Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62016CA0660

Gevoegde zaken C-660/16 en 661/16: Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 31 mei 2018 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Finanzamt Dachau / Achim Kollroß (C-660/16), Finanzamt Göppingen / Erich Wirtl (C-661/16) [Prejudiciële verwijzing — Fiscale bepalingen — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) — Richtlijn 2006/112/EG — Levering van goederen — Artikel 65 — Artikel 167 — Vooruitbetaling voor de aankoop van een goed waarvan de levering vervolgens uitblijft — Strafrechtelijke veroordeling van de wettelijke vertegenwoordigers van de leverancier wegens oplichting — Insolventie van de leverancier — Aftrek van de voorbelasting — Voorwaarden — Artikelen 185 en 186 — Herziening door de nationale belastingautoriteit — Voorwaarden]

OJ C 259, 23.7.2018, p. 10–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

201807060121993482018/C 259/136602016CJC25920180723NL01NLINFO_JUDICIAL20180531101121

Gevoegde zaken C-660/16 en 661/16: Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 31 mei 2018 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Finanzamt Dachau / Achim Kollroß (C-660/16), Finanzamt Göppingen / Erich Wirtl (C-661/16) [Prejudiciële verwijzing — Fiscale bepalingen — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) — Richtlijn 2006/112/EG — Levering van goederen — Artikel 65 — Artikel 167 — Vooruitbetaling voor de aankoop van een goed waarvan de levering vervolgens uitblijft — Strafrechtelijke veroordeling van de wettelijke vertegenwoordigers van de leverancier wegens oplichting — Insolventie van de leverancier — Aftrek van de voorbelasting — Voorwaarden — Artikelen 185 en 186 — Herziening door de nationale belastingautoriteit — Voorwaarden]

Top

C2592018NL1010120180531NL0013101112

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 31 mei 2018 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Finanzamt Dachau / Achim Kollroß (C-660/16), Finanzamt Göppingen / Erich Wirtl (C-661/16)

(Gevoegde zaken C-660/16 en 661/16) ( 1 )

„[Prejudiciële verwijzing — Fiscale bepalingen — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) — Richtlijn 2006/112/EG — Levering van goederen — Artikel 65 — Artikel 167 — Vooruitbetaling voor de aankoop van een goed waarvan de levering vervolgens uitblijft — Strafrechtelijke veroordeling van de wettelijke vertegenwoordigers van de leverancier wegens oplichting — Insolventie van de leverancier — Aftrek van de voorbelasting — Voorwaarden — Artikelen 185 en 186 — Herziening door de nationale belastingautoriteit — Voorwaarden]”

2018/C 259/13Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesfinanzhof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Finanzamt Dachau (C-660/16), Finanzamt Göppingen (C-661/16)

Verwerende partijen: Achim Kollroß (C-660/16), Erich Wirtl (C-661/16)

Dictum

1)

De artikelen 65 en 167 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moeten aldus worden uitgelegd dat, in omstandigheden als aan de orde in de hoofdgedingen, het recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde over een vooruitbetaling niet kan worden ontzegd aan de potentiële koper van de betrokken goederen, wanneer deze vooruitbetaling is gedaan en werd ontvangen en ten tijde van die vooruitbetaling mocht worden aangenomen dat die koper bekend was met alle relevante elementen van de toekomstige levering, zodat de levering van die goederen zeker leek. Een dergelijk recht zal evenwel aan die koper kunnen worden ontzegd indien op basis van objectieve gegevens vaststaat dat hij ten tijde van de vooruitbetaling wist of redelijkerwijs moest weten dat die levering onzeker was.

2)

De artikelen 185 en 186 van richtlijn 2006/112 moeten aldus worden uitgelegd dat zij, in omstandigheden als die aan de orde in de hoofdgedingen, niet in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling of een nationale praktijk, die voor herziening van de belasting over de toegevoegde waarde over een vooruitbetaling met het oog op de levering van een goed de voorwaarde stelt dat die vooruitbetaling door de leverancier wordt terugbetaald.


( 1 ) PB C 86 van 20.3.2017.

Top