EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61976CJ0050

Arrest van het Hof van 2 februari 1977.
Amsterdam Bulb BV tegen Produktschap voor Siergewassen.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: College van Beroep voor het Bedrijfsleven - Nederland.
Zaak 50-76.

European Court Reports 1977 -00137

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1977:13

61976J0050

ARREST VAN HET HOF VAN 2 FEBRUARI 1977. - AMSTERDAM BULB BV TEGEN PRODUKTSCHAP VOOR SIERGEWASSEN. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN). - ZAAK NO. 50/76.

Jurisprudentie 1977 bladzijde 00137
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00059
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00061
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00281
Finse bijz. uitgave bladzijde 00293


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . BESLUITEN VAN EEN INSTELLING - VERORDENING - RECHTSTREEKSE TOEPASSELIJKHEID - BEGRIP - VERPLICHTINGEN VAN DE LID-STATEN

( EEG-VERDRAG , ART . 189 )

2 . GEMEENSCHAPSRECHT

3 . LANDBOUW - BLOEMBOLLEN - UITVOER NAAR DERDE LANDEN - MINIMUMPRIJS - VASTSTELLING DOOR DE COMMISSIE - PRODUKTEN VAN EEN MAAT DIE GROTER IS DAN DE MINIMUMMAAT MAAR KLEINER DAN DE IN DE GEMEENSCHAPSREGELING GENOEMDE MATENTOEPASSELIJKHEID

( VERORDENING ( EEG ) 369/75 )

4 . LANDBOUW - BLOEMBOLLEN - UITVOER NAAR DERDE LANDEN - MINIMUMPRIJZEN - TOEPASSING DOOR DE NATIONALE WETGEVER OP ANDERE DAN DE IN DE GEMEENSCHAPSREGELING GENOEMDE BLOEMBOLLEN - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDEN

( VERORDENING ( EEG ) 369/75 )

5 . GEMEENSCHAPSRECHT - RECHTSTREEKSE TOEPASSELIJKHEID - OVERTREDING DOOR PARTICULIEREN - NIET IN EEN GEMEENSCHAPSBEPALING VOORZIENE SANCTIE - BEVOEGDHEID VAN DE LID-STATEN

Samenvatting


1 . DE RECHTSTREEKSE TOEPASSELIJKHEID VAN EEN GEMEENSCHAPSVERORDENING BRENGT MEE DAT ZIJ ZONDER NADERE MAATREGEL TOT OPNEMING IN HET NATIONALE RECHT IN WERKING TREEDT EN TEN GUNSTE OF TEN LASTE VAN DE RECHTSSUBJECTEN WORDT TOEGEPAST .

2 . DE LID-STATEN KUNNEN GEEN BESLUITEN NEMEN , NOCH HET NEMEN DAARVAN DOOR TOT REGELSTELLING BEVOEGDE NATIONALE INSTANTIES TOELATEN , DOOR WELKE BESLUITEN HET GEMEENSCHAPSKARAKTER VAN EEN RECHTSREGEL EN VAN ZIJN RECHTSGEVOLG VOOR DE JUSTITIABELEN ZOU WORDEN VERHEELD . ZIJ KUNNEN NOCH RECHTSTREEKS , NOCH DOOR TUSSENKOMST VAN DOOR HEN INGESTELDE OF ERKENDE INSTANTIES , VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT AFWIJKEN , EEN AFWIJKING DAARVAN TOESTAAN , OF ER INBREUK OP MAKEN .

3 . DE BIJ VERORDENING 369/75 VOOR HET BETROKKEN PRODUKT VASTGESTELDE LAAGSTE MINIMUMEXPORTPRIJS IS EVENEENS VAN TOEPASSING OP DE PRODUKTEN VAN EEN MAAT DIE GROTER IS DAN DE MINIMUMMAAT , MAAR KLEINER DAN DE IN DE BIJLAGE VAN DEZE VERORDENING UITDRUKKELIJK GENOEMDE MATEN .

4 . EEN NATIONAAL VOORSCHRIFT , DAT MINIMUMPRIJZEN VASTSTELT VOOR DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VAN ENKELE ANDERE VARIETEITEN BLOEMBOLLEN DAN DIE WAARVOOR DE COMMISSIE BIJ VERORDENING 369/75 MINIMUMPRIJZEN HEEFT VASTGESTELD , EN DAT NIET AFWIJKT VAN HET GEMEENSCHAPSSTELSEL , DE DRAAGWIJDTE DAARVAN NIET BEPERKT EN DAT EVENEENS DE STABILISERING VAN DE PRIJZEN IN HET HANDELSVERKEER MET DERDE LANDEN BEOOGT , KAN NIET ALS ONVERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDEN BESCHOUWD .

5 . BIJ ONTBREKEN IN DE GEMEENSCHAPSREGELS VAN EEN BEPALING WELKE BEPAALDE SANCTIES STELT OP OVERTREDING DIER REGELS DOOR PARTICULIEREN , ZIJN DE LID-STATEN BEVOEGD DIE SANCTIES TE VOORZIEN , WELKE HUN GEEIGEND VOORKOMEN .

Partijen


IN DE ZAAK 50/76 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

AMSTERDAM BULB BV

EN

PRODUKTSCHAP VOOR SIERGEWASSEN

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN VERORDENINGEN ( EEG ) 1767/68 ( PB 1968 , L 271 , BLZ . 7 ) EN 369/75 ( PB 1975 , L 41 , BLZ . 1 ) BETREFFENDE HET STELSEL VAN DE MINIMUMPRIJZEN BIJ UITVOER VAN BLOEMBOLLEN NAAR DERDE LANDEN ,

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT HET COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN BIJ BESCHIKKING VAN 15 JUNI 1976 , INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 17 JUNI 1976 , HET HOF VAN JUSTITIE HEEFT VERZOCHT BIJ PREJUDICIELE BESLISSING UITSPRAAK TE DOEN INZAKE DE UITLEGGING VAN DE VERORDENINGEN ( EEG ) 234/68 VAN DE RAAD VAN 27 FEBRUARI 1968 ( PB 1968 , L 55 , BLZ . 1 ), 1767/68 VAN DE COMMISSIE VAN 6 NOVEMBER 1968 ( PB 1968 , L 271 , BLZ . 7 ) EN 369/75 VAN DE COMMISSIE VAN 10 FEBRUARI 1975 ( PB 1975 , L 41 , BLZ . 1 ), VOOR ZOVER ZIJ BETREKKING HEBBEN OP HET STELSEL VAN DE MINIMUMPRIJZEN BIJ UITVOER VAN BLOEMBOLLEN ;

2 OVERWEGENDE DAT AAN HET HOF DE VRAAG WORDT GESTELD OF DE VOORSCHRIFTEN VAN DEZE VERORDENINGEN ' ' DAN WEL ANDERE VOORSCHRIFTEN OF BEGINSELEN VAN EUROPEES RECHT ' ' ZICH ERTEGEN VERZETTEN DAT DOOR EEN BEVOEGDE NATIONALE INSTANTIE EEN REGELING IN HET LEVEN WORDT GEROEPEN TOT VASTSTELLING VAN DE EXPORTPRIJZEN VOOR BLOEMBOLLEN , WELKE REGELING EENSDEELS OVEREENSTEMT MET DE GEMEENSCHAPSVERORDENINGEN , DOCH ANDERDEELS NIET DAARIN VOORKOMENDE EEN DAARIN OOK GEEN RECHTSBASIS VINDENDE VOORSCHRIFTEN BEVAT ;

3 OVERWEGENDE DAT DE IN DE VRAAG BEDOELDE NATIONALE REGELING BEHALVE DE MET DE GEMEENSCHAPSVOORSCHRIFTEN IDENTIEKE BEPALINGEN , TEVENS BEPALINGEN BEVAT BETREFFENDE :

- EEN MINIMUM EXPORTPRIJS VOOR BLOEMBOLLEN VAN EEN KLEINERE MAAT DAN DIE WAARVOOR VERORDENING 369/75 MINIMUM EXPORTPRIJZEN VASTSTELT ,

- EEN MINIMUM EXPORTPRIJS VOOR ANDERE BLOEMBOLLEN DAN DIE WAARVOOR VERORDENING 369/75 MINIMUM EXPORTPRIJZEN VASTSTELT ,

- DE TOEPASSING , IN BEPAALDE GEVALLEN , VAN EEN AFWIJKING VAN DE NATIONALE REGELING ,

- STRAFBAARSTELLING VAN OVERTREDINGEN DER VERORDENING ;

4 OVERWEGENDE DAT , ZOALS HET HOF REEDS IN EEN ANDER VERBAND , MET NAME IN HET ARREST VAN 10 OKTOBER 1973 ( VARIOLA , 34/73 , JURISPR . 1973 , BLZ . 981 ), HEEFT OVERWOGEN , DE RECHTSTREEKSE TOEPASSELIJKHEID VAN EEN GEMEENSCHAPSVERORDENING MEEBRENGT DAT ZIJ ZONDER NADERE MAATREGEL TOT OPNEMING IN HET NATIONALE RECHT IN WERKING TREEDT EN TEN GUNSTE OF TEN LASTE VAN DE RECHTSSUBJECTEN WORDT TOEGEPAST ;

5 DAT DE LID-STATEN KRACHTENS DE UIT HET VERDRAG VOORTVLOEIENDE VERPLICHTINGEN GEHOUDEN ZIJN AAN DE RECHTSTREEKSE WERKING VAN VERORDENINGEN EN ANDERE COMMUNAUTAIRE RECHTSVOORSCHRIFTEN NIETS IN DE WEG TE LEGGEN ;

6 DAT DE NAUWGEZETTE NALEVING VAN DEZE PLICHT EEN ONONTBEERLIJKE VOORWAARDE IS VOOR DE GELIJKTIJDIGE EN EENVORMIGE TOEPASSING DER GEMEENSCHAPSVERORDENINGEN OP HET GEHELE GEBIED VAN DE GEMEENSCHAP ;

7 DAT DE LID-STATEN DERHALVE GEEN BESLUITEN KUNNEN NEMEN , NOCH HET NEMEN DAARVAN DOOR TOT REGELSTELLING BEVOEGDE NATIONALE INSTANTIES KUNNEN TOELATEN , DOOR WELKE BESLUITEN HET GEMEENSCHAPSKARAKTER VAN EEN RECHTSREGEL EN VAN ZIJN RECHTSGEVOLG VOOR DE JUSTITIABELEN ZOU WORDEN VERHEELD ;

8 OVERWEGENDE DAT , ZODRA DE GEMEENSCHAP KRACHTENS ARTIKEL 40 VAN HET VERDRAG VERORDENINGEN HOUDENDE DE TOTSTANDBRENGING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING IN EEN BEPAALDE SECTOR VASTSTELT , DE LID-STATEN ZICH DIENEN TE ONTHOUDEN VAN ELKE MAATREGEL WELKE DAARVAN AF ZOU WIJKEN OF ER INBREUK OP ZOU MAKEN ;

9 OVERWEGENDE DAT DE VERENIGBAARHEID VAN DE DOOR DE NATIONALE RECHTER GENOEMDE BEPALINGEN MET DE GEMEENSCHAPSVERORDENINGEN MOET WORDEN ONDERZOCHT IN HET LICHT NIET ALLEEN VAN DE UITDRUKKELIJKE BEPALINGEN VAN DE VERORDENINGEN MAAR OOK VAN HUN STREKKING EN DOELSTELLINGEN ;

10 OVERWEGENDE DAT IN DE TWEEDE OVERWEGING BIJ VERORDENING 234/68 , BASISVERORDENING VOOR DE BETROKKEN SECTOR , WORDT VASTGESTELD DAT DE PRODUKTIE VAN LEVENDE PLANTEN EN VAN PRODUKTEN VAN DE BLOEMENTEELT IN DE LANDBOUWECONOMIE VAN SOMMIGE GEBIEDEN VAN DE GEMEENSCHAP VAN BIJZONDER BELANG IS EN DAT HET NOODZAKELIJK IS DE RATIONELE AFZET VAN DEZE PRODUKTIE TE BEVORDEREN EN DE STABILITEIT VAN DE MARKT TE VERZEKEREN ;

11 DAT IN DE VIJFDE OVERWEGING VAN DEZE VERORDENING WORDT UITGESPROKEN DAT DE UITVOER VAN BLOEMBOLLEN NAAR DERDE LANDEN IN ECONOMISCH OPZICHT VOOR DE GEMEENSCHAP VAN AANZIENLIJK BELANG IS , DAT DE INSTANDHOUDING EN DE ONTWIKKELING VAN DEZE UITVOER VERZEKERD KUNNEN WORDEN DOOR EEN STABILISATIE VAN DE PRIJZEN VOOR DIT HANDELSVERKEER EN DAT DERHALVE VOOR DE UITVOER VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN MINIMUMPRIJZEN DIENEN TE WORDEN VASTGESTELD ;

12 OVERWEGENDE DAT DE VERORDENING IN ARTIKEL 3 DE RAAD IN STAAT STELT VOOR DE ONDER DE MARKTORDENING VALLENDE PRODUKTEN NORMEN VAST TE STELLEN TEN AANZIEN VAN KWALITEIT , SORTERING EN OPMAAK , EN DE WERKINGSSFEER DAARVAN TE BEPALEN ;

13 DAT BLIJKENS HETZELFDE ARTIKEL , WANNEER ER NORMEN ZIJN VASTGESTELD , DE PRODUKTEN WAAROP ZIJ VAN TOEPASSING ZIJN SLECHTS MOGEN WORDEN UITGESTALD MET HET OOG OP VERKOOP , TE KOOP WORDEN AANGEBODEN , VERKOCHT , AFGELEVERD OF OP ENIGE ANDERE WIJZE IN DE HANDEL WORDEN GEBRACHT INDIEN ZIJ VOLDOEN AAN GENOEMDE NORMEN ;

14 DAT INGEVOLGE ARTIKEL 7 VAN GENOEMDE VERORDENING DOOR DE COMMISSIE MINIMUMPRIJZEN VOOR DE UITVOER VAN DEZE PRODUKTEN NAAR DERDE LANDEN KUNNEN WORDEN VASTGESTELD ;

15 OVERWEGENDE DAT DE TER UITVOERING VAN BASISVERORDENING 234/68 UITGEVAARDIGDE VERORDENING ( EEG ) 315/68 VAN DE RAAD VAN 12 MAART 1968 , HOUDENDE VASTSTELLING VAN KWALITEITSNORMEN VOOR BLOEMBOLLEN EN BLOEMKNOLLEN ( PB 1968 , L 71 , BLZ . 1 ) IN ARTIKEL 2 AANGEEFT DAT DEZE NORMEN ZOWEL OP HET HANDELSVERKEER BINNEN DE GEMEENSCHAP ALS OP DAT MET DERDE LANDEN VAN TOEPASSING ZIJN ;

16 OVERWEGENDE DAT DIT ARTIKEL DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VERBIEDT VAN BLOEMBOLLEN EN BLOEMKNOLLEN MET EEN KLEINERE DAN DE IN DE BIJLAGE BIJ DEZE VERORDENING VASTGESTELDE MINIMUMMAAT ;

17 OVERWEGENDE DAT TER UITVOERING VAN ARTIKEL 7 , LID 2 , VAN VERORDENING 234/68 DE COMMISSIEVERORDENING ( EEG ) 1767/68 BETREFFENDE HET STELSEL VAN DE MINIMUMPRIJZEN BIJ UITVOER VAN BLOEMBOLLEN EN BLOEMKNOLLEN NAAR DERDE LANDEN HEEFT VASTGESTELD ;

18 DAT VOLGENS DE IN DEZE VERORDENING VERVATTE UITVOERINGSBEPALINGEN , MET NAME ARTIKEL 1 , DE GEMEENSCHAPPELIJKE MINIMUMPRIJZEN WORDEN BEPAALD MET INACHTNEMING VAN ONDER MEER ' ' DE MINIMUMPRIJZEN BIJ UITVOER , DIE EVENTUEEL DOOR DE LID-STATEN WERDEN TOEGEPAST GEDURENDE DE DRIE JAREN VOORAFGAANDE AAN HET JAAR VAN VASTSTELLING VAN DE MINIMUMPRIJZEN ' ' ;

19 DAT ARTIKEL 2 VAN DEZE VERORDENING VERBIEDT EEN PRODUKT , DAT ONDER HET STELSEL VAN DE MINIMUMPRIJZEN BIJ UITVOER VALT , TEGEN EEN LAGERE PRIJS DAN DE VOOR DAT PRODUKT GELDENDE MINIMUMPRIJS NAAR DERDE LANDEN UIT TE VOEREN , EN BEPAALT DAT , INDIEN VOOR EEN BEPAALDE GROOTTEKLASSE VAN EEN PRODUKT GEEN MINIMUMPRIJS WERD VASTGESTELD , VOOR DIE GROOTTEKLASSE BIJ UITVOER DE LAAGSTE MINIMUMPRIJS GELDT DIE VOOR HET BEDOELDE PRODUKT WERD VASTGESTELD ;

20 OVERWEGENDE DAT VERORDENING ( EEG ) 369/75 VAN DE COMMISSIE HOUDENDE VASTSTELLING VOOR HET BETROKKEN HANDELSSEIZOEN VAN DE MINIMUMPRIJZEN BIJ DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VAN BEPAALDE BLOEMBOLLEN EN BLOEMKNOLLEN , IN ARTIKEL 1 BEPAALT DAT DE MINIMUMPRIJZEN VOOR ELK PRODUKT WORDEN VASTGESTELD OP HET IN DE BIJLAGE BIJ DE VERORDENING AANGEGEVEN NIVEAU ;

21 DAT UIT DEZE BIJLAGE BLIJKT DAT SLECHTS VOOR ENKELE DER IN DE BIJLAGE BIJ VERORDENING 315/68 GENOEMDE PRODUKTEN EN VOOR ENKELE DER GROTERE MATEN DAN DE IN VERORDENING 315/68 AANGEGEVEN MINIMUMMATEN , UITDRUKKELIJK MINIMUM EXPORTPRIJZEN ZIJN VASTGESTELD ;

22 DAT EVENWEL UIT ARTIKEL 2 VAN VERORDENING 1767/68 VOLGT DAT EEN MINIMUM EXPORTPRIJS OOK GELDT VOOR DE ANDERE MATEN DAN DIE WAARVOOR VERORDENING 369/75 UITDRUKKELIJK EEN DERGELIJKE PRIJS HEEFT VASTGESTELD ;

23 DAT DEZE MINIMUM EXPORTPRIJS GELIJK IS AAN DE BIJ VERORDENING 369/75 VASTGESTELDE LAAGSTE MINIMUMPRIJS VOOR HET BETROKKEN PRODUKT ;

24 DAT BOVENDIEN UIT HET GEHEEL VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING VOLGT DAT PRODUKTEN MET EEN KLEINERE MAAT DAN DE IN DE BIJLAGE BIJ ' S RAADS VERORDENING 315/68 VASTGESTELDE MINIMUMMATEN NIET KUNNEN WORDEN UITGEVOERD ;

25 OVERWEGENDE DAT DERHALVE MOET WORDEN GEANTWOORD DAT DE BIJ VERORDENING 369/75 VOOR HET BETROKKEN PRODUKT VASTGESTELDE LAAGSTE MINIMUM EXPORTPRIJS VAN TOEPASSING IS OP DE PRODUKTEN VAN EEN MAAT , DIE GROTER IS DAN DE MINIMUMMAAT , MAAR KLEINER DAN DE IN DE BIJLAGE VAN DEZE VERORDENING UITDRUKKELIJK GENOEMDE MATEN ;

26 OVERWEGENDE TEN AANZIEN VAN DE BEPALING DOOR DE NATIONALE OVERHEID VAN MINIMUMPRIJZEN VOOR DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VAN PRODUKTEN DIE ONDER DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN VALLEN , MAAR VAN EEN ANDER RAS , SOORT OF VARIETEIT ZIJN DAN WAARVOOR DE COMMISSIE TOT OP HEDEN MINIMUMPRIJZEN HEEFT BEPAALD , DAT MOET WORDEN VASTGESTELD DAT GEEN ENKELE BEPALING VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING ZULKS UITDRUKKELIJK VERBIEDT ;

27 DAT UIT DE PERIODIEKE VERORDENINGEN TER BEPALING VAN DE MINIMUMPRIJZEN NIET BLIJKT OM WELKE REDENEN DE COMMISSIE HEEFT BESLOTEN SLECHTS VOOR ENKELE VARIETEITEN VAN DE ONDER DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN VALLENDE PRODUKTEN OP COMMUNAUTAIR NIVEAU MINIMUMPRIJZEN VOOR TE SCHRIJVEN ;

28 DAT HET , GELET OP DE GEHELE GEMEENSCHAPSREGELING TERZAKE , NIET MOGELIJK IS DAARUIT AF TE LEIDEN DAT DE COMMISSIE IMPLICITE HEEFT BEDOELD DAT DE ANDERE PRODUKTEN TEGEN VRIJE MARKTPRIJZEN MOETEN WORDEN UITGEVOERD ;

29 DAT INTEGENDEEL UIT DE DOOR DE COMMISSIE BEPAALDE WIJZE VAN UITVOERING VAN HET STELSEL VAN DE MINIMUMPRIJZEN MAG WORDEN AFGELEID DAT DE LID-STATEN MINIMUM EXPORTPRIJZEN KUNNEN BLIJVEN VOORSCHRIJVEN TOTDAT DE COMMISSIE HEEFT BESLOTEN ZELF OP COMMUNAUTAIR NIVEAU ZODANIGE PRIJZEN OP TE LEGGEN ;

30 DAT DERHALVE AAN DE NATIONALE RECHTER DIENT TE WORDEN GEANTWOORD DAT EEN NATIONAAL VOORSCHRIFT , DAT MINIMUMPRIJZEN VASTSTELT VOOR DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VAN ENKELE ANDERE VARIETEITEN BLOEMBOLLEN DAN DIE WAARVOOR DE COMMISSIE BIJ VERORDENING 369/75 MINIMUMPRIJZEN HEEFT VASTGESTELD , EN DAT NIET AFWIJKT VAN HET GEMEENSCHAPSSTELSEL , DE DRAAGWIJDTE DAARVAN NIET BEPERKT EN DAT EVENEENS DE STABILISERING VAN DE PRIJZEN IN HET HANDELSVERKEER MET DERDE LANDEN BEOOGT , NIET ALS ONVERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT KAN WORDEN BESCHOUWD ;

31 OVERWEGENDE TEN AANZIEN VAN EEN NATIONALE BEPALING DIE OVERTREDING VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING STRAFBAAR STELT , DAT MOET WORDEN VASTGESTELD DAT DEZE REGELING WEL DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN DIE NIET OVEREENKOMEN MET DE COMMUNAUTAIRE KWALITEITSNORMEN VERBIEDT , DOCH GEEN SANCTIES STELT OP OVERTREDING VAN DIT VERBOD DOOR PARTICULIEREN ;

32 OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 5 VAN HET EEG-VERDRAG , DOOR DE LID-STATEN TE VERPLICHTEN ALLE ALGEMENE EN BIJZONDERE MAATREGELEN TE TREFFEN OM DE NAKOMING VAN DE UIT DE BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP VOORTVLOEIENDE VERPLICHTINGEN TE VERZEKEREN , DE ONDERSCHEIDEN LID-STATEN VRIJLAAT TE KIEZEN WELKE MAATREGELEN PASSEN , DE KEUZE VAN SANCTIES - OOK STRAFRECHTELIJKE - DAARONDER BEGREPEN ;

33 DAT DERHALVE AAN DE NATIONALE RECHTER DIENT TE WORDEN GEANTWOORD , DAT BIJ ONTBREKEN IN DE GEMEENSCHAPSREGELS VAN EEN BEPALING WELKE BEPAALDE SANCTIES STELT OP DE OVERTREDING DIER REGELS DOOR PARTICULIEREN , DE LID-STATEN BEVOEGD ZIJN DIE SANCTIES TE VOORZIEN , WELKE HUN GEEIGEND VOORKOMEN ;

34 OVERWEGENDE TEN AANZIEN VAN DE MOGELIJKHEID VOOR DE NATIONALE OVERHEID OM EEN ONTHEFFING VAN DE COMMUNAUTAIRE MINIMUMPRIJZEN TOE TE STAAN , DAT MOET WORDEN VASTGESTELD DAT NOCH VERORDENING 234/68 , NOCH DE UITVOERINGSVERORDENINGEN DEZE MOGELIJKHEID KENNEN ;

35 DAT DE LID-STATEN MITSDIEN , NOCH RECHTSTREEKS , NOCH DOOR TUSSENKOMST VAN DOOR HEN INGESTELDE OF ERKENDE INSTANTIES , VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT KUNNEN AFWIJKEN OF EEN AFWIJKING DAARVAN KUNNEN TOESTAAN ;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

36 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN , DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KUNNEN KOMEN ;

37 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN ;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE

VERKLAART VOOR RECHT :

1 . DE LID-STATEN KUNNEN GEEN BESLUITEN NEMEN , NOCH HET NEMEN DAARVAN DOOR TOT REGELSTELLING BEVOEGDE NATIONALE INSTANTIES TOELATEN , DOOR WELKE BESLUITEN HET GEMEENSCHAPSKARAKTER VAN EEN RECHTSREGEL EN VAN ZIJN RECHTSGEVOLG VOOR DE JUSTITIABELEN ZOU WORDEN VERHEELD .

2 . DE BIJ VERORDENING 369/75 VOOR HET BETROKKEN PRODUKT VASTGESTELDE LAAGSTE MINIMUM EXPORTPRIJS IS EVENEENS VAN TOEPASSING OP DE PRODUKTEN VAN EEN MAAT DIE GROTER IS DAN DE MINIMUMMAAT , MAAR KLEINER DAN DE IN DE BIJLAGE VAN DEZE VERORDENING UITDRUKKELIJK GENOEMDE MATEN .

3 . EEN NATIONAAL VOORSCHRIFT , DAT MINIMUMPRIJZEN VASTSTELT VOOR DE UITVOER NAAR DERDE LANDEN VAN ENKELE ANDERE VARIETEITEN BLOEMBOLLEN DAN DIE WAARVOOR DE COMMISSIE BIJ VERORDENING 369/75 MINIMUMPRIJZEN HEEFT VASTGESTELD , EN DAT NIET AFWIJKT VAN HET GEMEENSCHAPSSTELSEL , DE DRAAGWIJDTE DAARVAN NIET BEPERKT EN DAT EVENEENS DE STABILISERING VAN DE PRIJZEN IN HET HANDELSVERKEER MET DERDE LANDEN BEOOGT , KAN NIET ALS ONVERENIGBAAR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT WORDEN BESCHOUWD .

4 . BIJ ONTBREKEN IN DE GEMEENSCHAPSREGELS VAN EEN BEPALING WELKE BEPAALDE SANCTIES STELT OP OVERTREDING DIER REGELS DOOR PARTICULIEREN , ZIJN DE LID-STATEN BEVOEGD DIE SANCTIES TE VOORZIEN , WELKE HUN GEEIGEND VOORKOMEN .

5 . DE LID-STATEN KUNNEN NOCH RECHTSTREEKS , NOCH DOOR TUSSENKOMST VAN DOOR HEN INGESTELDE OF ERKENDE INSTANTIES EEN ONTHEFFING VAN DE COMMUNAUTAIRE MINIMUMPRIJZEN TOESTAAN .

Top