EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015TJ0762

Arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 12 juli 2019 (Uittreksels).
Sony Corporation en Sony Electronics, Inc tegen Europese Commissie.
Mededinging – Mededingingsregelingen – Markt van optische diskdrives – Besluit waarbij een inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst wordt vastgesteld – Heimelijke afspraken over aanbestedingen betreffende optische diskdrives voor laptops en desktops – Inbreuk naar strekking – Rechten van de verdediging – Motiveringsplicht – Beginsel van behoorlijk bestuur – Geldboeten – Eén enkele voortdurende inbreuk – Richtsnoeren voor de berekening van de geldboeten van 2006.
Zaak T-762/15.

ECLI identifier: ECLI:EU:T:2019:515

 ARREST VAN HET GERECHT (Vijfde kamer)

12 juli 2019 ( *1 )

„Mededinging – Mededingingsregelingen – Markt van optische diskdrives – Besluit waarbij een inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst wordt vastgesteld – Heimelijke afspraken over aanbestedingen betreffende optische diskdrives voor laptops en desktops – Inbreuk naar strekking – Rechten van de verdediging – Motiveringsplicht – Beginsel van behoorlijk bestuur – Geldboeten – Eén enkele voortdurende inbreuk – Richtsnoeren voor de berekening van de geldboeten van 2006”

In zaak T‑762/15,

Sony Corporation, gevestigd te Tokio (Japan),

Sony Electronics, Inc., gevestigd te San Diego, Californië (Verenigde Staten),

vertegenwoordigd door R. Snelders, advocaat, N. Levy en E. Kelly, solicitors,

verzoeksters,

tegen

Europese Commissie, aanvankelijk vertegenwoordigd door M. Farley, A. Biolan, C. Giolito, F. van Schaik en L. Wildpanner, vervolgens door M. Farley, F. van Schaik, L. Wildpanner en A. Dawes, als gemachtigden,

verweerster,

betreffende een verzoek krachtens artikel 263 VWEU strekkende tot, primair, gedeeltelijke nietigverklaring van besluit C(2015) 7135 final van de Commissie van 21 oktober 2015 in een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak AT.39639 – Optical Disk Drivers) en, subsidiair, verlaging van de aan verzoeksters opgelegde geldboete,

wijst

HET GERECHT (Vijfde kamer),

samengesteld als volgt: D. Gratsias, president, I. Labucka en I. Ulloa Rubio (rapporteur), rechters,

griffier: N. Schall, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 2 mei 2018,

het navolgende

Arrest ( 1 )

Voorgeschiedenis van het geding

1

Volgens besluit C(2015) 7135 final in een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak AT.39639 – Optical Disk Drivers) (hierna: „bestreden besluit”), betreffende heimelijke afspraken die betrekking hadden op aanbestedingen van optische diskdrives voor desktops en laptops die door twee computerfabrikanten waren georganiseerd, vervaardigt de groep Sony producten op audio-, video-, communicatie- en IT-gebied voor de consumentenmarkten en de professionele markten en biedt hij inhoud, producten en entertainmentdiensten aan (bestreden besluit, overweging 15).

2

De eerste verzoekster, Sony Corporation, een naamloze vennootschap naar Japans recht, staat aan het hoofd van de groep. De tweede verzoekster, Sony Electronics, Inc., is een indirecte volle dochteronderneming van Sony Corporation met zetel in de Verenigde Staten. Sony Electronics, een vennootschap waarop het recht van Delaware (Verenigde Staten) van toepassing is, is actief op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, ontwerp, engineering, verkoop, marketing, distributie en klantenservice (bestreden besluit, overweging 16).

3

Sony Corporation en Sony Electronics (hierna samen: „verzoeksters” of „Sony”) worden in het bestreden besluit gezamenlijk aangeduid als „Sony” (bestreden besluit, overweging 17).

4

Sony Electronics was, samen met Sony Corporation, de juridische entiteit die in naam van Sony deelnam aan de door Dell georganiseerde aanbestedingsprocedures en is dat tot 1 april 2007 blijven doen (bestreden besluit, overweging 18).

5

Sony Optiarc, Inc., is een naamloze vennootschap naar Japans recht. Zij is op 3 april 2006 opgericht als gezamenlijke onderneming van Sony Corporation en NEC Corporation, onder de naam Sony NEC Optiarc Inc. Elk van de moederondernemingen heeft haar onderscheiden activiteiten in de sector van de optische diskdrives (hierna: „odd’s”) in Sony NEC Optiarc ingebracht. Sony Corporation heeft 55 % van de aandelen met stemrecht in deze gemeenschappelijke onderneming verworven en NEC Corporation de resterende 45 % (bestreden besluit, overweging 19).

6

Tussen mei 2003 en maart 2007 ontwierp en vervaardigde Lite-On odd-producten, die uiteindelijk werden verkocht onder het merk van Sony op basis van overeenkomsten over de verdeling van de opbrengsten. Krachtens deze overeenkomsten was Sony in het algemeen belast met de verkoop, terwijl Lite-On verantwoordelijk was voor vraagstukken op het gebied van de kwaliteit en de engineering (bestreden besluit, overweging 26).

7

De betrokken inbreuk heeft betrekking op odd’s die in door Dell en Hewlett Packard (hierna: „HP”) vervaardigde personal computers (desktops en laptops) (hierna: „pc’s”) worden gebruikt. Odd’s worden ook gebruikt in vele andere voor de consument bestemde apparatuur, zoals spelers voor compact discs (hierna: „cd’s”) of digital versatile discs (hierna: „dvd’s”), spelconsoles en andere perifere elektronische apparatuur (bestreden besluit, overweging 28).

8

De odd’s die in pc’s worden gebruikt, variëren in afmeting, laadmechanisme (gleuf of plaat) en soorten disk die zij kunnen lezen of branden. De odd’s kunnen in twee groepen worden onderverdeeld: halfhoge spelers („half-height”; hierna: „HH”) voor desktops en dunne spelers voor laptops. De subgroep van de dunne spelers omvat spelers van verschillende afmetingen. Afhankelijk van hun technische functionaliteit zijn er verschillende typen HH- en dunne spelers (bestreden besluit, overweging 29).

9

Op de wereldwijde markt voor pc’s zijn Dell en HP de twee belangrijkste fabrikanten van originele producten. Dell en HP gebruiken klassieke aanbestedingsprocedures die op wereldschaal worden gevoerd, die onder meer driemaandelijkse onderhandelingen over een wereldwijd geldende prijs en totale aankoopvolumes met een klein aantal voorgeselecteerde leveranciers van odd’s omvatten. In de regel speelden regionale vraagstukken geen rol in de aanbestedingen voor odd’s, behalve dan de verwachte vraag in regio’s die op het totale aankoopvolume van invloed waren (bestreden besluit, overweging 32).

10

De aanbestedingsprocedures omvatten prijsaanvragen, prijsaanvragen langs elektronische weg, online-onderhandelingen, elektronische veilingen en bilaterale onderhandelingen (offline). Na afloop van een aanbesteding kenden de afnemers volumes aan de deelnemende odd-leveranciers toe (aan alle of op zijn minst aan de meeste van hen, behalve wanneer er een uitsluitingsregeling was) volgens de door hen aangeboden prijs. De winnende offerte kreeg bijvoorbeeld 35 à 45 % van de totale opdracht voor het kwartaal in kwestie toegewezen, de tweede beste offerte 25 à 30 %, de derde 20 %, etc. Deze klassieke aanbestedingsprocedures werden gebruikt door de teams die bij de afnemers waren belast met de aanbestedingen, met als doel om een doeltreffende aanbesteding tegen competitieve prijzen te realiseren. Met het oog daarop gebruikten zij alle mogelijke handgrepen om prijsconcurrentie tussen de odd-leveranciers te stimuleren (bestreden besluit, overweging 33).

11

Dell heeft voornamelijk aanbestedingen via online-onderhandelingen gehouden. Deze konden een bepaalde duur hebben of na een bepaalde periode aflopen, bijvoorbeeld 10 minuten na de laatste offerte, wanneer geen van de odd-leveranciers een nieuwe offerte uitbracht. In sommige gevallen konden de online-onderhandelingen meerdere uren duren, wanneer de aanbesteding levendiger verliep of de duur van de online-onderhandelingen werd verlengd om de odd-leveranciers ertoe aan te zetten om offertes te blijven uitbrengen. Omgekeerd kon Dell, zelfs wanneer de duur van de online-onderhandelingen onbepaald was en van de eindofferte afhing, op elk moment aankondigen dat de online-onderhandelingen werden afgesloten. Dell kon beslissen om van een procedure met „uitsluitend een rangschikking” over te stappen op een „blinde” procedure. Bovendien had zij de mogelijkheid om de online-onderhandelingen te annuleren indien de aanbesteding of het resultaat daarvan niet tot tevredenheid stemde en in de plaats daarvan bilaterale onderhandelingen voeren. Op het onderhandelingsproces dat online werd gevoerd, werd toezicht gehouden door de managers die bij Dell wereldwijd voor de inkoop verantwoordelijk waren (bestreden besluit, overweging 37).

12

Bij HP werden hoofdzakelijk aanbestedingsprocedures gebruikt die uit prijsaanvragen en elektronische prijsaanvragen bestonden. De twee procedures werden online gevoerd, met gebruikmaking van hetzelfde platform. De prijsaanvragen vonden driemaandelijks plaats. Daarbij werden online-onderhandelingen en offline gevoerde bilaterale onderhandelingen over een specifieke periode van meestal twee weken gecombineerd. De odd-leveranciers werd gevraagd om deel te nemen aan een aanbestedingsronde die gedurende een bepaalde periode openstond om hun offertes via een online-platform en via e-mail uit te brengen. Nadat de eerste veilingronde was afgesloten, belegde HP vergaderingen met elk van de deelnemers en ving zij onderhandelingen aan op basis van de door odd-leverancier uitgebrachte offerte om van elke leverancier de beste offerte te verkrijgen, zonder de identiteit of de offertes van de andere odd-leveranciers te onthullen. De elektronische prijsaanvragen werden normaliter in de vorm van een omgekeerde aanbesteding georganiseerd. De inschrijvers logden dan op een specifiek tijdstip in op een online-platform. De veiling begon vervolgens met een door HP vastgestelde prijs. Daarna werden de inschrijvers, die gaandeweg lagere offertes uitbrachten, na elke uitgebrachte offerte in kennis gesteld van hun eigen rangschikking. Na het verstrijken van de toegekende tijd won de odd-leverancier die de laagste offerte had uitgebracht de veiling en werden de overige leveranciers als tweede en derde gerangschikt, afhankelijk van hun offertes (bestreden besluit, overwegingen 41-44).

Administratieve procedure

13

Op 14 januari 2009 heeft de Commissie een verzoek om immuniteit op basis van haar mededeling betreffende immuniteit tegen geldboeten en vermindering van geldboeten in kartelzaken (PB 2006, C 298, blz. 17; hierna: „clementieregeling van 2006”) van Philips ontvangen. Dit verzoek is op 29 januari en 2 maart 2009 in die zin aangevuld dat het, naast Philips, ook Lite-On en hun gemeenschappelijke onderneming Philips & Lite-On Digital Solutions Corporation (hierna: „PLDS”) zou dekken (bestreden besluit, overweging 54).

14

Op 29 juni 2009 heeft de Commissie een verzoek om inlichtingen toegezonden aan de ondernemingen die op odd-gebied actief zijn (bestreden besluit, overweging 55).

15

Op 30 juni 2009 heeft de Commissie Philips, Lite-On en PLDS voorwaardelijke immuniteit toegekend (bestreden besluit, overweging 56).

16

Op 18 juli 2012 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar toegezonden aan dertien odd-leveranciers, waaronder verzoeksters (hierna: „mededeling van punten van bezwaar”). Zij heeft daarin uiteengezet dat deze vennootschappen inbreuk hadden gemaakt op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), door deel te nemen aan een mededelingsregeling inzake odd’s die zich van 5 februari 2004 tot en met 29 juni 2009 had uitgestrekt, bestaande in de onderlinge afstemming van hun gedrag ten aanzien van de aanbestedingen die door twee computerfabrikanten, Dell en HP, waren georganiseerd.

17

Op 29 oktober 2012 hebben verzoeksters hun schriftelijke opmerkingen in antwoord op de mededeling van punten van bezwaar ingediend.

18

Dell heeft 23 november 2012 geantwoord op het verzoek om inlichtingen dat de Commissie haar had toegezonden (bestreden besluit, overweging 61).

19

Op 29 en 30 november 2012 is een hoorzitting gehouden, waaraan alle adressaten van de mededeling van punten van bezwaar hebben deelgenomen (bestreden besluit, overweging 60).

20

Op 14 december 2012 heeft de Commissie alle partijen verzocht om toezending van de relevante documenten die zij van Dell en HP hadden ontvangen. Alle partijen hebben aan dit verzoek gehoor gegeven en ieder van hen heeft toegang gehad tot de antwoorden van de andere odd-leveranciers (bestreden besluit, overweging 62).

21

Op 21 oktober 2015 heeft de Commissie besluit C(2015) 7135 final van de Commissie van 21 oktober 2015 in een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak AT.39639 – Optical Disk Drivers) (hierna: „bestreden besluit”) vastgesteld. Dit had betrekking op kartelafspraken over aanbestedingen betreffende optische diskdrives voor laptops en desktops die door twee computerfabrikanten waren georganiseerd.

Bestreden besluit

22

De Commissie is in het bestreden besluit tot het oordeel gekomen dat de deelnemers aan de mededingingsregeling hun concurrentiegedrag vanaf minstens 23 juni 2004 tot 25 november 2008 onderling hadden afgestemd. Zij heeft verduidelijkt dat deze onderlinge afstemming via een netwerk van parallelle bilaterale contacten had plaatsgevonden. Volgens haar trachtten de deelnemers aan de mededingingsregeling hun volumes op de markt aan te passen en te bereiken dat de prijzen op een hoger niveau bleven dan dat waarop zij zich zonder deze bilaterale contacten zouden hebben bevonden (bestreden besluit, overweging 67).

23

De Commissie heeft in het bestreden besluit gepreciseerd dat de onderlinge afstemming tussen de karteldeelnemers betrekking had op de klanten van Dell en HP, de twee belangrijkste fabrikanten van originele producten op de wereldwijde markt van pc’s. Volgens de Commissie pasten Dell en HP, naast bilaterale onderhandelingen met hun odd-leveranciers, gestandaardiseerde aanbestedingsprocedures toe die minstens één keer per kwartaal plaatsvonden. Zij heeft erop gewezen dat de kartelleden hun netwerk van bilaterale contacten gebruikten om deze aanbestedingsprocedures te manipuleren, waardoor zij de pogingen van hun klanten om tot prijsconcurrentie aan te zetten dwarsboomden (bestreden besluit, overweging 68).

24

Volgens de Commissie konden de kartelleden door geregelde informatie-uitwisselingen, onder meer nog voordat zij aan de aanbestedingsprocedure deelnamen, zeer duidelijk achterhalen wat de intenties van hun concurrenten waren en dus hun concurrentiestrategie voorzien (bestreden besluit, overweging 69).

25

De Commissie heeft daaraan toegevoegd dat de kartelleden met geregelde tussenpozen informatie over de prijzen voor specifieke klanten uitwisselden alsook informatie die geen verband met de prijzen hield, zoals de productie op dat moment en de leveringscapaciteit, de stand van de voorraden of het moment waarop nieuwe producten of verbeteringen werden geïntroduceerd. Zij heeft erop gewezen dat de odd-leveranciers de eindresultaten van de afgeronde aanbestedingsprocedures bewaakten, dat wil zeggen welke rangschikking en prijs en welk volume waren verkregen (bestreden besluit, overweging 70).

26

De Commissie heeft ook uiteengezet dat de leveranciers, die goed wisten dat zij hun contacten geheim moesten houden voor hun klanten, middelen gebruikten om met elkaar contact op te nemen die afdoende werden geacht om het gewenste resultaat te bereiken. Zij heeft verduidelijkt dat er in 2003 overigens een poging was geweest om een startvergadering te beleggen om geregelde multilaterale contacten tussen de odd-leveranciers te organiseren, maar dat die was mislukt nadat een klant daarvan op de hoogte was geraakt. Volgens de Commissie zijn er in plaats daarvan bilaterale contacten geweest, hoofdzakelijk in de vorm van telefoongesprekken en soms ook per e‑mail, mede via privé-e-mailadressen (hotmail) en instant messaging, of via bijeenkomsten, hoofdzakelijk op het niveau van de beheerders van wereldwijde accounts (bestreden besluit, overweging 71).

27

De Commissie heeft vastgesteld dat de deelnemers aan de mededingingsregeling geregeld contact met elkaar opnamen en dat de contacten, hoofdzakelijk via de telefoon, frequenter werden toen aanbestedingsprocedures werden gevoerd. Dan vonden meerdere gesprekken per dag plaats tussen telkens twee karteldeelnemers. Zij heeft gepreciseerd dat de contacten tussen sommige paren van karteldeelnemers duidelijk vaker plaatsvonden dan bij sommige andere paren (bestreden besluit, overweging 72).

28

Voor de berekening van het bedrag van de aan verzoeksters opgelegde geldboete heeft de Commissie zich gebaseerd op de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 23, lid 2, onder a), van verordening (EG) nr. 1/2003 worden opgelegd (PB 2006, C 210, blz. 2; hierna: „richtsnoeren voor de berekening van de geldboeten”).

29

Om te beginnen heeft de Commissie zich op het standpunt gesteld dat het ten behoeve van de vaststelling van het basisbedrag van de geldboete passend was, gelet op de aanzienlijke verschillen in duur van de deelname van de leveranciers en teneinde de werkelijke impact van de mededingingsregeling tot uiting te laten komen, om gebruik te maken van een jaargemiddelde, berekend op basis van de reële waarde van de verkopen die de ondernemingen hadden gerealiseerd in de volledige kalendermaanden waarin zij ieder aan de inbreuk hadden deelgenomen (bestreden besluit, overweging 527).

30

De Commissie heeft toegelicht dat de waarde van de verkopen was berekend op basis van de voor laptops en desktops bestemde odd-verkopen die waren gefactureerd aan entiteiten van HP en Dell die zich in de EER bevonden (bestreden besluit, overweging 528).

31

Bovendien was de Commissie van oordeel dat de relevante waarde van de verkopen afzonderlijk voor Dell en HP moest worden berekend en dat twee vermenigvuldigingscoëfficiënten moesten worden toegepast, omdat het mededingingsverstorende gedrag ten aanzien van HP veel later was aangevangen en er zo rekening kon worden gehouden met de wijze waarop de mededingingsregeling zich had ontwikkeld (bestreden besluit, overweging 530).

32

De Commissie heeft verzoeksters alleen voor hun onderlinge afstemming ten aanzien van Dell aansprakelijk gehouden, omdat niet was bewezen dat Sony aan de contacten betreffende HP had deelgenomen (bestreden besluit, overweging 531).

33

Vervolgens heeft de Commissie beslist dat het percentage voor de ernst in dit geval voor alle adressaten van het bestreden besluit op 16 % moest worden vastgesteld, aangezien prijsafspraken naar hun aard tot de ernstigste inbreuken op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst behoorden en de mededingingsregeling zich op zijn minst tot de gehele EER uitstrekte (bestreden besluit, overweging 544).

34

Bovendien heeft de Commissie uiteengezet dat zij, gelet op de omstandigheden van het onderhavige geval, had beslist om een bedrag van 16 % als afschrikking toe te voegen (bestreden besluit, overwegingen 554 en 555).

35

Verder heeft de Commissie het bedrag van de aan verzoeksters opgelegde geldboete met 3 % verlaagd om rekening te houden met het feit dat zij niet op de hoogte waren van het deel van de enkele en voortdurende inbreuk dat betrekking had op HP, om zo passend en afdoende weer te geven dat hun gedrag minder ernstig was geweest (bestreden besluit, overweging 561).

36

Tot slot heeft de Commissie geoordeeld dat het passend was om een vermenigvuldigingscoëfficiënt van 1,2 toe te passen, aangezien Sony een wereldwijde omzet van 59252000000 EUR had behaald in het boekjaar voorafgaand aan de vaststelling van het bestreden besluit (bestreden besluit, overweging 567).

37

Het dispositief van het bestreden besluit luidt, voor zover het verzoeksters betreft, als volgt:

„Artikel 1

Onderstaande ondernemingen hebben inbreuk gepleegd op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst door, gedurende de aangegeven perioden, deel te nemen aan één enkele, voortdurende inbreuk die uit meerdere afzonderlijke inbreuken bestond in de sector van de optische diskdrives in de gehele EER, in de vorm van prijsafspraken:

[...]

f)

[verzoeksters] van 23 augustus 2004 tot 15 september 2006, voor hun onderlinge afstemming ten aanzien van Dell.

[...]

Artikel 2

Voor de in artikel 1 bedoelde inbreuk worden de volgende geldboeten opgelegd:

[...]

f)

[verzoeksters], hoofdelijk aansprakelijk: 21024000 EUR”.

Procedure en conclusies van partijen

38

Bij op 31 december 2015 ter griffie van het Gerecht neergelegd verzoekschrift hebben verzoeksters het onderhavige beroep ingesteld.

39

De Commissie heeft haar verweerschrift op 25 mei 2016 neergelegd.

40

Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht (Vijfde kamer) besloten tot de mondelinge behandeling over te gaan en de Commissie in het kader van de maatregelen tot organisatie van de procesgang in artikel 91 van zijn Reglement voor de procesvoering verzocht om bepaalde documenten betreffende vertrouwelijke verklaringen over te leggen. De Commissie heeft te kennen gegeven dat zij de transcripten van deze vertrouwelijke verklaringen, die in het kader van haar clementieprogramma waren afgelegd, niet kon overleggen.

41

Bij beschikking van 23 april 2018, vastgesteld op grond van artikel 24, eerste alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie alsmede artikel 91, onder b), en artikel 92, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering, heeft het Gerecht (Vijfde kamer) de Commissie gelast om bedoelde transcripten over te leggen. Deze transcripten konden voorafgaand aan de terechtzitting ter griffie van het Gerecht worden ingezien door verzoeksters’ advocaten.

42

De Commissie heeft genoemde transcripten op 24 april 2018 overgelegd en verzoeksters’ vertegenwoordigers hebben deze op 30 april 2018 ingezien ter griffie van het Gerecht.

43

Partijen hebben ter terechtzitting van 2 mei 2018 pleidooi gehouden en geantwoord op de vragen van het Gerecht.

44

Verzoeksters concluderen tot:

nietigverklaring van het bestreden besluit voor zover dit op hen betrekking heeft;

subsidiair, verlaging van het bedrag van de hun opgelegde geldboete;

verwijzing van de Commissie in de kosten.

45

De Commissie concludeert tot:

verwerping van het beroep;

verwijzing van verzoeksters in de kosten.

In rechte

46

Verzoeksters voeren ter ondersteuning van hun beroep twee middelen aan, waarvan het eerste in wezen betrekking heeft op het bestaan van een inbreuk op artikel 101, lid 1, VWEU en het tweede, dat subsidiair wordt aangevoerd, op de berekening van het bedrag van de opgelegde geldboete.

[omissis]

Tweede, subsidiair geformuleerde, middel: schending van het recht en de feiten bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete en ontoereikende motivering

[omissis]

Derde onderdeel: Alleen op Sony is een coëfficiënt ter afschrikking toegepast

[omissis]

292

In herinnering dient te worden gebracht dat de noodzaak om de geldboete een voldoende afschrikkende werking te geven, vereist dat het bedrag ervan wordt aangepast teneinde rekening te houden met de voorgenomen weerslag ervan op de onderneming waaraan zij wordt opgelegd, ter voorkoming dat de boete in het niet valt of integendeel buitensporig is gelet op onder meer het financiële vermogen van de betrokken onderneming, zulks overeenkomstig de vereisten om zowel de doelmatigheid van de boete te waarborgen als het evenredigheidsbeginsel te eerbiedigen (zie arrest van 13 juli 2011, General Technic-Otis e.a./Commissie, T‑141/07, T‑142/07, T‑145/07 en T‑146/07, EU:T:2011:363, punt 239 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

293

De omvang en de totale middelen van een onderneming vormen relevante criteria, gelet op het nagestreefde doel, de doeltreffendheid van de geldboete te verzekeren door het bedrag ervan aan te passen aan de totale middelen van de onderneming en aan haar vermogen om de nodige middelen ter betaling van deze geldboete te verzamelen. De vaststelling van het percentage waarmee het uitgangsbedrag moet worden verhoogd om van de geldboete een voldoende afschrikkende werking te doen uitgaan, beoogt immers eerder de doeltreffendheid van de geldboete te verzekeren dan rekening te houden met de schadelijkheid van de inbreuk voor de normale mededinging, en dus met de zwaarte van deze inbreuk (zie arrest van 13 juli 2011, General Technic-Otis e.a./Commissie, T‑141/07, T‑142/07, T‑145/07 en T‑146/07, EU:T:2011:363, punt 241 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

294

In de onderhavige zaak betwisten verzoeksters niet dat Sony in het boekjaar voorafgaand aan de vaststelling van het bestreden besluit de wereldwijde omzet heeft behaald die in overweging 567 van dit besluit is weergegeven, namelijk 59252000000 EUR.

295

Verzoeksters’ enige argument is dat de omzet van de moedermaatschappijen van sommige andere adressaten van het bestreden besluit vergelijkbaar of hoger was dan die van Sony, die bovendien omvangrijke verliezen had geleden in 2014, de periode waarin moedermaatschappijen als Samsung, de moedermaatschappij van TSST, en Hitachi, de moedermaatschappij van HLDS, beduidende winsten hebben geboekt.

296

Benadrukt moet worden dat aan Sony Corporation inderdaad de inbreuk van haar dochteronderneming Sony Electronics is toegerekend (overwegingen 507 en 569 van het bestreden besluit), waarbij de Commissie zelfs zo ver is gegaan dat zij hen gezamenlijk als „Sony” heeft aangeduid in het bestreden besluit (zie punt 3 hierboven), terwijl de inbreuk waaraan TSST en HLDS hebben deelgenomen niet aan Samsung respectievelijk Hitachi is toegerekend (overwegingen 11‑14 en 569 van het bestreden besluit).

297

Het kan de Commissie dan ook niet worden verweten dat zij alleen op verzoeksters een coëfficiënt ter afschrikking heeft toegepast, terwijl zij het bedrag van de aan TSST en HLDS opgelegde geldboeten niet met inachtneming van de door Samsung en Hitachi gerealiseerde omzet en winst heeft verhoogd.

298

Bijgevolg moet verzoeksters’ argument worden afgewezen, en daarmee het tweede middel in zijn geheel.

[omissis]

 

HET GERECHT (Vijfde kamer),

rechtdoende, verklaart:

 

1)

Het beroep wordt verworpen.

 

2)

Sony Corporation en Sony Electronics, Inc. zullen hun eigen kosten en die van de Europese Commissie dragen.

 

Gratsias

Labucka

Ulloa Rubio

Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 12 juli 2019.

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Engels.

( 1 ) Enkel de punten van dit arrest waarvan het Gerecht publicatie nuttig acht, worden weergegeven.

Top