Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008CN0559

Zaak C-559/08 P: Hogere voorziening ingesteld op 9 februari 2009 door Deepak Rajani (Dear!Net Online) tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Achtste kamer) van 26 november 2008 in zaak T-100/06, Deepak Rajani (Dear!Net Online)/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

OJ C 82, 4.4.2009, p. 10–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

4.4.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 82/10


Hogere voorziening ingesteld op 9 februari 2009 door Deepak Rajani (Dear!Net Online) tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Achtste kamer) van 26 november 2008 in zaak T-100/06, Deepak Rajani (Dear!Net Online)/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

(Zaak C-559/08 P)

(2009/C 82/19)

Procestaal: Engels

Partijen

Rekwirante: Deepak Rajani (Dear!Net Online) (vertegenwoordiger: A. Kockläuner, Rechtsanwalt)

Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Artoz-Papier AG

Conclusies

vernietiging van het arrest van de Gerecht van eerste aanleg van 26 november 2008 in zaak T-100/06, in zijn geheel;

verwijzing van het BHIM in de kosten van de procedure voor het Hof van Justitie

Middelen en voornaamste argumenten

Rekwirante stelt dat het bestreden arrest moet worden vernietigd om de volgende redenen:

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het eerste middel artikel 43, leden 2 en 3, van verordening (EG) nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk juncto artikel 4, lid 1, van de Overeenkomst van Madrid onjuist uitgelegd;

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het eerste middel artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (geconsolideerde versie) alsmede artikel 6 juncto artikel 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geschonden;

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het eerste middel artikel 10 juncto artikel 1 van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) (1) geschonden;

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het tweede middel artikel 79 van verordening (EG) nr. 40/94 geschonden door geen rekening te houden met het feit dat opposante te kwader trouw handelde;

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het tweede middel ten onrechte geoordeeld dat de betrokken merken in die mate overeenstemmen dat verwarringsgevaar ontstaat, en heeft bijgevolg artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 geschonden;

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het tweede middel artikel 135, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg geschonden door geen rekening te houden met de als bijlagen bij het verzoekschrift overgelegde bewijsstukken;

het Gerecht van eerste aanleg heeft bij de afwijzing van het tweede middel de artikelen 49 en 50 juncto artikel 220 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (geconsolideerde versie) geschonden;

het Gerecht van eerste aanleg is bij de afwijzing van het tweede middel voorbijgegaan aan het feit dat het BHIM zijn bevoegdheden heeft misbruikt.


(1)  Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 40, blz. 1).


Top