Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CO0384

Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 28 april 2016.
Alta Realitat SL tegen Erlock Film ApS en Ulrich Thomsen.
Prejudiciële verwijzing – Justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken – Betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken – Verordening (EG) nr. 1393/2007 – Artikel 8 – Ontbreken van een vertaling van het stuk – Weigering van ontvangst van het stuk – Talenkennis van degene voor wie het stuk is bestemd – Toetsing door de rechter die in de lidstaat van herkomst kennis neemt van de zaak.
Zaak C-384/14.

Digital reports (Court Reports - general)

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2016:316

BESCHIKKING VAN HET HOF (Tiende kamer)

28 april 2016 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing — Justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken — Betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken — Verordening (EG) nr. 1393/2007 — Artikel 8 — Ontbreken van een vertaling van het stuk — Weigering van ontvangst van het stuk — Talenkennis van degene voor wie het stuk is bestemd — Toetsing door de rechter die in de lidstaat van herkomst van de zaak kennisneemt”

In zaak C‑384/14,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 44 de Barcelona (rechtbank nr. 44 Barcelona, Spanje) bij beslissing van 22 mei 2014, ingekomen bij het Hof op 11 augustus 2014, in de procedure

Alta Realitat SL

tegen

Erlock Film ApS,

Ulrich Thomsen,

geeft

HET HOF (Tiende kamer),

samengesteld als volgt: F. Biltgen (rapporteur), kamerpresident, A. Borg Barthet en M. Berger, rechters,

advocaat-generaal: H. Saugmandsgaard Øe,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

Erlock Film ApS en U. Thomsen, vertegenwoordigd door K. Dyekjær en H. Puggaard, advokater,

de Spaanse regering, vertegenwoordigd door M. García‑Valdecasas Dorrego als gemachtigde,

de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door M. Smolek en J. Vláčil als gemachtigden,

de Duitse regering, vertegenwoordigd door T. Henze en B. Beutler als gemachtigden,

de Oostenrijkse regering, vertegenwoordigd door C. Pesendorfer als gemachtigde,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A.‑M. Rouchaud‑Joët en S. Pardo Quintillán als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om bij met redenen omklede beschikking uitspraak te doen overeenkomstig artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof,

de navolgende

Beschikking

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 8 van verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken („de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad (PB 2007, L 324, blz. 79).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Alta Realitat, S.L. (hierna: „Alta Realitat”) enerzijds en Erlock Film ApS en U. Thomsen anderzijds over de ontbinding van een overeenkomst inzake de levering van diensten.

Toepasselijke bepalingen

Unierecht

Verordening nr. 1393/2007

3

De overwegingen 2, 7 en 10 tot en met 12 van verordening nr. 1393/2007 luiden als volgt:

„(2)

Het is voor de goede werking van de interne markt nodig de verzending tussen de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, met het oog op betekening of kennisgeving ervan, te verbeteren en te versnellen.

[...]

(7)

De verzending kan met het oog op de snelheid ervan langs elke passende weg geschieden, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan inzake de leesbaarheid en de betrouwbaarheid van het ontvangen stuk. De zorgvuldigheid van de verzending vereist dat het te verzenden stuk vergezeld gaat van een modelformulier dat moet worden ingevuld in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving geschiedt dan wel in een andere taal die door de betrokken lidstaat wordt aanvaard.

[...]

(10)

De mogelijkheid de betekening of kennisgeving van stukken te weigeren, moet tot buitengewone gevallen worden beperkt, teneinde de doeltreffendheid van de verordening te waarborgen.

(11)

Om de verzending en de betekening of kennisgeving van stukken tussen de lidstaten te vergemakkelijken, moeten de in de bijlagen bij deze verordening opgenomen modelformulieren worden gebruikt.

(12)

De ontvangende instantie moet degene voor wie het stuk is bestemd er door middel van het modelformulier schriftelijk van in kennis stellen dat hij het te betekenen of ter kennis te brengen stuk kan weigeren in ontvangst te nemen ofwel op het ogenblik van de betekening of kennisgeving ofwel door het stuk, indien het niet is gesteld in een taal die hij begrijpt of in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats van betekening of kennisgeving, binnen een week naar de ontvangende instantie terug te zenden. Dit geldt ook voor de daaropvolgende betekening of kennisgeving nadat degene voor wie het stuk bestemd is gebruik heeft gemaakt van zijn weigeringsrecht. [...] De betekening of kennisgeving van een geweigerd stuk moet kunnen worden geregulariseerd door aan degene voor wie het stuk is bestemd betekening of kennisgeving te doen van een vertaling van het stuk.”

4

Artikel 1 van verordening nr. 1393/2007, dat de werkingssfeer van de verordening omschrijft, bepaalt in lid 1:

„Deze verordening is van toepassing in burgerlijke en in handelszaken, waarin een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk van een lidstaat naar een andere lidstaat moet worden verzonden ter betekening of kennisgeving aldaar. [...]”

5

Volgens artikel 1, lid 3, van de verordening „[wordt] [i]n deze verordening [...] onder het begrip ‚lidstaat’ verstaan alle lidstaten met uitzondering van Denemarken”.

6

Op grond van artikel 2 van verordening nr. 1393/2007 wijzen de lidstaten de „verzendende instanties” aan, die bevoegd zijn om gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken te verzenden ter betekening of kennisgeving in een andere lidstaat, en de „ontvangende instanties”, die bevoegd zijn om dergelijke stukken uit een andere lidstaat in ontvangst te nemen.

7

Artikel 4 van deze verordening bepaalt:

„1.   De op grond van artikel 2 aangewezen instanties zenden elkaar de gerechtelijke stukken zo spoedig mogelijk rechtstreeks toe.

2.   De verzendende en ontvangende instanties kunnen elkaar de stukken [...] langs elke passende weg toezenden, mits de inhoud van het ontvangen stuk met die van het verzonden document overeenstemt en alle informatie daarin goed leesbaar is.

3.   Het te verzenden stuk gaat vergezeld van een aanvraag die volgens het modelformulier in de bijlage is opgesteld. Het formulier wordt in de officiële taal van de aangezochte lidstaat ingevuld of, indien er verscheidene officiële talen in die lidstaat zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht, of in een andere taal die de aangezochte lidstaat heeft verklaard te kunnen aanvaarden. [...]

[...]”

8

Artikel 5 van verordening nr. 1393/2007 bepaalt:

„1.   De aanvrager wordt door de verzendende instantie waaraan hij het stuk ter verzending overdraagt, in kennis gesteld van het feit dat degene voor wie het stuk is bestemd, kan weigeren het stuk in ontvangst te nemen omdat het niet in een van de in artikel 8 bedoelde talen is gesteld.

2.   De aanvrager draagt de eventuele kosten van vertaling vóór de verzending van het stuk [...].”

9

Ingevolge artikel 6, lid 1, van de verordening zendt de ontvangende instantie bij de ontvangst van een stuk de verzendende instantie zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen zeven dagen na de ontvangst van het stuk langs de snelst mogelijke weg een ontvangstbewijs, overeenkomstig het modelformulier in bijlage I.

10

Artikel 7 van deze verordening bepaalt:

„1.   De ontvangende instantie zorgt voor de betekening of kennisgeving van het stuk, hetzij overeenkomstig het recht van de aangezochte lidstaat, hetzij in de specifieke, door de verzendende instantie gewenste vorm, mits deze met het recht van die aangezochte lidstaat verenigbaar is.

2.   De ontvangende instantie neemt de nodige stappen om te bewerkstelligen dat de betekening of kennisgeving van het stuk zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen een maand na de ontvangst ervan geschiedt. [...]”

11

Artikel 8 van de verordening, dat het opschrift „Weigering van ontvangst van een stuk” draagt, bepaalt:

„1.   De ontvangende instantie stelt degene voor wie het stuk is bestemd, door middel van het in bijlage II opgenomen modelformulier in kennis van het feit dat hij kan weigeren het stuk waarvan betekening of kennisgeving moet worden verricht, in ontvangst te nemen op het ogenblik van de betekening of kennisgeving ofwel door het stuk binnen een week naar de ontvangende instantie terug te zenden, indien het niet is gesteld in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de volgende talen:

a)

een taal die degene voor wie het stuk bestemd is, begrijpt,

of

b)

de officiële taal van de aangezochte lidstaat of, indien er verscheidene officiële talen in de aangezochte lidstaat zijn, de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht.

2.   Indien de ontvangende instantie ervan op de hoogte is gesteld dat de persoon voor wie het stuk is bestemd dit overeenkomstig lid 1 weigert in ontvangst te nemen, stelt zij de verzendende instantie daarvan onmiddellijk door middel van het in artikel 10 bedoelde certificaat in kennis en zendt zij de aanvraag alsmede de stukken waarvan de vertaling wordt gevraagd terug.

3.   Indien degene voor wie het stuk is bestemd overeenkomstig lid 1 heeft geweigerd het stuk in ontvangst te nemen, kan de betekening of kennisgeving van het stuk worden geregulariseerd door aan degene voor wie het stuk is bestemd overeenkomstig deze verordening betekening of kennisgeving te doen van het stuk vergezeld van een vertaling in een taal zoals bedoeld in lid 1. In dat geval is de datum van betekening of kennisgeving van het stuk die waarop de betekening of kennisgeving van het stuk vergezeld van de vertaling overeenkomstig het recht van de aangezochte lidstaat is geschied. Wanneer de betekening of kennisgeving van een stuk overeenkomstig het recht van een lidstaat echter binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, dan is de datum die ten aanzien van de aanvrager in aanmerking wordt genomen de datum van betekening of kennisgeving van het oorspronkelijke stuk [...].

[...]”

12

Artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 bepaalt:

„Wanneer alle formaliteiten met betrekking tot de betekening of kennisgeving van het stuk zijn verricht, wordt door middel van het modelformulier in bijlage I een certificaat betreffende de voltooiing van deze handelingen opgesteld en aan de verzendende instantie toegezonden [...].”

13

Artikel 19, lid 1, van deze verordening luidt als volgt:

„Wanneer een stuk dat het geding inleidt of een daarmee gelijk te stellen stuk overeenkomstig de bepalingen van deze verordening ter betekening of kennisgeving naar een andere lidstaat moest worden gezonden en de verweerder niet is verschenen, houdt de rechter [in de lidstaat van herkomst] de beslissing aan totdat is gebleken dat:

a)

hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de in de wetgeving van de aangezochte lidstaat voorgeschreven vormen voor de betekening of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen bestemd zijn, of

b)

hetzij het stuk daadwerkelijk is afgegeven aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats op een andere in deze verordening geregelde wijze,

en dat de betekening of kennisgeving respectievelijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.”

14

In het in bijlage II bij verordening nr. 1393/2007 opgenomen modelformulier „Mededeling aan de geadresseerde inzake zijn recht om de ontvangst van een stuk te weigeren” wordt ten behoeve van degene voor wie het stuk is bestemd het volgende vermeld:

„U kunt weigeren het stuk in ontvangst te nemen indien het niet gesteld is in of vergezeld gaat van een vertaling, ofwel in een taal die u begrijpt ofwel in de officiële taal/een van de officiële talen van de plaats van betekening of kennisgeving.

Indien u dat recht wenst uit te oefenen, moet u onmiddellijk bij de betekening of kennisgeving van het stuk en rechtstreeks ten aanzien van de persoon die de betekening of kennisgeving verricht de ontvangst ervan weigeren of moet u het stuk binnen een week terugzenden naar het onderstaande adres en verklaren dat u de ontvangst ervan weigert.”

15

Dat modelformulier bevat ook een „Verklaring van de geadresseerde”, die door de geadresseerde bij weigering om het betrokken stuk in ontvangst te nemen moet worden ondertekend en als volgt luidt:

„Ik weiger de ontvangst van het hieraan gehechte stuk, omdat dit niet gesteld is in of vergezeld gaat van een vertaling, ofwel in een taal die ik begrijp ofwel in de officiële taal/een van de officiële talen van de plaats van betekening of kennisgeving.”

16

Ten slotte is op het modelformulier aangegeven dat de geadresseerde in dat geval dient te vermelden welke taal of talen van de officiële talen van de Europese Unie hij begrijpt.

17

Krachtens de op 19 oktober 2005 te Brussel gesloten overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de betekening en de kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PB 2005, L 300, blz. 55) is verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PB 2000, L 160, blz. 37) uit hoofde van het internationale recht van toepassing op de betrekkingen tussen de Unie en het Koninkrijk Denemarken.

18

Artikel 3 van die overeenkomst bepaalt:

„[...]

2.   Wanneer wijzigingen van [...] verordening [nr. 1348/2000] worden aangenomen, stelt Denemarken de Commissie in kennis van zijn besluit om de inhoud van deze wijzigingen al dan niet ten uitvoer te leggen. [...]

[...]

6.   Een kennisgeving van Denemarken dat de inhoud van de wijzigingen in Denemarken ten uitvoer is gelegd [...], schept tussen Denemarken en de Gemeenschap wederzijdse verplichtingen uit hoofde van het internationale recht. De wijzigingen van de verordening vormen dan wijzigingen van deze overeenkomst en worden geacht aan deze overeenkomst te zijn gehecht.

[...]”

19

Nadat verordening nr. 1348/2000 was ingetrokken bij verordening nr. 1393/2007 heeft Denemarken de Commissie in kennis gesteld van zijn besluit om de inhoud van die laatste verordening ten uitvoer te leggen (PB 2008, L 331, blz. 21).

Verordening nr. 44/2001

20

Artikel 34, punt 2, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1) bepaalt dat een door een gerecht van een lidstaat gegeven beslissing niet wordt erkend in een andere lidstaat indien „het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, niet zo tijdig en op zodanige wijze als met het oog op zijn verdediging nodig was, aan de verweerder tegen wie verstek werd verleend, betekend of meegedeeld is, tenzij de verweerder tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangewend terwijl hij daartoe in staat was”.

21

Verordening nr. 44/2001 is krachtens de op 19 oktober 2005 te Brussel gesloten overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2005, L 299, blz. 62) van toepassing op de betrekkingen tussen de Unie en het Koninkrijk Denemarken.

Spaans recht

22

Artikel 11 van de Ley Orgánica del Poder Judicial (organieke wet op de rechterlijke macht) luidt als volgt:

„1.   In alle soorten procedures worden de regels van de goede trouw gerespecteerd. Bewijs dat direct of indirect is verkregen door schending van de fundamentele rechten of vrijheden wordt niet als bewijs toegelaten.

2.   De rechter weigert gemotiveerd alle verzoeken, procesincidenten en excepties die met het kennelijke doel van rechtsmisbruik worden geformuleerd, of die wetsontduiking of fraude met betrekking tot de procedure inhouden.

3.   Conform het beginsel van effectieve rechterlijke bescherming zoals vastgelegd in artikel 24 van de grondwet, dient de rechter altijd uitspraak te doen op de vordering zoals deze is geformuleerd. De rechter kan een vordering slechts op formele gronden afwijzen wanneer het vormgebrek niet hersteld kan worden of niet via de wettelijk vastgestelde procedure hersteld is.”

23

Artikel 161, lid 2, van de Ley de Enjuiciamiento Civil (wet op de burgerlijke rechtsvordering) luidt:

„Wanneer de geadresseerde van de mededeling op zijn domicilie wordt aangetroffen en weigert de kopie van de uitspraak of de dagvaarding in ontvangst te nemen of het proces-verbaal van overhandiging niet wil ondertekenen, dan zal de ambtenaar of, indien van toepassing, de procesvertegenwoordiger die de overhandiging op zich neemt, hem laten weten dat de kopie van de uitspraak of de dagvaarding door hem kan worden ingezien op de griffie, en dat de mededeling hiermee haar effect sorteert. Van dit alles wordt verslag gedaan in het proces-verbaal.”

24

Artikel 247 van die wet luidt:

„1.   De partijen bij alle soorten procedures moeten zich in hun handelingen houden aan de regels van de goede trouw.

2.   De rechter wijst gemotiveerd alle verzoeken en procesincidenten af die met het kennelijke doel van rechtsmisbruik worden geformuleerd, of die wetsontduiking of fraude met betrekking tot de procedure inhouden.

3.   Als de rechter meent dat een van de partijen heeft gehandeld in strijd met de regels van de procedurele goede trouw, kan hij deze, in een apart document, middels een gemotiveerde beslissing en met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel, een boete opleggen die kan variëren van 180 tot 6000 EUR, doch in geen geval hoger is dan een derde deel van het bedrag waarover het geding wordt gevoerd.

Teneinde het bedrag van de boete vast te stellen moet de rechter de omstandigheden van het betrokken feit in aanmerking nemen, alsmede de schade die aan de procedure of aan de wederpartij kon worden toegebracht.”

25

Artikel 496, lid 1, van de genoemde wet luidt als volgt:

„De griffier verleent verstek tegen de verweerder die niet verschijnt op de rechtsdag of binnen de termijn die is aangezegd in de dagvaarding of oproeping, behalve in de in deze wet bedoelde gevallen waarin het verlenen van verstek door de rechter geschiedt.”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

26

Blijkens de verwijzingsbeslissing heeft Alta Realitat, een vennootschap naar Spaans recht, bij de Juzgado de Primera Instancia no 44 de Barcelona (rechtbank nr. 44 Barcelona) een vordering ingediend tot ontbinding van een overeenkomst die zij op 13 februari 2008 had gesloten met Erlock Film Aps, een vennootschap naar Deens recht, en Thomsen, die in Denemarken woont.

27

Die overeenkomst had betrekking op het maken van een film waarin Thomsen een rol zou spelen en die in het Engels zou worden opgenomen.

28

Alta Realitat voert ter onderbouwing van de vordering tot ontbinding van de overeenkomst aan dat Thomsen zijn verplichtingen niet is nagekomen en ongerechtvaardigd zijn medewerking aan de productie heeft beëindigd.

29

Alta Realitat vordert tevens dat betrokkene wordt veroordeeld tot terugbetaling van 30000 EUR als bedrag dat reeds aan hem was overhandigd, alsmede tot vergoeding van de geleden schade door contractbreuk en tot betaling van de proceskosten.

30

Nadat de verwijzende rechter Alta Realitat ontvankelijk had verklaard in haar vordering, is Thomsen gedagvaard op diens woonadres in Denemarken.

31

Thomsen heeft daarop gebruikgemaakt van zijn recht ingevolge artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 om de ontvangst van de vordering en de bijbehorende bijlagen te weigeren op de grond dat hij geen Engels begreep en de stukken in die taal waren opgesteld.

32

De Juzgado de Primera Instancia no 44 de Barcelona heeft evenwel geoordeeld dat die weigering niet gerechtvaardigd was en dat de dagvaarding aan verweerder in het hoofdgeding op de juiste wijze was verricht. Derhalve heeft de verwijzende rechter bij verstekvonnis van 19 januari 2010 de vordering van Alta Realitat toegewezen. Tegen dat vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld, zodat het onherroepelijk is geworden.

33

In 2012 heeft de Deense rechter, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, op grond van artikel 34, punt 2, van verordening nr. 44/2001 geweigerd het vonnis in Denemarken te erkennen.

34

Vervolgens heeft de Juzgado de Primera Instancia no 44 de Barcelona bij beschikking van 16 december 2013 de vanaf het moment van de dagvaarding aan Thomsen verrichte proceshandelingen nietig verklaard.

35

In die beschikking heeft de verwijzende rechter niettemin geoordeeld dat de dagvaarding voldoet aan het bepaalde in verordening nr. 1393/2007, na te hebben vastgesteld dat uit het dossier bleek dat Thomsen Engels begreep. De verwijzende rechter heeft er immers op gewezen dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde overeenkomst en verschillende aan betrokkene toegeschreven en aan de vordering gehechte stukken in die taal waren gesteld, dat betrokkene in diens profiel in een filmdatabank op internet had aangegeven vloeiend Engels te spreken, en dat betrokkene ook een blog had die in die taal was geschreven. De verwijzende rechter heeft hieraan toegevoegd dat er aan het dossier dvd’s waren toegevoegd waarop een persoon te zien was die is geïdentificeerd als Thomsen en die Engels sprak. Volgens de verwijzende rechter bestond er dan ook geen objectieve rechtvaardiging op grond waarvan betrokkene mocht weigeren de in het Engels opgestelde vordering in ontvangst te nemen, en hield die weigering zelfs fraude met betrekking tot de procedure als bedoeld in het Spaanse recht in.

36

Om die reden heeft de verwijzende rechter bevolen dat aan verweerder in het hoofdgeding een nieuwe dagvaarding zou worden uitgebracht, maar dat deze nieuwe dagvaarding niet behoefde vergezeld te gaan van een vertaling.

37

Verder heeft de verwijzende rechter, aangezien was vastgesteld dat er geen objectieve rechtvaardiging voor de weigering was, artikel 161, lid 2, van de wet op de burgerlijke rechtsvordering toegepast, volgens welk artikel het zo is dat als een gedaagde weigert om betekende stukken in ontvangst te nemen, deze stukken geacht worden rechtsgeldig te zijn betekend.

38

De nieuwe dagvaarding kon echter niet worden uitgebracht omdat Thomsen weigerde de in het Engels opgestelde vordering in ontvangst te nemen op de grond dat hij uitsluitend Deens begreep.

39

In de verwijzingsbeslissing vraagt de Juzgado de Primera Instancia no 44 de Barcelona zich af of het zich met verordening nr. 1393/2007 verdraagt dat de nationale rechter aan de hand van de gegevens waarover hij dienaangaande beschikt, beoordeelt of de verweerder een bepaalde taal begrijpt en op basis daarvan hem het stuk dat de procedure inleidt en de bijbehorende bijlagen uitsluitend in die taal doet toekomen.

40

De verwijzende rechter wijst erop dat die vraag te maken heeft met de werking van de interne markt en het goed functioneren van gerechtelijke procedures, en voegt hieraan toe dat gerechtelijke procedures sneller zouden verlopen indien bepaalde stukken niet hoeven te worden vertaald in talen waarbij het vinden van vertalers moeilijk en duur is, vooral wanneer de rechter, zoals in het onderhavige geval, tot de overtuiging is gekomen dat betrokkene de taal in kwestie begrijpt en die taal een veel gebruikte taal is. De verwijzende rechter merkt in dit verband op dat de film waarin Thomsen een rol zou spelen, zou worden gedraaid in het Engels, de taal waarin de door Alta Realitat ingediende vordering was opgesteld.

41

In verordening nr. 1393/2007 wordt niet aangegeven hoe ver de bevoegdheid van de rechter die van de zaak kennisneemt, op dit punt reikt, aldus de verwijzende rechter.

42

Voorts moet worden nagegaan of een nationale regeling als artikel 161, lid 2, van de wet op de burgerlijke rechtsvordering zich verdraagt met het Unierecht.

43

Tegen deze achtergrond heeft de Juzgado de Primera Instancia no 44 de Barcelona de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)

Dient artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 aldus te worden uitgelegd dat de nationale rechter die van de zaak kennisneemt op grond van het gehele dossier dat hem ter beschikking staat kan bepalen of een geadresseerde een taal begrijpt?

Bij bevestigend antwoord op de eerste vraag:

2)

Dient artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 aldus te worden uitgelegd dat als de nationale rechter die van de zaak kennisneemt, op grond van het gehele dossier dat hem ter beschikking staat, heeft bepaald dat de geadresseerde een taal begrijpt, degene die de betekening verricht de geadresseerde niet de mogelijkheid mag bieden het stuk te weigeren?

3)

Dient artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 aldus te worden uitgelegd dat, als de geadresseerde van een betekening een stuk weigert dat in een bepaalde taal is opgesteld, terwijl de rechter die van de zaak kennisneemt heeft verklaard dat het niveau waarop die persoon de taal begrijpt voldoende is, de weigering van het stuk niet gerechtvaardigd is, en dat de rechter die van de zaak kennisneemt de gevolgen kan toepassen die daartoe in de wetgeving van de lidstaat van verzending voor dit soort ongerechtvaardigde weigering van een stuk zijn voorzien, en zelfs, wanneer de procesregels van de lidstaat van verzending aldus bepalen, het stuk als aan de geadresseerde betekend kan beschouwen?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

44

Overeenkomstig artikel 99 van zijn Reglement voor de procesvoering kan het Hof, wanneer het antwoord op een prejudiciële vraag duidelijk uit de rechtspraak kan worden afgeleid, te allen tijde op voorstel van de rechter-rapporteur, de advocaat-generaal gehoord, beslissen om bij met redenen omklede beschikking uitspraak te doen.

45

Deze bepaling dient op de onderhavige zaak te worden toegepast.

46

Met zijn drie vragen, die gezamenlijk dienen te worden behandeld, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen welke regels volgens verordening nr. 1393/2007 door een nationale rechter die in de lidstaat van herkomst van de zaak kennisneemt, in acht moeten worden genomen bij betekening of kennisgeving van een stuk dat het geding inleidt, wanneer degene voor wie het stuk is bestemd in een andere lidstaat woont en een andere taal wordt gebezigd dan die welke degene voor wie het stuk bestemd is, begrijpt of wordt geacht te begrijpen in de zin van artikel 8, lid 1, van die verordening.

47

Om te beginnen moet in herinnering worden geroepen dat het Hof reeds heeft verklaard dat verordening nr. 1393/2007, die is vastgesteld op de grondslag van artikel 61, onder c), EG, blijkens overweging 2 van die verordening een mechanisme voor de betekening en kennisgeving tussen de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken beoogt in te voeren met het oog op de goede werking van de interne markt (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 29en aldaar aangehaalde rechtspraak).

48

Teneinde de doelmatigheid en snelheid van gerechtelijke procedures te verbeteren en een goede rechtsbedeling te verzekeren, is in die verordening dan ook het beginsel neergelegd dat gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken rechtstreeks tussen de lidstaten worden verzonden, zodat de procedures worden vereenvoudigd en versneld. Die doelstellingen worden in herinnering gebracht in de overwegingen 6 tot en met 8 van de verordening (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 30en aldaar aangehaalde rechtspraak).

49

Bij het nastreven van die doelstellingen mag evenwel op geen enkele wijze afbreuk worden gedaan aan de rechten van de verdediging van degenen voor wie de stukken bestemd zijn, welke rechten voortvloeien uit het recht op een eerlijk proces, dat is neergelegd in artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6, lid 1, van het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 31en aldaar aangehaalde rechtspraak).

50

Er dient dus niet alleen op te worden toegezien dat degene voor wie een stuk is bestemd, dat stuk daadwerkelijk ontvangt, maar ook dat hij in staat wordt gesteld de betekenis en reikwijdte van de tegen hem in het buitenland ingestelde vordering te vernemen en effectief en volledig te begrijpen, zodat hij in de lidstaat van herkomst zijn rechten daadwerkelijk kan doen gelden (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 32en aldaar aangehaalde rechtspraak).

51

Uit dat oogpunt dient verordening nr. 1393/2007 dus zodanig te worden uitgelegd dat in elk concreet geval wordt gezorgd voor een juist evenwicht tussen de belangen van de verzoeker en die van de verweerder voor wie het stuk is bestemd, door het streven naar een doelmatige en snelle verzending van processtukken in overeenstemming te brengen met het vereiste te waarborgen dat de rechten van de verdediging van degenen voor wie die stukken zijn bestemd, op passende wijze worden beschermd (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 33en aldaar aangehaalde rechtspraak).

52

Om dat doel te bereiken heeft verordening nr. 1393/2007 een stelsel ingevoerd waarbij de stukken in beginsel worden verzonden tussen de door de lidstaten aangewezen „verzendende instanties” en „ontvangende instanties”. Op grond van artikel 4 van die verordening wordt het stuk of worden de stukken waarvan betekening of kennisgeving moet worden verricht, door de verzendende instantie langs elke passende weg zo spoedig mogelijk rechtstreeks verzonden naar de ontvangende instantie (zie in die zin arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 34en aldaar aangehaalde rechtspraak).

53

Krachtens artikel 5, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 dient de verzendende instantie de aandacht van de aanvrager van de betekening of kennisgeving te vestigen op het risico dat de degene voor wie het stuk is bestemd, mogelijkerwijs weigert om een stuk dat niet in een van de in artikel 8 van die verordening bedoelde talen is gesteld, in ontvangst te nemen. Volgens artikel 5, lid 2, van de verordening draagt in beginsel de aanvrager de kosten van vertaling vóór de verzending van het stuk (zie in die zin arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 35).

54

De ontvangende instantie is op haar beurt verplicht het stuk daadwerkelijk te betekenen aan of ter kennis te brengen van de geadresseerde, zoals bepaald in artikel 7 van verordening nr. 1393/2007. In dat verband moet zij de verzendende instantie op de hoogte houden van alle relevante aspecten van die verrichting door het in bijlage I bij die verordening opgenomen modelformulier terug te sturen, en moet zij degene voor wie het stuk is bestemd, overeenkomstig artikel 8, lid 1, van de verordening ervan in kennis stellen dat hij kan weigeren het stuk in ontvangst te nemen indien het niet is gesteld of vertaald in een van de in die bepaling bedoelde talen, namelijk ofwel een taal die de betrokkene begrijpt, ofwel de officiële taal van de aangezochte lidstaat of in voorkomend geval een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht, welke talen de geadresseerde wordt geacht te beheersen. Wanneer de geadresseerde daadwerkelijk weigert het stuk in ontvangst te nemen, moet de ontvangende instantie bovendien krachtens artikel 8, leden 2 en 3, van de verordening onverwijld de verzendende instantie daarvan in kennis stellen en de aanvraag samen met het stuk waarvan de vertaling wordt gevraagd, terugzenden (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 36).

55

De rol van de verzendende instantie en die van de ontvangende instantie beperkt zich voor de toepassing van verordening nr. 1393/2007 dus tot het fysiek mogelijk maken van de verzending en betekening of kennisgeving van het betrokken stuk, en tot het treffen van maatregelen die dergelijke verrichtingen faciliteren. Die instanties mogen zich echter niet uitlaten over inhoudelijke aspecten, zoals de vraag welke taal of talen degene voor wie het stuk is bestemd, begrijpt, en de vraag of het stuk vergezeld moet gaan van een vertaling in een van de in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 bedoelde talen, en mogen evenmin beoordelen of de weigering van degene voor wie het stuk is bestemd, om dat stuk in ontvangst te nemen gerechtvaardigd is (zie in die zin arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 37).

56

Het staat integendeel uitsluitend aan de nationale rechter bij wie de zaak in de lidstaat van herkomst aanhangig is gemaakt, om over dergelijke kwesties uitspraak te doen wanneer de verzoeker en de verweerder daarover van mening verschillen (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 41).

57

Meer in het bijzonder zal die rechter, nadat de betekenings‑ of kennisgevingsprocedure is begonnen en is bepaald welk stuk of welke stukken in dit verband relevant zijn, pas uitspraak doen nadat degene voor wie een stuk is bestemd, daadwerkelijk heeft geweigerd dat stuk in ontvangst te nemen omdat het niet is gesteld in een taal die hij begrijpt of geacht wordt te begrijpen. Dan dient die rechter op verzoek van de verzoeker na te gaan of die weigering al dan niet gerechtvaardigd was. Daartoe moet hij naar behoren rekening houden met alle gegevens van het dossier om vast te stellen welke talenkennis degene voor wie het stuk is bestemd, bezit, en voorts om te beslissen of dat stuk, gelet op de aard ervan, moet worden vertaald (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 42en aldaar aangehaalde rechtspraak).

58

Die rechter moet er dus in elk concreet geval zorg voor dragen dat de rechten van de betrokken partijen op evenwichtige wijze worden beschermd door het streven naar een doelmatige en snelle betekening of kennisgeving in het belang van de verzoeker af te wegen tegen het streven naar een doeltreffende bescherming van de rechten van de verdediging van degene voor wie het stuk is bestemd (zie arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 43).

59

Hieraan moet wat het door verordening nr. 1393/2007 ingevoerde stelsel betreft worden toegevoegd dat die verordening tevens het gebruik van twee respectievelijk in bijlage I en bijlage II bij die verordening opgenomen modelformulieren voorschrijft en niet voorziet in uitzonderingen op het gebruik van die formulieren. Zoals blijkt uit overweging 11 van die verordening, is het integendeel zo dat de modelformulieren van de verordening „moeten [...] worden gebruikt” omdat daarmee, met inachtneming van de rechten van de betrokken partijen en zoals blijkt uit overweging 7 van die verordening, wordt bijgedragen aan het eenvoudiger en transparanter maken van de procedure voor de verzending van stukken, waardoor zowel de leesbaarheid van die stukken als de zorgvuldigheid van de verzending ervan wordt gewaarborgd (zie arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punten 4446).

60

Bovendien vormen die formulieren, zoals in overweging 12 van de verordening wordt aangegeven, middelen om geadresseerden in kennis te stellen van de hun ter beschikking staande mogelijkheid om te weigeren het te betekenen of ter kennis te brengen stuk in ontvangst te nemen (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 47).

61

Met betrekking tot de precieze reikwijdte van het in bijlage II bij verordening nr. 1393/2007 opgenomen modelformulier en dus van artikel 8, lid 1, van de verordening, dat betrekking heeft op de verstrekking van dat formulier aan degene voor wie het stuk is bestemd, heeft het Hof er reeds op gewezen dat, zoals blijkt uit de bewoordingen van het opschrift en de inhoud van dat formulier, de op grond van artikel 8, lid 1, bestaande mogelijkheid om te weigeren het te betekenen of ter kennis te brengen stuk in ontvangst te nemen, wordt aangemerkt als een „recht” van degene voor wie dat stuk is bestemd (zie in die zin arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 49).

62

Wil dit door de Uniewetgever geboden recht de ermee beoogde effecten daadwerkelijk sorteren, dan moet het schriftelijk ter kennis worden gebracht van degene voor wie het stuk is bestemd. In het door verordening nr. 1393/2007 ingevoerde stelsel wordt die informatie aan deze persoon verstrekt door middel van het in bijlage II bij die verordening opgenomen modelformulier, net zoals de aanvrager van de betekening of kennisgeving aan het begin van de procedure door middel van het in bijlage I bij die verordening opgenomen modelformulier ervan in kennis wordt gesteld dat degene voor wie het stuk is bestemd, dat recht heeft (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 50).

63

Het in bijlage II bij verordening nr. 1393/2007 opgenomen modelformulier is een van de belangrijkste vernieuwingen van de verordening en is juist bedoeld om de verzending van stukken te verbeteren en degene voor wie een stuk is bestemd beter te beschermen, aangezien dat formulier voorziet in de mogelijkheid voor degene voor wie het stuk is bestemd, om bij weigering om dat stuk in ontvangst te nemen omdat het niet is gesteld in of vergezeld gaat van een vertaling in een taal die hij begrijpt of in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats van betekening of kennisgeving, aan te geven welke taal of talen hij begrijpt.

64

Het Hof heeft in dit verband reeds geoordeeld dat in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 twee zaken worden geformuleerd die weliswaar met elkaar zijn verbonden, maar toch verschillend zijn, namelijk enerzijds de materiële rechtsregel dat degene voor wie het stuk is bestemd, mag weigeren dat stuk in ontvangst te nemen enkel en alleen omdat het niet is gesteld in of vergezeld gaat van een vertaling in een taal die hij wordt geacht te begrijpen, en anderzijds de door de ontvangende instantie aan die persoon gedane formele mededeling dat hij dat recht heeft. De eis ten aanzien van de voor het stuk geldende regeling betreffende het taalgebruik heeft met andere woorden geen betrekking op de mededeling die door de ontvangende instantie wordt gedaan aan degene voor wie het stuk is bestemd, maar uitsluitend op diens recht op weigering van ontvangst. Overigens maakt het in bijlage I bij die verordening opgenomen modelformulier een duidelijk onderscheid tussen die twee aspecten door in aparte rubrieken te verwijzen naar de aan de geadresseerde van het stuk schriftelijk gedane mededeling dat hij het recht heeft te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen, en naar de daadwerkelijke uitoefening van dat recht (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punten 51 en 52).

65

Tegen deze achtergrond is duidelijk dat het recht op weigering onmiskenbaar verbonden is aan een voorwaarde, aangezien degene voor wie het stuk is bestemd, uitsluitend rechtsgeldig kan gebruikmaken van dat recht indien dat stuk niet is gesteld in of vergezeld gaat van een vertaling in ofwel een taal die hij begrijpt, ofwel de officiële taal van de aangezochte lidstaat of, indien er verscheidene officiële talen in die lidstaat zijn, de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht. Zoals blijkt uit punt 57 van de onderhavige beschikking, staat het uiteindelijk aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, om te beslissen of aan die voorwaarde is voldaan door na te gaan of de weigering van degene voor wie het stuk is bestemd, gerechtvaardigd is (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 53).

66

De uitoefening van dat recht van weigering impliceert wel dat aan degene voor wie het stuk is bestemd, vooraf en schriftelijk naar behoren is meegedeeld dat hij dat recht heeft. De ontvangende instantie die een stuk betekent aan of ter kennis brengt van degene voor wie het is bestemd, is dus in alle gevallen verplicht om bij dat stuk het in bijlage II bij verordening nr. 1393/2007 opgenomen modelformulier te voegen, waarin die persoon erop wordt gewezen dat hij het recht heeft te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen, welke verplichting voor de ontvangende instantie overigens geen bijzondere moeilijkheden oplevert, aangezien zij ermee kan volstaan bij het te betekenen of ter kennis te brengen stuk de voorgedrukte tekst te voegen die in die verordening in alle officiële talen van de Unie is opgenomen (zie in die zin arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punten 5456).

67

Met deze uitlegging wordt dus de transparantie gewaarborgd doordat degene voor wie een stuk is bestemd, in staat wordt gesteld de omvang van zijn rechten te kennen, en wordt tevens een uniforme toepassing van verordening nr. 1393/2007 mogelijk gemaakt, terwijl het niet zo is dat de verzending van het stuk op enigerlei wijze wordt vertraagd, maar juist wordt bijgedragen aan vereenvoudiging en vergemakkelijking daarvan (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 57).

68

Het Hof is op basis daarvan tot het oordeel gekomen dat de ontvangende instantie verplicht is om, in alle omstandigheden en zonder dat zij daarbij over enige beoordelingsmarge beschikt, degene voor wie een stuk is bestemd, mee te delen dat hij het recht heeft te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen, waarbij zij stelselmatig moet gebruikmaken van het in bijlage II bij verordening nr. 1393/2007 opgenomen modelformulier (arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punt 58).

69

Uit het voorgaande volgt in de eerste plaats dat in een geval als in het hoofdgeding, waarin het te betekenen of ter kennis te brengen stuk niet is gesteld in of vergezeld gaat van een vertaling in een van de talen als bedoeld in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007, namelijk een taal die degene voor wie het stuk bestemd is, begrijpt, of de officiële taal van de aangezochte lidstaat of in voorkomend geval een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht, welke talen de betrokkene geacht wordt te begrijpen, steeds moet worden voldaan aan de verplichting van de ontvangende instantie om degene voor wie het stuk is bestemd, door middel van het in bijlage II bij die verordening opgenomen modelformulier in kennis te stellen van het feit dat hij het recht heeft te weigeren het stuk in ontvangst te nemen (zie punten 59 en 68 van de onderhavige beschikking).

70

Dit geldt ongeacht of degene voor wie het stuk bestemd is, geweigerd heeft het stuk in ontvangst te nemen. Vastgesteld moet worden dat in het arrest Alpha Bank Cyprus (C‑519/13, EU:C:2015:603) het Hof heeft geoordeeld dat het gebruik van dat modelformulier verplicht was in een zaak waarin degene voor wie een te betekenen stuk bestemd was, daadwerkelijk gebruik had gemaakt van het recht te weigeren om dat stuk in ontvangst te nemen, hoewel hij vooraf niet in kennis was gesteld van het feit dat hij dat recht had.

71

Wanneer de ontvangende instantie, die het betrokken stuk moet betekenen aan of ter kennis brengen van degene voor wie het stuk is bestemd, het in bijlage II bij verordening nr. 1393/2007 opgenomen modelformulier niet bij het stuk heeft gevoegd, moet dat verzuim dus worden hersteld overeenkomstig de bepalingen van die verordening (zie in die zin arrest Alpha Bank Cyprus, C‑519/13, EU:C:2015:603, punten 5976).

72

Het staat derhalve aan de rechter die in de lidstaat van herkomst van de zaak kennisneemt, om erop toe te zien dat die regels worden nageleefd.

73

In de tweede plaats moet erop worden gewezen dat het in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 uitdrukkelijk neergelegde recht om te weigeren een te betekenen of ter kennis te brengen stuk in ontvangst te nemen, voortvloeit uit de in de punten 49 en 50 van de onderhavige beschikking in herinnering geroepen noodzaak om de rechten van de verdediging van degene voor wie het stuk bestemd is, te beschermen in overeenstemming met de eisen van een eerlijk proces.

74

Hieruit volgt dat noch de nationale autoriteiten die zich met de verzending bezighouden, noch de rechter die in de lidstaat van herkomst van de zaak kennisneemt, op enigerlei wijze mogen voorkomen dat de betrokkene dat recht uitoefent.

75

Meer in het bijzonder heeft wanneer de rechter die van de zaak kennisneemt, vóór de betekening of kennisgeving van een stuk een eerste voorlopige beoordeling moet geven over de talenkennis van degene voor wie het stuk is bestemd, om in overleg met de verzoeker te bepalen of het stuk dient te worden vertaald, de beslissing om geen vertaling te laten maken geenszins gevolgen voor het recht van degene voor wie het stuk is bestemd, om te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen of voor de uitoefening van dat recht. Anders gezegd, ook al komt de rechter reeds in dat stadium tot de overtuiging dat degene voor wie het stuk is bestemd, de taal begrijpt waarin het stuk is gesteld, zodat geen vertaling nodig is, hij kan op basis daarvan niet zonder de rechten van de verdediging te schaden tot de vaststelling komen dat de betrokkene geen rechtsgeldig verweer mag voeren tegen de betekening of kennisgeving, en aldus voorkomen dat het in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 neergelegde recht om te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen door de betrokkene wordt uitgeoefend.

76

Nadat degene voor wie het stuk is bestemd, dat recht heeft uitgeoefend, is de rechter die van de zaak kennisneemt, echter gerechtigd om te beslissen of de weigering gerechtvaardigd is.

77

Zoals is aangegeven in punt 57 van de onderhavige beschikking, moet die rechter daarbij naar behoren rekening houden met alle relevante gegevens van het dossier om na te gaan of de geadresseerde die heeft geweigerd het stuk in ontvangst te nemen, niettemin in staat was de inhoud van het stuk te begrijpen en zijn rechten daadwerkelijk kon doen gelden, dan wel of, gelet op de aard van dat stuk, een vertaling daarvan nodig was.

78

Wil degene voor wie een stuk is bestemd zich daadwerkelijk kunnen verweren, dan moet dat stuk immers zijn opgesteld in een taal die hij begrijpt, zodat wordt gewaarborgd dat de betrokkene tijdig ten minste kan nagaan wat het onderwerp van de vordering is en op welke grond deze wordt gebaseerd, en verneemt dat hij wordt opgeroepen om in rechte te verschijnen of dat hij eventueel een rechtsmiddel kan aanwenden (zie in die zin arrest Weiss und Partner, C‑14/07, EU:C:2008:264, punten 64 en 73). De verzoeker dient echter niet de negatieve gevolgen te ondervinden van een weigering een niet-vertaald stuk in ontvangst te nemen die louter dilatoir en kennelijk abusief is, wanneer vaststaat dat degene voor wie het stuk bestemd is, de taal begrijpt waarin dat stuk is gesteld (arrest Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punt 52).

79

Het staat dus aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt in de lidstaat van herkomst, om de belangen van beide partijen zo goed mogelijk te beschermen en met name te kijken naar alle feiten en sluitende bewijzen waaruit de specifieke talenkennis van degene voor wie het stuk is bestemd, blijkt, zonder dat hij zich daarbij kan baseren op enigerlei vermoeden (zie in die zin arrest Weiss und Partner, C‑14/07, EU:C:2008:264, punt 85).

80

Komt de rechter die kennisneemt van de zaak, vervolgens tot het oordeel dat de weigering van de geadresseerde om het te betekenen of ter kennis te brengen stuk in ontvangst te nemen gerechtvaardigd is omdat dat stuk is gesteld in een taal die niet voldoet aan de eisen van artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1393/2007, dan moet het stuk blijkens artikel 8, lid 3, van de verordening vergezeld van een vertaling in een taal zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, worden betekend aan of ter kennis gebracht van degene voor wie het is bestemd.

81

In het omgekeerde geval is het echter zo dat niets zich er in beginsel tegen verzet dat die rechter de gevolgen hanteert die volgens zijn nationale procesrecht zijn verbonden aan de omstandigheid dat de geadresseerde onterecht weigert om het stuk in ontvangst te nemen, mits de volle werking van de verordening wordt gewaarborgd met inachtneming van het doel ervan (zie in die zin arrest Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punt 69).

82

In verordening nr. 1393/2007 is immers niet bepaald welke gevolgen zijn verbonden aan de onterechte weigering om een stuk in ontvangst te nemen.

83

Zoals uit vaste rechtspraak van het Hof blijkt, is het bij gebreke van Unierechtelijke bepalingen een aangelegenheid van de interne rechtsorde van elke lidstaat om de procedureregels te geven voor vorderingen die worden ingediend om de bescherming te waarborgen van de rechten die de justitiabelen aan de rechtstreekse werking van het Unierecht ontlenen (arrest Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punt 49).

84

Deze regels mogen echter niet ongunstiger zijn dan die welke gelden voor rechten die op de interne rechtsorde zijn gebaseerd (gelijkwaardigheidsbeginsel), en mogen niet van dien aard zijn dat zij de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel) (arrest Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punt 50).

85

De nationale rechter dient op grond van het doeltreffendheidsbeginsel zijn nationale procedureregels slechts toe te passen voor zover dit niet indruist tegen de bestaansgrond, het doel en de volle werking van verordening nr. 1393/2007 (zie arrest Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punten 50 en 51).

86

In een geval als in het hoofdgeding, waarin de verweerder niet verschijnt, moet volgens verordening nr. 1393/2007, zoals meer specifiek uit artikel 19, lid 1, van die verordening blijkt, worden gewaarborgd dat de betrokkene het stuk dat het geding inleidt daadwerkelijk heeft ontvangen (zie in die zin arrest Alder, C‑325/11, EU:C:2012:824, punten 36 en 41), zodat hij kennis kan nemen van de tegen hem aangespannen gerechtelijke procedure en kan nagaan wat het onderwerp van de vordering is en op welke grond deze wordt gebaseerd (zie in die zin arrest Weiss und Partner, C‑14/07, EU:C:2008:264, punten 73 en 75), alsmede dat hij voldoende tijd heeft gehad om verweer te voeren (zie in die zin arrest Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punt 52). Die verplichting is overigens in lijn met het bepaalde in artikel 34, punt 2, van verordening nr. 44/2001 (zie in die zin arresten Leffler, C‑443/03, EU:C:2005:665, punt 68, en Weiss und Partner, C‑14/07, EU:C:2008:264, punt 51).

87

In elk geval kan, zoals blijkt uit de motivering van de onderhavige beschikking, een nationale regeling als bedoeld in punt 37 van deze beschikking krachtens verordening nr. 1393/2007 slechts worden toegepast nadat de door die verordening voorgeschreven stappen zijn doorlopen, namelijk de door middel van het in bijlage II bij de verordening opgenomen modelformulier aan degene voor wie het stuk bestemd is gedane mededeling dat hij de mogelijkheid heeft om te weigeren het te betekenen of ter kennis te brengen stuk in ontvangst te nemen, en, bij weigering, een onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing waarbij wordt vastgesteld dat die weigering onterecht was.

88

Het staat dan ook aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de specifieke regels met betrekking tot de toepassing van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde bepaling in overeenstemming zijn met de eisen en doelstellingen van verordening nr. 1393/2007.

89

Gelet op een en ander moet op de drie gestelde vragen worden geantwoord dat verordening nr. 1393/2007 aldus dient te worden uitgelegd dat wanneer een stuk wordt betekend aan of ter kennis wordt gebracht van een geadresseerde die in een andere lidstaat woont, en het stuk niet is gesteld in of niet vergezeld gaat van een vertaling ofwel in een taal die de betrokkene begrijpt, ofwel in de officiële taal van de aangezochte lidstaat of, indien er verscheidene officiële talen in die lidstaat zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht:

de rechter die in de lidstaat van herkomst van de zaak kennisneemt, zich ervan moet vergewissen dat de geadresseerde naar behoren in kennis is gesteld, door middel van het in bijlage II bij die verordening opgenomen modelformulier, van het feit dat hij het recht heeft om te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen;

als aan dit vormvereiste niet is voldaan, het dan aan die rechter staat om die tekortkoming in de procedure te herstellen overeenkomstig het bepaalde in die verordening;

de rechter die van de zaak kennisneemt, niet mag belemmeren dat de geadresseerde gebruikmaakt van zijn recht om te weigeren het stuk in ontvangst te nemen;

de rechter die van de zaak kennisneemt, pas nadat de geadresseerde daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van zijn recht om te weigeren het stuk in ontvangst te nemen, kan nagaan of die weigering gerechtvaardigd was; die rechter moet daarbij rekening houden met alle relevante gegevens van het dossier om vast te stellen of de betrokkene de taal waarin het stuk is gesteld, begrijpt, en

die rechter, indien hij oordeelt dat de weigering van de geadresseerde niet terecht was, in dat geval in beginsel de gevolgen kan hanteren die volgens zijn nationale recht daaraan zijn verbonden, mits het nuttig effect van verordening nr. 1393/2007 wordt verzekerd.

Kosten

90

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Tiende kamer) verklaart voor recht:

 

Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken („de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een stuk wordt betekend aan of ter kennis wordt gebracht van een geadresseerde die in een andere lidstaat woont, en het stuk niet is gesteld in of niet vergezeld gaat van een vertaling ofwel in een taal die de betrokkene begrijpt, ofwel in de officiële taal van de aangezochte lidstaat of, indien er verscheidene officiële talen in die lidstaat zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht:

 

de rechter die in de lidstaat van herkomst van de zaak kennisneemt, zich ervan moet vergewissen dat de geadresseerde naar behoren in kennis is gesteld, door middel van het in bijlage II bij die verordening opgenomen modelformulier, van het feit dat hij het recht heeft om te weigeren dat stuk in ontvangst te nemen;

 

als aan dit vormvereiste niet is voldaan, het dan aan die rechter staat om die tekortkoming in de procedure te herstellen overeenkomstig het bepaalde in die verordening;

 

de rechter die van de zaak kennisneemt, niet mag belemmeren dat de geadresseerde gebruikmaakt van zijn recht om te weigeren het stuk in ontvangst te nemen;

 

de rechter die van de zaak kennisneemt, pas nadat de geadresseerde daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van zijn recht om te weigeren het stuk in ontvangst te nemen, kan nagaan of die weigering gerechtvaardigd was; die rechter moet daarbij rekening houden met alle relevante gegevens van het dossier om vast te stellen of de betrokkene de taal waarin het stuk is gesteld, begrijpt, en

 

die rechter, indien hij oordeelt dat de weigering van de geadresseerde niet terecht was, in dat geval in beginsel de gevolgen kan hanteren die volgens zijn nationale recht daaraan zijn verbonden, mits het nuttig effect van verordening nr. 1393/2007 wordt verzekerd.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Spaans.

Top