Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62010CN0549

Zaak C-549/10 P: Hogere voorziening ingesteld op 22 november 2010 door Tomra Systems ASA, Tomra Europe AS, Tomra Systems GmbH, Tomra Systems BV, Tomra Leergutsysteme GmbH, Tomra Systems AB, Tomra Butikksystemer AS tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 9 september 2010 in zaak T-155/06, Tomra Systems ASA, Tomra Europe AS, Tomra Systems GmbH, Tomra Systems BV, Tomra Leergutsysteme GmbH, Tomra Systems AB, Tomra Butikksystemer AS/Europese Commissie

OJ C 63, 26.2.2011, p. 18–19 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

26.2.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 63/18


Hogere voorziening ingesteld op 22 november 2010 door Tomra Systems ASA, Tomra Europe AS, Tomra Systems GmbH, Tomra Systems BV, Tomra Leergutsysteme GmbH, Tomra Systems AB, Tomra Butikksystemer AS tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 9 september 2010 in zaak T-155/06, Tomra Systems ASA, Tomra Europe AS, Tomra Systems GmbH, Tomra Systems BV, Tomra Leergutsysteme GmbH, Tomra Systems AB, Tomra Butikksystemer AS/Europese Commissie

(Zaak C-549/10 P)

2011/C 63/36

Procestaal: Engels

Partijen

Rekwirantes: Tomra Systems ASA, Tomra Europe AS, Tomra Systems GmbH, Tomra Systems BV, Tomra Leergutsysteme GmbH, Tomra Systems AB, Tomra Butikksystemer AS (vertegenwoordigers: O. W. Brouwer, advocaat, A. J. Ryan, Solicitor)

Andere partij in de procedure: Europese Commissie

Conclusies

het arrest van het Gerecht vernietigen zoals in deze hogere voorziening wordt gevorderd;

de zaak definitief afdoen en de beschikking nietig verklaren of in elk geval de boete verlagen, dan wel, subsidiair, ingeval het Hof van de Justitie de zaak niet zelf afdoet, de zaak naar het Gerecht terugwijzen voor afdoening overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie; en

indien de beslissing omtrent de kosten niet wordt aangehouden, de Europese Commissie verwijzen in de kosten die op de procedure voor het Gerecht en voor het Hof van Justitie zijn gevallen.

Middelen en voornaamste argumenten

De hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht van 9 september 2010 in zaak T-155/06, Tomra Systems ASA, Tomra Europe AS, Tomra Systems GmbH, Tomra Systems BV, Tomra Leergutsysteme GmbH, Tomra Systems AB, Tomra Butikksystemer AS/Europese Commissie, (hierna: „arrest”) houdende verwerping van het door rekwirantes tegen de beschikking van de Europese Commissie ingestelde beroep op grond dat de gedragingen van rekwirantes van dien aard waren dat de markt van emballage-innameautomaten werd afgeschermd.

Rekwirantes vorderen dat het Hof van Justitie van de Europese Unie het arrest vernietigt op grond dat het Gerecht blijk heeft gegeven van onjuiste rechtsopvattingen en procedurefouten heeft gemaakt bij de vorming van zijn oordeel dat de gedragingen van rekwirantes van dien aard waren dat de markt van emballage-innameautomaten werd afgeschermd. Daartoe voeren rekwirantes de volgende middelen aan:

i)

het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de toetsing van het oordeel van de Europese Commissie dat er sprake was van een op beperking van de mededinging gerichte bedoeling om de markt af te schermen: door alleen te eisen dat de Europese Commissie geen documenten achterhoudt, ontkende het Gerecht impliciet dat het de beschikking van de Europese Commissie houdende toepassing van artikel 82 EG-Verdrag (thans artikel 102 VWEU) volledig diende te onderzoeken, en voldeed het ook niet aan de eis van een marginale toetsing om uit te maken of het bewijsmateriaal waarop de Europese Commissie zich heeft gebaseerd, accuraat, betrouwbaar, samenhangend en volledig is en de daarop gebaseerde bevindingen kan schragen;

ii)

onjuiste rechtsopvatting en niet afdoend en passend onderbouwen op welk percentage van de totale vraag de overeenkomsten betrekking moesten hebben om van misbruik te kunnen spreken; in het arrest worden slechts vage en niet onderbouwde termen gebruikt om aan geven welk percentage van de vraag was afgeschermd, terwijl duidelijk had moeten worden aangetoond dat de afscherming van een bepaald percentage van de vraag misbruik opleverde, en dienaangaande een afdoende en passende motivering had moeten worden gegeven;

iii)

een procedurefout en een onjuiste rechtsopvatting bij het onderzoek van de kortingen met terugwerkende kracht; het Gerecht heeft de argumenten van rekwirantes betreffende de kortingen met terugwerkende kracht verkeerd opgevat en daardoor niet correct in aanmerking genomen; verder heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtopvatting door niet te eisen dat de Europese Commissie aantoont dat de door rekwirantes verleende kortingen met terugwerkende kracht tot toepassing van beneden de kostprijs liggende prijzen leidden;

iv)

het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft zijn onderzoek of overeenkomsten waarin de rekwirantes voorkeurleverancier, hoofdleverancier of eerste leverancier worden genoemd, als exclusiviteitsovereenkomsten kunnen worden aangemerkt, niet passend onderbouwd door niet na te gaan en vast te stellen of alle betrokken overeenkomsten stimuli bevatten die uitsluitend van rekwirantes uitgingen, nadat het afwijzend had beslist op het argument van rekwirantes dat het er bij zijn beoordeling rekening mee dient te houden of de overeenkomsten naar nationaal recht verbindende exclusiviteitsovereenkomsten waren; en

v)

onjuiste rechtsopvatting ter zake van de uitlegging en de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling bij de toetsing van de geldboete; het Gerecht heeft het beginsel van gelijke behandeling niet correct toegepast door bij zijn beslissing dat de aan rekwirantes opgelegde geldboete niet discriminerend was, niet te na te gaan of het algemene niveau van de geldboeten was gestegen.


Top