Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61979CJ0120

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 6 maart 1980.
Louise de Cavel tegen Jacques de Cavel.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Bundesgerichtshof - Duitsland.
Onderhoudsverplichting.
Zaak 120/79.

European Court Reports 1980 -00731

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1980:70

61979J0120

ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 6 MAART 1980. - LUISE DE CAVEL TEGEN JACQUES DE CAVEL. - (" ONDERHOUDSVERPLICHTING "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET BUNDESGERICHTSHOF). - ZAAK NO. 120/79.

Jurisprudentie 1980 bladzijde 00731
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00393
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00217


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - TOEPASSINGSGEBIED - ONDERHOUDSVERPLICHTINGEN VALLEN DAARBINNEN

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA )

2 . VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - TOEPASSINGSGEBIED - ACCESSOIRE VORDERING IN EEN GEDING DAT WEGENS ZIJN VOORWERP VAN HET TOEPASSINGSGEBIED IS UITGESLOTEN VALT WEL DAARBINNEN

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA )

3 . VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - TOEPASSINGSGEBIED - GEEN ONDERSCHEID TUSSEN VOORLOPIGE EN DEFINITIEVE MAATREGELEN

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ARTIKELEN 1 EN 24 )

4 . VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - TOEPASSINGSGEBIED - VOORLOPIGE MAATREGEL WAARBIJ DE BETALING VAN EEN ONDERHOUDSUITKERING VOOR DE DUUR VAN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE WORDT BEVOLEN EN IN EEN ECHTSCHEIDINGSVONNIS TOEGEKENDE VOORLOPIGE OVERBRUGGINGSTOELAGEN VALLEN DAARBINNEN

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA )

Samenvatting


1 . ONDERHOUDSVERPLICHTINGEN VALLEN OP ZICHZELF ONDER HET BEGRIP ' ' BURGERLIJKE ZAAK ' ' IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , EXECUTIEVERDRAG ; AANGEZIEN ZIJ NIET VOORKOMEN ONDER DE UITZONDERINGEN VAN DE TWEEDE ALINEA VAN DIEZELFDE BEPALING , VALLEN ZIJ DUS BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG .

2 . EEN VORDERING VALT BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG ZODRA HAAR BIJZONDERE INHOUD EEN ZAAK BETREFT DIE DAARONDER VALT , ZELFS INDIEN ZIJ ACCESSOIR IS IN EEN GEDING DAT WEGENS ZIJN VOORWERP AAN DE TOEPASSING VAN HET EXECUTIEVERDRAG IS ONTTROKKEN .

3 . DE VOORLOPIGE OF DEFINITIEVE AARD VAN EEN RECHTERLIJKE BESLISSING IS NIET RELEVANT VOOR DE VRAAG OF ZIJ BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG VALT .

4 . HET EXECUTIEVERDRAG IS ENERZIJDS VAN TOEPASSING OP DE TENUITVOERLEGGING VAN EEN DOOR EEN FRANSE RECHTER IN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE BEVOLEN VOORLOPIGE MAATREGEL WAARBIJ AAN EEN DER PARTIJEN EEN MAANDELIJKSE ONDERHOUDSUITKERING WORDT TOEGEKEND , EN ANDERZIJDS OP EEN IN EEN FRANS ECHTSCHEIDINGSVONNIS KRACHTENS DE ARTIKELEN 270 E.V . VAN DE FRANSE CODE CIVIL AAN EEN PARTIJ TOEGEKENDE , MAANDELIJKS TE BETALEN VOORLOPIGE OVERBRUGGINGSTOELAGE .

Partijen


IN ZAAK 120/79

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 BETREFFENDE DE UITLEGGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN , VAN HET BUNDESGERICHTSHOF , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

LUISE DE CAVEL , GEBORENE BRUMMER , HUGELSTRASSE 116 , FRANKFURT/MAIN ,

VERZOEKSTER EN REQUIRANTE ,

EN

JACQUES DE CAVEL , FLUGHAFENBEREICH-OST , GEBAUDE 124-2040 , FRANKFURT/MAIN ,

VERWEERDER EN GEREQUIREERDE ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , EN VAN ARTIKEL 5 , SUB 2 , VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 ( PB L 299 VAN 1972 , BLZ . 32 ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 27 JUNI 1979 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 30 JULI 1979 , HEEFT HET BUNDESGERICHTSHOF KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ( HIERNA : HET EEG-EXECUTIEVERDRAG ) AAN HET HOF TWEE VRAGEN GESTELD OMTRENT DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , EN VAN ARTIKEL 5 , SUB 2 , VAN DIT VERDRAG .

2 DE EERSTE VRAAG HOUDT IN OF HET EXECUTIEVERDRAG , MET NAME ARTIKEL 31 INZAKE DE TENUITVOERLEGGING VAN IN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT GEGEVEN BESLISSINGEN , VAN TOEPASSING IS OP ' ' DE TENUITVOERLEGGING VAN EEN DOOR EEN FRANSE RECHTER IN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE BEVOLEN VOORLOPIGE MAATREGEL WAARBIJ AAN EEN DER PARTIJEN EEN MAANDELIJKSE ONDERHOUDSUITKERING WORDT TOEGEKEND ' ' , OF DAT INTEGENDEEL MOET WORDEN AANGENOMEN DAT EEN DERGELIJKE BESLISSING NIET VALT ONDER ' ' BURGERLIJKE ZAKEN ' ' IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , EXECUTIEVERDRAG . DIE VRAAG WORDT GESTELD IN HET KADER VAN EEN GESCHIL BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND VAN EEN OP 18 MEI 1977 DOOR DE MET DE ' ' AFFAIRES MATRIMONIALES ' ' BELASTE RECHTER IN HET TRIBUNAL DE GRANDE INSTANCE TE PARIJS GEGEVEN BESCHIKKING , WAARBIJ AAN DE ECHTGENOTE KRACHTENS DE ARTIKELEN 253 E.V . VAN DE FRANSE CODE CIVIL TIJDENS DE ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE EEN VOORLOPIGE ONDERHOUDSUITKERING WERD TOEGEKEND .

3 IN DE TWEEDE PLAATS WORDT GEVRAAGD OF HET EXECUTIEVERDRAG - MET NAME DE BEPALINGEN INZAKE DE TENUITVOERLEGGING VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN - EVENEENS VAN TOEPASSING IS ' ' OP EEN IN EEN FRANS ECHTSCHEIDINGSVONNIS KRACHTENS DE ARTIKELEN 270 E.V . CODE CIVIL AAN EEN PARTIJ TOEGEKENDE , MAANDELIJKS TE BETALEN VOORLOPIGE OVERBRUGGINGSTOELAGE ' ' . LUIDENS ARTIKEL 270 DIENT DEZE UITKERING ERTOE , ZOVEEL MOGELIJK DE ONGELIJKHEID TE COMPENSEREN WELKE DE VERBREKING VAN DE HUWELIJKSBAND IN DE RESPECTIEVE LEVENSOMSTANDIGHEDEN TEWEEGBRENGT . ARTIKEL 271 VOEGT DAARAAN TOE DAT DE OVERBRUGGINGSTOELAGE WORDT VASTGESTELD VOLGENS DE BEHOEFTEN VAN DE ECHTGENOOT AAN WIE ZIJ WORDT BETAALD EN DE BESTAANSMIDDELEN VAN DE ANDERE , WAARBIJ REKENING WORDT GEHOUDEN MET DE SITUATIE OP HET OGENBLIK VAN DE ECHTSCHEIDING EN MET DE ONTWIKKELING DAARVAN BINNEN AFZIENBARE TIJD .

4 VOLGENS ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , STREKT HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG ZICH UIT TOT ' ' BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ' ' . BEPAALDE ZAKEN , DIE NOCHTANS ONDER DIT BEGRIP VALLEN , ZIJN ECHTER DOOR DE TWEEDE ALINEA VAN DIT ARTIKEL VAN DIT TOEPASSINGSGEBIED UITGEZONDERD . ZULKS IS ONDER MEER HET GEVAL MET DE STAAT EN DE BEVOEGDHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN , HET HUWELIJKSGOEDERENRECHT , TESTAMENTEN EN ERFENISSEN .

5 VAST STAAT DAT ONDERHOUDSVERPLICHTINGEN OP ZICHZELF ONDER HET BEGRIP ' ' BURGERLIJKE ZAAK ' ' VALLEN EN DAAROM , AANGEZIEN ZIJ NIET VOORKOMEN ONDER DE UITZONDERINGEN VAN ARTIKEL 1 , TWEEDE ALINEA , BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG VALLEN . IN ARTIKEL 5 , SUB 2 , WORDT DIT VOOR ZOVER NODIG BEVESTIGD . ANDERZIJDS BETREFT DE IN DE ARTIKELEN 270 E.V . VAN DE FRANSE CODE CIVIL EN IN DE TWEEDE VRAAG BEDOELDE ' ' OVERBRUGGINGSTOELAGE ' ' DE EVENTUELE , NAAR GELANG VAN DE WEDERZIJDSE BESTAANSMIDDELEN EN BEHOEFTEN VASTGESTELDE FINANCIELE VERPLICHTINGEN TUSSEN DE VOORMALIGE ECHTELIEDEN NA DE ECHTSCHEIDING EN HEEFT ZIJ EVENEENS EEN ONDERHOUDSPLICHTIG KARAKTER . HET BEHOORT DUS TOT DE BURGERLIJKE ZAKEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1 , EERSTE ALINEA , EN DERHALVE TOT HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG , AANGEZIEN HET DAARVAN NIET IS UITGESLOTEN DOOR DE TWEEDE ALINEA VAN HETZELFDE ARTIKEL .

6 DAAROM BEHOEFT UITSLUITEND TE WORDEN ONDERZOCHT , OF DE OMSTANDIGHEID DAT EEN RECHTERLIJKE BESLISSING INZAKE ONDERHOUDSVERPLICHTINGEN IS GEGEVEN IN HET KADER VAN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE - DIE ONGETWIJFELD EEN ZAAK BETREFFENDE DE STAAT VAN PERSONEN IS EN BIJGEVOLG AAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG IS ONTTROKKEN - TOT GEVOLG HEEFT DAT OOK HET GESCHIL INZAKE ONDERHOUDSVERPLICHTINGEN , ALS ACCESSORIUM VAN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE , VAN DAT TOEPASSINGSGEBIED MOET WORDEN UITGESLOTEN , ZODAT DAARVOOR ONDER MEER NIET DE VEREENVOUDIGDE FORMALITEITEN VOOR ERKENNING ( ARTIKELEN 26-30 ) EN TENUITVOERLEGGING ( ARTIKELEN 31-45 ) KUNNEN GELDEN .

7 GEEN ENKELE BEPALING VAN HET EXECUTIEVERDRAG VERBINDT , WAT HET TOEPASSINGSGEBIED HIERVAN BETREFT , HET LOT VAN DE ACCESSOIRE VORDERINGEN MET DAT VAN DE HOOFDVORDERINGEN . IN VERSCHEIDENE BEPALINGEN WORDT DAARENTEGEN BEVESTIGD DAT HET EXECUTIEVERDRAG HET LOT VAN ALS ' ' ACCESSOIR ' ' BESTEMPELDE VORDERINGEN NIET MET DAT VAN DE HOOFDVORDERING VERBINDT . ZULKS IS MET NAME HET GEVAL MET ARTIKEL 42 , HETWELK BEPAALT DAT , WANNEER IN DE IN DEN VREEMDE GEGEVEN BESLISSING UITSPRAAK IS GEDAAN OVER MEER DAN EEN PUNT VAN DE EIS , EN DE TENUITVOERLEGGING NIET VOOR HET GEHEEL KAN WORDEN TOEGESTAAN , DE RECHTERLIJKE AUTORITEIT DE TENUITVOERLEGGING TOESTAAT VOOR EEN OF MEER ONDERDELEN DAARVAN , EN MET ARTIKEL 24 VOLGENS HETWELK IN DE WETGEVING VAN EEN VERDRAGSLUITENDE STAAT VOORZIENE VOORLOPIGE EN BEWARENDE MAATREGELEN - PER DEFINITIE ACCESSOIR - BIJ DE RECHTERLIJKE AUTORITEITEN VAN DIE STAAT KUNNEN WORDEN AANGEVRAAGD , ' ' ZELFS INDIEN EEN GERECHT VAN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT KRACHTENS DIT VERDRAG BEVOEGD IS VAN HET BODEMGESCHIL KENNIS TE NEMEN ' ' .

8 UIT DEZE BEPALINGEN BLIJKT ONDUBBELZINNIG DAT VOLGENS HET ALGEMENE STELSEL VAN HET EXECUTIEVERDRAG HET LOT VAN EEN ACCESSOIRE VORDERING NIET NOODZAKELIJK IS VERBONDEN MET DAT VAN EEN HOOFDVORDERING . KRACHTENS DIT BEGINSEL KENT ARTIKEL 5 , SUB 4 , JUIST WAT HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG BETREFT , AAN DE STRAFRECHTER , WAARVAN DE BESLISSINGEN OP ZIJN EIGENLIJKE GEBIED DUIDELIJK VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG ZIJN UITGESLOTEN , DE BEVOEGDHEID TOE , VAN DE ACCESSOIRE BURGERLIJKE VORDERING KENNIS TE NEMEN , ZODAT DE OP DIT PUNT GEGEVEN BESLISSING , WAT HAAR ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING BETREFT , ONDER HET EXECUTIEVERDRAG ZAL VALLEN . DIT VOORSCHRIFT BEPAALT DUS UITDRUKKELIJK DAT EEN ACCESSOIRE VORDERING IN EEN STRAFGEDING , DAT DUIDELIJK IS UITGESLOTEN VAN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG , ZELF WEL HIERONDER VALT .

9 ACCESSOIRE VORDERINGEN VALLEN DUS BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG NAAR GELANG VAN DE ZAAK DIE ZIJ BETREFFEN , EN NIET VOLGENS HET ONDERWERP VAN DE HOOFDVORDERING . KRACHTENS DIT BEGINSEL HEEFT HET HOF IN ZIJN TUSSEN DEZELFDE PARTIJEN GEWEZEN ARREST VAN 27 MAART 1979 ( ZAAK 143/78 , DE CAVEL , JURISPR . 1979 , BLZ . 1055 ) GEOORDEELD DAT EEN VORDERING TOT VERZEGELING IN HET KADER VAN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE NIET BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG VIEL , EN WEL NIET WEGENS HAAR ACCESSOIRE AARD , MAAR OMDAT ZIJ DOOR HAAR BIJZONDERE INHOUD , IN CASU TOT DE VERMOGENSRECHTELIJKE BETREKKINGEN DER ECHTELIEDEN BLEEK TE BEHOREN .

10 ANDERZIJDS HEEFT HET HOF IN DATZELFDE ARREST REEDS ERKEND DAT DE VOORLOPIGE OF DEFINITIEVE AARD VAN DE RECHTERLIJKE BESLISSINGEN NIET RELEVANT IS VOOR DE VRAAG OF ZIJ BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG VALLEN . HET ARGUMENT DAT DE ONDERHOUDSVERPLICHTING SLECHTS VOORLOPIG EN VOOR DE DUUR VAN DE ECHTSCHEIDING WORDT OPGELEGD , MOET DERHALVE WORDEN AFGEWEZEN .

11 DIENVOLGENS EN OM DEZELFDE REDENEN STREKT HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET EXECUTIEVERDRAG ZICH OOK UIT TOT DE ONDERHOUDSVERPLICHTINGEN DIE DE WET OF DE RECHTER AAN ECHTGENOTEN OPLEGT VOOR DE PERIODE NA DE ECHTSCHEIDING .

12 MITSDIEN MOET OP DE VRAGEN VAN HET BUNDESGERICHTSHOF WORDEN GEANTWOORD DAT HET EXECUTIEVERDRAG ENERZIJDS VAN TOEPASSING IS OP DE TENUITVOERLEGGING VAN EEN DOOR EEN FRANSE RECHTER IN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE BEVOLEN VOORLOPIGE MAATREGEL WAARBIJ AAN EEN DER PARTIJEN EEN MAANDELIJKSE ONDERHOUDSUITKERING WORDT TOEGEKEND , EN ANDERZIJDS OP EEN BIJ EEN FRANS ECHT SCHEIDINGSVONNIS KRACHTENS DE ARTIKELEN 270 E.V . VAN DE FRANSE CODE CIVIL AAN EEN PARTIJ TOEGEKENDE , MAANDELIJKS TE BETALEN VOORLOPIGE OVERBRUGGINGSTOELAGE .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

13 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ( DERDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE VRAGEN , GESTELD DOOR HET BUNDESGERICHTSHOF BIJ BESCHIKKING VAN 27 JUNI 1979 , INGESCHREVEN TEN HOVE OP 30 JULI 1979 , VERKLAART VOOR RECHT :

HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ( PB L 299 VAN 1972 , BLZ . 32 ) IS ENERZIJDS VAN TOEPASSING OP DE TENUITVOERLEGGING VAN EEN DOOR EEN FRANSE RECHTER IN EEN ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE BEVOLEN VOORLOPIGE MAATREGEL WAARBIJ AAN EEN DER PARTIJEN EEN MAANDELIJKSE ONDERHOUDSUITKERING WORDT TOEGEKEND , EN ANDERZIJDS OP EEN BIJ EEN FRANS ECHTSCHEIDINGSVONNIS KRACHTENS DE ARTIKELEN 270 E.V . VAN DE FRANSE CODE CIVIL AAN EEN PARTIJ TOEGEKENDE , MAANDELIJKS TE BETALEN VOORLOPIGE OVERBRUGGINGSTOELAGE .

Top