This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62014CA0613
Case C-613/14: Judgment of the Court (Third Chamber) of 27 October 2016 (request for a preliminary ruling from the Supreme Court — Ireland) — James Elliott Construction Limited v Irish Asphalt Limited (Reference for a preliminary ruling — Article 267 TFEU — Jurisdiction of the Court — Concept of ‘provision of EU law’ — Directive 89/106/EEC — Approximation of laws, regulations and administrative provisions of the Member States relating to construction products — Standard approved by the European Committee for Standardisation (CEN) pursuant to a mandate given by the European Commission — Publication of the standard in the Official Journal of the European Union — Harmonised standard EN 13242:2002 — National standard incorporating harmonised standard EN 13242:2002 — Contractual dispute between individuals — Method used to establish (non — ) compliance of a product with a national standard transposing a harmonised standard — Date of establishing (non — ) compliance of a product with that standard — Directive 98/34/EC — Procedure for the provision of information in the field of technical standards and regulations — Scope)
Zaak C-613/14: Arrest van het Hof (Derde kamer) van 27 oktober 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court — Ierland) — James Elliott Construction Limited/Irish Asphalt Limited [Prejudiciële verwijzing — Artikel 267 VWEU — Bevoegdheid van het Hof — Begrip „bepaling van Unierecht” — Richtlijn 89/106/EEG — Onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten — Norm die de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN) krachtens een mandaat van de Europese Commissie heeft goedgekeurd — Bekendmaking van de norm in het Publicatieblad van de Europese Unie — Geharmoniseerde norm EN 13242:2002 — Nationale norm houdende omzetting van de geharmoniseerde norm EN 13242:2002 — Contractueel geschil tussen particulieren — Methode voor de vaststelling dat een product (niet) voldoet aan een nationale norm houdende omzetting van een geharmoniseerde norm — Datum van de vaststelling dat een product (niet) aan deze norm voldoet — Richtlijn 98/34/EG — Informatieprocedure op het gebied van de normen en technische voorschriften — Werkingssfeer]
Zaak C-613/14: Arrest van het Hof (Derde kamer) van 27 oktober 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court — Ierland) — James Elliott Construction Limited/Irish Asphalt Limited [Prejudiciële verwijzing — Artikel 267 VWEU — Bevoegdheid van het Hof — Begrip „bepaling van Unierecht” — Richtlijn 89/106/EEG — Onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten — Norm die de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN) krachtens een mandaat van de Europese Commissie heeft goedgekeurd — Bekendmaking van de norm in het Publicatieblad van de Europese Unie — Geharmoniseerde norm EN 13242:2002 — Nationale norm houdende omzetting van de geharmoniseerde norm EN 13242:2002 — Contractueel geschil tussen particulieren — Methode voor de vaststelling dat een product (niet) voldoet aan een nationale norm houdende omzetting van een geharmoniseerde norm — Datum van de vaststelling dat een product (niet) aan deze norm voldoet — Richtlijn 98/34/EG — Informatieprocedure op het gebied van de normen en technische voorschriften — Werkingssfeer]
PB C 6 van 9.1.2017, pp. 9–10
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
9.1.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/9 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 27 oktober 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court — Ierland) — James Elliott Construction Limited/Irish Asphalt Limited
(Zaak C-613/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Artikel 267 VWEU - Bevoegdheid van het Hof - Begrip „bepaling van Unierecht” - Richtlijn 89/106/EEG - Onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten - Norm die de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN) krachtens een mandaat van de Europese Commissie heeft goedgekeurd - Bekendmaking van de norm in het Publicatieblad van de Europese Unie - Geharmoniseerde norm EN 13242:2002 - Nationale norm houdende omzetting van de geharmoniseerde norm EN 13242:2002 - Contractueel geschil tussen particulieren - Methode voor de vaststelling dat een product (niet) voldoet aan een nationale norm houdende omzetting van een geharmoniseerde norm - Datum van de vaststelling dat een product (niet) aan deze norm voldoet - Richtlijn 98/34/EG - Informatieprocedure op het gebied van de normen en technische voorschriften - Werkingssfeer])
(2017/C 006/10)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Supreme Court
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: James Elliott Construction Limited
Verwerende partij: Irish Asphalt Limited
Dictum
|
1) |
Artikel 267, eerste alinea, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd is om een geharmoniseerde norm — in de zin van artikel 4, lid 1, van richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 — waarvan de Europese Commissie de referentiegegevens heeft bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, uit te leggen in een prejudiciële beslissing. |
|
2) |
De geharmoniseerde norm EN 13242:2002, met als titel „Toeslagmaterialen voor ongebonden en hydraulisch gebonden materialen voor civieltechnische en wegenbouw”, moet aldus worden uitgelegd dat zij voor de nationale rechter voor wie een geding aanhangig is over de uitvoering van een privaatrechtelijke overeenkomst die een partij ertoe verplicht om een bouwproduct te leveren dat in overeenstemming is met een nationale norm tot omzetting van deze geharmoniseerde norm, niet bindend is, noch wat de wijzen betreft waarop kan worden vastgesteld dat een bouwproduct beantwoordt aan de contractuele specificaties, noch wat het ogenblik betreft waarop deze vaststelling dient plaats te vinden. |
|
3) |
Artikel 4, lid 2, van richtlijn 89/106, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/68, gelezen in het licht van de twaalfde overweging van de eerstbedoelde richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat de nationale rechter niet verplicht is om zich, bij de vaststelling van de handelskwaliteit of de geschiktheid voor gebruik van een overeenkomstig een geharmoniseerde norm vervaardigd bouwproduct, te baseren op het vermoeden dat een dergelijk product geschikt is voor gebruik, wanneer een algemene nationale regeling inzake de verkoop van goederen, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, vereist dat een bouwproduct die eigenschappen heeft. |
|
4) |
Artikel 1, punt 11, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, zoals laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2006/96/EG van de Raad van 20 november 2006, moet aldus worden uitgelegd dat nationale bepalingen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn — waarin bepaalde impliciete voorwaarden inzake de handelskwaliteit van de verkochte producten en de geschiktheid ervan voor gebruik zijn neergelegd die, tenzij partijen anders bepalen, van toepassing zijn op de overeenkomst — geen „technische voorschriften” in de zin van deze bepaling uitmaken waarvan de ontwerpen vooraf bij de Commissie moeten worden aangemeld krachtens artikel 8, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 98/34, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/96. |