker of aan instellingen wordt verkocht, dan wel een omschrijving van het levensmiddel en, zo nodig, van de wijze waarop dit kan worden gebruikt, die zo duidelijk is gesteld dat de koper daaruit de ware aard van het product kan opmaken en het kan onderscheiden van producten waarmee het zou kunnen worden verward.

[...]”

11

Artikel 6, lid 5, van die richtlijn bepaalde:

„De lijst van ingrediënten bestaat uit de opsomming van alle ingrediënten van het levensmiddel in dalende volgorde van gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel worden gebruikt. Zij wordt voorafgegaan door een passende vermelding die het woord ‚ingrediënten’ bevat.

[...]”

12

Artikel 7, leden 1 en 5, van die richtlijn bepaalde:

„1.   De hoeveelheid van een ingrediënt of categorie ingrediënten die bij de vervaardiging of bereiding van een levensmiddel is gebruikt, wordt overeenkomstig dit artikel vermeld.

[...]

5.   De in lid 1 bedoelde vermelding moet voorkomen in de verkoopbenaming van het levensmiddel of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, dan wel in de lijst van de ingrediënten in samenhang met het betrokken ingrediënt of de betrokken categorie ingrediënten.”

13

Richtlijn 2000/13 is met ingang van 13 december 2014 ingetrokken bij verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, richtlijn 90/496/EEG van de Raad, richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, richtlijn 2000/13, richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB 2011, L 304, blz. 18), waarvan artikel 9, met als opschrift „Lijst van verplichte vermeldingen”, bepaalt:

„1.   Overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 35 en behoudens de in dit hoofdstuk vervatte uitzonderingen zijn de volgende vermeldingen verplicht:

a)

de benaming van het levensmiddel;

b)

de lijst van ingrediënten;

[...]”

14

Artikel 17 van die verordening, met als opschrift „Benaming van het levensmiddel”, bepaalt:

„1.   De benaming van het levensmiddel is zijn wettelijke benaming. Bij ontstentenis van een dergelijke benaming is de benaming van het levensmiddel zijn gebruikelijke benaming of, als er geen gebruikelijke benaming bestaat of de gebruikelijke benaming niet wordt gebruikt, wordt een beschrijvende benaming van het levensmiddel gegeven.

[...]”

15

Artikel 18 van die verordening, met als opschrift „Lijst van ingrediënten”, bepaalt:

„1.   De lijst van ingrediënten wordt voorzien van of voorafgegaan door een passende titel die bestaat uit het woord ‚ingrediënten’ of dat woord omvat. Deze lijst bestaat uit de opsomming van alle ingrediënten van het levensmiddel in dalende volgorde van gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel zijn gebruikt.

2.   De ingrediënten worden aangeduid met hun specifieke benaming, in voorkomend geval overeenkomstig de regels neergelegd in artikel 17 en bijlage VI.

[...]”

16

Artikel 22 van die verordening, met als opschrift „Kwantitatieve vermelding van de ingrediënten”, bepaalt:

„1.   De vermelding van de hoeveelheid van een bij de vervaardiging of de bereiding van een levensmiddel gebruikt ingrediënt of gebruikte categorie ingrediënten is vereist wanneer het desbetreffende ingrediënt of de desbetreffende categorie ingrediënten:

a)

voorkomt in de benaming van het levensmiddel of door de consument gewoonlijk met die benaming wordt geassocieerd;

b)

opvallend in woord of beeld of als grafische voorstelling op de etikettering is aangegeven, of

c)

van wezenlijk belang is om een levensmiddel te karakteriseren en het te onderscheiden van de producten waarmee het wegens zijn benaming of aanblik zou kunnen worden verward.

[...]”

17

Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad (PB 2008, L 39, blz. 16) bepaalt in artikel 10, met als opschrift „Specifieke regels betreffende het gebruik van verkoopbenamingen en geografische aanduidingen”:

„1.   Onverminderd richtlijn 2000/13/EG, is het verboden om een in bijlage II voor de categorieën 1 tot en met 46 vermelde term of een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding te gebruiken in een samengestelde term of daarop te zinspelen in de presentatie van een levensmiddel, tenzij de alcohol uitsluitend afkomstig is van de betrokken gedistilleerde drank(en).

[...]”

18

Artikel 16, onder a), van die verordening beschermt de in bijlage III bij die verordening geregistreerde geografische aanduidingen in soortgelijke bewoordingen als artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), van verordening nr. 1308/2013.

19

In overweging 32 van verordening nr. 1151/2012 staat te lezen:

„De bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen moet worden uitgebreid tot bescherming tegen het misbruiken, nabootsen of voorstellen van de geregistreerde namen in het goederen- en het dienstenverkeer, teneinde een hoog beschermingsniveau te garanderen en de bescherming af te stemmen op die welke voor de wijnsector geldt. Wanneer [BOB’s] en [BGA’s] voor ingrediënten worden gebruikt, moet rekening worden gehouden met de mededeling van de Commissie, getiteld ‚Richtsnoeren betreffende de etikettering van levensmiddelen die ingrediënten met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en een beschermde geografische aanduiding (BGA) bevatten’.”

20

Artikel 13 van verordening nr. 1151/2012, met als opschrift „Bescherming”, bepaalt:

„1.   Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:

a)

elk direct of indirect commercieel gebruik van een geregistreerde naam voor producten die niet onder de registratie vallen, indien deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze naam geregistreerde producten of indien het gebruik van de naam inhoudt dat misbruik wordt gemaakt van de faam van deze beschermde naam, ook wanneer deze producten als ingrediënt worden gebruikt;

[...]”

21

De richtsnoeren betreffende de etikettering van levensmiddelen die ingrediënten met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en een beschermde geografische aanduiding (BGA) bevatten (PB 2010, C 341, blz. 3; hierna: „richtsnoeren”), luiden:

„2.1.

Aanbevelingen inzake het gebruik van de geregistreerde benaming:

1.

Volgens de Commissie mag een als BOB of BGA geregistreerde benaming worden vermeld in de lijst van ingrediënten van een levensmiddel.

2.

Bovendien is de Commissie van oordeel dat een als BOB of BGA geregistreerde benaming mag worden vermeld in of naast de verkoopbenaming van een levensmiddel waarin producten met deze geregistreerde benaming zijn verwerkt, alsook in de etikettering en de aanbiedingsvorm van en de reclame voor dit levensmiddel, voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan.

Het betrokken levensmiddel bevat geen enkel ander ‚vergelijkbaar ingrediënt’, dat wil zeggen, geen enkel ander ingrediënt dat het ingrediënt met een BOB of een BGA geheel of gedeeltelijk kan vervangen. Als niet-limitatief voorbeeld van het begrip ‚vergelijkbaar ingrediënt’ wordt blauwaderkaas genoemd (bekend als ‚blauwe kaas’), die volgens de Commissie vergelijkbaar is met ‚Roquefort’.

Bovendien moet dit ingrediënt in voldoende hoeveelheid worden gebruikt teneinde het betrokken levensmiddel een essentieel kenmerk te verlenen. Gezien de heterogeniteit van de potentiële gevallen kan de Commissie evenwel geen uniform percentage voorstellen. De verwerking van een minieme hoeveelheid van een kruid met een BOB of een BGA in een levensmiddel kan bijvoorbeeld volstaan om het levensmiddel een essentieel kenmerk te verlenen. De verwerking van een minieme hoeveelheid vlees met een BOB of een BGA in een levensmiddel kan dit levensmiddel daarentegen a priori geen essentieel kenmerk verlenen.

Tot slot wordt idealiter het percentage van het verwerkte ingrediënt met een BOB of een BGA aangegeven in of onmiddellijk naast de verkoopbenaming van het betrokken levensmiddel, of bij ontbreken daarvan, in de lijst van ingrediënten, in rechtstreeks verband met het betrokken ingrediënt.

[...]”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

22

Vanaf eind 2012 heeft Aldi, een vennootschap die met name levensmiddelen verkoopt, een door Galana NV, interveniënte in het hoofdgeding aan de zijde van Aldi, vervaardigd diepvriesproduct met 12 % champagne als ingrediënt te koop aangeboden onder de naam „Champagner Sorbet”.

23

Van mening dat de verkoop van dat product onder die benaming inbreuk maakt op de BOB „Champagne”, heeft het CIVC, een vereniging van champagneproducenten, het Landgericht München I (rechter in eerste aanleg München I, Duitsland) geadieerd met het oog op de veroordeling van Aldi, op grond van artikel 118 quaterdecies van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103 van verordening nr. 1308/2013, tot staking van het gebruik van die benaming in de context van de handel in diepvriesproducten. De beslissing van die rechter, waarbij deze vordering is toegewezen, is in hoger beroep vernietigd bij een beslissing van het Oberlandesgericht München (hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Beieren, Duitsland), waarbij deze vordering is afgewezen.

24

De appelrechter heeft met name geoordeeld dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van een op artikel 103, lid 2, onder a), ii), onder b) en c), van verordening nr. 1308/2013 gebaseerde vordering, aangezien in casu niet was voldaan aan de voorwaarde van misbruik van de BOB, Aldi legitiem belang had bij gebruik van de benaming „Champagner Sorbet” ter aanduiding van een onder die benaming bij het publiek bekend dessert waarvan champagne een essentieel ingrediënt is, en er geen sprake was van misleidende aanduiding.

25

Het CIVC heeft daarop beroep in Revision ingesteld bij het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland), dat in de eerste plaats uiteenzet dat het geneigd is om te oordelen dat het gebruik door Aldi van de benaming „Champagner Sorbet” binnen de werkingssfeer van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 valt, aangezien Aldi die benaming gebruikt voor een diepvriesdessert en dus voor een product dat niet in overeenstemming is met het productdossier van de door de BOB „Champagne” beschermde wijnen, en zij die BOB voor commerciële doeleinden gebruikt.

26

In de tweede plaats is de verwijzende rechter van oordeel dat de benaming „Champagner Sorbet” de reputatie van de BOB „Champagne” kan overdragen op het door Aldi verkochte product. Hij vraagt zich evenwel af of het gebruik van een BOB neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van die BOB in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de benaming van het levensmiddel overeenkomt met de wijze waarop het relevante publiek dat levensmiddel gewoonlijk aanduidt en het ingrediënt in voldoende hoeveelheid werd toegevoegd teneinde dat levensmiddel een essentieel kenmerk te verlenen. Net als de appelrechter is hij van oordeel dat er geen sprake kan zijn van uitbuiting van de reputatie van een BOB indien een legitiem belang het gebruik van die BOB rechtvaardigt.

27

In de derde plaats vraagt de verwijzende rechter, die van oordeel is dat de vordering van het CIVC op artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 kan worden gebaseerd, zich af of het gebruik van een BOB in omstandigheden als die van het hoofdgeding onrechtmatig misbruik, onrechtmatige nabootsing of onrechtmatige voorstelling in de zin van die bepalingen oplevert. In dit verband is hij van oordeel dat volgens die bepalingen het aangevochten gebruik van een BOB onrechtmatig moet zijn en dat het door een legitiem belang gerechtvaardigde gebruik derhalve niet onder het in die bepalingen vervatte verbod valt.

28

In de vierde plaats, aangezien het CIVC heeft betoogd dat Aldi de benaming „Champagner Sorbet” op misleidende wijze gebruikte in de zin van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013, vraagt de verwijzende rechter zich af of binnen de werkingssfeer van die bepalingen alleen misleidende aanduidingen vallen die bij het relevante publiek aanleiding kunnen geven tot misverstanden over de geografische oorsprong van het product dan wel ook misleidende aanduidingen met betrekking tot de wezenlijke hoedanigheden van dat product.

29

Daarom heeft het Bundesgerichtshof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:

„1)

Moeten artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 aldus worden uitgelegd dat zij ook van toepassing zijn wanneer de [BOB] wordt gebruikt als onderdeel van een benaming voor een levensmiddel dat niet in overeenstemming is met het productdossier, maar waaraan een ingrediënt is toegevoegd dat in overeenstemming is met het productdossier?

2)

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:

Moeten artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een [BOB] als onderdeel van een benaming voor een levensmiddel dat niet in overeenstemming is met het productdossier, maar waaraan een ingrediënt is toegevoegd dat in overeenstemming is met het productdossier, neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van de oorsprongsbenaming wanneer de benaming van het levensmiddel overeenkomt met de bij het relevante publiek gebruikelijke benaming en het ingrediënt in voldoende hoeveelheid werd toegevoegd teneinde het product een essentieel kenmerk te verlenen?

3)

Moeten artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een [BOB] onder de in de tweede prejudiciële vraag beschreven omstandigheden onrechtmatig misbruik, onrechtmatige nabootsing of onrechtmatige voorstelling oplevert?

4)

Moeten artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013 aldus worden uitgelegd dat zij alleen van toepassing zijn op onjuiste of misleidende aanduidingen die bij het relevante publiek aanleiding kunnen geven tot misverstanden over de geografische herkomst van een product?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

Eerste vraag

30

Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013, die een vergelijkbare inhoud hebben, aldus moeten worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn wanneer een BOB, zoals „Champagne”, wordt gebruikt als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel, zoals „Champagner Sorbet”, wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier.

31

Opgemerkt zij dat de werkingssfeer van de in artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), van verordening nr. 1308/2013 bedoelde bescherming bijzonder ruim is, aangezien die bepalingen op elk direct of indirect gebruik door de handel van een BOB of een BGA zien en BOB’s en BGA’s beschermen tegen een dergelijk gebruik voor zowel vergelijkbare producten die niet in overeenstemming zijn met het bij de beschermde naam horende productdossier als niet‑vergelijkbare producten voor zover dat gebruik neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van die BOB of die BGA. De omvang van die bescherming strookt met de door overweging 97 van verordening nr. 1308/2013 bevestigde doelstelling om BOB’s en BGA’s te beschermen tegen elk gebruik waarbij wordt geprofiteerd van de reputatie die verbonden is aan producten die aan de eisen voldoen.

32

Voorts moeten de Unierechtelijke bepalingen inzake de bescherming van geregistreerde benamingen en geografische aanduidingen – die, zoals wordt bevestigd door overweging 92 van verordening nr. 1308/2013, in het kader passen van het horizontale kwaliteitsbeleid van de Unie – zodanig worden uitgelegd dat zij coherent kunnen worden toegepast.

33

In de eerste plaats voorziet verordening nr. 1151/2012 – in overweging 32 waarvan staat te lezen dat daarmee wordt beoogd een hoog beschermingsniveau te garanderen en de bescherming af te stemmen op die welke voor de wijnsector geldt – in dit verband in artikel 13, lid 1, onder a), voor overeenkomstig die verordening geregistreerde benamingen in een vergelijkbare bescherming als artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), van verordening nr. 1308/2013, door uitdrukkelijk te bepalen dat die bescherming ook geldt voor producten die als ingrediënt worden gebruikt.

34

In de tweede plaats heeft het Hof in het arrest van 14 juli 2011, Bureau national interprofessionnel du Cognac (C‑4/10 en C‑27/10, EU:C:2011:484, punt 55), met betrekking tot de uitlegging van artikel 16, onder a), van verordening nr. 110/2008, waarvan de bewoordingen en de doelstelling vergelijkbaar zijn met die van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), van verordening nr. 1308/2013, reeds geoordeeld dat bij gebruik van een merk dat een geografische aanduiding of een met deze aanduiding overeenkomende term en de vertaling ervan bevat voor gedistilleerde dranken die niet voldoen aan de betreffende specificaties, in beginsel sprake is van een direct commercieel gebruik van die geografische aanduiding in de zin van artikel 16, onder a), van verordening nr. 110/2008.

35

Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 van toepassing zijn op het gebruik door de handel van een BOB, zoals „Champagne”, als onderdeel van een benaming van een levensmiddel, zoals „Champagner Sorbet”, dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier.

36

Bijgevolg moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn wanneer een BOB, zoals „Champagne”, wordt gebruikt als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel, zoals „Champagner Sorbet”, wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier.

Tweede vraag

37

Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een BOB in de zin van die bepalingen wanneer de benaming van het levensmiddel overeenkomt met de bij het relevante publiek gebruikelijke benaming en het ingrediënt in voldoende hoeveelheid werd toegevoegd teneinde dat levensmiddel een essentieel kenmerk te verlenen.

38

Zoals het Hof in punt 82 van het arrest van 14 september 2017, EUIPO/Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto (C‑56/16 P, EU:C:2017:693), met betrekking tot de bescherming van BOB’s en BGA’s in herinnering heeft gebracht, vormt verordening nr. 1234/2007 een instrument van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat in wezen erop gericht is de consumenten te waarborgen dat landbouwproducten met een op grond van deze verordening geregistreerde geografische aanduiding, doordat zij uit een bepaald geografisch gebied afkomstig zijn, bepaalde bijzondere eigenschappen bezitten en dus dankzij hun geografische herkomst een kwaliteitsgarantie bieden, teneinde landbouwproducenten in staat te stellen om in ruil voor een reële kwaliteitsverbetering een betere prijs te krijgen, en te voorkomen dat derden onrechtmatig profiteren van de reputatie die deze producten dankzij hun kwaliteit genieten.

39

Voorts heeft het Hof in punt 46 van het arrest van 14 juli 2011, Bureau national interprofessionnel du Cognac (C‑4/10 en C‑27/10, EU:C:2011:484), geoordeeld dat artikel 16, onder a) tot en met d), van verordening nr. 110/2008 op verschillende gevallen ziet waarin bij de verhandeling van een product uitdrukkelijk of impliciet wordt verwezen naar een geografische aanduiding in omstandigheden waarin hetzij het publiek kan worden misleid of minstens ertoe kan worden gebracht, een gedachteassociatie te maken met betrekking tot de oorsprong van het product, hetzij de marktdeelnemer ten onrechte kan profiteren van de reputatie van de geografische aanduiding in kwestie.

40

Hieruit volgt dat het uitbuiten van de reputatie van een BOB in de zin van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013, een gebruik van die BOB veronderstelt waarbij onrechtmatig wordt geprofiteerd van de reputatie van die BOB.

41

Zoals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, kan door het gebruik van de benaming „Champagner Sorbet” ter aanduiding van een sorbet die champagne bevat, in casu de reputatie van de BOB „Champagne”, die een imago van kwaliteit en prestige met zich meedraagt, worden overgedragen op dat product en derhalve voordeel worden getrokken uit die reputatie. Om vast te stellen of een dergelijk gebruik afbreuk doet aan de bescherming van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 of artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013, moet bijgevolg worden onderzocht of het een handelwijze vormt waarbij onrechtmatig wordt geprofiteerd van de reputatie van die BOB.

42

In dit verband moet allereerst worden vastgesteld dat artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, van richtlijn 2000/13, die van kracht waren ten tijde van de feiten van het hoofdgeding, alsook, zoals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, artikel 9, lid 1, onder a), en artikel 17, lid 1, van verordening nr. 1169/2011 in geen geval de verplichting inhouden om de BOB op te nemen in de benaming van een levensmiddel dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, wanneer het gebruik van een dergelijke benaming in strijd is met de bescherming van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 of artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013.

43

Bovendien kan een strikte naleving van de bepalingen inzake de benaming van de levensmiddelen die zijn opgenomen in richtlijn 2000/13 en verordening nr. 1169/2011 alsook van de bepalingen inzake de ingrediënten die daarin zijn opgenomen, met name van artikel 6, lid 5, en artikel 7, leden 1 en 5, van richtlijn 2000/13 alsook van artikel 18, leden 1 en 2, en artikel 22, lid 1, van verordening nr. 1169/2011, niet uitsluiten dat er sprake is van een onrechtmatig gebruik van de reputatie van een BOB.

44

Vervolgens, zoals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, is het op grond van artikel 10, lid 1, van verordening nr. 110/2008 verboden om een geregistreerde geografische aanduiding te gebruiken in een samengestelde term, tenzij de alcohol uitsluitend afkomstig is van de betrokken gedistilleerde drank.

45

Ten slotte staat in punt 2.1.2 van de richtsnoeren, waarmee volgens overweging 32 van verordening nr. 1151/2012 rekening moet worden gehouden wanneer producten met een BOB of een BGA als ingrediënten worden gebruikt, te lezen dat een als BOB geregistreerde benaming mag worden vermeld in de verkoopbenaming van een levensmiddel waarin producten met deze geregistreerde benaming zijn verwerkt, voor zover is voldaan aan drie aldaar genoemde voorwaarden. Aangezien met die verordening, zoals is opgemerkt in punt 33 van het onderhavige arrest, wordt beoogd een hoog beschermingsniveau te garanderen en de bescherming af te stemmen op die welke voor de wijnsector geldt, zijn die richtsnoeren ook relevant voor de uitlegging van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013.

46

Het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, kan bijgevolg op zichzelf niet als een onrechtmatige handelwijze worden aangemerkt en kan derhalve niet worden geacht een handelwijze te vormen waartegen BOB’s krachtens artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 in alle omstandigheden beschermd zijn. Derhalve staat het aan de nationale rechter om aan de hand van de omstandigheden van elk specifiek geval na te gaan of bij een dergelijk gebruik onrechtmatig wordt geprofiteerd van de reputatie van een BOB.

47

Daarbij kan het feit dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde benaming overeenkomt met de wijze waarop het relevante publiek het betrokken levensmiddel gewoonlijk aanduidt, geen in aanmerking te nemen factor zijn.

48

Het doel van de bescherming van de geregistreerde benamingen en geografische aanduidingen, dat zoals in punt 38 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht met name erin bestaat de consumenten te waarborgen dat producten met een dergelijke aanduiding, doordat zij uit een bepaald geografisch gebied afkomstig zijn, bepaalde bijzondere eigenschappen bezitten en dankzij hun geografische herkomst een kwaliteitsgarantie bieden, zou immers niet worden bereikt indien een BOB een soortnaam kon zijn of worden. Volgens artikel 118 duodecies, lid 1, van verordening nr. 1234/2007 en artikel 101, lid 1, van verordening nr. 1308/2013 worden namen die soortnamen zijn geworden, derhalve niet beschermd als BOB. Voorts bepaalt artikel 118 quaterdecies, lid 3, van verordening nr. 1234/2007, net als artikel 103, lid 3, van verordening nr. 1308/2013, dat BOB’s in de Unie geen soortnamen worden. Indien werd aangenomen dat het feit dat de benaming van een levensmiddel, zoals „Champagner Sorbet”, overeenkomt met de bij het relevante publiek gebruikelijke benaming voor dat levensmiddel, van invloed kan zijn op de beoordeling of het gebruik van een BOB als onderdeel van die benaming onrechtmatig is, zou dat betekenen dat wordt erkend dat die BOB als soortnaam kan worden gebruikt, hetgeen in strijd is met de bij die verordeningen gegarandeerde bescherming.

49

Met betrekking tot de vraag of het criterium dat het door de BOB beschermde ingrediënt in voldoende hoeveelheid werd toegevoegd om aan het betrokken levensmiddel een essentieel kenmerk te verlenen, relevant is voor die beoordeling, moet worden vastgesteld dat dit criterium overeenkomt met een van de drie in punt 2.1.2 van de richtsnoeren genoemde voorwaarden waaronder een als BOB geregistreerde benaming mag worden vermeld in de verkoopbenaming van een levensmiddel waarin producten met die BOB zijn verwerkt. In dat punt wijst de Commissie er evenwel op dat zij, gezien de heterogeniteit van de potentiële gevallen, geen uniform percentage kan voorstellen.

50

In dit verband moet ervan worden uitgegaan dat bij het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, onrechtmatig wordt geprofiteerd van de reputatie van die BOB indien dat ingrediënt dat levensmiddel geen essentieel kenmerk verleent.

51

Bij de vaststelling of het ingrediënt in kwestie het betrokken levensmiddel een essentieel kenmerk verleent, vormt de hoeveelheid van dat ingrediënt in dat levensmiddel een belangrijk maar geen afdoende criterium. De beoordeling ervan hangt af van de betrokken producten en dient vergezeld te gaan van een kwalitatieve beoordeling. Zoals de advocaat‑generaal in de punten 76 en 77 van zijn conclusie heeft opgemerkt, gaat het daarbij niet erom de essentiële kenmerken van het door de BOB beschermde ingrediënt in dat levensmiddel terug te vinden, maar gaat het erom vast te stellen dat dit levensmiddel een essentieel kenmerk heeft dat verband houdt met dat ingrediënt. Dat kenmerk bestaat vaak in het aroma en de smaak die dat ingrediënt aan het levensmiddel geeft.

52

Wanneer, zoals in het hoofdgeding, uit de benaming van het levensmiddel op te maken valt dat dit levensmiddel een ingrediënt met een BOB bevat dat wordt geacht op de smaak van dat levensmiddel te wijzen, moet de door dat ingrediënt verleende smaak het essentiële kenmerk van dat levensmiddel vormen. Indien de smaak van dat levensmiddel meer door andere ingrediënten van dat levensmiddel wordt bepaald, wordt bij het gebruik van een dergelijke benaming immers onrechtmatig geprofiteerd van de reputatie van de betrokken BOB. Derhalve moet de nationale rechter voor de beoordeling of de champagne in het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product dat product een essentieel kenmerk verleent, aan de hand van het aan hem overgelegde bewijsmateriaal nagaan of dat product een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van champagne in dat product.

53

Gelet op die overwegingen moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een BOB in de zin van die bepalingen indien dat levensmiddel niet als essentieel kenmerk een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van dat ingrediënt in dat levensmiddel.

Derde vraag

54

Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, misbruik, nabootsing of voorstelling in de zin van die bepalingen oplevert.

55

In dit verband moet worden vastgesteld dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a) tot en met d), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a) tot en met d), van verordening nr. 1308/2013 betrekking hebben op verschillende inbreuken waarvan BOB’s en BGA’s, alsmede de wijnen die deze namen dragen, het voorwerp kunnen zijn en waartegen die bepalingen hen beschermen.

56

In casu volgt uit de op de eerste en de tweede vraag gegeven antwoorden dat het gebruik van een BOB, zoals „Champagne”, als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, een gebruik door de handel van die BOB in de zin van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 vormt, waartegen die BOB krachtens die bepalingen is beschermd indien bij dat gebruik onrechtmatig wordt geprofiteerd van de reputatie van die BOB, en dat dit met name het geval is indien dat ingrediënt dat levensmiddel geen essentieel kenmerk verleent.

57

Het gebruik van een BOB in de benaming van een levensmiddel als aan de orde in het hoofdgeding lijkt daarentegen geen misbruik, nabootsing of voorstelling in de zin van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 te kunnen opleveren. Door de benaming van het door de BOB beschermde ingrediënt in de benaming van het betrokken levensmiddel op te nemen, wordt immers direct gebruikgemaakt van die BOB om openlijk een daarmee verband houdende smaakeigenschap te claimen, wat geen misbruik, nabootsing of voorstelling oplevert.

58

Voorts zij eraan herinnerd dat het begrip „voorstelling” volgens vaste rechtspraak met name een situatie betreft waarin de voor de aanduiding van een product gebruikte term een deel van een beschermde benaming bevat, zodat de consument, bij het zien van de naam van dat product, als referentiebeeld het artikel waarvoor die benaming geldt voor de geest zal komen (zie in die zin arrest van 21 januari 2016, Viiniverla, C‑75/15, EU:C:2016:35, punt 21en aldaar aangehaalde rechtspraak). De situatie waarin de volledige BOB in de benaming van het levensmiddel wordt opgenomen ter aanduiding van de smaak van dat levensmiddel, komt dus niet overeen met die situatie.

59

Bijgevolg moet op de derde vraag worden geantwoord dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van een BOB als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die BOB horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, geen misbruik, nabootsing of voorstelling in de zin van die bepalingen oplevert.

Vierde vraag

60

Met zijn vierde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat zij alleen van toepassing zijn op onjuiste of misleidende aanduidingen die aanleiding kunnen geven tot misverstanden over de geografische oorsprong van het betrokken product dan wel ook op onjuiste of misleidende aanduidingen met betrekking tot de aard of de wezenlijke kenmerken van dat product.

61

In dit verband moet worden opgemerkt dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013 – ook al wordt in die bepalingen gewag gemaakt van onjuiste of misleidende aanduidingen op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken wijnproduct – in het in het hoofdgeding aan de orde zijnde geval, waarin het betrokken wijnproduct een ingrediënt van een levensmiddel is, slechts nuttig effect kunnen hebben indien zij betrekking hebben op de binnen- of buitenverpakking, reclamemateriaal of documenten betreffende dat levensmiddel.

62

Wat de reikwijdte van die bepalingen betreft, blijkt uit de tekst van die bepalingen dat BOB’s en BGA’s, alsmede de wijnen die deze beschermde namen overeenkomstig het productdossier dragen, worden beschermd tegen onjuiste of misleidende aanduidingen met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten betreffende dat product, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product. Krachtens die bepalingen kunnen derhalve zowel onjuiste of misleidende aanduidingen met betrekking tot de geografische oorsprong van het betrokken product als onjuiste of misleidende aanduidingen met betrekking tot de aard of de wezenlijke hoedanigheden van dat product, zoals de smaak ervan, worden verboden.

63

Indien het in het hoofdgeding aan de orde zijnde levensmiddel niet als essentieel kenmerk een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van champagne in dat levensmiddel, kan de benaming „Champagner Sorbet” op de binnen- of buitenverpakking van dat levensmiddel dus worden geacht een onjuiste of misleidende aanduiding in de zin van artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007 of artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013 te vormen.

64

Gelet op die overwegingen moet op de vierde vraag worden geantwoord dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007 en artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn op zowel onjuiste of misleidende aanduidingen die aanleiding kunnen geven tot misverstanden over de oorsprong van het betrokken product als onjuiste of misleidende aanduidingen met betrekking tot de aard of de wezenlijke kenmerken van dat product.

Kosten

65

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Tweede kamer) verklaart voor recht:

 

1)

Artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009, en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad moeten aldus worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn wanneer een beschermde oorsprongsbenaming, zoals „Champagne”, wordt gebruikt als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel, zoals „Champagner Sorbet”, wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die beschermde oorsprongsbenaming horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier.

 

2)

Artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1234/2007, zoals gewijzigd bij verordening nr. 491/2009, en artikel 103, lid 2, onder a), ii), van verordening nr. 1308/2013 moeten aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een beschermde oorsprongsbenaming als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die beschermde oorsprongsbenaming horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een beschermde oorsprongsbenaming in de zin van die bepalingen indien dat levensmiddel niet als essentieel kenmerk een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van dat ingrediënt in dat levensmiddel.

 

3)

Artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder b), van verordening nr. 1234/2007, zoals gewijzigd bij verordening nr. 491/2009, en artikel 103, lid 2, onder b), van verordening nr. 1308/2013 moeten aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een beschermde oorsprongsbenaming als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die beschermde oorsprongsbenaming horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, geen misbruik, nabootsing of voorstelling in de zin van die bepalingen oplevert.

 

4)

Artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder c), van verordening nr. 1234/2007, zoals gewijzigd bij verordening nr. 491/2009, en artikel 103, lid 2, onder c), van verordening nr. 1308/2013 moeten aldus worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn op zowel onjuiste of misleidende aanduidingen die aanleiding kunnen geven tot misverstanden over de oorsprong van het betrokken product als onjuiste of misleidende aanduidingen met betrekking tot de aard of de wezenlijke kenmerken van dat product.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Duits.

Top