EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61982CJ0076

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 december 1982.
Salvatore Malfitano tegen Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekeringen (RIZIV).
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Arbeidsrechtbank te Charleroi - België.
Sociale zekerheid - Tijdvakken van verzekering.
Zaak 76/82.

European Court Reports 1982 -04309

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1982:424

61982J0076

ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 9 DECEMBER 1982. - SALVATORE MALFITANO TEGEN RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE - EN INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV). - (" SOCIALE ZEKERHEID - TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING OF VAN WONEN VAN MINDER DAN EEN JAAR "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE ARBEIDSRECHTBANK TE CHARLEROI). - ZAAK NO. 76/82.

Jurisprudentie 1982 bladzijde 04309


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS - INVALIDITEITSVERZEKERING - ONTSTAAN VAN RECHT OP UITKERINGEN - VOORWAARDEN - INAANMERKINGNEMING VAN TIJDVAK VAN WONEN IN EEN LID-STAAT - DAARVOOR IN AANMERKING KOMENDE LID-STATEN

( VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD , ARTIKEL 48 , LID 1 )

2 . SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS - INVALIDITEITSVERZEKERING - ONTSTAAN VAN RECHT OP UITKERINGEN - VOORWAARDEN - VERVULLING VAN DOOR NATIONALE WETGEVING VOORGESCHREVEN MINIMUMWACHTTIJD - RECHT OP UITKERINGEN NIET AFHANKELIJK VAN BEZIT VAN HOEDANIGHEID VAN VERZEKERDE OP TIJDSTIP VAN INTREDING VAN RISICO

( VERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD , ARTIKEL 48 , LID 1 )

Samenvatting


1 . BIJ DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 WORDT SLECHTS REKENING GEHOUDEN MET DE DUUR VAN HET WONEN IN EEN LID-STAAT , WANNEER DE WETTELIJKE REGELING VAN DIE LID-STAAT HET RECHT OP INVALIDITEITSUITKERINGEN AFHANKELIJK STELT VAN DE VERVULLING VAN TIJDVAKKEN VAN WONEN .

2.ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD DAT ZELFS AL BEDRAAGT HET DOOR EEN WERKNEMER IN EEN LID-STAAT VERVULDE VERZEKERINGSTIJDVAK MINDER DAN EEN JAAR , HET BEVOEGDE ORGAAN VAN DIE LID-STAAT VERPLICHT IS INVALIDITEITSUITKERINGEN TOE TE KENNEN INDIEN DE WERKNEMER DE MINIMUMWACHTTIJD HEEFT VERVULD DIE DE NATIONALE WETGEVING VOOR HET ONTSTAAN VAN HET RECHT VOORSCHRIJFT . HET BEVOEGDE ORGAAN KAN TEGENOVER EEN WERKNEMER DIE DE MINIMUMWACHTTIJD HEEFT VERVULD , GEEN BEROEP DOEN OP EEN BEPALING VAN NATIONAAL RECHT WAARBIJ HET RECHT OP UITKERINGEN AFHANKELIJK IS GESTELD VAN DE VOORWAARDE DAT MEN IN DIE LID-STAAT MOET ZIJN VERZEKERD OP HET TIJDSTIP DAT HET RISICO INTREEDT .

Partijen


IN ZAAK 76/82 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE ARBEIDSRECHTBANK TE CHARLEROI , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

SALVATORE MALFITANO , TE LICATA ( ITALIE ),

EN

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING ( RIZIV ), TE BRUSSEL ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VONNIS VAN 8 FEBRUARI 1982 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 23 FEBRUARI 1982 , HEEFT DE ARBEIDSRECHTBANK TE CHARLEROI KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 .

2 DEZE VRAAG IS GEREZEN IN HET KADER VAN EEN GEDING TUSSEN DE HEER MALFITANO , EEN THANS IN ITALIE WONENDE ITALIAAN , EN HET RIZIV , HET BEVOEGDE BELGISCHE ORGAAN INZAKE ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING . VERZOEKER IN HET HOOFDGEDING , DIE INVALIDE IS VERKLAARD EN OP GROND VAN DE ITALIAANSE REGELING UITKERINGEN ONTVANGT , VORDERT EEN INVALIDITEITSPENSIOEN PRO RATA PARTE OP GROND VAN DE BELGISCHE REGELING . DEZE AANVRAAG WERD AFGEWEZEN OMDAT DE TOTALE DUUR VAN DE TIJDVAKKEN VAN AANSLUITING VAN MALFITANO BIJ DE BELGISCHE ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING MINDER BEDROEG DAN HET IN ARTKEL 48 , LID 1 , VAN VOORMELDE VERORDENING VASTGESTELDE TIJDVAK VAN EEN JAAR .

3 VOOR DE ARBEIDSRECHTBANK TE CHARLEROI BETWISTTE MALFITANO DE WEIGERING OM HET GEVRAAGDE PENSIOEN TOE TE KENNEN . IN EEN EERSTE VONNIS OVERWOOG DE VERWIJZENDE RECHTBANK DAT VOORMELD ARTIKEL TWEE CUMULATIEVE VOORWAARDEN VOOR HET RECHT OP UITKERINGEN BEVAT , NAMELIJK EEN JAAR VAN VERZEKERING OF VAN WONEN EN HET VOLBRENGEN VAN DE DOOR DE TOEPASSELIJKE WET OPGELEGDE WACHTTIJD . ZIJ VROEG ZICH AF WELKE BETEKENIS IN DE BELGISCHE REGELING WORDT GEHECHT AAN DE VOORWAARDE BETREFFENDE HET INGEZETENSCHAP EN BEVAL DE HEROPENING VAN DE MONDELINGE BEHANDELING OM HET RIZIV DE GELEGENHEID TE GEVEN HIEROVER EEN STANDPUNT IN TE NEMEN .

4 VERVOLGENS BESLOOT DE RECHTBANK HAAR UITSPRAAK AAN TE HOUDEN EN DE VOLGENDE PREJUDICIELE VRAAG TE STELLEN :

' ' NU VOLGENS DE BELGISCHE WETGEVING INZAKE DE VERPLICHTE ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING HET INGEZETENSCHAP NIET VOLSTAAT VOOR DE VERKRIJGING VAN UITKERINGEN OF VAN DE HOEDANIGHEID VAN GERECHTIGDE , MOET ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 DAN ALDUS WORDEN VERSTAAN DAT , INDIEN EEN TIJDVAK VAN VERZEKERING OF WONEN OP HET BELGISCHE GRONDGEBIED KORTER IS DAN EEN JAAR , DOCH HET RECHT OP UITKERINGEN ONTSTAAT DOOR HET VERVULLEN VAN DE VERPLICHTE WACHTTIJD , HET BEVOEGDE ORGAAN GEHOUDEN IS VOOR DAT TIJDVAK UITKERINGEN TOE TE KENNEN?

' '

5 DEZE VRAAG VALT UITEEN IN TWEE DELEN . DE RECHTBANK WIL IN DE EERSTE PLAATS VERNEMEN IN HOEVERRE HET BEGRIP ' ' TIJDVAK VAN WONEN ' ' RELEVANT IS VOOR HET TE WIJZEN VONNIS .

6 TER BEANTWOORDING VAN DIT ONDERDEEL VAN DE VRAAG ZIJ EROP GEWEZEN DAT HET BEGRIP ' ' TIJDVAK VAN WONEN ' ' IN VERORDENING NR . 1408/71 IS OPGENOMEN TEN TIJDE VAN DE TOETREDING TOT DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VAN EEN AANTAL LID-STATEN , WIER STELSEL VAN INVALIDITEITSVERZEKERING DE TOEKENNING EN HET BEDRAG VAN DE UITKERINGEN AFHANKELIJK STELT VAN DE VERVULLING VAN TIJDVAKKEN VAN WONEN . DIT BEGRIP IS ENKEL VAN TOEPASSING OP STELSELS WAARIN DE VERVULLING VAN DERGELIJKE PERIODES VOORWAARDE IS VOOR DE TOEKENNING VAN UITKERINGEN OF DE VERKRIJGING VAN DE HOEDANIGHEID VAN RECHTHEBBENDE . VASTSTAAT DAT HET INGEZETENSCHAP NAAR BELGISCH RECHT GEEN VOORWAARDE IS VOOR HET ONTSTAAN VAN HET RECHT OP UITKERINGEN , NOCH VOOR DE VERKRIJGING VAN DE HOEDANIGHEID VAN RECHTHEBBENDE . IN ZOVERRE EEN TIJDVAK VAN WONEN DEZE FUNCTIE IN DE BELGI SCHE WETTELIJKE REGELING NIET KAN VERVULLEN , DIENT HET BIJ DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 48 , LID 1 , BUITEN BESCHOUWING TE BLIJVEN .

7 HET TWEEDE ONDERDEEL VAN DE VRAAG HEEFT BETREKKING OP DE UITLEGGING VAN VOORMELD ARTIKELLID , INGEVAL EEN WERKNEMER - ZOALS IN CASU - NIET HET EENJARIGE TIJDVAK VAN VERZEKERING OF VAN WONEN HEEFT VERVULD , DOCH WEL DE WACHTTIJD HEEFT VOLBRACHT DIE DE NATIONALE WETGEVING VOOR HET ONTSTAAN VAN HET RECHT OP UITKERINGEN VOORSCHRIJFT .

8 INGEVOLGE ARTIKEL 48 , LID 1 , IS HET BEVOEGDE ORGAAN VAN EEN LID-STAAT NIET VERPLICHT AAN EEN MIGRERENDE WERKNEMER INVALIDITEITSUITKERINGEN TOE TE KENNEN , INDIEN TEN EERSTE DE TOTALE DUUR DER KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT VERVULDE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING MINDER DAN EEN JAAR BEDRAAGT , EN TEN TWEEDE , UITSLUITEND REKENING HOUDENDE MET DEZE TIJDVAKKEN , GEEN ENKEL RECHT OP UITKERINGEN KRACHTENS DIE WETTELIJKE REGELING BESTAAT .

9 VASTSTAAT DAT DE TOTALE DUUR VAN DE DOOR MALFITANO KRACHTENS DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING VERVULDE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING MINDER DAN EEN JAAR BEDRAAGT . HET STAAT DAN OOK AAN DE VERWIJZENDE RECHTER OM NA TE GAAN OF MALFITANO KRACHTENS DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING EEN RECHT OP UITKERINGEN HEEFT VERWORVEN , IN WELK GEVAL HET BEVOEGDE ORGAAN VERPLICHT ZAL ZIJN HEM OVEREENKOMSTIG DE VERORDENING BEREKENDE UITKERINGEN TOE TE KENNEN .

10 IN DIT VERBAND STELT HET RIZIV DAT DE VRAAG OF DE WERKNEMER KRACHTENS DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING EEN RECHT OP UITKERINGEN HEEFT VERWORVEN , MOET WORDEN ONDERZOCHT OP HET OGENBLIK WAAROP HET VERZEKERD RISICO INTREEDT . MET NAME MOET DE WERKNEMER GEDURENDE DE ZES MAANDEN VOOR HET INTREDEN VAN HET RISICO EEN VERZEKERINGSTIJDVAK MET TEN MINSTE 120 ARBEIDS- OF DAARMEE GELIJKGESTELDE DAGEN HEBBEN VERVULD EN MAG HIJ DE HOEDANIGHEID VAN VERPLICHT VERZEKERDE IN DE ZIN VAN DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING NIET MEER DAN EEN MAAND VOOR HET BEGIN VAN DE ARBEIDSONGESCHIKTHEID HEBBEN VERLOREN . MALFITANO ZOU OP EEN BEPAALD OGENBLIK AAN DEZE VOORWAARDEN HEBBEN VOLDAAN , MAAR NOG VOOR HIJ BELGIE VERLIET DEED HIJ DAT NIET MEER , DOORDAT HIJ GEDURENDE EEN BEPAALDE PERIODE NIET WAS VERZEKERD .

11 HET HOF IS NIET BEVOEGD , DE NATIONALE WETTELIJKE REGELING TE INTERPRETEREN OF OP HET ONDERHAVIGE GEVAL TOE TE PASSEN . TEN EINDE DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE DIE MOET UITMAKEN OF MALFITANO AL DAN NIET EEN RECHT OP INVALIDITEITSUITKERINGEN IN DE ZIN VAN DE VERORDENING HEEFT VERWORVEN , EEN ZINVOL ANTWOORD TE GEVEN , DIENT EROP GEWEZEN DAT DE STELLING VAN HET RIZIV NIET OVEREENSTEMT MET DE STREKKING VAN VERORDENING NR . 1408/71 . DEZE IS EROP GERICHT UITVOERING TE GEVEN AAN ARTIKEL 51 EEG-VERDRAG DOOR DE INVOERING VAN EEN STELSEL DAT DE MIGRERENDE WERKNEMER DE ZEKERHEID BIEDT , DAT VOOR HET ONTSTAAN EN HET BEHOUD VAN HET RECHT OP UITKERINGEN ALSMEDE VOOR DE BEREKENING VAN HET BEDRAG HIERVAN , REKENING WORDT GEHOUDEN MET ALLE ONDER DE VERSCHILLENDE NATIONALE REGELINGEN VERVULDE TIJDVAKKEN .

12 DE PRO RATA-REGELING IN VERORDENING NR . 1408/71 BEOOGT TE VOORKOMEN DAT EEN MIGRERENDE WERKNEMER DIE GEBRUIK MAAKT VAN ZIJN RECHT OP VRIJ VERKEER BINNEN DE GEMEENSCHAP , INGEVOLGE DE VERSCHILLEN TUSSEN DE SOCIALE-ZEKERHEIDSSTELSELS VAN DE LID-STATEN ZIJN RECHTEN ZOU KUNNEN VERLIEZEN .

13 HET STEMT NIET MET DE DOELSTELLINGEN VAN ARTIKEL 51 VAN HET VERDRAG OVEREEN DAT EEN NATIONALE INSTANTIE AAN EEN MIGREREND WERKNEMER DIE HET MINIMUMTIJDVAK VAN VERZEKERING VOOR HET ONTSTAAN VAN HET RECHT OP UITKERINGEN HEEFT VERVULD , ZOU KUNNEN TEGENWERPEN DAT HIJ VOLGENS DE NATIONALE WETTELIJKE REGELING VAN DE BETROKKEN LID-STAAT NIET MEER WAS VERZEKERD , TOEN HIJ VAN ZIJN RECHT OP VRIJ VERKEER BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT GEBRUIK MAAKTE .

14 HET BEGRIP RECHT OP UITKERINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 48 , LID 1 , DIENT BIJGEVOLG ALDUS TE WORDEN VERSTAAN DAT DAARONDER OOK ZIJN BEGREPEN DE RECHTEN DIE EEN WERKNEMER HEEFT VERWORVEN IN HET KADER VAN EEN VERZEKERINGSSTELSEL WAARIN DE VERPLICHTINGEN VAN DE VERZEKERAAR PAS GESTALTE KRIJGEN BIJ HET INTREDEN VAN EEN ONZEKERE GEBEURTENIS . WANNEER DE WERKNEMER DIT RECHT ONDER DE IN HET NATIONALE RECHT GESTELDE VOORWAARDEN EENMAAL HEEFT VERWORVEN , WORDT KRACHTENS VERORDENING NR . 1408/71 TE ZIJNEN GUNSTE BLIJVEND REKENING GEHOUDEN MET DE ONDER EEN DERGELIJK STELSEL VERVULDE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING , OOK AL KENT DE NATIONALE WETTELIJKE REGELING HEM UIT HOOFDE DAARVAN GEEN RECHTEN MEER TOE BIJ HET INTREDEN VAN HET RISICO .

15 OM UIT TE MAKEN OF EEN WERKNEMER KRACHTENS DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING RECHT OP UITKERINGEN IN DE ZIN VAN VERORDENING NR . 1408/71 HEEFT VERWORVEN , ZAL DE VERWIJZENDE RECHTBANK DUS MOETEN NAGAAN OF HIJ DE IN DIE REGELING VOORGESCHREVEN WACHTTIJD HEEFT VOLBRACHT .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

16 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( DERDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE ARBEIDSRECHTBANK TE CHARLEROI BIJ VONNIS VAN 8 FEBRUARI 1982 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . BIJ DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 WORDT SLECHTS REKENING GEHOUDEN MET DE DUUR VAN HET WONEN IN EEN LID-STAAT , WANNEER DE WETTELIJKE REGELING VAN DIE LID-STAAT HET RECHT OP INVALIDITEITSUITKERINGEN AFHANKELIJK STELT VAN DE VERVULLING VAN TIJDVAKKEN VAN WONEN .

2.ARTIKEL 48 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1408/71 MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD DAT ZELFS AL BEDRAAGT HET DOOR EEN WERKNEMER VERVULDE VERZEKERINGSTIJDVAK MINDER DAN EEN JAAR , HET BEVOEGDE ORGAAN VAN EEN LID-STAAT VERPLICHT IS INVALIDITEITSUITKERINGEN TOE TE KENNEN INDIEN DE WERKNEMER DE MINIMUMWACHTTIJD HEEFT VERVULD DIE DE NATIONALE WETGEVING VOOR HET ONTSTAAN VAN HET RECHT VOORSCHRIJFT .

3.HET BEVOEGDE ORGAAN KAN TEGENOVER EEN WERKNEMER DIE DE MINIMUMWACHTTIJD HEEFT VERVULD , GEEN BEROEP DOEN OP EEN BEPALING VAN NATIONAAL RECHT WAARBIJ HET RECHT OP UITKERINGEN AFHANKELIJK IS GESTELD VAN DE VOORWAARDE DAT MEN IN DIE LID-STAAT MOET ZIJN VERZEKERD OP HET TIJDSTIP DAT HET RISICO INTREEDT .

Top