Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61978CJ0148

Arrest van het Hof van 5 april 1979.
Strafzaak tegen Tullio Ratti.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Pretura Penale te Milaan - Italië.
Gevaarlijke preparaten.
Zaak 148/78.

European Court Reports 1979 -01629

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1979:110

61978J0148

ARREST VAN HET HOF VAN 5 APRIL 1979. - TULLIO RATTI. - (" GEVAARLIJKE PREPARATEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE PRETURA PENALE TE MILAAN). - ZAAK NO. 148/78.

Jurisprudentie 1979 bladzijde 01629
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00861
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00439
Finse bijz. uitgave bladzijde 00473
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00919


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . HANDELINGEN VAN INSTELLINGEN - RICHTLIJNEN - RECHTSTREEKSE WERKING - VERSTRIJKEN VAN TERMIJN VOOR UITVOERING - NOODZAKELIJKE VOORWAARDE

( EEG-VERDRAG , ART . 189 , DERDE ALINEA )

2 . ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTELIJKE REGELINGEN - INDELING , VERPAKKING EN KENMERKEN VAN OPLOSMIDDELEN - VERPLICHTING VAN LID-STATEN - DRAAGWIJDTE

( RICHTLIJN NR . 73/173 VAN DE RAAD , ART . 3 EN 8 )

3 . ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTELIJKE REGELINGEN - INDELING , VERPAKKING EN KENMERKEN VAN OPLOSMIDDELEN - VERPLICHTING VAN LID-STATEN - DRAAGWIJDTE

( RICHTLIJN NR . 73/173 VAN DE RAAD )

4 . ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTELIJKE REGELINGEN - MAATREGELEN TER BESCHERMING VAN GEZONDHEID VAN PERSONEN EN DIEREN - COMMUNAUTAIRE PROCEDURES VOOR TOEZICHT - EENZIJDIGE AFWIJKINGEN KRACHTENS ARTIKEL 36 - NIET TOEGESTAAN

( EEG-VERDRAG , ART . 36 EN 100 )

5 . ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTELIJKE REGELINGEN - INDELING , VERPAKKING EN KENMERKEN VAN OPLOSMIDDELEN - NATIONALE BEPALINGEN DIE VERDER GAAN DAN GEMEENSCHAPSBEPALINGEN - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDEN - VASTSTELLINGSPROCEDURE OVEREENKOMSTIG GEMEENSCHAPSVOORSCHRIFTEN

( RICHTLIJN NR . 73/173 VAN DE RAAD , ART . 9 )

6 . HANDELINGEN VAN INSTELLINGEN - RICHTLIJNEN - UITVOERING DOOR EEN LID-STAAT VOOR VERSTRIJKEN GESTELDE TERMIJN - NIET AAN ANDERE LID-STATEN TEGEN TE WERPEN

( EEG-VERDRAG , ART . 189 , DERDE ALINEA )

7 . HANDELINGEN VAN INSTELLINGEN - RICHTLIJNEN - RECHTSTREEKSE WERKING - VERSTRIJKEN VAN TERMIJN VOOR UITVOERING - NOODZAKELIJKE VOORWAARDE - GEVOLG - MOGELIJK VOOR PARTICULIER ZICH OP BEGINSEL VAN ' ' GEWETTIGD VERTROUWEN ' ' TE BEROEPEN

( EEG-VERDRAG , ART . 189 , DERDE ALINEA )

8 . HANDELINGEN VAN INSTELLINGEN - RICHTLIJNEN - RECHTSTREEKSE WERKING - VERSTRIJKEN VAN TERMIJN VOOR UITVOERING - NOODZAKELIJKE VOORWAARDE

( EEG-VERDRAG , ART . 189 , DERDE ALINEA ; RICHTLIJN NR . 77/728 VAN DE RAAD , ART . 9 )

Samenvatting


1 . MET DE DWINGENDE WERKING DIE IN ARTIKEL 189 AAN DE RICHTLIJN WORDT TOEGEKEND , WARE HET ONVERENIGBAAR PRINCIPIEEL UIT TE SLUITEN DAT DE DAARBIJ OPGELEGDE VERPLICHTING KAN WORDEN INGEROEPEN DOOR BETROFFEN PERSONEN . MET NAME IN GEVALLEN WAARIN HET GEMEENSCHAPSGEZAG DE LID-STATEN BIJ RICHTLIJN HEEFT VERPLICHT EEN BEPAALDE GEDRAGSLIJN TE VOLGEN , ZOU HET NUTTIG EFFECT VAN ZODANIGE HANDELING WORDEN VERZWAKT , WANNEER DE JUSTITIABELEN ZICH DAAROP IN RECHTE NIET ZOUDEN MOGEN BEROEPEN EN DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES DAAROP GEEN ACHT ZOUDEN MOGEN SLAAN ALS OP EEN ELEMENT VAN GEMEENSCHAPSRECHT . MITSDIEN KAN EEN LID-STAAT DIE DE DOOR DE RICHTLIJN VOORGESCHREVEN UITVOERINGSMAATREGELEN NIET TIJDIG HEEFT GETROFFEN , HET FEIT DAT HIJ DE OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN , NIET AAN DE JUSTITIABELEN TEGENWERPEN . WANNEER DUS EEN JUSTITIABELE DIE OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN EEN RICHTLIJN HEEFT GEHANDELD , DE NATIONALE RECHTER VERZOEKT EEN NATIONALE BEPALING DIE ONVERENIGBAAR IS MET DIE DOOR EEN LID-STAAT - IN STRIJD MET ZIJN VERPLICHTING - NIET IN ZIJN NATIONALE RECHTSORDE INGEVOERDE RICHTLIJN , BUITEN TOEPASSING TE LATEN , DAN DIENT DIE RECHTER AAN DAT VERZOEK TE VOLDOEN INDIEN DE BETROKKEN VERPLICHTING ONVOORWAARDELIJK EN VOLDOENDE NAUWKEURIG IS . ONDER DIT VOORBEHOUD MAG EEN LID-STAAT ZIJN NATIONALE , NOG NIET AAN EEN RICHTLIJN AANGEPASTE WETGEVING - OOK INDIEN DEZE STRAFBEDREIGINGEN BEVAT - NA HET VERSTRIJKEN VAN DE VOOR DE UITVOERING VAN DIE RICHTLIJN GESTELDE TERMIJN NIET TOEPASSEN OP DEGENE DIE OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN DIE RICHTLIJN HANDELT .

ZOLANG DAARENTEGEN DE AAN DE LID-STATEN GESTELDE TERMIJN OM DE BEPALINGEN VAN EEN RICHTLIJN IN HUN NATIONALE RECHTSORDE IN TE VOEREN NOG NIET IS VERSTREKEN , KAN DE RICHTLIJN GEEN RECHTSTREEKSE WERKING TEWEEGBRENGEN ; EEN DERGELIJKE WERKING ONTSTAAT SLECHTS AAN HET EINDE VAN DE GESTELDE TERMIJN , ZO DE LID-STAAT DAN IN GEBREKE IS GEBLEVEN .

2 . BLIJKENS ARTIKEL 3 , JUNCTO ARTIKEL 8 VAN RICHTLIJN NR . 73/173 KUNNEN OPLOSMIDDELEN ENKEL OP DE MARKT WORDEN GEBRACHT INDIEN ZIJ IN OVEREENSTEMMING ZIJN ' ' MET DE BEPALINGEN VAN DEZE RICHTLIJN EN VAN HAAR BIJLAGE ' ' , EN STAAT HET DE LID-STATEN NIET VRIJ OM NAAST DE DOOR DEZE RICHTLIJN VOOR DE INVOER VOORZIENE REGELING EEN AFWIJKENDE REGELING VOOR DE BINNENLANDSE MARKT TE HANDHAVEN . UIT HET STELSEL VAN RICHTLIJN NR . 73/173 VOLGT DUS DAT EEN LID-STAAT IN ZIJN NATIONALE WETTELIJKE REGELING GEEN VOORWAARDEN MAG OPNEMEN DIE MEER RESTRICTIEF OF ZELFS MEER GEDETAILLEERD , ALTHANS ANDERS ZIJN DAN DIE WELKE IN DE RICHTLIJN ZIJN VOORZIEN TERZAKE VAN DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN OPLOSMIDDELEN , EN DAT DIT VERBOD OM ANDERE BEPERKINGEN OP TE LEGGEN , ZOWEL GELDT VOOR DE RECHTSTREEKSE AFZET VAN PRODUKTEN OP DE NATIONALE MARKT ALS VOOR INGEVOERDE PRODUKTEN .

3 . RICHTLIJN NR . 73/173 MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD DAT DE NATIONALE BEPALINGEN NIET MOGEN EISEN DAT DE AANWEZIGHEID VAN DE BESTANDDELEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN OP DE VERPAKKING WORDT VERMELD IN TERMEN DIE VERDER GAAN DAN DIE VAN GENOEMDE RICHTLIJN .

4 . WANNEER MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 100 EEG-VERDRAG COMMUNAUTAIRE RICHTLIJNEN DE HARMONISATIE VOORSCHRIJVEN VAN MAATREGELEN DIE NOODZAKELIJK ZIJN OM ONDER MEER DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID VAN PERSONEN EN DIEREN TE WAARBORGEN , EN COMMUNAUTAIRE PROCEDURES INSTELLEN VOOR HET TOEZICHT OP DE NALEVING ERVAN , IS EEN BEROEP OP ARTIKEL 36 NIET MEER GERECHTVAARDIGD , AANGEZIEN DE UITVOERING VAN DE GEEIGENDE CONTROLES EN HET TREFFEN VAN DE BESCHERMINGSMAATREGELEN VOORTAAN BINNEN HET KADER VAN DE HARMONISATIERICHTLIJN MOET GESCHIEDEN .

5 . NATIONALE BEPALINGEN DIE VERDER GAAN DAN DIE VAN RICHTLIJN NR . 73/173 ZIJN SLECHTS VERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT INDIEN ZIJ ZIJN VASTGESTELD OVEREENKOMSTIG DE IN ARTIKEL 9 VAN DE RICHTLIJN VOORGESCHREVEN PROCEDURE EN VORMEN .

6 . INDIEN EEN LID-STAAT DE BEPALINGEN VAN EEN RICHTLIJN VOOR HET VERSTRIJKEN VAN DE DAARIN GESTELDE TERMIJN IN ZIJN NATIONALE RECHTSORDE HEEFT INGEVOERD , KAN DIT GEEN GEVOLG HEBBEN TEN AANZIEN VAN DE OVERIGE LID-STATEN .

7 . WAAR EEN RICHTLIJN NAAR HAAR AARD SLECHTS AAN DE LID-STATEN VERPLICHTINGEN OPLEGT , KAN EEN PARTICULIER VOOR HET VERSTRIJKEN VAN DE VOOR DE NAKOMING ERVAN GESTELDE TERMIJN ZICH NIET OP HET BEGINSEL VAN HET ' ' GEWETTIGD VERTROUWEN ' ' BEROEPEN .

8 . RICHTLIJN NR . 77/728 VAN DE RAAD VAN 5 NOVEMBER 1977 , EN INZONDERHEID ARTIKEL 9 DAARVAN , KAN VOOR DE PARTICULIER DIE VOOR AFLOOP VAN DE TERMIJN WAARBINNEN DE LID-STAAT ZICH DIENT AAN TE PASSEN , HANDELT IN OVEREENSTEMMING MET DE BEPALINGEN ERVAN , GEEN ENKEL GEVOLG HEBBEN DAT DOOR DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES IN AANMERKING KAN WORDEN GENOMEN .

Partijen


IN ZAAK 148/78 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE PRETURA PENALE TE MILAAN , IN HET ALDAAR DIENENDE STRAFGEDING TEGEN

TULLIO RATTI , TE MILAAN

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN TWEE RICHTLIJNEN VAN DE RAAD BETREFFENDE DE ONDERLINGE AANPASSING VAN DE WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN VAN DE LID-STATEN , TE WETEN RICHTLIJN NR . 73/173/EEG VAN 4 JUNI 1973 INZAKE DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN BEPAALDE GEVAARLIJKE PREPARATEN ( OPLOSMIDDELEN ) ( PB L 189 VAN 1973 , BLZ . 7 ), ALSMEDE RICHTLIJN NR . 77/728/EEG VAN 7 NOVEMBER 1977 INZAKE DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN VERVEN , VERNISSEN , DRUKINKTEN , KLEEFSTOFFEN EN SOORTGELIJKE PREPARATEN ( PB L 303 VAN 1977 , BLZ . 23 ),

Overwegingen van het arrest


1BIJ BESCHIKKING VAN 8 MEI 1978 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 21 JUNI DAAROPVOLGEND , HEEFT DE PRETURA PENALE TE MILAAN KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VERSCHEIDENE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN TWEE RICHTLIJNEN VAN DE RAAD BETREFFENDE DE ONDERLINGE AANPASSING VAN DE WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN DER LID-STATEN , TE WETEN RICHTLIJN NR . 73/173/EEG VAN 4 JUNI 1973 INZAKE DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN BEPAALDE GEVAARLIJKE PREPARATEN ( OPLOSMIDDELEN ) ( PB L 189 VAN 1973 , BLZ . 7 ), EN RICHTLIJN NR . 77/728/EEG VAN 7 NOVEMBER 1977 INZAKE DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN VERVEN , VERNISSEN , DRUKINKTEN , KLEEFSTOFFEN EN SOORTGELIJKE PREPARATEN ( PB L 303 VAN 1977 , BLZ . 23 ). DEZE VRAGEN ZIJN GESTELD IN EEN STRAFGEDING TEGEN DE DIRECTEUR VAN EEN ONDERNEMING DIE OPLOSMIDDELEN EN VERNISSEN FABRICEERT , TER ZAKE VAN OVERTREDING VAN SOMMIGE BEPALINGEN VAN DE ITALIAANSE WET NR . 245 VAN 5 MAART 1963 ( GAZZETTA UFFICIALE VAN 21 MAART 1963 , BLZ . 1451 ), VOLGENS WELKE ONDER MEER DE FABRIKANTEN VAN BENZEEN , TOLUEEN EN XYLEEN BEVATTENDE PRODUKTEN VERPLICHT ZIJN OP DE VERPAKKINGEN MET DEZE PRODUKTEN EEN ETIKET AAN TE BRENGEN WAAROP NIET ENKEL DE AANWEZIGHEID VAN DIE STOFFEN WORDT VERMELD , DOCH OOK HET TOTALE PERCENTAGE ERVAN EN AFZONDERLIJK HET PERCENTAGE BENZEEN .

3TEN TIJDE VAN DE FEITEN HAD DEZE WETTELIJKE REGELING , VOOR ZOVER OPLOSMIDDELEN BETREFFENDE , MOETEN ZIJN AANGEPAST TER UITVOERING VAN RICHTLIJN NR . 73/173 VAN 4 JUNI 1973 ; DE BEPALINGEN DAARVAN MOESTEN DE LID-STATEN UITERLIJK OP 8 DECEMBER 1974 IN HUN NATIONALE RECHTSORDE INVOEREN , EEN VERPLICHTING WAARAAN DE ITALIAANSE REGERING NIET HAD VOLDAAN .

4HAD DEZE AANPASSING PLAATSGEVONDEN , DAN ZOU DE ITALIAANSE WETTELIJKE BEPALING WAARVAN DE OVERTREDING VERDACHTE TEN LASTE IS GELEGD , ZIJN OPGEHEVEN EN ZOUDEN BIJGEVOLG DE VOORWAARDEN VOOR TOEPASSING VAN DE IN DE BETROKKEN 5WET OPGENOMEN STRAFBEPALINGEN ZIJN GEWIJZIGD . WAT HET VERPAKKEN EN HET KENMERKEN VAN VERNISSEN BETREFT , WAS TEN TIJDE VAN DE LITIGIEUZE FEITEN RICHTLIJN NR . 77/728 VAN 7 NOVEMBER 1977 WEL REEDS DOOR DE RAAD VASTGESTELD , DOCH INGEVOLGE ARTIKEL 12 HEBBEN DE LID-STATEN TOT 9 NOVEMBER 1979 DE TIJD OM DE NODIGE WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE MAATREGELEN TE TREFFEN VOOR 6HET NAKOMEN VAN DEZE RICHTLIJN . OOK DE INVOERING IN DE ITALIAANSE RECHTSORDE VAN DE BEPALINGEN VAN DEZE RICHTLIJN ZAL TOT GEVOLG HEBBEN DAT DE ITALIAANSE WETTELIJKE BEPALINGEN WAARVAN DE OVERTREDING VERDACHTE TEN LASTE IS GELEGD , 7 WORDEN OPGEHEVEN . ZOWEL TEN AANZIEN VAN DE OPLOSMIDDELEN ALS VAN DE VERNISSEN DIE IN ZIJN ONDERNEMING WORDEN VERVAARDIGD , HEEFT DE VERDACHTE ZICH BIJ HET VERPAKKEN EN KENMERKEN ERVAN GECONFORMEERD AAN DE BEPALINGEN VAN ENERZIJDS RICHTLIJN NR . 73/173 ( OPLOSMIDDELEN ), DIE DE ITALIAANSE REGERING HEEFT NAGELATEN IN HAAR NATIONALE RECHTSORDE OVER TE NEMEN , EN ANDERZIJDS RICHTLIJN NR . 77/728 ( VERNISSEN ), DIE DE LID-STATEN VOOR 9 NOVEMBER 1979 MOETEN HEBBEN UITGEVOERD .

8DE ANTWOORDEN OP DE GESTELDE VRAGEN - WAARVAN DE EERSTE VIER BETREKKING HEBBEN OP RICHTLIJN NR . 73/173 EN DE VIJFDE OP RICHTLIJN NR . 77/728 - MOETEN DE NATIONALE RECHTER IN STAAT STELLEN TE BESLISSEN OF DE BIJ DE ITALIAANSE WET NR . 245 OP OVERTREDING VAN HAAR BEPALINGEN GESTELDE STRAFFEN IN HET ONDERHAVIGE GEVAL MOGEN WORDEN TOEGEPAST .

A - UITLEGGING VAN RICHTLIJN NR . 73/173

9DEZE RICHTLIJN IS VASTGESTELD KRACHTENS ARTIKEL 100 EEG-VERDRAG EN ' S RAADS RICHTLIJN VAN 27 JUNI 1967 BETREFFENDE GEVAARLIJKE STOFFEN ( PB NR . 196 VAN 1967 , BLZ . 1 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ RICHTLIJN VAN 21 MEI 1973 ( PB L 167 VAN 1973 , BLZ . 1 ), TENEINDE DE ONDERLINGE AANPASSING TE VERZEKEREN VAN DE WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN VAN DE LID-STATEN INZAKE DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN BEPAALDE GEVAARLIJKE PREPARATEN ( OPLOS- 10MIDDELEN ). VASTSTELLING VAN DEZE RICHTLIJN LEEK NOODZAKELIJK OMDAT ER AANGAANDE GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN IN DE LID-STATEN WETTELIJKE REGELINGEN BESTAAN DIE VOORAL MET BETREKKING TOT HET KENMERKEN , DE VERPAKKING EN DE INDELING VOLGENS DE GRAAD VAN GEVAARLIJKHEID VAN DEZE PRODUKTEN AANZIEN- 11LIJK UITEENLOPEN . DEZE VERSCHILLEN VORMDEN EEN BELEMMERING VOOR HET HANDELSVERKEER VAN DEZE PRODUKTEN EN WAREN RECHTSTREEKS VAN INVLOED OP DE INSTELLING EN DE WERKING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT VAN GEVAARLIJKE PREPARATEN , ZOALS OPLOSMIDDELEN , DIE ZOWEL IN DE INDUSTRIE , DE LANDBOUW EN DE AM- 12BACHTEN ALS IN HET HUISHOUDEN ZEER VAAK WORDEN GEBRUIKT . OM EEN EINDE TE MAKEN AAN DEZE VERSCHILLEN WERDEN IN DE RICHTLIJN EEN AANTAL BEPALINGEN OPGENOMEN MET BETREKKING TOT DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN ( ARTIKEL 2 , LEDEN 1 , 2 EN 3 ; ARTIKELEN 4 , 5 EN 6 ). HET 13DOOR DE PRETURA TE MILAAN MET NAME GENOEMDE ARTIKEL 8 , VOLGENS HETWELK DE LID-STATEN OM REDENEN IN VERBAND MET DE INDELING , DE VERPAKKING OF HET KENMERKEN , HET OP DE MARKT BRENGEN VAN GEVAARLIJKE PREPARATEN NIET MOGEN VERBIEDEN , BEPERKEN OF BELEMMEREN INDIEN DEZE PREPARATEN VOLDOEN AAN DE DOOR DE RICHTLIJN GESTELDE VOORWAARDEN , FORMULEERT WELISWAAR EEN ALGEMENE VERPLICHTING , DOCH HEEFT GEEN ZELFSTANDIGE BETEKENIS , DAAR HET SLECHTS DE NOODZAKELIJKE AANVULLING IS VAN DE IN VORENGENOEMDE ARTIKELEN OPGENOMEN MATERIELE BEPALINGEN OM HET VRIJE VERKEER VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN TE WAARBORGEN .

14VOLGENS ARTIKEL 11 VAN RICHTLIJN NR . 73/173 MOETEN DE LID-STATEN DEZE BINNEN 1518 MAANDEN NA KENNISGEVING ERVAN NAKOMEN . AANGEZIEN DE KENNISGEVING AAN ALLE LID-STATEN HEEFT PLAATSGEHAD OP 8 JUNI 1973 , IS DE TERMIJN VAN 18 MAAN- 16DEN OP 8 DECEMBER 1974 VERSTREKEN , DOCH OP HET TIJDSTIP VAN DE FEITEN VAN HET GEDING WAREN DE BEPALINGEN VAN DE RICHTLIJN IN DE ITALIAANSE RECHTSORDE 17NOG NIET VAN KRACHT GEWORDEN . DE NATIONALE RECHTER , DIE VASTSTELDE DAT ' ' ER EEN KENNELIJKE TEGENSPRAAK BESTAAT TUSSEN DE GEMEENSCHAPSREGELING EN HET ITALIAANSE NATIONALE RECHT ' ' , HEEFT ZICH DAN OOK AFGEVRAAGD ' ' WELKE VAN BEIDE REGELINGEN IN CASU VOORRANG HAD ' ' , EN HET HOF DE VOLGENDE , EERSTE VRAAG VOORGELEGD :

' ' IS RICHTLIJN NR . 73/173 VAN 4 JUNI 1973 VAN DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , EN MET NAME ARTIKEL 8 DAARVAN , EEN RECHTSTREEKS TOEPASSELIJKE RECHTSREGEL , WAARAAN PARTICULIEREN SUBJECTIEVE RECHTEN ONTLENEN DIE DOOR DE NATIONALE RECHTER MOETEN WORDEN BESCHERMD?

' '

18DEZE VRAAG WERPT HET ALGEMENE PROBLEEM OP VAN HET RECHTSKARAKTER VAN DE BEPALINGEN VAN EEN RICHTLIJN DIE IS VASTGESTELD INGEVOLGE ARTIKEL 189 EEG-VER- 19DRAG . IN EEN VASTE RECHTSPRAAK , LAATSTELIJK BIJ ARREST VAN 1 FEBRUARI 1977 ( ZAAK 51/76 , VERBOND VAN NEDERLANDSE ONDERNEMINGEN , JURISPR . 1977 , BLZ . 113 ), HEEFT HET HOF TEN DEZE REEDS VERKLAARD DAT WANNEER KRACHTENS DE VOORSCHRIFTEN VAN ARTIKEL 189 VERORDENINGEN RECHTSTREEKS TOEPASSELIJK ZIJN EN MITSDIEN NAAR HUN AARD DIRECTE WERKING KUNNEN HEBBEN , DAARUIT NIET VOLGT DAT ANDERE GROEPEN HANDELINGEN ALS IN DIT ARTIKEL BEDOELD , NIMMER ANALOGE WERKING KUNNEN HEBBEN .

20MET DE DWINGENDE WERKING DIE IN ARTIKEL 189 AAN DE RICHTLIJN WORDT TOEGEKEND , WARE HET ONVERENIGBAAR PRINCIPIEEL UIT TE SLUITEN DAT DE DAARBIJ OPGELEGDE VERPLICHTING KAN WORDEN INGEROEPEN DOOR BETROFFEN PERSONEN . MET 21NAME IN GEVALLEN WAARIN HET GEMEENSCHAPSGEZAG DE LID-STATEN BIJ RICHTLIJN HEEFT VERPLICHT EEN BEPAALDE GEDRAGSLIJN TE VOLGEN , ZOU HET NUTTIG EFFECT VAN ZODANIGE HANDELING WORDEN VERZWAKT , WANNEER DE JUSTITIABELEN ZICH DAAROP IN RECHTE NIET ZOUDEN MOGEN BEROEPEN EN DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES 22DAAROP GEEN ACHT ZOUDEN MOGEN SLAAN ALS OP EEN ELEMENT VAN GEMEENSCHAPSRECHT . MITSDIEN KAN EEN LID-STAAT DIE DE DOOR DE RICHTLIJN VOORGESCHREVEN UITVOERINGSMAATREGELEN NIET TIJDIG HEEFT GETROFFEN , HET FEIT DAT HIJ DE OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN , NIET AAN DE JUSTITIABELEN TEGENWER- 23PEN . WANNEER DUS EEN JUSTITIABELE DIE OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN EEN RICHTLIJN HEEFT GEHANDELD , DE NATIONALE RECHTER VERZOEKT EEN NATIONALE BEPALING DIE ONVERENIGBAAR IS MET DIE DOOR EEN LID-STAAT - IN STRIJD MET ZIJN VERPLICHTING - NIET IN ZIJN NATIONALE RECHTSORDE INGEVOERDE RICHTLIJN , BUITEN TOEPASSING TE LATEN , DAN DIENT DIE RECHTER AAN DAT VERZOEK TE VOLDOEN INDIEN DE BETROKKEN VERPLICHTING ONVOORWAARDELIJK EN VOLDOENDE NAUWKEURIG IS .

24OP DE EERSTE VRAAG MOET DUS WORDEN GEANTWOORD , DAT EEN LID-STAAT ZIJN NATIONALE , NOG NIET AAN EEN RICHTLIJN AANGEPASTE WETGEVING - OOK INDIEN DEZE STRAFBEDREIGINGEN BEVAT - NA HET VERSTRIJKEN VAN DE VOOR DE UITVOERING VAN DIE RICHTLIJN GESTELDE TERMIJN NIET MAG TOEPASSEN OP DEGENE DIE OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN DIE RICHTLIJN HANDELT .

25DE TWEEDE VRAAG VAN DE NATIONALE RECHTER KOMT IN WEZEN HIEROP NEER OF DE STAAT TOT WIE DE RICHTLIJN IS GERICHT , BIJ DE UITVOERING VAN DE BEPALINGEN VAN DE RICHTLIJN INZAKE OPLOSMIDDELEN IN ZIJN NATIONALE RECHTSORDE ' ' NAUWKEURIGER EN MEER GEDETAILLEERDE , ALTHANS ANDERE EISEN EN MAXIMA KAN VOORSCHRIJVEN ' ' , ONDER MEER DOOR HET VERMELDEN VAN NIET DOOR DE RICHTLIJN GEEISTE GEGEVENS OP DE VERPAKKINGEN VERPLICHT TE STELLEN .

26BLIJKENS ARTIKEL 3 , JUNCTO ARTIKEL 8 VAN RICHTLIJN NR . 73/173 KUNNEN OPLOSMIDDELEN ENKEL OP DE MARKT WORDEN GEBRACHT INDIEN ZIJ IN OVEREENSTEMMING ZIJN ' ' MET DE BEPALINGEN VAN DEZE RICHTLIJN EN VAN HAAR BIJLAGE ' ' , EN STAAT HET DE LID-STATEN NIET VRIJ OM NAAST DE DOOR DEZE RICHTLIJN VOOR DE INVOER VOORZIENE REGELING EEN AFWIJKENDE REGELING VOOR DE BINNENLANDSE MARKT TE HANDHAVEN .

27UIT HET STELSEL VAN RICHTLIJN NR . 73/173 VOLGT DUS DAT EEN LID-STAAT IN ZIJN NATIONALE WETTELIJKE REGELING GEEN VOORWAARDEN MAG OPNEMEN DIE MEER RESTRICTIEF OF ZELFS MEER GEDETAILLEERD , ALTHANS ANDERS ZIJN DAN DIE WELKE IN DE RICHTLIJN ZIJN VOORZIEN TERZAKE VAN DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN OPLOSMIDDELEN , EN DAT DIT VERBOD OM ANDERE BEPERKINGEN OP TE LEGGEN , ZOWEL GELDT VOOR DE RECHTSTREEKSE AFZET VAN PRODUKTEN OP DE NATIONALE 28MARKT ALS VOOR INGEVOERDE PRODUKTEN . DE TWEEDE VRAAG VAN DE NATIONALE RECHTER MOET IN DEZE ZIN WORDEN BEANTWOORD .

29IN DE DERDE PLAATS VRAAGT DE NATIONALE RECHTER OF DE VERPLICHTING OM OP DE VERKOOPVERPAKKING DE AANWEZIGHEID VAN BENZEEN , TOLUEEN EN XYLEEN IN HET OPLOSMIDDEL TE VERMELDEN , MET SPECIFICATIE VAN HET TOTALE PERCENTAGE DAARVAN EN AFZONDERLIJK DAT VAN BENZEEN , ZULKS OP GROND VAN ARTIKEL 8 VAN WET NR . 245 VAN 5 MAART 1963 , ONVERENIGBAAR KAN ZIJN MET GENOEMDE RICHTLIJN .

30ARTIKEL 8 VAN DE ITALIAANSE WET NR . 245 VAN 5 MAART 1963 LEGT DE VERPLICHTING OP OM ' ' WANNEER DE OPLOSMIDDELEN BENZEEN , TOLUEEN OF XYLEEN BEVATTEN , OP DE VERKOOPVERPAKKING EEN ETIKET AAN TE BRENGEN WAAROP DE AANWEZIGHEID VAN DEZE STOFFEN , ALSMEDE HET TOTALE PERCENTAGE DAARVAN EN AFZONDERLIJK HET 31PERCENTAGE BENZEEN ZIJN VERMELD . . . ' ' ARTIKEL 5 VAN RICHTLIJN NR . 73/173 BEPAALT EVENWEL DAT OP ELKE VERPAKKING DUIDELIJK LEESBAAR EN ONUITWISBAAR MOET WORDEN VERMELD OF DEZE GIFTIGE BESTANDDELEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2 , ZOALS BENZEEN , BEVAT ALSMEDE , MAAR ZULKS SLECHTS IN ENKELE GEVALLEN , SCHADELIJKE 32BESTANDDELEN ZOALS TOLUEEN EN XYLEEN IN EEN CONCENTRATIE VAN MEER DAN 5 GEWICHTSPERCENTEN . DAARENTEGEN IS NIETS VOORGESCHREVEN BETREFFENDE HET VERMELDEN VAN HET AFZONDERLIJKE DAN WEL TOTALE PERCENTAGE VAN DEZE STOFFEN .

33DE NATIONALE RECHTER MOET DERHALVE WORDEN GEANTWOORD DAT RICHTLIJN NR . 73/173 ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD DAT DE NATIONALE BEPALINGEN NIET MOGEN EISEN DAT DE AANWEZIGHEID VAN DE BESTANDDELEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN OP DE VERPAKKING WORDT VERMELD IN TERMEN DIE VERDER GAAN DAN DIE VAN GENOEMDE RICHTLIJN .

34DE VIERDE VRAAG LUIDT ALS VOLGT :

' ' HOUDEN DE INGEROEPEN NATIONALE BEPALINGEN DIE ZONDER ONDERSCHEID VAN TOEPASSING ZIJN OP ALLE PRODUKTEN DIE OP DE BINNENLANDSE MARKT WORDEN AANGEBODEN , WAT DIE PRODUKTEN BETREFT EEN BELEMMERING , VERBOD OF BEPERKING VAN DE HANDEL EN HET VRIJE VERKEER IN , OOK AL ZIJN ZIJ BEDOELD OM DE GEZONDHEID DER GEBRUIKERS IN VERDERGAANDE MATE TE BESCHERMEN?

' '

35DEZE VRAAG HEEFT BETREKKING OP ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG , DAT UITZONDERINGEN OP HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN TOESTAAT , VOOR ZOVER DIE GERECHTVAARDIGD ZIJN UIT HOOFDE VAN DE OPENBARE VEILIGHEID , DE GEZONDHEID EN HET LEVEN VAN PERSONEN EN DIEREN .

36WANNEER MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 100 EEG-VERDRAG COMMUNAUTAIRE RICHTLIJNEN DE HARMONISATIE VOORSCHRIJVEN VAN MAATREGELEN DIE NOODZAKELIJK ZIJN OM ONDER MEER DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID VAN PERSONEN EN DIEREN TE WAARBORGEN , EN COMMUNAUTAIRE PROCEDURES INSTELLEN VOOR HET TOEZICHT OP DE NALEVING ERVAN , IS EEN BEROEP OP ARTIKEL 36 NIET MEER GERECHTVAARDIGD , AANGEZIEN DE UITVOERING VAN DE GEEIGENDE CONTROLES EN HET TREFFEN VAN DE BESCHERMINGSMAATREGELEN VOORTAAN BINNEN HET KADER VAN DE HARMONISATIERICHTLIJN MOET GESCHIEDEN .

37RICHTLIJN NR . 73/173 BEPAALT DAT INDIEN EEN LID-STAAT CONSTATEERT DAT EEN GEVAARLIJK PREPARAAT , HOEWEL HET VOLDOET AAN DE VOORSCHRIFTEN VAN DEZE RICHTLIJN , GEVAAR OPLEVERT VOOR DE GEZONDHEID OF DE VEILIGHEID , HIJ TIJDELIJK EN ONDER TOEZICHT VAN DE COMMISSIE VOLGENS DE IN ARTIKEL 9 VAN DE RICHTLIJN VOORGE- 38SCHREVEN PROCEDURE GEBRUIK KAN MAKEN VAN DE IN DAT ARTIKEL VERVATTE VRIJWARINGSCLAUSULE . MITSDIEN ZIJN NATIONALE BEPALINGEN DIE VERDER GAAN DAN DIE VAN RICHTLIJN NR . 73/173 SLECHTS VERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT INDIEN ZIJ ZIJN VASTGESTELD OVEREENKOMSTIG DE IN ARTIKEL 9 VAN DE RICHTLIJN VOORGESCHREVEN PROCEDURE EN VORMEN .

B - UITLEGGING VAN RICHTLIJN NR . 77/728

39IN DE VIJFDE PLAATS VRAAGT DE NATIONALE RECHTER OF RICHTLIJN NR . 77/728 VAN DE RAAD VAN 7 NOVEMBER 1977 , EN INZONDERHEID ARTIKEL 9 DAARVAN , WAT BETREFT DE NEGATIEVE VERPLICHTINGEN WELKE SEDERT DE DATUM VAN KENNISGEVING VAN DIE RICHTLIJN AAN DE LID-STATEN ZIJN OPGELEGD , ONMIDDELLIJK EN RECHTSTREEKS TOEPASSELIJK IS , WANNEER EEN PARTICULIER ZICH VOOR HET VERSTRIJKEN VAN DE TERMIJN BINNEN WELKE DE LID-STAAT TOT AANPASSING HAD OVER TE GAAN , IN GOED VERTROUWEN NAAR DE RICHTLIJN HEEFT GEDRAGEN .

40HET DOEL VAN DEZE RICHTLIJN KOMT OVEREEN MET DAT VAN RICHTLIJN NR . 73/173 , DOORDAT ZIJ EEN SOORTGELIJKE REGELING TREFT VOOR DE GEVAARLIJKE STOFFEN BEVATTENDE PREPARATEN , BESTEMD OM TE WORDEN GEBRUIKT ALS VERF , VERNIS , DRUKINKT , KLEEFSTOF EN SOORTGELIJKE PREPARATEN .

41VOLGENS ARTIKEL 12 VAN DE RICHTLIJN MOETEN DE LID-STATEN DEZE NAKOMEN BINNEN 24 MAANDEN NA KENNISGEVING ERVAN , WELKE HEEFT PLAATSGEVONDEN OP 9 NOVEMBER 1977 .

42DEZE TERMIJN IS DUS NOG NIET VERSTREKEN EN DE STATEN TOT WIE DE RICHTLIJN IS GERICHT , HEBBEN TOT 9 NOVEMBER 1979 DE TIJD OM DE BEPALINGEN ERVAN IN HUN NATIONALE RECHTSORDE IN TE VOEREN .

43OP GROND VAN HETGEEN IS UITEENGEZET IN DE MOTIVERING VAN HET ANTWOORD OP DE EERSTE VRAAG VAN DE NATIONALE RECHTER , KAN DE RICHTLIJN , EN INZONDERHEID ARTIKEL 9 DAARVAN , MITSDIEN EERST AAN HET EINDE VAN DE GESTELDE TERMIJN - ZO DE 44LID-STAAT DAN IN GEBREKE IS GEBLEVEN - DE IN HET ANTWOORD OP DE EERSTE VRAAG OMSCHREVEN WERKING HEBBEN . ZOLANG DIE TERMIJN NIET IS VERSTREKEN , BLIJ- 45VEN DE LID-STATEN TERZAKE VRIJ . INDIEN EEN LID-STAAT DE BEPALINGEN VAN EEN RICHTLIJN VOOR HET VERSTRIJKEN VAN DE DAARIN GESTELDE TERMIJN IN ZIJN NATIONALE RECHTSORDE HEEFT INGEVOERD , KAN DIT GEEN GEVOLG HEBBEN TEN AANZIEN VAN DE OVERIGE LID-STATEN .

46WAAR TENSLOTTE EEN RICHTLIJN NAAR HAAR AARD SLECHTS AAN DE LID-STATEN VERPLICHTINGEN OPLEGT , KAN EEN PARTICULIER VOOR HET VERSTRIJKEN VAN DE VOOR DE NAKOMING ERVAN GESTELDE TERMIJN ZICH NIET OP HET BEGINSEL VAN HET ' ' GEWETTIGD VERTROUWEN ' ' BEROEPEN .

47OP DE VIJFDE VRAAG MOET DUS WORDEN GEANTWOORD DAT RICHTLIJN NR . 77/728 VAN DE RAAD VAN 5 NOVEMBER 1977 , EN INZONDERHEID ARTIKEL 9 DAARVAN , VOOR DE PARTICULIER DIE VOOR AFLOOP VAN DE TERMIJN WAARBINNEN DE LID-STAAT ZICH DIENT AAN TE PASSEN , HANDELT IN OVEREENSTEMMING MET DE BEPALINGEN ERVAN , GEEN ENKEL GEVOLG KAN HEBBEN DAT DOOR DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES IN AANMERKING KAN WORDEN GENOMEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

48DE KOSTEN DOOR DE RAAD EN DOOR DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMER- 49KING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE PRETURA PENALE TE MILAAN BIJ BESCHIKKING VAN 8 MEI 1978 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . EEN LID-STAAT MAG ZIJN NATIONALE , NOG NIET AAN EEN RICHTLIJN AANGEPASTE WETGEVING - OOK INDIEN DEZE IN STRAFBEDREIGINGEN VOORZIET - , NA DE VOOR DE UITVOERING VAN DIE RICHTLIJN GESTELDE TERMIJN NIET TOEPASSEN OP DEGENE DIE OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN DIE RICHTLIJN HANDELT .

2 . UIT HET STELSEL VAN RICHTLIJN NR . 73/173 VOLGT DAT EEN LID-STAAT IN ZIJN NATIONALE WETTELIJKE REGELING GEEN VOORWAARDEN MAG OPNEMEN DIE MEER RESTRICTIEF OF ZELFS MEER GEDETAILLEERD , ALTHANS ANDERS ZIJN DAN DIE WELKE IN DE RICHTLIJN ZIJN VOORZIEN TER ZAKE VAN DE INDELING , DE VERPAKKING EN HET KENMERKEN VAN OPLOSMIDDELEN , EN DAT DIT VERBOD OM ANDERE BEPERKINGEN OP TE LEGGEN ZOWEL GELDT VOOR DE RECHTSTREEKSE AFZET VAN PRODUKTEN OP DE NATIONALE MARKT ALS VOOR INGEVOERDE PRODUKTEN .

3 . RICHTLIJN NR . 73/173 MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT DE NATIONALE BEPALINGEN NIET MOGEN EISEN DAT DE AANWEZIGHEID VAN DE BESTANDDELEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN OP DE VERPAKKING WORDT VERMELD IN TERMEN DIE VERDER GAAN DAN DIE VAN GENOEMDE RICHTLIJN .

4 . NATIONALE BEPALINGEN DIE VERDER GAAN DAN DIE VAN RICHTLIJN NR . 73/173 , ZIJN SLECHTS VERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT INDIEN ZIJ ZIJN VASTGESTELD OVEREENKOMSTIG DE IN ARTIKEL 9 VAN DE RICHTLIJN VOORGESCHREVEN PROCEDURE EN VORMEN .

5 . RICHTLIJN NR . 77/728 VAN DE RAAD VAN 7 NOVEMBER 1977 , EN INZONDERHEID ARTIKEL 9 HIERVAN , KAN VOOR DE PARTICULIER DIE VOOR AFLOOP VAN DE TERMIJN WAARBINNEN DE LID-STAAT ZICH DIENT AAN TE PASSEN , HANDELT IN OVEREENSTEMMING MET DE BEPALINGEN ERVAN , GEEN ENKEL GEVOLG HEBBEN DAT DOOR DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES IN AANMERKING KAN WORDEN GENOMEN .

Top