EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CN0185

Zaak C-185/14: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Varhoven administrativen sad (Bulgarije) op 14 april 2014 — EasyPay AD, Finance Engineering AD/Ministerski savet na Republika Balgaria, Natsionalen osiguritelen institut

OJ C 194, 24.6.2014, p. 17–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

24.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 194/17


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Varhoven administrativen sad (Bulgarije) op 14 april 2014 — EasyPay AD, Finance Engineering AD/Ministerski savet na Republika Balgaria, Natsionalen osiguritelen institut

(Zaak C-185/14)

2014/C 194/21

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Varhoven administrativen sad

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: EasyPay AD, Finance Engineering AD

Verwerende partijen: Ministerski savet na Republika Balgaria, Natsionalen osiguritelen institut

Prejudiciële vragen

1)

Valt een postdienst als de postgirodiensten, waarbij een opdrachtgever, in casu de Staat, geld overmaakt aan de ontvanger — rechthebbende op sociale uitkeringen — buiten het toepassingsgebied van richtlijn 97/67 (1), zoals gewijzigd bij richtlijnen 2002/39 (2) en 2008/6 (3), zodat deze dienst valt onder de artikelen 106 VWEU en 107 VWEU?

2)

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moeten de artikelen 106 VWEU en 107 VWEU dan aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een beperking van de vrije mededinging bij de verrichting van een postdienst als hierboven beschreven, wanneer die beperking is gebaseerd op dwingende overwegingen in verband met de garantie van een constitutioneel recht van de burger en de sociale politiek van de Staat en wanneer de dienst naar zijn aard als dienst van algemeen economisch belang kan worden gekwalificeerd voor zover de door de aanbieder van de dienst ontvangen vergoeding een compensatie vormt die niet hoger is dan het compensatiebedrag overeenkomstig artikel 2, lid 1, sub a, van besluit 2012/21/EU [van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen]?


(1)  Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PB 1998, L 15, blz. 14).

(2)  Richtlijn 2002/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 tot wijziging van richtlijn 97/67/EG met betrekking tot de verdere openstelling van de postmarkt in de Gemeenschap voor mededinging (PB L 176, blz. 21).

(3)  Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot wijziging van richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap (PB L 52, blz. 3).


Top