EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61964CO0006

Beschikking van het Hof van 3 juni 1964.
Flaminio Costa tegen E.N.E.L.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Giudice conciliatore di Milano - Italië.
Zaak 6/64.

English special edition 1964 01255

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1964:34

61964O0006

BESCHIKKING VAN HET HOF VAN 3 JUNI 1964. - VERZOEK TOT HET GEVEN VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 177 VAN HET E. E. G. - VERDRAG, VERVAT IN DE UITSPRAAK VAN DE GIUDICE CONCILIATORE TE MILAAN VAN 14 JANUARI 1964, IN HET RECHTSGEDING FLAMINIO COSTA TEGEN E. N. E. L. - ZAAK NO. 6/64.

Jurisprudentie
Franse uitgave bladzijde 01194
Nederlandse uitgave bladzijde 01255
Duitse uitgave bladzijde 01307
Italiaanse uitgave bladzijde 01177
Engelse bijz. uitgave bladzijde 00614


Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Partijen


++++

IN DE ZAAK 6-64;

BETREFFENDE EEN VERZOEK TOT HET VERKRIJGEN VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING, WAARMEDE DE GIUDICE CONCILIATORE TE MILAAN ZICH TOT HET HOF VAN JUSTITIE HEEFT GEWEND IN HET GEDING :

FLAMINIO COSTA

TEGEN

E.N.E.L .

Overwegingen van het arrest


OVERWEGENDE DAT DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP EDISON EEN "VERZOEK TOT TUSSENKOMST" HEEFT INGEDIEND, DAT OP 20 MEI 1964 TER GRIFFIE IS INGESCHREVEN, TEN EINDE DE CONCLUSIES VAN FLAMINIO COSTA, EISER IN HET OORSPRONKELIJKE GESCHIL, IN DE PROCEDURE VOOR HET HOF TE ONDERSTEUNEN;

OVERWEGENDE DAT, ALVORENS VERDER TE BESLISSEN, OVER DE ONTVANKELIJKHEID VAN DIT VERZOEK DIENT TE WORDEN BESLIST;

OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 92 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING BEPAALT : "HET HOF KAN IN IEDERE STAND VAN HET GEDING AMBTSHALVE MIDDELEN VAN NIET-ONTVANKELIJKHEID, WELKE VAN OPENBARE ORDE ZIJN, IN BEHANDELING NEMEN";

OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 177 E.E.G.-VERDRAG NIET EEN CONTENTIEUZE PROCEDURE SCHEPT, BESTEMD VOOR HET BESLECHTEN VAN EEN GESCHIL, DOCH EEN BIJZONDERE PROCEDURE INSTELT DIE, IN HET BELANG VAN EEN DOOR ONDERLINGE SAMENWERKING TUSSEN HET HOF VAN JUSTITIE EN DE NATIONALE RECHTERS TOT STAND TE BRENGEN EENVORMIGE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT, LAATSTGENOEMDEN IN STAAT STELT ZICH TOT HET HOF TE WENDEN MET VERZOEKEN OM UITLEGGING VAN DE GEMEENSCHAPSRECHTELIJKE VOORSCHRIFTEN, WELKE ZIJ IN DE BIJ HEN AANHANGIGE GESCHILLEN TOEPASSEN;

DAT IN CASU DE PROCESSUELE REGELS VAN ARTIKEL 20 VAN HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN TOEPASSING ZIJN, ZODAT DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET "VERZOEK TOT TUSSENKOMST" VAN DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP EDISON IN HET LICHT VAN DEZE REGELS MOET WORDEN BEOORDEELD;

DAT ARTIKEL 20 VOORNOEMD BEPAALT, DAT "DE PARTIJEN, DE LID-STATEN, DE COMMISSIE EN, IN VOORKOMEND GEVAL, DE RAAD HET RECHT ( HEBBEN ) BIJ HET HOF MEMORIEN OF SCHRIFTELIJKE OPMERKINGEN IN TE DIENEN";

DAT DEZE BIJZONDERE BEPALING GEEN ZIN ZOU HEBBEN, INDIEN ALLE BELANGHEBBENDEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 37 VAN HET STATUUT VAN HET HOF HET RECHT HADDEN, DEEL TE NEMEN AAN DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177;

OVERWEGENDE DAT MITSDIEN HET VERZOEK OM TUSSENKOMST VAN EEN DERDE DIE, ZOALS DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP EDISON - DIE GEEN PARTIJ IS IN HET BIJ DE OORSPRONKELIJKE RECHTER AANHANGIGE GESCHIL - NIET HET RECHT HEEFT OM MEMORIEN OF SCHRIFTELIJKE OPMERKINGEN IN TE DIENEN, MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 92 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING NIET ONTVANKELIJK MOET WORDEN VERKLAARD;

Beslissing inzake de kosten


OVERWEGENDE DAT GEEN KOSTEN ZIJN GEMAAKT, ZODAT HIEROVER NIET BEHOEFT TE WORDEN BESLIST;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE

SAMENGESTELD ALS VOLGT :

A . M . DONNER, PRESIDENT,

CH . L . HAMMES EN A . TRABUCCHI, KAMERPRESIDENTEN,

L . DELVAUX EN R . LECOURT ( RAPPORTEUR ), RECHTERS,

ADVOCAAT-GENERAAL : K . ROEMER,

GRIFFIER : A . VAN HOUTTE,

GEEFT DE VOLGENDE

BESCHIKKING

HET VERZOEK TOT TUSSENKOMST VAN DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP EDISON IS NIET ONTVANKELIJK;

ER BEHOEFT GEEN UITSPRAAK TE WORDEN GEDAAN OVER DE KOSTEN .

Top