EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61980CJ0208

Arrest van het Hof van 15 september 1981.
Rt. Hon. Lord Bruce of Donington tegen Eric Gordon Aspden.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Commissioners for the Special Purposes of the Income Tax Acts - Verenigd Koninkrijk.
Europees Parlement - Nationale belastingen over de aan Parlementsleden uitgekeerde vergoedingen.
Zaak 208/80.

European Court Reports 1981 -02205

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1981:194

61980J0208

ARREST VAN HET HOF VAN 15 SEPTEMBER 1981. - LORD BRUCE OF DONINGTON TEGEN ERIC GORDON ASPDEN. - (" EUROPEES PARLEMENT - NATIONALE BELASTINGEN OVER DE AAN PARLEMENTSLEDEN UITGEKEERDE VERGOEDINGEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE COMMISSIONERS FOR THE SPECIAL PURPOSES OF THE INCOME TAX ACTS). - ZAAK NO. 208/80.

Jurisprudentie 1981 bladzijde 02205
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00605


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - LEDEN VAN EUROPEES PARLEMENT - VASTE REIS- EN VERBLIJFSVERGOEDINGEN , BETAALD UIT GEMEENSCHAPSMIDDELEN - RECHT VAN LID-STATEN DEZE TE BELASTEN - GRENZEN - VASTE VERGOEDINGEN DIE GEDEELTELIJK BEZOLDIGING VORMEN - COMMUNAUTAIRE BEOORDELINGSCRITERIA

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 5 ; PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , ARTIKEL 8 , EERSTE ALINEA )

Samenvatting


DE LID-STATEN DIE BIJ DE HUIDIGE STAND VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT GERECHTIGD ZIJN , EVENTUELE INKOMSTEN VAN DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT UIT DE UITOEFENING VAN HUN MANDAAT TE BELASTEN , MOETEN DIE BEPERKINGEN IN ACHT NEMEN DIE OP HEN WERDEN GELEGD BIJ MET NAME ARTIKEL 5 EEG-VERDRAG , WAARVAN EEN DER VERPLICHTINGEN IS , GEEN MAATREGELEN TE NEMEN WELKE DE INTERNE GANG VAN ZAKEN VAN DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP VERGEMAKKELIJKEN , ALSMEDE BIJ ARTIKEL 8 , EERSTE ALINEA , VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , INGEVOLGE HETWELK HET DE LID-STATEN VERBODEN IS , DE BEWEGINGSVRIJHEID VAN DE LEDEN VAN HET PARLEMENT OP ENIGERLEI WIJZE - ONDER MEER DOOR HUN FISCALE PRAKTIJK - DOOR VOORSCHRIFTEN VAN BESTUURSRECHTELIJKE AARD TE BEPERKEN .

DE NATIONALE AUTORITEITEN ZIJN DUS GEHOUDEN , HET ALS MAATREGEL VAN INTERNE ORGANISATIE VASTGESTELDE BESLUIT VAN HET PARLEMENT - WAARVAN DE VASTSTELLING OP ZIJN WEG LIGT - OM ZIJN LEDEN HUN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN FORFAITAIR TE VERGOEDEN , TE EERBIEDIGEN . VOOR ZOVER HET FORFAITAIRE BEDRAG VAN DE VERGOEDINGEN ECHTER BUITENSPORIG ZOU ZIJN EN HET IN WERKELIJKHEID GEDEELTELIJK OM EEN VERKAPTE BEZOLDIGING EN NIET OM EEN VERGOEDING VAN KOSTEN ZOU GAAN , ZIJN DE LID-STATEN GERECHTIGD OVER EEN DERGELIJKE BEZOLDIGING NATIONALE INKOMSTENBELASTING TE HEFFEN .

DERHALVE VERBIEDT HET GEMEENSCHAPSRECHT NATIONALE BELASTINGEN TE HEFFEN OVER DE BEDRAGEN DIE , IN DE VORM VAN EEN FORFAIT , DOOR HET EUROPEES PARLEMENT UIT DE GEMEENSCHAPSMIDDELEN AAN ZIJN LEDEN WORDEN BETAALD ALS VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN , TENZIJ OVEREENKOMSTIG HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDT AANGETOOND DAT DIE FORFAITAIRE VERGOEDINGEN GEDEELTELIJK EEN BEZOLDIGING VORMT .

Partijen


IN ZAAK 208/80 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EN ARTIKEL 30 VAN HET VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , VAN DE COMMISSIONERS FOR THE SPECIAL PURPOSES OF THE INCOME TAX ACTS ( ' ' SPECIAL COMMISSIONERS ' ' ), IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

LORD BRUCE OF DONINGTON

EN

ERIC GORDON ASPDEN ( HER MAJESTY ' S INSPECTOR OF TAXES ),

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ENIGE VOORSCHRIFTEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT , MET NAME ARTIKEL 142 EEG-VERDRAG EN ARTIKEL 8 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , ALS BIJLAGE GEHECHT AAN HET VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , IN VERBAND MET DE HEFFING VAN NATIONALE BELASTINGEN OVER DE DOOR HET EUROPEES PARLEMENT AAN ZIJN LEDEN UITGEKEERDE KOSTEN EN VERGOEDINGEN ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 5 NOVEMBER 1979 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 23 OKTOBER 1980 , HEBBEN DE COMMISSIONERS FOR THE SPECIAL PURPOSES OF THE INCOME TAX ACTS VAN HET VERENIGD KONINKRIJK ( HIERNA : ' ' SPECIAL COMMISSIONERS ' ' ) KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG EN ARTIKEL 30 VAN HET VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN VERSCHEIDENE BEPALINGEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT , MET NAME ARTIKEL 142 EEG-VERDRAG EN ARTIKEL 8 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , GEHECHT AAN HET VERDRAG TOT INSTELLING VAN EEN RAAD EN EEN COMMISSIE WELKE DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEMEEN HEBBEN , TENEINDE TE BEOORDELEN OF HET BELASTEN VAN DE DOOR HET EUROPEES PARLEMENT AAN ZIJN LEDEN UITGEKEERDE REIS- EN VERBLIJFSVERGOEDINGEN DOOR DE NATIONALE BELASTINGDIENSTEN VERENIGBAAR IS MET HET GEMEENSCHAPSRECHT .

2 DEZE VRAAG IS GEREZEN IN EEN GESCHIL TUSSEN LORD BRUCE OF DONINGTON - VAN 30 JULI 1975 TOT DE VERKIEZING VAN HET EUROPEES PARLEMENT DOOR MIDDEL VAN RECHTSTREEKSE ALGEMENE VERKIEZINGEN LID VAN HET EUROPEES PARLEMENT , AANGEWEZEN DOOR HET HOUSE OF LORDS VAN HET VERENIGD KONINKRIJK - EN HER MAJESTY ' S INSPECTOR OF TAXES , IN HET VERENIGD KONINKRIJK BELAST MET DE VASTSTELLING VAN DE AANSLAGEN VOOR DE INKOMSTENBELASTING . HET GESCHIL BETREFT DE BELASTINGAANSLAG OVER DE REIS- EN VERBLIJFSVERGOEDINGEN DIE HET EUROPEES PARLEMENT GEDURENDE HET BELASTINGJAAR 1975/76 AAN LORD BRUCE HEEFT BETAALD TOT DEKKING VAN DE KOSTEN UIT ZIJN DEELNEMING AAN DE VERGADERINGEN EN WERKZAAMHEDEN VAN HET PARLEMENT EN ZIJN ORGANEN , ALSMEDE UIT ANDERE VERPLAATSINGEN IN HET BELANG VAN HET PARLEMENT .

3 KRACHTENS EEN DAARTOE VASTGESTELDE REGELING KENDE HET PARLEMENT ZIJN LEDEN REIS- EN VERBLIJFSVERGOEDINGEN TOE , DIE AAN DE HAND VAN EEN KILOMETERTARIEF EN EEN VASTE DAGVERGOEDING WERDEN BEREKEND EN DIE WAREN OPGEVOERD OP DE BEGROTING VAN DE GEMEENSCHAP . VOLGENS DEZE REGELING WAREN DE LEDEN VAN HET PARLEMENT NIET VERPLICHT DAARBIJ HUN WERKELIJKE UITGAVEN AAN TE TONEN .

4 BLIJKENS DE VERWIJZINGSBESCHIKKING WAS DE BELASTINGINSPECTEUR VAN MENING DAT DEZE VERGOEDINGEN INKOMSTEN UIT EEN DOOR LORD BRUCE BEKLEED AMBT WAREN IN DE ZIN VAN DE BRITSE INCOME EN CORPORATION TAXES ACT 1970 , EN STELDE HIJ EEN BELASTINGAANSLAG VAST VOLGENS WELKE LORD BRUCE OVER DEZE VERGOEDINGEN INKOMSTENBELASTING WAS VERSCHULDIGD , BEHOUDENS AFTREK VAN DE ' ' VOLLEDIG , UITSLUITEND EN NOODZAKELIJKERWIJS UIT HOOFDE VAN DE UITOEFENING VAN GENOEMDE WERKZAAMHEDEN ' ' GEDANE UITGAVEN ; KRACHTENS SECTION 189 ( 1 ) VAN DE INCOME EN CORPORATION TAXES ACT 1970 STOND HET AAN LORD BRUCE , DEZE UITGAVEN AAN TE TONEN .

5 DE SPECIAL COMMISSIONERS , BIJ WIE TEGEN DEZE AANSLAG BEROEP IS INGESTELD , HEBBEN BESLIST DAT DE ONDERHAVIGE VERGOEDINGEN KRACHTENS DE BEPALINGEN VAN NATIONAAL RECHT IN BEGINSEL ONDER DE INKOMSTENBELASTING VIELEN . ZIJ ZIJN ECHTER VAN MENING DAT DE OPLOSSING VAN HET GESCHIL AFHANKELIJK IS VAN DE VRAAG OF DEZE INKOMSTEN KRACHTENS HET GEMEENSCHAPSRECHT WAREN VRIJGESTELD VAN NATIONALE INKOMSTENBELASTING .

6 DE SPECIAL COMMISSIONERS HEBBEN DERHALVE HET HOF VAN JUSTITIE EEN PREJUDICIELE VRAAG VOORGELEGD BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT . DEZE VRAAG HOUDT HOOFDZAKELIJK IN OF HET DE LID-STATEN INGEVOLGE EEN VOORSCHRIFT VAN GEMEENSCHAPSRECHT VERBODEN IS , EEN GEDEELTE VAN DE UIT GEMEENSCHAPSMIDDELEN AAN LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT BETAALDE REIS- EN VERBLIJFSVERGOEDINGEN TE BELASTEN .

7 DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK , DE FRANSE REGERING ALSMEDE DE COMMISSIE HEBBEN BETOOGD DAT BIJ GEBREKE VAN UITDRUKKELIJKE BEPALINGEN INZAKE VRIJSTELLING VAN NATIONALE BELASTINGEN IN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN , NIETS EEN LID-STAAT BELET DERGELIJKE BETALINGEN VAN HET PARLEMENT AAN NATIONALE BELASTING TE ONDERWERPEN , DAAR VAN EEN STILZWIJGENDE BELASTINGVRIJSTELLING GEEN SPRAKE KAN ZIJN .

8 LORD BRUCE IS VAN MENING DAT HET BEGINSEL VAN DE SOUVEREINITEIT VAN HET PARLEMENT ( SOVEREIGNITY OF PARLIAMENT ) TEN AANZIEN VAN PROCEDUREAANGELEGENHEDEN EN ZIJN INTERNE BETREKKINGEN MET ZIJN LEDEN - EEN BEGINSEL DAT IS VERVAT IN ARTIKEL 142 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG ALSMEDE IN ARTIKEL 8 , LID 1 , VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , DAT DE BEWEGINGSVRIJHEID DER LEDEN VAN DE VERGADERING WAARBORGT - DE AUTORITEITEN VAN DE LID-STATEN BELET , CONTROLE UIT TE OEFENEN OP DE UITOEFENING VAN DE WERKZAAMHEDEN VAN EEN PARLEMENTSLID , DIENS VERPLAATSINGEN IN VERBAND DAARMEE ALSMEDE DE BETROKKEN UITGAVEN . DE LID-STATEN ZOUDEN DE DAARTOE DOOR HET PARLEMENT VERRICHTE BETALINGEN DUS NIET MOGEN BELASTEN . HET ZOU VOOR HET OVERIGE NIET LOGISCH ZIJN DEZE VERGOEDINGEN AAN INKOMSTENBELASTING TE ONDERWERPEN , TERWIJL DIE WELKE WORDEN BETAALD AAN DE AMBTENAREN EN OVERIGE PERSONEELSLEDEN DER GEMEENSCHAPPEN , MET INBEGRIP VAN DIE VAN HET PARLEMENT , DAARVAN ZIJN VRIJGESTELD KRACHTENS ARTIKEL 13 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN EN ARTIKEL 3 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 260/68 VAN DE RAAD VAN 29 FEBRUARI 1968 TOT VASTSTELLING VAN DE VOORWAARDEN EN DE WIJZE VAN HEFFING VAN DE BELASTING TEN BATE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ( PB L 56 VAN 1968 , BLZ . 8 ).

9 BLIJKENS ZIJN ANTWOORDEN OP DE DOOR HET HOF GESTELDE VRAGEN IS HET EUROPEES PARLEMENT VAN MENING , DAT KRACHTENS HET IN DE ARTIKELEN 142 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG , 112 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG EN 25 , EERSTE ALINEA , EURATOM-VERDRAG VERVATTE BEGINSEL DAT HET EUROPEES PARLEMENT AUTONOOM DE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INTERNE GANG VAN ZAKEN VAN DE INSTELLING KAN VASTSTELLEN - WELKE AUTONOMIE DE LID-STATEN INGEVOLGE ARTIKEL 5 EEG-VERDRAG GEHOUDEN ZIJN TE EERBIEDIGEN - DE NATIONALE FISCALE BEPALINGEN NIET VAN TOEPASSING ZIJN OP BETALINGEN VAN DE GEMEENSCHAP DIE NOODZAKELIJK ZIJN VOOR HET FUNCTIONEREN VAN DE INSTELLING . DIT ZOU EVENEENS VOORTVLOEIEN UIT DE OMSTANDIGHEID DAT HET PARLEMENT EEN ONGELIJKE BEHANDELING VAN DE LEDEN UIT DE VERSCHILLENDE LID-STATEN MOET VOORKOMEN .

10 TER BEANTWOORDING VAN DE DOOR DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE GESTELDE VRAAG DIENT ALLEREERST TE WORDEN VASTGESTELD DAT , ZOALS DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK , DE FRANSE REGERING ALSMEDE DE COMMISSIE TERECHT HEBBEN BEKLEMTOOND , GEEN BEPALING VAN GEMEENSCHAPSRECHT VOORZIET IN EEN VRIJSTELLING VAN NATIONALE BELASTINGEN TEN GUNSTE VAN DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT .

11 ARTIKEL 13 VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN BEPAALT DAT DE AMBTENAREN EN OVERIGE PERSONEELSLEDEN VAN DE GEMEENSCHAPPEN ' ' ZIJN VRIJGESTELD VAN NATIONALE BELASTINGEN OP DE DOOR DE GEMEENSCHAPPEN BETAALDE SALARISSEN , LONEN EN EMOLUMENTEN ' ' . DIT VOORSCHRIFT MOET WORDEN GELEZEN IN HET LICHT VAN DE EERSTE ALINEA VAN HET ARTIKEL , BEPALENDE DAT DEZE PERSONEELSLEDEN ' ' WORDEN . . . ONDERWORPEN AAN EEN BELASTING TEN BATE VAN DE GEMEENSCHAPPEN OP DE DOOR HEN BETAALDE SALARISSEN , LONEN EN EMOLUMENTEN ' ' . ARTIKEL 13 IS INGEVOLGE DE ARTIKELEN 20 EN 21 VAN HET PROTOCOL EVENEENS VAN TOEPASSING OP DE LEDEN VAN DE COMMISSIE ALSMEDE OP DE RECHTERS , ADVOCATEN-GENERAAL EN DE GRIFFIER VAN HET HOF , INGEVOLGE ARTIKEL 22 VAN HET PROTOCOL OP DE LEDEN VAN DE ORGANEN EN HET PERSONEEL VAN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK , EN INGEVOLGE DE ARTIKELEN 206 , LID 10 , EEG-VERDRAG , 180 , LID 10 , EGKS-VERDRAG EN 78 , LID 10 , EURATOM-VERDRAG , OP DE LEDEN VAN DE REKENKAMER .

12 ONDER DE VOOR DE LEDEN VAN DE VERGADERING IN HOOFDSTUK III VAN BOVENGENOEMD PROTOCOL VOORZIENE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN KOMT GEEN VERGELIJKBARE BEPALING VOOR . DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT , DIE TEN TIJDE VAN DE ONDERHAVIGE FEITEN DOOR DE NATIONALE PARLEMENTEN WERDEN AANGEWEZEN , ONTVINGEN VOOR DE WERKZAAMHEDEN UIT HOOFDE VAN DE UITOEFENING VAN HUN MANDAAT GEEN BEZOLDIGING VAN HET EUROPEES PARLEMENT . DE GELDELIJKE REGELING INZAKE EEN EVENTUELE BEZOLDIGING VOOR HUN WERKZAAMHEDEN UIT HOOFDE VAN DE UITOEFENING VAN HUN MANDAAT WERD , AFGEZIEN VAN DE ONDERHAVIGE VERGOEDINGEN , UITSLUITEND DOOR DE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN BEHEERST . DE GEMEENSCHAPSBELASTING , VOORZIEN IN ARTIKEL 13 , EERSTE ALINEA , VAN BOVENGENOEMD PROTOCOL EN VASTGESTELD BIJ VERORDENING NR . 260/68 VAN DE RAAD , WAS OP HEN NIET VAN TOEPASSING .

13 BIJ GEBREKE VAN ENIGE BEPALING WAARIN VOOR DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EEN BELASTINGVRIJSTELLING WORDT VOORZIEN , ZIJN DE LID-STATEN BIJ DE HUIDIGE STAND VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT GERECHTIGD , EVENTUELE INKOMSTEN VAN DE LEDEN VAN HET PARLEMENT UIT DE UITOEFENING VAN HUN MANDAAT TE BELASTEN . MITSDIEN KAN NIET WORDEN GESTELD DAT ELKE BETALING VAN HET PARLEMENT AAN ZIJN LEDEN UIT GEMEENSCHAPSMIDDELEN IPSO FACTO IS VRIJGESTELD VAN NATIONALE BELASTINGEN .

14 HET GEMEENSCHAPSRECHT LEGT DE LID-STATEN ECHTER BEPERKINGEN OP DIE DEZE BIJ HET VASTSTELLEN VAN BELASTINGVOORSCHRIFTEN VOOR DE LEDEN VAN HET PARLEMENT IN ACHT MOETEN NEMEN . DEZE BEPERKINGEN VLOEIEN MET NAME VOORT UIT ARTIKEL 5 EEG-VERDRAG , OP GROND WAARVAN DE LID-STATEN VERPLICHT ZIJN DE VERVULLING VAN DE TAAK VAN DE GEMEENSCHAP TE VERGEMAKKELIJKEN EN ZICH TE ONTHOUDEN VAN ALLE MAATREGELEN WELKE DE VERWEZENLIJKING VAN DE DOELSTELLINGEN VAN HET VERDRAG IN GEVAAR KUNNEN BRENGEN . HIERTOE BEHOORT DE VERPLICHTING , GEEN MAATREGELEN TE NEMEN WELKE DE INTERNE GANG VAN ZAKEN VAN DE INSTELLING VAN DE GEMEENSCHAP KUNNEN BELEMMEREN . VOORTS IS HET DE LID-STATEN INGEVOLGE ARTIKEL 8 , EERSTE ALINEA VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VERBODEN , DE BEWEGINGSVRIJHEID VAN DE LEDEN VAN HET PARLEMENT OP ENIGERLEI WIJZE - ONDER MEER DOOR HUN FISCALE PRAKTIJK - DOOR VOORSCHRIFTEN VAN BESTUURSRECHTELIJKE AARD TE BEPERKEN .

15 IN DIT VERBAND DIENT IN DE EERSTE PLAATS TE WORDEN OPGEMERKT DAT DE VERGOEDING VAN DOOR DE LEDEN VAN HET PARLEMENT UIT HOOFDE VAN DE UITOEFENING VAN HUN MANDAAT GEMAAKTE REIS- EN VERBLIJFKOSTEN EEN MAATREGEL VAN INTERNE ORGANISATIE IS , BEDOELD OM DE GOEDE WERKING VAN DE INSTELLING TE VERZEKEREN . HET IS NOODZAKELIJK DAT IEDER LID VAN HET PARLEMENT , ONGEACHT ZIJN WOONPLAATS OF DISTRICT EN DE HEM TER BESCHIKKING STAANDE FINANCIELE MIDDELEN , TE ALLEN TIJDE ZONDER FINANCIEEL NADEEL KAN DEELNEMEN AAN ALLE BIJEENKOMSTEN EN WERKZAAMHEDEN VAN HET PARLEMENT EN ZIJN ORGANEN . EEN REGELING ALS DOOR HET PARLEMENT VASTGESTELD MET BETREKKING TOT DE KOSTEN EN VERGOEDINGEN VAN REIS EN VERBLIJF IS DERHALVE EEN MAATREGEL VAN INTERNE ORGANISATIE , WAARVAN DE VASTSTELLING INGEVOLGE DE ARTIKELEN 142 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG , 112 , EERSTE ALINEA , EGKS-VERDRAG EN 25 , EERSTE ALINEA , EURATOM-VERDRAG OP DE WEG LIGT VAN HET PARLEMENT .

16 INDIEN EEN NATIONALE BELASTING OP DE DOOR EEN LID VAN HET PARLEMENT ONTVANGEN VERGOEDINGEN WERD GEHEVEN OVER HET TOTAAL VAN DE ONTVANGEN BEDRAGEN , DUS OOK OVER HET GEDEELTE DAT METTERDAAD NODIG IS OM DE DAADWERKELIJKE UITGAVEN TE DEKKEN , ZOU ZIJ EEN FINANCIELE BELEMMERING VORMEN VOOR DE BEWEGINGSVRIJHEID VAN DE LEDEN VAN HET PARLEMENT , DIE DAN EEN DEEL VAN HUN REIS ZELF ZOUDEN MOETEN BEKOSTIGEN . ER ZIJ OP GEWEZEN DAT DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK NIET HEEFT BETOOGD DAT BELASTING KAN WORDEN GEHEVEN OVER HET GEDEELTE VAN DE VERGOEDING DAT GELIJK IS AAN DE DAADWERKELIJKE UITGAVEN .

17 HET STAAT AAN HET PARLEMENT TE BESLISSEN , WELKE WERKZAAMHEDEN EN REIZEN VAN EEN PARLEMENTSLID NOODZAKELIJK OF NUTTIG ZIJN IN DE UITOEFENING VAN ZIJN FUNCTIE EN WELKE DE DAARAAN VERBONDEN NOODZAKELIJKE OF NUTTIGE KOSTEN ZIJN . DE TER ZAKE AAN HET PARLEMENT MET HET OOG OP ZIJN GOEDE WERKING TOEGEKENDE AUTONOMIE OMVAT TEVENS DE BEVOEGDHEID , DE REIS- EN VERBLIJFKOSTEN VAN ZIJN LEDEN NIET NA OVERLEGGING VAN BEWIJSSTUKKEN VOOR ELKE UITGAVE MAAR VOLGENS EEN FORFAITAIRE REGELING TE VERGOEDEN . HET PARLEMENT HEEFT IN ANTWOORD OP DE VRAGEN VAN HET HOF UITEENGEZET DAT DEZE REGELING IS GEKOZEN IN VERBAND MET HET STREVEN , DE ONKOSTEN EN ADMINISTRATIEVE BELASTING VAN EEN REGELING WAARBIJ ELKE INDIVIDUELE UITGAVE WORDT GECONTROLEERD , TE VERMINDEREN ; BIJGEVOLG IS HIER SPRAKE VAN BEHOORLIJK BESTUUR .

18 DE KREDIETEN DIE HET EUROPEES PARLEMENT TER BESCHIKKING STAAN VOOR DE FORFAITAIRE VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN VAN ZIJN LEDEN , WORDEN JAARLIJKS OP DE BEGROTING VAN DE GEMEENSCHAP OPGEVOERD EN ZIJN ONDERWORPEN AAN DE DOOR HET GEMEENSCHAPSRECHT VOORZIENE BEGROTINGSPROCEDURES . IN DIT KADER DIENT HET BEDRAG VAN DE VERGOEDINGEN AAN DE HAND VAN DE BETROKKEN FINANCIELE BEPALINGEN TE WORDEN ONDERZOCHT .

19 UIT HET VOORGAANDE VOLGT DAT DE NATIONALE AUTORITEITEN GEHOUDEN ZIJN , HET BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT OM ZIJN LEDEN HUN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN FORFAITAIR TE VERGOEDEN , TE EERBIEDIGEN . EEN TER ZAKE DOOR DE NATIONALE BELASTINGDIENSTEN UITGEVOERDE CONTROLE , ZOALS DIE VOORZIEN IN DE BRITSE WETGEVING , ZOU EEN INMENGING VORMEN IN DE INTERNE GANG VAN ZAKEN IN HET PARLEMENT , WAARDOOR DE NATIONALE AUTORITEITEN HUN OORDEEL OVER DE VERGOEDINGSREGELING IN DE PLAATS ZOUDEN STELLEN VAN HET DOOR HET PARLEMENT IN DE UITOEFENING VAN ZIJN BEVOEGDHEDEN GEVORMDE OORDEEL . ZULKS ZOU DE DOELTREFFENDE WERKING VAN HET PARLEMENT KUNNEN BELEMMEREN EN ONVERENIGBAAR ZIJN MET ZIJN AUTONOMIE .

20 DE BELASTINGDIENSTEN MOGEN VAN EEN LID VAN HET EUROPEES PARLEMENT MITSDIEN GEEN DECLARATIES OF BEWIJSSTUKKEN VERLANGEN INZAKE DE IN HET BELANG VAN HET PARLEMENT DAADWERKELIJK GEMAAKTE EN DOOR DEZE INSTELLING VERGOEDE REIS- EN VERBLIJFKOSTEN , AANGEZIEN EEN DERGELIJK VEREISTE NIET VALT TE RIJMEN MET HET FORFAITAIR KARAKTER VAN DE VERGOEDINGEN .

21 OPGEMERKT ZIJ ECHTER DAT DE ALDUS VASTGESTELDE VERGOEDINGEN REDELIJKE GRENZEN , TE STELLEN AAN EEN VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN , NIET MOGEN OVERSCHRIJDEN . VOOR ZOVER HET FORFAITAIRE BEDRAG VAN DE VERGOEDINGEN BUITENSPORIG ZOU ZIJN EN HET IN WERKELIJKHEID GEDEELTELIJK OM EEN VERKAPTE BEZOLDIGING EN NIET OM EEN VERGOEDING VAN KOSTEN ZOU GAAN , ZIJN DE LID-STATEN GERECHTIGD OVER EEN DERGELIJKE BEZOLDIGING NATIONELE INKOMSTENBELASTING TE HEFFEN , AANGEZIEN DE BEZOLDIGING VAN DE LEDEN VAN HET PARLEMENT BIJ DE HUIDIGE STAND VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT GEEN AANGELEGENHEID IS VAN DE COMMUNAUTAIRE INSTELLINGEN MAAR VAN DE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN . DE VRAAG OF DE DOOR HET PARLEMENT VASTGESTELDE FORFAITAIRE BEDRAGEN WELLICHT BUITENSPORIG HOOG ZIJN - EEN UITSLUITENDE AANGELEGENHEID VAN GEMEENSCHAPSRECHT - IS ECHTER NIET GESTELD DOOR DE NATIONALE RECHTER , VOOR WIE NIET IS BETOOGD DAT DE VERGOEDINGEN DESTIJDS ONREDELIJK HOOG ZIJN VASTGESTELD .

22 OP DE VRAAG VAN DE SPECIAL COMMISSIONERS DIENT DERHALVE TE WORDEN GEANTWOORD DAT HET GEMEENSCHAPSRECHT VERBIEDT NATIONALE BELASTING TE HEFFEN OVER DE BEDRAGEN DIE , IN DE VORM VAN EEN FORFAIT , DOOR HET EUROPEES PARLEMENT UIT DE GEMEENSCHAPSMIDDELEN AAN ZIJN LEDEN WORDEN BETAALD ALS VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN , TENZIJ OVEREENKOMSTIG HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDT AANGETOOND DAT DIE FORFAITAIRE VERGOEDING GEDEELTELIJK EEN BEZOLDIGING VORMT .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

23 DE KOSTEN DOOR DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK , DE FRANSE REGERING EN DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE COMMISSIONERS FOR THE SPECIAL PURPOSES OF THE INCOME TAX ACTS GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

HET GEMEENSCHAPSRECHT VERBIEDT NATIONALE BELASTING TE HEFFEN OVER DE BEDRAGEN DIE , IN DE VORM VAN EEN FORFAIT , DOOR HET EUROPEES PARLEMENT UIT DE GEMEENSCHAPSMIDDELEN AAN ZIJN LEDEN WORDEN BETAALD ALS VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN , TENZIJ OVEREENKOMSTIG HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDT AANGETOOND DAT DIE FORFAITAIRE VERGOEDING GEDEELTELIJK EEN BEZOLDIGING VORMT .

Top