Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61977CJ0102

Arrest van het Hof van 23 mei 1978.
Hoffmann-La Roche & Co. AG tegen Centrafarm Vertriebsgesellschaft Pharmazeutischer Erzeugnisse mbH.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Landgericht Freiburg - Duitsland.
Herverpakking van merkprodukten.
Zaak 102/77.

European Court Reports 1978 -01139

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1978:108

61977J0102

ARREST VAN HET HOF VAN 23 MEI 1978. - HOFFMANN - LA ROCHE & CO. AG TEGEN CENTRAFARM VERTRIEBSGESELLSCHAFT PHARMAZEUTISCHER ERZEUGNISSE MBH. - (" HERVERPAKKING VAN MERKPRODUKTEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET LANDGERICHT TE FREIBURG). - ZAAK NO. 102/77.

Jurisprudentie 1978 bladzijde 01139
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00351
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00391
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00317
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00107
Finse bijz. uitgave bladzijde 00107


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN - INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM - RECHTEN - BESCHERMING - OMVANG

( EEG-VERDRAG , ART . 36 )

2 . VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN - INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM - IN VERSCHILLENDE LID-STATEN BESCHERMD MERKRECHT - IN EEN DEZER STATEN RECHTMATIG VAN HET MERK VOORZIEN PRODUKT - OMPAKKING EN WEDEROM AANBRENGEN VAN HET MERK DOOR EEN DERDE - INVOER IN EEN ANDERE LID-STAAT - VERZET DAARTEGEN VAN DE MERKGERECHTIGDE - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDEN

( EEG-VERDRAG , ART . 36 )

3 . MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE OP DE MARKT - MERKRECHT - UITOEFENING VERENIGBAAR MET ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG - SCHENDING VAN ARTIKEL 86 - AFWEZIGHEID DAARVAN

( EEG-VERDRAG , ART . 36 EN 86 )

Samenvatting


1 . UIT ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG - EN MET NAME DE TWEEDE VOLZIN - EN UIT HET REDEVERBAND VOLGT DAT OFSCHOON HET VERDRAG DE KRACHTENS DE WETGEVING VAN EEN LID-STAAT VERKREGEN RECHTEN OP HET GEBIED VAN DE INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM ONVERLET LAAT , NIETTEMIN DE UITOEFENING VAN DIE RECHTEN ONDER OMSTANDIGHEDEN DOOR VERBODSBEPALINGEN VAN HET VERDRAG KAN WORDEN BEPERKT .

WAAR ARTIKEL 36 EEN UITZONDERING VORMT OP EEN VAN DE GRONDBEGINSELEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT , LAAT HET SLECHTS AFWIJKINGEN VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN TOE VOOR ZOVER DEZE GERECHTVAARDIGD ZIJN TER VRIJWARING VAN DE RECHTEN DIE HET SPECIFIEKE VOORWERP VAN DE INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM VORMEN .

2 . TER BEANTWOORDING VAN DE VRAAG OF BEDOELD UITSLUITEND RECHT MEDEBRENGT DAT MEN ERTEGEN MAG OPKOMEN WANNEER EEN DERDE NA OMPAKKING VAN HET PRODUKT HET MERK DAAROP WEDEROM AANBRENGT , DIENT TE RADE TE WORDEN GEGAAN MET DE WEZENLIJKE FUNCTIE VAN HET MERK , WELKE DAARIN IS GELEGEN DAT AAN DE CONSUMENT OF AAN DE UITEINDELIJKE VERBRUIKER MET BETREKKING TOT HET GEMERKTE PRODUKT DE IDENTITEIT VAN OORSPRONG WORDT GEWAARBORGD - IN DIER VOEGE DAT HIJ HET PRODUKT ONDUBBELZINNIG VAN PRODUKTEN VAN ANDERE HERKOMST KAN ONDERSCHEIDEN .

DEZE HERKOMSTGARANTIE IMPLICEERT DAT DE CONSUMENT OF DE UITEINDELIJKE VERBRUIKER EROP MAG REKENEN DAT DERDEN IN DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN EEN HEM AANGEBODEN EN VAN HET MERK VOORZIEN PRODUKT , IN EEN AAN DE VERHANDELING VOORAFGEGANE FASE NIET ZONDER TOESTEMMING VAN DE MERKGERECHTIGDE HEBBEN INGEGREPEN .

HET IS IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , EERSTE VOLZIN , EEG-VERDRAG GERECHTVAARDIGD WANNEER DE MERKGERECHTIGDE DIE IN TWEE STATEN GELIJKTIJDIG BESCHERMING GENIET , ERTEGEN OPKOMT DAT EEN PRODUKT WAAROP IN EEN DIER STATEN HET MERK RECHTMATIG WERD AANGEBRACHT , OP DE MARKT VAN DE ANDERE LID-STATEN WORDT GEBRACHT , NADAT HET PRODUKT IS OMGEPAKT EN HET MERK DOOR EEN DERDE OP DE NIEUWE VERPAKKING IS AANGEBRACHT .

ZULKS IS NIETTEMIN ALS EEN VERKAPTE BEPERKING VAN DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , TWEEDE VOLZIN , EEG-VERDRAG TE BESCHOUWEN , WANNEER

- KOMT VAST TE STAAN DAT DE WIJZE WAAROP DE GERECHTIGDE ZIJN MERKRECHT GEBRUIKT , ZIJN AFZETSYSTEEM IN AANMERKING GENOMEN , TOT KUNSTMATIGE AFSCHERMING VAN DE MARKTEN DER LID-STATEN ZAL BIJDRAGEN ;

- WORDT AANGETOOND DAT DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT BIJ OMPAKKING ONGEMOEID BLIJFT ;

- DE MERKGERECHTIGDE TEVOREN VAN DE VERHANDELING VAN HET OMGEPAKTE PRODUKT IN KENNIS WORDT GESTELD ; EN

- OP DE NIEUWE VERPAKKING WORDT VERMELD DOOR WIE HET PRODUKT WERD OMGEPAKT .

3 . VOOR ZOVER DE UITOEFENING VAN HET MERKRECHT , GETOETST AAN ARTIKEL 36 EEG-VERDRAG , RECHTMATIG IS , KOMT ZODANIGE OEFENING NIET MET ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG IN STRIJD ALLEEN OMDAT ZIJ GESCHIEDT DOOR EEN ONDERNEMING DIE EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT INNEEMT , ZOLANG HET MERK NIET ALS EEN MIDDEL TOT MISBRUIK VAN ZULK EEN POSITIE WORDT GEHANTEERD .

Partijen


IN DE ZAAK 102/77 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG- VERDRAG VAN HET LANDGERICHT TE FREIBURG , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

1 . HOFFMANN-LA ROCHE & CO . AG TE BAZEL

2 . HOFFMANN-LA ROCHE AG TE GRENZACH-WYHLEN ( DUITSLAND )

EN

CENTRAFARM VERTRIEBSGESELLSCHAFT PHARMAZEUTISCHER ERZEUGNISSE MBH TE BENTHEIM ( DUITSLAND )

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 36 EN 86 VAN GENOEMD VERDRAG ,

Overwegingen van het arrest


1OVERWEGENDE DAT HET LANDGERICHT TE FREIBURG BIJ BESCHIKKING VAN 20 JUNI 1977 , INGEKOMEN OP 2 AUGUSTUS 1977 , HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG- VERDRAG TWEE VRAGEN HEEFT GESTELD INZAKE HET EFFECT VAN SOMMIGE VERDRAGSBEPALINGEN OP DE UITOEFENING VAN DE AAN EEN MERKGERECHTIGDE TOEKOMENDE RECHTEN ;

DAT DIE VRAGEN WORDEN GESTELD IN EEN GEDING TUSSEN TWEE ONDERNEMINGEN WERKZAAM IN DE SECTOR DER FARMACEUTISCHE PRODUKTEN , VAN WELKE ONDERNEMINGEN DE ENE , VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING ( HIERNA TE NOEMEN HOFFMANN-LA ROCHE ), IN VERSCHILLENDE LID-STATEN TOT EEN BEPAALD MERK GERECHTIGD , ER TEGEN OPKOMT DAT DE ANDERE , VERWEERSTER IN HET HOOFDGEDING ( HIERNA TE NOEMEN CENTRAFARM ), DIE EEN ONDER HET MERK IN EEN LID-STAAT IN HET VERKEER GEBRACHT PRODUKT HEEFT OPGEKOCHT , HET IN EEN ANDERE LID-STAAT WEDERVERKOOPT NA HET TE HEBBEN OMGEPAKT EN HET MERK VAN DE GERECHTIGDE OPNIEUW OP DE VERPAKKING TE HEBBEN AANGEBRACHT ;

2DAT HET BETROKKEN PRODUKT , VALIUM , DOOR HOFFMANN-LA ROCHE IN DUITSLAND WORDT VERHANDELD IN EENHEDEN VAN 20 OF 50 TABLETTEN - VOOR PARTICULIEREN - EN IN VIJFVOUDEN DAARVAN OFWEL EENHEDEN VAN 100 DAN WEL 250 TABLETTEN - OM IN ZIEKENHUIZEN TE WORDEN GEBRUIKT - , TERWIJL DE ENGELSE DOCHTERMAATSCHAPPIJ VAN HET HOFFMANN-LA ROCHE-CONCERN HETZELFDE PRODUKT VERVAARDIGT EN - IN EENHEDEN VAN 100 OF 500 TABLETTEN - VERHANDELT TEGEN AANZIENLIJK LAGERE PRIJZEN DAN IN DUITSLAND WORDEN BEREKEND ;

DAT CENTRAFARM IN DUITSLAND VALIUM HEEFT VERHANDELD DIE , NA IN ENGELAND IN DE OORSPRONKELIJKE VERPAKKING TE ZIJN OPGEKOCHT , TOT EENHEDEN VAN 1 000 TABLETTEN WAS OMGEPAKT , TERWIJL OP DE NIEUWE VERPAKKING HET MERK HOFFMANN-LA ROCHE WAS AANGEBRACHT BENEVENS DE VERMELDING DAT HET PRODUKT DOOR CENTRAFARM IN HET VERKEER WAS GEBRACHT ;

DAT CENTRAFARM VOORTS HAAR VOORNEMEN TE KENNEN HEEFT GEGEVEN DE TABLETTEN - VOOR VERKOOP AAN PARTICULIEREN - IN KLEINERE EENHEDEN OM TE PAKKEN ;

3DAT HET LANDGERICHT ZICH IN ZIJN VERWIJZINGSBESCHIKKING , OVEREENKOMSTIG DE OPVATTING DIE IN EEN EERDERE PROCESSUELE FASE DOOR DE HOGERE RECHTERLIJKE INSTANTIE WAS VOORGESTAAN , IN DIE ZIN HEEFT UITGESPROKEN DAT CENTRAFARMS VERRICHTINGEN NAAR DUITS MERKENRECHT ALS SCHENDING VAN HOFFMANN-LA ROCHE ' S RECHTEN ZIJN TE BESCHOUWEN ;

4DAT DE VRAAG OF DE WETTELIJKE REGELINGEN DER ANDERE LID-STATEN IN DEZELFDE ZIN ZIJN TE VERSTAAN , TIJDENS DE VOOR HET HOF GEVOERDE PROCEDURE TER SPRAKE IS GEKOMEN , DOCH NIET ONDUBBELZINNIG KON WORDEN BEANTWOORD ;

DE EERSTE VRAAG

5OVERWEGENDE DAT DE EERSTE VRAAG LUIDT ALS VOLGT :

' ' IS DE HOUDER VAN EEN TE ZIJNEN BEHOEVE ZOWEL IN LID-STAAT A ALS IN LID- STAAT B BESCHERMD MERKRECHT KRACHTENS ARTIKEL 36 VAN HET EEG-VERDRAG BEVOEGD OM MET EEN BEROEP OP DAT RECHT TE BELETTEN DAT IEMAND VIA PARALLELLE IMPORTEN GENEESMIDDELEN DIE DOOR DE MERKGERECHTIGDE DAN WEL MET DIENS TOESTEMMING IN LID-STAAT A VAN DE GEMEENSCHAP RECHTMATIG VAN ZIJN MERK ZIJN VOORZIEN EN , ONDER DAT MERK VERPAKT , IN HET VERKEER ZIJN GEBRACHT , OPKOOPT , VAN EEN NIEUWE VERPAKKING VOORZIET , DAAROP HET MERK VAN DE HOUDER AANBRENGT EN DE WAAR ZO IN LID-STAAT B INVOERT?

' '

6OVERWEGENDE DAT INGEVOLGE DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN , EN INZONDERHEID ARTIKEL 30 , INVOERBEPERKINGEN EN ALLE MAATREGELEN VAN GELIJKE WERKING TUSSEN DE LID-STATEN ZIJN VERBODEN ;

DAT DEZE BEPALINGEN EVENWEL NAAR LUID VAN ARTIKEL 36 GEEN BELETSEL VORMEN VOOR VERBODEN OF BEPERKINGEN VAN DE INVOER , WELKE GERECHTVAARDIGD ZIJN UIT HOOFDE VAN BESCHERMING VAN DE INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM ;

DAT ECHTER ZOWEL UIT DIT ARTIKEL ZELF - EN MET NAME DE TWEEDE VOLZIN - ALS UIT HET REDEVERBAND VOLGT DAT OFSCHOON HET VERDRAG DE KRACHTENS DE WETGEVING VAN EEN LID-STAAT VERKREGEN RECHTEN OP HET GEBIED VAN DE INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM ONVERLET LAAT , NIETTEMIN DE UITOEFENING VAN DIE RECHTEN ONDER OMSTANDIGHEDEN DOOR VERBODSBEPALINGEN VAN HET VERDRAG KAN WORDEN BEPERKT ;

DAT ARTIKEL 36 , ZIJNDE EEN UITZONDERING OP EEN VAN DE GRONDBEGINSELEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT , IMMERS SLECHTS AFWIJKINGEN VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN TOELAAT VOOR ZOVER DEZE GERECHTVAARDIGD ZIJN TER VRIJWARING VAN DE RECHTEN DIE HET SPECIFIEKE VOORWERP VAN DE INDUSTRIELE EN COMMERCIELE EIGENDOM VORMEN ;

7OVERWEGENDE DAT HET MERKRECHT MET NAME TOT SPECIFIEK VOORWERP HEEFT DE MERKGERECHTIGDE HET UITSLUITEND RECHT TE VERSCHAFFEN HET MERK TE GEBRUIKEN OM EEN PRODUKT ALS EERSTE IN HET VERKEER TE BRENGEN , EN HEM ALDUS TE BESCHERMEN TEGEN CONCURRENTEN DIE VAN DE POSITIE EN REPUTATIE VAN HET MERK MISBRUIK ZOUDEN WILLEN MAKEN DOOR VAN HET MERK VALSELIJK VOORZIENE PRODUKTEN TE VERKOPEN ;

DAT TER BEANTWOORDING VAN DE VRAAG OF BEDOELD UITSLUITEND RECHT MEDEBRENGT DAT MEN ER TEGEN MAG OPKOMEN DAT EEN DERDE NA OMPAKKING VAN HET PRODUKT HET MERK DAAROP WEDEROM AANBRENGT , TE RADE DIENT TE WORDEN GEGAAN MET DE WEZENLIJKE FUNCTIE VAN HET MERK , WELKE DAARIN IS GELEGEN DAT AAN DE CONSUMENT OF AAN DE UITEINDELIJKE VERBRUIKER MET BETREKKING TOT HET GEMERKTE PRODUKT DE IDENTITEIT VAN OORSPRONG WORDT GEWAARBORGD - IN DIER VOEGE DAT HIJ HET PRODUKT ONDUBBELZINNIG VAN PRODUKTEN VAN ANDERE HERKOMST KAN ONDERSCHEIDEN - ;

DAT DIE HERKOMSTGARANTIE IMPLICEERT DAT DE CONSUMENT OF DE UITEINDELIJKE VERBRUIKER EROP MAG REKENEN DAT DERDEN IN DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN EEN HEM AANGEBODEN EN VAN HET MERK VOORZIEN PRODUKT , NIET IN EEN AAN DE VERHANDELING VOORAFGEGANE FASE ZONDER TOESTEMMING VAN DE MERKGERECHTIGDE HEBBEN INGEGREPEN ;

DAT HET AAN DE MERKGERECHTIGDE TOEGEKENDE RECHT OP TE KOMEN TEGEN IEDER GEBRUIK DAT AAN DE HERKOMSTGARANTIE AFBREUK ZOU KUNNEN DOEN , ALDUS VERSTAAN , TOT HET SPECIFIEK VOORWERP VAN HET MERKRECHT BEHOORT ;

8DAT HET DERHALVE IN DE LIJN VAN ARTIKEL 36 , EERSTE VOLZIN , LIGT WANNEER AAN DE GERECHTIGDE DE BEVOEGDHEID WORDT TOEGEKEND ER TEGEN OP TE KOMEN DAT DE IMPORTEUR VAN EEN ONDER MERK VERHANDELD PRODUKT , NA OMPAKKING EN ZONDER TOESTEMMING VAN DE MERKGERECHTIGDE , HET MERK OP DE NIEUWE VERPAKKING AANBRENGT ;

9OVERWEGENDE DAT EVENWEL NOG DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT OF DE UITOEFENING VAN ZULK EEN RECHT MOGELIJKERWIJZE ALS EEN ' ' VERKAPTE BEPERKING VAN DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN ' ' IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , TWEEDE VOLZIN , IS TE BESCHOUWEN ;

DAT ZULK EEN BEPERKING ONDER MEER GELEGEN KAN ZIJN IN HET FEIT DAT DE MERKGERECHTIGDE IN VERSCHILLENDE LID-STATEN EENZELFDE PRODUKT IN VERSCHILLENDE VERPAKKING OP DE MARKT BRENGT EN DE AAN HET MERK INHERENTE RECHTEN TE BAAT NEEMT OM TE VERHINDEREN DAT HET DOOR EEN DERDE WORDT OMGEPAKT , OOK AL VINDT DIE OMPAKKING PLAATS OP EEN WIJZE WELKE DE IDENTITEIT VAN OORSPRONG EN DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT ONGEMOEID LAAT ;

DAT HET ER DERHALVE OM GAAT OF HET OMPAKKEN VAN EEN ONDER EEN MERK VERHANDELD PRODUKT , ZOALS HET IN CASU DOOR CENTRAFARM GESCHIEDDE , TEN KOSTE VAN DE EENZELVIGHEID VAN HET PRODUKT KAN GAAN ;

10DAT HET ANTWOORD NAAR GELANG VAN DE OMSTANDIGHEDEN , MET NAME NAAR GELANG VAN DE AARD VAN HET PRODUKT EN DE WIJZE VAN OMPAKKEN , VERSCHILLEND MOET UITVALLEN ;

DAT MET OMPAKKING VEELAL ONVERMIJDELIJKERWIJS DE STAAT VAN HET PRODUKT - NAAR ZIJN AARD - GEMOEID IS , TERWIJL IN ANDERE GEVALLEN AAN OMPAKKING HET MIN OF MEER KENNELIJK RISICO VERBONDEN IS DAT ER MET HET PRODUKT ZAL WORDEN GEMANIPULEERD DAN WEL DAT DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT NIET ONGEMOEID ZAL WORDEN GELATEN ;

DAT HET EVENWEL DENKBAAR IS DAT DE OMPAKKING GESCHIEDT ONDER ZODANIGE OMSTANDIGHEDEN , DAT AAN DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT GEEN AFBREUK KAN WORDEN GEDAAN ;

DAT ZULKS BIJ VOORBEELD HET GEVAL KAN ZIJN WANNEER DE MERKGERECHTIGDE HET PRODUKT IN DUBBELE VERPAKKING IN HET VERKEER HEEFT GEBRACHT , TERWIJL HET OMPAKKEN SLECHTS DE BUITENVERPAKKING BETREFT - EN DE BINNENVERPAKKING INTACT WORDT GELATEN - , DAN WEL WANNEER HET OMPAKKEN GESCHIEDT ONDER CONTROLE VAN DE OVERHEID , DIE ER OP TOEZIET DAT DE ONGEREPTHEID VAN HET PRODUKT VERZEKERD BLIJFT ;

DAT WANNEER DE WEZENLIJKE FUNCTIE VAN HET MERK - HET WAARBORGEN VAN DE HERKOMST VAN HET PRODUKT - ALDUS IS BEVEILIGD , HET UITOEFENEN VAN MERKRECHT TEN EINDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN TUSSEN LID-STATEN TE BELEMMEREN EEN VERKAPTE BEPERKING ALS BEDOELD IN ARTIKEL 36 , TWEEDE VOLZIN , VAN HET VERDRAG KAN OPLEVEREN , ALS KOMT VAST TE STAAN DAT DE WIJZE WAAROP DE GERECHTIGDE ZIJN MERKRECHT GEBRUIKT , ZIJN AFZETSYSTEEM IN AANMERKING GENOMEN , TOT KUNSTMATIGE AFSCHERMING VAN DE MARKTEN DER LID-STATEN ZAL BIJDRAGEN ;

11OVERWEGENDE DAT DEZE VASTSTELLING , OFSCHOON IN HET BELANG VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN GEBODEN , ER NOCHTANS OP NEERKOMT DAT AAN DE ONDERNEMER , DIE HET INGEVOERDE PRODUKT VERKOOPT NADAT OP DE NIEUWE VERPAKKING ZONDER TOESTEMMING VAN DE GERECHTIGDE HET MERK WEDEROM IS AANGEBRACHT , EEN BEVOEGDHEID WORDT INGERUIMD WELKE ONDER NORMALE OMSTANDIGHEDEN AAN DE GERECHTIGDE ZELF BLIJFT VOORBEHOUDEN ;

DAT HET BELANG VAN DE GERECHTIGDE , ALS EIGENAAR VAN HET MERK , ALSOOK ZIJN BELANG BIJ BESCHERMING TEGEN MISBRUIK , DAN OOK MEDEBRENGEN DAT DIE BEVOEGDHEID SLECHTS DIENT TE WORDEN INGERUIMD OP VOORWAARDE DAT WORDE AANGETOOND DAT BIJ OMPAKKING DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT ONGEMOEID BLIJFT ;

12OVERWEGENDE DAT VOORTS , GEZIEN HET BELANG DAT DE MERKGERECHTIGDE ER BIJ HEEFT DAT DE CONSUMENT MET BETREKKING TOT DE HERKOMST VAN HET PRODUKT NIET IN DWALING KOMT TE VERKEREN , AAN DE ONDERNEMER DE BEVOEGDHEID HET INGEVOERDE PRODUKT TE VERKOPEN , WANNEER HET MERK OP DE NIEUWE VERPAKKING IS AANGEBRACHT , SLECHTS DIENT TE WORDEN TOEGEKEND OP VOORWAARDE DAT HIJ DE GERECHTIGDE ER TEVOREN VAN IN KENNIS STELT EN OP DE VERPAKKING DUIDELIJK VERMELDT DAT HET PRODUKT DOOR HEM WERD OMGEPAKT ;

13DAT HET BLIJKENS HET VORENOVERWOGENE , AFGEZIEN VAN MET INDIVIDUELE GEVALLEN SAMENHANGENDE FEITELIJKE KWESTIES , VOOR DE OPLOSSING VAN HET OPGEWORPEN PROBLEEM , DAT MERKENRECHTELIJK VAN AARD IS , NIET TER ZAKE DOET DAT DE DOOR DE NATIONALE RECHTER GESTELDE VRAAG UITSLUITEND GENEESMIDDELEN BETREFT ;

14DAT DE EERSTE VRAAG DERHALVE IN DIE ZIN DIENT TE WORDEN BEANTWOORD DAT

A ) HET IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , EERSTE VOLZIN , VAN HET VERDRAG GERECHTVAARDIGD IS DAT DE MERKGERECHTIGDE DIE IN TWEE STATEN GELIJKTIJDIG BESCHERMING GENIET , ER TEGEN OPKOMT DAT EEN PRODUKT WAAROP IN EEN DIER STATEN HET MERK RECHTMATIG WERD AANGEBRACHT , OP DE MARKT VAN DE ANDERE LID- STAAT WORDT GEBRACHT , NADAT HET PRODUKT IS OMGEPAKT EN HET MERK DOOR EEN DERDE OP DE NIEUWE VERPAKKING IS AANGEBRACHT ;

B ) ZULKS NIETTEMIN ALS EEN VERKAPTE BEPERKING VAN DE HANDEL TUSSEN DE LID- STATEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , TWEEDE VOLZIN , VAN HET VERDRAG IS TE BESCHOUWEN , WANNEER KOMT VAST TE STAAN

- DAT DE WIJZE WAAROP DE GERECHTIGDE ZIJN MERKRECHT GEBRUIKT , ZIJN AFZETSYSTEEM IN AANMERKING GENOMEN , TOT KUNSTMATIGE AFSCHERMING VAN DE MARKTEN DER LID-STATEN ZAL BIJDRAGEN ;

- WORDT AANGETOOND DAT DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT BIJ OMPAKKING ONGEMOEID BLIJFT ;

- DE MERKGERECHTIGDE TEVOREN VAN DE VERHANDELING VAN HET OMGEPAKTE PRODUKT IN KENNIS WORDT GESTELD ; EN

- OP DE NIEUWE VERPAKKING WORDT VERMELD DOOR WIE HET PRODUKT WERD OMGEPAKT ;

DE TWEEDE VRAAG

15OVERWEGENDE DAT DE TWEEDE VRAAG LUIDT ALS VOLGT :

' ' IS DE HOUDER VAN HET MERK DAARTOE OOK BEVOEGD OF HANDELT HIJ IN STRIJD MET HET EEG-VERDRAG EN WEL MET NAME MET ARTIKEL 86 VAN DAT VERDRAG , WANNEER HIJ MET BETREKKING TOT HET GENEESMIDDEL IN KWESTIE OP DE MARKT VAN LID-STAAT B EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT , VAN EEN VERBOD VAN DE INVOER VAN OPNIEUW VERPAKTE EN VAN HET MERK VAN DE HOUDER VOORZIENE WAREN IN ZUIVER FEITELIJK OPZICHT EEN MARKTBELEMMEREND EFFECT UITGAAT - OMDAT , WAT DE VERPAKKING BETREFT , IN DE LANDEN A EN B NIET DEZELFDE MAAT PLEEGT TE WORDEN AANGEHOUDEN , TERWIJL HET OP DE MARKT TOT INVOER IN ANDERE VORM NOG NAUWELIJKS IS GEKOMEN - EN HET VERBOD ER IN FEITE TOE LEIDT DAT ER TUSSEN DE LID- STATEN EEN AANZIENLIJK - EVENTUEEL : ONEVENREDIG - PRIJSVERSCHIL IN STAND BLIJFT , ZONDER DAT KAN WORDEN WAARGEMAAKT DAT DE HOUDER VAN HET MERK ZICH ALLEEN DAN WEL IN OVERWEGENDE MATE VAN HET VERBOD BEDIENT OM DAT PRIJSVERSCHIL IN STAND TE HOUDEN?

' '

16OVERWEGENDE DAT KAN WORDEN VOLSTAAN MET DE OPMERKING DAT , VOOR ZOVER DE UITOEFENING VAN HET MERKRECHT , GETOETST AAN ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG , RECHTMATIG IS , ZODANIGE UITOEFENING NIET MET ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG IN STRIJD KOMT ALLEEN OMDAT ZIJ GESCHIEDT DOOR EEN ONDERNEMING DIE EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT INNEEMT , ZOLANG HET MERK NIET ALS EEN MIDDEL TOT MISBRUIK VAN ZULK EEN POSITIE WORDT GEHANTEERD ;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

17OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN , DOOR DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK , DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND EN DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN AAN HET HOF GEMAAKT , NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN ;

DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTER OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN ;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE VRAGEN , DOOR HET LANDGERICHT TE FREIBURG BIJ BESCHIKKING VAN 20 JUNI 1977 GESTELD , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . A ) HET IS IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , EERSTE VOLZIN , VAN HET VERDRAG GERECHTVAARDIGD DAT DE MERKGERECHTIGDE DIE IN TWEE STATEN GELIJKTIJDIG BESCHERMING GENIET , ER TEGEN OPKOMT DAT EEN PRODUKT WAAROP IN EEN DIER STATEN HET MERK RECHTMATIG WERD AANGEBRACHT , OP DE MARKT VAN DE ANDERE LID-STAAT WORDT GEBRACHT , NADAT HET PRODUKT IS OMGEPAKT EN HET MERK DOOR EEN DERDE OP DE NIEUWE VERPAKKING IS AANGEBRACHT ;

B ) ZULKS IS NIETTEMIN ALS EEN VERKAPTE BEPERKING VAN DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 36 , TWEEDE VOLZIN , VAN HET VERDRAG TE BESCHOUWEN , WANNEER KOMT VAST TE STAAN

- DAT DE WIJZE WAAROP DE GERECHTIGDE ZIJN MERKRECHT GEBRUIKT , ZIJN AFZETSYSTEEM IN AANMERKING GENOMEN , TOT KUNSTMATIGE AFSCHERMING VAN DE MARKTEN DER LID-STATEN ZAL BIJDRAGEN ;

- WORDT AANGETOOND DAT DE OORSPRONKELIJKE TOESTAND VAN HET PRODUKT BIJ OMPAKKING ONGEMOEID BLIJFT ;

- DE MERKGERECHTIGDE TEVOREN VAN DE VERHANDELING VAN HET OMGEPAKTE PRODUKT IN KENNIS WORDT GESTELD ; EN

- OP DE NIEUWE VERPAKKING WORDT VERMELD DOOR WIE HET PRODUKT WERD OMGEPAKT ;

2 . VOOR ZOVER DE UITOEFENING VAN HET MERKRECHT , GETOETST AAN ARTIKEL 36 , VAN HET VERDRAG , RECHTMATIG IS , KOMT ZODANIGE UITOEFENING NIET MET ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG IN STRIJD ALLEEN OMDAT ZIJ GESCHIEDT DOOR EEN ONDERNEMING DIE EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT INNEEMT , ZOLANG HET MERK NIET ALS EEN MIDDEL TOT MISBRUIK VAN ZULK EEN POSITIE WORDT GEHANTEERD .

Top