EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61973CJ0001

Arrest van het Hof van 4 juli 1973.
Westzucker GmbH tegen Einfuhr- und Vorratsstelle für Zucker.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Hessisches Finanzgericht - Duitsland.
Overgangsmaatregelen - Certificaten met prefixatie.
Zaak 1-73.

European Court Reports 1973 -00723

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1973:78

61973J0001

ARREST VAN HET HOF VAN 4 JULI 1973. - WESTZUCKER GMBH TEGEN EINFUHR - UND VORRATSSTELLE FUER ZUCKER. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET HESSISCHE FINANZGERICHT). - ZAAK NO. 1/73.

Jurisprudentie 1973 bladzijde 00723
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00597
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00289


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . HANDELINGEN VAN EEN INSTELLING - WIJZIGING VAN EEN VROEGERE BEPALING - FEITELIJKE SITUATIES, ONDER VIGEUR VAN DIE BEPALING ONTSTAAN - TOEKOMSTIGE GEVOLGEN - TOEPASSING VAN DE WIJZIGINGSBEPALING

2 . LANDBOUW - GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING - SUIKER - RESTITUTIE BIJ UITVOER - ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 - WIJZIGING - TOEPASSINGSGEBIED

( VERORDENING VAN DE RAAD NR . 1048/71 )

Samenvatting


1 . DE WET WAARBIJ EEN WETTELIJKE BEPALING WORDT GEWIJZIGD, IS VAN TOEPASSING, TENZIJ HET TEGENDEEL IS BEPAALD, OP DE TOEKOMSTIGE GEVOLGEN VAN FEITELIJKE SITUATIES WELKE ONDER VIGEUR VAN DE OUDE WET ZIJN ONTSTAAN .

2 . DE WIJZIGING DIE BIJ VERORDENING NR . 1048/71 VAN DE RAAD VAN 25 MEI 1971 IS AANGEBRACHT IN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 VAN DE RAAD VAN 18 JUNI 1968, IS NIET ALLEEN VAN TOEPASSING OP DE NA HAAR INWERKINGTREDING AFGEGEVEN CERTIFICATEN MET PREFIXATIE, MAAR OOK OP DE CERTIFICATEN DIE V??R DIE DATUM WAREN AFGEGEVEN, VOOR ZOVER DE BETROKKEN UITVOER NOG NIET HAD PLAATSGEVONDEN EN DE INTERVENTIEPRIJS NIET WAS GEWIJZIGD .

Partijen


IN DE ZAAK 1-73

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET HESSISCHE FINANZGERICHT, VII . SENAT , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

WESTZUCKER GMBH, GEVESTIGD TE DORTMUND,

EN

EINFUHR - UND VORRATSSTELLE FUER ZUCKER, TE FRANKFURT,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN DE VERORDENINGEN NR . 766/68 VAN DE RAAD VAN 18 JUNI 1968 ( PUBLIKATIEBLAD NR . L 143 ) EN NR . 1048/71 VAN DE RAAD VAN 25 MEI 1971 ( PUBLIKATIEBLAD NR . L 114 ),

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT HET HESSISCHE FINANZGERICHT BIJ BESCHIKKING VAN 18 DECEMBER 1972, INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 2 JANUARI 1973, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG DRIE VRAGEN HEEFT GESTELD INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 VAN DE RAAD VAN 18 JUNI 1968, HOUDENDE VASTSTELLING VAN DE ALGEMENE VOORSCHRIFTEN INZAKE DE RESTITUTIE BIJ DE UITVOER VAN SUIKER ( PUBLIKATIEBLAD 1968, NR . L 143 ), EN VAN VERORDENING NR . 1048/71 VAN DE RAAD VAN 25 MEI 1971 ( PUBLIKATIEBLAD 1971, NR . L 114 ) WAARBIJ EERSTGENOEMDE VERORDENING, MET NAME ARTIKEL 12, WERD GEWIJZIGD;

2 OVERWEGENDE DAT DE REGELS HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER VOORZIEN IN DE TOEKENNING VAN RESTITUTIES BIJ DE UITVOER VAN WITTE SUIKER TER OVERBRUGGING VAN HET VERSCHIL TUSSEN DE WERELDMARKTPRIJZEN EN DE PRIJZEN VAN DE GEMEENSCHAP ALSMEDE IN DE MOGELIJKHEID DAT DE TE BETALEN RESTITUTIE VOOR EEN BEPAALDE PERIODE WORDT GEPREFIXEERD OP HET RESTITUTIEBEDRAG DAT GELDT OP DE DAG VAN HET VERZOEK OM PREFIXATIE;

DAT ARTIKEL 12 IN ZIJN OORSPRONKELIJKE FORMULERING BEPAALDE DAT, WANNEER TIJDENS DE PERIODE TUSSEN DE BEPALING VAN DE RESTITUTIE KRACHTENS EEN OPENBARE INSCHRIJVING EN DE REALISATIE VAN DE UITVOERTRANSACTIE EEN VERANDERING KOMT IN DE INTERVENTIEPRIJS, DE VASTGESTELDE RESTITUTIE WORDT GECORRIGEERD AAN DE HAND VAN BEDOELDE WIJZIGING;

DAT DIT ARTIKEL 12 WERD GEWIJZIGD BIJ GENOEMDE VERORDENING NR . 1048/71, IN WERKING GETREDEN OP 27 MEI 1971, IN DIE ZIN DAT BIJ EEN VERANDERING VAN DE PRIJZEN VAN SUIKER OF MELASSE TIJDENS BEDOELDE PERIODE "HET RESTITUTIEBEDRAG KAN WORDEN AANGEPAST";

3 OVERWEGENDE DAT UIT DE STUKKEN BLIJKT DAT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING, DIE OP 1 FEBRUARI EN 5 MEI 1971 DRIE CERTIFICATEN MET PREFIXATIE VOOR DE UITVOER VAN WITTE SUIKER HAD VERKREGEN, WELKE RESPECTIEVELIJK TOT EN MET 31 JULI EN 31 AUGUSTUS 1971 GELDIG WAREN EN WAREN VOORZIEN VAN DE VERMELDING "ONDER VOORBEHOUD VAN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 766/68", HEEFT VERZOCHT OM VERHOGING VAN DE GEPREFIXEERDE RESTITUTIE OP GROND VAN DE VERHOGING VAN DE INTERVENTIEPRIJS DIE PER 1 JULI 1971 WAS TOEGEPAST INGEVOLGE VERORDENING NR . 1061/71 VAN DE RAAD VAN 25 MEI 1971 ( PUBLIKATIEBLAD 1971, NR . L 115 );

DAT HET TEN DEZE GEADIEERDE FINANZGERICHT DE DRIE ONDERHAVIGE VRAGEN HEEFT VOORGELEGD;

TEN AANZIEN VAN DE EERSTE EN TWEEDE VRAAG

4 OVERWEGENDE DAT WORDT GEVRAAGD OF VERORDENING NR . 1048/71 ALDUS MOET WORDEN VERSTAAN DAT HET NIEUWE ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 VAN TOEPASSING IS OP HET GEVAL DAT EEN UITVOERCERTIFICAAT V??R 27 MEI 1971, TOEN DE NIEUWE TEKST IN WERKING TRAD, WERD AFGEGEVEN EN DE UITVOER NA 1 JULI 1971, TOEN DE VERHOGING VAN DE INTERVENTIEPRIJS IN WERKING TRAD, PLAATS VOND;

5 OVERWEGENDE DAT VOLGENS EEN ALGEMEEN ERKEND BEGINSEL DE WET WAARBIJ EEN WETTELIJKE BEPALING WORDT GEWIJZIGD, VAN TOEPASSING IS, TENZIJ HET TEGENDEEL IS BEPAALD, OP DE TOEKOMSTIGE GEVOLGEN VAN FEITELIJKE SITUATIES WELKE ONDER VIGEUR VAN DE OUDE WET ZIJN ONTSTAAN;

DAT DERHALVE DE WIJZIGING VAN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 NIET ALLEEN VAN TOEPASSING IS OP DE NA HAAR INWERKINGTREDING AFGEGEVEN CERTIFICATEN MET PREFIXATIE, MAAR OOK OP DE CERTIFICATEN, DIE V??R DIE DATUM WAREN AFGEGEVEN, VOORZOVER DE BETROKKEN UITVOER NOG NIET HAD PLAATSGEVONDEN EN DE INTERVENTIEPRIJS NIET WAS GEWIJZIGD;

6 OVERWEGENDE DAT IN DE TWEEDE PLAATS WORDT GEVRAAGD OF VERORDENING NR . 1048/71 BIJ DEZE UITLEGGING NIET IN STRIJD IS MET EEN BEGINSEL VAN RECHTSZEKERHEID, KRACHTENS HETWELK HET GERECHTVAARDIGD VERTROUWEN VAN DE BELANGHEBBENDEN BESCHERMING VERLANGT ( VERTRAUENSSCHUTZ );

7 OVERWEGENDE DAT UIT DE CONSIDERANS DER VERORDENING BLIJKT DAT DE RAAD, DE REGELING VAN EEN STRIKTE AANPASSING VAN DE GEPREFIXEERDE UITVOERRESTITUTIE TE STROEF ACHTEND, DE DWINGENDE BEPALING VAN HET OUDE ARTIKEL 12 HEEFT VERVANGEN DOOR EEN FACULTATIEVE BEPALING TEN EINDE DE MOGELIJKHEID TE SCHEPPEN DAT OP PASSENDE WIJZE EEN AANPASSING PLAATSVINDT;

DAT IMMERS HET OUDE ARTIKEL 12, DAT VOORZAG IN EEN AUTOMATISCHE AANPASSING VAN DE GEPREFIXEERDE RESTITUTIE AAN EVENTUELE VERHOGINGEN EN VERLAGINGEN, HET GEVAAR INHIELD DE EXPORTEURS BIJ VERLAGING VAN DE INTERVENTIEPRIJS EEN ONGERECHTVAARDIGD NADEEL TOE TE BRENGEN EN BIJ VERHOGING EEN EVENZEER ONGERECHTVAARDIGD VOORDEEL TE BEZORGEN;

DAT, BEHOUDENS UITZONDERING, MAG WORDEN AANGENOMEN DAT DE BIEDINGEN BIJ EEN OPENBARE INSCHRIJVING EN DE AANVRAGEN VOOR EEN UITVOERCERTIFICAAT IN HOOFDZAAK ZIJN AFGESTEMD OP DE LEVERINGSMOGELIJKHEDEN VAN DE EXPORTEUR EN OP DE MARKTOMSTANDIGHEDEN IN DE GEMEENSCHAP OP HET TIJDSTIP VAN DE BIEDING EN DE AANVRAAG;

DAT EEN AUTOMATISCHE AANPASSING, ZOALS VOORZIEN IN HET OUDE ARTIKEL 12, DERHALVE ZOWEL DE VERWACHTINGEN, WAARVAN BIJ DE PREFIXATIE DER RESTITUTIE WAS UITGEGAAN, ALS DE BEREKENINGEN VAN DE EXPORTEURS-CERTIFICAATHOUDERS KON DOORKRUISEN;

8 DAT MITSDIEN, OOK AL KUNNEN BIJ WIJZIGING VAN DE INTERVENTIEPRIJS TUSSEN HET TIJDSTIP WAAROP DE RESTITUTIE WERD VASTGESTELD, EN HET TIJDSTIP WAAROP DE UITVOER PLAATSVINDT, AANPASSINGEN NOODZAKELIJK ZIJN, DOOR DE FACULTATIEVE BEPALING VAN HET NIEUWE ARTIKEL 12 TOCH BETER REKENING WORDT GEHOUDEN MET DE BEHOEFTE AAN STABILITEIT IN DE HANDEL EN BIJ DE FUNCTIONERING VAN DE MARKT;

DAT BEZWAARLIJK KAN WORDEN AANGENOMEN DAT EEN GEVESTIGDE RECHTSPOSITIE VAN DE BETROKKENEN KAN WORDEN AANGETAST DOOR DE WIJZIGING VAN EEN BEPALING DIE WEGENS HAAR STROEFHEID TOT BEVOORDELING OF BENADELING DIER BETROKKENEN KON LEIDEN;

9 OVERWEGENDE WIJDERS DAT MEN MET NAME BIJ VERHOGING VAN DE INTERVENTIEPRIJS NIET, GELIJK VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING DOET, MAG STELLEN DAT BETROKKENEN OP GROND VAN HET OUDE ARTIKEL 12 MOCHTEN VERTROUWEN VAN DEZE VERHOGING TE PROFITEREN;

DAT DIT ARTIKEL IMMERS NIET IN DE WEG STOND AAN DE EVENTUELE TOEPASSING VAN ARTIKEL 37, LID 2, VAN VERORDENING NR . 1009/67 VAN DE RAAD VAN 18 DECEMBER 1967, HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER, OP GROND WAARVAN DE BEPALINGEN KUNNEN WORDEN VASTGESTELD, DIE NOODZAKELIJK ZIJN TER VOORKOMING VAN EEN VERSTORING VAN DE SUIKERMARKT TEN GEVOLGE VAN EEN WIJZIGING VAN HET PRIJSPEIL BIJ DE OVERGANG VAN HET ENE VERKOOPSEIZOEN VOOR SUIKER NAAR HET ANDERE;

DAT, NAAR DE COMMISSIE HEEFT UITEENGEZET, REEDS BIJ DE VASTSTELLING VAN VERORDENING NR . 766/68 WAS VOORZIEN DAT DEZE BEPALING EVENTUEEL ZOU MOETEN WORDEN TOEGEPAST JEGENS HOUDERS VAN OUDE VOORRADEN VAN HET VOORGAANDE VERKOOPSEIZOEN TEN EINDE DE UIT DE VERHOGING VOORTVLOEIENDE OVERWINST WEG TE NEMEN;

DAT DE HOUDERS VAN CERTIFICATEN MET PREFIXATIE DERHALVE REKENING MOESTEN HOUDEN MET DE MOGELIJKHEID DAT DE VOORDELEN, VERWACHT VAN EEN TOEPASSING VAN HET OUDE ARTIKEL 12, HUN ZOUDEN WORDEN ONTNOMEN KRACHTENS ARTIKEL 37 VAN VERORDENING NR . 1009/67;

10 DAT HIERUIT MOET WORDEN GECONCLUDEERD DAT DE RAAD, DOOR ARTIKEL 12 TE WIJZIGEN IN PLAATS VAN TE GRIJPEN NAAR HET INGEWIKKELDER MIDDEL VAN TOEPASSING VAN GENOEMD ARTIKEL 37, DE POSITIE VAN DE BETROKKENEN IN WEZEN NIET HEEFT GEWIJZIGD EN DAT ER GEEN AANLEIDING IS IN VERORDENING NR . 1048/71 EEN INBREUK TE ZIEN OP DE BESCHERMING VAN HET GERECHTVAARDIGD VERTROUWEN VAN DE BETROKKENEN;

11 OVERWEGENDE DAT DEZE CONCLUSIES NOG BEVESTIGING VINDEN IN DE BIJZONDERHEDEN VAN HET ONDERHAVIGE GEVAL;

DAT IMMERS VOLGENS VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING DE DOOR HAAR VERKREGEN UITVOERVERGUNNINGEN BETREKKING HADDEN OP VOORRADEN VAN DE EINFUHR - UND VORRATSSTELLE, DUS OP ZOGENAAMDE INTERVENTIESUIKER, WAARVOOR DE OUDE INTERVENTIEPRIJS GOLD, EN DAT ZIJ DOOR TOEDOEN VAN DE EINFUHR - UND VORRATSSTELLE NIET TIJDIG OVER DEZE SUIKER KON BESCHIKKEN, ZODAT ZIJ ZICH ELDERS TEGEN ONGUNSTIGER VOORWAARDEN HAD MOETEN INDEKKEN EN DE NA 1 JULI 1971 GELEVERDE SUIKER OP BASIS VAN DE NIEUWE INTERVENTIEPRIJS HAD MOETEN BETALEN;

12 OVERWEGENDE DAT, INDIEN DIT JUIST IS, DAARUIT ZOU VOLGEN DAT DE BEWEERDE SCHADE NIET IS VEROORZAAKT DOORDAT WERD VERTROUWD OP HET OUDE ARTIKEL 12, MAAR DOOR ANDERE OMSTANDIGHEDEN;

13 OVERWEGENDE DAT DE BEVINDINGEN BIJ HET ONDERZOEK VAN DE TWEEDE VRAAG DERHALVE NIET DE CONCLUSIE KUNNEN DRAGEN DAT VERORDENING NR . 1048/71 MET DE WIJZIGING VAN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 INDRUIST TEGEN EEN BEGINSEL VAN RECHTSZEKERHEID, KRACHTENS HETWELK HET GERECHTVAARDIGD VERTROUWEN VAN DE BELANGHEBBENDEN BESCHERMING VERLANGT ( VERTRAUENSSCHUTZ );

TEN AANZIEN VAN DE DERDE VRAAG

14 OVERWEGENDE DAT DEZE VRAAG SLECHTS IS GESTELD BIJ EEN ONTKENNENDE BEANTWOORDING VAN DE EERSTE VRAAG OFWEL EEN BEVESTIGENDE BEANTWOORDING VAN DE EERSTE EN TWEEDE VRAAG - HETGEEN NIET HET GEVAL IS -, ZODAT ZIJ VERDER BUITEN BESCHOUWING KAN BLIJVEN;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

15 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN, DOOR DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT, NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KUNNEN KOMEN EN DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET HESSISCHE FINANZGERICHT BIJ DIENS BESCHIKKING VAN 27 DECEMBER 1972 GESTELDE VRAGEN, VERKLAART VOOR RECHT :

1 . DE WIJZIGING DIE BIJ VERORDENING NR . 1048/71 VAN DE RAAD VAN 25 MEI 1971 IS AANGEBRACHT IN ARTIKEL 12 VAN VERORDENING NR . 766/68 VAN DE RAAD VAN 18 JUNI 1968, IS NIET ALLEEN VAN TOEPASSING OP DE NA HAAR INWERKINGTREDING AFGEGEVEN CERTIFICATEN MET PREFIXATIE, MAAR OOK OP DE VOORDIEN AFGEGEVEN CERTIFICATEN, VOOR ZOVER DE BETROKKEN UITVOER NOG NIET HAD PLAATSGEVONDEN;

2 . DE BEVINDINGEN BIJ HET ONDERZOEK VAN DE TWEEDE VRAAG KUNNEN NIET DE CONCLUSIE DRAGEN DAT VERORDENING NR . 1048/71 ALDUS INDRUIST TEGEN EEN BEGINSEL VAN RECHTSZEKERHEID, KRACHTENS HETWELK HET GERECHTVAARDIGD VERTROUWEN VAN DE BELANGHEBBENDEN BESCHERMING VERLANGT .

Top