Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61982CJ0150

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 12 januari 1983.
Luigi Coppola tegen Insurance Officer.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Social Security Commissioner - Verenigd Koninkrijk.
Sociale zekerheid - Ziekte- en invaliditeitsuitkeringen.
Zaak 150/82.

European Court Reports 1983 -00043

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1983:4

61982J0150

ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 12 JANUARI 1983. - LUIGI COPPOLA TEGEN INSURANCE OFFICER. - (" SOCIALE ZEKERHEID - ZIEKTE - EN INVALIDITEITSUITKERINGEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER). - ZAAK NO. 150/82.

Jurisprudentie 1983 bladzijde 00043


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS - ZIEKTEVERZEKERING - SAMENTELLING VAN TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING - BEVOEGD ORGAAN - VASTSTELLING - TOEPASSELIJKE WETGEVING - WETGEVING VAN LID-STAAT VAN TEWERKSTELLING OF VAN LAATSTE TEWERKSTELLING

( VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD , ARTIKEL 13 , LID 2 , SUB A , EN 18 )

2 . SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS - INVALIDITEITSVERZEKERING - BEREKENING VAN UITKERINGEN - IN AANMERKING NEMEN VAN TIJDVAK VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID VERVULD KRACHTENS WETTELIJKE REGELING VAN ANDERE LID-STAAT - VERLAGING UITKERINGEN KRACHTENS ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 - TOELAATBAARHEID

( VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD , ARTIKELEN 40 , LID 3 , EN 46 , LID 3 )

Samenvatting


1 . ALLEEN HET BEVOEGDE ORGAAN OF DE BEVOEGDE ORGANEN VAN DE LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER WERKZAAM IS OF LAATSTELIJK WERKZAAM IS GEWEEST , ZIJN INGEVOLGE ARTIKEL 18 VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VAN 14 JUNI 1971 BEVOEGD TOT SAMENTELLING VAN DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING , EN ALLEEN DE WETGEVING VAN DIE LID-STAAT IS KRACHTENS ARTIKEL 13 , LID 2 , SUB A , VAN DEZE VERORDENING VAN TOEPASSING TER ZAKE VAN ZIEKTEUITKERINGEN .

2 . DE INVALIDITEITSUITKERINGEN DIE KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT VERSCHULDIGD ZIJN NA EEN TIJDVAK VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID WAARIN DE WERKNEMER UITKERINGEN WEGENS DIE ARBEIDSONGESCHIKTHEID HEEFT ONTVANGEN , DAARONDER BEGREPEN UITKERINGEN UIT EEN ANDERE LID-STAAT , DIE KRACHTENS ARTIKEL 40 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 IN AANMERKING MOETEN WORDEN GENOMEN , KUNNEN IN VOORKOMEND GEVAL OP GROND VAN ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN GENOEMDE VERORDENING RECHTSGELDIG WORDEN VERLAAGD .

Partijen


IN ZAAK 150/82 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

LUIGI COPPOLA

EN

INSURANCE OFFICER ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING EN DE GELDIGHEID VAN EEN AANTAL BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VAN 14 JUNI 1971 BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE SOCIALE-ZEKERHEIDSREGELINGEN OP LOONTREKKENDEN EN HUN GEZINNEN , DIE ZICH BINNEN DE GEMEENSCHAP VERPLAATSEN ( PB L 149 VAN 1971 , BLZ . 2 ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING INGEKOMEN TEN HOVE OP 13 MEI 1982 , HEEFT DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER KRACHTES ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VIER PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 13 , 18 EN 40 EN DE GELDIGHEID VAN ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VAN 14 JUNI 1971 BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE SOCIALE-ZEKERHEIDSREGELINGEN OP LOONTREKKENDEN EN HUN GEZINNEN , DIE ZICH BINNEN DE GEMEENSCHAP VERPLAATSEN ( PB L 149 VAN 1971 , BLZ . 2 ), TER ZAKE VAN ZIEKTE- EN INVALIDITEITSUITKERINGEN .

2 DEZE VRAGEN ZIJN GEREZEN IN EEN GESCHIL INZAKE DE WEIGERING VAN DE INSURANCE OFFICER VAN HET VERENIGD KONINKRIJK , OM L . COPPOLA , EEN IN ITALIE WONENDE WERKNEMER DIE DE ITALIAANSE NATIONALITEIT BEZIT , EEN BRITS INVALIDITEITSPENSIOEN TOE TE KENNEN .

3 COPPOLA WAS VAN OKTOBER 1960 TOT AUGUSTUS 1973 IN LOONDIENST WERKZAAM BIJ DE CHEMISCHE INDUSTRIE IN HET VERENIGD KONINKRIJK EN BETAALDE DAAR SOCIALE-VERZEKERINGSBIJDRAGEN . BIJ TERUGKOMST IN ITALIE WAS HIJ ENIGE TIJD WERKZAAM ALS BOUWVAKARBEIDER EN UIT DIEN HOOFDE AANGESLOTEN BIJ DE ITALIAANSE SOCIALE-ZEKERHEIDSREGELING . COPPOLA WERD ZIEK EN VROEG OP 30 NOVEMBER 1974 IN ITALIE EEN INVALIDITEITSPENSIOEN AAN , DAT HEM IN 1976 MET TERUGWERKENDE KRACHT TOT 1 DECEMBER 1974 WERD TOEGEKEND OP DE GRONDSLAG VAN GEDEELTELIJKE INVALIDITEIT .

4 HET VERZOEK OM EEN ITALIAANSE INVALIDITEITSUITKERING WERD OVEREENKOMSTIG DE GEMEENSCHAPSRECHTELIJKE BEPALINGEN DOORGEZONDEN AAN DE BRITSE AUTORITEITEN , TEN EINDE DEZE IN STAAT TE STELLEN TE ONDERZOEKEN OF COPPOLA IN AANMERKING KWAM VOOR EEN BRITSE INVALIDITEITSUITKERING . DE INSURANCE OFFICER WAS ECHTER VAN OORDEEL , DAT COPPOLA NIET VOLDEED AAN DE MEDISCHE VOORWAARDEN BETREFFENDE DE MATE VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID DIE DE BRITSE WETTELIJKE REGELING AAN TOEKENNING VAN EEN ZIEKTE- OF INVALIDITEITSUITKERING VERBINDT . HIJ WEIGERDE DERHALVE HEM EEN BRITS INVALIDITEITSPENSIOEN TOE TE KENNEN . TOEN COPPOLA VAN DEZE BESLISSING IN BEROEP KWAM BIJ DE PLAATSELIJKE RECHTER , WERD ZIJ NA NIEUW MEDISCH DESKUNDIGENONDERZOEK BEVESTIGD .

5 DE ZAAK WERD VOORGELEGD AAN DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER , DIE MEENDE NIET ALLEEN TE MOETEN ONDERZOEKEN OF COPPOLA RECHT HAD OP EEN INVALIDITEITSUITKERING , DOCH TEVENS OF HIJ AANSPRAAK KON MAKEN OP EEN ZIEKTEUITKERING . TOEN HET ONDERZOEK VAN COPPOLA ' S RECHT OP BRITSE ZIEKTE- OF INVALIDITEITSUITKERINGEN EEN AANTAL VRAGEN BETREFFENDE HET GEMEENSCHAPSRECHT DEED RIJZEN , BESLOOT DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER DE BEHANDELING VAN DE ZAAK TE SCHORSEN EN HET HOF VAN JUSTITIE EEN AANTAL PREJUDICIELE VRAGEN INZAKE DE BETROKKEN BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VOOR TE LEGGEN .

ZIEKTEUITKERINGEN

6 MET BETREKKING TOT DE ZIEKTEUITKERINGEN WAS DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER VAN OORDEEL , DAT VOOR EEN OF WELLICHT TWEE TIJDVAKKEN WAARIN COPPOLA BLIJKENS ZIJN DOSSIER IN HET ZIEKENHUIS LAG OF HERSTELLENDE WAS , TE WETEN VAN 30 MAART TOT 15 MEI 1975 EN VAN 22 TOT 26 JUNI 1976 , WAS VOLDAAN AAN DE MEDISCHE VOORWAARDEN BETREFFENDE DE MATE VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID . DOOR ZIJN ENKELE BIJDRAGEN AAN DE BRITSE SOCIALE-ZEKERHEIDSREGELING GEDURENDE DE IN AANMERKING TE NEMEN PERIODE , VOLDEED COPPOLA ECHTER NIET AAN DE IN DE BRITSE WETTELIJKE REGELING GESTELDE VOORWAARDEN INZAKE BIJDRAGEBETALING . DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER VROEG ZICH NIETTEMIN AF , OF DE BIJDRAGEN DIE COPPOLA NA ZIJN TERUGKEER IN ITALIE AAN DE ITALIAANSE SOCIALE-ZEKERHEIDSREGELING HAD BETAALD , KRACHTENS DE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD IN AANMERKING KONDEN WORDEN GENOMEN .

7 IN DIT VERBAND VERWIJST DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER NAAR ARTIKEL 18 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 DAT INZAKE DE SAMENTELLING VAN DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING VOOR ZIEKTEUITKERINGEN HET VOLGENDE BEPAALT :

' ' HET BEVOEGDE ORGAAN VAN EEN LID-STAAT WAARVAN DE WETTELIJKE REGELING HET VERKRIJGEN , HET BEHOUD OF HET HERSTEL VAN HET RECHT OP PRESTATIES AFHANKELIJK STELT VAN DE VERVULLING VAN TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING , ARBEID OF WONEN , HOUDT VOOR ZOVER NODIG , REKENING MET DE KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN ELKE ANDERE LID-STAAT VERVULDE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING , ARBEID OF WONEN , ALSOF DEZE TIJDVAKKEN KRACHTENS DE DOOR DAT ORGAAN TOEGEPASTE WETTELIJKE REGELING WAREN VERVULD . ' '

8 DE EERSTE DRIE VRAGEN VAN DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER HEBBEN IN HOOFDZAAK BETREKKING OP DE TOEPASSING VAN DIT ARTIKEL , MET NAME DE VRAAG WELK ORGAAN BEVOEGD IS TOT SAMENTELLING VAN DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING DIE NODIG ZIJN VOOR DE TOEKENNING VAN ZIEKTEUITKERINGEN AAN EEN WERKNEMER DIE ACHTEREENVOLGENS IN TWEE OF MEER LID-STATEN WERKZAAM IS GEWEEST EN AAN WELKE WETTELIJKE REGELING DIE WERKNEMER TER ZAKE VAN ZIEKTEUITKERINGEN ONDERWORPEN IS .

9 ONDER ' ' BEVOEGD ORGAAN ' ' MOET LUIDENS ARTIKEL 1 , SUB O , VAN VERORDENING NR . 1408/71 ONDER MEER WORDEN VERSTAAN

' ' I ) HET ORGAAN WAARBIJ DE BETROKKENE IS AANGESLOTEN OP HET TIJDSTIP WAAROP HIJ OM PRESTATIES VERZOEKT , OF

II)HET ORGAAN DAT AAN DE BETROKKENE PRESTATIES VERSCHULDIGD IS OF ZOU ZIJN INDIEN HIJ OF EEN OF MEER VAN ZIJN GEZINSLEDEN WOONDEN OP HET GRONDGEBIED VAN DE LID-STAAT , WAAROP ZICH DIT ORGAAN BEVINDT , OF

III)HET DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT VAN DE BETROKKEN LID-STAAT AANGEWEZEN ORGAAN ' ' .

10 DEZE OMSCHRIJVING MOET IN HET KADER VAN ARTIKEL 18 , LID 1 , WORDEN TOEGEPAST IN HET LICHT VAN DE ALGEMENE REGEL VAN ARTIKEL 13 VAN VERORDENING NR . 1408/71 , INZAKE DE VASTSTELLING VAN DE TOE TE PASSEN WETGEVING . ARTIKEL 13 , LID 1 , BEVAT HET BEGINSEL , DAT ' ' DE WERKNEMER OP WIE DEZE VERORDENING VAN TOEPASSING IS , SLECHTS AAN DE WETGEVING VAN EEN ENKELE LID-STAAT ONDERWORPEN IS ' ' ; ARTIKEL 13 , LID 2 , SUB A , BEPAALT DAT ' ' OP DE WERKGEVER DIE WERKZAAM IS OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LID-STAAT , DE WETGEVING VAN DIE STAAT VAN TOEPASSING IS ZELFS INDIEN HIJ OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT WOONT ' ' .

11 KRACHTENS DEZE BEPALING , EN BIJ GEBREKE VAN ANDERSLUIDENDE BEPALINGEN DIE IN HET BIJZONDER BETREKKING HEBBEN OP UITKERINGEN ALS DE ONDERHAVIGE , IS DERHALVE ALLEEN DE WETTELIJKE REGELING VAN DE LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER WERKZAAM IS , VAN TOEPASSING . HOEWEL GENOEMDE BEPALING NIET UITDRUKKELIJK HET GEVAL NOEMT VAN EEN WERKNEMER DIE NIET WERKZAAM IS OP HET OGENBLIK WAAROP HIJ EEN ZIEKTEUITKERING AANVRAAGT , MOET ZIJ ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT ZIJ IN VOORKOMEND GEVAL VERWIJST NAAR DE WETTELIJKE REGELING VAN DE STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER LAATSTELIJK TEWERKGESTELD WAS .

12 NU INGEVOLGE ARTIKEL 13 , LID 2 , SUB A , SLECHTS EEN WETGEVING VAN TOEPASSING IS , MOETEN VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 18 , LID 1 , DE ORGANEN VAN EEN LID-STAAT , TE WETEN DE LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER WERKZAAM IS OF LAATSTELIJK WERKZAAM WAS , BEVOEGD WORDEN GEACHT . DEZE CONCLUSIE WORDT OVERIGENS BEVESTIGD DOOR ARTIKEL 16 VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 TOT VASTSTELLING VAN DE WIJZE VAN TOEPASSING VAN VERORDENING NR . 1408/71 ( PB L 74 VAN 1972 , BLZ . 1 ), BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE BEPALINGEN INZAKE ZIEKTE , INZONDERHEID ARTIKEL 18 VAN VERORDENING NR . 1408/71 . WAAR GENOEMD ARTIKEL 16 BEPAALT , DAT EEN VERKLARING BETREFFENDE DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING DIE EERDER ZIJN VERVULD KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN ANDERE LID-STATEN , MOET WORDEN AFGEGEVEN DOOR HET ORGAAN OF DE ORGANEN VAN DE LID-STAAT AAN DE WETTELIJKE REGELING WAARVAN DE WERKNEMER TEVOREN ONDERWORPEN IS GEWEEST , EN MOET WORDEN OVERGELEGD AAN HET BEVOEGDE ORGAAN , GAAT DEZE BEPALING KENNELIJK UIT VAN HET BEGINSEL , DAT HET ORGAAN OF DE ORGANEN VAN DE LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER WERKZAAM IS OF LAATSTELIJK WERKZAAM IS GEWEEST , BIJ UITSLUITING BEVOEGD ZIJN TOT SAMENTELLING VAN DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING .

13 OP DE EERSTE DRIE VRAGEN VAN DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER MOET DERHALVE WORDEN GEANTWOORD , DAT ALLEEN HET BEVOEGDE ORGAAN OF DE BEVOEGDE ORGANEN VAN DE LID-STAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER WERKZAAM IS OF LAATSTELIJK WERKZAAM IS GEWEEST , INGEVOLGE ARTIKEL 18 VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VAN 14 JUNI 1971 BEVOEGD ZIJN TOT SAMENTELLING VAN DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING , EN DAT ALLEEN DE WETGEVING VAN DIE LID-STAAT KRACHTENS ARTIKEL 13 , LID 2 , SUB A , VAN DEZE VERORDENING VAN TOEPASSING IS TER ZAKE VAN ZIEKTEUITKERINGEN .

INVALIDITEITSUITKERINGEN

14 MET DE VIERDE VRAAG WENST DE VERWIJZENDE RECHTER TE VERNEMEN OF EEN LID-STAAT INVALIDITEITSUITKERINGEN DIE KRACHTENS ZIJN WETGEVING VERSCHULDIGD ZIJN NA EEN TIJDVAK VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID WAARIN DE WERKNEMER UITKERINGEN WEGENS DIE ONGESCHIKTHEID HEEFT GENOTEN , DAARONDER BEGREPEN UITKERINGEN UIT EEN ANDERE LID-STAAT , DIE KRACHTENS ARTIKEL 40 , LID 3 , VAN DEZE VERORDENING IN AANMERKING MOETEN WORDEN GENOMEN , OP GROND VAN ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 RECHTSGELDIG KAN VERLAGEN .

15 DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER VERWIJST IN VERBAND MET DEZE VRAAG NAAR HET ARREST VAN 21 OKTOBER 1975 ( ZAAK 24/75 , PETRONI , JURISPR . 1975 , BLZ . 1149 ), WAARIN HET HOF OVERWOOG DAT ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 ONVERENIGBAAR IS MET ARTIKEL 51 EEG-VERDRAG , VOOR ZOVER HET CUMULATIE VAN TWEE IN VERSCHILLENDE LID-STATEN VERKREGEN UITKERINGEN BEPERKT DOOR VERLAGING VAN HET BEDRAG VAN EEN UITSLUITEND ONDER DE NATIONALE WETGEVING VERKREGEN UITKERING .

16 AANGENOMEN ZELFS DAT AAN DE MEDISCHE VOORWAARDEN VAN DE BRITSE WETTELIJKE REGELING IS VOLDAAN , BLIJKENS DE VERWIJZINGSBESCHIKKING BESTAAT IN CASU GEEN AANSPRAAK OP EEN INVALIDITEITSUITKERING KRACHTENS DE ENKELE WETTELIJKE REGELING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK , DAAR COPPOLA NIET GEDURENDE EEN TIJDVAK VAN 168 DAGEN EEN BRITSE ZIEKTEUITKERING HEEFT GENOTEN , DE VOORWAARDE WAARVAN DIE WETTELIJKE REGELING HET RECHT OP EEN INVALIDITEITSUITKERING AFHANKELIJK STELT . TEN AANZIEN VAN EEN WETTELIJKE REGELING WAARBIJ EVENWEL DE TOEKENNING VAN EEN INVALIDITEITSUITKERING AFHANKELIJK WORDT GESTELD VAN DE VOORWAARDE DAT DE BETROKKENE GEDURENDE EEN BEPAALD TIJDVAK UITKERINGEN WEGENS ZIEKTE HEEFT ONTVANGEN , BEPAALT ARTIKEL 40 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 , DAT WANNEER EEN WERKNEMER OP WIE EEN DERGELIJKE WETTELIJKE REGELING VAN TOEPASSING IS GEWEEST , WORDT GETROFFEN DOOR ARBEIDSONGESCHIKTHEID MET DAAROP VOLGENDE INVALIDITEIT , TERWIJL DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN ANDERE LID-STAAT OP HEM VAN TOEPASSING IS , REKENING WORDT GEHOUDEN MET ELK TIJDVAK WAAROVER HIJ OP GROND VAN DE WETTELIJKE REGELING VAN DE TWEEDE LID-STAAT VOOR DEZE ARBEIDSONGESCHIKTHEID OF VOOR DE DAAROP VOLGENDE INVALIDITEIT GELDELIJKE UITKERINGEN WEGENS ZIEKTE HEEFT ONTVANGEN , ZIJN LOON HEEFT GENOTEN OF INVALIDITEITSUITKERINGEN HEEFT ONTVANGEN . MITSDIEN ZOU COPPOLA ENKEL KRACHTENS DEZE BEPALING RECHT KUNNEN HEBBEN OP EEN BRITSE INVALIDITEITSUITKERING .

17 HET RECHT OP INVALIDITEITSUITKERINGEN DAT KAN VOORTVLOEIEN UIT DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 40 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 , IS NIET EEN RECHT DAT DE WERKNEMER UITSLUITEND KRACHTENS DE NATIONALE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT TOEKOMT . HET IS EEN RECHT DAT HEM , OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT , TOEKOMT OP GROND DAT KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN ANDERE LID-STAAT VERVULDE TIJDVAKKEN IN AANMERKING WORDEN GENOMEN . INDIEN DERHALVE IN EEN DERGELIJK GEVAL DE DOOR EEN DER BEVOEGDE ORGANEN TOEGEKENDE UITKERING IN VOORKOMEND GEVAL OP GROND VAN ARTIKEL 46 , LID 3 , WORDT VERLAAGD , IS ZULKS NIET IN STRIJD MET DE ARTIKELEN 48 TOT EN MET 51 EEG-VERDRAG .

18 DE GESTELDE VRAAG MOET DERHALVE ALDUS WORDEN BEANTWOORD , DAT DE INVALIDITEITSUITKERINGEN DIE KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT VERSCHULDIGD ZIJN NA EEN TIJDVAK VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID WAARIN DE WERKNEMER UITKERINGEN WEGENS DIE ARBEIDSONGESCHIKTHEID HEEFT ONTVANGEN , DAARONDER BEGREPEN UITKERINGEN UIT EEN ANDERE LID-STAAT , DIE KRACHTENS ARTIKEL 40 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 IN AANMERKING MOETEN WORDEN GENOMEN , IN VOORKOMEND GEVAL OP GROND VAN ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN GENOEMDE VERORDENING RECHTSGELDIG KUNNEN WORDEN VERLAAGD .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

19 DE KOSTEN DOOR DE RAAD EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( DERDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE SOCIAL SECURITY COMMISSIONER GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . ALLEEN DE WETGEVING VAN DE LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE WERKNEMER WERKZAAM IS OF LAATSTELIJK WERKZAAM IS GEWEEST , IS KRACHTENS ARTIKEL 13 , LID 2 , SUB A , VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VAN 14 JUNI 1971 VAN TOEPASSING TER ZAKE VAN ZIEKTEUITKERINGEN . HET BEVOEGDE ORGAAN OF DE BEVOEGDE ORGANEN VAN DIE LID-STAAT ZIJN INGEVOLGE ARTIKEL 18 VAN GENOEMDE VERORDENING BEVOEGD TOT SAMENTELLING VAN DE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING .

2 . DE INVALIDITEITSUITKERINGEN DIE KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT VERSCHULDIGD ZIJN NA EEN TIJDVAK VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID WAARIN DE WERKNEMER UITKERINGEN WEGENS DIE ARBEIDSONGESCHIKTHEID HEEFT ONTVANGEN , DAARONDER BEGREPEN UITKERINGEN UIT EEN ANDERE LID-STAAT , DIE KRACHTENS ARTIKEL 40 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 IN AANMERKING MOETEN WORDEN GENOMEN , KUNNEN IN VOORKOMEND GEVAL OP GROND VAN ARTIKEL 46 , LID 3 , VAN GENOEMDE VERORDENING RECHTSGELDIG WORDEN VERLAAGD .

Top