EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61983CJ0237

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 juli 1984.
Sàrl Prodest tegen Caisse primaire d'assurance maladie de Paris.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Commission de première instance du contentieux de la sécurité sociale et de la mutualité sociale agricole de Paris - Frankrijk.
Vrij verkeer van werknemers - Buiten de Gemeenschap verrichte arbeid.
Zaak 237/83.

European Court Reports 1984 -03153

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1984:277

61983J0237

ARREST VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 12 JULI 1984. - S.A.R.L. PRODEST TEGEN CAISSE PRIMAIRE D'ASSURANCE MALADIE DE PARIS. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DE PARIS. - VRIJ VERKEER VAN WERKNEMERS - BUITEN DE GEMEENSCHAP VERRICHTE ARBEID. - ZAAK 237/83.

Jurisprudentie 1984 bladzijde 03153


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . GEMEENSCHAPSRECHT - BEGINSELEN - VERBOD VAN DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT - TERRITORIAAL TOEPASSINGSGEBIED - LOKALISERING VAN DE RECHTSBETREKKINGEN OP GRONDGEBIED VAN GEMEENSCHAP - MAATSTAVEN

2 . VRIJ VERKEER VAN PERSONEN - WERKNEMERS - GELIJKHEID VAN BEHANDELING - ONDERDAAN VAN LID-STAAT , AANGESTELD DOOR ONDERNEMING UIT ANDERE LID-STAAT - TIJDELIJK VERRICHTEN VAN ARBEID BUITEN GEMEENSCHAP - BEHOUD VAN AANSLUITING BIJ SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL VAN LID-STAAT , WAAR ONDERNEMING IS GEVESTIGD

( ARTIKEL 48 EEG-VERDRAG , VERORDENING VAN DE RAAD NR . 1612/68 )

Samenvatting


1 . HET VERBOD VAN DISCRIMINATIE OP GROND VAN NATIONALITEIT GELDT BIJ DE BEOORDELING VAN ALLE RECHTSBETREKKINGEN , IN DE MATE WAARIN DEZE HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ WORDEN AANGEGAAN , HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ HUN UITWERKING HEBBEN , OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP KUNNEN WORDEN GELOKALISEERD .

2.DE GEMEENSCHAPSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNE MERS BINNEN DE GEMEENSCHAP , IN HET BIJZONDER DIE VAN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD , MOETEN ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT HET NON-DISCRIMINATIEBEGINSEL OOK VAN TOEPASSING IS OP HET GEVAL VAN EEN ONDERDAAN VAN EEN LID-STAAT , DIE ALS LOONTREKKENDE IS AANGESTELD DOOR EEN ONDERNEMING UIT EEN ANDERE LID-STAAT , GEDURENDE DE PERIODE DAT DIE WERKNEMER VOOR REKENING VAN DE ONDERNEMING TIJDELIJK ARBEID VERRICHT BUITEN HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP , EN DAT BIJ DE TOEPASSING VAN DE NATIONALE BEPALINGEN VAN DE LID-STATEN WAAR DIE ONDERNEMING IS GEVESTIGD , BETREFFENDE HET BEHOUD VAN DE AANSLUITING BIJ HET ALGEMENE SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL VAN DEZE STAAT GEDURENDE DE TIJDELIJKE UITZENDING VAN DE WERKNEMER NAAR EEN DERDE LAND , IEDERE BEPALING DIE DISCRIMINEREND IS VOOR ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN , BUITEN TOEPASSING DIENT TE BLIJVEN .

Partijen


IN ZAAK 237/83 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DE PARIS , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

SARL PRODEST

EN

CAISSE PRIMAIRE D ' ASSURANCE MALADIE DE PARIS ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD VAN 15 OKTOBER 1968 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB L 257 VAN 1968 , BLZ . 2 ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 3 JUNI 1983 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 21 OKTOBER DAARAANVOLGEND , HEEFT DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DE PARIS KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD VAN 15 OKTOBER 1968 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB L 257 VAN 1968 , BLZ . 2 ).

2 DEZE VRAAG IS GESTELD IN EEN GEDING TUSSEN DE FRANSE VENNOOTSCHAP PRODEST , DIE EEN UITZENDBUREAU VOOR TIJDELIJKE ARBEIDSKRACHTEN BEDRIJFT , EN DE CAISSE PRIMAIRE D ' ASSURANCE MALADIE DE PARIS . DIT GEDING BETREFT DE VRAAG OF EEN BELGISCHE WERKNEMER VAN DEZE VENNOOTSCHAP VOOR DE DUUR VAN ZIJN UITZENDING NAAR NIGERIA BIJ HET FRANSE ALGEMENE SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL AANGESLOTEN KAN BLIJVEN .

3 EEN DESBETREFFEND VERZOEK VAN DE VENNOOTSCHAP IS DOOR DE CAISSE AFGEWEZEN OP GROND VAN ARTIKEL 39 , LID 2 , VAN DE WET VAN 3 JANUARI 1972 , THANS ARTIKEL L 341-3 , LID 3 , VAN DE CODE DU TRAVAIL , DAT LUIDT ALS VOLGT :

' ' ONVERMINDERD INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN , IS HET EEN ONDERNEMING DIE TIJDELIJKE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING STELT , VERBODEN AAN WIE DAN OOK BUITENLANDSE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING TE STELLEN INDIEN DE DIENST BUITEN HET FRANSE GRONDGEBIED MOET WORDEN VERRICHT . ' '

VOLGENS DE CAISSE IS DEZE BEPALING OOK VAN TOEPASSING OP GEMEENSCHAPSONDERDANEN , TENZIJ HET GAAT OM UITZENDING NAAR EEN LID-STAAT .

4 VAN OORDEEL DAT DE OPLOSSING VAN HET GESCHIL AFHANGT VAN DE UITLEGGING VAN VOORNOEMDE GEMEENSCHAPSVERORDENING , HEEFT DE NATIONALE RECHTER DE BEHANDELING VAN DE ZAAK GESCHORST EN HET HOF GEVRAAGD :

' ' OF EEN VERZEKERDE DIE ONDERDAAN IS VAN EEN LID-STAAT VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN DIE IN LOONDIENST IS VAN EEN FRANSE VENNOOTSCHAP EN IN FRANKRIJK WOONACHTIG IS , KRACHTENS VERORDENING ( EEG ) NR . 1612/68 AANSPRAAK KAN MAKEN OP BEHOUD VAN ZIJN AANSLUITING BIJ HET FRANSE ALGEMENE SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL GEDURENDE ZIJN UITZENDING NAAR NIGERIA , EN OF IN CASU DE BEPERKING VAN ARTIKEL 39 , LID 2 , VAN DE WET VAN 3 JANUARI 1972 , THANS ARTIKEL L 341-3 , LID 3 , VAN DE CODE DU TRAVAIL , BUITEN TOEPASSING DIENT TE BLIJVEN . ' '

5 IN DE EERSTE PLAATS ZIJ OPGEMERKT , DAT HET HOOFDGEDING EEN GEVAL BETREFT VAN EEN ONDERDAAN VAN EEN LID-STAAT , DIE IN LOONDIENST IS VAN EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE VENNOOTSCHAP , EN DAT EEN DERGELIJK GEVAL IN BEGINSEL VALT ONDER DE GEMEENSCHAPSBEPALINGEN INZAKE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP . IN DIT VERBAND VRAAGT DE NATIONALE RECHTER IN WEZEN , OF DIE BEPALINGEN BUITEN TOEPASSING BLIJVEN WANNEER DE IN DE GEMEENSCHAP GEVESTIGDE WERKGEVER DE WERKNEMER TIJDELIJK UITZENDT BUITEN DE GEMEENSCHAP .

6 IN ZIJN ARREST VAN 12 DECEMBER 1974 ( ZAAK 36/74 , WALRAVE , JURISPR . 1974 , BLZ . 1405 ), WAARIN EEN VAN DE VRAGEN WAS , OF HET VAN BELANG WAS DAT DE BETROKKEN WERKZAAMHEDEN GEDEELTELIJK BUITEN HET GRONDGEBIED VAN DE GE MEENSCHAP WERDEN VERRICHT , VERKLAARDE HET HOF VOOR RECHT , DAT DE NON-DISCRIMINATIEREGEL - ZOALS ONDER MEER GEFORMULEERD IN ARTIKEL 48 VAN HET VERDRAG EN IN VERORDENING NR . 1612/68 VOORNOEMD - GELDT BIJ DE BEOORDELING VAN ALLE RECHTSBETREKKINGEN , IN DE MATE WAARIN DEZE HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ WORDEN AANGEGAAN , HETZIJ WEGENS DE PLAATS WAAR ZIJ HUN UITWERKING HEBBEN , OP HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP KUNNEN WORDEN GELOKALISEERD . DE OMSTANDIGHEID DAT DE WERKZAAMHEDEN TIJDELIJK BUITEN HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP WORDEN VERRICHT , KAN DERHALVE DE TOEPASSING VAN DIT BEGINSEL NIET VERHINDEREN , WANNEER DE ARBEIDSVERHOUDING DESONDANKS EEN VOLDOENDE NAUWE AANKNOPING MET DAT GRONDGEBIED BEHOUDT .

7 IN EEN GEVAL ALS HET ONDERHAVIGE KAN EEN DERGELIJKE AANKNOPING WORDEN GEVONDEN IN DE OMSTANDIGHEID DAT DE WERKNEMER UIT DE GEMEENSCHAP IS AANGESTELD DOOR EEN ONDERNEMING UIT EEN ANDERE LID-STAAT EN UIT DIEN HOOFDE WAS AANGESLOTEN BIJ HET SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL VAN DEZE STAAT EN OOK GEDURENDE ZIJN UITZENDING NAAR HET DERDE LAND VOOR REKENING VAN DE ONDERNEMING UIT DE GEMEENSCHAP , WERKZAAM BLIJFT .

8 INGEVOLGE ARTIKEL 7 , LID 2 , VAN VOORNOEMDE VERORDENING NR . 1612/68 GELDT HET NON-DISCRIMINATIEBEGINSEL EVENEENS VOOR DE SOCIALE VOORDELEN VAN DE WERKNEMERS . OOK AL HEEFT DEZE BEPALING LETTERLIJK GENOMEN HET OOG OP VOORDELEN DIE DE GEMEENSCHAPSONDERDAAN GENIET OP HET GRONDGEBIED VAN DE ANDERE LID-STATEN , IN HET LICHT VAN DE HIERVOOR AANGEHAALDE RECHTSPRAAK MOET ZIJ ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT ZIJ OOK VAN TOEPASSING IS OP EEN SITUATIE ALS HIERVOOR BESCHREVEN .

9 WANNEER DERHALVE DE SOCIALE-VERZEKERINGSORGANEN VAN DE LID-STAAT WAAR DE WERKGEVER IS GEVESTIGD , HUN NATIONALE WETGEVING TOEPASSEN OP EEN GEVAL ALS HET ONDERHAVIGE , DIENEN ZIJ DAARBIJ IEDERE BEPALING BUITEN TOEPASSING TE LATEN DIE LEIDT TOT DISCRIMINATIE TEN NADELE VAN DE WERKNEMERS DIE ONDERDAAN ZIJN VAN EEN ANDERE LID-STAAT .

10 MITSDIEN MOET OP DE GESTELDE VRAAG WORDEN GEANTWOORD , DAT DE GEMEENSCHAPSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP , IN HET BIJZONDER DIE VAN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD VAN 15 OKTOBER 1968 , ALDUS MOETEN WORDEN UITGELEGD , DAT HET NON-DISCRIMINATIEBEGINSEL OOK VAN TOEPASSING IS OP HET GEVAL VAN EEN ONDERDAAN VAN EEN LID-STAAT , DIE ALS LOONTREKKENDE IS AANGESTELD DOOR EEN ONDERNEMING UIT EEN ANDERE LID-STAAT , GEDURENDE DE PERIODE DAT DIE WERKNEMER VOOR REKENING VAN DIE ONDERNEMING TIJDELIJK ARBEID VERRICHT BUITEN HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP , EN DAT BIJ DE TOEPASSING VAN DE NATIONALE BEPALINGEN VAN DE LID-STAAT WAAR DIE ONDERNEMING IS GEVESTIGD , BETREFFENDE HET BEHOUD VAN DE AANSLUITING BIJ HET ALGEMENE SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL VAN DEZE STAAT GEDURENDE DE TIJDELIJKE UITZENDING VAN DE WERKNEMER NAAR EEN DERDE LAND , IEDERE BEPALING DIE DISCRIMINEREND IS VOOR ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN , BUITEN TOEPASSING DIENT TE BLIJVEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

11 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( VIJFDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DE PARIS BIJ BESCHIKKING VAN 3 JUNI 1983 GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

DE GEMEENSCHAPSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP , IN HET BIJZONDER DIE VAN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD VAN 15 OKTOBER 1968 , MOETEN ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT HET NON-DISCRIMINATIEBEGINSEL OOK VAN TOEPASSING IS OP HET GEVAL VAN EEN ONDERDAAN VAN EEN LID-STAAT , DIE ALS LOONTREKKENDE IS AANGESTELD DOOR EEN ONDERNEMING UIT EEN ANDERE LID-STAAT , GEDURENDE DE PERIODE WAARIN DIE WERKNEMER VOOR REKENING VAN DIE ONDERNEMING TIJDELIJK ARBEID VERRICHT BUITEN HET GRONDGEBIED VAN DE GEMEENSCHAP , EN DAT BIJ DE TOEPASSING VAN DE NATIONALE BEPALINGEN VAN DE LID-STAAT WAAR DIE ONDERNEMING IS GEVESTIGD , BETREFFENDE HET BEHOUD VAN DE AANSLUITING BIJ HET ALGEMENE SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSEL VAN DEZE STAAT GEDURENDE DE TIJDE LIJKE UITZENDING VAN DE WERKNEMER NAAR EEN DERDE LAND , IEDERE BEPALING DIE DISCRIMINEREND IS VOOR ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN , BUITEN TOEPASSING DIENT TE BLIJVEN .

Top