EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62015CN0661

Zaak C-661/15: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 4 december 2015 — X BV, andere partij: Staatssecretaris van Financiën

OJ C 98, 14.3.2016, p. 19–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

14.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 98/19


Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 4 december 2015 — X BV, andere partij: Staatssecretaris van Financiën

(Zaak C-661/15)

(2016/C 098/25)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Hoge Raad der Nederlanden

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster: X BV

Andere partij: Staatssecretaris van Financiën

Prejudiciële vragen

1.

a.

Dient artikel 145, lid 2, van de Uitvoeringsverordening communautair Douanewetboek (UCDW) (1), in samenhang gelezen met artikel 29, leden 1 en 3, van het Communautair douanewetboek (CDW) (2), zo te worden uitgelegd dat de daarin neergelegde regeling ook ziet op het geval waarin wordt vastgesteld dat op het tijdstip van de aanvaarding van de aangifte voor een bepaald goed het met de fabricage samenhangend risico bestond dat een onderdeel van het goed tijdens het gebruik defect raakt, en de verkoper met het oog daarop ter uitvoering van een contractuele garantieverplichting jegens de koper aan deze een prijsvermindering verleent in de vorm van een vergoeding van de door de koper gemaakte kosten voor het zodanig aanpassen van het goed dat voormeld risico wordt uitgesloten?

1.

b.

Voor het geval de in artikel 145, lid 2, van de UCDW neergelegde regeling voor het hiervoor bedoelde geval niet geldt, volstaat het bepaalde in artikel 29, leden 1 en 3, van het CDW in samenhang gelezen met artikel 78 van het CDW zonder meer om de aangegeven douanewaarde na toekenning van de hiervoor bedoelde prijsvermindering te verlagen?

2.

Is de in artikel 145, lid 3, van de UCDW aan de daarin bedoelde wijziging van de douanewaarde gestelde voorwaarde dat de wijziging van de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs binnen twaalf maanden na de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer moet zijn geschied, in strijd met het bepaalde in de artikelen 78 en 236 van het CDW, in samenhang gelezen met artikel 29 van het CDW?


(1)  Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1).

(2)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).


Top