EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61975CJ0032

Arrest van het Hof van 30 september 1975.
Anita Cristini tegen Société Nationale des Chemins de Fer Français.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Cour d'Appel Paris - Frankrijk.
Zaak 32-75.

European Court Reports 1975 -01085

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1975:120

61975J0032

ARREST VAN HET HOF VAN 30 SEPTEMBER 1975. - CRISTINI TEGEN SOCIETE NATIONALE DES CHEMINS DE FER FRANCAIS. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE COUR D'APPEL PARIS). - ZAAK NO. 32/75.

Jurisprudentie 1975 bladzijde 01085
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00313
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00359
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00267
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00471
Finse bijz. uitgave bladzijde 00481


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

VRIJ VERKEER - MIGRERENDE WERKNEMER - OVERLIJDEN - GEZIN - NATIONALE BEHANDELING - SOCIALE VOORDELEN - OMVANG

( VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD, ART . 7, LID 2 )

Samenvatting


ARTIKEL 7, LID 2, VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1612/68 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT HET BETREKKING HEEFT OP ALLE, AL DAN NIET AAN HET ARBEIDSCONTRACT VERBONDEN, SOCIALE EN FISCALE VOORDELEN . DEZE VOORDELEN OMVATTEN DUS MEDE DE DOOR EEN NATIONALE SPOORWEGMAATSCHAPPIJ AAN GROTE GEZINNEN VERSTREKTE REDUCTIEKAARTEN VOOR VERVOERSPRIJZEN, EN WEL ZELFS WANNEER HIEROM EERST NA HET OVERLIJDEN VAN DE WERKNEMER IS VERZOCHT, TEN BEHOEVE VAN ZIJN IN DEZELFDE LID-STAAT VERBLEVEN GEZIN .

Partijen


IN DE ZAAK 32-75

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET COUR D'APPEL DE PARIS, IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

A . CRISTINI, WEDUWE VAN E . FIORINI, WONENDE TE VENISSIEUX, FRANKRIJK,

EN

SOCIETE NATIONALE DES CHEMINS DE FER FRANCAIS, GEVESTIGD TE PARIJS,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 7, LID 2, VAN 'S RAADS VERORDENING ( EEG ) NR . 1612/68 VAN 15 OKTOBER 1968 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB NR . L 257 VAN 19 OKTOBER 1968 )

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT HET COUR D'APPEL DE PARIS BIJ ARREST VAN 14 MAART 1975, INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 21 MAART 1975, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG HET HOF OM EEN UITSPRAAK HEEFT VERZOCHT OVER DE VRAAG OF DE DOOR DE SOCIETE NATIONALE DES CHEMINS DE FER FRANCAIS AAN GROTE GEZINNEN VERSTREKTE REDUCTIEKAART VOOR DE WERKNEMERS UIT DE LID-STATEN EEN "SOCIAAL VOORDEEL" VORMT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 7 VAN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VAN 15 OKTOBER 1968 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP ( PB NR . L 257 VAN 19 OKTOBER 1968 );

2 DAT BLIJKENS HET VERWIJZINGSARREST HET HOOFDGEDING BETREKKING HEEFT OP DE AFWIJZING DOOR DE SNCF VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN DERGELIJKE REDUCTIEKAART, INGEDIEND DOOR EEN IN FRANKRIJK WONENDE ITALIAANSE, WIER ECHTGENOOT, EVENEENS VAN ITALIAANSE NATIONALITEIT, ALS WERKNEMER IN FRANKRIJK BIJ EEN ARBEIDSONGEVAL WAS OVERLEDEN, MET ACHTERLATEN VAN EEN WEDUWE EN VIER MINDERJARIGE KINDEREN;

3 DAT DE AANVRAAG WERD AFGEWEZEN OP GROND VAN DE NATIONALITEIT VAN VERZOEKSTER, DAAR INGEVOLGE DE FRANSE WETTELIJKE BEPALINGEN DE REDUCTIEKAART VOOR GROTE GEZINNEN IN BEGINSEL AAN FRANSE ONDERDANEN IS VOORBEHOUDEN EN SLECHTS WORDT VERSTREKT AAN BUITENLANDERS WIER LAND VAN HERKOMST EEN DESBETREFFEND WEDERKERIGHEIDSVERDRAG MET FRANKRIJK HEEFT GESLOTEN, HETGEEN BIJ ITALIE NIET HET GEVAL IS;

4 OVERWEGENDE DAT DE FRANSE WET VAN 29 OKTOBER 1921, GEWIJZIGD BIJ WET VAN 24 DECEMBER 1940 EN DECREET VAN 3 NOVEMBER 1961, BEPAALT DAT IN GEZINNEN MET TENMINSTE DRIE KINDEREN ONDER DE ACHTTIEN JAAR, OP AANVRAAG VAN HET GEZINSHOOFD, DE VADER, DE MOEDER EN ELK DER KINDEREN EEN IDENTITEITSKAART ONTVANGEN WAARMEE ZIJ RECHT HEBBEN OP BEPAALDE REDUCTIES OP DE TARIEVEN VAN DE SNCF;

5 DAT DE CODE FRANCAIS DE LA FAMILLE ET DE L'AIDE SOCIALE ( DECREET VAN 24 JANUARI 1956 ) IN ARTIKEL 20 BEPAALT DAT TENEINDE DE GEZINNEN TE ONDERSTEUNEN BIJ DE OPVOEDING VAN HUN KINDEREN, ZEKERE NIET-LIMITATIEF OPGESOMDE VERGOEDINGEN EN UITKERINGEN AAN HEN WORDEN VERSTREKT, WAARONDER NAAST DE GEZINSTOELAGEN KRACHTENS DE SOCIALE WETGEVING EN DE BELASTINGAFTREK OF -VRIJSTELLING OOK DE IN DE ONDERHAVIGE WET BEDOELDE REDUCTIES OP DE SPOORWEGTARIEVEN;

6 OVERWEGENDE DAT HET HOF IN HET KADER VAN ARTIKEL 177 NIET BEVOEGD IS EEN COMMUNAUTAIRE REGEL OP EEN BEPAALD GEVAL TOE TE PASSEN EN BIJGEVOLG EEN NATIONALE RECHTSBEPALING TE KWALIFICEREN, DOCH WEL AAN DE NATIONALE RECHTER INTERPRETATIEGEGEVENS MET BETREKKING TOT HET GEMEENSCHAPSRECHT KAN VERSTREKKEN, DIE VOOR HEM VAN WAARDE KUNNEN ZIJN BIJ DE BEOORDELING VAN HET EFFECT DIER BEPALING ;

7 OVERWEGENDE DAT VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD VAN 15 OKTOBER 1968 IN ARTIKEL 7, LID 1, BEPAALT, DAT EEN WERKNEMER DIE ONDERDAAN IS VAN EEN LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED VAN ANDERE LID-STATEN NIET OP GROND VAN ZIJN NATIONALITEIT ANDERS MAG WORDEN BEHANDELD DAN DE NATIONALE WERKNEMERS WAT BETREFT ALLE VOORWAARDEN VOOR TEWERKSTELLING EN ARBEID;

8 DAT HIJ KRACHTENS LID 2 "DEZELFDE SOCIALE EN FISCALE VOORDELEN ALS DE NATIONALE WERKNEMERS" GENIET;

9 DAT HIJ INGEVOLGE LID 3 EVENEENS "OP DEZELFDE WIJZE EN ONDER DEZELFDE VOORWAARDEN ALS DE NATIONALE WERKNEMERS HET ONDERWIJS OP VAKSCHOLEN EN VAN DE REVALIDATIE - EN HERSCHOLINGSCENTRA ?KAN? VOLGEN";

10 DAT GEINTIMEERDE IN HET HOOFDGEDING HEEFT BETOOGD DAT HET HIER UITSLUITEND GAAT OM VOORDELEN DIE INHERENT ZIJN AAN DE HOEDANIGHEID VAN WERKNEMER, AANGEZIEN ZIJ VERBAND HOUDEN MET HET ARBEIDSCONTRACT;

11 DAT SOMMIGE BEPALINGEN VAN DIT ARTIKEL WELISWAAR INHAKEN OP VERHOUDINGEN UIT EEN ARBEIDSCONTRACT, DOCH DAT ANDERE BEPALINGEN AAN DERGELIJKE VERHOUDINGEN VREEMD ZIJN EN ZELFS - ZOALS DE WEDERINSCHAKELING IN HET BEROEP EN DE WEDERTEWERKSTELLING BIJ WERKLOOSHEID - VOORAFGAANDE BEEINDIGING VAN EEN DIENSTBETREKKING VERONDERSTELLEN;

12 DAT DE VERWIJZING NAAR DE "SOCIALE VOORDELEN" IN LID 2 VAN ARTIKEL 7 VAN OOK NIET LIMITATIEF MAG WORDEN UITGELEGD;

13 DAT BIJGEVOLG MET HET OOG OP DE IN DEZE BEPALING BEOOGDE GELIJKHEID VAN BEHANDELING HET MATERIELE TOEPASSINGSGEBIED ALDUS MOET WORDEN AFGEBAKEND DAT HET ALLE, WEL OF NIET AAN HET ARBEIDSCONTRACT VERBONDEN, SOCIALE EN FISCALE VOORDELEN OMVAT, DUS OOK REDUCTIES OP VERVOERSPRIJZEN VOOR GROTE GEZINNEN;

14 OVERWEGENDE DAT VERVOLGENS MOET WORDEN ONDERZOCHT OF EEN DERGELIJK VOORDEEL NA OVERLIJDEN VAN DE MIGRERENDE WERKNEMER AAN DE WEDUWE EN DE KINDEREN MOET WORDEN TOEGEKEND, WANNEER DE NATIONALE WET BEPAALT DAT EEN IDENTITEITSKAART DIE RECHT OP REDUCTIE GEEFT, AAN ELK DER GEZINSLEDEN OP AANVRAAG VAN HET GEZINSHOOFD WORDT VERSTREKT ;

15 DAT INDIEN DE WEDUWE EN DE MINDERJARIGE KINDEREN VAN EEN NATIONALE ONDERDAAN RECHT HEBBEN OP EEN DERGELIJKE KAART, WANNEER DIE DOOR DE VADER VOOR ZIJN OVERLIJDEN WAS AANGEVRAAGD, DIT EVENEENS HET GEVAL MOET ZIJN WANNEER DE OVERLEDEN VADER EEN MIGREREND WERKNEMER UIT EEN ANDERE LID-STAAT WAS;

16 DAT HET ZOU INDRUISEN TEGEN HET DOEL EN DE GEEST VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING VOOR HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS, OM DE NABESTAANDEN NA HET OVERLIJDEN VAN DE WERKNEMER EEN DERGELIJK VOORDEEL TE ONTZEGGEN, INDIEN DIT VOORDEEL WEL AAN DE NABESTAANDEN VAN EEN NATIONALE ONDERDAAN WORDT TOEGEKEND;

17 DAT TEN DEZE MOET WORDEN GEWEZEN OP DE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 1251/70 VAN DE COMMISSIE MET BETREKKING TOT HET RECHT VAN WERKNEMERS OM VERBLIJF TE HOUDEN OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LID-STAAT NA ER EEN BETREKKING TE HEBBEN VERVULD;

18 DAT IMMERS ARTIKEL 3, LID 1, DEZER VERORDENING BEPAALT DAT, INDIEN EEN WERKNEMER HET RECHT HEEFT VERWORVEN OM DUURZAAM VERBLIJF TE HOUDEN OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LID-STAAT, ZIJN FAMILIELEDEN DIE BIJ HEM WOONACHTIG ZIJN HET RECHT HEBBEN ALDAAR NA DIENS OVERLIJDEN VERBLIJF TE HOUDEN, TERWIJL ARTIKEL 7 VOORSCHRIJFT DAT "HET RECHT OP GELIJKHEID VAN BEHANDELING, ERKEND IN VERORDENING NR . 1612/68 VAN DE RAAD, WORDT GEHANDHAAFD TEN BEHOEVE VAN DEGENEN, OP WIE DEZE VERORDENING VAN TOEPASSING IS";

19 DAT OP DE GESTELDE VRAAG MITSDIEN MOET WORDEN GEANTWOORD DAT ARTIKEL 7, LID 2, VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1612/68 ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD DAT DE IN DEZE BEPALING BEDOELDE SOCIALE VOORDELEN MEDE DE DOOR EEN NATIONALE SPOORWEGMAATSCHAPPIJ AAN GROTE GEZINNEN VERSTREKTE REDUCTIEKAARTEN VOOR VERVOERSPRIJZEN OMVATTEN, EN WEL ZELFS WANNEER HIEROM EERST NA HET OVERLIJDEN VAN DE WERKNEMER IS VERZOCHT, TEN BEHOEVE VAN ZIJN IN DEZELFDE LID-STAAT VERBLEVEN GEZIN;

Beslissing inzake de kosten


20 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN, DOOR DE FRANSE REGERING, DE ITALIAANSE REGERING EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT, NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KUNNEN KOMEN;

21 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET COUR D'APPEL DE PARIS BIJ ARREST VAN 14 MAART 1975 GESTELDE VRAGEN, VERKLAART VOOR RECHT :

ARTIKEL 7, LID 2, VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1612/68 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD DAT DE IN DEZE BEPALING BEDOELDE SOCIALE VOORDELEN MEDE DE DOOR EEN NATIONALE SPOORWEGMAATSCHAPPIJ AAN GROTE GEZINNEN VERSTREKTE REDUCTIEKAARTEN VOOR VERVOERSPRIJZEN OMVATTEN, EN WEL ZELFS WANNEER HIEROM EERST NA HET OVERLIJDEN VAN DE WERKNEMER IS VERZOCHT, TEN BEHOEVE VAN ZIJN IN DEZELFDE LID-STAAT VERBLEVEN GEZIN .

Top