EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62011CJ0325

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 19 december 2012.
Krystyna Alder en Ewald Alder tegen Sabina Orlowska en Czeslaw Orlowski.
Verzoek van de Sąd Rejonowy w Koszalinie om een prejudiciële beslissing.
Verordening (EG) nr. 1393/2007 – Betekening en kennisgeving van stukken – Partij met woonplaats op grondgebied van een andere lidstaat – Vertegenwoordiger met woonplaats op nationaal grondgebied – Geen – Processtukken aan dossier toegevoegd – Vermoeden van kennisneming.
Zaak C‑325/11.

Court reports – general

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2012:824

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer)

19 december 2012 ( *1 )

„Verordening (EG) nr. 1393/2007 — Betekening en kennisgeving van stukken — Partij met woonplaats op grondgebied van een andere lidstaat — Op nationale grondgebied woonachtige vertegenwoordiger — Ontbreken — Processtukken aan dossier toegevoegd — Vermoeden van kennisneming”

In zaak C-325/11,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Sąd Rejonowy w Koszalinie (Polen) bij beslissing van 15 juni 2011, ingekomen bij het Hof op 28 juni 2011, in de procedure

Krystyna Alder,

Ewald Alder

tegen

Sabina Orłowska,

Czeslaw Orłowski,

wijst

HET HOF (Eerste kamer),

samengesteld als volgt: A. Tizzano (rapporteur), kamerpresident, A. Borg Barthet, E. Levits, J.-J. Kasel en M. Berger, rechters,

advocaat-generaal: Y. Bot,

griffier: K. Malacek, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 6 september 2012,

gelet op de opmerkingen van:

K. Alder en E. Alder, vertegenwoordigd door K. Góralska, adwokat,

S. Orłowska en C. Orłowski, vertegenwoordigd door F. Pniewska, juridisch adviseur,

de Poolse regering, vertegenwoordigd door B. Czech, M. Arciszewski en M. Szpunar als gemachtigden,

de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door S. Varone, avvocato dello Stato,

de Portugese regering, vertegenwoordigd door R. Chambel Margarido en L. Inez Fernandes als gemachtigden,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A.-M. Rouchaud-Joët en A. Stobiecka-Kuik als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 september 2012,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken („de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad (PB L 324, blz. 79), en van artikel 18 VWEU.

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geschil tussen mevrouw Alder en de heer Alder (hierna: „echtgenoten Alder”) en mevrouw Orłowska en de heer Orłowski (hierna: „echtgenoten Orłowski”) over het verzoek van eerstgenoemden tot heropening van de procedure wegens een vordering tot betaling die zij tegen laatstgenoemden hadden ingeleid.

Toepasselijke bepalingen

Recht van de Unie

3

De punten 6 tot en met 8 en 12 van verordening nr. 1393/2007 luiden als volgt:

„(6)

Met het oog op de doelmatigheid en de snelheid van de gerechtelijke procedures in burgerlijke zaken is het nodig dat de verzending van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken tussen de door de lidstaten aangewezen plaatselijke instanties rechtstreeks en op snelle wijze geschiedt. De lidstaten kunnen evenwel hun voornemen kenbaar maken slechts één verzendende of één ontvangende instantie aan te wijzen, dan wel één enkele instantie die beide functies vervult, gedurende vijf jaar. Deze aanwijzing kan echter om de vijf jaar worden verlengd.

(7)

De verzending kan met het oog op de snelheid ervan langs elke passende weg geschieden, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan inzake de leesbaarheid en de betrouwbaarheid van het ontvangen stuk. De zorgvuldigheid van de verzending vereist dat het te verzenden stuk vergezeld gaat van een modelformulier dat moet worden ingevuld in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving geschiedt dan wel in een andere taal die door de betrokken lidstaat wordt aanvaard.

(8)

Deze verordening is niet van toepassing op de betekening en de kennisgeving van een stuk aan de gevolmachtigde vertegenwoordiger van de partij in de lidstaat waar de procedure plaatsvindt, ongeacht de woonplaats van die partij.

[...]

(12)

De ontvangende instantie moet degene voor wie het stuk is bestemd er door middel van het modelformulier schriftelijk van in kennis stellen dat hij het te betekenen of ter kennis te brengen stuk kan weigeren in ontvangst te nemen ofwel op het ogenblik van de betekening of kennisgeving ofwel door het stuk, indien het niet is gesteld in een taal die hij begrijpt of in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats van betekening of kennisgeving, binnen een week naar de ontvangende instantie terug te zenden. Dit geldt ook voor de daaropvolgende betekening of kennisgeving nadat degene voor wie het stuk bestemd is gebruik heeft gemaakt van zijn weigeringsrecht. Deze regels inzake weigering gelden ook voor de betekening of kennisgeving door medewerkers van ambassades en consulaten, betekening of kennisgeving door postdiensten en rechtstreekse betekening of kennisgeving. De betekening of kennisgeving van een geweigerd stuk moet kunnen worden geregulariseerd door aan degene voor wie het stuk is bestemd betekening of kennisgeving te doen van een vertaling van het stuk.”

4

Artikel 1 van deze verordening bepaalt:

„1.   Deze verordening is van toepassing in burgerlijke en in handelszaken, waarin een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk van een lidstaat naar een andere lidstaat moet worden verzonden ter betekening of kennisgeving aldaar. Deze verordening is met name niet van toepassing in fiscale, douane- en/of administratieve zaken of in het geval van aansprakelijkheid van de staat voor handelingen of omissies bij de uitoefening van het overheidsgezag (‚acte iure imperii’).

2.   Deze verordening is niet van toepassing indien het adres van degene voor wie het stuk is bestemd, onbekend is.

[...]”

5

Artikel 4, lid 3, van voormelde verordening bevat de volgende bepaling:

„Het te verzenden stuk gaat vergezeld van een aanvraag die volgens het modelformulier in de bijlage is opgesteld. Het formulier wordt in de officiële taal van de aangezochte lidstaat ingevuld of, indien er verscheidene officiële talen in die lidstaat zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht, of in een andere taal die de aangezochte lidstaat heeft verklaard te kunnen aanvaarden. Elke lidstaat doet opgave van de officiële taal of talen van de instellingen van de Europese Unie, andere dan zijn eigen taal of talen, die hij voor de invulling van het formulier aanvaardt.”

6

Artikel 5, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 bepaalt het volgende:

„De aanvrager wordt door de verzendende instantie waaraan hij het stuk ter verzending overdraagt, in kennis gesteld van het feit dat degene voor wie het stuk is bestemd, kan weigeren het stuk in ontvangst te nemen omdat het niet in een van de in artikel 8 bedoelde talen is gesteld.”

7

Artikel 14 van deze verordening luidt:

„Elke lidstaat kan de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken aan in een andere lidstaat verblijvende personen rechtstreeks door postdiensten doen verrichten bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze.”

8

Artikel 19, lid 1, van deze verordening bepaalt het volgende:

„Wanneer een stuk dat het geding inleidt of een daarmee gelijk te stellen stuk overeenkomstig de bepalingen van deze verordening ter betekening of kennisgeving naar een andere lidstaat moest worden gezonden en de verweerder niet is verschenen, houdt de rechter de beslissing aan totdat is gebleken dat:

a)

hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de in de wetgeving van de aangezochte lidstaat voorgeschreven vormen voor de betekening of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen bestemd zijn, of

b)

hetzij het stuk daadwerkelijk is afgegeven aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats op een andere in deze verordening geregelde wijze,

en dat de betekening of kennisgeving respectievelijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.”

Pools recht

9

Artikel 11355 van het Poolse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt:

„1.   Indien een partij met woonplaats, gewone verblijfplaats of zetel in het buitenland heeft nagelaten een procesgemachtigde met woonplaats in Polen aan te wijzen, dient deze partij in Polen een vertegenwoordiger aan te wijzen die gemachtigd is tot inontvangstneming van te betekenen stukken.

2.   Indien er geen vertegenwoordiger is aangewezen die gemachtigd is tot inontvangstneming van te betekenen stukken, worden de voor de betrokken partij bestemde gerechtelijke stukken in het dossier gelaten en als betekend beschouwd. Dit dient bij de eerste betekening te worden meegedeeld aan deze partij, die dan tevens op de hoogte moet worden gebracht van de mogelijkheid om op het gedinginleidend stuk te reageren en om schriftelijke opmerkingen in te dienen, en van de personen die zij als vertegenwoordiger kan aanwijzen.”

10

Artikel 401 van het Poolse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt het volgende:

„Om het wegens nietigheid heropenen van een procedure kan worden verzocht:

1)

indien een persoon die daartoe niet gerechtigd was deel heeft uitgemaakt van de samenstelling van het gerecht of indien de rechter die de beslissing heeft gegeven krachtens de wet niet had mogen beslissen en de partij geen gelegenheid heeft gehad hem te wraken vóór het in gewijsde gaan van de beslissing;

2)

indien een persoon geen partij kon zijn in de procedure of niet naar behoren was vertegenwoordigd of wegens een schending van het recht niet heeft kunnen handelen. Om heropening van de procedure kan echter niet worden verzocht indien het onvermogen om te handelen heeft opgehouden te bestaan voordat de beslissing in gewijsde is gegaan of indien het ontbreken van vertegenwoordiging in het verzoekschrift is aangevoerd dan wel de partij heeft ingestemd met de procedurehandelingen.”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

11

Op 20 november 2008 hebben de echtgenoten Alder, woonachtig in Duitsland, de echtgenoten Orłowski, woonachtig in Polen, tot betaling van een schuldvordering voor de Sąd Rejonowy w Koszalinie gedaagd.

12

De Sąd Rejonowy w Koszalinie heeft de aanvragers gewezen op hun verplichting binnen een termijn van één maand de naam van een voor het in ontvangst nemen van betekeningen van gerechtelijke stukken in Polen bevoegde vertegenwoordiger op te geven, met de waarschuwing dat indien bij het verstrijken van de termijn geen vertegenwoordiger zou zijn aangewezen, de voor hen bestemde stukken in het dossier zouden worden gevoegd en als aan hen betekend zouden worden beschouwd.

13

Aangezien de echtgenoten Alder geen vertegenwoordiger hadden aangewezen voor het in ontvangst nemen van betekeningen in Polen, zijn hun dagvaarding voor de zitting op 5 juni 2009 en het door de echtgenoten Orłowski neergelegde verweerschrift in het dossier gevoegd overeenkomstig de regel dat die stukken worden beschouwd als aan de aanvragers betekend krachtens artikel 11355 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. De echtgenoten Alder zijn niet verschenen op die zitting, waarop de Sąd Rejonowy w Koszalinie het bewijsaanbod heeft onderzocht en de behandeling heeft gesloten. Dezelfde dag heeft dit gerecht het beroep verworpen, welke beslissing niet is aangevochten en dus in gewijsde is gegaan.

14

Op 29 oktober 2009 hebben de aanvragers de Sąd Rejonowy w Koszalinie om heropening van de procedure verzocht en geconcludeerd tot vernietiging van voormelde beslissing en tot heronderzoek van de zaak. Daartoe hebben zij onder meer aangevoerd dat zij hun zaak niet hadden kunnen bepleiten doordat zij niet naar behoren voor de zitting waren opgeroepen. Door te verzuimen de gerechtelijke stukken op hun adres in Duitsland te betekenen zou het verwijzende gerecht het beginsel van non-discriminatie op grond van nationaliteit hebben geschonden en inbreuk hebben gemaakt op de bepalingen van verordening nr. 1393/2007.

15

Bij beslissing van 23 juni 2010 heeft de Sąd Rejonowy w Koszalinie het verzoek om heropening afgewezen met de verklaring dat de Poolse burgerlijke rechtsvordering strookte met het recht van de Unie. Op het hoger beroep van de aanvragers heeft de Sąd Okręgowy w Koszalinie die beslissing vernietigd met de overweging dat de fictie dat betekening werd geacht te hebben plaatsgevonden, in strijd was met verordening nr. 1393/2007, en de zaak naar de Sąd Rejonowy w Koszalinie terugverwezen voor een nieuwe beslissing.

16

De Sąd Rejonowy w Koszalinie heeft echter verklaard dit standpunt niet te delen. Hij is van oordeel dat verordening nr. 1393/2007 in het hoofdgeding geen toepassing kan vinden, daar zij enkel geldt voor de gevallen waarin een gerechtelijk stuk in een andere lidstaat moet worden betekend krachtens nationale procesregels. Onder verwijzing naar artikel 18 VWEU heeft hij verklaard dat de regel dat stukken als betekend worden beschouwd niet tot rechtstreekse discriminatie kan leiden, en dat, zo al sprake mocht zijn van indirecte discriminatie, deze hoe dan ook haar rechtvaardiging zou vinden in het doel een goed verloop van de procedure te waarborgen gelet op de moeilijkheden en kosten in verband met betekeningen in het buitenland, zo deze al niet onmogelijk zijn.

17

Daarop heeft de Sąd Rejonowy w Koszalinie besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de navolgende prejudiciële vraag te stellen:

„Moeten artikel 1, lid 1, van verordening [...] nr. 1393/2007 [...] en artikel 18 VWEU aldus worden uitgelegd dat het is toegestaan om gerechtelijke stukken die bestemd zijn voor een partij met woonplaats of gewone verblijfplaats in een andere lidstaat, in het dossier te laten en daarmee als betekend te beschouwen, indien deze partij heeft nagelaten een vertegenwoordiger aan te wijzen die gemachtigd is te betekenen stukken in ontvangst te nemen en woonplaats heeft in de lidstaat waar de gerechtelijke procedure plaatsvindt?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

18

Met zijn vraag wenst de Sąd Rejonowy w Koszalinie in hoofdzaak te vernemen of artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 en, in voorkomend geval, artikel 18 VWEU aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan de wettelijke regeling van een lidstaat, zoals die in het hoofdgeding, die bepaalt dat gerechtelijke stukken die bestemd zijn voor een partij die haar woonplaats of gewone verblijfsstaat in een andere lidstaat heeft, in het dossier worden gelaten en als betekend worden beschouwd wanneer die partij geen vertegenwoordiger heeft aangewezen die gemachtigd is te betekenen stukken in ontvangst te nemen en woonplaats heeft in de eerste lidstaat, waar de gerechtelijke procedure plaatsvindt.

19

Om deze vraag te beantwoorden moet allereerst de werkingssfeer van verordening nr. 1393/2007 worden bepaald, om na te gaan of deze de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken omvat in omstandigheden als vastgelegd in deze verordening, daaronder begrepen de omstandigheden bedoeld in de nationale wetgeving die aan de orde is in het hoofdgeding, of dat, zoals de Poolse regering opmerkt, die verordening slechts toepassing vindt wanneer betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken in een andere lidstaat moet plaatsvinden krachtens de procesregels van de staat waar de gerechtelijke procedure plaatsvindt.

20

Dienaangaande zij opgemerkt dat artikel 1, lid 1, van voormelde verordening bepaalt dat deze laatste van toepassing is in burgerlijke en in handelszaken „waarin een gerechtelijk [...] stuk van een lidstaat naar een andere lidstaat moet worden verzonden ter betekening of kennisgeving aldaar”.

21

Het is juist dat, zoals de Poolse regering opmerkt, de bewoordingen van deze bepaling weliswaar geen uitdrukkelijke aanwijzing geven onder welke omstandigheden door een lidstaat betekening of kennisgeving van een gerechtelijk stuk aan een andere lidstaat „moet” plaatsvinden, maar dit neemt niet weg dat lezing in samenhang met andere bepalingen van verordening nr. 1393/2007 in dit verband nuttige aanwijzingen verschaft.

22

Zo bepaalt inzonderheid artikel 1, lid 2, van verordening nr. 1393/2007 uitdrukkelijk dat deze verordening niet van toepassing is indien het adres van degene voor wie het stuk bestemd is, onbekend is.

23

Voorts wordt in punt 8 van de considerans van voormelde verordening verklaard dat deze laatste niet van toepassing is op de betekening en de kennisgeving van een stuk aan de gevolmachtigde vertegenwoordiger van de partij in de lidstaat waar de procedure plaatsvindt, ongeacht de woonplaats van die partij.

24

Uit een systematische uitlegging van de betrokken verordening blijkt dat deze slechts twee omstandigheden vermeldt waarin de betekening en kennisgeving van een gerechtelijk stuk tussen de lidstaten aan haar werkingssfeer onttrokken zijn, te weten wanneer de woonplaats of gewone verblijfplaats van degene voor wie het stuk bestemd is onbekend is, en wanneer deze laatste een gevolmachtigde vertegenwoordiger heeft in de staat waar de gerechtelijke procedure plaatsvindt.

25

In de overige gevallen zullen, zoals de advocaat-generaal in punt 49 van zijn conclusie heeft opgemerkt, ingeval degene voor wie een gerechtelijk stuk bestemd is in het buitenland verblijft, de betekening en kennisgeving van dat stuk noodzakelijkerwijs onder de werkingssfeer van verordening nr. 1393/2007 vallen en moeten zij dus, overeenkomstig artikel 1, lid 1, van die verordening, plaatsvinden op de wijze die de verordening daartoe zelf vastlegt.

26

Deze oplossing, die rechtstreeks uit de context van genoemde verordening voortvloeit, ontneemt ook iedere grondslag aan het standpunt van de Poolse regering dat met inachtneming van het nationale recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de procedure plaatsvindt moet worden bepaald onder welke omstandigheden een gerechtelijk stuk in een andere lidstaat overeenkomstig bedoelde verordening „moet” worden betekend.

27

Indien het aan de nationale wetgever werd overgelaten te bepalen in welke gevallen die noodzaak zich voordoet, zou immers iedere eenvormige toepassing van verordening nr. 1393/2007 onmogelijk worden omdat het niet is uitgesloten dat lidstaten dienaangaande uiteenlopende oplossingen voorschrijven (zie in die zin arrest van 8 november 2005, Leffler, C-443/03, Jurispr. blz. I-9611, punt 44).

28

Na bovenstaande precisering moet worden vastgesteld dat, nu de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken in omstandigheden als bedoeld in de nationale wetgeving die in het hoofdgeding aan de orde is onder de werkingssfeer van verordening nr. 1393/2007 vallen, in het licht van de systematiek en de doelstellingen van deze laatste moet worden bepaald of die wetgeving zich met het recht van Unie verdraagt voor zover zij een regel hanteert volgens welke, wanneer de in het buitenland verblijvende partij geen vertegenwoordiger heeft aangewezen die gemachtigd is in Polen betekeningen in ontvangst te nemen, betekening wordt geacht te hebben plaatsgevonden doordat de gerechtelijke stukken in het dossier worden bewaard.

29

Wat om te beginnen de systematiek van verordening nr. 1393/2007 betreft dient in herinnering te worden gebracht dat deze verordening, die is vastgesteld op basis van artikel 61, sub c, EG, blijkens punt 2 van haar considerans ertoe strekt een mechanisme voor de betekening en kennisgeving tussen de lidstaten in te voeren dat de goede werking van de interne markt tot doel heeft (zie in die zin arrest van 25 juni 2009, Roda Golf & Beach Resort, C-14/08, Jurispr. blz. I-5439, punten 53-55).

30

Met het oog op de doelmatigheid en de snelheid van de gerechtelijke procedures in burgerlijke zaken bepaalt artikel 2 van voornoemde verordening, gelezen in het licht van punt 6 van de considerans, in dit verband dat de verzending van gerechtelijke stukken in beginsel plaatsvindt tussen de door de lidstaten aangewezen „verzendende instanties” en „ontvangende instanties”.

31

Bovendien bepaalt verordening nr. 1393/2007 zelf in afdeling 2 welke andere wijzen van verzending mogelijk zijn, zonder daarbij een hiërarchie vast te leggen (arrest van 9 februari 2006, Plumex, C-473/04, Jurispr. blz. I-1417, punten 19-22), zoals toezending langs consulaire of diplomatieke weg, betekening of kennisgeving door de zorg van diplomatieke of consulaire ambtenaren, betekening of kennisgeving per post of, op verzoek van iedere belanghebbende, betekening of kennisgeving rechtstreeks door de deurwaarders, ambtenaren of andere bevoegde personen in de aangezochte lidstaat.

32

Daar in de systematiek van genoemde verordening enkel deze wijzen van toezending van gerechtelijke stukken – uitputtend – zijn opgesomd, moet worden geconstateerd dat deze verordening geen plaats inruimt voor de fictieve betekening en kennisgeving zoals die in Polen geldt krachtens artikel 11355 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en zich daar dus tegen verzet.

33

Deze constatering vindt overigens steun in de doelstellingen van de onderhavige verordening.

34

Deze heeft blijkens punt 2 van haar considerans stellig tot doel de verzending van gerechtelijke stukken tussen de lidstaten te verbeteren en te versnellen (zie in die zin arrest van 8 mei 2008, Weiss und Partner, C-14/07, Jurispr. blz. I-3367, punt 46, en arrest Roda Golf & Beach Resort, punt 54).

35

Zoals het Hof echter reeds heeft geoordeeld mag bij het nastreven van dit doel op geen enkele wijze afbreuk worden gedaan aan de rechten van verdediging van degenen voor wie de stukken bestemd zijn, die voortvloeien uit het in artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6, lid 1, van het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht op een eerlijk proces (zie in die zin arrest Weiss und Partner, punt 47).

36

Daartoe hebben, zoals de advocaat-generaal in de punten 46 en 47 van zijn conclusie opmerkt, meerdere bepalingen van verordening nr. 1393/2007 uitdrukkelijk tot doel de doeltreffendheid en de snelheid van de toezending van gerechtelijke stukken te verzoenen met het vereiste een passende bescherming van de rechten van verdediging van degene voor wie de stukken bestemd zijn te waarborgen, onder meer door te verzekeren dat die stukken daadwerkelijk en snel worden ontvangen.

37

Inzonderheid bepalen de artikelen 4, lid 3, en 5, lid 1, van die verordening, gelezen in samenhang met punt 12 van de considerans, dat de betekening en kennisgeving van gerechtelijke stukken moeten plaatsvinden door middel van een modelformulier, dat moet worden vertaald in een taal die degene voor wie het stuk bestemd is, begrijpt of in de officiële taal van de aangezochte lidstaat, of, indien er verscheidene officiële talen in die lidstaat zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht.

38

Bovendien moet op grond van artikel 14 van verordening nr. 1393/2007 elke lidstaat die de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken door postdiensten doet verrichten zulks doen bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging.

39

Evenzo moet op grond van artikel 19, lid 1, van die verordening de rechter van de verzendende lidstaat, wanneer de verweerder niet is verschenen, de beslissing aanhouden totdat is gebleken dat hetzij van het stuk dat het geding inleidt tijdig betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de in de wetgeving van de aangezochte lidstaat voorgeschreven vormen, hetzij het stuk daadwerkelijk is afgegeven aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats op een andere in deze verordening geregelde wijze, een en ander zo tijdig dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.

40

In deze context moet worden vastgesteld dat een stelsel van fictieve betekening of kennisgeving zoals voorzien in artikel 11355 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zich niet verdraagt met de door verordening nr. 1393/2007 beoogde verwezenlijking van de doelstellingen van bescherming van de rechten van verdediging.

41

Zoals de advocaat-generaal in de punten 52 tot en met 54 van zijn conclusie opmerkt, ontneemt dat mechanisme ieder nuttig effect aan het recht van degene voor wie een gerechtelijk stuk bestemd is en wiens woonplaats of gewone verblijfplaats zich niet bevindt in de lidstaat waar de procedure plaatsvindt, dat stuk daadwerkelijk en doeltreffend te ontvangen, onder meer doordat die persoon noch de tijdige kennisneming van het gerechtelijk stuk ter voorbereiding van zijn verweer, noch de vertaling van het stuk is gewaarborgd.

42

Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1393/2007 aldus moet worden uitgelegd dat het in de weg staat aan de wettelijke regeling van een lidstaat, zoals die in het hoofdgeding, die bepaalt dat gerechtelijke stukken die bestemd zijn voor een partij die haar woonplaats of gewone verblijfsstaat in een andere lidstaat heeft in het dossier worden gelaten en als betekend worden beschouwd wanneer die partij geen vertegenwoordiger heeft aangewezen die gemachtigd is te betekenen stukken in ontvangst te nemen en woonplaats heeft in de eerste lidstaat, waar de gerechtelijke procedure plaatsvindt.

Kosten

43

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Eerste kamer) verklaart voor recht:

 

Artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken („de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan de wettelijke regeling van een lidstaat, zoals die in het hoofdgeding, die bepaalt dat gerechtelijke stukken die bestemd zijn voor een partij die haar woonplaats of gewone verblijfsstaat in een andere lidstaat heeft in het dossier worden gelaten en als betekend worden beschouwd wanneer die partij geen vertegenwoordiger heeft aangewezen die gemachtigd is te betekenen stukken in ontvangst te nemen en woonplaats heeft in de eerste lidstaat, waar de gerechtelijke procedure plaatsvindt.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Pools.

Top