EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61979CJ0044

Arrest van het Hof van 13 december 1979.
Liselotte Hauer tegen Land Rheinland-Pfalz.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstraße - Duitsland.
Verbod van aanplant van wijnstokken.
Zaak 44/79.

European Court Reports 1979 -03727

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1979:290

61979J0044

ARREST VAN HET HOF VAN 13 DECEMBER 1979. - LISELOTTE HAUER TEGEN LAND RHEINLAND - PFALZ. - (" VERBOD VAN AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT NEUSTADT). - ZAAK NO. 44/79.

Jurisprudentie 1979 bladzijde 03727
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00749
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00621
Finse bijz. uitgave bladzijde 00677
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 01739


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . LANDBOUW - GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN - WIJN - VERBOD VAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN - ' S RAADS VERORDENING NR . 1162/76 - TOEPASSING RATIONE TEMPORIS

( ' S RAADS VERORDENING NR . 1162/76 , ARTIKEL 3 , LID 1 , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 2776/78 )

2 . LANDBOUW - GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN - WIJN - VERBOD VAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN - DRAAGWIJDTE

( ' S RAADS VERORDENING NR . 1162/76 , ARTIKEL 2 , LID 1 )

3 . HANDELINGEN DER INSTELLINGEN - RECHTSGELDIGHEID - INBREUK OP GRONDRECHTEN - VERZEKERING HUNNER EERBIEDIGING DOOR HET HOF - REFERENTIENORMEN - CONSTITUTIES DER LID-STATEN - INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN

4 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN - GRONDRECHTEN - EIGENDOMSRECHT - EERBIEDIGING IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE

5 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN - GRONDRECHTEN - EIGENDOMSRECHT - EERBIEDIGING IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE - BEGRENZING - BEPERKINGEN , AAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN GESTELD - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDEN

6 . GEMEENSCHAPSRECHT - GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN - WIJN - VERBOD VAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN - TIJDELIJKE AARD - DOELSTELLINGEN VAN ALGEMEEN BELANG - AANTASTING VAN HET EIGENDOMSRECHT - DAARVAN GEEN SPRAKE

( ' S RAADS VERORDENING NR . 1162/76 , ARTIKEL 2 , LID 1 )

7 . GEMEENSCHAPSRECHT - ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN - GRONDRECHTEN - VRIJHEID VAN PROFESSIONELE WERKZAAMHEDEN - EERBIEDIGING IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE - BEGRENZING - SOCIALE FUNCTIE DER BERSCHERMDE WERKZAAMHEDEN

Samenvatting


1 . DOOR TE BEPALEN DAT ' ' NA DE INWERKINGTREDING VAN DEZE VERORDENING ' ' DOOR DE LID-STATEN GEEN VERGUNNINGEN VOOR AANPLANT MEER WORDEN VERLEEND , SLUIT ARTIKEL 2 , LID 1 , TWEEDE ALINEA , VAN ' S RAADS VERORDENING NR . 1162/76 HOUDENDE MAATREGELEN TOT AANPASSING VAN HET WIJNBOUWPOTENTIEEL AAN DE BEHOEFTEN VAN DE MARKT UIT DAT ER ACHT ZOU KUNNEN WORDEN GESLAGEN OP HET TIJDSTIP WAAROP DE AANVRAAG WERD INGEDIEND ; ER SPREEKT DE BEDOELING UIT EEN RECHTSTREEKSE WERKING DER VERORDENING TE VERZEKEREN .

VERORDENING NR . 1162/76 IS DERHALVE IN DIE ZIN TE VERSTAAN , DAT ARTIKEL 2 , LID 1 , EVENEENS VAN TOEPASSING IS OP VOOR DE INWERKINGTREDING DER VERORDENING INGEDIENDE AANVRAGEN VAN AANPLANTVERGUNNINGEN .

2 . ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1162/76 IS IN DIE ZIN TE VERSTAAN , DAT HET ERIN VERVATTE VERBOD NIEUWE AANPLANTVERGUNNINGEN AF TE GEVEN , BEHOUDENS DE IN ARTIKEL 2 , LID 2 , DER VERORDENING TOEGESTANE UITZONDERINGEN , ALGEMEEN GELDT , HETGEEN MET NAME BETEKENT : ONAFHANKELIJK VAN DE VRAAG OF EEN TERREIN ZICH IN DE ZIN VAN HET NATIONALE RECHT VOOR DE WIJNBOUW LEENT .

3 . DE VRAAG OF ER IN EEN HANDELING VAN EEN INSTELLING DER GEMEENSCHAPPEN EEN INBREUK OP GRONDRECHTEN BESLOTEN LIGT , KAN OOK ALLEEN IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDEN BESPROKEN . DE INTRODUCTIE VAN BIJZONDERE , ONDER DE WETGEVING OF CONSTITUTIONELE ORDE VAN EEN BEPAALDE LID-STAAT VALLENDE MAATSTAVEN , ZOU AAN DE MATERIELE EENHEID EN AAN DE FEITELIJKE GELDING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT AFBREUK DOEN EN DAARMEDE OVERMIJDELIJK DE EENHEID VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT DOORBREKEN EN DE COMMUNAUTAIRE SAAMHORIGHEID IN GEVAAR BRENGEN .

DE FUNDAMENTELE RECHTEN MAKEN EEN INTEGREREND DEEL UIT VAN DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN , WELKER EERBIEDIGING HET HOF VERZEKERT ; BIJ DE BESCHERMING DIER RECHTEN HEEFT HET HOF ZICH TE LATEN LEIDEN DOOR DE CONSTITUTIONELE TRADITIES WELKE AAN DE LID-STATEN GEMEEN ZIJN , ZODAT HET GEEN MAATREGELEN KAN TOELATEN WELKE ZICH NIET VERDRAGEN MET DE FUNDAMENTELE RECHTEN DIE IN DE CONSTITUTIES DIER STATEN ZIJN ERKEND . AAN INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN INZAKE DE BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS WAARAAN DE LID-STATEN HEBBEN MEDEGEWERKT OF WAARBIJ ZIJ ZICH HEBBEN AANGESLOTEN , KUNNEN EVENEENS AANWIJZINGEN WORDEN ONTLEEND WAARMEDE IN HET RAAM VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT REKENING DIENT TE WORDEN GEHOUDEN .

ONDER DIE OMSTANDIGHEDEN IS DE TWIJFEL , WAARVAN EEN NATIONALE RECHTER DEED BLIJKEN MET BETREKKING TOT DE VERENIGBAARHEID VAN DE BEPALINGEN , VERVAT IN EEN HANDELING VAN EEN INSTELLING DER GEMEENSCHAP , MET DE REGELEN INZAKE DE BESCHERMING DER FUNDAMENTELE VRIJHEDEN IN DIE ZIN TE VERSTAAN , DAT DE GEMEENSCHAPSRECHTELIJKE GELDIGHEID DIER HANDELING AAN DE ORDE WORDT GESTELD .

4 . HET EIGENDOMSRECHT WORDT IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE GEWAARBORGD IN OVEREENSTEMMING MET DE OPVATTINGEN WELKE AAN DE CONSTITUTIES DER LID-STATEN GEMEEN ZIJN EN OOK HUN NEERSLAG HEBBEN GEVONDEN IN HET EERSTE PROTOCOL VAN HET EUROPESE VERDRAG TOT BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS .

5 . GEZIEN DE AAN DE LID-STATEN GEMEENSCHAPPELIJKE CONSTITUTIONELE OPVATTINGEN EN VASTE LEGISLATIEVE PRAKTIJKEN EN IN AANMERKING GENOMEN ARTIKEL 1 VAN HET EERSTE PROTOCOL VAN HET EUROPESE VERDRAG TOT BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS , ZIJN BEPERKINGEN , BIJ EEN HANDELING VAN EEN INSTELLING DER GEMEENSCHAP AAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN GESTELD , IN BEGINSEL NIET ONVERENIGBAAR MET DE EERBIEDIGING VAN HET EIGENDOMSRECHT . EVENWEL DIENEN ZULKE BEPERKINGEN TE BEANTWOORDEN AAN DE DOELEINDEN VAN ALGEMEEN BELANG WELKE DE GEMEENSCHAP NASTREEFT EN MOGEN ZIJ , HET NAGESTREEFDE DOEL IN AANMERKING GENOMEN , NIET ALS EEN TE VER GAANDE EN ONAANVAARDBARE INGREEP IN DE PREROGATIEVEN VAN DE EIGENAAR ZIJN TE BESCHOUWEN , WAARDOOR HET EIGENDOMSRECHT WEZENLIJK ZOU WORDEN AANGETAST .

6 . HET IN VERORDENING NR . 1162/76 VOOR EEN BEPERKTE TIJDSDUUR GEGEVEN AANPLANTVERBOD IS BESTEMD OM , HANGENDE DE VOORBEREIDING VAN DEFINITIEVE STRUCTURELE MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN DE EUROPESE WIJNBOUW , TERSTOND DE PRODUKTIEOVERSCHOTTEN TE BEPERKEN EN VINDT DERHALVE EEN RECHTVAARDIGING IN DE DOELSTELLINGEN VAN ALGEMEEN BELANG WELKE DE GEMEENSCHAP NASTREEFT . HET EIGENDOMSRECHT WORDT ER NIET WEZENLIJK DOOR AANGETAST .

7 . EVENALS HET EIGENDOMSRECHT , DIENT OOK DE VRIJHEID VAN PROFESSIONELE WERKZAAMHEDEN , WEL VERRE VAN ALS EEN ABSOLUUT PREROGATIEF TE MOGEN WORDEN BESCHOUWD , IN VERBAND MET DE SOCIALE FUNCTIE DER BERSCHERMDE WERKZAAMHEDEN TE WORDEN BEZIEN .

MET NAME ALS HET GAAT OM EEN VERBOD , IN EEN HANDELING VAN EEN INSTELLING DER GEMEENSCHAPPEN AAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN GESTELD , DIENT TE WORDEN OPGEMERKT DAT EEN MAATREGEL ALS BEDOELD DE TOEGANG TOT HET BEROEP VAN WIJNBOUWER - EN DE VRIJE UITOEFENING VAN DAT BEROEP OP DE OPPERVLAKTEN WAAR DE WIJNBOUW TERVOREN PLAATSVOND - NIET RAAKT . WAAR HET OM NIEUWE AANPLANT GAAT , ZOU EEN BEPERKING VAN DE VRIJE UITOEFENING VAN HET BEROEP VAN WIJNBOUWER , MOCHT DAARVAN AL KUNNEN WORDEN GESPROKEN , SAMENVALLEN MET DE BEPERKING , AAN HET GEBRUIK VAN HET EIGENDOMSRECHT GESTELD .

Partijen


IN ZAAK 44/79 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET VERWALTUNGSGERICHT NEUSTADT AN DER WEINSTRASSE IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

LISELOTTE HAUER TE BAD DURKHEIM ,

EN

LAND RHEINLAND-PFALZ

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 2 VAN VERORDENING NR . 1162/76 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1976 HOUDENDE MAATREGELEN TOT AANPASSING VAN HET WIJNBOUWPOTENTIEEL AAN DE BEHOEFTEN VAN DE MARKT , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 2776/78 VAN DE RAAD VAN 23 NOVEMBER 1978 , IN VERBAND MET ARTIKEL 1 VAN HET ' ' GESETZ UBER MASSNAHMEN AUF DEM GEBIETE DER WEINWIRTSCHAFT - WEINWIRTSCHAFTSGESETZ - ' ' ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 14 DECEMBER 1978 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 20 MAART 1979 , HEEFT HET VERWALTUNGSGERICHT NEUSTADT AN DER WEINSTRASSE KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG HET HOF TWEE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD INZAKE DE UITLEGGING VAN VERORDENING NR . 1162/76 VAN DE RAAD VAN 16 MEI 1976 HOUDENDE MAATREGELEN TOT AANPASSING VAN HET WIJNBOUWPOTENTIEEL AAN DE BEHOEFTEN VAN DE MARKT ( PB L 135 VAN 1976 , BLZ . 32 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ ' S RAADS VERORDENING NR . 2776/78 VAN 23 NOVEMBER 1978 ( PB L 333 VAN 1978 , BLZ . 1 ).

2 BLIJKENS HET DOSSIER HEEFT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING OP 6 JUNI 1975 DE BEVOEGDE INSTANTIE VAN HET LAND RHEINLAND-PFALZ VERZOCHT OM EEN AANPLANTVERGUNNING VOOR EEN HAAR IN EIGENDOM TOEBEHOREND TERREIN IN DE OMGEVING VAN BAD DURKHEIM . OP DAT VERZOEK WERD AANVANKELIJK AFWIJZEND BESCHIKT OP GROND DAT HET HIERBEDOELDE PERCEEL , IN AANMERKING GENOMEN DE NORMEN VAN DE TE DEZEN TOEPASSELIJKE DUITSE WETGEVING , TE WETEN HET WEINWIRTSCHAFTSGESETZ VAN 10 MAART 1977 , NIET ALS VOOR DE WIJNBOUW GESCHIKT WERD BESCHOUWD . OP 22 JANUARI 1976 DIENDE BETROKKENE TEGEN DIE BESLISSING EEN BEZWAARSCHRIFT IN . TERWIJL DAT BEZWAARSCHRIFT BIJ HET BEVOEGDE BESTUURSORGAAN AANHANGIG WAS , WERD VERORDENING NR . 1162/76 VAN 17 MEI 1976 VASTGESTELD , IN WELKER ARTIKEL 2 ALLE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN VOOR DE TIJD VAN DRIE JAAR WERD VERBODEN . OP 21 OKTOBER 1976 HEEFT DE ADMINISTRATIE HET BEZWAARSCHRIFT OP TWEE GRONDEN VERWORPEN : ENERZIJDS ZOU HET TERREIN NIET VOOR DE WIJNBOUW GESCHIKT ZIJN , ANDERZIJDS WAS DE AANPLANT BIJ VOORMELDE VERORDENING VAN DE GEMEENSCHAP VERBODEN .

3 NADAT BETROKKENE BEROEP BIJ HET VERWALTUNGSGERICHT HAD INGESTELD , HEEFT DE ADMINISTRATIE OP GROND VAN DESKUNDIGENBERICHTEN BETREFFENDE DE IN DE OMTREK GEOOGSTE DRUIVEN EN GEZIEN EEN MET VERSCHILLENDE EIGENAREN VAN BELENDENDE PERCELEN GETROFFEN SCHIKKING , ERKEND DAT VERZOEKSTERS TERREIN VOLGENS DE MINIMUM NORMEN VAN DE NATIONALE WETGEVING ALS VOOR DE WIJNBOUW GESCHIKT KON WORDEN BESCHOUWD . DE ADMINISTRATIE VERKLAARDE ZICH DAN OOK BEREID EEN VERGUNNING TE VERLENEN ZODRA DE PERIODE WAARVOOR DE AANPLANT IN DE COMMUNAUTAIRE REGELING WERD VERBODEN , ZOU ZIJN VERSTREKEN . IN HET TUSSEN PARTIJEN GEVOERDE GEDING SCHIJNT HET THANS DAN OOK UITSLUITEND TE GAAN OM VRAGEN HET GEMEENSCHAPSRECHT BETREFFENDE .

4 HARERZIJDS STELT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING ZICH OP HET STANDPUNT , DAT DE GEVRAAGDE VERGUNNING HAAR HAD MOETEN ZIJN VERLEEND OP GROND VAN HET FEIT DAT DE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1162/76 TOEPASSING ZOUDEN MISSEN WANNEER DE AANVRAAG GERUIME TIJD VOOR DE INWERKINGTREDING DER VERORDENING IS INGEDIEND . ZELFS AL MOCHT DE VERORDENING GELDEN VOOR AANVRAGEN DIE VOOR HAAR INWERKINGTREDING ZIJN INGEDIEND , DAN NOG ZOU ZIJ AAN VERZOEKSTER NIET KUNNEN WORDEN TEGENGEWORPEN , VOOR ZOVER DE BEPALINGEN DER VERORDENING EEN AANTASTING INHOUDEN VAN HAAR EIGENDOMSRECHT EN HAAR RECHT OP VRIJE BEROEPSUITOEFENING , ZOALS GEWAARBORGD IN DE ARTIKELEN 12 EN 14 VAN HET GRUNDGESETZ VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND .

5 TENEINDE OVER DEZE PUNTEN VAN GESCHIL TE KUNNEN BESLISSEN , HEEFT HET VERWALTUNGSGERICHT DE BEIDE NAVOLGENDE VRAGEN GESTELD :

1 . MOET ' S RAADS VERORDENING ( EEG ) NR . 1162/76 VAN 17 MEI 1976 , ZOALS GEWIJZIGD BIJ ' S RAADS VERORDENING NR . 2776/78 VAN 23 NOVEMBER 1978 , ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN DIE VERORDENING OOK TOEPASSELIJK IS OP AANVRAGEN VOOR EEN VERGUNNING TOT HET NIEUW AANPLANTEN VAN WIJNSTOKKEN IN DE VORM VAN EEN WIJNGAARD , DIE REEDS VOOR DE INWERKINGTREDING VAN BEDOELDE VERORDENING ZIJN INGEDIEND?

ZO JA ,

2 . MOET ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1162/76 DAN ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT HET DAARIN UITGEVAARDIGDE VERBOD OM - BEHOUDENS DE IN ARTIKEL 2 , LID 2 , VAN DE VERORDENING TOEGESTANE UITZONDERINGEN - VERGUNNINGEN VOOR NIEUWE AANPLANTINGEN TE VERLENEN , ALGEMEEN GELDT , DAT WIL VOORAL ZEGGEN : ONAFHANKELIJK VAN HET VRAAGSTUK VAN DE ONGESCHIKTHEID VAN DE BODEM , GEREGELD IN PARAGRAAF 1 , EERSTE ALINEA , TWEEDE ZIN , EN TWEEDE ALINEA , VAN HET DUITSE WEINWIRTSCHAFTSGESETZ ( WET HOUDENDE MAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE WIJNBOUW)?

DE EERSTE VRAAG ( WERKINGSSFEER RATIONE TEMPORIS VAN VERORDENING NR . 1162/76 )

6 VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING BETOOGT DAT ER OP HAAR PER 6 JUNI 1975 BIJ DE BEVOEGDE INSTANTIE INGEDIENDE AANVRAAG NORMALITER VOOR DE INWERKINGTREDING VAN DE COMMUNAUTAIRE VERORDENING EEN VOOR HAAR GUNSTIGE BESCHIKKING HAD MOETEN ZIJN GENOMEN , INDIEN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE EEN NORMAAL VERLOOP HAD GEHAD EN DE ADMINISTRATIE ONVERWIJLD HAD ERKEND DAT HAAR PERCEEL ZICH , AAN DE EISEN VAN DE NATIONALE WET GETOETST , VOOR DE WIJNBOUW LEENT . DEZE SITUATIE DIENT HAARS INZIENS , ALS HET OM DE WERKINGSSFEER VAN DE COMMUNAUTAIRE VERORDENING NAAR TIJDSORDE GAAT , IN AANMERKING TE WORDEN GENOMEN , TE MEER WAAR DE PRODUKTIE VAN DE HIERBEDOELDE WIJNGAARD , GEZIEN DE TIJD DIE TUSSEN DE AANPLANT EN HET PRODUKTIEF WORDEN VAN EEN WIJNGAARD VERLOOPT , DE MARKTEN NIET MERKBAAR ZOU HEBBEN BEINVLOED .

7 DE DOOR VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING AANGEVOERDE ARGUMENTEN FALEN . IN ARTIKEL 2 , LID 1 , TWEEDE ALINEA , VAN VERORDENING NR . 1162/76 IS MET ZOVEEL WOORDEN BEPAALD DAT ' ' NA DE INWERKINGTREDING VAN DEZE VERORDENING ' ' DOOR DE LID-STATEN GEEN VERGUNNINGEN VOOR AANPLANT MEER WORDEN VERLEEND . DOOR VAN DE IN HET AFGEVEN DER VERGUNNING GELEGENE RECHTSHANDELING TE SPREKEN , SLUIT DEZE BEPALING UIT DAT ER ACHT ZOU KUNNEN WORDEN GESLAGEN OP HET TIJDSTIP WAAROP DE AANVRAAG WERD INGEDIEND . ER SPREEKT DE BEDOELING UIT EEN ONMIDDELLIJKE WERKING DER VERORDENING TE VERZEKEREN , EN ZELFS DE UITOEFENING VAN VOOR DE INWERKINGTREDING DER VERORDENING VERKREGEN RECHTEN OP AANPLANT OF HERBEPLANTING WORDT IN HET ARTIKEL VOOR DE VERBODSDUUR OPGESCHORT .

8 NAAR IN DE ZESDE OVERWEGING VAN DE CONSIDERANS MET BETREKKING TOT LAATSTBEDOELDE BEPALING WORDT OVERWOGEN , IS HET AANPLANTVERBOD INGEGEVEN DOOR EEN ' ' DUIDELIJK OPENBAAR BELANG ' ' , GELEGEN IN HET AFREMMEN VAN DE TOENEMING VAN DE OVERPRODUKTIE AAN WIJN IN DE GEMEENSCHAP , HET HERSTELLEN VAN HET MARKTEVENWICHT EN HET VOORKOMEN VAN STRUCTURELE OVERSCHOTTEN . BIJ VERORDENING NR . 1162/76 ZIT DERHALVE BLIJKBAAR DE BEDOELING VOOR , DE UITBREIDING VAN HET BESTAANDE AREAAL ONMIDDELLIJK TE BLOKKEREN . VAN EEN UITZONDERING VOOR GEVALLEN WAARIN VOOR DE INWERKINGTREDING DER VERORDENING EEN AANVRAAG IS INGEDIEND , KAN DAN OOK GEEN SPRAKE ZIJN .

9 DE EERSTE VRAAG DIENT DERHALVE ALDUS TE WORDEN BEANTWOORD , DAT VERORDENING NR . 1162/76 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1976 , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 2776/78 VAN 23 NOVEMBER 1978 , IN DIE ZIN IS TE VERSTAAN , DAT ARTIKEL 2 , LID 1 , EVENEENS VAN TOEPASSING IS OP AANVRAGEN VAN AANPLANTVERGUNNINGEN , DIE VOOR DE INWERKINGTREDING VAN EERSTGENOEMDE VERORDENING ZIJN INGEDIEND .

DE TWEEDE VRAAG ( MATERIELE DRAAGWIJDTE VAN VERORDENING NR . 1162/76 )

10 IN DE TWEEDE PLAATS VERZOEKT HET VERWALTUNGSGERICHT HET HOF ZICH UIT TE SPREKEN OVER DE VRAAG OF HET IN ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1162/76 VERVATTE VERBOD NIEUWE AANPLANTVERGUNNINGEN TE VERLENEN , ALGEMEEN GELDT , DAT WIL ZEGGEN OOK VOOR PERCELEN WELKE VOLGENS DE CRITERIA VAN EEN NATIONALE WETTELIJKE REGELING VOOR DE WIJNBOUW GESCHIKT ZIJN BEVONDEN .

11 DE TEKST DER VERORDENING IS TE DIEN AANZIEN EXPLICIET : IN ARTIKEL 2 WORDT ' ' ELKE AANPLANT ' ' , ONGEACHT DE KWALITEIT DER BETROKKEN GRONDEN , VERBODEN . ZOWEL UIT DE TEKST VAN VERORDENING NR . 1162/76 ALS UIT HAAR DOELSTELLINGEN BLIJKT DAT HET VERBOD ALLE AANPLANT , ONGEACHT DE GESTELDHEID VAN DE BODEM EN DE KLASSIFICATIE WELKE ER OP GROND VAN EEN NATIONALE REGELING AAN TOEKOMT , OMVAT . DE VERORDENING IS , NAAR MET NAME UIT DE TWEEDE OVERWEGING VAN DE CONSIDERANS BLIJKT , BEDOELD OM EEN EINDE AAN DE OVERPRODUKTIE IN DE EUROPESE WIJNBOUW TE MAKEN EN ZOWEL OP KORTE ALS OP LANGE TERMIJN HET MARKTEVENWICHT TE HERSTELLEN . ALLEEN IN ARTIKEL 2 , LID 2 , DER VERORDENING WORDEN BEPAALDE UITZONDERINGEN OP HET ALGEMEEN LUIDEND VERBOD VAN LID 1 MOGELIJK GEMAAKT , DOCH ALS ONBETWIST STAAT VAST DAT GEEN DIER UITZONDERINGSBEPALINGEN IN CASU VAN TOEPASSING IS .

12 DE TWEEDE VRAAG DIENT DERHALVE IN DIE ZIN TE WORDEN BEANTWOORD , DAT ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1162/76 ALDUS IS TE VERSTAAN , DAT HET ERIN VERVATTE VERBOD NIEUWE AANPLANTVERGUNNINGEN AF TE GEVEN , BEHOUDENS DE IN ARTIKEL 2 , LID 2 , DER VERORDENING TOEGESTANE UITZONDERINGEN , ALGEMEEN GELDT , HETGEEN MET NAME BETEKENT : ONAFHANKELIJK VAN DE VRAAG OF EEN TERREIN ZICH IN DE ZIN VAN HET NATIONALE RECHT VOOR DE WIJNBOUW LEENT .

DE VRAAG NAAR DE WAARBORG DER GRONDRECHTEN IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE

13 IN DE VERWIJZINGSBESCHIKKING BETOOGT HET VERWALTUNGSGERICHT DAT VERORDENING NR . 1162/76 , MOCHT ZIJ IN DIE ZIN ZIJN TE VERSTAAN DAT DAARIN EEN ALGEMEEN VERBOD , ZELFS GELDENDE VOOR GRONDEN DIE ZICH WEL VOOR DE WIJNBOUW LENEN , WORDT GEGEVEN , ALS MOGELIJKERWIJS IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND NIET TOEPASSELIJK ZOU MOETEN WORDEN BESCHOUWD , ZULKS OMDAT ER TWIJFEL ZOU ZIJN GEREZEN AAN HAAR VERENIGBAARHEID MET DE GRONDRECHTEN , GEWAARBORGD IN DE ARTIKELEN 12 EN 14 VAN HET GRUNDGESETZ , ONDERSCHEIDENLIJK HET EIGENDOMSRECHT EN DE VRIJE BEROEPSUITOEFENING BETREFFENDE .

14 NAAR HET HOF IN ZIJN ARREST VAN 17 DECEMBER 1970 ( INTERNATIONALE HANDELSGESELLSCHAFT , JURISPR . 1970 , BLZ . 1125 ) HEEFT OVERWOGEN , KAN DE VRAAG OF ER IN EEN HANDELING VAN EEN INSTELLING DER GEMEENSCHAPPEN EEN INBREUK OP GRONDRECHTEN BESLOTEN LIGT , OOK ALLEEN IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDEN BESPROKEN . DE INTRODUCTIE VAN BIJZONDERE , ONDER DE WETGEVING OF CONSTITUTIONELE ORDE VAN EEN BEPAALDE LID-STAAT VALLENDE MAATSTAVEN ZOU AAN DE MATERIELE EENHEID EN AAN DE FEITELIJKE GELDING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT AFBREUK DOEN EN DAARMEDE ONVERMIJDELIJK DE EENHEID VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT DOORBREKEN EN DE COMMUNAUTAIRE SAAMHORIGHEID IN GEVAAR BRENGEN .

15 IN GENOEMD ARREST , ZOALS NADIEN IN HET ARREST VAN 14 MEI 1974 , ( NOLD , JURISPR . 1974 , BLZ . 491 ), HEEFT HET HOF VOORTS OVERWOGEN DAT DE FUNDAMENTELE RECHTEN EEN INTEGREREND DEEL UITMAKEN VAN DE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN , WELKER EERBIEDIGING HET HOF VERZEKERT ; DAT HET HOF ZICH BIJ DE BESCHERMING DIER RECHTEN HEEFT LATEN LEIDEN DOOR DE CONSTITUTIONELE TRADITIES WELKE AAN DE LID-STATEN GEMEEN ZIJN , ZODAT HET GEEN MAATREGELEN KAN TOELATEN WELKE ZICH NIET VERDRAGEN MET DE FUNDAMENTELE RECHTEN DIE IN DE CONSTITUTIES DIER STATEN ZIJN ERKEND EN GEWAARBORGD ; DAT AAN INTERNATIONALE WILSVERKLARINGEN INZAKE DE BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS , WAARAAN DE LID-STATEN HEBBEN MEDEGEWERKT OF WAARBIJ ZIJ ZICH HEBBEN AANGESLOTEN , OOK AANWIJZINGEN KUNNEN WORDEN ONTLEEND WAARMEDE IN HET RAAM VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT REKENING DIENT TE WORDEN GEHOUDEN . DEZE OPVATTING IS NADERHAND ERKEND IN DE GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN VERGADERING , RAAD EN COMMISSIE D.D . 5 APRIL 1977 , WAARIN ' S HOFS JURISPRUDENTIE IN HERINNERING WERD GEBRACHT EN ENERZIJDS AAN DE IN DE CONSTITUTIES DER LID-STATEN GEWAARBORGDE RECHTEN EN ANDERZIJDS AAN HET EUROPESE VERDRAG TOT BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN DE FUNDAMENTELE VRIJHEDEN VAN 4 NOVEMBER 1950 ( PB C 103 VAN 1977 , BLZ . 1 ) WERD GEREFEREERD .

16 ONDER DIE OMSTANDIGHEDEN IS DE TWIJFEL WAARVAN HET VERWALTUNGSGERICHT DEED BLIJKEN MET BETREKKING TOT DE VERENIGBAARHEID VAN DE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1162/76 MET DE REGELEN INZAKE DE BESCHERMING DER FUNDAMENTELE VRIJHEDEN , IN DIE ZIN TE VERSTAAN , DAT DE GEMEENSCHAPSRECHTELIJKE GELDIGHEID DER VERORDENING AAN DE ORDE WORDT GESTELD . IN ZOVERRE DIENT TE WORDEN ONDERSCHEIDEN TUSSEN EEN EVENTUELE INBREUK OP HET EIGENDOMSRECHT ENERZIJDS EN EEN MOGELIJKE BEPERKING VAN DE VRIJHEID VAN BEROEPSUITOEFENING ANDERZIJDS .

HET EIGENDOMSRECHT

17 HET EIGENDOMSRECHT WORDT IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE GEWAARBORGD IN OVEREENSTEMMING MET DE OPVATTINGEN WELKE AAN DE CONSTITUTIES DER LID-STATEN GEMEEN ZIJN EN OOK HUN NEERSLAG HEBBEN GEVONDEN IN HET EERSTE PROTOCOL VAN HET EUROPEES VERDRAG TOT BESCHERMING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS .

18 IN ARTIKEL 1 VAN DAT PROTOCOL IS HET VOLGENDE BEPAALD :

' ' ALLE NATUURLIJKE OF RECHTSPERSONEN HEBBEN RECHT OP HET ONGESTOORD GENOT VAN HUN EIGENDOM . NIEMAND ZAL VAN ZIJN EIGENDOM WORDEN BEROOFD BEHALVE IN HET ALGEMEEN BELANG EN MET INACHTNEMING VAN DE VOORWAARDEN NEERGELEGD IN DE WET EN IN DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET INTERNATIONAAL RECHT .

DE VOORGAANDE BEPALINGEN ZULLEN ECHTER OP GEEN ENKELE WIJZE HET RECHT AANTASTEN , DAT EEN STAAT HEEFT OM DIE WETTEN TOE TE PASSEN , WELKE HIJ NOODZAKELIJK OORDEELT OM TOEZICHT UIT TE OEFENEN OP HET GEBRUIK VAN EIGENDOM IN OVEREENSTEMMING MET HET ALGEMEEN BELANG OF OM DE BETALING VAN BELASTINGEN OF ANDERE HEFFINGEN EN BOETEN TE VERZEKEREN . ' '

19 NADAT DE EERBIEDIGING VAN DE EIGENDOM IS BEVESTIGD , WORDT IN DEZE BEPALING TWEEERLEI MOGELIJKE AANTASTING VAN HET RECHT VAN DE EIGENAAR TER SPRAKE GEBRACHT , BIJ WELK ONDERSCHEID DE DOORSLAG GEEFT OF HET EROM GAAT DE EIGENAAR VAN ZIJN RECHT TE BEROVEN OF HET GEBRUIK VAN DAT RECHT TE BEPERKEN . IN CASU STAAT ALS ONBETWIST VAST , DAT HET AANPLANTVERBOD NIET IS TE BESCHOUWEN ALS EEN HANDELING DIE BETROKKENE VAN DE EIGENDOM BEROOFT : HIJ BLIJFT VRIJ OVER ZIJN EIGENDOM TE BESCHIKKEN EN HET VOOR ALLE NIET-VERBODEN GEBRUIK TE BESTEMMEN . HET LIJDT DAARENTEGEN GEEN TWIJFEL DAT HET VERBOD HET GEBRUIK VAN DE EIGENDOM BEPERKT . DE TWEEDE ALINEA VAN ARTIKEL 1 VAN HET PROTOCOL GEEFT TE DEZEN EEN BELANGRIJKE AANWIJZING IN DIE ZIN , DAT AAN DE STAAT HET RECHT WORDT INGERUIMD ' ' OM DIE WETTEN TOE TE PASSEN , WELKE HIJ NOODZAKELIJK OORDEELT OM TOEZICHT UIT TE OEFENEN OP HET GEBRUIK VAN EIGENDOM IN OVEREENSTEMMING MET HET ALGEMEEN BELANG . ' ' DAARMEDE ERKENT HET PROTOCOL DAT BEPERKINGEN , AAN HET GEBRUIK VAN DE EIGENDOM GESTELD , IN BEGINSEL GEOORLOOFD ZIJN , MET DIEN VERSTANDE EVENWEL , DAT DIE BEPERKINGEN NIET VERDER MOGEN GAAN DAN HETGEEN DOOR DE STATEN IN HET ' ' ALGEMEEN BELANG NOODZAKELIJK ' ' WORDT GEOORDEELD . DE BEPALING MAAKT HET EVENWEL NIET MOGELIJK DE VRAAG VAN HET VERWALTUNGSGERICHT VOLDOENDE DUIDELIJK TE BEANTWOORDEN .

20 TER BEANTWOORDING VAN DE VRAAG ZAL DERHALVE OOK TE RADE MOETEN WORDEN GEGAAN MET DE GEGEVENS , IN DE CONSTITUTIONELE REGELEN EN PRAKTIJKEN DER NEGEN LID-STATEN BESLOTEN LIGGENDE . IN ZOVERRE ZIJ ALLEREERST VASTGESTELD DAT DIE REGELEN EN PRAKTIJKEN DE WETGEVER TOESTAAN HET GEBRUIK VAN DE PARTICULIERE EIGENDOM IN HET ALGEMEEN BELANG TE REGLEMENTEREN . IN SOMMIGE CONSTITUTIES WORDT VERWEZEN NAAR DE VERPLICHTINGEN WELKE AAN DE EIGENDOM INHERENT ZIJN ( GRUNDGESETZ , ARTIKEL 14 , TWEEDE ALINEA , EERSTE VOLZIN ), NAAR DE SOCIALE FUNCTIE VAN DE EIGENDOM ( ITALIAANSE CONSTITUTIE , ARTIKEL 42 , TWEEDE ALINEA ), NAAR DE ONDERSCHIKKING VAN HET GEBRUIK VAN EIGENDOM AAN DE EISEN VAN HET ALGEMEEN WELZIJN ( GRUNDGESETZ , ARTIKEL 14 , TWEEDE ALINEA , TWEEDE VOLZIN , EN IERSE CONSTITUTIE , ARTIKEL 43.2.2.O ) DAN WEL AAN DE SOCIALE GERECHTIGHEID ( IERSE CONSTITUTIE , ARTIKEL 43.2.1* ). IN AL DIE LID-STATEN IS DEZE SOCIALE FUNCTIE VAN HET EIGENDOMSRECHT IN TAL VAN LEGISLATIEVE HANDELINGEN GECONCRETISEERD.OOK VINDT MEN IN ALLE LID-STATEN WETTELIJKE REGELINGEN OP HET TERREIN VAN DE LAND- EN BOSBOUW , DE WATERSTAAT , DE BESCHERMING VAN HET NATUURLIJK MILIEU , DE RUIMTE LIJKE ORDENING EN DE WONINGBOUW , WAARIN VEELAL INGRIJPENDE BEPERKINGEN AAN HET GEBRUIK VAN ONROEREND GOED WORDEN GESTELD .

21 MET NAME KENNEN ALLE WIJNBOUWLANDEN VAN DE GEMEENSCHAP DWINGENDE , ZIJ HET NIET STEEDS EVEN STRENGE WETTELIJKE REGELINGEN OP HET STUK VAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN , DE SELECTIE DER VARIETEITEN EN DE TEELTMETHODEN . IN GEEN VAN DIE LANDEN WORDEN DIE BEPALINGEN PRINCIPIEEL MET DE EERBIEDIGING VAN HET EIGENDOMSRECHT ONVERENIGBAAR GEACHT .

22 GEZIEN DE AAN DE LID-STATEN GEMEENSCHAPPELIJKE CONSTITUTIONELE OPVATTINGEN EN VASTE LEGISLATIEVE PRAKTIJKEN OP DE MEEST UITEENLOPENDE GEBIEDEN , KAN DAN OOK WORDEN GEZEGD DAT TEGEN HET AAN BANDEN LEGGEN VAN DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN BIJ VERORDENING NR . 1162/76 IN BEGINSEL GEEN BEZWAAR KAN WORDEN GEMAAKT . HET IS EEN BEKEND SOORT BEPERKING DIE , IN DEZELFDE OF ANALOGE VORM , IN DE CONSTITUTIONELE ORDE VAN ALLE LID-STATEN ALS RECHTMATIG WORDT AANVAARD .

23 MET DIE VASTSTELLING IS HET VRAAGSTUK DAT DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT WORDT OPGEWORPEN , EVENWEL NIET UITPUTTEND BEHANDELD . OOK AL KAN DE GEMEENSCHAP IN BEGINSEL NIET DE MOGELIJKHEID WORDEN ONTZEGD HET GEBRUIK VAN HET EIGENDOMSRECHT IN HET KADER VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING EN VOOR STRUCTUURPOLITIEKE DOELEINDEN AAN BANDEN TE LEGGEN , DAN NOG DIENT TE WORDEN NAGEGAAN OF DE BEPERKINGEN WELKE IN DE OMSTREDEN REGELING WORDEN GESTELD , WEL BEANTWOORDEN AAN DE DOELEINDEN VAN ALGEMEEN BELANG WELKE DE GEMEENSCHAP NASTREEFT , EN OF ZIJ , HET NAGESTREEFDE DOEL IN AANMERKING GENOMEN , NIET ALS EEN TE VER GAANDE EN ONAANVAARDBARE INGREEP IN DE PREROGATIEVEN VAN DE EIGENAAR ZIJN TE BESCHOUWEN , WAARDOOR HET EIGENDOMSRECHT WEZENLIJK WORDT AANGETAST . DIT IS DE GRIEF VAN VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING , DIE MEENT DAT DE WETGEVER HET GEBRUIK VAN WIJNBOUWGRONDEN ALLEEN IN VERBAND MET ZIJN KWALITEITSBELEID ZOU MOGEN BEPERKEN ZODAT ER AAN ZIJN RECHT NIET ZOU MOGEN WORDEN GETORND ZODRA ZIJN PERCEEL VOOR DE WIJNBOUW GESCHIKT IS BEVONDEN . DERHALVE DIENT TE WORDEN NAGEGAAN OP WELK DOEL DE OMSTREDEN VERORDENING IS GERICHT EN OF DE IN DE VERORDENING VOORZIENE MAATREGELEN IN REDELIJKE VERHOUDING STAAN TOT HET IN CASU DOOR DE GEMEENSCHAP NAGESTREEFDE DOEL .

24 DE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1162/76 MOETEN WORDEN BEZIEN IN DE CONTEXT VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE WIJNMARKT , DIE TEN NAUWSTE SAMENHANGT MET HET TE DEZEN DOOR DE GEMEENSCHAP UITGESTIPPELDE STRUCTUURBELEID . WAAROP DAT BELEID IS GERICHT , BLIJKT UIT DE AAN DE OMSTREDEN VERORDENING TEN GRONDSLAG LIGGENDE VERORDENING NR . 816/70 VAN 28 APRIL 1970 HOUDENDE AANVULLENDE BEPALINGEN INZAKE DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE WIJNMARKT ( PB L 99 VAN 1970 , BLZ . 1 ), ALSOOK UIT VERORDENING NR . 337/79 VAN 5 FEBRUARI 1979 HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE WIJNMARKT ( PB L 54 VAN 1979 , BLZ . 1 ), EEN CODIFICATIE VAN DE BEPALINGEN WAAROP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING BERUST . EN TITEL III VAN LAATSTGENOEMDE VERORDENING , HOUDENDE ' ' VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE DE PRODUKTIE EN DE CONTROLE OP DE ONTWIKKELING VAN DE AANPLANTINGEN ' ' , VORMT THANS HET JURIDISCH KADER VAN DEZE MATERIE . HET TE DEZEN GEVOLGDE COMMUNAUTAIRE BELEID BLIJKT VOORTS UIT ' S RAADS RESOLUTIE VAN 21 APRIL 1975 BETREFFENDE NIEUWE BELEIDSELEMENTEN OM HET EVENWICHT OP DE MARKT VOOR TAFELWIJN TE HERSTELLEN ( PB C 90 VAN 1975 , BLZ . 1 ).

25 UIT AL DEZE RECHTSHANDELINGEN BLIJKT DAT HET DOOR DE GEMEENSCHAP OPGESTELDE EN TEN DELE UITGEVOERDE BELEID IS GERICHT OP EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN , GEKOPPELD AAN EEN STRUCTURELE VERBETERING VAN DE WIJNBOUWSECTOR . HAAR ACTIE IS EROP GERICHT OM , IN HET KADER VAN DE IN ARTIKEL 39 VAN HET EEG-VERDRAG OMSCHREVEN DOELSTELLINGEN , EEN TWEELEDIG DOEL TE BEREIKEN , TE WETEN ENERZIJDS HET VESTIGEN VAN EEN DUURZAAM EVENWICHT OP DE WIJNMARKT OP EEN VOOR DE PRODUCENTEN LONEND EN VOOR DE VERBRUIKERS REDELIJK NIVEAU , ANDERZIJDS HET BEREIKEN VAN EEN VERBETERING VAN DE KWALITEIT DER IN DE HANDEL GEBRACHTE WIJNEN . OM DIT TWEELEDIG DOEL - KWANTITATIEF EVENWICHT EN KWALITATIEVE VOORUITGANG - TE BEREIKEN , HEEFT MEN IN DE COMMUNAUTAIRE REGELING VOOR DE WIJNMARKT EEN HEEL ASSORTIMENT VAN INGEREPEN VOORZIEN , DIE ZOWEL VOOR HET PRODUKTIE- ALS VOOR HET HANDELSSTADIUM GELDEN .

26 MET NAME ZIJ HIER GEWEZEN OP ARTIKEL 17 VAN VERORDENING NR . 816/70 , DAT IN MEER UITGEWERKTE VORM IS OVERGENOMEN IN ARTIKEL 31 VAN VERORDENING NR . 337/79 , VOLGENS WELKE BEPALING DE LID-STATEN IN HET KADER VAN EEN BINDEND COMMUNAUTAIR PROGRAMMA TE COORDINEREN VOORLOPIGE BEPLANTINGS- EN PRODUKTIEPLANNEN VASTSTELLEN . TER UITVOERING VAN ZULK EEN PLAN KUNNEN ER BEPALINGEN WORDEN VASTGESTELD BETREFFENDE DE OPPERVLAKTEN DIE ZULLEN WORDEN BEPLANT , HERBEPLANT OF GEROOID C . Q . DE OPPERVLAKTEN WAAR DE EXPLOITATIE ZAL WORDEN STOPGEZET .

27 IN DIT KADER ZAG VERORDENING NR . 1162/76 HET LICHT . UIT DE CONSIDERANS DER VERORDENING EN UIT DE ECONOMISCHE OMSTANDIGHEDEN WAARONDER ZIJ WERD VASTGESTELD - PERMANENTE PRODUKTIEOVERSCHOTTEN SEDERT DE OOGST 1974 - , BLIJKT WEL DAT AAN DE VERORDENING EEN TWEELEDIGE FUNCTIE TOEKOMT : ENERZIJDS MOET ZIJ DE MOGELIJKHEID BIEDEN TEN SPOEDIGSTE EEN HALT TOE TE ROEPEN AAN DE GESTADIGE STIJGING DER OVERSCHOTTEN ; ANDERZIJDS DIENT ZIJ DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP DE NODIGE TIJD TOE TE METEN OM EEN STRUCTUURBELEID OP TE ZETTEN , DAT - DOOR DE KEUZE VAN DE IN EXPLOITATIE TE NEMEN TERREINEN EN DOOR SELECTIE DER WIJNSTOKSOORTEN , ALSOOK DOOR REGLEMENTATIE DER PRODUKTIEMETHODEN - ER OP GERICHT IS , DE PRODUKTIE VAN HOOGWAARDIGE WIJNEN TE BEVORDEREN , MET INACHTNEMING VAN DE BIJZONDERHEDEN EN BEHOEFTEN VAN DE VERSCHILLENDE WIJNBOUWSTREKEN VAN DE GEMEENSCHAP .

28 MET DIT TWEELEDIG DOEL VOOR OGEN HEEFT DE RAAD IN ZIJN VERORDENING NR . 1162/76 NIEUWE AANPLANTINGEN OVER DE HELE LIJN VERBODEN , IN DIER VOEGE DAT , BEHALVE IN WELOMSCHREVEN UITZONDERINGSGEVALLEN , NIET NAAR DE KWALITEIT VAN DE BODEM WORDT ONDERSCHEIDEN . OPMERKING VERDIENT DAT DE DOOR DE RAAD INGESTELDE MAATREGEL , ONVERMINDERD ZIJN ALGEMENE AARD , EEN TIJDELIJK KARAKTER DRAAGT . HIJ IS BESTEMD OM , HANGENDE DE VOORBEREIDING VAN DEFINITIEVE STRUCTURELE MAATREGELEN , TERSTOND HET HOOFD TE KUNNEN BIEDEN AAN EEN CONJUNCTURELE OVERSCHOTSITUTATIE .

29 ALDUS OPGEVAT , STELT DE GEWRAAKTE MAATREGEL AAN DE UITOEFENING VAN HET EIGENDOMSRECHT GEEN ENKELE ONGEOORLOOFDE BEPERKING . HET IN EXPLOITATIE NEMEN VAN NIEUWE WIJNGAARDEN IN EEN SITUATIE DIE DOOR EEN DUURZAME OVERPRODUKTIE WORDT GEKENMERKT , ZOU , ECONOMISCH GEZIEN , DE OVERSCHOTTEN SLECHTS VERGROTEN ; BOVENDIEN ZOU DIT IN HET HUIDIGE STADIUM HET RISICO VAN BEMOEILIJKING VAN EEN STRUCTUURBELEID OP COMMUNAUTAIRE SCHAAL HEBBEN MEDEGEBRACHT VOOR HET GEVAL HET MOCHT BERUSTEN OP DE TOEPASSING VAN STRINGENTERE MAATSTAVEN DAN IN DE THANS BESTAANDE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN MET BETREKKING TOT DE SELECTIE VAN TOT DE WIJNBOUW TOEGELATEN GRONDEN WORDEN AANGELEGD .

30 DE SLOTSOM MOET LUIDEN DAT DE BEPERKING , DOOR HET AANPLANTVERBOD VAN VERORDENING NR . 1162/76 VOOR EEN BEPERKTE TIJDSDUUR AAN HET GEBRUIK VAN DE EIGENDOM GESTELD , HAAR RECHTVAARDIGING VINDT IN DE DOOR DE GEMEENSCHAP NAGESTREEFDE DOELEINDEN VAN ALGEMEEN BELANG EN DAT ZIJ HET EIGENDOMSRECHT , ZOALS DAT IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE WORDT ERKEND EN GEWAARBORGD , NIET WEZENLIJK AANTAST .

DE VRIJE BEROEPSUITOEFENING

31 VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING IS VOORTS VAN MENING DAT HET AANPLANTVERBOD VAN VERORDENING NR . 1162/76 HAAR GRONDRECHTEN IN DIER VOEGE SCHENDT , DAT ZIJ IN DE VRIJE UITOEFENING VAN HAAR BEROEP , DE WIJNBOUW , WORDT BEPERKT .

32 ZOALS HET HOF IN ZIJN VOORMELD ARREST VAN 14 MEI 1974 ( NOLD ) REEDS OVERWOOG , NEEMT HET FEIT DAT DE CONSTITUTIONELE ORDE VAN VERSCHILLENDE LID-STATEN DE VRIJHEID VAN PROFESSIONELE WERKZAAMHEDEN MET WAARBORGEN OMRINGT , NIET WEG DAT HET ALDUS GEWAARBORGDE RECHT , WEL VERRE VAN ALS EEN ABSOLUUT PREROGATIEF TE MOGEN WORDEN BESCHOUWD , IN VERBAND MET DE SOCIALE FUNCTIE DER BESCHERMDE WERKZAAMHEDEN MOET WORDEN BEZIEN . IN CASU DIENT TE WORDEN OPGEMERKT DAT DE OMSTREDEN COMMUNAUTAIRE MAATREGEL DE TOEGANG TOT HET BEROEP VAN WIJNBOUWER - EN DE VRIJE UITOEFENING VAN DAT BEROEP OP DE OPPERVLAKTEN WAAR DE WIJNBOUW THANS PLAATSVINDT - NIET RAAKT . VOOR ZOVER HET AANPLANTVERBOD AFBREUK MOCHT DOEN AAN DE VRIJE PROFESSIONELE UITOEFENING VAN DE WIJNBOUW , ZOU DE DAARIN BESLOTEN LIGGENDE BEPERKING ENKEL EEN UITVLOEISEL ZIJN VAN DE BEPERKING AAN HET GEBRUIK VAN HET EIGENDOMSRECHT GESTELD , EN MET LAATSTBEDOELDE BEPERKING SAMENVALLEN . DE BEPERKING VAN DE VRIJE UITOEFENING VAN HET BEROEP VAN WIJNBOUWER ZOU DERHALVE , MOCHT DAARVAN AL KUNNEN WORDEN GESPROKEN , HAAR RECHTVAARDIGING VINDEN IN DEZELFDE REDENEN DIE DE BEPERKING AAN HET GEBRUIK VAN DE EIGENDOM GESTELD , RECHTVAARDIGEN .

33 EEN EN ANDER VOERT MET BETREKKING TOT VERORDENING NR . 1162/76 , AAN WELKER RECHTSGELDIGHEID HET VERWALTUNGSGERICHT TWIJFELT , TOT DE SLOTSOM DAT TE HAREN AANZIEN NIET IS GEBLEKEN VAN FEITEN OF OMSTANDIGHEDEN WELKE AAN HAAR RECHTSGELDIGHEID AFBREUK DOEN , IN DIE ZIN DAT ZIJ IN STRIJD ZOU KOMEN MET DE EISEN WELKE UIT DE BESCHERMING VAN DE GRONDRECHTEN BINNEN DE GEMEENSCHAP VOORTVLOEIEN .

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

DE KOSTEN , DOOR DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND , DOOR DE RAAD EN DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KOMEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING .

TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTER OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT NEUSTADT AN DER WEINSTRASSE BIJ BESCHIKKING VAN 14 DECEMBER 1978 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . VERORDENING NR . 1162/76 VAN DE RAAD VAN 17 MEI 1976 HOUDENDE MAATREGELEN TOT AANPASSING VAN HET WIJNBOUWPOTENTIEEL AAN DE BEHOEFTEN VAN DE MARKT , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 2776/78 VAN DE RAAD VAN 23 NOVEMBER 1978 HOUDENDE TWEEDE WIJZIGING VAN VERORDENING NR . 1162/76 , IS IN DIE ZIN TE VERSTAAN , DAT ARTIKEL 2 , LID 1 , EVENEENS VAN TOEPASSING IS OP VOOR HAAR INWERKINGTREDING INGEDIENDE AANVRAGEN OM AFGIFTE VAN VERGUNNINGEN VOOR DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN .

2 . ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 1162/76 IS ALDUS TE VERSTAAN , DAT HET ERIN VERVATTE VERBOD VERGUNNING TOT DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN TE VERLENEN , BEHOUDENS DE IN ARTIKEL 2 , LID 2 , DER VERORDENING VOORZIENE UITZONDERINGSGEVALLEN , ALGEMEEN GELDT , HETGEEN MET NAME BETEKENT : ONAFHANKELIJK VAN DE VRAAG OF EEN TERREIN ZICH IN DE ZIN VAN HET NATIONALE RECHT VOOR DE WIJNBOUW LEENT .

Top