EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61972CJ0006

Arrest van het Hof van 21 februari 1973.
Europemballage Corporation en Continental Can Company Inc. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Zaak 6-72.

European Court Reports 1973 -00215

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1973:22

61972J0006

ARREST VAN HET HOF VAN 21 FEBRUARI 1973. - EUROPEMBALLAGE CORPORATION EN CONTINENTAL CAN COMPANY INC. TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - ZAAK NO. 6/72.

Jurisprudentie 1973 bladzijde 00215
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00445
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00109
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00101
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00089
Finse bijz. uitgave bladzijde 00089


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . MEDEDINGING - GEMEENSCHAPSREGELING - TOEPASSING - HOREN VAN BETROKKENEN - MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR - MOTIVERING DER BESCHIKKING - VERPLICHTINGEN DER COMMISSIE

( VERORDENING NR . 99/63/EEG DER COMMISSIE, ARTIKEL 4 )

2 . HANDELINGEN VAN EEN INSTELLING - KENNISGEVING - BEGRIP

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 191 )

3 . EEG - REGELING TAALGEBRUIK - DOOR DE INSTELLINGEN VERZONDEN STUKKEN - ADRESSAAT - ZETEL IN EEN DERDE LAND - BETREKKING TOT EEN LID-STAAT - TAAL VAN DEZE STAAT - OFFICIELE TAAL

( VERORDENING NR . 1/58 VAN DE RAAD, ARTIKEL 3 )

4 . MEDEDINGING - GEMEENSCHAPSREGELING - DOCHTERONDERNEMING - AFZONDERLIJKE RECHTSPERSOONLIJKHEID - MOEDERMAATSCHAPPIJ - AANSPRAKELIJKHEID

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 85-86 )

5 . MEDEDINGING - GEMEENSCHAPSREGELING - TERRITORIALE TOEPASSING - CRITERIA

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 85-86 )

6 . MEDEDINGING - ONDERNEMINGEN - MAATREGELEN DIE OP DE MARKT VAN INVLOED ZIJN - MAATREGELEN VAN STRUCTURELE AARD

7 . MEDEDINGING - ARTIKEL 3, SUB F - RECHTSKRACHT

8 . MEDEDINGING - ARTIKEL 3, SUB F - STREKKING

9 . MEDEDINGING - TOELAATBARE CONCURRENTIEBEPERKINGEN - GRENZEN - ARTIKELEN 2 EN 3

10 . MEDEDINGING - ARTIKEL 86 - UITLEGGING

11 . MEDEDINGING - GEMEENSCHAPSREGELING - VERBAND TUSSEN DE ARTIKELEN 85 EN 86 - ZELFDE OOGMERK

12 . MEDEDINGING MACHTSPOSITIE - MISBRUIK - BEGRIP

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 86 )

13 . MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - MISBRUIK - OORZAKELIJK VERBAND GEEN ELEMENT BIJ HET VERBOD

14 . MEDEDINGING - BETROKKEN MARKT - BEGRENZING

15 . MEDEDINGING - BETROKKEN MARKT - BEGRENZING - MACHTSPOSITIE OP DEZE MARKT - VOORWAARDE

Samenvatting


1 . IN DE KRACHTENS DE COMMUNAUTAIRE MEDEDINGINGSREGELING GEDANE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR DIENT DE COMMISSIE OOK IN BEKNOPTE VORM DUIDELIJK DE WEZENLIJKE FEITEN TE VERMELDEN, WAAROP ZIJ ZICH BASEERT . IN HAAR BESCHIKKING BEHOEFT ZIJ ECHTER NIET ALLE, IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE VOORGEDRAGEN ARGUMENTEN TE WEERLEGGEN .

2 . VAN EEN BESCHIKKING IS IN DE ZIN VAN HET VERDRAG NAAR BEHOREN KENNIS GEGEVEN, ZODRA ZIJ IS MEDEGEDEELD AAN DEGENE TOT WIE ZIJ IS GERICHT EN DEZE IN STAAT IS GESTELD DAARVAN KENNIS TE NEMEN .

3 . INDIEN EEN RECHTSPERSOON IN EEN DERDE LAND IS GEVESTIGD, DIENT BIJ DE KEUZE VAN DE OFFICIELE TAAL WAARIN DE BESCHIKKING TOT HEM IS GERICHT, REKENING TE WORDEN GEHOUDEN MET DE BETREKKING WAARIN DEZE, BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT, TOT EEN LID-STAAT DER GEMEENSCHAP STAAT .

4 . DE OMSTANDIGHEID DAT EEN DOCHTERONDERNEMING EIGEN RECHTSPERSOONLIJKHEID HEEFT, VERMAG NIET DE MOGELIJKHEID UIT TE SLUITEN, DAT HAAR GEDRAG AAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ WORDT TOEGEREKEND . DIT KAN MET NAME HET GEVAL ZIJN, INDIEN DE DOCHTERONDERNEMING HAAR MARKTGEDRAG NIET AUTONOOM BEPAALT, MAAR IN HOOFDZAAK DE HAAR GEGEVEN AANWIJZINGEN VAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ OPVOLGT .

5 . OP EEN VERRICHTING DIE DE MARKTVERHOUDINGEN BINNEN DE GEMEENSCHAP BEINVLOEDT, IS HET GEMEENSCHAPSRECHT VAN TOEPASSING, ONGEACHT DE VRAAG OF DE ONDERNEMER OP HET GRONDGEBIED VAN EEN DER LID-STATEN IS GEVESTIGD .

6 . HET ONDERSCHEID TUSSEN MAATREGELEN DIE BETREKKING HEBBEN OP DE STRUCTUUR VAN DE ONDERNEMING, EN GEDRAGINGEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE MARKT, IS NIET BESLISSEND, DAAR ELKE STRUCTURELE MAATREGEL DE MARKTVERHOUDINGEN KAN BEINVLOEDEN, ZODRA DE OMVANG EN DE ECONOMISCHE MACHT VAN DE ONDERNEMING DAARDOOR TOENEMEN .

7 . HET BETOOG ALS ZOU BIJ ARTIKEL 3, SUB F, SLECHTS SPRAKE ZIJN VAN EEN ALGEMENE PROGRAMMABEPALING ZONDER RECHTSGEVOLGEN, MISKENT DAT IN DIT ARTIKEL HET STREVEN NAAR DE ALDAAR GENOEMDE DOELSTELLINGEN ONONTBEERLIJK WORDT GEACHT VOOR DE VERVULLING VAN DE TAKEN DER GEMEENSCHAP .

8 . WAAR ARTIKEL 3, SUB F, DE INVOERING VOORSCHRIJFT VAN EEN REGIME WAARDOOR WORDT GEWAARBORGD DAT DE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT NIET WORDT VERVALST, EIST DEZE BEPALING A FORTIORI DAT DE MEDEDINGING NIET WORDT UITGESCHAKELD .

9 . DE CONCURRENTIEBEPERKINGEN DIE HET VERDRAG ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN TOELAAT WEGENS DE NOODZAAK DE VERSCHILLENDE DOELSTELLINGEN MET ELKAAR IN OVEREENSTEMMING TE BRENGEN, VINDEN IN DE EISEN VAN DE ARTIKELEN 2 EN 3 EEN GRENS WAARVAN DE OVERSCHRIJDING HET GEVAAR MEEBRENGT DAT DE VERZWAKKING VAN DE MEDEDINGING DE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT DOORKRUIST .

10 . GELET DIENT TE WORDEN OP DE GEEST, DE OPZET EN DE BEWOORDINGEN VAN ARTIKEL 86 ALSMEDE OP HET SYSTEEM EN DE DOELEINDEN VAN HET VERDRAG . EEN VERGELIJKING TUSSEN DIT ARTIKEL EN BEPAALDE VOORSCHRIFTEN VAN HET EGKS-VERDRAG IS VOOR DE ONDERHAVIGE PROBLEMEN NIET TER ZAKE DIENEND .

11 . OP VERSCHILLEND NIVEAU BEOGEN DE ARTIKELEN 85 EN 86 HETZELFDE, NAMELIJK DE INSTANDHOUDING VAN EEN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT; DE BEINVLOEDING VAN DE MEDEDINGING, DIE IS VERBODEN INDIEN ZIJ HET GEVOLG IS VAN DE IN ARTIKEL 85 BEDOELDE HANDELWIJZEN, KAN NIET RECHTMATIG WORDEN, INDIEN DEZE HANDELWIJZEN ZICH DOOR TOEDOEN VAN EEN OVERHEERSENDE ONDERNEMING CONCRETISEREN IN EEN VERVLECHTING DER ONDERNEMINGEN .

12 . IN ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG ZIJN DE IN HET VERDRAG VERBODEN VORMEN VAN MISBRUIK VAN EEN MACHTSPOSITIE NIET UITPUTTEND OPGESOMD .

ARTIKEL 86 DOELT NIET SLECHTS OP HANDELWIJZEN DIE DE VERBRUIKERS RECHTSTREEKS KUNNEN BENADELEN, MAAR EVENEENS OP DIE WELKE HEN BENADELEN DOOR IN TE GRIJPEN IN EEN STRUCTUUR VAN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING, ZOALS AANGEDUID IN ARTIKEL 3, SUB F, VAN HET VERDRAG . DERHALVE KAN SPRAKE ZIJN VAN MISBRUIK, INDIEN EEN ONDERNEMING MET EEN MACHTSPOSITIE DEZE ZODANIG VERSTERKT, ONGEACHT DE DAARTOE AANGEWENDE MIDDELEN OF HANDELWIJZEN, DAT DE ALDUS BEREIKTE MATE VAN OVERHEERSING DE MEDEDINGING WEZENLIJK BELEMMERT, DAT WIL ZEGGEN SLECHTS ONDERNEMINGEN LAAT BESTAAN, DIE IN HUN GEDRAG AFHANKELIJK ZIJN VAN DE OVERHEERSENDE ONDERNEMING .

WAAR HET INNEMEN VAN EEN ZODANIGE MACHTSPOSITIE DAT DE DOELSTELLINGEN VAN HET VERDRAG WORDEN DOORKRUIST DOOR EEN ZO WEZENLIJKE WIJZIGING VAN DE STRUCTUUR VAN HET AANBOD, DAT DE HANDELINGSVRIJHEID VAN DE VERBRUIKER OP DE MARKT ERNSTIG IN GEVAAR WORDT GEBRACHT, REEDS, ONGEACHT ENIGE SCHULD, ALS MISBRUIK KAN WORDEN BESCHOUWD, IS DIT NOODZAKELIJKERWIJS HET GEVAL, INDIEN ELKE MEDEDINGING PRAKTISCH WORDT UITGESCHAKELD .

13 . HET VRAAGSTUK VAN HET CAUSAAL VERBAND TUSSEN DE MACHTSPOSITIE EN HET MISBRUIK HIERVAN IS NIET VAN BELANG, DAAR DE VERSTERKING VAN DE MACHTSPOSITIE ENER ONDERNEMING, ONGEACHT DE DAARTOE AANGEWENDE MIDDELEN OF HANDELWIJZEN, MISBRUIK KAN OPLEVEREN EN INGEVOLGE ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG KAN ZIJN VERBODEN, ZODRA ZIJ DE MEDEDINGING WEZENLIJK BELEMMERT .

14 . DE BEGRENZING VAN DE BETROKKEN MARKT IS VAN ESSENTIEEL BELANG, DAAR DE CONCURRENTIEMOGELIJKHEDEN SLECHTS KUNNEN WORDEN BEOORDEELD AAN DE HAND VAN DIE KENMERKEN DER ONDERHAVIGE PRODUKTEN, WAARDOOR ZIJ BIJZONDER GESCHIKT ZIJN OM IN EEN CONSTANTE BEHOEFTE TE VOORZIEN EN SLECHTS IN GERINGE MATE MET ANDERE PRODUKTEN VERWISSELBAAR ZIJN . DE BETROKKEN PRODUKTEN KUNNEN SLECHTS DAN WORDEN GEACHT EEN AFZONDERLIJKE MARKT TE VORMEN, INDIEN ZIJ NIET ALLEEN ZIJN TE INDIVIDUALISEREN DOOR HET ENKELE FEIT DAT ZIJ VOOR DE VERPAKKING VAN BEPAALDE PRODUKTEN WORDEN GEBRUIKT, MAAR TEVENS OP GROND VAN BIJZONDERE PRODUKTIEKENMERKEN WAARDOOR ZIJ SPECIFIEK GESCHIKT ZIJN VOOR DEZE BESTEMMING .

15 . EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN VOOR VLEES - EN VISCONSERVEN IS NIET DOORSLAGGEVEND, ZOLANG NIET IS AANGETOOND DAT DE CONCURRENTEN IN ANDERE SECTOREN VAN DE MARKT VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN NIET DOOR EEN EENVOUDIGE AANPASSING KRACHTIG GENOEG OP DEZE MARKT KUNNEN GAAN OPEREREN OM EEN SERIEUS TEGENWICHT TE VORMEN .

Partijen


IN DE ZAAK 6-72

EUROPEMBALLAGE CORPORATION, TE BRUSSEL ( BELGIE ), EN CONTINENTAL CAN COMPANY INC ., TE NEW-YORK ( USA ), TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR A . GLEISS, H . LUTZ, C . HOOTZ, M . HIRSCH ET SOCII, ADVOCATEN TE STUTTGART, ALSMEDE DOOR J . LOYRETTE, ADVOCAAT BIJ DE COUR DE PARIS, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TEN KANTORE VAN G . REUTER, 7, AVENUE DE L'ARSENAL,

VERZOEKSTERS,

TEGEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCHE ADVISEURS B . VAN DER ESCH EN J . THIESING, ALS GEMACHTIGDEN, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ HAAR JURIDISCH ADVISEUR E . REUTER , 4, BOULEVARD ROYAL,

VERWEERSTER,

Onderwerp


BETREFFENDE VERZOEK TOT NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING DER COMMISSIE VAN 9 DECEMBER 1971 INZAKE EEN PROCEDURE OP GROND VAN ARTIKEL 86 VAN HET EEG-VERDRAG, ZAAK "IV/26811 - CONTINENTAL CAN COMPANY" ( PB 1972, NR . L 7 ),

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BIJ BEROEPSCHRIFT, INGEDIEND OP 9 FEBRUARI 1972, HEBBEN VERZOCHT OM NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING DER COMMISSIE VAN 9 DECEMBER 1971, WAARBIJ CONTINENTAL CAN COMPANY INC . ( HIERNA TE NOEMEN "CONTINENTAL ") WORDT VERWETEN INBREUK TE HEBBEN GEMAAKT OP ARTIKEL 86 VAN HET EEG-VERDRAG, MET NAME DOORDAT ZIJ DOOR TUSSENKOMST VAN EUROPEMBALLAGE CORPORATION ( HIERNA TE NOEMEN "EUROPEMBALLAGE ") ONGEVEER 80 PERCENT VAN DE AANDELEN EN CONVERTEERBARE OBLIGATIES VAN DE ONDERNEMING THOMASSEN EN DRIJVER - VERBLIFA NV ( HIERNA TE NOEMEN "TDV ") HAD VERWORVEN;

A - TEN AANZIEN VAN DE ONREGELMATIGHEID VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE

2 A ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BETOGEN DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING ONREGELMATIG IS, OMDAT CONTINENTAL NIET DE GELEGENHEID ZOU HEBBEN GEHAD OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 19 VAN VERORDENING NR . 17/62 VAN DE RAAD EN ARTIKEL 7 VAN VERORDENING NR . 99/63 DER COMMISSIE IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE HAAR STANDPUNT KENBAAR TE MAKEN;

DAT DE BESCHIKKING ALDUS INBREUK MAAKT OP DE RECHTEN DER VERDEDIGING;

3 OVERWEGENDE DAT, NAAR VASTSTAAT, VERZOEKSTERS DOOR BEMIDDELING VAN HUN VERTEGENWOORDIGER BIJ BRIEF VAN 14 MEI 1970 DE COMMISSIE, DIE TEVOREN HAAR VRAGEN OVER DE VERWERVING VAN DE AANDELEN EN OBLIGATIES VAN TDV HAD GERICHT AAN CONTINENTAL, HEBBEN VERZOCHT ZICH DAARTOE IN HET VERVOLG TOT EUROPEMBALLAGE TE WENDEN;

DAT VOORTS UIT HET DOOR VERZOEKSTERS GOEDGEKEURDE PROCES-VERBAAL VAN HET HOREN DER PARTIJEN OP 21 SEPTEMBER 1971 BLIJKT DAT ZICH ONDER DE PERSONEN DIE AAN DE HOORZITTING HEBBEN DEELGENOMEN, DE HEER CHARLES B . STAUFFACHER BEVOND IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN LID VAN DE DIRECTIE VAN BEIDE VERZOEKENDE ONDERNEMINGEN;

DAT DERHALVE CONTINENTAL KLAARBLIJKELIJK DE GELEGENHEID HEEFT GEHAD HAAR STANDPUNT IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE KENBAAR TE MAKEN;

4 B ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BETOGEN DAT DE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR VAN 15 MAART 1971 ONVOLDOENDE MET REDENEN IS OMKLEED, DAAR DE COMMISSIE SLECHTS DE IN AANMERKING GENOMEN PUNTEN VAN BEZWAAR HAD VERMELD ZONDER DE REDENEN TER RECHTVAARDIGING HIERVAN AAN TE GEVEN;

DAT VOORTS DE BESTREDEN BESCHIKKING ONVOLDOENDE MET REDENEN ZOU ZIJN OMKLEED, OMDAT ZIJ UITSLUITEND DE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR VAN 15 MAART 1971 HERHAALT ZONDER ACHT TE SLAAN OP HET ANTWOORD VAN BETROKKENEN VAN 9 AUGUSTUS 1971, EN EVENMIN DE GRONDEN VOOR DE IN AANMERKING GENOMEN PUNTEN VAN BEZWAAR AANGEEFT;

5 OVERWEGENDE MET BETREKKING TOT DE EERSTE GRIEF DAT INGEVOLGE ARTIKEL 4 VAN VERORDENING NR . 99/63 DE COMMISSIE IN HAAR BESCHIKKINGEN SLECHTS DIE PUNTEN VAN BEZWAAR IN AANMERKING NEEMT, WAAROVER DE ADRESSAAT DER BESCHIKKING IN DE GELEGENHEID IS GEWEEST ZIJN STANDPUNT KENBAAR TE MAKEN;

DAT DE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR AAN DEZE EIS VOLDOET, DAAR DE WEZENLIJKE FEITEN WAAROP DE COMMISSIE ZICH BASEERT, WELISWAAR BEKNOPT DOCH DUIDELIJK ZIJN VERMELD;

DAT DE COMMISSIE IN HAAR MEDEDELING VAN 15 MAART 1971 DUIDELIJK DE WEZENLIJKE FEITEN WAAROP ZIJ DE INGEBRACHTE PUNTEN VAN BEZWAAR DEED STEUNEN, HEEFT UITEENGEZET EN HEEFT AANGEGEVEN IN HOEVERRE CONTINENTAL EEN MACHTSPOSITIE ZOU INNEMEN EN DAARVAN MISBRUIK ZOU HEBBEN GEMAAKT;

DAT DE GRIEVEN INZAKE DE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR DERHALVE ONGEGROND ZIJN;

6 MET BETREKKING TOT DE TWEEDE GRIEF DAT DE COMMISSIE WELISWAAR GEHOUDEN IS HAAR BESCHIKKING MET REDENEN TE OMKLEDEN, DOCH NIET ALLE IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE VOORGEDRAGEN ARGUMENTEN BEHOEFT TE WEERLEGGEN;

7 C ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS EEN GROND VAN ONREGELMATIGHEID DER BESTREDEN BESCHIKKING ONTLENEN AAN HET FEIT DAT DE BETROKKEN PROCEDURE IN HET PUBLIKATIEBLAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VAN 8 JANUARI 1972 IS AANGEDUID MET DE BENAMING "CONTINENTAL CAN COMPANY", TERWIJL DE ALLEEN AUTHENTIEKE FRANSE TEKST DER BESCHIKKING IS GETITELD "EUROPEMBALLAGE CORPORATION";

8 OVERWEGENDE DAT EEN ZODANIGE OMSTANDIGHEID, WEGENS DE ECONOMISCHE EN JURIDISCHE BINDING TUSSEN CONTINENTAL EN EUROPEMBALLAGE, DE GELDIGHEID DER BESTREDEN HANDELING NIET VERMAG AAN TE TASTEN;

9 D ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS VOORTS NOG BETOGEN DAT DE LITIGIEUZE BESCHIKKING ONREGELMATIG IS, DAAR ZIJ AAN CONTINENTAL NIET OVEREENKOMSTIG DE VOORSCHRIFTEN TER KENNIS ZOU ZIJN GEBRACHT;

DAT ZIJ IN DECEMBER 1971 EEN OF TWEE OVER DE POST VERZONDEN BRIEVEN VAN DE COMMISSIE ZOU HEBBEN ONTVANGEN, TERWIJL DE LITIGIEUZE BESCHIKKING HAAR LANGS DIPLOMATIEKE WEG HAD BEHOREN TE BEREIKEN;

10 OVERWEGENDE DAT VAN EEN BESCHIKKING NAAR BEHOREN, IN DE ZIN VAN HET VERDRAG, KENNIS IS GEGEVEN, ZODRA ZIJ IS MEDEGEDEELD AAN DEGENE TOT WIE ZIJ IS GERICHT EN DEZE IN STAAT IS GESTELD DAARVAN KENNIS TE NEMEN;

DAT ZULKS IN CASU IS GESCHIED, DAAR CONTINENTAL VAN DE LITIGIEUZE BESCHIKKING IN FEITE MEDEDELING HEEFT ONTVANGEN EN AAN DEZE MEDEDELING DE WERKING NIET KAN ONTNEMEN DOOR ZICH TE BEROEPEN OP HAAR EIGEN WEIGERING DAARVAN KENNIS TE NEMEN;

11 E ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS TEN SLOTTE BETOGEN DAT DE COMMISSIE HEEFT GEHANDELD IN STRIJD MET ARTIKEL 3 VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1/58 TOT REGELING VAN HET TAALGEBRUIK IN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, DOOR IN PLAATS VAN DE DUITSE TEKST DE FRANSE TEKST VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING ALS AUTHENTIEK AAN TE WIJZEN;

12 OVERWEGENDE DAT LUIDENS ARTIKEL 3 DIER VERORDENING DE STUKKEN DIE DOOR DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP AAN EEN PERSOON RESSORTERENDE ONDER DE JURISDICTIE VAN EEN LID-STAAT WORDEN GEZONDEN, WORDEN GESTELD IN DE TAAL VAN DIE STAAT;

DAT, WAAR VERZOEKSTERS ZIJN GEVESTIGD IN EEN DERDE LAND, BIJ DE KEUZE VAN DE OFFICIELE TAAL DER BESCHIKKING IN CASU REKENING DIENDE TE WORDEN GEHOUDEN MET DE BETREKKING WAARIN ELKE VERZOEKSTER, BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT, TOT EEN LID-STAAT DER GEMEENSCHAP STOND;

DAT EUROPEMBALLAGE EEN KANTOOR TE BRUSSEL HAD GEVESTIGD EN HAAR SCHRIFTELIJKE OPMERKINGEN IN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE IN HET FRANS HAD GESTELD;

DAT UIT EEN EN ANDER NIET BLIJKT DAT DE KEUZE VAN DE FRANSE TAAL ALS OFFICIELE TAAL DER BESCHIKKING STRIJDIG IS MET ARTIKEL 3 VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1/58;

13 OVERWEGENDE DAT DE MIDDELEN, ONTLEEND AAN DE ONREGELMATIGHEID VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE, DERHALVE MOETEN WORDEN VERWORPEN;

B - TEN AANZIEN VAN DE BEVOEGDHEID DER COMMISSIE

14 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BETOGEN DAT VOLGENS DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN INTERNATIONAAL RECHT CONTINENTAL ALS BUITEN DE GEMEENSCHAP GEVESTIGDE ONDERNEMING NOCH AAN HET ADMINISTRATIEVE GEZAG DER COMMISSIE NOCH AAN DE RECHTSMACHT VAN HET HOF VAN JUSTITIE IS ONDERWORPEN;

DAT DE COMMISSIE DERHALVE DE BEVOEGDHEID ZOU MISSEN TEN AANZIEN VAN CONTINENTAL DE LITIGIEUZE BESCHIKKING TE GEVEN EN HAAR DE IN ARTIKEL 2 DIER BESCHIKKING BEDOELDE VERPLICHTING OP TE LEGGEN;

DAT DAARENBOVEN DE DOOR DE COMMISSIE VERVOLGDE ONRECHTMATIGE HANDELWIJZE NIET RECHTSTREEKS AAN CONTINENTAL DOCH AAN EUROPEMBALLAGE ZOU ZIJN TOE TE SCHRIJVEN;

15 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS NIET KUNNEN ONTKENNEN DAT DE OP 20 FEBRUARI 1970 DOOR CONTINENTAL OPGERICHT VENNOOTSCHAP EUROPEMBALLAGE EEN DOCHTERONDERNEMING VAN CONTINENTAL IS;

DAT DE OMSTANDIGHEID DAT DE DOCHTERONDERNEMING EIGEN RECHTSPERSOONLIJKHEID HEEFT, DE MOGELIJKHEID NIET VERMAG UIT TE SLUITEN DAT HAAR GEDRAG AAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ WORDT TOEGEREKEND;

DAT ZULKS MET NAME HET GEVAL KAN ZIJN, INDIEN DE DOCHTERONDERNEMING HAAR MARKTGEDRAG NIET AUTONOOM BEPAALT, MAAR IN HOOFDZAAK DE HAAR GEGEVEN AANWIJZINGEN VAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ OPVOLGT;

16 DAT CONTINENTAL, NAAR VASTSTAAT, EUROPEMBALLAGE ERTOE HEEFT AANGEZET IN NEDERLAND EEN BOD UIT TE BRENGEN AAN DE AANDEELHOUDERS VAN TDV EN HAAR DAARTOE DE NODIGE MIDDELEN HEEFT VERSTREKT;

DAT EUROPEMBALLAGE OP 8 APRIL 1970 IS OVERGEGAAN TOT DE AANKOOP VAN DE OP DIE DATUM AANGEBODEN AANDELEN EN OBLIGATIES VAN TDV;

DAT BIJGEVOLG HET FEIT VAN DEZE TRANSACTIE, NAAR AANLEIDING WAARVAN DE COMMISSIE DE LITIGIEUZE BESCHIKKING HEEFT GETROFFEN, NIET ALLEEN AAN EUROPEMBALLAGE MAAR OOK EN IN DE EERSTE PLAATS AAN CONTINENTAL MOET WORDEN TOEGESCHREVEN;

DAT OP EEN DERGELIJKE VERWERVING, WELKE DE MARKTVERHOUDINGEN BINNEN DE GEMEENSCHAP BEINVLOEDT, HET GEMEENSCHAPSRECHT VAN TOEPASSING IS;

DAT HET FEIT DAT CONTINENTAL NIET IS GEVESTIGD OP HET GRONDGEBIED VAN EEN DER LID-STATEN, NIET VOLDOENDE IS OM HAAR BUITEN HET BEREIK VAN DIT RECHT TE BRENGEN;

17 DAT HET MIDDEL ONBEVOEGDHEID MOET WORDEN VERWORPEN;

C - TEN AANZIEN VAN ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG EN HET MISBRUIK VAN EEN MACHTSPOSITIE

18 OVERWEGENDE DAT IN DE ARTIKELEN 1 EN 2 VAN DE BESCHIKKING DER COMMISSIE VAN 9 DECEMBER 1971 CONTINENTAL EEN INBREUK OP ARTIKEL 86 VAN HET EEG-VERDRAG TEN LASTE WORDT GELEGD OP GROND DAT ZIJ MISBRUIK ZOU HEBBEN GEMAAKT VAN EEN MACHTSPOSITIE DIE ZIJ DOOR TUSSENKOMST VAN SCHMALBACH-LUBECA-WERKE AG TE BRUNSWIJK ( HIERNA TE NOEMEN "SLW ") ZOU INNEMEN OP EEN WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT, OP DE MARKT VAN LICHTE VERPAKKINGEN VOOR VLEES -, VLEESWAREN -, VIS - EN SCHAALDIERENCONSERVEN ALSMEDE OP DE MARKT VAN METALEN DEKSELS VOOR GLAZEN POTTEN;

DAT VOLGENS ARTIKEL 1 DIT MISBRUIK DAARIN ZOU BESTAAN DAT CONTINENTAL IN APRIL 1970 DOOR TUSSENKOMST VAN HAAR DOCHTERONDERNEMING EUROPEMBALLAGE ONGEVEER 80 PERCENT VAN DE AANDELEN EN CONVERTEERBARE OBLIGATIES VAN TDV HAD OPGEKOCHT;

DAT DEZE AANKOOP ERTOE ZOU HEBBEN GELEID DE MEDEDINGING VOOR DE GENOEMDE VERPAKKINGSPRODUKTEN OP EEN WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT PRAKTISCH UIT TE SCHAKELEN ;

19 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BETOGEN DAT DE COMMISSIE ALDUS ZOU TRACHTEN, DOOR EEN VERKEERDE UITLEGGING VAN ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG EN MET OVERSCHRIJDING VAN DE GRENZEN HARER BEVOEGDHEDEN, IN HET KADER VAN DEZE BEPALING EEN CONTROLE OP CONCENTRATIES VAN ONDERNEMINGEN IN TE VOEREN;

DAT EEN DERGELIJKE POGING ZOU INGAAN TEGEN DE BEDOELING VAN DE VERDRAGSAUTEURS, ZOALS DIE NIET ALLEEN BIJ EEN LETTERLIJKE INTERPRETATIE VAN ARTIKEL 86 DOCH OOK BIJ VERGELIJKING VAN HET EEG-VERDRAG MET HET EGKS-VERDRAG EN DE NATIONALE WETGEVINGEN DER LID-STATEN NAAR VOREN ZOU KOMEN;

DAT DE IN ARTIKEL 86 GENOEMDE VOORBEELDEN VAN MISBRUIK VAN EEN MACHTSPOSITIE DEZE CONCLUSIE ZOUDEN BEVESTIGEN, OMDAT DAARUIT ZOU BLIJKEN DAT HET VERDRAG SLECHTS ZIET OP GEDRAGINGEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE MARKT EN DE VERBRUIKERS OF HANDELSPARTNERS BENADELEN;

DAT OVERIGENS UIT ARTIKEL 86 ZOU BLIJKEN DAT DE AANWENDING VAN HET AAN EEN MACHTSPOSITIE VERBONDEN ECONOMISCHE VERMOGEN ALLEEN DAN ALS MISBRUIK DIER POSITIE IS TE BESCHOUWEN, INDIEN ZIJ HET MIDDEL VORMT WAARMEE HET MISBRUIK WORDT GEMAAKT;

DAT STRUCTURELE MAATREGELEN VAN ONDERNEMINGEN, ZOALS DE VERSTERKING VAN EEN MACHTSPOSITIE DOOR CONCENTRATIE, DAARENTEGEN NIET ALS MISBRUIK DIER POSITIE IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG ZOUDEN ZIJN TE BESCHOUWEN;

DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING DERHALVE WEGENS ONTBREKEN VAN DE VEREISTE WETTELIJKE GRONDSLAG NIETIG ZOU ZIJN;

20 OVERWEGENDE DAT HET LUIDENS ARTIKEL 86, EERSTE ALINEA, VAN HET VERDRAG "ONVERENIGBAAR MET DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT EN VERBODEN IS, VOOR ZOVER DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN DAARDOOR ONGUNSTIG KAN WORDEN BEINVLOED, DAT EEN OF MEER ONDERNEMINGEN MISBRUIK MAKEN VAN EEN MACHTSPOSITIE OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT OF OP EEN WEZENLIJK DEEL DAARVAN";

DAT HET HIER GAAT OM DE VRAAG OF IN ARTIKEL 86 MET DE TERM "MISBRUIK" SLECHTS WORDT GEDOELD OP GEDRAGINGEN VAN ONDERNEMINGEN, DIE RECHTSTREEKS OP DE MARKT KUNNEN INWERKEN EN DE PRODUKTIE EN DISTRIBUTIE, DE GEBRUIKERS EN VERBRUIKERS, BENADELEN, DAN WEL OF HET ARTIKEL OOK BETREKKING HEEFT OP STRUCTURELE WIJZIGINGEN BIJ EEN ONDERNEMING, DIE TOT EEN ERNSTIGE AANTASTING VAN DE MEDEDINGING OP EEN WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT LEIDEN;

21 DAT HET ONDERSCHEID TUSSEN MAATREGELEN DIE BETREKKING HEBBEN OP DE STRUCTUUR VAN DE ONDERNEMING, EN GEDRAGINGEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE MARKT, ECHTER NIET BESLISSEND IS , DAAR ELKE STRUCTURELE MAATREGEL DE MARKTVERHOUDINGEN KAN BEINVLOEDEN, ZODRA DE OMVANG EN DE ECONOMISCHE MACHT VAN DE ONDERNEMING DAARDOOR TOENEMEN;

22 OVERWEGENDE DAT VOOR DE BEANTWOORDING VAN DEZE VRAAG DIENT TE WORDEN GELET OP DE GEEST, DE OPZET EN DE BEWOORDINGEN VAN ARTIKEL 86 ALSMEDE OP HET SYSTEEM EN DE DOELEINDEN VAN HET VERDRAG;

DAT DERHALVE VOOR DE ONDERHAVIGE PROBLEMEN EEN VERGELIJKING TUSSEN GENOEMD ARTIKEL EN BEPAALDE VOORSCHRIFTEN VAN HET EGKS-VERDRAG NIET TERZAKE DIENENDE IS;

23 OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 86 ONDER HET HOOFDSTUK OVER DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VOOR HET BELEID DER GEMEENSCHAP INZAKE DE MEDEDINGING VALT;

DAT DIT BELEID STOELT OP ARTIKEL 3, SUB F ), VAN HET VERDRAG , BEPALENDE DAT DE ACTIVITEIT VAN DE GEMEENSCHAP DE INVOERING OMVAT VAN EEN REGIME WAARDOOR WORDT GEWAARBORGD DAT DE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT NIET WORDT VERVALST;

DAT HET BETOOG VAN VERZOEKSTERS, ALS ZOU HIER SLECHTS SPRAKE ZIJN VAN EEN ALGEMENE, RECHTENS ONVERBINDENDE PROGRAMMABEPALING, MISKENT DAT IN ARTIKEL 3 HET STREVEN NAAR DE ALDAAR GENOEMDE DOELSTELLINGEN ONONTBEERLIJK WORDT GEACHT VOOR DE VERVULLING VAN DE TAKEN DER GEMEENSCHAP;

DAT HET MET NAME BIJ HET BEPAALDE SUB F ) GAAT OM EEN DOELSTELLING DIE IS TERUG TE VINDEN IN VERSCHILLENDE VERDRAGSBEPALINGEN, WELKER INTERPRETATIE DOOR HAAR WORDT BEHEERST;

24 OVERWEGENDE DAT, WAAR ARTIKEL 3, SUB F ), DE INVOERING VOORSCHRIJFT VAN EEN REGIME WAARDOOR WORDT GEWAARBORGD DAT DE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT NIET WORDT VERVALST, DEZE BEPALING A FORTIORI EIST DAT DE MEDEDINGING NIET WORDT UITGESCHAKELD;

DAT DIT VEREISTE VAN ZO ESSENTIEEL BELANG IS DAT BIJ ONTBREKEN HIERVAN AAN TAL VAN VERDRAGSBEPALINGEN DE GROND ZOU ONTVALLEN;

DAT HET BOVENDIEN BEANTWOORDT AAN DE VOORSCHRIFTEN VAN ARTIKEL 2 VAN HET VERDRAG, DAT DE GEMEENSCHAP TOT TAAK STELT "DE HARMONISCHE ONTWIKKELING VAN DE ECONOMISCHE ACTIVITEIT BINNEN DE GEHELE GEMEENSCHAP TE BEVORDEREN";

DAT ALDUS DE CONCURRENTIEBEPERKINGEN DIE HET VERDRAG ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN TOELAAT WEGENS DE NOODZAAK DE VERSCHILLENDE DOELSTELLINGEN MET ELKAAR IN OVEREENSTEMMING TE BRENGEN, IN DE EISEN VAN DE ARTIKELEN 2 EN 3 EEN GRENS VINDEN, WAARVAN DE OVERSCHRIJDING HET GEVAAR MEEBRENGT DAT DE VERZWAKKING VAN DE MEDEDINGING DE DOELSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT DOORKRUIST;

25 OVERWEGENDE DAT, TER EERBIEDIGING VAN DE BEGINSELEN EN TER BEREIKING VAN DE DOELEINDEN, GENOEMD IN DE ARTIKELEN 2 EN 3 VAN HET VERDRAG, DE ARTIKELEN 85 TOT EN MET 90 ALGEMENE, VOOR DE ONDERNEMINGEN GELDENDE REGELS AANGEVEN;

DAT ARTIKEL 85 BETREKKING HEEFT OP OVEREENKOMSTEN TUSSEN ONDERNEMINGEN, BESLUITEN VAN ONDERNEMERSVERENIGINGEN EN ONDERLING AFGESTEMDE FEITELIJKE GEDRAGINGEN, TERWIJL ARTIKEL 86 BETREKKING HEEFT OP HET EENZIJDIG OPTREDEN VAN EEN OF MEER ONDERNEMINGEN;

DAT DE ARTIKELEN 85 EN 86 OP VERSCHILLEND NIVEAU HETZELFDE BEOGEN, NAMELIJK DE INSTANDHOUDING VAN EEN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT;

DAT DE BEINVLOEDING VAN DE MEDEDINGING, DIE IS VERBODEN INDIEN ZIJ HET GEVOLG IS VAN DE IN ARTIKEL 85 BEDOELDE HANDELWIJZEN, NIET RECHTMATIG KAN WORDEN, INDIEN DEZE HANDELWIJZEN DOOR TOEDOEN VAN EEN OVERHEERSENDE ONDERNEMING ZICH CONCRETISEREN IN EEN VERVLECHTING DER ONDERNEMINGEN;

DAT BIJ ONTBREKEN VAN UITDRUKKELIJKE VOORSCHRIFTEN NIET MAG WORDEN AANGENOMEN DAT HET VERDRAG, DAT IN ARTIKEL 85 BEPAALDE BESLUITEN VAN GEWONE ONDERNEMERSVERENIGINGEN, WAARDOOR DE MEDEDINGING WORDT BEINVLOED MAAR NIET UITGESCHAKELD, VERBIEDT, DAARENTEGEN IN ARTIKEL 86 ZOU GEDOGEN DAT ONDERNEMINGEN, NA EEN ORGANISCHE EENHEID TOT STAND TE HEBBEN GEBRACHT, EEN ZODANIGE MACHTSPOSITIE GAAN INNEMEN DAT ELKE SERIEUZE CONCURRENTIEMOGELIJKHEID IN WEZEN WORDT UITGESLOTEN;

DAT EEN ZO UITEENLOPENDE JURIDISCHE BEHANDELING IN DE MEDEDINGINGSREGELS ALS GEHEEL EEN BRES ZOU SLAAN, DIE DE GOEDE WERKING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT IN GEVAAR ZOU KUNNEN BRENGEN;

DAT HET IMMERS, INDIEN HET TER OMZEILING VAN DE IN ARTIKEL 85 VERVATTE VERBODEN VOLDOENDE ZOU ZIJN OM BIJ DE AFSPRAKEN EEN ZODANIGE TOENADERING TUSSEN DE ONDERNEMINGEN TOT STAND TE BRENGEN, DAT ZIJ AAN DE TOEPASSING VAN DIT ARTIKEL ONTSNAPPEN ZONDER BINNEN HET BEREIK VAN ARTIKEL 86 TE KOMEN , GEOORLOOFD ZOU WORDEN IN STRIJD MET DE GRONDBEGINSELEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT EEN WEZENLIJK DEEL DIER MARKT AF TE GRENDELEN;

DAT HET STREVEN VAN DE VERDRAGSAUTEURS OM OOK DAAR WAAR CONCURRENTIEBEPERKINGEN ZIJN TOEGELATEN, DE MOGELIJKHEDEN VAN EEN DAADWERKELIJKE OF POTENTIELE MEDEDINGING OP DE MARKT IN STAND TE HOUDEN, UITDRUKKELIJK ZIJN NEERSLAG HEEFT GEVONDEN IN ARTIKEL 85, LID 3, SUB B ), VAN HET VERDRAG;

DAT ARTIKEL 86 NIET DEZELFDE UITDRUKKELIJKE BEPALING BEVAT, OMDAT DE BIJ DIT ARTIKEL INGESTELDE REGELING VOOR MACHTPOSITIES, ANDERS DAN ARTIKEL 85, LID 3, GEEN UITZONDERINGEN OP HET VERBOD TOELAAT;

DAT BIJ EEN DERGELIJKE REGELING DE GEBONDENHEID AAN DE FUNDAMENTELE DOELSTELLINGEN VAN HET VERDRAG, MET NAME DIE VAN ARTIKEL 3, SUB F ), VOORTVLOEIT UIT HET DWINGENDE KARAKTER DIER DOELSTELLINGEN;

DAT IN IEDER GEVAL DE ARTIKELEN 85 EN 86 NIET IN ONDERLING TEGENGESTELDE ZIN KUNNEN WORDEN UITGELEGD, DAAR ZIJ DIENEN TOT VERWEZENLIJKING VAN HETZELFDE DOEL;

26 OVERWEGENDE DAT OP DE VOORGAANDE OVERWEGINGEN ACHT DIENT TE WORDEN GESLAGEN BIJ DE UITLEGGING VAN DE IN ARTIKEL 86 GESTELDE VOORWAARDE DAT DE AANWENDING VAN EEN MACHTSPOSITIE MISBRUIK MOET OPLEVEREN OM ONDER HET VERBOD TE VALLEN;

DAT DEZE BEPALING EEN AANTAL GEVALLEN VAN MISBRUIK NOEMT, WELKE ZIJ VERBIEDT;

DAT HET HIER GAAT OM EEN ENUNTIATIEVE OPSOMMING, WAARIN DE BIJ HET VERDRAG VERBODEN VORMEN VAN MISBRUIK VAN EEN MACHTSPOSITIE NIET UITPUTTEND ZIJN AANGEGEVEN;

DAT OVERIGENS, NAAR UIT DE TWEEDE ALINEA, SUB C ) EN D ), BLIJKT, DEZE BEPALING NIET SLECHTS DOELT OP HANDELWIJZEN DIE DE VERBRUIKERS RECHTSTREEKS KUNNEN BENADELEN, MAAR EVENEENS OP DIE WELKE HEN BENADELEN DOOR IN TE GRIJPEN IN EEN STRUCTUUR VAN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, SUB F ), VAN HET VERDRAG;

DAT DERHALVE SPRAKE KAN ZIJN VAN MISBRUIK, INDIEN EEN ONDERNEMING MET EEN MACHTSPOSITIE DEZE ZODANIG VERSTERKT DAT DE ALDUS BEREIKTE MATE VAN OVERHEERSING DE MEDEDINGING WEZENLIJK BELEMMERT, DAT WIL ZEGGEN SLECHTS ONDERNEMINGEN LAAT BESTAAN, DIE IN HUN GEDRAG AFHANKELIJK ZIJN VAN DE OVERHEERSENDE ONDERNEMING;

27 OVERWEGENDE DAT, BIJ EEN ZODANIGE BETEKENIS EN STREKKING VAN ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG, HET DOOR VERZOEKSTERS OPGEWORPEN VRAAGSTUK VAN HET CAUSAAL VERBAND DAT HUNS INZIENS MOET BESTAAN TUSSEN DE MACHTSPOSITIE IN HET MISBRUIK HIERVAN, NIET VAN BELANG IS, DAAR DE VERSTERKING VAN DE MACHTSPOSITIE ENER ONDERNEMING, ONGEACHT DE DAARTOE AANGEWENDE MIDDELEN OF HANDELWIJZEN, MISBRUIK KAN OPLEVEREN EN INGEVOLGE ARTIKEL 86 VAN HET VERDRAG KAN ZIJN VERBODEN, ZODRA ZIJ DE BOVENBESCHREVEN EFFECTEN HEEFT;

D - TEN AANZIEN VAN DE MATERIELE ELEMENTEN VAN DE MOTIVERING DER BESCHIKKING

28 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE TER ONDERSTEUNING VAN HAAR BESCHIKKING ONDER MEER STELT DAT DE AANKOOP VAN EEN MEERDERHEIDSDEELNEMING IN EEN CONCURRERENDE ONDERNEMING DOOR EEN ONDERNEMING OF EEN GROEP VAN ONDERNEMINGEN DIE REEDS EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT, ONDER ZEKERE OMSTANDIGHEDEN EEN MISBRUIK VAN DEZE POSITIE KAN VORMEN;

DAT ZULKS HET GEVAL ZOU ZIJN, INDIEN EEN ONDERNEMING WELKE EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT, DEZE NOG VERSTEVIGT DOOR EEN ZODANIGE CONCENTRATIE DAT DE DAADWERKELIJKE OF POTENTIELE CONCURRENTIE IN DE BETROKKEN PRODUKTEN OP EEN WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT PRAKTISCH WORDT UITGESCHAKELD;

29 OVERWEGENDE DAT, WAAR HET INNEMEN VAN EEN ZODANIGE MACHTSPOSITIE DAT DE DOELSTELLINGEN VAN HET VERDRAG WORDEN DOORKRUIST DOOR EEN ZO WEZENLIJKE WIJZIGING VAN DE STRUCTUUR VAN HET AANBOD, DAT DE HANDELINGSVRIJHEID VAN DE VERBRUIKER OP DE MARKT ERNSTIG IN GEVAAR WORDT GEBRACHT, REEDS, ONGEACHT ENIGE SCHULD, ALS MISBRUIK KAN WORDEN BESCHOUWD, DIT NOODZAKELIJKERWIJZE HET GEVAL IS, INDIEN ELKE MEDEDINGING PRAKTISCH WORDT UITGESCHAKELD;

DAT, HOEWEL EEN ZO RESTRICTIEVE VOORWAARDE ALS DE UITSCHAKELING VAN ELKE MEDEDINGING NIET IN ALLE GEVALLEN GELDT, DE COMMISSIE, NU ZIJ HAAR BESCHIKKING OP EEN DERGELIJKE UITSCHAKELING HEEFT GEBASEERD, HIERTOE VOLDOENDE GRONDEN RECHTENS DIENT AAN TE VOEREN OF ALTHANS DIENT TE BEWIJZEN DAT DE MEDEDINGING ZO WEZENLIJK WERD BEINVLOED DAT DE OVERBLIJVENDE CONCURRENTEN GEEN TOEREIKEND TEGENWICHT KONDEN VORMEN;

30 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE TOT STAVING VAN HAAR STELLING DE GEVOLGEN VAN DE LITIGIEUZE CONCENTRATIE VANUIT VERSCHILLENDE STANDPUNTEN HEEFT ONDERZOCHT;

DAT TEN DEZE IN DE MOTIVERING DER BESCHIKKING VIER HOOFDELEMENTEN MOETEN WORDEN ONDERSCHEIDEN, NAMELIJK : A ) HET HUIDIGE MARKTAANDEEL VAN DE AANEENGESLOTEN ONDERNEMINGEN VOOR DE BETROKKEN PRODUKTEN; B ) DE RELATIEVE OMVANG VAN DE DOOR DE CONCENTRATIE GEVORMDE NIEUWE EENHEID TEN OPZICHTE VAN DIE DER EVENTUELE CONCURRENTEN OP DEZE MARKT; C ) DE ECONOMISCHE MACHT VAN DE AFNEMERS TEGENOVER DE NIEUWGEVORMDE EENHEID, EN D ) DE POTENTIELE MEDEDINGING VAN HETZIJ PRODUCENTEN VAN DEZELFDE PRODUKTEN OP GEOGRAFISCH VER VERWIJDERDE MARKTEN, HETZIJ PRODUCENTEN VAN ANDERE ARTIKELEN BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT;

DAT DE BESCHIKKING BIJ HET ONDERZOEK DEZER VERSCHILLENDE ELEMENTEN UITGAAT ENERZIJDS VAN HET ZEER HOGE MARKTAANDEEL DAT SLW REEDS VOOR METALEN VERPAKKINGEN HAD, VAN DE ZWAKKE MEDEDINGINGSPOSITIE DER OP DE MARKT RESTERENDE CONCURRENTEN , VAN DE ECONOMISCHE ZWAKTE VAN DE MEESTE VERBRUIKERS TEGENOVER DE NIEUWGEVORMDE EENHEID EN VAN DE TALRIJKE FEITELIJKE EN RECHTSBANDEN TUSSEN CONTINENTAL EN DE EVENTUELE CONCURRENTEN, EN ANDERZIJDS VAN DE FINANCIELE EN TECHNISCHE MOEILIJKHEDEN OM DOOR TE DRINGEN OP EEN DOOR STERKE CONCENTRATIE GEKENMERKTE MARKT;

31 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS DE JUISTHEID BETWISTEN VAN DE GEGEVENS WAAROP DE COMMISSIE HAAR BESCHIKKING HEEFT GEBASEERD;

DAT DE OMSTANDIGHEID DAT SLW REEDS EEN MARKTAANDEEL HAD VAN 70 TOT 80 PERCENT VOOR DE VERPAKKINGEN VOOR VLEESWARENCONSERVEN, VAN 80 TOT 90 PERCENT VOOR DE VERPAKKINGEN VOOR CONSERVEN VAN VISSERIJPRODUKTEN EN VAN 50 TOT 55 PERCENT VOOR METALEN DEKSELS ANDERS DAN KROONKURKEN , WELKE PERCENTAGES OVERIGENS TE HOOG ZOUDEN ZIJN EN DOOR VERWEERSTER NIET HADDEN KUNNEN WORDEN AANGETOOND, NIET DE CONCLUSIE KON DRAGEN DAT DEZE ONDERNEMING DE MARKT VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN BEHEERST;

DAT DE BESCHIKKING BOVENDIEN DE MOGELIJKHEID VAN CONCURRENTIE VAN SUBSTITUTIEPRODUKTEN ( GLAS - EN PLASTIC VERPAKKINGEN ) TER ZIJDE HAD GESTELD DOOR UIT TE GAAN VAN OVERWEGINGEN DIE DE TOETS NIET KONDEN DOORSTAAN;

DAT BIJGEVOLG DE ARGUMENTEN BETREFFENDE DE MOGELIJKHEDEN VAN DAADWERKELIJKE OF POTENTIELE CONCURRENTIE EN DE BEWEERDELIJK ZWAKKE POSITIE VAN DE VERBRUIKERS NIET TERZAKE DEDEN;

32 OVERWEGENDE DAT VOOR DE BEOORDELING VAN DE MACHTSPOSITIE VAN SLW EVENALS VAN DE GEVOLGEN DER LITIGIEUZE CONCENTRATIE DE BEGRENZING VAN DE BETROKKEN MARKT VAN ESSENTIEEL BELANG IS, DAAR DE CONCURRENTIEMOGELIJKHEDEN SLECHTS KUNNEN WORDEN BEOORDEELD AAN DE HAND VAN DIE KENMERKEN DER ONDERHAVIGE PRODUKTEN, WAARDOOR ZIJ BIJZONDER GESCHIKT ZIJN OM IN EEN CONSTANTE BEHOEFTE TE VOORZIEN EN SLECHTS IN GERINGE MATE MET ANDERE PRODUKTEN VERWISSELBAAR ZIJN;

33 OVERWEGENDE DIENAANGAANDE DAT DE BESCHIKKING IN DEEL II, OVERWEGINGEN 5 TOT EN MET 7, ACHTEREENVOLGENS BESCHOUWT EEN "MARKT VAN DE LICHTE VERPAKKINGEN VOOR VLEESCONSERVEN", EEN "MARKT VAN DE LICHTE VERPAKKINGEN VOOR CONSERVEN VAN VISSERIJPRODUKTEN" EN EEN "MARKT VOOR METALEN DEKSELS, ANDERS DAN KROONKURKEN, VOOR DE CONSERVENINDUSTRIE", DIE ALLE DRIE DOOR SLW ZOUDEN WORDEN BEHEERST EN WAAROP DE LITIGIEUZE CONCENTRATIE DE MEDEDINGING DREIGT UIT TE SCHAKELEN;

DAT IN DE BESCHIKKING ECHTER NIET NADER WORDT AANGEGEVEN, DOOR WELKE BIJZONDERHEDEN DEZE DRIE MARKTEN ZICH VAN ELKANDER ONDERSCHEIDEN EN DERHALVE AFZONDERLIJK MOETEN WORDEN BESCHOUWD;

DAT VOORTS EVENMIN WORDT MEDEGEDEELD, DOOR WELKE BIJZONDERHEDEN DEZE DRIE MARKTEN ZICH ONDERSCHEIDEN VAN DE ALGEMENE MARKT VOOR LICHT METALEN VERPAKKINGEN, MET NAME DE METALEN VERPAKKINGEN VOOR GROENTE - EN FRUITCONSERVEN, GECONDENSEERDE MELK, OLIJFOLIE, VRUCHTESAPPEN EN CHEMISCH-TECHNISCHE PRODUKTEN;

DAT DE BETROKKEN PRODUKTEN IMMERS SLECHTS DAN KUNNEN WORDEN GEACHT EEN AFZONDERLIJKE MARKT TE VORMEN, INDIEN ZIJ NIET ALLEEN ZIJN TE INDIVIDUALISEREN DOOR HET ENKELE FEIT DAT ZIJ VOOR DE VERPAKKING VAN BEPAALDE PRODUKTEN WORDEN GEBRUIKT, MAAR TEVENS OP GROND VAN BIJZONDERE PRODUKTIEKENMERKEN WAARDOOR ZIJ SPECIFIEK GESCHIKT ZIJN VOOR DEZE BESTEMMING;

DAT BIJGEVOLG EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN VOOR VLEES - EN VISCONSERVEN NIET DOORSLAGGEVEND IS, ZOLANG NIET IS AANGETOOND DAT DE CONCURRENTEN IN ANDERE SECTOREN VAN DE MARKT VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN NIET DOOR EEN EENVOUDIGE AANPASSING KRACHTIG GENOEG OP DEZE MARKT KUNNEN GAAN OPEREREN OM EEN SERIEUS TEGENWICHT TE VORMEN;

34 OVERWEGENDE OVERIGENS DAT DE BESCHIKKING ZELF ELEMENTEN BEVAT, DIE KUNNEN DOEN TWIJFELEN OF DEZE DRIE MARKTEN WEL GESCHEIDEN ZIJN TE ZIEN VAN ANDERE MARKTEN VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN, EN VEELEER DE GEDACHTE DOEN OPKOMEN DAT ZIJ DEEL UITMAKEN VAN EEN GROTERE MARKT;

DAT DE BESCHIKKING IN HET EERSTE DEEL DER MOTIVERING BIJ DE BESCHOUWING, SUB J, VAN DE VOORNAAMSTE CONCURRENTEN VAN SLW IN DUITSLAND EN VAN TDV IN DE BENELUX, MELDING MAAKT VAN EEN DUITSE ONDERNEMING MET EEN GROTER PRODUKTIEAANDEEL DAN VAN SLW VOOR LICHT METALEN VERPAKKINGEN VOOR GROENTE - EN FRUITCONSERVEN, EN VAN EEN ANDERE ONDERNEMING DIE 38 TOT 40 PERCENT VAN DE DUITSE VRAAG NAAR KROONKURKEN DEKT, HETGEEN SCHIJNT TE BEVESTIGEN DAT DE PRODUKTIE VAN METALEN VERPAKKINGEN VOOR VLEES - EN VISCONSERVEN NIET GESCHEIDEN MAG WORDEN GEZIEN VAN DE PRODUKTIE VAN METALEN VERPAKKINGEN VOOR ANDERE DOELEINDEN EN DAT BIJ DE BEOORDELING VAN DE PRODUKTIE VAN METALEN DEKSELS DE KROONKURKEN NIET BUITEN BESCHOUWING MOGEN WORDEN GELATEN;

DAT VOORTS DE BESCHIKKING, BIJ DE BESCHOUWING IN HET TWEEDE DEEL, SUB 16, VAN DE MOGELIJKHEDEN VAN EEN SUBSTITUTIECONCURRENTIE, ZICH NIET BEPERKT TOT DE DRIE ONDERHAVIGE "MARKTEN", DOCH EVENEENS DE MARKT VAN LICHT METALEN VERPAKKINGEN VOOR ANDERE DOELEINDEN IN AANMERKING NEEMT TEN BETOGE DAT DEZE VERPAKKINGEN SLECHTS IN BEPERKTE MATE ZIJN TE VERVANGEN DOOR NIET-METALEN VERPAKKINGEN;

DAT DE OMSTANDIGHEID DAT DE COMMISSIE DEZE BEWERING IN DE LOOP VAN HET GEDING NIET TEGENOVER DE DOOR VERZOEKSTERS AANGEVOERDE FEITEN STAANDE HEEFT KUNNEN HOUDEN, REEDS OP ZICH BEWIJST DAT HET NOODZAKELIJK IS DE IN AANMERKING TE NEMEN MARKT VOLDOENDE NAUWKEURIG AF TE BAKENEN OM EEN OORDEEL TE KUNNEN GEVEN OVER DE RELATIEVE MACHT VAN DE ONDERNEMINGEN OP DIE MARKT;

35 OVERWEGENDE DAT, WAAR IN DE BESCHIKKING NIET IS AANGEGEVEN, OP GROND VAN WELKE BIJZONDERE KENMERKEN DE METALEN VERPAKKINGEN VOOR VLEESCONSERVEN EN VISCONSERVEN ALSMEDE METALEN DEKSELS, ANDERS DAN KROONKURKEN, VOOR DE CONSERVENINDUSTRIE EVENZOVELE AFZONDERLIJKE MARKTEN VORMEN, DIE DOOR DE PRODUCENT MET HET GROOTSTE AANDEEL OP DEZE MARKTEN KUNNEN WORDEN BEHEERST, DE BESCHIKKING EEN FUNDAMENTELE ONZEKERHEID AANKLEEFT, DIE HAAR WEERSLAG HEEFT OP DE ANDERE ELEMENTEN DER BESCHIKKING WAARUIT DE AFWEZIGHEID VAN EEN DAADWERKELIJKE OF POTENTIELE CONCURRENTIE OP DE BETROKKEN MARKT WORDT AFGELEID;

DAT MET NAME AANGAANDE DE CONCURRENTIE VAN ANDERE FABRIKANTEN VAN METALEN VERPAKKINGEN DE COMMISSIE IN DE LOOP VAN HET GEDING HEEFT BETOOGD DAT DE LICENTIEHOUDERS VAN CONTINENTAL "IN HET KADER VAN DE IN OVERWEGING D, 4 B ), BESCHREVEN ZOGENAAMDE OVEREENKOMST TOT UITWISSELING VAN INFORMATIEAFSPRAKEN HADDEN GEMAAKT OVER DE BEPERKING VAN DE MEDEDINGING", DOCH ANDERZIJDS STELT DAT TDV EN SLW "DE MOGELIJKHEID HADDEN GEHAD MET ELKAAR TE CONCURREREN";

DAT HET IN OVERWEGING 19 GEBEZIGDE ARGUMENT, DAT DE FABRIEKEN VAN BEPAALDE FABRIKANTEN IN DE BUURLANDEN VAN DUITSLAND TE VER VAN DE MEESTE DUITSE GEBRUIKERS GELEGEN ZOUDEN ZIJN OM DEZEN ERTOE TE BRENGEN PERMANENT VAN HEN TE BETREKKEN, NIET GENOEGZAAM IS BEWEZEN EN OVERIGENS BEZWAARLIJK IN OVEREENSTEMMING IS TE BRENGEN MET DE BEWERING IN OVERWEGING 25, A ), DAT DE RENTABILITEITSGRENZEN VOOR HET VERVOER VAN LEGE VERPAKKINGEN LIGGEN TUSSEN 150 EN 300 KM VOOR TAMELIJK OMVANGRIJKE VERPAKKINGEN EN TUSSEN 500 EN 1 000 KM VOOR KLEINERE VERPAKKINGEN;

DAT BOVENDIEN TEN AANZIEN VAN METALEN DEKSELS NIET WORDT BETWIST DAT DE TRANSPORTKOSTEN GEEN BELANGRIJKE ROL SPELEN;

36 OVERWEGENDE VOORTS DAT MET BETREKKING TOT DE POTENTIELE MEDEDINGING VAN GROTE AFNEMERS DIE ZELF FABRICERENDE PRODUCENTEN ZOUDEN KUNNEN WORDEN, IN DE BESTREDEN BESCHIKKING ONDER OVERWEGING 18 WORDT GESTELD DAT DE AANZIENLIJKE BENODIGDE INVESTERINGEN VOOR EEN GEINTEGREERDE PRODUKTIE ALSMEDE DE TECHNISCHE VOORSPRONG VAN DE CONTINENTAL-GROEP OP DIT GEBIED IN DE WEG STAAN AAN EEN DERGELIJKE MEDEDINGING, TERWIJL IN OVERWEGING J, 3, LAATSTE ALINEA, WORDT OPGEMERKT DAT OP DE BELGISCHE MARKT DE CONSERVENFABRIEK MARIE-THUMAS VIA HAAR DOCHTERONDERNEMING EUROCAN METALEN VERPAKKINGEN VOOR EIGEN GEBRUIK EN VOOR VERKOOP AAN ANDERE GEBRUIKERS VERVAARDIGT;

DAT DEZE TEGENSPRAAK EEN NADERE INDICATIE IS VOOR DE ONZEKERHEID DER COMMISSIE OMTRENT DE AFBAKENING VAN DE BETROKKEN MARKT OF MARKTEN;

DAT VERDER IN DE BESCHIKKING ONDER OVERWEGING 30, SUB E ), WORDT GEZEGD DAT "AFGEZIEN VAN MARIE-THUMAS/EUROCAN, DE ZELF FABRICERENDE PRODUCENTEN NIET MEER VERVAARDIGEN DAN ZIJ VERBRUIKEN EN GEEN LEGE METAALVERPAKKINGEN OP DE MARKT AANBIEDEN", TERWIJL IN OVERWEGING K, 2, TWEEDE ALINEA, WORDT VERMELD DAT ENKELE ZELF FABRICERENDE DUITSE PRODUCENTEN NIETTEMIN ZIJN BEGONNEN HUN PRODUKTIEOVERSCHOTTEN VAN METALEN VERPAKKINGEN IN DE HANDEL TE BRENGEN;

DAT UIT EEN EN ANDER BLIJKT DAT SOMMIGE ONDERNEMINGEN DIE REEDS TOT DE GEINTEGREERDE PRODUKTIE VAN VERPAKKINGEN ZIJN OVERGEGAAN, DE TECHNISCHE MOEILIJKHEDEN HEBBEN WETEN TE OVERWINNEN, ZONDER DAT AAN DE BESCHIKKING ECHTER GEGEVENS VOOR DE BEOORDELING VAN DE CONCURRENTIECAPACITEIT DEZER ONDERNEMINGEN KUNNEN WORDEN ONTLEEND;

DAT UIT DEZE OVERWEGINGEN DERHALVE NIEUWE TEGENSTRIJDIGHEDEN NAAR VOREN KOMEN, DIE EVENEENS DE GELDIGHEID DER BESTREDEN BESCHIKKING AANTASTEN;

37 OVERWEGENDE DAT UIT HET VORENOVERWOGENE VOLGT DAT IN DEZE BESCHIKKING DE FEITEN EN BEOORDELINGEN WAAROP ZIJ STEUNT, RECHTENS NIET GENOEGZAAM ZIJN AANGETOOND;

DAT ZIJ MITSDIEN MOET WORDEN VERNIETIGD;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

38 OVERWEGENDE DAT INGEVOLGE ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN MOET WORDEN VERWEZEN;

DAT VERWEERSTER IN HET ONGELIJK IS GESTELD;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE, VERSTAAT :

1 . DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 9 DECEMBER 1971 INZAKE EEN PROCEDURE OP GROND VAN ARTIKEL 86 VAN HET EEG-VERDRAG ( IV/26.811 - CONTINENTAL CAN COMPANY ) WORDT VERNIETIGD .

2 . VERWEERSTER WORDT VERWEZEN IN DE KOSTEN VAN HET GEDING .

Top