Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CN0343

Zaak C-343/14 P: Hogere voorziening ingesteld op 15 juli 2014 door Adler Modemärkte AG tegen het arrest van het Gerecht (Negende kamer) van 14 mei 2014 in zaak T-160/12, Adler Modemärkte AG/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

OJ C 351, 6.10.2014, p. 3–4 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

6.10.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 351/3


Hogere voorziening ingesteld op 15 juli 2014 door Adler Modemärkte AG tegen het arrest van het Gerecht (Negende kamer) van 14 mei 2014 in zaak T-160/12, Adler Modemärkte AG/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

(Zaak C-343/14 P)

2014/C 351/04

Procestaal: Duits

Partijen

Rekwirante: Adler Modemärkte AG (vertegenwoordiger: J.-C. Plate, Rechtsanwalt)

Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Blufin SpA

Conclusies

het bestreden arrest vernietigen,

de zaak terugverwijzen naar het Gerecht, en

het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Hogere voorziening is ingesteld tegen het arrest van het Gerecht van 14 mei 2014 in zaak T-160/12, waarbij het Gerecht het beroep van Adler Modemärkte AG tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het BHIM van 3 februari 2012 (zaak R 1955/2010-2) inzake een oppositieprocedure tussen Blufin SpA en Adler Modemärkte AG heeft verworpen.

Rekwirante voert de volgende middelen aan:

1.

Ten eerste is er sprake van schending van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk. Het Gerecht heeft deze bepaling en de vaste rechtspraak met betrekking tot de vaststelling van overeenstemming van tekens en verwarringsgevaar onjuist uitgelegd, voor zover het de overeenstemming van de tekens en het gevaar voor verwarring van de conflicterende merken heeft afgeleid uit de overeenstemming van bestanddelen die beantwoorden aan een zuiver beschrijvende materiële aanduiding van de aard van de waren (te weten „marineblauw” als kleuraanduiding voor de waren waarop de conflicterende merken betrekking hebben) en die wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen van huis uit door het relevante publiek niet worden beschouwd als een verwijzing naar de commerciële herkomst van de waar als afkomstig van een bepaalde onderneming ter onderscheiding van waren van andere ondernemingen. Bovendien gaat het Gerecht in dit geding voorbij aan het rechtsbegrip beschrijvende aanduiding door te oordelen dat „marineblauw” niet beschrijvend is voor de betrokken waren, te weten kledingstukken, en evenmin een wezenlijk kenmerk van de waar is.

2.

Ten tweede is het bestreden arrest gebaseerd op onjuist weergegeven feiten. Het Gerecht is eraan voorbijgegaan dat de aanduiding „marineblauw” (in de respectieve landstalen, in het bijzonder in het Italiaans en het Frans) een beschrijvende betekenis heeft voor de betrokken waren van de klassen 18 en 25, hoewel tussen partijen vaststaat dat de conflicterende tekens een zuiver beschrijvend concept, te weten „marineblauw”, in de respectieve talen van de Unie omvatten en het oppositiemerk van het Italiaanse „blu marino” en het aangevraagde merk van het Franse „marine bleu” telkens zeer weinig verschillen. Verder hebben ook de oppositieafdeling en de kamer van beroep van het BHIM in de eraan voorafgaande procedure voor het Bureau vastgesteld dat „marineblauw” (in de respectieve Europese landstalen) een begrip is dat de waren beschrijft. Het Gerecht is daaraan gebonden.

3.

Ten derde is de door het Gerecht in het arrest aangevoerde motivering om te oordelen dat „marineblauw” geen beschrijvende betekenis heeft voor de waren, tegenstrijdig en is sprake van ontoereikende motivering. In punt 54 stelt het Gerecht zelf vast dat de bestanddelen van de conflicterende tekens de betrokken tint aanduiden. In punt 55 stelt het Gerecht bovendien vast dat deze betekenis „duidelijk” is.

4.

Ten vierde is het bestreden arrest gewezen op grond van niet-toepasselijke bepalingen, te weten de bepalingen van verordening (EG) nr. 207/2009 (1). Verordening (EG) nr. 40/94 (2) is in casu van toepassing.


(1)  Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).

(2)  Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 11, blz. 1).


Top