EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61970CJ0035

Arrest van het Hof van 17 december 1970.
S.A.R.L. Manpower tegen Caisse primaire d'assurance maladie te Straatsburg.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Commission de première instance du contentieux de la sécurité sociale et de la mutualité sociale agricole du Bas-Rhin - Frankrijk.
Zaak 35-70.

Jurisprudentie 1970 -01251

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1970:120

61970J0035

ARREST VAN HET HOF VAN 17 DECEMBER 1970. - S. A. R. L. MANPOWER TEGEN CAISSE PRIMAIRE D'ASSURANCE MALADIE TE STRAATSBURG. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DU BAS - RHIN). - ZAAK NO. 35/70.

Jurisprudentie 1970 bladzijde 01251
Deense bijz. uitgave bladzijde 00289
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00657
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00703
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00317


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS - TOEPASSELIJKE WETTELIJKE REGELING - CRITERIUM VOOR DIE TOEPASSELIJKHEID - BEDRIJF VAN DE WERKGEVER - PLAATS WAAR DE ONDERNEMING NORMALITER WERKZAAM IS

(' S RAADS VERORDENING NR . 3, ART . 13, A )

SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS - TOEPASSELIJKE WETTELIJKE REGELING - OMSCHRIJVING - TIJDELIJKE WERKZAAMHEDEN, VOOR REKENING VAN EEN UITZENDBUREAU VERRICHT BIJ EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE ONDERNEMING

(' S RAADS VERORDENING NR . 3, ART . 13, A )

Samenvatting


MET DE VERWIJZING IN ARTIKEL 13, A ) NAAR HET BEDRIJF IN DE STAAT WAAR DE ONDERNEMING GEVESTIGD IS EN WAARAAN DE WERKNEMER IS VERBONDEN, IS IN WEZEN BEOOGD DIT VOORSCHRIFT ALLEEN VAN TOEPASSING TE DOEN ZIJN OP WERKNEMERS IN DIENST GENOMEN DOOR ONDERNEMINGEN DIE NORMALITER WERKZAAM ZIJN OP HET GRONDGEBIED VAN DE STAAT WAARIN ZIJ ZIJN GEVESTIGD .

DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 13, A ), VAN VERORDENING NR . 3 VAN DE RAAD DER EEG INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS ZIJN VAN TOEPASSING OP DE WERKNEMER DIE IN DIENST IS GENOMEN DOOR EEN ONDERNEMING WELKE IN EEN LID-STAAT WERKZAAM IS EN DIE, TERWIJL HIJ ZIJN LOON VAN DEZE ONDERNEMING ONTVANGT EN MET NAME BIJ GEMAAKTE FOUTEN EN IN GEVAL VAN ONTSLAG AAN HAAR VERBONDEN IS, VOOR REKENING VAN DEZE ONDERNEMING BIJ EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE ONDERNEMING GEDURENDE ENIGE TIJD ARBEID GAAT VERRICHTEN .

Partijen


IN DE ZAAK 35-70

- VERZOEK, DOOR DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DU BAS-RHIN KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG GEDAAN IN HET VOOR DIE RECHTERLIJKE INSTANTIE AANHANGIG GEDING TUSSEN

S . A . R . L . MANPOWER, CENTRE REGIONAL TE STRAATSBURG,

EN

CAISSE PRIMAIRE D'ASSURANCE MALADIE TE STRAATSBURG,

Onderwerp


EN STREKKENDE TOT HET BEKOMEN VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 13, A ), VAN VERORDENING NR . 3 VAN DE RAAD DER EEG VAN 25 SEPTEMBER 1958 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS, ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 24/64 VAN 10 MAART 1964 -

WIJST

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DU BAS-RHIN BIJ BESCHIKKING VAN 17 JUNI 1970, INGEKOMEN TER GRIFFIE OP 20 JULI 1970, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EEG DE VRAAG HEEFT GESTELD OF EEN ONDERNEMING VAN EEN LID-STAAT, WERKZAAM ALS DE S . A . R . L . MANPOWER, ZICH OP DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 13, A ), VAN VERORDENING NR . 3 VAN DE RAAD DER EEG VAN 25 SEPTEMBER 1958, ZOALS GEWIJZIGD BIJ 'S RAADS VERORDENING NR . 24/64 VAN 10 MAART 1964, MAG BEROEPEN;

2 DAT HET ER IN DEZE VRAAG OM GAAT OF OP DE CAISSE D'ASSURANCE MALADIE FRANCAISE DE VERPLICHTING RUST DE KOSTEN VAN GENEESKUNDIGE BEHANDELING, VEROORZAAKT DOOR EEN ONGEVAL BIJ ARBEID OP EEN OBJECT IN DUITSLAND AAN EEN DOOR MANPOWER UITGEZONDEN WERKNEMER OVERKOMEN, TE VERGOEDEN;

3 OVERWEGENDE DAT DE GESTELDE VRAAG BLIJKENS HET AAN HET HOF OVERGELEGDE DOSSIER BETREKKING HEEFT OP EEN NORMALITER IN EEN LID-STAAT WERKZAME ONDERNEMING WELKE VOLGENS HAAR ALGEMENE CONTRACTSVOORWAARDEN WERKNEMERS IN DIENST NEEMT TER "UITZENDING" NAAR ANDERE ONDERNEMINGEN TEN EINDE IN OGENBLIKKELIJKE BEHOEFTEN AAN GEKWALIFICEERD PERSONEEL TE VOORZIEN;

4 DAT ZIJ DAARTOE MET HET BETROKKEN PERSONEEL EEN ARBEIDSOVEREENKOMST AANGAAT, WAARIN TUSSEN HAAR EN HAAR ALS TIJDELIJKE HULPKRACHT UITGEZONDEN WERKNEMERS MET HET OOG OP DE WERKZAAMHEDEN DOOR LAATSTGENOEMDEN BIJ DE VAN HUN DIENSTEN GEBRUIK MAKENDE ONDERNEMINGEN TE VERRICHTEN, DE WEDERZIJDSE RECHTEN EN PLICHTEN WORDEN VASTGELEGD;

5 DAT OFSCHOON KRACHTENS DEZE OVEREENKOMST IEDERE TIJDELIJKE HULPKRACHT VERPLICHT IS ZICH WAT DE UITVOERING VAN HET WERK BETREFT EN IN DISCIPLINAIR OPZICHT TE HOUDEN AAN DE VOORWAARDEN GESTELD IN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET BEDRIJF WAARNAAR HIJ WORDT UITGEZONDEN, ZULKS BLIJKENS HET DOSSIER NIET WIL ZEGGEN DAT DE WERKNEMER TEN OPZICHTE VAN DE ONDERNEMING WELKE HEM IN DIENST NAM GEEN ONDERGESCHIKTE POSITIE BLIJFT INNEMEN;

6 DAT DE VERSCHILLENDE RECHTSBETREKKINGEN DERHALVE IN DEZE LAATSTE ONDERNEMING - DIE ZOWEL BIJ HET CONTRACT MET DE WERKNEMER ALS BIJ DAT MET DE VAN ZIJN DIENSTEN GEBRUIK MAKENDE ONDERNEMING ALS PARTIJ OPTREEDT - SAMENKOMEN;

7 DAT BIJ DE BEANTWOORDING DER GESTELDE VRAAG DERHALVE VAN DE ALDUS OMSCHREVEN RECHTSVERHOUDINGEN DIENT TE WORDEN UITGEGAAN;

8 OVERWEGENDE DAT IN ARTIKEL 13, A ), VAN VERORDENING NR . 3, WAARVAN UITLEGGING IS VERZOCHT, SPRAKE IS VAN DE "WERKNEMER OF DAARMEDE GELIJKGESTELDE, DIE, IN DIENST ZIJNDE VAN EEN ONDERNEMING DIE OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LID-STAAT EEN BEDRIJF HEEFT, WAARAAN HIJ GEWOONLIJK VERBONDEN IS, DOOR DEZE ONDERNEMING WORDT UITGEZONDEN NAAR HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT OM ALDAAR ARBEID VOOR DEZE ONDERNEMING TE VERRICHTEN";

9 DAT IN DIT VOORSCHRIFT WORDT BEPAALD DAT DAN OP DE WERKNEMER "DE WETGEVING VAN EERSTGENOEMDE LID-STAAT VAN TOEPASSING ¡BLIJFT¢ ALSOF HIJ OP ZIJN GRONDGEBIED WERKZAAM BLEEF, MITS DE TE VERWACHTEN DUUR VAN DE DOOR HEM TE VERRICHTEN ARBEID NIET LANGER DAN TWAALF MAANDEN BEDRAAGT EN MITS DEZE WERKNEMER NIET WORDT UITGEZONDEN TER VERVANGING VAN EEN ANDERE WERKNEMER WIENS UITZENDTIJD IS GEEINDIGD";

10 DAT MET DE UITZONDERING ALDUS IN ARTIKEL 13, A ), OP ARTIKEL 12 VAN DIE ZELFDE VERORDENING VOORZIEN, IS BEOOGD MOGELIJKE BELEMMERINGEN VOOR HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS UIT DE WEG TE RUIMEN EN DE WEDERZIJDSE ECONOMISCHE DOORDRINGING TE BEGUNSTIGEN MET VERMIJDING VAN ADMINISTRATIEVE COMPLICATIES VOOR WERKNEMERS, ONDERNEMINGEN EN INSTELLINGEN VAN SOCIALE ZEKERHEID;

11 DAT ZONDER DEZE UITZONDERING EEN OP HET GRONDGEBIED VAN EEN LID-STAAT GEVESTIGDE ONDERNEMING VERPLICHT WARE ZIJN NORMALITER AAN DE WETTELIJKE REGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN DIE STAAT ONDERWORPEN WERKNEMERS AAN TE SLUITEN BIJ HET STELSEL VAN SOCIALE ZEKERHEID VAN ANDERE LID-STATEN WAARNAAR ZIJ ZIJN UITGEZONDEN OM ARBEID VAN KORTE DUUR TE VERRICHTEN;

12 DAT DE WERKNEMER VOORTS MEESTAL ZOU WORDEN BENADEELD DOORDIEN IN DE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN VOOR WAT HET GENOT VAN ZEKERE SOCIALE UITKERINGEN BETREFT KORTE PERIODEN GEWOONLIJK WORDEN UITGESLOTEN;

13 OVERWEGENDE DAT IS GESTELD DAT WANNEER HET MAATSCHAPPELIJK DOEL DER ONDERNEMING NIET IS DE UITVOERING VAN WERKEN, DOCH HET IN DIENST NEMEN VAN WERKNEMERS OM DEZE TEGEN BETALING TER BESCHIKKING VAN ANDERE ONDERNEMINGEN TE STELLEN, HET UITZENDEN VAN WERKNEMERS NAAR ONDERNEMINGEN IN ANDERE LID-STATEN NIET ZOU MOGEN WORDEN GELIJKGESTELD MET HET UITZENDEN VAN WERKNEMERS NAAR HET BUITENLAND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 13, A ), VAN VERORDENING NR . 3;

14 OVERWEGENDE DAT HET FEIT DAT EEN WERKNEMER IN DIENST IS GENOMEN OM ARBEID TE VERRICHTEN OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT DAN DIE WAAR DE ONDERNEMING WELKE HEM TE WERK STELT IS GEVESTIGD, OP ZICHZELF NIET MEDEBRENGT DAT DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 13, A ), VOORMELD OP ZODANIGE WERKNEMER NIET VAN TOEPASSING ZIJN;

15 DAT ZODRA DE ONDERNEMING WELKE DE ARBEIDER IN DIENST NEEMT HAAR WERKZAAMHEID ONTPLOOIT IN DE LID-STAAT WAAR ZIJ HAAR BEDRIJF HEEFT, ARTIKEL 13, A ), TOEPASSING VINDT UIT HOOFDE VAN HET FEIT DAT DE WERKNEMER AAN DEZE ONDERNEMING VERBONDEN IS, WAARBIJ NIET BEHOEFT TE WORDEN NAGEGAAN OF ZIJ ZICH AL DAN NIET DE UITVOERING VAN WERKEN TEN DOEL STELT;

16 DAT MET DE VERWIJZING IN ARTIKEL 13, A ), NAAR HET BEDRIJF IN DE STAAT WAAR DE ONDERNEMING GEVESTIGD IS EN WAARAAN DE WERKNEMER IS VERBONDEN, IN WEZEN IS BEOOGD DIT VOORSCHRIFT ALLEEN VAN TOEPASSING TE DOEN ZIJN OP WERKNEMERS IN DIENST GENOMEN DOOR ONDERNEMINGEN DIE NORMALITER WERKZAAM ZIJN OP HET GRONDGEBIED VAN DE STAAT WAARIN ZIJ ZIJN GEVESTIGD;

17 OVERWEGENDE DAT IN DEZE CASUSPOSITIE DE ONDERNEMING WELKE DE WERKNEMER IN DIENST HEEFT GENOMEN RECHTENS DE ENIGE WERKGEVER BLIJFT;

18 DAT HET VOORTDUREN VAN DE ONDERGESCHIKTE POSITIE VAN DE WERKNEMER TEN OPZICHTE VAN ZULK EEN WERKGEVER TIJDENS DE GEHELE DUUR VAN HET DIENSTVERBAND VOORAL EEN GEVOLG IS VAN HET FEIT DAT BEDOELDE WERKGEVER HET SALARIS BETAALT EN DE WERKNEMER WEGENS FOUTEN TIJDENS HET VERRICHTEN VAN ZIJN WERK BIJ DE VAN ZIJN DIENSTEN GEBRUIK MAKENDE ONDERNEMING BEGAAN, KAN ONTSLAAN;

19 DAT DEZE ONDERNEMING ANDERZIJDS NIET DE SCHULDENARES VAN DE WERKNEMER, DOCH ALLEEN VAN DIENS WERKGEVER IS;

20 DAT HET ER DERHALVE VOOR MOET WORDEN GEHOUDEN DAT DEZE WERKNEMER IN VOEGE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 13, A ) VOORMELD BIJ DE VAN ZIJN DIENSTEN GEBRUIK MAKENDE ONDERNEMING ARBEID HEEFT VERRICHT VOOR DE ONDERNEMING DIE HEM IN DIENST HAD GENOMEN;

21 DAT DEZE UITLEGGING BOVENDIEN MET VOORMELDE DOELSTELLINGEN IN OVEREENSTEMMING IS;

Beslissing inzake de kosten


22 OVERWEGENDE DAT TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN, DOOR DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN AAN HET HOF GEMAAKT, GEEN LAST TOT TERUGBETALING KAN WORDEN GEGEVEN EN DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET BODEMGESCHIL ALS EEN IN DE LOOP VAN HET GEDING VOOR DE NATIONALE RECHTER OPGEWORPEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN, ZODAT LAATSTGENOEMDE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE INZAKE DE VRAAG, DOOR DE COMMISSION DE PREMIERE INSTANCE DU CONTENTIEUX DE LA SECURITE SOCIALE ET DE LA MUTUALITE SOCIALE AGRICOLE DU BAS-RHIN BIJ BESCHIKKING VAN 17 JUNI 1970 GESTELD, VERKLAART VOOR RECHT :

DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 13, A ), VAN VERORDENING NR . 3 VAN DE RAAD DER EEG INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS ZIJN VAN TOEPASSING OP DE WERKNEMER DIE IN DIENST IS GENOMEN DOOR EEN ONDERNEMING WELKE IN EEN LID-STAAT WERKZAAM IS EN DIE, TERWIJL HIJ ZIJN LOON VAN DEZE ONDERNEMING ONTVANGT EN MET NAME BIJ GEMAAKTE FOUTEN EN IN GEVAL VAN ONTSLAG AAN HAAR VERBONDEN IS, VOOR REKENING VAN DEZE ONDERNEMING BIJ EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE ONDERNEMING GEDURENDE ENIGE TIJD ARBEID GAAT VERRICHTEN .

Top