Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62009CA0081

Zaak C-81/09: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias — Griekenland) — Idryma Typou AE/Ypourgos Typou kai Meson Mazikis Enimerosis (Vrijheid van vestiging — Vrij verkeer van kapitaal — Vennootschapsrecht — Eerste richtlijn 68/151/EEG — Naamloze vennootschap in de sector pers en televisie — Vennootschap en aandeelhouder die meer dan 2,5 % van de aandelen bezit — Hoofdelijke en gezamenlijke administratieve geldboete)

OJ C 346, 18.12.2010, p. 12–12 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

18.12.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 346/12


Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 oktober 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias — Griekenland) — Idryma Typou AE/Ypourgos Typou kai Meson Mazikis Enimerosis

(Zaak C-81/09) (1)

(Vrijheid van vestiging - Vrij verkeer van kapitaal - Vennootschapsrecht - Eerste richtlijn 68/151/EEG - Naamloze vennootschap in de sector pers en televisie - Vennootschap en aandeelhouder die meer dan 2,5 % van de aandelen bezit - Hoofdelijke en gezamenlijke administratieve geldboete)

2010/C 346/19

Procestaal: Grieks

Verwijzende rechter

Symvoulio tis Epikrateias

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Idryma Typou AE

Verwerende partij: Ypourgos Typou kai Meson Mazikis Enimerosis

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Symvoulio tis Epikrateias — Uitlegging van artikel 1 van de Eerste richtlijn (68/151/EEG) van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 65, blz. 8) — Nationale bepaling die voorziet in hoofdelijke aansprakelijkheid van enerzijds een naamloze vennootschap uit de sector pers en televisie en anderzijds haar aandeelhouders die meer dan 2,5 % van het maatschappelijk kapitaal bezitten, voor de betaling van de administratieve geldboeten die wegens de activiteit van een dergelijke vennootschap worden opgelegd

Dictum

1)

De Eerste richtlijn (68/151/EEG) van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling zoals artikel 4, lid 3, van wet nr. 2328/1995, „Wettelijke status van de particuliere televisie en de lokale radio, regeling van kwesties met betrekking tot de radio- en televisieomroepmarkt en andere bepalingen”, zoals gewijzigd bij wet nr. 2644/1998 „betreffende het aanbieden van radio- en televisiediensten tegen betaling”, die bepaalt dat de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde geldboeten wegens schending van de wetgeving en de deontologische regels die de werking van televisiezenders beheersen, hoofdelijk en gezamenlijk worden opgelegd, niet alleen aan de vennootschap die houder is van een vergunning tot oprichting en exploitatie van de televisiezender, maar ook aan alle aandeelhouders die meer dan 2,5 % van de aandelen bezitten.

2)

De artikelen 49 VWEU en 63 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een dergelijke nationale regeling.


(1)  PB C 102 van 1.5.2009.


Top