EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61968CJ0007

Arrest van het Hof van 10 december 1968.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Italiaanse Republiek.
Zaak 7-68.

English special edition 1968 00590

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1968:51

61968J0007

ARREST VAN HET HOF VAN 10 DECEMBER 1968. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. - ZAAK NO. 7/68.

Jurisprudentie
Franse uitgave bladzijde 00617
Nederlandse uitgave bladzijde 00590
Duitse uitgave bladzijde 00634
Italiaanse uitgave bladzijde 00562
Engelse bijz. uitgave bladzijde 00423
Deense bijz. uitgave bladzijde 00541
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00805
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00887
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00233
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00357
Finse bijz. uitgave bladzijde 00355


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . VERPLICHTINGEN DER LID-STATEN - NIET-NAKOMING - BEROEP VAN DE COMMISSIE BIJ HET HOF - HET INSTELLEN VAN DE VORDERING - KEUZE VAN HET TIJDSTIP - BEOORDELINGSBEVOEGDHEID VAN DE COMMISSIE

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 169 )

2 . HET VRIJE GOEDERENVERKEER - GOEDEREN - BEGRIP - GOEDEREN VAN ARTISTIEK OF HISTORISCH BELANG

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 9 )

3 . HET VRIJE GOEDERENVERKEER - GOEDEREN VAN ARTISTIEK OF HISTORISCH BELANG - HEFFING BIJ DE UITVOER - HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS EEN UITVOERRECHT

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 16 )

4 . HET VRIJE GOEDERENVERKEER - UITVOERRECHTEN - QUANTITATIEVE BEPERKINGEN - HUN AARD - ONDERSCHEID - VERBODEN EN BEPERKINGEN TER BESCHERMING VAN NATIONAAL CULTUREEL BEZIT - UITZONDERINGSKARAKTER - STRIKTE INTERPRETATIE

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 16 EN 36 )

5 . HET VRIJE GOEDERENVERKEER - VERBODEN EN BEPERKINGEN TER BESCHERMING VAN NATIONAAL CULTUREEL BEZIT - DE GRENZEN WAARAAN DE LID-STATEN MET BETREKKING TOT HET DOEL EN DE AARD DER MIDDELEN ZIJN GEBONDEN - DE HEFFING VAN EEN UITVOERRECHT OP GOEDEREN VAN ARTISTIEK OF HISTORISCH BELANG IS IN STRIJD MET HET VERDRAG

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 36 )

Samenvatting


1 . KRACHTENS ARTIKEL 169 VAN HET VERDRAG STAAT HET AAN DE COMMISSIE HET TIJDSTIP TE BEPALEN VOOR HET BEROEP BIJ HET HOF; DE OVERWEGINGEN WELKE TOT DEZE KEUS HEBBEN GELEID ZIJN NIET VAN INVLOED OP DE ONTVANKELIJKHEID VAN DE VORDERING WELKE UITSLUITEND AAN OBJECTIEVE REGELS IS ONDERWORPEN .

2 . ONDER GOEDEREN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 9 VAN HET E.E.G.-VERDRAG MOETEN WORDEN VERSTAAN WAREN DIE OP GELD WAARDEERBAAR ZIJN EN ALS ZODANIG HET VOORWERP VAN HANDELSTRANSACTIES KUNNEN VORMEN .

DE GOEDEREN VAN ARTISTIEK OF HISTORISCH BELANG ZIJN AAN DE REGELS VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT ONDERWORPEN, TENZIJ HET VERDRAG UITDRUKKELIJK ANDERS BEPAALT .

3 . ALS EEN HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS EEN UITVOERRECHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 VAN HET E.E.G.-VERDRAG, MOET WORDEN BESCHOUWD IEDERE HEFFING DIE DOOR HAAR INVLOED OP DE PRIJS VAN EXPORTGOEDEREN HET VRIJE VERKEER DAARVAN OP GELIJKE WIJZE BEPERKT ALS EEN UITVOERRECHT .

EEN HEFFING OP DE UITVOER VAN GOEDEREN VAN ARTISTIEK OF HISTORISCH BELANG VALT ONDER HET VERBOD VAN ARTIKEL 16, DAAR ZIJ DE EXPORTHANDEL IN DIE GOEDEREN BELEMMERT DOOR EEN GELDELIJKE LAST, WELKE DE PRIJS DER UITGEVOERDE GOEDEREN VERHOOGT .

4 . DE VERBODEN OF BEPERKINGEN VAN IN - OF UITVOER, BEDOELD IN ARTIKEL 36 VAN HET E.E.G.-VERDRAG, VERSCHILLEN NAAR HUN AARD DUIDELIJK VAN DE DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING WELKE ECONOMISCH OP DE IN - EN UITVOER VAN INVLOED ZIJN, ZONDER DAARDOOR NOG DWINGEND IN TE GRIJPEN IN DE BESLUITVORMING VAN HEN DIE AAN HET ECONOMISCH VERKEER DEELNEMEN .

DE TOEPASSING VAN DEZE MAATREGELEN IS AAN ENG TE INTERPRETEREN REGELS ONDERWORPEN, DAAR ZIJ EEN UITZONDERING VORMT OP DE FUNDAMENTELE REGEL DAT ALLE BELEMMERINGEN VAN HET VRIJE GOEDERENVERKEER TUSSEN DE LID-STATEN DIENEN TE WORDEN OPGEHEVEN .

5 . DE IN ARTIKEL 36 VAN HET E.E.G.-VERDRAG BEDOELDE VERBODEN EN BEPERKINGEN LEVEREN GEEN RECHTVAARDIGING OP VOOR HET HANDHAVEN VAN MAATREGELEN, ZOALS UITVOERRECHTEN OF HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING, WELKE BUITEN HET KADER VALLEN VAN DE BEPERKINGEN BEDOELD IN HET HOOFDSTUK "AFSCHAFFING VAN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN TUSSEN DE LID-STATEN ".

DE LID-STATEN MOGEN ZICH SLECHTS VAN ARTIKEL 36 BEDIENEN INDIEN ZIJ BINNEN DE BIJ DEZE BEPALING AANGEGEVEN GRENZEN BLIJVEN, ZOWEL WAT HET TE BEREIKEN DOEL ALS DE AARD DER TE BEZIGEN MIDDELEN BETREFT .

DE HEFFING VAN EEN UITVOERRECHT OP VOORWERPEN VAN ARTISTIEK OF HISTORISCH BELANG IS ONVERENIGBAAR MET DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG .

Partijen


IN DE ZAAK 7-68 :

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR, MR . A . TOLEDANO, ALS GEMACHTIGDE,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG, BIJ HAAR JURIDISCH ADVISEUR, MR . E . REUTER, 4, BOULEVARD ROYAL,

VERZOEKSTER,

TEGEN

ITALIAANSE REPUBLIEK,

VERTEGENWOORDIGD DOOR DE HEER A . MARESCA, GEVOLMACHTIGD MINISTER, ALS GEMACHTIGDE,

DIE WORDT BIJGESTAAN DOOR MR . P . PERONACI, SUBSTITUUT BIJ DE AVVOCATURA GENERALE DELLO STATO,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG, BIJ DE AMBASSADE VAN ITALIE,

VERWEERSTER,

Onderwerp


BETREFFENDE DE VORDERING OM VOOR RECHT TE VERKLAREN DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK HAAR VERPLICHTINGEN EX ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING DER E.E.G . NIET IS NAGEKOMEN , DAAR ZIJ NA 1 JANUARI 1962, KRACHTENS DE WET NO . 1089 VAN 1 JUNI 1939, VOORTGING JEGENS DE ANDERE LID-STATEN DER GEMEENSCHAP EEN PROGRESSIEF UITVOERRECHT TE HEFFEN OP VOORWERPEN VAN ARTISTIEK, HISTORISCH, ARCHEOLOGISCH OF ETHNOGRAFISCH BELANG,

WIJST

Overwegingen van het arrest


OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 169 VAN HET VERDRAG AAN HET HOF HEEFT VERZOCHT VOOR RECHT TE VERKLAREN DAT DE ITALIAANSE REPUBLIEK HAAR VERPLICHTINGEN EX ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING DER EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP NIET IS NAGEKOMEN, DAAR ZIJ NA 1 JANUARI 1962, KRACHTENS DE WET NR . 1089 VAN 1 JUNI 1939, VOORTGING JEGENS DE ANDERE LID-STATEN DER GEMEENSCHAPPEN EEN PROGRESSIEF UITVOERRECHT TE HEFFEN OP VOORWERPEN VAN ARTISTIEK, HISTORISCH, ARCHEOLOGISCH OF ETHNOGRAFISCH BELANG;

A - TEN AANZIEN VAN DE ONTVANKELIJKHEID

OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER TEGEN DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP AANVOERT DAT DE COMMISSIE DE BIJ ARTIKEL 2 VAN HET VERDRAG AAN DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP OPGELEGDE VERPLICHTING OM "BINNEN DE GEHELE GEMEENSCHAP DE HARMONISCHE ONTWIKKELING VAN DE ECONOMISCHE ACTIVITEIT TE BEVORDEREN" HEEFT MISKEND, DAAR ZIJ ZICH AAN DE VOORAVOND VAN DE ONTBINDING VAN HET ITALIAANSE PARLEMENT - TERWIJL EEN WETSONTWERP TOT HERZIENING DER LITIGIEUZE BEPALING REEDS IN BEHANDELING WAS - TOT HET HOF HEEFT GEWEND;

OVERWEGENDE DAT HET KRACHTENS ARTIKEL 169 VAN HET VERDRAG AAN DE COMMISSIE STAAT HET TIJDSTIP TE BEPALEN WAAROP ZIJ BIJ HET HOF EEN VORDERING MEENT TE MOETEN INSTELLEN EN DAT DE OVERWEGINGEN WELKE VOOR DEZE KEUS BEPALEND ZIJN, AAN DE ONTVANKELIJKHEID DER ACTIE - DIE IMMERS UITSLUITEND AAN OBJECTIEVE REGELS IS ONDERWORPEN - NIET KUNNEN AFDOEN;

DAT AAN DE VORDERING VAN DE COMMISSIE IN HET ONDERHAVIGE GEVAL BOVENDIEN EEN LANGDURIGE, NOG V}}R HET EINDE VAN DE TWEEDE ETAPPE DER OVERGANGSPERIODE AANGEVANGEN GEDACHTENWISSELING MET DE ITALIAANSE REGERING VOORAFGING, MET HET DOEL DE BEVOEGDE INSTANTIES VAN DE REPUBLIEK ERTOE TE BEWEGEN, OM HET NODIGE TE DOEN TER WIJZIGING VAN DE DOOR DE COMMISSIE GEWRAAKTE BEPALINGEN;

DAT HET BEROEP MITSDIEN ONTVANKELIJK IS;

B - TEN PRINCIPALE

1 . HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET LITIGIEUZE RECHT

OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE, DIE HAAR BEROEP DOET STEUNEN OP ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG, STELT DAT DE GOEDEREN VAN ARTISTIEKE, HISTORISCHE, ARCHEOLOGISCHE OF ETHNOGRAFISCHE BETEKENIS WAAROP DE ITALIAANSE WET NO . 1089 VAN 1 JUNI 1939 BETREKKING HEEFT AAN DE BEPALINGEN INZAKE DE DOUANE-UNIE ONDERWORPEN ZIJN;

DAT VERWEERSTER DEZE OPVATTING BESTRIJDT EN DAARTOE BETOOGT DAT DE ONDERHAVIGE GOEDEREN NIET GELIJK MOGEN WORDEN GESTELD MET "VERBRUIKS - OF GEBRUIKSGOEDEREN IN HET ALGEMEEN" EN DAT ZIJ DERHALVE NIET VALLEN ONDER DE VERDRAGSBEPALINGEN WELKE OP DE "GEWONE HANDELSGOEDEREN" VAN TOEPASSING ZIJN;

DAT ZIJ UIT DIEN HOOFDE NIET ONDER DE REGEL VAN ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG VALLEN;

OVERWEGENDE DAT DE GEMEENSCHAP KRACHTENS ARTIKEL 9 VAN HET VERDRAG IS "GEGRONDVEST OP EEN DOUANE-UNIE WELKE ZICH OVER HET GEHELE GOEDERENVERKEER UITSTREKT";

DAT ONDER GOEDEREN IN DE ZIN VAN DEZE BEPALING MOETEN WORDEN VERSTAAN DE WAREN DIE OP GELD WAARDEERBAAR ZIJN EN ALS ZODANIG HET VOORWERP VAN HANDELSTRANSACTIES KUNNEN VORMEN;

DAT DE IN DE ITALIAANSE WET BEDOELDE WAREN, ONGEACHT DE HOEDANIGHEDEN WAARDOOR ZIJ ZICH VAN ANDERE HANDELSGOEDEREN ONDERSCHEIDEN, MET DEZE LAATSTE NIETTEMIN HET KENMERK GEMEEN HEBBEN, DAT ZIJ OOK IN GELD WAARDEERBAAR ZIJN EN DERHALVE HET VOORWERP VAN HANDELSTRANSACTIES KUNNEN VORMEN;

DAT DEZE OPVATTING BOVENDIEN OVEREENSTEMT MET DE OPZET VAN DE ITALIAANSE WET ZELVE, KRACHTENS WELKE HET LITIGIEUZE RECHT WORDT VASTGESTELD IN VERBAND MET DE WAARDE DER ONDERHAVIGE GOEDEREN;

DAT UIT BOVENSTAANDE OVERWEGINGEN VOLGT DAT DEZE GOEDEREN AAN DE REGELS VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT ZIJN ONDERWORPEN VOORZOVER ZIJ NIET ONDER DE UITDRUKKELIJKE UITZONDERINGSBEPALINGEN VAN HET VERDRAG VALLEN;

2 . DE KWALIFICATIE VAN HET LITIGIEUZE RECHT NAAR ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG

OVERWEGENDE DAT NAAR HET OORDEEL VAN DE COMMISSIE HET LITIGIEUZE RECHT VAN GELIJKE WERKING IS ALS EEN UITVOERRECHT EN DE HEFFING DAARVAN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG UITERLIJK AAN HET EINDE DER EERSTE ETAPPE VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT, DUS MET INGANG VAN 1 JANUARI 1962, BEEINDIGD HAD MOETEN ZIJN;

DAT VERWEERSTER DEZE KWALIFICATIE VAN HET ONDERHAVIGE RECHT BETWIST NU DAARMEDE EEN BIJZONDER DOEL WORDT NAGESTREEFD NL . DE BESCHERMING EN DE INSTANDHOUDING VAN HET OP HET NATIONALE GRONDGEBIED AANWEZIGE ARTISTIEKE, HISTORISCHE EN ARCHEOLOGISCHE BEZIT;

DAT BEDOELD RECHT DAN OOK GEEN ENKEL FISCAAL ASPECT ZOU VERTONEN EN DE DAARDOOR VERKREGEN OPENBARE MIDDELEN BOVENDIEN ONBETEKENEND ZIJN;

OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG DE LID-STATEN VERBIEDT IN HET ONDERLING VERKEER UITVOERRECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING TOE TE PASSEN, D.W.Z . IEDERE HEFFING DIE, DOOR HAAR UITWERKING OP DE PRIJS VAN UITGEVOERDE GOEDEREN, HET VRIJE VERKEER VAN DEZE GOEDEREN OP DEZELFDE WIJZE BEPERKT ALS EEN DOUANERECHT;

DAT DEZE BEPALING GEEN ENKELE ONDERSCHEIDING BEVAT NAAR GELANG HET DOEL DAT MET DE KRACHTENS DIT VOORSCHRIFT AF TE SCHAFFEN HEFFINGEN EN RECHTEN WORDT NAGESTREEFD;

DAT HET FISCALE ASPECT, WAAROP VERWEERSTER HAAR BETOOG OP DIT PUNT DOET STEUNEN, NIET NADER BEHOEFT TE WORDEN ONDERZOCHT, NU DE BEPALINGEN VAN DE AFDELING INZAKE DE AFSCHAFFING VAN DE DOUANERECHTEN TUSSEN DE LID-STATEN DE HANDHAVING VAN DEZE RECHTEN EN HEFFINGEN MET GELIJKE WERKING VERBIEDEN ONGEACHT OF ZIJ EEN FISCAAL ASPECT VERTONEN;

DAT HET ONDERHAVIGE RECHT ONDER DE BEWOORDINGEN VAN ARTIKEL 16 VALT, NU HET DE EXPORTHANDEL DER DESBETREFFENDE GOEDEREN BEPERKT BIJ WEGE VAN EEN FINANCIELE LAST WELKE DE PRIJS DER UITGEVOERDE GOEDEREN VERHOOGT;

3 . DE KWALIFICATIE VAN HET LITIGIEUZE RECHT NAAR ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG

OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER ZICH BEROEPT OP ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG WAARBIJ UITVOERBEPERKINGEN WORDEN TOEGESTAAN WELKE, GELIJK IN CASU, GERECHTVAARDIGD ZIJN UIT HOOFDE DER BESCHERMING VAN HET NATIONAAL, ARTISTIEK, HISTORISCH EN ARCHEOLOGISCH BEZIT;

DAT HET LITIGIEUZE RECHT, GEZIEN ZIJN VOORWERP, STREKKING EN GEVOLGEN NIET ZOZEER ONDER DE VERDRAGSBEPALINGEN INZAKE DE HEFFING VAN GELIJKE WERKING ALS EEN DOUANERECHT VALT, ALS WEL ONDER DE BIJ ARTIKEL 36 GEOORLOOFDE BEPERKENDE MAATREGELEN;

DAT HET GESCHIL TUSSEN DE COMMISSIE EN DE ITALIAANSE REGERING IN FEITE NIET HET DOEL, DOCH DE KEUZE DER MIDDELEN RAAKT;

DAT, WAT DEZE LAATSTE BETREFT, DE ITALIAANSE AUTORITEITEN DE VOORKEUR ZOUDEN HEBBEN GEGEVEN AAN DE HEFFING VAN EEN RECHT DAT DE WERKING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT IN MINDERE MATE ZOU VERSTOREN DAN EEN VERBOD OF EEN BEPERKING VAN DE UITVOER;

OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 36 VAN HET VERDRAG VOORZIET, DAT "DE BEPALINGEN VAN DE ARTIKELEN 30 T/M 34 GEEN BELETSEL VORMEN VOOR VERBODEN OF BEPERKINGEN VAN ... UITVOER, WELKE GERECHTVAARDIGD ZIJN UIT HOOFDE VAN ... BESCHERMING VAN HET NATIONAAL ARTISTIEK, HISTORISCH EN ARCHEOLOGISCH BEZIT ".

DAT DEZE BEPALING, ZOWEL GEZIEN DE DAARAAN GEGEVEN PLAATS ALS DE UITDRUKKELIJKE VERWIJZING NAAR DE ARTIKELEN 30 T/M 34, DEEL UITMAAKT VAN HET HOOFDSTUK : AFSCHAFFING VAN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN TUSSEN DE LID-STATEN;

DAT BEDOELD HOOFDSTUK HANDELT OVER HET INGRIJPEN DER LID-STATEN IN DE HANDEL BINNEN DE GEMEENSCHAP DOOR MIDDEL VAN MAATREGELEN DIE HET KARAKTER DRAGEN VAN ALGEHELE OF GEDEELTELIJKE BEPERKINGEN VAN DE INVOER, DE UITVOER EN DE DOORVOERHANDEL;

DAT ARTIKEL 36, GELIJK UIT DE WOORDEN "VERBODEN OF BEPERKINGEN" BLIJKT, UITSLUITEND OP ZODANIGE MAATREGELEN ZIET;

DAT BEDOELDE VERBODEN EN BEPERKINGEN NAAR HUN AARD DUIDELIJK VERSCHILLEN VAN DE DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING DIE ECONOMISCH OP DE IN - EN UITVOER VAN INVLOED ZIJN, ZONDER DAARDOOR NOG DWINGEND IN TE GRIJPEN IN DE BESLUITVORMING VAN HEN DIE AAN HET ECONOMISCH VERKEER DEELNEMEN;

DAT DE BEPALINGEN VAN TITEL I, TWEEDE DEEL VAN HET VERDRAG ALS FUNDAMENTELE REGEL STELLEN DE OPHEFFING VAN ALLE BEPERKINGEN IN HET GOEDERENVERKEER TUSSEN DE LID-STATEN DOOR AFSCHAFFING ENERZIJDS DER DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING EN ANDERZIJDS VAN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN OF MAATREGELEN VAN GELIJKE WERKING;

DAT DE UITZONDERINGEN OP DEZE FUNDAMENTELE REGEL STRIKT MOE TEN WORDEN GEINTERPRETEERD;

DAT MITSDIEN, EN GELET OP HET ONDERSCHEID TUSSEN DE MAATREGELEN BEDOELD IN ARTIKEL 16 EN IN ARTIKEL 36, DE IN LAATSTGENOEMDE BEPALING VOORZIENE DEROGATIE GEEN TOEPASSING KAN VINDEN OP MAATREGELEN WELKE BUITEN HET KADER VALLEN VAN DE BEPERKINGEN BEDOELD IN HET HOOFDSTUK "AFSCHAFFING VAN DE KWANTITATIEVE BEPERKINGEN TUSSEN DE LID-STATEN";

OVERWEGENDE TENSLOTTE DAT, INDIEN DE GECITEERDE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 36 NIET VERWIJZEN NAAR DE DOUANERECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING, ZULKS MOET WORDEN VERKLAARD UIT HET FEIT DAT ZODANIGE MAATREGELEN UITSLUITEND TEN GEVOLGE HEBBEN DAT DE UITVOER DER DESBETREFFENDE PRODUKTEN WORDT BELAST ZONDER DAT DAARMEDE HET MET DAT ARTIKEL BEOOGDE DOEL, NL . DE BESCHERMING VAN HET ARTISTIEKE, HISTORISCHE OF ARCHEOLOGISCHE BEZIT WORDT BEREIKT;

DAT DE LID-STATEN ZICH SLECHTS VAN ARTIKEL 36 MOGEN BEDIENEN INDIEN ZIJ BINNEN DE BIJ DEZE BEPALING AANGEGEVEN GRENZEN BLIJVEN ZOWEL WAT HET TE BEREIKEN DOEL ALS DE AARD DER TE BEZIGEN MIDDELEN BETREFT;

DAT DERHALVE DE HEFFING VAN HET ONDERHAVIGE RECHT HETWELK BUITEN HET KADER VAN ARTIKEL 36 VALT, MET DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG ONVERENIGBAAR IS;

Beslissing inzake de kosten


OVERWEGENDE DAT INGEVOLGE ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN ZAL WORDEN VERWEZEN;

DAT HET VERWEER VAN DE REGERING DER ITALIAANSE REPUBLIEK MOET WORDEN VERWORPEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE,

1 . VERKLAART HET BEROEP ONTVANKELIJK;

2 . VERKLAART VOOR RECHT : DE ITALIAANSE REPUBLIEK IS HAAR VERPLICHTINGEN EX ARTIKEL 16 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP NIET NAGEKOMEN, DAAR ZIJ NA 1 JANUARI 1962 VOORTGING JEGENS DE OVERIGE LID-STATEN HET IN ARTIKEL 37 VAN DE WET NO . 1089 VAN 1 JUNI 1939 BEDOELDE PROGRESSIEVE UITVOERRECHT OP VOORWERPEN VAN ARTISTIEK, HISTORISCH, ARCHEOLOGISCH OF ETHNOGRAFISCH BELANG TE HEFFEN;

3 . VERWIJST VERWEERSTER IN DE KOSTEN VAN HET GEDING;

4 . VERWERPT HET MEER OF ANDERS GEVORDERDE .

Top