EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61973CJ0181

Arrest van het Hof van 30 april 1974.
R. & V. Haegeman tegen Belgische Staat.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Rechtbank van eerste aanleg Brussel - België.
Zaak 181-73.

European Court Reports 1974 -00449

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1974:41

61973J0181

ARREST VAN HET HOF VAN 30 APRIL 1974. - R & V. HAEGEMAN TEGEN BELGISCHE STAAT. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL). - ZAAK NO. 181/73.

Jurisprudentie 1974 bladzijde 00449
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00245
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00251
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00235
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00281
Finse bijz. uitgave bladzijde 00283


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . EEG-INTERNATIONALE AKKOORDEN - HUN AARD

( EEG-VERDRAG, ART . 228, ART . 238 )

2 . EEG-ASSOCIATIEOVEREENKOMSTEN - GRIEKENLAND - WIJNEN - INVOER IN DE BENELUX - REGELING IN DE ZIN VAN PARAGRAAF 2 VAN PROTOCOL NR . 14 DAT AAN DE OVEREENKOMST IS GEHECHT - BEGRIP

3 . EEG - ASSOCIATIEOVEREENKOMSTEN - GRIEKENLAND - WIJNEN - INVOER IN BELGIE EN LUXEMBURG - COMPENSERENDE HEFFING - KARAKTER VAN HEFFING IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID

( VERORDENING NR . 816/70 VAN DE RAAD, ART . 9, LID 3; ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET GRIEKENLAND, DAARAAN GEHECHT PROTOCOL NR . 12 )

4 . EEG - ASSOCIATIEOVEREENKOMSTEN - GRIEKENLAND - WIJNEN - INVOER IN BELGIE EN LUXEMBURG - COMPENSERENDE HEFFING - KARAKTER - TOEPASSING - ARTIKELEN 41 EN 43 VAN DE ASSOCIATIEOVEREENKOMST - INVLOED - ONTBREKEN DAARVAN

Samenvatting


1 . EEN OVEREENKOMSTIG DE ARTIKELEN 228 EN 238 EEG-VERDRAG DOOR DE RAAD GESLOTEN OVEREENKOMST IS, WAT DE GEMEENSCHAP BETREFT, EEN HANDELING, WELKE DOOR EEN DER INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP IS VERRICHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 177, EERSTE ALINEA, SUB B . DE BEPALINGEN VAN DE OVEREENKOMST VORMEN, VANAF DE INWERKINGTREDING DAARVAN, EEN INTEGREREND BESTANDDEEL DER COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE .

2 . HET WOORD "REGELING" GEBEZIGD IN PARAGRAAF 2 VAN PROTOCOL NR . 14, DAT IS GEHECHT AAN DE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND, DIENT ALDUS TE WORDEN VERSTAAN DAT HET UITSLUITEND BETREKKING HEEFT OP HET GEBIED VAN DE DOUANERECHTEN EN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN .

3 . DE COMPENSERENDE HEFFING, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 9, LID 3, VAN VERORDENING NR . 816/70 IS INGESTELD OP IN BELGIE EN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG INGEVOERDE GRIEKSE WIJNEN, IS EEN HEFFING IN DE ZIN VAN PROTOCOL NR . 12, GEHECHT AAN DE ASSOCIATIEOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND, EN KAN INGEVOLGE DIT PROTOCOL NOCH ALS EEN DOUANERECHT, NOCH ALS EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 37, LID 2, DIER OVEREENKOMST WORDEN BESCHOUWD .

4 . DE ARTIKELEN 41 EN 43 DER OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND ZIJN NIET VAN INVLOED OP DE TOEPASSING VAN DE COMPENSERENDE HEFFING VAN ARTIKEL 9, LID 3, VAN VERORDENING NR . 816/70 . DEZE HEFFING IS EEN MAATREGEL TER STABILISATIE VAN DE INVOER, WELKE INHERENT IS AAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR WIJNEN, TERWIJL DE MAATREGELEN, BEDOELD BIJ DE BOVENVERMELDE ARTIKELEN, UITSLUITEND TEN DOEL HEBBEN HET HOOFD TE BIEDEN AAN MOEILIJKHEDEN ALS GEVOLG VAN ABNORMALE MARKTOMSTANDIGHEDEN .

Partijen


IN DE ZAAK 181-73

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

PERSONENVENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID R . EN V . HAEGEMAN, TE BRUSSEL,

EN

BELGISCHE STAAT, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, TE BRUSSEL,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN EEN AANTAL BEPALINGEN VAN DE OP 9 JULI 1961 TE ATHENE ONDERTEKENDE "OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND" EN VAN HET IN DE SLOTAKTE DIER OVEREENKOMST BEDOELDE PROTOCOL NR . 14, TEN EINDE TE VERNEMEN OF DE COMPENSERENDE HEFFING BEDOELD BIJ ARTIKEL 9, LID 3, DER VERORDENING NR . 816/70 VAN DE RAAD VAN 28 APRIL 1970 VAN TOEPASSING IS OP GRIEKSE WIJNEN DIE OP HET BELGISCH-LUXEMBURGSE GRONDGEBIED WORDEN INGEVOERD,

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, BIJ VONNIS VAN 17 OKTOBER 1973, INGEKOMEN BIJ HET HOF OP 7 NOVEMBER 1973, KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG PREJUDICIELE VRAGEN HEEFT GESTELD INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 9, LID 3, VAN VERORDENING NR . 816/70 VAN DE RAAD VAN 28 APRIL 1970 ( PB 1970, NR . L 99 ), ALSMEDE INZAKE EEN AANTAL BEPALINGEN VAN DE "OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND", ( HIERNA TE NOEMEN "OVEREENKOMST VAN ATHENE ") WELKE KRACHTENS BESLUIT NR . 63/106/EEG VAN DE RAAD VAN 25 SEPTEMBER 1961 IS GESLOTEN EN OP 18 FEBRUARI 1963 IN HET PUBLIKATIEBLAD IS OPGENOMEN ( BLZ . 293/63 );

2 OVERWEGENDE DAT LUIDENS ARTIKEL 177, EERSTE ALINEA VAN HET EEG-VERDRAG "HET HOF VAN JUSTITIE BEVOEGD IS, BIJ WIJZE VAN PREJUDICIELE BESLISSING UITSPRAAK TE DOEN ... OVER ... DE UITLEGGING VAN DE DOOR DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP VERRICHTE HANDELINGEN";

3 DAT DE OVEREENKOMST VAN ATHENE, ZOALS UIT DE BEWOORDINGEN VAN HET BESLUIT VAN 25 SEPTEMBER 1961 BLIJKT, OVEREENKOMSTIG DE ARTIKELEN 228 EN 238 VAN HET VERDRAG DOOR DE RAAD IS GESLOTEN;

4 DAT DEZE OVEREENKOMST BIJGEVOLG, WAT DE GEMEENSCHAP BETREFT, EEN HANDELING IS, WELKE DOOR EEN DER INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP IS VERRICHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 177, EERSTE ALINEA, SUB B;

5 DAT DE BEPALINGEN VAN DE OVEREENKOMST VANAF DE INWERKINGTREDING DAARVAN, EEN INTEGREREND BESTANDDEEL DER COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE VORMEN;

6 DAT HET HOF IN HET KADER VAN DEZE RECHTSORDE BIJGEVOLG BEVOEGD IS BIJ WIJZE VAN PREJUDICIELE BESLISSING EEN UITSPRAAK TE DOEN OVER DE UITLEGGING DIER OVEREENKOMST;

7 OVERWEGENDE DAT MET DE EERSTE VRAAG WORDT VERZOCHT DE INHOUD EN DRAAGWIJDTE NADER AAN TE GEVEN VAN HET WOORD "REGELING", DAT IN PARAGRAAF 2 VAN HET AAN DE OVEREENKOMST VAN ATHENE GEHECHTE PROTOCOL NR . 14 WORDT GEBEZIGD;

8 DAT UIT DE STUKKEN BLIJKT DAT HET ER IN WEZEN OM GAAT OF DE IN DIT PROTOCOL BEDOELDE "REGELING" UITSLUITEND ZIET OP DE DOUANERECHTEN EN DE CONTINGENTEN OF OP DE ALGEMENE INVOERREGELING VAN GRIEKSE WIJNEN IN DE BENELUX-LANDEN;

9 OVERWEGENDE DAT PARAGRAAF 2 VAN PROTOCOL NR . 14 BEPAALT DAT

"HET KONINKRIJK BELGIE, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG EN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN ... OP DE INVOER UIT GRIEKENLAND DE REGELING TOE-?PASSEN?, WAARAAN DE INVOER UIT DUITSLAND, FRANKRIJK EN ITALIE ONDERWORPEN IS ".

10 DAT HET VOOR DE UITLEGGING VAN DEZE BEPALING GEBODEN VOORKOMT ?HAAR TE ONDERZOEKEN IN VERBAND MET DE ALGEMENE OPZET VAN DE? OVEREENKOMST VAN ATHENE, WAARVAN ZIJ DEEL UITMAAKT, EVENALS VAN HET SAMENSTEL DER BEPALINGEN DIE IN HET PROTOCOL ZELF ZIJN NEERGELEGD;

11 OVERWEGENDE DAT LUIDENS ARTIKEL 6 DIER OVEREENKOMST DE TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND TOT STAND GEBRACHTE ASSOCIATIE "IS GEGRONDVEST OP EEN DOUANE-UNIE DIE, BEHOUDENS DE IN DEZE OVEREENKOMST OPGENOMEN UITZONDERINGEN, HET GEHELE GOEDERENVERKEER OMVAT EN ZOWEL HET VERBOD MEDEBRENGT VAN IN - EN UITVOERRECHTEN EN VAN ALLE HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING IN HET VERKEER TUSSEN DE LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND ALS DE INVOERING DOOR GRIEKENLAND VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE DOUANETARIEF VAN DE GEMEENSCHAP VOOR DE BETREKKINGEN VAN DIT LAND MET DERDE LANDEN";

12 DAT, IN HET BIJZONDER WAT DE LANDBOUWPRODUKTEN BETREFT, DE WERKING EN DE ONTWIKKELING VAN DE ASSOCIATIE, INGEVOLGE ARTIKEL 33 VAN DE OVEREENKOMST, GEPAARD DIENEN TE GAAN MET DE GELEIDELIJKE HARMONISERING VAN HET LANDBOUWBELEID VAN DE GEMEENSCHAP EN DAT VAN GRIEKENLAND;

13 DAT DEZE HARMONISERING ENERZIJDS AFHANGT VAN DE VOORUITGANG DIE DE GEMEENSCHAP BOEKT BIJ DE TOTSTANDBRENGING VAN HAAR EIGEN GEMEENSCHAPPELIJKE LANDBOUWBELEID EN ANDERZIJDS VAN DE TOEPASSING DER IN DE ARTIKELEN 34 EN 35 DER OVEREENKOMST VOORGESCHREVEN PROCEDURE;

14 DAT, VOORUITLOPEND OP EEN DERGELIJKE HARMONISERING, DE LANDBOUWPRODUKTEN ZIJN ONDERWORPEN AAN DE IN ARTIKEL 37 DER OVEREENKOMST OMSCHREVEN REGELING, WELKE VOOR DE IN DE LIJST VAN BIJLAGE III OPGENOMEN PRODUKTEN DE GELEIDELIJKE AFSCHAFFING INHOUDT VAN DE DOUANERECHTEN, INVOERCONTINGENTEN ALSMEDE VAN DE HEFFINGEN EN MAATREGELEN VAN GELIJKE WERKING;

15 DAT DEZE REGELING TEN AANZIEN VAN DE PRODUKTEN WELKE NIET OP BOVENGENOEMDE LIJST VOORKOMEN WORDT GEKENMERKT DOOR DE CONSOLIDATIE VAN DE NATIONALE TARIEF - EN CONTINGENTERINGSMAATREGELEN DIE DOOR DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN OP HET TIJDSTIP WAAROP DEZE OVEREENKOMST IN WERKING TRAD WERDEN TOEGEPAST EN DOOR HET UITBREIDEN VAN DE AAN DERDE LANDEN VERLEENDE TARIEF - EN CONTINGENTERINGSCONCESSIES TOT HUN ONDERLINGE HANDELSBETREKKINGEN;

16 DAT BOVENDIEN HET AAN DE OVEREENKOMST GEHECHTE PROTOCOL NR . 12 TEN AANZIEN VAN DE LANDBOUWPRODUKTEN DE MOGELIJKHEID VOORZIET DAT DEZE AAN HET IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE LANDBOUWBELEID BEOOGDE SYSTEEM VAN HEFFINGEN WORDEN ONDERWORPEN;

17 OVERWEGENDE DAT UIT DEZE REGELING VOLGT DAT DE OVEREENKOMST VAN ATHENE DE VERWEZENLIJKING VAN DE DOUANE-UNIE BEOOGT ONDER EEN DRIELEDIG VOORBEHOUD : DE TERMIJNEN WELKE DE OVEREENKOMST DAARTOE STELT, DE BIJZONDERE VOORDELEN OP TARIEF - EN CONTINGENTERINGSGEBIED TEN BEHOEVE VAN DE HELLEENSE EXPORTEURS VAN BEPAALDE LANDBOUWPRODUKTEN EN DE BESLISSINGSVRIJHEID DIE PROTOCOL NR . 12 AAN DE GEMEENSCHAP GARANDEERT MET BETREKKING TOT DE VOOR DE UITOEFENING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE LANDBOUWBELEID NOODZAKELIJKE MAATREGELEN;

18 DAT PROTOCOL NR . 14 EEN ONDERDEEL VAN DEZE REGELING VORMT, WAAR HET VOORSCHRIJFT DAT DE DOOR DE LID-STATEN IN HUN ONDERLINGE HANDELSBETREKKINGEN VERLEENDE OF TE VERLENEN CONCESSIES ZICH TOT DE HELLEENSE WIJNUITVOER DIENEN UIT TE STREKKEN;

19 DAT REEDS HIERUIT BLIJKT DAT PARAGRAAF 2 VAN DIT PROTOCOL UITSLUITEND EEN REGELING INHOUDT MET BETREKKING TOT DE DOUANERECHTEN EN CONTINGENTEN, WELKE OP DE UITVOER VAN HELLEENSE WIJNEN VAN TOEPASSING ZIJN;

20 DAT DEZE PARAGRAAF BOVENDIEN WERD OPGENOMEN IN EEN TEKST, WAARIN VOOR DE UITVOER VAN GRIEKSE WIJNEN NAAR DUITSLAND, FRANKRIJK EN ITALIE, UITSLUITEND TARIEF - EN CONTINGENTERINGSAANGELEGENHEDEN WORDEN GEREGELD;

21 DAT BIJGEVOLG MOET WORDEN BESLIST DAT HET WOORD "REGELING", GEBEZIGD IN PARAGRAAF 2 VAN PROTOCOL NR . 14, GEHECHT AAN DE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND, ALDUS DIENT TE WORDEN VERSTAAN DAT HET UITSLUITEND BETREKKING HEEFT OP HET GEBIED VAN DE DOUANERECHTEN EN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN;

22 OVERWEGENDE DAT DE TWEEDE VRAAG INHOUDT OF DE COMPENSERENDE HEFFING WELKE DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN OP DE IN BELGIE EN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG INGEVOERDE GRIEKSE WIJNEN WORDT GELEGD, EEN RECHT OF EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING IS IN DE ZIN VAN ARTIKEL 37, LID 2, VAN VOORMELDE ASSOCIATIEOVEREENKOMST;

23 OVERWEGENDE DAT LUIDENS ARTIKEL 9, LID 3, EERSTE ALINEA, VAN VERORDENING NR . 816/70

"INDIEN DE AANBIEDINGSPRIJS FRANCO GRENS VAN EEN WIJN, VERHOOGD MET DE DOUANERECHTEN, LAGER IS DAN DE REFERENTIEPRIJS VOOR DEZE WIJN ,... OP DE INVOER VAN DEZE WIJN EN VAN DAARMEE GELIJKGESTELDE WIJN EEN COMPENSERENDE HEFFING ?WORDT? GELEGD, DIE GELIJK IS AAN HET VERSCHIL TUSSEN DE REFERENTIEPRIJS EN DE MET DE DOUANERECHTEN VERHOOGDE AANBIEDINGSPRIJS FRANCO GRENS";

24 DAT VOLGENS DE VIERDE TOT DEZE VERORDENING GEGEVEN OVERWEGING HET WEZENLIJKE DOEL DIER HEFFING IS VERSTORINGEN VAN DE COMMUNAUTAIRE MARKT TE VOORKOMEN, WELKE ZIJN TE WIJTEN AAN AANBIEDINGEN OP DE WERELDMARKT TEGEN ABNORMALE PRIJZEN;

25 DAT DERHALVE UIT DEZE REGELING VOLGT DAT DE BETROKKEN HEFFING WORDT BEPAALD AAN DE HAND VAN EEN PRIJSNIVEAU DAT MET HET OOG OP DE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT IS VASTGESTELD, DAT ZIJ VARIABEL IS EN NAAR GELANG VAN DE CONJUNCTUURSCHOMMELINGEN KAN VARIEREN, WAARBIJ ZIJ ALDUS EEN REGULERENDE ROL OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE WIJNMARKT VERVULT;

26 DAT ZODANIGE HEFFING HET OPLEGGEN VAN EEN GELDELIJKE LAST INHOUDT IN VERBAND MET DE TOTSTANDBRENGING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE WIJNSECTOR;

27 DAT, OOK AL BEREIKT BEDOELDE HEFFING BIJ DE INVOER VAN GRIEKSE WIJNEN IN DE BENELUX-LANDEN - DAAR DE TOEPASSELIJKE DOUANERECHTEN OP NUL ZIJN GESTELD - NIET DE BESCHERMENDE WERKING DIE ZIJ BEOOGT, ZULKS HAAR RECHTSKARAKTER ONVERLET LAAT, AANGEZIEN DEZE OMSTANDIGHEID UITSLUITEND TERUG TE VOEREN IS OP HET AAN DE REGELING VAN DIT INVOERVERKEER TOEGEKENDE PREFERENTIELE KARAKTER;

28 OVERWEGENDE DAT GENOEMDE HEFFING ONDER DE MAATREGELEN VALT, DIE IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE LANDBOUWBELEID ZIJN GENOMEN, EN MET NAME ONDER DE AANVULLENDE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 816/70 INZAKE DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE WIJNMARKT;

29 DAT IMMERS DE EERSTE ALINEA VAN HET AAN DE OVEREENKOMST VAN ATHENE GEHECHTE PROTOCOL NR . 12 DE VRIJHEID DER GEMEENSCHAP ONAANGETAST LAAT DOOR TE BEPALEN DAT

"HET IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID BEOOGDE STELSEL VAN HEFFINGEN ... EEN VOOR DIT BELEID SPECIFIEKE MAATREGEL ?VORMT? DIE NIET KAN WORDEN BESCHOUWD ALS EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS DOUANERECHTEN IN DE ZIN VAN DE ARTIKELEN 12 EN 37 VAN DE ASSOCIATIEOVEREENKOMST, INDIEN DEZE MAATREGELEN DOOR EEN DER PARTIJEN WORDT TOEGEPAST";

30 DAT BIJGEVOLG OP DE TWEEDE VRAAG DIENT TE WORDEN GEANTWOORD DAT DE COMPENSERENDE HEFFING, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 9, LID 3, VAN VERORDENING NR . 816/70 IS INGESTELD OP IN BELGIE EN IN HET GROOTHERTOGDOM INGEVOERDE WIJNEN, EEN HEFFING IS IN DE ZIN VAN PROTOCOL NR . 12 DAT AAN DE ASSOCIATIEOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND IS GEHECHT EN DAT DEZE HEFFING VOLGENS DIT PROTOCOL NOCH ALS EEN DOUANERECHT, NOCH ALS EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 37, LID 2, DIER OVEREENKOMST KAN WORDEN BESCHOUWD;

31 OVERWEGENDE DAT DE DERDE VRAAG INHOUDT OF DE COMMISSIE IN HET KADER VAN ARTIKEL 43 VAN DE OVEREENKOMST VAN ATHENE BEVOEGD IS OM ZELFSTANDIG, DAT WIL ZEGGEN MET UITSLUITING VAN DE ASSOCIATIERAAD, HET BEDRAG EN DE MODALITEITEN DER COMPENSERENDE HEFFING OP DE INVOER VAN GRIEKSE WIJNEN OP HET GRONDGEBIED VAN DE EEG VAST TE STELLEN;

32 DAT DE VIERDE VRAAG VOORTS INHOUDT OF HET DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEOORLOOFD IS, BIJALDIEN DE VOORWAARDEN VOOR TOEPASSING VAN ARTIKEL 41 DER ASSOCIATIEOVEREENKOMST ZIJN VERVULD, DE ALDAAR VOORZIENE BESCHERMING TE DOEN PLAATS VINDEN ANDERS DAN DOOR MIDDEL VAN EEN STELSEL VAN MINIMUMPRIJZEN EN WEL DOOR EEN STELSEL VAN DOOR DE GEMEENSCHAP TOEGEPASTE COMPENSERENDE HEFFINGEN;

33 OVERWEGENDE DAT DE ARTIKELEN 41 EN 43 VAN DE OVEREENKOMST BETREKKING HEBBEN OP BIJZONDERE GEVALLEN WELKE WORDEN GEKENMERKT DOOR HETZIJ EEN VERSTORING DIE DE DOELEINDEN VAN ARTIKEL 39 EEG-VERDRAG IN GEVAAR KAN BRENGEN, HETZIJ EEN NADELIGE BEINVLOEDING VAN DE MARKT VAN EEN OF MEER LID-STATEN OF VAN DE GEMEENSCHAP ENERZIJDS DAN WEL VAN DE MARKT VAN GRIEKENLAND ANDERZIJDS;

34 DAT UIT DEZE BEPALINGEN VOLGT DAT DE DAARIN VOORGESCHREVEN MAATREGELEN UITSLUITEND TEN DOEL HEBBEN HET HOOFD TE BIEDEN AAN DE MOEILIJKHEDEN ALS GEVOLG VAN ABNORMALE MARKTOMSTANDIGHEDEN;

35 DAT DAARENTEGEN DE LITIGIEUZE COMPENSERENDE HEFFING EEN MAATREGEL IS TER STABILISATIE VAN DE INVOER, WELKE INHERENT IS AAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR WIJNEN;

36 DAT BIJGEVOLG, NU DE ARTIKELEN 41 EN 43 DER OVEREENKOMST OP DE TOEPASSING DIER HEFFING VAN GEEN ENKELE INVLOED ZIJN, DE MET BETREKKING TOT HUN INTERPRETATIE GESTELDE VRAGEN IN CASU NIET BEHOEVEN TE WORDEN BEANTWOORD;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

37 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN, DOOR DE BELGISCHE STAAT EN DOOR DE COMMISSIE DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KUNNEN KOMEN;

38 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL BIJ VONNIS VAN 17 OKTOBER 1973 GESTELDE VRAGEN, VERKLAART VOOR RECHT :

1 . HET WOORD "REGELING", GEBEZIGD IN PARAGRAAF 2 VAN PROTOCOL NR . 14, DAT IS GEHECHT AAN DE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND, DIENT ALDUS TE WORDEN VERSTAAN DAT HET UITSLUITEND BETREKKING HEEFT OP HET GEBIED VAN DE DOUANERECHTEN EN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN;

2 . DE COMPENSERENDE HEFFING, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 9, LID 3 , VAN VERORDENING NR . 816/70 IS INGESTELD OP IN BELGIE EN HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG INGEVOERDE GRIEKSE WIJNEN, IS EEN HEFFING IN DE ZIN VAN PROTOCOL NR . 12 GEHECHT AAN DE ASSOCIATIEOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND, EN KAN INGEVOLGE DIT PROTOCOL NOCH ALS EEN DOUANERECHT, NOCH ALS EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 37, LID 2, DIER OVEREENKOMST WORDEN BESCHOUWD;

3 . DE ARTIKELEN 41 EN 43 VAN DE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN GRIEKENLAND, ZIJN NIET VAN INVLOED OP DE TOEPASSING VAN DE COMPENSERENDE HEFFING VAN ARTIKEL 9, LID 3, VAN VERORDENING NR . 816/70 .

Top