Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62007TN0440

Zaak T-440/07: Beroep ingesteld op 5 december 2007 — Huta Buczek/Commissie

OJ C 22, 26.1.2008, p. 50–51 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

26.1.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/50


Beroep ingesteld op 5 december 2007 — Huta Buczek/Commissie

(Zaak T-440/07)

(2008/C 22/95)

Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Huta Buczek sp. z o.o. (Sosnowiec, Polen) (vertegenwoordiger: D. Szlachetko-Reiter, juridisch adviseur)

Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen

Conclusies

nietigverklaring van de artikelen 1 en 3, leden 1 en 3, van de beschikking van de Commissie van 23 oktober 2007 inzake staatssteun C 23/06 (ex NN 35/06), die Polen aan de staalproducent Grupa Technologie Buczek heeft verleend;

subsidiair, nietigverklaring van de artikelen 1, 3, leden 1 en 3, van de beschikking van de Commissie van 23 oktober 2007 inzake staatssteun C 23/06 (ex NN 35/06), die Polen aan de staalproducent Grupa Technologie Buczek heeft verleend, voor zover de Commissie de terugvordering van de vennootschap Huta Buczek sp. z o.o. gelast;

nietigverklaring van de artikelen 4 en 5 van de beschikking van de Commissie van 23 oktober 2007 inzake staatssteun C 23/06 (ex NN 35/06), die Polen aan de staalproducent Grupa Technologie Buczek heeft verleend, voor zover deze de terugvordering van Huta Buczek sp. z o.o. betreffen;

verwijzing van de verwerende partij in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Verzoekster baseert haar beroep op de volgende middelen:

schending van artikel 88, lid 2, EG en artikel 87, lid 1, EG, door volgens verzoekster ten onrechte aan te nemen dat het bestaan van betalingsachterstand van de vennootschap Technologie Buczek S.A. jegens publiekrechtelijke lichamen met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steun vormt. Verzoekster stelt dat die bewering van de Commissie berust op de onjuiste veronderstelling dat de publiekrechtelijke lichamen van de tenuitvoerlegging jegens Technologie Buczek S.A. hadden afgezien. Schending van artikel 88, lid 2, EG en artikel 87, lid 1, EG, zou ook blijken uit het feit dat de Poolse staat werd gelast de met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar verklaarde steun terug te vorderen, hoewel Polen noch aan Technologie Buczek S.A. noch aan de Grupa Technologie Buczek steun ter hoogte van het in de beschikking vastgestelde bedrag heeft verleend, en uit het feit dat het bedrag van de terug te betalen steun zonder rechtsgrond of economische rechtvaardiging willekeurig is bepaald. Verzoekster voert ook aan dat als schending van artikel 88, lid 2, EG en artikel 87, lid 1, EG is aan te merken het feit dat de Poolse staat werd gelast de steun van Huta Buczek sp. z o.o. terug te vorderen, hoewel geen grond bestaat voor de veronderstelling dat die vennootschap de feitelijke begunstigde zou kunnen zijn van de steun die aan Technologie Buczek S.A. is verleend, en hoewel die steun niet aan haar is verleend, en dat is erkend dat de feitelijke begunstigden van de gestelde steun uitsluitend de vennootschappen Huta Buczek sp. z o.o. en Buczek Automotive sp. z o.o. waren, hoewel zij enkel een deel van de vermogensbestanddelen van de vennootschap Technologie Buczek S.A. benutten.

schending van het beginsel van behoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 253 EG en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten door een ontoereikende motivering van de beschikking, waardoor verzoekster de redenen voor de vaststelling van de beschikking zou kunnen kennen, en waardoor dus een voor verzoekster in wezen onbegrijpelijke beschikking is gegeven, en door de onjuiste en ontoereikende vaststelling van de voor de zaak relevante feiten.

schending van artikel 5, derde alinea, EG en van het daaruit voortvloeiende evenredigheidsbeginsel door de vennootschap Huta Buczek sp. z o.o. te verplichten tot terugbetaling van de steun, hoewel die handeling volgens verzoekster niet passend of noodzakelijk is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken, waarbij deze met name niet wordt gerechtvaardigd door de noodzaak om met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steun in te trekken.

schending van het rechtszekerheidsbeginsel door de contractpartij van een persoon die een betalingsachterstand jegens de overheid heeft, te verplichten tot terugbetaling van steun, die hij nooit heeft ontvangen en die hij nooit heeft benut; door op een volgens verzoekster willekeurige wijze te bepalen in welke mate personen binnen de Grupa Technologie Buczek S.A. van de gestelde verleende steun zouden hebben geprofiteerd; schending van het eigendomsrecht door de staat te verplichten een deel van de steun terug te vorderen van degene die nooit enige steun heeft ontvangen en die ook niet de feitelijke begunstigde daarvan is; misbruik van bevoegdheid door een beschikking te geven voor een ander doel dan de intrekking van met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steun.


Top